dinsdag 19 januari 2021

Metro 2033 (Dmitry Glukhovsky / Peter Nuyten) Deel 1: Daar waar de wereld ophoudt


Intussen zijn er zo veel films en strips die zich 'post-apocalyptisch' noemen, dat we er automatisch beelden bij krijgen: een wereld die door een ramp verwoest is en een groepje overlevers dat zich moet zien te redden. We zien desolate landschappen, autowrakken, vernielde gebouwen.

Het genre heeft blijkbaar iets aantrekkelijks. Aan de ene kant wordt er inventiviteit gevraagd om je met beperkte middelen te kunnen redden en aan de andere kant bestaat de mogelijkheid om samen iets nieuws op te bouwen, nu de oude structuren niet meer bestaan. Ook speelt de gedachte dat in tijden van extreme spanning de ware aard van de mens bovenkomt. Zal de mens vechten voor lijfsbehoud, ook als het ten koste van anderen gaat? Of blijkt de mens juist ruimhartig en opofferingsgezind te zijn?

Roman

Dmitry Glukhovsky schreef al op jonge leeftijd de roman Metro 2033, maar vond geen uitgever die erin geïnteresseerd was. Pas nadat de roman op internet bekend werd, werd het boek in 2005 gepubliceerd, waarna het zijn weg naar een groter publiek vond. Er verschenen twee vervolgdelen en ook de gamewereld bleek interesse te hebben. Nu is het boek verstript. Het tekenwerk is van Peter Nuyten, die ook het scenario schreef op basis van de roman. Bij uitgeverij Arboris verscheen deel 1: Daar waar de wereld ophoudt. 

Ook in deze roman leven we in de tijd na de verwoesting. We schrijven 2033. Op aarde heeft een atoomoorlog gewoed, zodat er bovengronds niet te leven is. Onder Moskou houden mensen zich staande in metrostations, verbonden door een netwerk van metrolijnen. De mensen zijn verdeeld in verschillende groepen die bondgenootschappen sluiten en elkaar bestrijden. Er is ondergronds een nieuwe samenleving ontstaan. Behalve andere groepen mensen zijn er meer bedreigingen: grote ratten en verwilderde, gemuteerde wezens. 

Artjom

De jongeman Artjom Soechoj is de hoofdpersoon. Zijn oom is stationshoofd van Volksvlijt, dus Artjom ziet van dichtbij hoe de samenleving waarin hij opgegroeid is bestuurd wordt. Hij komt in contact met Hunter, die een belangrijke missie heeft. Hij vraagt van Artjom om zijn back-up te zijn: als hij niet terugkomt, moet Artjom de missie volbrengen. Daarvoor zal hij wel moeten reizen naar een ander station, Polis, met alle gevaren van dien. Artjom neemt de opdracht aan en moet die dan ook daadwerkelijk uitvoeren. 

Artjom is niet alleen een geharde strijder, hij is ook een getormenteerd figuur, die van tijd tot tijd geplaagd wordt door nachtmerries. Niet alleen maakt hem dat menselijk en misschien zelfs kwetsbaar, maar in het scenario is dat ook de gelegenheid om iets te vertellen van het verleden. Hoe meer de lezer weet van Artjom, hoe gemakkelijker hij zal meeleven. 

Het is het gemakkelijkst als je als lezer meegaat in het verhaal en de wereld accepteert waarin de gebeurtenissen zich afspelen. Wel heb ik de neiging om vragen te stellen over praktische zaken. Hoe is de voedselverstrekking in deze wereld? De stations waren al voor de verwoesting ingericht als schuilkelders, maar voor hoe lang is er eigenlijk eten? Worden er gewassen geteeld ondergronds en hoe dan? De enige verwijzing daarnaar gaat over het telen van paddestoelen en ik kan me voorstellen dat dat ondergronds kan.

De mensen zitten vrij goed in hun kleding, er zijn wapens en er zal ook brandstof zijn voor de voertuigen. Er wordt zelfs gerookt. Is er een tabaksindustrie? Het zijn vragen die naar boven komen, bij mij althans, maar waar nog niet het begin van een antwoord op gegeven wordt. Maar goed, laten we aannemen dat dat allemaal geregeld is en de situatie accepteren zoals die ons voorgesteld wordt. 

Queeste

De tocht verloopt volgens de wetten van de queeste: er doemen onderweg problemen op die overwonnen moeten worden. En of zo'n missie slaagt is natuurlijk lang niet zeker. Ook Hunter heeft het, ondanks zijn ervaring, niet gered. Omdat er een overkoepelende spanningsboog is (Lukt de missie?), heeft het verhaal richting: je houdt het einddoel in het oog en elke gebeurtenis brengt je iets dichter bij dat doel. Dat leest prettig. Aan het eind van dit eerste deel legt Artjom contact met een jonge vrouw, Michaela, wat ongetwijfeld gevolgen zal hebben voor het volgende deel. Dat maakt nieuwsgierig. 

Wel is er aardig wat tekst. Ik heb het idee dat daar nog wel wat in gekapt had kunnen worden. Wellicht heeft Nuyten daarvoor net iets te veel respect voor de roman gehad. Verschillende dialogen hadden aan snelheid kunnen winnen als ze tot de kern waren teruggebracht. Ook had de tekst op sommige plaatsen wat soberder gekund qua verwoording. Ik denk aan zinnen als: 

Het waren smerige, dodelijke, monsterlijke ratten, die recht uit de darmen van de duivel leken te komen: duistere tunnels waarvan niemand kon geloven dat die ooit door mensenhanden waren gemaakt.

Een ronkend begin met drie bijvoeglijke naamwoorden en die darmen van de duivel zijn net zo bombastisch. En waarom zou iemand niet willen geloven dat metrotunnels door mensenhanden zijn gemaakt? Ik heb het idee dat de tekst indruk probeert te maken, de stemming probeert te beïnvloeden. Maar dat moet in de eerste plaats van het goede verhaal komen en niet door een verteller die roept dat het zo smerig, zo monsterlijk, zo duivels is. Ik kan mij vergissen, maar ik krijg door dit soort passages het idee dat de roman van Glukhovsky het meer moet hebben van de wereld die opgeroepen wordt dan van de stijl. 

Tekenwerk

Het tekenwerk van Nuyten is overigens in orde: de ongepolijste wereld waarin het verhaal zich afspeelt wordt goed opgeroepen. De grauwheid van die wereld wordt ook zichtbaar in de inkleuring. Die is passend, maar na heel veel bruin en grijs/blauw (en af en toe een klein beetje rood van het bloed) verlang je wel naar wat kleuren die oplichten. 

Metro 2033 heeft wel iets eigens, doordat het zich onder Moskou afspeelt en doordat er nagedacht is over het grote concept achter de wereld waarin de personages leven: welke groepen zijn er, hoe liggen de verhoudingen, waar zijn de dreigingen? Daardoor krijg je niet alleen een beeld van de wereld rond Volksvlijt, maar ook van verder weg. Er is een zekere stabiliteit in het station, maar die stabiliteit is kwetsbaar. De mogelijkheid van een verstoring, die ook de ondergang kan betekenen, zorgt voor intensiteit. 

Misschien had er met een iets strakker scenario net iets meer in gezeten, maar liefhebbers van het genre zullen gemakkelijk meegaan met het verhaal en dan is er genoeg te beleven. 

Dossier

Achterin is er een dossiertje opgenomen, waarin uitgelegd wordt wat de weg is geweest van roman tot strip. Die bladzijden worden verlucht met potloodtekeningen van Peter Nuyten, die goed laten zien hoe hij werkt. Zo brengt hij met arceringen behoorlijk wat schaduwen aan, waardoor er weinig wit overblijft. 

Enkele van die tekeningen zijn uitgewerkt in kleur, zodat je kunt zien hoe ze eruitzien als ze helemaal af zijn. Daar zitten een paar mooie staaltjes van tekenkunst bij. Als je het album uit hebt, kun je nog een hele tijd naar die tekeningen kijken.

Ook de cover is zo'n goed uitgewerkte tekening: je ziet Artjom in zijn eentje, met achter hem de duisternis, met twee dreigende ogen. Je vraagt je af of hij het in zijn eentje zal redden. 

De serie Metro 2033 zal in ieder geval uit vier delen bestaan. Uit de volgende delen zal duidelijk worden hoe het Artjom (en Michaela?) vergaat. 

Serie: Metro 2033
Deel 1: Daar waar de wereld ophoudt
Scenario en tekeningen: Peter Nuyten, op basis van een roman van Dmitry Glukhovsky
Uitgever: Arboris
z.pl. 2020; 64 blz. € 9,95 (softcover)


vrijdag 15 januari 2021

Podcast: Onland, De laatste dagen van John Lennon

 


Onland

Er zijn veel podcasts die op elkaar lijken qua vorm. De vorm die mij het minst aanstaat is: een paar mensen (vaak mannen) gaan bij elkaar zitten en kletsen ergens over. Bij veel van die podcasts ben ik al snel afgehaakt (Man, man man, de Zelfspodcast, Teun en Gijs vertellen alles). 

Er zijn ook heel veel podcasts die te maken hebben met een werkelijk gebeurde misdaad. Vaak proberen de podcastmakers erachter te komen hoe de toedracht geweest is. Eerder besprak ik aardig wat podcasts van deze soort. Een greep: De Kofferbakmoord, Moord op het Oosterveld, Daders, Kwaad bloed. Sommige makers hebben wel een eigen insteek: bij Kwaad bloed wordt het verhaal ook gedramatiseerd. 

Met een podcast die techttoe rechtaan een misdaad reconstrueert is overigens niets mis, maar het is mooi als de maker iets eigens mee kan geven. Op dit moment verschijnen er afleveringen van de podcast Onland. Het buurmeisje van Joost Engelberts, Rinie Wielheesen, 12 jaar oud, werd verkracht en vermoord. Het is al decennia geleden. 

Wroeten

Het leven gaat door en nu, na zoveel jaren, vraagt Engelberts zich af hoe dat precies zat. Dat niet alleen, overigens. Hij wil ook weten wat dat gedaan heeft met de dorpsgemeenschap. Ook vraagt hij zich af of het eigenlijk wel mag, wroeten in een persoonlijk drama. Zijn de naast betrokkenen eigenlijk wel gebaat bij het oprakelen van het gruwelijke dat er vroeger gebeurd is. 

Engelberts heeft er een gedegen onderzoek van gemaakt. Daarbij stuit hij op nogal wat dingen: een tweede moord, kindermisbruik door kloosterlingen, mensen die ten onrechte aangezien werden voor een dader. Hij moet heel wat moeite doen om het politiedossier boven water te krijgen en dan blijkt het bovendien niet compleet te zijn. 

Onland is een goede podcast geworden: prettige ondersteuning van de tekst (door geluiden en muziek) en de gesprekken zijn ook echte gesprekken, zodat je het idee hebt dat je erbij bent als Engelberts aan de keukentafel mensen vraagt naar hun ervaringen en herinneringen. 

Zwaar aangezet

In de verbindende teksten zet hij zaken soms onnodig zwaar aan. Omdat de inhoud al zwaar genoeg is, is dat onnodig. Terughoudender teksten hadden net zo goed gewerkt. Een voorbeeld: mensen met de namen Bennie en Jan worden ten onrechte vastgehouden (niet tegelijkertijd). De tweede overkomt hetzelfde als het eerste, maar met 'het grote verschil', zegt Engelberts dat het niet om dezelfde persoon gaat. Tja. De aanduiding 'het verschil' had volstaan.

Ook heeft Engelberts de neiging om te zeggen dat hij iets gaat vragen voordat hij een vraag gaat stellen: 'Dan heb ik nog een domme vraag', 'Ik heb nog één vraag'. In een aflevering kwam ik zoiets zelfs drie keer tegen. 

Het verschil tussen deze podcast en soortgelijke podcasts is de persoonlijke betrokkenheid van de maker. Hij maakte deel uit van de gemeenschap waarin het gebeurde. Degenen die Rinie van dichtbij hebben meegemaakt, kent hij. Hij weet waarover zijn gesprekspartners het hebben. Die gemeenschap zit nog steeds ergens in hem en op het moment dat hij teruggaat in de tijd, is hij ook weer terug in zijn eigen jeugd. 

Hoeveel afleveringen er nog volgen, weet ik niet. In ieder geval kijk ik uit naar deel 5. De eerste vier vind je hier.


De laatste dagen van John Lennon

Er is een cartoon van een bejaardenhuis waarin oude mannen tegen elkaar schreeuwen: 'Beatles!' 'Stones!' Blijkbaar zijn de fans verdeeld in twee groepen en kun je niet voor allebei zijn. Ik denk dat ik nog net te jong was voor de keuze. In ieder geval heb ik die nooit gemaakt. 

De makers van de podcast De laatste dagen van John Lennon hebben in ieder geval hun keuze gemaakt. Als het gaat om een wat minder album van John Lennon merkt iemand op dat het in ieder geval niet zo slecht is als wat de Stones op dat moment maken. 

Makers

Die makers zijn: Jan-Cees ter Brugge (spreek uit: Jan-Kees), Wibo Dijksma en Michiel Tjepkema. Ze maken ook de Fab4cast, over The Beatles. Die heb ik nooit gehoord. Intussen zijn er meer dan honderdvijftig afleveringen van. Verder werkt Anne Hurenkamp mee. 

De laatste dagen van John Lennon lijkt te gaan over de dagen voordat John Lennon werd vermoord, in 1980. Dat klopt niet helemaal. Weliswaar gaat het wel over die tijd, maar heel vaak wordt er teruggegrepen op wat veel eerder gebeurde. Dat is overigens alleen maar prettig. 

Eigenlijk weet ik niet zo heel veel van de leden van The Beatles. Paul McCartney is nog steeds actief, van Ringo Starr en George Harrison ken ik nog een paar nummers die ze solo hebben gemaakt en ik had ooit een leerling die vond dat Harrisson de meest getalenteerde Beatle was, een opvatting die je niet zo vaak hoort. Wij hadden vroeger een LP van John Lennon, maar ik weet niet meer of die van mijn broer of van mij was. En de muziek herinner ik me al helemaal niet meer. Het muzikale leven van John Lennon na The Beatles is mij een beetje ontgaan. Daar kan ik nu alsnog kennis van nemen.

Iets meer afstand graag

Naar de podcast heb ik dan ook met interesse geluisterd, al denk ik dat iemand die meer ingeleid is in The Beatles er wel iets meer uit haalt. De makers zijn wel duidelijk fans. Dat geeft niet, maar soms zou meer afstand ook welkom zijn. Lennon kan weinig fout doen. Bij de podcast over Bob Dylan (Bobcast) zijn de makers ook enthousiast, maar ik heb het idee dat daar toch wat meer ruimte is voor nuance. 

Verder is het alleen maar prettig dat je aan de hand wordt genomen door mensen die enthousiast zijn. Soms miste ik een verwijzing door mijn gebrek aan voorkennis. Dat is onhandig, maar er bleef genoeg over om door te luisteren. Tussendoor zijn er steeds geluidsfragmenten en dat is heerlijk, omdat je het idee hebt dat je bij die situatie aanwezig bent. Ook hoor je stukjes van nummers van John Lennon (en soms van The Beatles of van Yoko Ono) en die hadden van mij wel wat langer mogen zijn. 

Wie er aan het woord is, is niet zo goed uit te maken. Ik heb geen beeld bij de namen en ik hoor wel dat er enig verschil tussen de stemmen zit, maar ik weet niet welke stem bij welke naam hoort. 

Voor fans van The Beatles is deze podcast natuurlijk een must, maar ook voor mensen die verder van John Lennon of The Beatles af staan, is er veel leuks te horen. Er zijn zes afleveringen (zie hier) waarvan ik er vier beluisterd heb, in twee blokjes van twee. De laatste twee staan klaar en die ga ik zeker nog tot mij nemen. 

woensdag 13 januari 2021

Het werkstuk (Simon van der Geest)


In mijn kennis van de kinder- en jeugdliteratuur zitten grote gaten. Vroeger heb ik, niet alleen als kind, maar ook als docent, veel jeugdboeken gelezen, vooral in de tijd dat ik de scepter zwaaide over de schoolbibliotheek van de mavo waaraan ik verbonden was. Ook later, toen ik nog geregeld onderbouwklassen onder mijn gehoor had, las ik met enige regelmaat jeugdliteratuur. Maar daar is de klad in gekomen. 

De laatste jaren probeer ik mezelf weer wat bij te spijkeren. Ik loop af en toe naar een kinderboekenwinkel en ik volg de Grote Vriendelijke Podcast en dat resulteert soms ook in aankopen. In de laatste Kinderboekenweek kocht ik Het werkstuk van Simon van der Geest. Het boek heeft dit jaar een Zilveren Griffel gekregen. 

Van Van der Geest had ik nog niet gehoord, wat verwijtbaar is. De man heeft in 2013 de Gouden Griffel gekregen voor Spinder (2012) en daar zal toch publiciteit over geweest zijn. Het is me ontgaan of ik heb het wel gemerkt, maar niet onthouden. Het boek heeft dat jaar ook de Jan Wolkers gekreegen. Voor Dissus (2011) had Van der Geest ook al een Gouden Griffel ontvingen en het geschenk voor de Kinderboekenweek in 2015, Per ongeluk! was van zijn hand. Allemaal niet gezien. Blijkbaar was ik met andere dingen bezig. 

Jungle

De ondertitel van Het werkstuk luidt: of hoe ik verdween in de jungle. Dat laatste moeten we in ieder geval letterlijk nemen. Het eerste deel van het boek gaat over Eva die een werkstuk moet maken. Ze kiest voor het onderwerp 'biologische vaders' omdat ze haar biologische vader niet kent. Moeder wil niets over hem vertellen. 

In het tweede deel gaat ze, met een filmploeg, op zoek naar haar vader, die zich in het binnenland van Suriname moet bevinden. Ze heeft slechts kleine aanwijzingen, maar daar laat ze zich niet door afschrikken. Ze gaat op expeditie en daarbij laat ze zelfs de filmploeg achter. Ze krijgt steun van het thuisfront: haar moeder (die vooral heel ongerust is) en haar vriendje Luuk, die zo dichtbij staat dat hij eigenlijk meer is dan een vriendje. Maar het contact is moeizaam. Zoveel wifi is er immers niet in de jungle. Uiteindelijk gaat het erom of ze haar vader zal vinden en als dat zo is, of dat dan iets goeds is. 

Avontuur

Van der Geest houdt duidelijk van avontuur. Waar mogelijk brengt hij actie in het boek. Ook in het eerste deel, als Eva nog in Nederland is. Er komen wat spanningen tussen haar en Luuk, omdat Eva wel wat gecharmeerd is van een andere jongen en als Eva weet dat er nog ergens een cassettebandje moet zijn van haar vader gaat ze op onderzoek uit in de studio van haar moeder (die zangeres is), die voor haar verboden terrein is, en in het huis van haar opa. In Suriname is er eigenlijk alleen maar avontuur. 

Zo'n avonturenverhaal kan ook iets plats krijgen: een aaneenrijging van spannende gebeurtenissen uitlopend op een plot en dat is het dan. Gelukkig stopt Van der Geest er een grote dosis psychologie in: Eva heeft in haar fantasieën een beeld van haar vader gemaakt, dat waarschijnlijk niet klopt met de werkelijkheid. Wat zal het voor haar betekenen als ze hem vindt? En welke rol speelt haar moeder hierbij?

Onderweg krijgt ze contact met Palu, een jongen die ze heel sympathiek vindt, maar met wie het ook botst, omdat hij heel andere opvattingen heeft over bijvoorbeeld het omgaan met dieren. Ook binnen de filmploeg is er een zekere reflectie: misschien zijn er dingen die belangrijker zijn dan het tv-programma en misschien hoeft er niet altijd gefilmd te worden. 

Afwisseling

Van der Geest heeft met Het werkstuk een spannend boek geschreven, dat ook nog ergens over gaat. In de vorm is afwisseling aangebracht. In het eerste deel door de stukken van de werkstukken van Eva en Luuk (over komodovaranen) en de briefjes van juf, in het tweede deel door de mailtjes die Eva schrijft aan Luuk, maar die ze niet altijd kan versturen, en door het slot van haar werkstuk. 

En passant komen cultuurverschillen aan de orde, zonder dat het gaat over problemen en dat is ook wel eens prettig. Ik had wel mijn bedenkingen bij de waarde die Eva toekent aan haar elfde teen. Daaraan zou ze kunnen merken of iemand liegt. Daarbij moest ik denken aan Truth or dare van Wieke van Oordt. Aan het eind van het boek wordt die detecterende kracht van de teen gerelativeerd. 

De verhaallijn met David, de jongen van wie Eva even gecharmeerd was, wordt niet afgerond in dit boek, wat betekent dat die passage geheel in dienst staat van het beschrijven van wat er aan de hand is tussen Eva en Luuk. Toch miste ik een kleine verwijzing daarnaar. 

Het werkstuk is geïllustreerd door Karst-Janneke Rogaar. In de tekeningen in het werkstuk weet ze goed de manier van tekenen te imiteren die past bij iemand van Eva's leeftijd (12 jaar). Wat ik van haar andere tekeningen vind, weet ik niet zo goed. Ze hebben iets lichts, wat wel past bij het boek. Soms pakt ze uit met tekeningen die een hele bladzijde beslaan of zelfs een spread, over twee bladzijden dus. Dat zijn rijke tekeningen, met veel details. Soms hik ik een beetje tegen de stijl aan, die ik dan net te houterig vind. Dat zal wel komen doordat ik veel strips lees, waarbij de plaatjes ook de actie moeten weergeven. Dat hoeft in een jeugdroman natuurlijk niet. Al met al dragen de tekeningen zeker bij tot de sfeer in het boek. 


zaterdag 9 januari 2021

De man die geen saxofoon mocht spelen (Thé Tjong-Khing e.a.)

Bij het laatst verschenen nummer van de Stripglossy zat een extraatje voor de abonnee: het album De man die geen saxofoon mocht spelen. 

De schrijfster Lilian Blom was ooit bezig aan een roman, maar die werd nooit voltooid. Er zijn nog twee hoofdstukken van over, die je ook als een verhaal kunt lezen. Dat verhaal was de basis. Thé Tjong-Khing nam contact op met vier andere tekenaars en stelde voor om het verhaal te verstrippen. De tekenaars waren helemaal vrij. Het verhaal was de basis, maar verder mocht ieder ermee doen wat hij wilde. 

Vijf strips

Zo geschiedde. Die vijf strips, plus het verhaal zijn uitgebracht in een apart album: De man die geen saxofoon mocht spelen. Het deed me een beetje denken aan de verstrippingvan 'Het grote gebeuren' van Belcampo. Daar tekenden verschillende tekenaars allemaal een stukje van het verhaal. 

Khing geeft zelf het goede voorbeeld, door het verhaal niet te volgen, maar wel de plot te handhaven. Ook Ibrahim R. Ineke vertelt niet het verhaal na, wat van hem overigens ook te verwachten is. 

Marloes de Vries
De andere drie Aimée de Jongh (altijd goed als je haar binnen je project kunt halen), Juliette de Wit en Marloes de Vries blijven dichter bij het verhaal. Natuurlijk zijn er hier en daar wel afwijkingen. De altsax uit het verhaal wordt soms getekend als een tenorsax, bijvoorbeeld, en er moest vooral veel worden weggelaten. 

Volgorde

Ik koos ervoor om eerst de strips te lezen en misschien is dat wel een handige volgorde. Als je eerst het verhaal leest, weet je al wat de tekenaars hebben weggelaten en als je daarna de strips leest, zit je nog steeds met die weggelaten informatie in je hoofd. 

Over het verhaal wil ik verder niet al te veel zeggen. Het gaat over een saxofonist die een relatie achter de rug heeft die in het begin heel goed was, maar het meisje/de vrouw kreeg steeds meer weerzin tegen de saxofoon, wat die relatie natuurlijk geen goed deed. 

Nu bevindt de man zich op een cruiseschip en vertelt het verhaal tegen een oude vrouw. Te oordelen naar de strips dacht ik dat het verhaal van Blom een nogal eenduidige plot had, maar na het lezen van het verhaal valt me dat nogal mee. Je kunt met de slotzin nog verschillende kanten op. 

Juliette de Wit

Tweede versie?

Eigenlijk zou ik van het verhaal van Blom wel twee versies willen zien. Ik kan me voorstellen dat ze na het lezen van de strips het verhaal opnieuw zou gaan schrijven. De strips laten zien dat het verhaal prima korter kan en dat er best wat geschrapt kan worden. 

Het is ook niet zo vreemd dat er nog wel wat geprutst kan worden aan het verhaal. Het was immers werk in uitvoering en er zou anders nog door een redacteur naar gekeken zijn, die ongetwijfeld met een rood potlood het een en ander aangestreept zou hebben. 

Mix

De mix van vrijheid nemen en zo goed mogelijk het verhaal volgen werkt goed. Iets meer durf om eigenzinnig te zijn was welkom geweest, maar misschien werkt de diversiteit wel beter dan wanneer iedereen van het verhaal weg gefladderd zou zijn, of als iedereen heel strak de tekst gevolgd had. Het laat ook zien hoe tekenaars met dezelfde basis tot heel verschillende strips kunnen komen. 

Aimée de Jongh
Het is mooi dat Khing, die intussen achter een vensterbank voor potplanten had kunnen zitten, de energie heeft om een dergelijk project te entameren. Het is mooi dat we nog steeds van zijn werk kunnen genieten. En het is ook mooi dat uitgeverij Personalia er iets in ziet en er album van uitbrengt. Dat album sluit qua vormgeving aan bij het de Stripglossy. 

Het omslag had misschien iets meer verdiend. Je ziet in de bovenste helft van elke tekenaar iets, maar doordat die tekeningen vrij donker in blauw zijn ingekleurd, vallen ze een beetje weg tegen de kleur in de onderste helft van het omslag. Maar goed, een gegeven paard, nietwaar? En ik vond het al heel erg leuk dat er een nieuwjaarsgeschenk met het tijdschrift mee kwam. 

Ibrahim R. Ineke

Thé Tjong-Khing

vrijdag 8 januari 2021

Podcast: Gothrecht, Drenthe Toen

Gothrecht

Over de podcast Gothrecht had ik veel goede dingen gehoord. Wel had ik bedenkingen vooraf. De maker is Pepijn Lanen en die had ik hard onderuit zien gaan bij 3PAK, het geschenk bij de Boekenweek voor jongeren. Lanen leverde daarvoor een ondermaats stripverhaal af. 

Gothrecht is een podcast waar aandacht aan besteed is. Speciaal hiervoor werden nummers geschreven, die passend zijn, die lekker in het gehoor liggen en die je ook nog bijblijven. Door het invoegen van liederen, maakt Gothrecht soms ook een musicalindruk. Verder is het spel van de acteurs goed en ook de geluiden die je moeten helpen om je mee te laten leven met wat er gebeurt en die je een indruk geven van de omgeving van de personages werken goed. 

Brinta

Het hoofdpersonage is Brinta, een jonge  goth-vrouw, die gaat werken in het Pierre Bokma Complex. De namen zijn een beetje flauw, al is die tweede bepaald niet toevallig gekozen. Georgina Verbaan speelt overigens Brinta en doet dat heel goed. 

Brinta is verliefd op Liya en wat hen verbindt is de koffie van de Japanse koffieautomaat. Maar op een dag is het apparaat verdwenen en Brinta gaat op onderzoek uit. Dat heeft een reeks moeilijk te voorziene gebeurtenissen tot gevolg.

Het verhaal stelt verder niet zo veel voor. Je hebt het idee dat het bij de podcast meer gaat om de verschillende momenten dan om de grote lijn. Ik hou meer van een wat steviger compositie, maar bij het luisteren heb ik me niet verveeld. Vormgeving en spel houden de podcast levendig.

Voice-over

Maar ik heb me wel geërgerd aan de voice-over van Lanen en dan niet aan de manier waarop die uitgesproken wordt, maar aan het taalgebruik. Ik wil best aannemen dat sommige 'fouten' expres gemaakt zijn, vanwege het effect. Een zin als '(...) komt Brinta van de Japanse koffieautomaat af en Liya naar beneden gerend' bevat een foutieve samentrekking, maar dat heeft door de onbeholpenheid ook nog iets grappigs. Datzelfde geldt voor 'geïntri- en geïrriteerd.' Maar de opstapeling van taalfouten ergerde mij vooral. Enkele voorbeelden:

wegens belastingtechnische redenen
Iedereen springt naarstig opzij
Ze forceert de deur open
...zucht het kopieerapparaat vergenoegzaam
uw wil heeft geschiede
die eerder Brinta wilde behoeden de managementafdeling te verlaten
het vuur laat ze niet ongeroerd
begint wild om zich heen te slaan om de vlammen te proberen te doven

Zoals gezegd: het is duidelijk dat er aandacht aan de podcast is besteed. Had er dan niet even een redacteur naar de tekst kunnen kijken? Even de fouten uit de tekst halen en je hebt gewoon een goede podcast. 



Drenthe Toen

Tijdens het snuffelen kom je soms onverwachte podcasts op het spoor. Waarschijnlijk ontdekte ik Drenthe Toen in de tijd dat ik een stukje voorbereidde over De Hilte 11, een podcast van RTV Drenthe.

Drenthe Toen gaat -de naam zegt het al- over de geschiedenis van Drenthe. We krijgen geen chronologisch beeld  van die geschiedenis, maar bij elke uitzending wordt er iets uitgelicht en daarbij zijn de onderwerpen divers: van de dierentuin in Emmen tot de moord(?) op een jachtopziener en van F.C.  Emmen tot luchthaven Eelde. Drentenaren met een Indië-achtergrond, Toegoenezen in Westerbork, de eerste TT, de gevangenis in Veenhuizen, smokkelen in het grensgebied - het komt allemaal langs. In iTunes zijn nu al ongeveer vijftig afleveringen te vinden en ongetwijfeld is dat bij andere podcastplatforms ook zo. 

Ik ben pas laat aangehaakt, maar ik heb daarna wel heel wat oudere uitzendingen alsnog beluisterd. Er is veel oorlog, wat niet zo verwonderlijk is. In Drenthe ligt immers het voormalig kamp Westerbork en in verband met 75 jaar bevrijding was er toch al veel belangstelling voor de oorlog. Afgezien daarvan: nu is er nog kans om de laatste ooggetuigen aan het woord te laten. 

Van al die uitzendingen heb ik zeer genoten. De vorm verschilt per uitzending. Soms is er iemand die vertelt en ondervraagd wordt, maar 'De moord bij Schoonloo' wordt gespeeld door verschillende personen, waardoor het een soort re-enactment wordt. Het is net geen hoorspel, maar je kunt je goed voorstellen hoe de rechtszaak indertijd verlopen is.

Voor Drenthe heb ik niet speciaal belangstelling, maar ik hou wel van geschiedenis en ook van smeuïge anekdotes en goede verhalen. Wat dat betreft kwam ik bij deze podcast aardig aan mijn trekken. 

De algemene geschiedenis, die we kennen uit de boekjes, krijgt pas een gezicht als die concreet wordt, in lokale geschiedenis. Waarschijnlijk dat daardoor juist de afleveringen van deze podcast mij goed bijblijven. 

donderdag 7 januari 2021

Stampede! (Peter de Wit)

De tijd vliegt. Het lijkt nog maar kort geleden dat ik het cowboystripje Stampede! las in Eppo en toch is dat al decennia geleden. De maker ervan, Peter de Wit zou later bekender worden met de strip Sigmund en er zullen ook mensen zijn die zich De familie Fortuin herinneren. Eerder schreef ik hier over Het lege nest.

Voor wie Stampede! nog niet kent, is er nu een mooie kans om die strip te leren kennen. Er is nu een dikke bundeling van gemaakt, aangevuld met De cowboys, zoals de strip later ging heten, waarbij onder aan de bladzijde steeds een strook is opgenomen van Kleine Hihahoeha, een indianenstrip. 

Zoals het hoort in zo'n heruitgave is er een dossiergedeelte, waarin Rudy Vrooman een leuk gesprek heeft met Peter de Wit, rijkelijk voorzien van illustraties. Daarvoor is er nog een inleidinkje van Willy Linthout, dat werkelijk niets toevoegt en beter achterwege gelaten had kunnen worden. 

De strip Stampede! kan nog steeds mee. Niet alles is leuk, maar er zitten genoeg grappen in waarom je nog steeds kunt grijnzen. De samenstelling van de groep personages werkt goed: Voorman, Banjo, Scout, Stofbijter en de kok hebben allemaal hun eigenaardigheden, en die lokken sommige grappen gemakkelijk uit. 

Goedmoedig

De indianen dragen namen als Lachende Biefstuk, wat de goedmoedigheid van de strip laat zien. Voor grappen moet vaak uitgaan van clichés: die scheppen de verwachting en dan kan de stripmaker zijn punt maken door juist niet aan de verwachting te voldoen. 

Qua stijl heeft de strip zich nogal ontwikkeld. Bij De cowboys is het tekenwerk grover, minder gedetailleerd,  en er is minder of geen decor meer. Het gevolg is dat de nadruk nog meer op de grap komt te liggen. 

Stampede! is niet een strip die elke stripliefhebber gelezen moet hebben, maar het lezen is nog steeds aangenaam en veel grapjes zijn nog steeds leuk. Voor wie een completer beeld van het werk van Peter de Wit de wil hebben, is de strip in ieder geval een aanrader. Verder zullen er lezers zijn die uit nostalgieoverwegingen de bundeling willen kopen. En misschien zijn er nieuwe lezers, die nieuwsgierig zijn naar een strip die ze even kan afleiden van de dagelijkse werkelijkheid. 

Titel: Stampede! Het beste uit het wilde Westen
Auteur: Peter de Wit
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2020, 192 blz. €29,95 (hardcover)





woensdag 6 januari 2021

De ketter van Carthago (Frans Willem Verbaas)


Op de pedagogische academie (de voorloper van de pabo) was er een docent die af en toe een koffer met tweedehands boeken meebracht. We konden die goedkoop van hem kopen. Ik kocht bijvoorbeeld de roman Daniël Sils van J.J. Cremer en het vierde deel van de literatuurgeschiedenis van Frans Bastiaanse. Op een dag had hij een ramsjpartijtje van de Belijdenissen van Augustinus bij zich. Die heb ik aan mij voorbij laten gaan. Jammer genoeg. 

Diezelfde docent vertelde ons hoe het eraantoe ging in zo'n vroegchristelijke kerk. De mensen applaudisseerden tijdens een preek van Augustinus. Ze riepen: 'Wat heb je dat mooi gezegd!' en 'Bis!' Dat was echt anders dan bij ons, in de Gereformeerde Gemeente in Nederland. 

Dat is intussen allemaal meer dan veertig jaar geleden, maar ik weet het nog. Toen ik vernam dat er een historische roman gepubliceerd was over Augustinus, heb ik die dan ook meteen aangevraagd. Die roman heet De ketter van Carthago en is geschreven door Frans Willem Verbaas. 

De vorige roman van Verbaas, Mensen van licht en steen (2018), viel me een beetje tegen, maar de roman daarvoor, De vierde vrouw (2015), over Karl Barth, was zonder meer geslaagd. Verder las ik nog Sneeuw in Afrika (2006) en Engelenwoede (2007). De roman Heilig vuur (2009), over Calvijn, is me voorbijgegaan. 

Spes Niger

In De ketter van Carthago is niet Augustinus de hoofdpersoon, maar Spes Niger. Hij groeit op in Hippo Regius, zonder vader en op zijn veertiende ontmoet hij Augustinus, de plaatselijke bisschop. Spes komt aardig wat over de bisschop te weten. Samen met zijn vriend Lucillus spreekt hij hem aan en Augustinus laat de jongens de kloosterbibliotheek zien. Daar zal Spes de Belijdenissen lezen. 

Later zal hij Hippo verlaten. Hij sluit zich aan bij de donatisten en gaat een radicale leider volgen, die geweld niet schuwt. Later zal hij terugkeren naar Hippo, de stad opnieuw verlaten en als hij de veertig al gepasseerd is, wil hij Augustinus nog één keer spreken. Maar de bisschop is dan aan het eind van zijn leven en hij is al erg verzwakt en wordt afgeschermd. Het is overigens een roerige tijd: Hippo wordt belegerd door de Vandalen. 

Augustinus is niet de hoofdpersoon, maar wel een centrale figuur. Steeds weer blijkt hij iets te maken te hebben met het leven van Spes. Ook zijn ideeën komen geregeld naar voren, zodat je als lezer ook aardig meekrijgt waar de bisschop voor staat. 

Maar je leeft vooral mee met Spes, die als kind zijn vader al mist. Die heeft hij namelijk nooit gekend. Hij wil zelfs een slaaf kopen die voor hem de vaderrol kan vervullen. Augustinus is door zijn positie al een soort vaderfiguur in de stad, al zet Spes zich ook tegen hem af en als hij Hippo verlaat, zou je dat ook kunnen zien als een zoon die het vaderlijk huis verlaat. Later zal iemand tegen hem zeggen dat hij Augustinus altijd bewonderd én verafschuwd heeft. 

Scheuren en herstellen

De roman bestaat uit twee delen: 'Een tijd om te scheuren', waarin Spes zijn eigen weg zoekt en 'Een tijd om te herstellen,' waarin hij terugkeert naar Hippo. Om dit verhaal in twee delen is een raam, waarin Spes het verhaal vertelt aan ene Aurelius, die duidelijk niet Augustinus kan zijn. Dat deel speelt zich namelijk af na de dood van Augustinus. 

Het leven van Spes vertoont parallellen met dat van Augustinus, die ook heel wat meemaakte voordat hij eindelijk tot rust kwam. Zoals Augustinus een tijdlang onder invloed stond van de manicheeërs, staat Spes dat van de donatisten. Beiden leven een bepaalde tijd in Carthago, beiden krijgen een zoon die niet oud zal worden en ze hebben ook uiterlijk wel wat weg van elkaar. Zo bezien gaan de verhalen over Spes in overdrachtelijke zin ook over Augustinus. Wat dat betreft zit de roman van Verbaas goed in elkaar. 

De ketter van Carthago is een degelijke historische roman, waarbij je moeiteloos meegaat naar de vijfde eeuw. Ik heb mij nooit hoeven afvragen of alles wel klopte, de gebeurtenissen zijn aannemelijk en vloeien voort uit voorafgaande gebeurtenissen. Voor mijn gevoel zakt het verhaal ook nergens in, wat bij de vorige roman wel het geval was. Steeds houdt het vaart.

Op zoek naar antwoorden

Dat komt doordat je als lezer antwoorden wilt hebben op de vragen waarmee Spes Niger rondloopt. Je weet dat hij daarvoor Augustinus nodig heeft en je vraagt je af of hij hem wel ooit zal bereiken. 

Het knapst is wellicht de terloopsheid waarmee je alle informatie krijgt. De spots staan op Spes, maar en passant krijg je veel mee over de plaats en de tijd waarin hij leeft. En natuurlijk over Augustinus. Het verhaal is tijdgebonden, maar toch voel je connectie met de hoofdpersoon. Het algemeen menselijke overstijgt de begrenzing van plaats en tijd. 

De naam Spes betekent hoop, maar eigenlijk is het de afkorting van Sine Patre Ergo Sum (Ik Ben Zonder Vader). Augustinus zegt echter dat het volgens hem Servus Patris Ergo Sum betekent. Dan zou Spes een dienstknecht van de hemelse Vader zijn. In beide gevallen wordt de identiteit van Spes bepaald door het al dan niet aanwezig zijn van een vader en zijn verhouding tot hem. 

Grote vragen

Volgens een monnik die Spes spreekt, lopen alle mensen uiteindelijk tegen dezelfde grote vragen aan. 

Ieder mens stelt zich vroeg of laat een van de grote levensvragen: wie ben ik eigenlijk, waar kom ik vandaan, waarom heb ik gedaan wat ik heb gedaan, waarom doe ik zo vaak niet wat ik wil maar juist wat ik niet wil, waartoe dient de wereld waarvan ik deel uitmaak, waar loopt dit aardse leven op uit?

Het zijn de vragen die Augustinus stelt in zijn Belijdenissen en je zou kunnen zeggen dat die vragen ook onder De ketter van Carthago liggen, het verhaal waarvan Spes de verteller is.  Wat hij in dit boek vertelt, zijn eigenlijk zijn belijdenissen. 

Veel van wat er in deze roman gebeurt, heb ik niet verteld. Er is nog genoeg in het verhaal te ontdekken. Goed verhaal, inhoudelijk sterk, leest als een trein. En waarschijnlijk moet ik nu gewoon de Belijdenissen van Augustinus gaan lezen.

Titel: De ketter van Carthago
Auteur: Frans Willem Verbaas
Uitgever: Mozaïek
Utrecht 2020, 336 blz. € 21,99