Bij het eiland Lesbos denken we tegenwoordig niet meer in de eerste plaats aan de dichteres Sappho, vermoed ik, maar aan vluchtelingen. Daarvan komen er elk jaar duizenden op het eiland aan. In 2017 bezocht Aimée de Jongh het vluchtelingenkamp Kara Tepe. Fotografen waren er niet welkom, maar het lukte haar wel om er tekeningen te maken. De reportage die ze op die manier maakte, werd gepubliceerd op de site van NRC. Intussen is het ook als boekje uitgegeven: De wachtkamer van Europa.
Door de strip krijg je een beeld van het dagelijks leven in het kamp. Mensen moeten wachten op een beslissing en weten niet of ze door kunnen of teruggestuurd zullen worden. Op een vraag aan een man hoe het met hem gaat, antwoordt hij: 'I'm OK, I'm not dead.'
Mensen leven met elkaar in een zogeheten ISO-box, soms wel met zijn achten. Dat is niet comfortabel, maar al beter dan in kamp Moria, waar ze eerst opgevangen zijn; daar wonen de mensen in tenten.
In 2020 werd kamp Moria door brand verwoest en in 2021 werd Kara Tepe gesloten.
De wachtkamer van Europa bevat niet alleen de stripreportage uit 2017, maar ook de portretten die De Jongh indertijd tekende en de ingekleurde schetsen die ze maakte, compleet met aantekeningen. Wie meer wil weten over 'graphic journalism', kan lezen wat ik over Joe Sacco schreef en natuurlijk is het een goed idee om te gaan kijken op de site Drawing the times, waar ook deze reportage (in het Engels) te lezen is.
Negen jaar na de reportage De wachtkamer van Europa heeft Aimée de Jongh over dezelfde situatie een graphic novel gemaakt: Samir. Ze is in 2024 en 2025 teruggegaan naar Lesbos, naar het vluchtelingenkamp Mavrovouni.
In de proloog maken we kennis met een Amerikaans echtpaar dat naar Lesbos is gegaan voor een vakantie met zijn tweeën. Ze komen om te genieten. Als ze langs een vluchtelingenkamp komen, maken ze maar eventjes geen foto's. Niemand zit te wachten op een afbeelding van een lelijk hek.
Jerrycan
In het kamp leeft Samir, zoals er zoveel kinderen leven. Hij zou graag leren voetballen, maar zijn gezondheid laat dat eigenlijk niet toe. Hij moet zichzelf in acht nemen en mag zich niet overmatig inspannen. Vaak sleept hij een jerrycan met zich mee. Die is blijkbaar heel belangrijk voor hem.
Doordat we Samir volgen, leren we het leven in het kamp kennen. Vader staat in de rij voor het uitdelen van voedsel, sommige mensen verdwijnen omdat hun aanvraag is goedgekeurd, er komen nieuwe vluchtelingen, met de dood nog in hun ogen. Samir zal aan een van de nieuwelingen, het meisje Lida, het kamp laten zien. En de lezer kijkt mee.
Door de angstdromen en de herinneringen van Samir krijg je een blik in zijn vluchtverhaal. Daarin is er ook sprake van zijn broer Sufyan. Het duurt een tijdje voor je weet hoe het hem vergaan is. Je weet dan ook waarom Samir die jerrycan steeds bij zich wil houden.
Dobbelstenen
Het kamp ligt op een eiland waar het haast altijd goed weer is. De zonnigheid contrasteert met de ellende die de vluchtelingen hebben meegemaakt. In het kamp wordt niet alleen gewacht, maar ook verwacht. Er is hoop op een gunstige beslissing, op een paspoort. Maar er is ook onzekerheid. Niet voor niets komen er in Samir verschillende keren dobbelstenen voor. Je weet nooit of je wel zes zult gooien.
Het kamp lijkt een eiland op het eiland, maar er zijn wel verbindingen met de buitenwereld. Ook die toont De Jongh. De toeristen noemde ik al, maar er zijn ook de Grieken die op het eiland leven.
Hoe het afloopt met de aanvraag van het gezin van Samir en of het uiteindelijk het kamp zal verlaten, wil ik maar even in het ongewisse laten.
Medemensen
Samir is een mooie graphic novel geworden. Doordat het perspectief bij Samir ligt, wordt hij het middelpunt en daardoor wordt het verhaal over vluchtelingenproblematiek vooral een menselijk verhaal over een jongetje, dat een vreselijke vlucht achter de rug heeft en dat met een gebrekkige gezondheid zo goed mogelijk plezier in zijn leven probeert te houden. Op die manier blijven we ver weg van de statistieken en leven we mee met medemensen.
Eigenlijk werkte het ook zo met de foto van Aylan Kurdi, het verdronken Syrische jongetje. Daarover schreef ik eerder. Ook die foto deed ons realiseren dat nieuws over mensen gaat en dat we dat steeds weer tegen onszelf moeten zeggen als we dat dreigen te vergeten.
Dat doet Aimée de Jongh ook. Je zou kunnen zeggen dat het een vrij eenvoudig verhaal is, maar misschien is elk leven wel een vrij eenvoudig verhaal. Hoe dan ook, in het verhaal klopt een hart, voel je de betrokkenheid en daar kun je je dus als lezer niet aan onttrekken.
Vitaliteit
Samir geen somber verhaal. Ik noemde de verwachting en de hoop al. Maar Samir is ook gewoon een jongetje met jongetjesdingen, zoals voetballen (waar Lida gelukkig erg goed in is). Er zit een zekere vitaliteit in het verhaal. In het kamp zijn de mogelijkheden misschien beperkt, maar er is de hoop dat je eruit komt en dan is er van alles mogelijk.
Wie deze beeldroman leest, moet wel van Samir gaan houden. En hopelijk denk je ook aan hem als er in de buurt een AZC geopend wordt en er allerlei verhalen verteld worden waar de Samirs van deze wereld niet in voorkomen.
Achter in Samir is een dossiergedeelte opgenomen met foto's, tekeningen en informatie. Dat deel eindigt met een blij makende mededeling: 'Van alle vluchtelingen die aan dit boek hebben meegewerkt, is hun aanvraag inmiddels goedgekeurd.'








Hoi Teunis, een mooie bespreking! Ik heb beide boeken ook al gelezen, en Aimée de Jongh bewijst hiermee opnieuw één van de beste makers van Graphic Novels te zijn die er rondloopt. Twee prachtige boeken! Groetjes, Erik
BeantwoordenVerwijderenJe hebt gelijk, Erik. Elk boek dat De Jongh maakt is goed, tot nu toe.
Verwijderen