woensdag 21 oktober 2026

Sprokkelaars (Mira Aluç)


Sommige titels laat ik aan mij voorbijgaan; je kunt niet alles lezen. Maar sommige bereiken mij niet eens. Dat laatste gebeurde mij met Sprokkelaars van Mira Aluç. Vooraf heb ik geen recensie ervan gezien en dat het boek de Bronzen Uil gewonnen heeft in 2025 is mij ook al ontgaan. Een kandidaat voor de Staatsexamens had het op haar of zijn lijst gezet en daarom vond ik dat het moest lezen. 

Het verhaal van de roman heeft een bijzondere setting: een loods op een 'vergeten' industrieterrein tussen twee steden in. Daar komen restpartijen aan van van alles en nog wat, spullen die weer gesleten worden aan de klanten. De hoofdpersoon, die door zijn oom Jong wordt genoemd, werkt er zes maanden lang, na het beëindigen van zijn studie. Naast zijn oom is er nog iemand in dienst, een grote man, Baris, die blikjes energiedrank drinkt. 

Sprokkelaars

Op het industrieterrein van je nog een tankstation, een snackkar, een zalencentrum. Het zijn mensen die hun leven bij elkaar sprokkelen en dat geldt ook voor de klanten. 

Stakkers vond ik het, maar het waren sprokkelaars; mensen die met al hun kracht en tekortkomingen hun bestaansrecht bijeensprokkelen. 

Jong heeft net zijn studie afgerond en hij komt dus terecht in een wereld die hij helemaal niet kent. Daarvoor is hij zijn oom dankbaar.

Ik weet niet of ik van hem hield, maar ik ben dankbaar. Hij gaf me een studiebeurs voor iets wat je niet leert in een collegezaal en waarvan ik de maandelijkse toelage in een envelop onder mijn kinderbed bewaarde. 

Stilstand

Maar het is ook een wereld waarin het leven van Jong tot stilstand gekomen is. Je zou kunnen zeggen dat er eigenlijk niets gebeurt en dat geldt ook voor een groot deel van de roman: die laat het leven in en om de loods zien, maar er is niet iets wat het verhaal voortstuwt. Als Jong de administratie onder handen neemt en daarmee het systeem van zijn oom in de war schopt, lijkt het even tot een conflict te leiden, maar ook dat vlakt weer af. 

Aan de ene kant geeft Sprokkelaars daardoor een goed beeld van het leven van Jong en de mensen om hem heen, maar aan de andere kant verlangde ik ook wel naar enige ontwikkeling, dat er een verhaal op gang zou komen, dat er nou eens iets gebeurde. 

Een andere mogelijke aanzet tot gebeurtenissen is de komst van Lunya, die optrekt met Baris, maar ook vriendschappelijk omgaat met Jong. Maar zij verdwijnt weer. 

Ik was Jong en zij was Lunya. Ik kon haar dat niet kwalijk nemen. Lunya geloofde in de toekomst en dat kon niemand van haar afpakken. Ze had geprobeerd me mee te trekken en toen dat niet lukte, koos ze voor zichzelf. Ze was niet gevlucht; ze was gegaan. 

Dat gebrek aan verhaal, aan gebeurtenissen, aan ontwikkeling vind ik wel een bezwaar van Sprokkelaars; het suddert maar door. Maar ik snap ook dat het past bij het leven van Jong, die zonder illusies de dingen doet die hij moet doet, die met weinig mensen omgaat, geen plannen maakt voor zijn leven. 

Spullen

Hij is omringd door spullen. Het zijn aanwezigheden in zijn leven. Spullen zijn een stabiele factor. 

Pas tegen de ochtend viel ik in slaap. Ik gaf me over, aan de dingen. Aan alle dingen die ooit zijn gemaakt en verbrand, stukgegooid, doorgezaagd, versnipperd en omgesmolten. Verwoest, vernield en teruggebracht tot nul. Aan alle spullen op aanrechten, alle aanrechten in keukens, alle keukens met servies. Aan alle kleden onder meubels, aan alle meubels in huizen, aan alle huizen met kleden. Er zijn meeer spullen geweest dan er nu zijn. En alles wat er niet meer is, daarvan zijn zelfs de asdeeltjes, het laatste partikel tot niets, spoorloos verdwenen. 

In zo'n opsomming ga ik als lezer zeker mee en Mira Aluç kan wel degelijk schrijven. Het wereldje dat ze oproept boeit me ook wel, maar toch was ik niet echt gegrepen door Sprokkelaars. Anderen hebben het boek trouwens zeer geprezen en ik noemde al dat het de Bronzen Uil gewonnen heeft. 

Die positieve recensies snap ik ook wel. Ik zie ook wel hoe de leegte en de eenzaamheid goed naar voren komen in Sprokkelaars. Maar ik kan niet nalaten te denken: En toch... Het is me net te weinig. Maar ga het boek vooral zelf lezen. Het is niet dik (172 bladzijden), dus je hebt het zo uit. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten