woensdag 21 september 2016

Engelenwoede (Frans Willem Verbaas)


Het heeft een tijdje geduurd voor ik wat ging lezen van Frans Willem Verbaas.  Het eerst las ik zijn vierde roman, De vierde vrouw (2015) over Karl Barth. Ik schreef daarover hier. Het boek verraste me.

Zijn debuut, Sneeuw in Afrika (2006) las ik later (zie hier). Dat is duidelijk minder, maar het is nog steeds een aardig boek. Nu heb ik ook Engelenwoede gelezen. Vreemd genoeg is in het boek niet te vinden van welk jaar het is. Waarom de uitgever dat niet vermeldt is mij onduidelijk. Het blijkt van 2007 te zijn.

Erik Gouderak is predikant, met hart voor zijn vak. Dat vak slokt veel tijd op. Zijn vrouw Lucia stelt hem daarom voor de keus: of het gezin of het predikantschap. In afwachting van zijn beslissing trekt ze bij haar broer in.

In de tijd dat Lucia weg is, houdt Erik een dagboek bij en dat dagboek is de roman Engelenwoede. Een dagboek nodigt uit tot gepeins en dan ook nog gepeins van een predikant. Dat doet het ergste vermoeden.

Voor een deel komen die vermoedens uit. Eriks notities over de preken die hij voorbereidt en over de situatie waarin hij zich bevindt zijn niet altijd even boeiend. Hij beschrijft ook wat hij meemaakt en daarvan vraag je je weer af of een dagboekschrijver daarvan zo uitgebreid verslag had gedaan.

Het aardige van Engelenwoede is dat de hoofdpersoon zijn irritante kantjes heeft. Verbaas heeft hem bepaald niet geïdealiseerd. De kinderen, die bij Erik blijven, komen een groot deel van de roman nauwelijks uit de verf. Van de zoon wordt alleen maar verteld wat hij kookt, want daarin heeft hij lol, en het meisje ligt vaak te lezen op de bank. Pas tegen het eind, als het meisje wegloopt van huis, lijken ze mee te gaan doen.

Stilistisch is Verbaas soms aardig en soms wordt de lezer getrakteerd op clichés. Dan lijken lippen op rijp fruit, bijvoorbeeld.

Engelenwoede is niet een boek dat ik aan anderen zou aanbevelen. Blijkbaar is het een voetstap die Verbaas heeft moeten zetten om bij De vierde vrouw aan te komen. In te grote delen is Erik verdiept in zijn eigen leven en bezigheden, zonder dat dat voor de lezer interessant wil worden. Tegen het einde heeft Verbaas een droom nodig die natuurlijk betekenis heeft voor het verhaal. Dat is meestal geen best teken.

Om een indruk te geven van passages die mij uitnodigden om de lezing van het boek te staken:
Heb anderhalve nachtfilm gekeken, ben tegelijk doodmoe en klaarwakker. Kan het niet opbrengen naar bed te gaan. Naar ons bed. Ons bed. Een echtelijk bed is heilige grond, zoiets als een kerk, een plaats van ontmoeting en intimiteit, een plek des heils. Doe uw kleren van uw lichaam, want de plaats waar gij gaat liggen naast uw vrouw, is een heilige plaats. Maar alles wat heilig is, wordt vroeg of laat geschonden. Ze heeft door haar vertrek ons bed verontheiligd. Ik zou in de logeerkamer kunnen gaan slapen, maar die gedachte is zo treurig. 
Zelfs als Gouderak zwelgt in zelfmedelijden kan hij de preektoon niet achter zich laten. Misschien wilde Verbaas wel juist duidelijk maken hoe interessantdoenerig Erik is, maar na zo'n passage had ik vooral de indruk dat het boek niks meer kon worden.

Het loopt trouwens allemaal goed af, al gaat dat niet vanzelf. Maar iets zoets heeft het eind wel. Verbaas heeft ook nog de roman Heilig vuur geschreven, maar voorlopig heb ik wel even genoeg Verbaas gehad.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen