Bij Jan Siebelink denkt de gemiddelde lezer het eerst aan Knielen op een bed violen (2005), het boek dat hem het grote succes gebracht heeft. Daarvoor had hij ook al goede boeken geschreven, zoals Met afgewend hoofd (1986), De overkant van de rivier (1990) en Verdwaald gezin (1993). Eerlijk gezegd moet De overkant van de rivier het wel vooral van de eerste helft hebben.
Na Knielen op een bed violen heeft Siebelink nog wel andersoortige boeken geschreven, zoals Oscar (2011), maar in verschillende romans bleef hij dicht bij de thematiek van zijn violenboek, zoals in Margje (2015), De buurjongen (2017) en Brengschuld (2022). Aan de ene kant is het begrijpelijk dat een schrijver dicht bij zijn autobiografie blijft, aan de andere kant voelde het ook wel een beetje als het uitmelken van het succes en als herhaling met een kleine variatie. De boeken zijn soms aardig als aanvulling op wat je al weet, maar ze redden het eigenlijk niet als zelfstandig boek.
Rouwjournaal (2025) gaat over het overlijden van zijn vrouw. Dat boek heb ik overgeslagen, dus daar kan ik niets over zeggen. Maar Nachtnotitie, zijn nieuwste, heb ik toch maar weer aangeschaft. Het is eigenlijk wel een heel aardig boek.
Ook in Nachtnotitie komt weer veel bekends voor, dat te maken heeft met de tuinderij in Velp, maar deze keer is de verteller niet Ruben Sievez, maar de 'ik' is de schrijver. Zo noemt hij de naam van zijn overleden vrouw, Gerda. En zijn overleden vriend Louis Ferron heet aanvankelijk nog wel Loet IJzertje, maar even verderop zegt Siebelink over wie het werkelijk gaat.
In Nachtnotitie ligt de verteller op bed en er gaat van alles door zijn hoofd. Herinneringen aan zijn vrouw, maar ook aan de tuinderij van zijn vader en aan hoe hij als kind met zijn slee van de heuvel ging. Zijn vader had iets op een latje van de slee geschreven en de verteller probeert zich te herinneren wat dat is.
Schoolleven
In zijn oeuvre heeft Siebelink niet alleen vaak geschreven over de tuinderij in Velp, maar ook over zijn werk als docent Frans. Dat deed hij bijvoorbeeld in Nachtschade (1975), Laatste schooldag (2000) en Suezkade (2008).
Ook in Nachtnotitie komt de school terug. De verteller kreeg anonieme brieven in zijn postvak met kritiek op zijn manier van docent zijn. Hij zou te weinig toetsen geven en het zijn werk op school zou lijden onder 'al dat boekengeschrijf'.
Op een dag had hij zijn tas al achter op zijn fiets en stond hij op het punt naar school te gaan, maar hij kreeg het niet voor elkaar het huis daadwerkelijk te verlaten. Daarover schreef Siebelink al eerder in het verhaal 'Ten strengste verboden dit pand te betreden', dat opgenomen werd in een bundel over het Huis Kernhem in Ede, in 2003. Daarin verwoordde hij het zo:
Wat was er die dag met mij aan de hand? Zojuist had ik mijn vrouw goedendag gezegd, die boven met de baby bezig was (enige weken daarvoor was er een dochter in ons gezin geboren), ik had de fiets al uit de schuur gehaald, mijn tas onder de snelbinders gedaan. De beide oudste kinderen groetten mij, gingen op weg naar school. Nu ik zelf nog. Zonlicht viel in de keuken, ik stond op het punt de achterdeur open te doen, riep nog dat ik nu wegging...
Maar het lukt hem niet het huis te verlaten.
Siebelink beschrijft ook hoe een collega Engels, die juist zelf moeite heeft met de orde, de verteller hem aanspreekt en op een feest van de school pikt hij dat niet meer en heef hij zichzelf niet meer in de hand. Hij werkt de collega tegen de grond. Zijn vrouw zal tegen hem zeggen: 'Je raakte buiten jezelf. Dat wilde je ook. Je ging in zekere zin je vader achterna.'
Godzoeker
Die vader speelt ook in Nachtnotitie een centrale rol. Niet alleen in zijn gezwoeg om de tuinderij draaiend te houden, maar ook in zijn extreme vorm van geloof. Siebelink schrijft:
Heel zeker is dat ik, al maar zoekend - ik besef dat ik een godzoeker ben -, ergens in me dat geloof van vader met me meedraag.
Siebelink is bezig met het geloof zoals zijn vader dat beleefd heeft. Hij leest dan ook een preek van Smytegeld. Met instemming citeert hij de slotzin van À rebours van J.K. Huysmans:
Ik ken de laatste zin van de roman uit mijn hoofd: 'Seigneur... O, Heer, heb medelijden met de ongelovige die zou willen geloven, met de galeislaaf van het leven, die alleen scheep gaat, in de nacht, onder een firmament dat niet meer wordt verlicht door de vertroostende bakens van de oude hoop!
Het is het beeld van een ongelovige die wil geloven en dat lukt hem niet.
Geloven is weten. Maar wat weet ik nou? Niet eens wat mijn vader op de slee heeft geschreven.
Bergafwaarts
Het met slee naar beneden suizen komt steeds terug en wellicht is dat een beeld van de schrijver die in een fase gekomen is dat hij bergafwaarts gaat, maar het is geen schrikbeeld meer. Het overlijden van zijn vrouw heeft hem in een nieuwe fase gebracht, die hem anders doet kijken, niet alleen naar de toekomst, maar ook naar zijn eigen verleden:
Het sterven van Gerda roept het ingesloten sterven van vader op, het besef van het alleen-zijn van mijn moeder. Ook mijn eigen naderende einde.
Het jongetje gaat hard met zijn slee van de Koningsberg af, met de slee die een boodschap van zijn vader meegekregen heeft. Hij geniet van de snelheid: 'ik ga ineens zo hard, daarginds het schijnsel, ik verlang naar huis, thuis wordt op mij gewacht...'
Zo gaat het ook met de ik-figuur. Hij beseft dat hij de berg af gaat, maar tegelijkertijd is er het besef dat er thuis op hem gewacht wordt. Niet dat hij er bijna geweest is, maar dat hij er bijna is.
Charmant
Nachtnotitie is een charmant boekje, waarin Siebelink de maskers van romanpersonages laat vallen en direct over zijn eigen leven schrijft. Alle thema's in zijn werk zijn de thema's van zijn leven en ze komen nog een keer langs. Aan de ene kant is het peinzen in de nacht een vrij losse manier van ordenen, omdat gedachten nu eenmaal alle kanten heen gaan, aan de andere kant zit er ook duidelijk lijn in het boek door het herhalen van de sleetocht de heuvel af.
De slotzin van het boek ('Deze nanacht heb ik mezelf gered') kwam voor mij nog wel een beetje uit de lucht zetten en ik vind hem ook wel een beetje zwaar aangezet, maar dat geeft niet. Het is mooi om te zien dat Siebelink met het bekende nog steeds iets nieuws kan doen, dat toch weer iets toevoegt aan wat we al weten.
Eerder schreef ik over:
Geen opmerkingen:
Een reactie posten