woensdag 18 maart 2020

Als je verdwaalt (Marianne Witvliet)


Als je verdwaalt is de nieuwe roman van Marianne Witvliet, een schrijfster uit de christelijke hoek. Op een van de flappen van deze roman lees ik dat haar boek Gebroken wit (2003) een bestseller werd en dat Kind van het water (2008) enkele malen herdrukt is en genomineerd werd voor een prijs. In 2004 was Enkele reis Aix het christelijke Actieboek in de Boekenweek.

Ik herinner me dat het Christelijk Literair Overleg ooit een lijst gemaakt heeft met vijftien aanbevolen romans waarin Kind van het water was opgenomen. De site van die organisatie slaapt echter al een tijd en misschien is dat wel met het hele CLO het geval.

Aan Kind van het water heb ik geen goede herinneringen: ik vond het boek onder de maat. Maar intussen zijn we meer dan tien jaar verder en elke auteur verdient een nieuwe kans. Helaas heb ik ook aan Als je verdwaald bent niet zo heel veel plezier kunnen beleven.

Het Zuyderhuis

Het verhaal is vrij simpel verteld: de jonge vrouw Jip is net, samen met haar moeder, verhuisd naar een deel van een boerderij, die ooit bij een landgoed heeft behoord. Aan de andere kant van de scheidingssloot begint het park van het landgoed, met daarop Het Zuyderhuis, waarin de oude dame Beatrijs woont. In het huis woont ook nog een student, Juda. Het koetshuis wordt bewoond door het bejaarde echtpaar Bé en Annetje.

Verder is er nog een architect in het spel, Pierre Murant, die later in het koetshuis zal gaan wonen. Bé en Annetje gaan dan naar een aanleunwoning.

Rouw

Jips vader is ruim een half jaar daarvoor overleden en ze rouwt om hem. Op de school waar ze als docent tekenen begonnen is, probeert ze zich staande te houden, maar ze moet nog een beetje uitzoeken hoe dat moet. En dan moet ze ook nog haar hondje Brush onder commando zien te krijgen.

Dit soort problemen laat zien dat Jip nog veel dingen in haar leven niet onder controle heeft. Juist daarbij mist ze haar vader. Haar moeder, Karli, heeft een bijzondere houding tegenover haar dochter. Aan de ene kant laat ze haar vaak alleen, omdat Karli voor haar beroep (redacteur bij een tijdschrift over eten) soms langere tijd weg is. Aan de andere kant behandelt ze Jip als een klein kind: Karli regelt wel even dat Jip bij buurvrouw Beatrijs gaat eten als zij weg is en als ze niet op tijd thuis kan zijn, staat er altijd eten voor haar dochter in de koelkast. Blijkbaar komt het niet in haar op dat Jip voor zichzelf zou kunnen zorgen.

Weinig gebeurtenissen

We beleven het verhaal vanuit Jip en we leven dus ook met haar mee. Veel maakt Jip niet mee; in het boek komen nauwelijks gebeurtenissen voor: er wordt gepraat en gepraat en gepraat. Of gedacht. En die gedachten worden dan ook zo'n beetje allemaal expliciet gemaakt, opdat de lezer zelf maar niets hoeft te doen. Om de gedachten af en toe de vorm van een (eenzijdig) gesprek te geven gaat Jip ook enkele keren op bezoek bij de schapen, om een verhaal tegen hen af te steken.

Als Jip werkelijk tot daden overgaat, zijn we al zo ongeveer 250 bladzijden op gang en dat is nogal laat. Het moment van handeling is trouwens vrij kort. Daarna zijn er weer gesprekken en zijn de enige gebeurtenissen de verplaatsingen: soms moet je naar iemand toe om hem of haar iets te kunnen vertellen.

Kleine wereld

Het wereldje van Jip is klein: de buren, de dieren, de natuur. En natuurlijk haar school, maar dat stelt niet veel voor. Het lijkt erop dat Jip maar aan een enkele klas (een brugklas) lesgeeft en in die klas worden maar een stuk of vier leerlingen genoemd. Collega's lijkt ze niet te hebben, hoe het gebouw eruitziet weten we niet. Er is alleen het lokaal met daarin natuurlijk weer gesprekken. Alleen in het begin komt eventjes de directeur voor.

Je ziet wel dat de verschillende onderdelen van Jips kleine wereldje thematisch met elkaar verwant zijn, maar het blijven tegelijkertijd aparte wereldjes, alsof ze een voor een in het boek gemonteerd zijn. Tegen de schapen praat Jip enkele keren over de bijbelfiguur Job. Ze is het bijbelboek aan het lezen, zegt ze tegen de schapen en bij het laatste gesprek heeft ze het boek uit. Maar nooit wordt er verteld dat ze ook daadwerkelijk leest. Job, die alles verloor, is een spiegelfiguur voor Jip, die haar vader en daarmee haar stabiliteit verloren heeft.

Aantal dagen

Hoe belangrijk haar vader voor haar geweest is, blijkt uit het begin van sommige hoofdstukken, waar precies is aangegeven hoeveel dagen het geleden is dat haar vader is omgekomen. Ook dat lijkt weer iets dat erin gemonteerd is en geen verband houdt met het verhaal. Je zou denken dat Jip heel erg bezig is met het aantal dagen dat het geleden is dat haar vader haar ontviel, maar dat merken we niet. Wel dat ze hem mist natuurlijk, maar niet dat ze zo bezig is met het aantal dagen.

Bovendien klopt de aanduiding niet altijd. Boven de tekst van hoofdstuk 1 staat 'Vroege lente, 168 nachten later.' Maar een bladzijde verder blijkt het mei te zijn, wat bepaald geen vroege lente is. Er klopt meer niet, meteen in het begin. Het heeft drie dagen geregend, maar de sloot tussen het huis van Karli en Jip en het landgoed is droog. Jip zit helemaal onder de blubber omdat het zo nat is, maar de tuinpaadjes waarop ze loopt zijn keurig geharkt ('waterpas geharkte streepjes'). Zelfs na drie dagen regen?

Al gauw krijgt Jip van Bé dieprode tomaten uit de tuin. Mei is wel erg vroeg voor rijpe tomaten. Het graf van haar vader ligt aan de voet van een oude, rode beuk en dat zal wel erg lastig graven geweest zijn voor de grafdelver. Bé heeft kortgeknipt haar, maar er komen wel witte plukken haar onder zijn pet uit. Jip heeft in 2008 al zin om 'het klimaatprobleem' aan te pakken. Dat is opmerkelijk. Zeker voor iemand die er verder geen blijk van geeft interesse te hebben in dingen die haar wereldje overstijgen. Je vraagt je af of het allemaal wel goed doordacht is.

Stijl

Dit soort dingen zou je nog smetjes kunnen noemen die een redacteur eigenlijk weg had moeten poetsen. Maar van de stijl moet Als je verdwaalt het ook niet hebben. Ik doel dan niet in de eerste plaats op zinnen die niet helemaal kloppen, zoals 'Ik slaap al bijna als ik wakker word (...)' en 'Op de sterfdatum van papa leest Juda in de vroege ochtend de laatste vijf hoofdstukken uit De Etruskische glimlach aan me voor, om me dicht bij mijn vader te kunnen voelen.' (Waarom zou Juda Jip dicht bij haar vader willen voelen?) en op een stekende pijn 'die in mijn buik begint en in mijn maag blijft zeuren.' Dat is nog steeds in de buik.

Het is bovendien het toontje waarop Jip praat en denkt. Bedoeld als gevat, denk ik, maar vaak klinkend als aanstellerig. Er zijn maar weinig dialogen die natuurlijk aandoen.

Dat aanstellerige geldt ook voor de beeldspraak. Er zijn veel beelden, maar meestal voegen die niets toe. Een beeld dat Beatrijs gebruikt: 'met een onderhuidse agressie die voortdurend als een aswolk om hem heen hing.' En soms zijn de beelden ronduit belachelijk: 'Ik hoor hoe de toon waarop ik het zeg, klinkt alsof ik deze zomer word verbannen naar een strafkamp in Siberië waar het ook in juli min twintig is.' Niet de toon die Jip heeft willen karakteriseren blijft je bij, maar de doorgeschoten vergelijking. En natuurlijk de feitelijke onjuistheid wat betreft de temperatuur.

Clichés

En dan zijn er de clichés: iemand kijkt met een veelbetekenende blik, een keel schroeft zich dicht, er wordt een gevecht tegen tranen gevoerd, er lopen tranen over wangen, iemand verdrinkt in tranen. Het is wel erg dik hout waarvan planken gezaagd worden.

Die clichés zijn er ook inhoudelijk. De eerste ontmoeting tussen Jip en Juda verloopt wat stroefjes. En hoe eindigt het tussen hen? Precies. Jip heeft vanaf het begin een vervelend gevoel bij Pierre Murant en wie is er uiteindelijk de kwaaie pier? Je kunt het voorspellen. Witvliet houdt van duidelijkheid: vader is een held, zonder het minste smetje, Murant is een schurk.

Te veel uitleg

Het principe 'show, don't tell' is geen wet van Meden en Perzen, maar Witvliet slaat helemaal door naar de andere kant en heeft blijkbaar besloten om vooral wel uit te leggen. Bij alles (Alles? Ja, alles.) wordt duiding gegeven. Enkele voorbeelden: 'Ik ga op een tafeltje zitten om duidelijk te maken dat ik alle tijd heb.' 'Ik ga voor hem staan en voel rillingen door mijn lijf gaan, een mengeling van verontwaardiging en verdriet.' 'Ik betrap mezelf op een kille, snel opkomende woede, vermengd met een vlijmscherpe pijn.'

Het is me allemaal te veel, te nadrukkelijk. Bé draagt op een begrafenis een donkergrijs pak. 'Het is verleidelijk om te denken dat het zijn trouwpak is'. Dat zou genoeg geweest zijn, maar Witvliet schrijft erachteraan: 'dat hij droeg op de dag dat hij zijn vrouw beloofde trouw te zijn tot de dood hen zou scheiden.' Iedereen weet al op welke dag iemand een trouwpak draagt.

Nog een voorbeeld. 'Ik kijk naar een kevertje dat minutenlang moeizaam langs een grasspriet omhoogklimt en vanaf de top alsnog naar beneden stort.' Geen onaardig beeld, maar het werkt alleen als je het niet uitlegt. Dat doet Witvliet juist wel: 'en het is net of ik naar mezelf kijk.' Te veel. Het effect is weg. Maar de auteur vindt het nog niet genoeg en gaat ook de uitleg nog uitleggen: 'Ooit klom ik blindelings omhoog, was ik tot alles in staat, zou ik vanaf de top het leven in springen. Ik zou, ik zou, en ik viel.'

Niet prekerig

Sommige delen van Als je verdwaalt lezen nog wel aardig, maar ik heb me wel vaak door passages heen moeten worstelen. Positief vind ik dat het geen prekerig boek is geworden. God is aanwezig in de gedachten van Jip en ze zegt dat ze het boek Job leest, maar we krijgen geen expliciete moraal mee. Dat gelukkig niet.

Binnen de christelijke romans heeft de nieuwe Witvliet misschien nog wel iets eigens, ook door het bakvissentoontje van Jip (dat mij niet zo aanstaat) en er zal vast wel publiek voor zijn. Een boekhandelaar prijst het op de achterflap aan: 'Marianne is back!' Die ziet er blijkbaar handel in. Voor mij lijkt het boek niet bedoeld.

Marianne Witvliet, Als je verdwaalt. Uitgeverij Mozaïek, Utrecht 2020; 272 blz. € 20,99

3 opmerkingen:

  1. ps: Je zult het vast veranderen, maar voor nu: jammer van die taalfout in je recensie. Het is "Als je verdwaalt", niet "Als je verdwaald"

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Geen taalfout, maar wel een vergissing. Ik tikte als titel Als je verdwaald bent.

      Verwijderen