woensdag 14 oktober 2026

Bollengrond (Dicky Nieuwenhuis)

Noor Vrijburg groeit op in een gezin met vier kinderen: haar oudere broer Joris, oudere zus Maud en jongere zus Brechtje. Het is een christelijk gezin op een bollenkwekerij in het westen van het land, niet ver van de zee. Op een dag wordt duidelijk dat Maud, die met Noor een kamer en een bed deelt, door vader seksueel misbruikt is. Noor is dan zestien. 

Nu is het dertig jaar later. En Noor heeft besloten om in het verleden te duiken. Wat is er gebeurd en waarom hield iedereen indertijd zijn mond? Ze overlegt daarover met haar broer en zussen, die haar niet tegen willen houden. Moeder is intussen overleden, vader is dementerend. 

Dat is de situatie in de roman Bollengrond, het debuut van Dicky Nieuwenhuis. In het heden volgen we de zoektocht van Noor, die op bezoek gaat bij familieleden en anderen die dicht bij het gezin stonden. Aan de andere kant zijn er herinneringen aan de kindertijd, in hoofdstukken die als titel alleen de leeftijd vermelden die Noor indertijd had. Verder zijn er stukjes uit dagboeken, gesprekken op WhatsApp en spraakmemo's, ingesproken door Noor. Soms om haar geheugen te ondersteunen, soms ook om te reflecteren op wat gebeurd is of op wat ze gehoord heeft. 

Het spreekt niet vanzelf dat Noor het verleden naar boven wil halen. Een jeugdvriend, Bart, zegt: 

'Het is dat jij ernaar vraagt,' onderbreekt Bart mijn gedachten, 'maar ik denk eigenlijk nooit aan vroeger. Wat heb je eraan? Voorbij is voorbij.' 

Niet geweten

Aan de ene kant heeft Noor het idee dat haar indertijd veel ontgaan is. Als Maud eindelijk gaat praten, beseft Noor dat ze juist altijd zo'n fijne jeugd heeft gehad. Dat is niet helemaal waar, want vader misbruikte niet alleen Maud, hij had ook woedeaanvallen waar de anderen het slachtoffer van waren. 

Dat Noor niet alles geweten heeft, ontdekt ze tijdens haar zoektocht. Ze wist bijvoorbeeld niet dat moeder antidepressiva slikte en dat ze aan de drank was. 

Mama die aan de drank was, flessen op tafel, een glas in haar handen. Ik zie niets, herinner me niets. Ben ik de enige die dit totaal heeft gemist? 

Ook de signalen die er waren dat vader niet van de jonge vrouwen af kon blijven, heeft ze nooit helemaal opgepikt en de gedachte dat moeder ervan afgeweten moet hebben, dringt ook nu pas tot haar door. 

Dat er iets is met Maud, heeft ze indertijd wel gezien, maar ze wist niet wat er werkelijk met haar aan de hand was. 

Wat is er met Maud? Ik zie haar zo vaak huilen op onze kamer. Ik durf nooit iets te vragen. Mijn oudere zus leeft in een andere wereld, met een andere taal, andere mensen, waar zaken spelen -eindexamens, vriendjes, deuren die op slot gaan als haar vriendje op bezoek is- die ik nooit aan den lijve heb ervaren. Als ze huilt, zou ik willen dat ik haar taal sprak. 

Maud heeft wel aan Noor laten merken dat er meer aan hand was dan haar zus wist: 'Noor, je hebt geen idee van wat er hier in huis gebeurt.'

Schuldgevoel

Aan de andere kant is er een schuldgevoel. Niet alleen de schuld van het niet weten, het niet geweten hebben, maar ook de schuld van het geen slachtoffer zijn. Als iemand vraagt of zij of Maud in het verleden slachtoffer is geweest, legt ze uit hoe het zit en tegelijkertijd schaamt ze zich. 

Je zou kunnen zeggen dat het onderzoek niet alleen voortgedreven wordt door de wil om informatie te verzamelen, maar ook door schuldgevoel. 

Vaak is Noor zeker van haar zaak. Er is lang genoeg gezwegen door iedereen en nu moet het maar eens openbaar worden. 

Ik ga vragen stellen die ik nooit door mijn strot kreeg, op zoek naar de dingen waar ik altijd voor wegliep. Ik ga naar de donkere diepte duiken. 

Maar er is ook twijfel:

Nu twijfel ik weer aan alles. Soms voel ik me bijna een dader. Is de boel opgengooien echt voor iedereen beter?

En:

Wat nou als mijn voortdurende gepeuter aan de familiewond iets veel ergers zichtbaar maakt? Lichtgele larven met spitse kopjes en stompe achterlijven die decennia geleden al onder de familiehuid zijn gekropen, en nu voor het eerst zuurstof krijgen?

Zwijgen

Het seksueel misbruik is indertijd openbaar gemaakt, maar er is vooral over gezwegen. Door het gezin, door de omgeving. Dat was niet alleen kwaadwilligheid, zoals Noor ziet als ze haar eigen gedrag onder de loep neemt.

Mijn leven lang liep ik hiervoor weg, liet ik me overweldigen door de angst mama pijn te doen en noemde ik dat liefde. Maar liefde moet ook hard zijn, want zonder dat wordt de bodem van het hart nooit bereikt, kan de liefde nooit wortelschieten. 

Dat Maud indertijd geen aangifte heeft gedaan was ook om moeder te sparen. En Maud vroeg zich ook af of het allemaal wel erg genoeg voor aangifte was. 

Noor reflecteert voortdurend op haar eigen drijfveren. Dient dat wel een hoger doel of dient het alleen haarzelf? Wil ze alleen haar eigen leven beter begrijpen? Maud zegt tegen haar:

Dat familieonderzoek en dat geschrijf van jou allemaal niet mijn keuze. 

Kerk

Indertijd is het gezin een beetje aan zijn lot overgelaten. Noor had het idee dat alleen dominee Hintzel wat heeft ondernomen, maar als ze na zoveel jaren  contact met hem opneemt antwoordt hij:

Hoe lastig ook, nu moeder overleden is en vader niet meer bereikbaar is, blijft het belangrijk hen te respecteren. Temer daar we van doen hebben met een gaarne vergevend God om Jezus Christus, ook over de zonden die in het verleden bedreven zijn. 

Een ouderling geeft toe dat de kerkenraad indertijd niet goed gehandeld heeft. 

We hadden veel meer aandacht aan jullie als kinderen moeten besteden. We hebben jullie zelfs nooit gesproken. 

En een oom schrijft:

Noor, om te beginnen wil ik zeggen dat ik het heel erg vind dat je tante en ik niet in actie zijn gekomen voor Maud en jullie allemaal, toen het verhaal bekend werd. Wij hoorden het via via en we wilden niet klakkeloos geruchten volgen. Maar we hadden het jullie zelf moeten vragen. Daar waren jullie oud genoeg voor. We hebben het niet goed aangepakt.  

Maar hij schrijft ook dat men in de familie vindt dat het boek van Noor vooral over hun gezin moet gaan en niet over de familie. En daarna:

Noor, het wordt misschien ook tijd om je te gaan verzoenen met je vader, en met alles wat er gebeurd is. 

Wegkijken

Een tante ontkent het domweg: nee, ze heeft nooit gehoord dat er seksueel misbruik in het gezin was. Later blijkt dat ze het wel degelijk wist als ze zegt: 'Ik weet ook niet of er wel wat gebeurd is.' Tante heeft weggekeken, zoals zoveel mensen weggekeken hebben. En degenen die niet wegkeken, hebben vaak niets gedaan, al waren er al veel langer signalen, het gedrag van vader tegenover andere jonge vrouwen. 

Meer nog dan over seksueel misbruik gaat Bollengrond over het zwijgen, het wegkijken, het uit de weg gaan van de waarheid. Het doet denken aan Het hele dorp wist het van Rinke Verkerk, dat ik overigens niet gelezen heb, maar waar ik wel over gelezen heb. Verkerk houdt zich sindsdien bezig met het omstanderschap, ook wat betreft bijvoorbeeld de genocide in Gaza. 

Dat het gezin Vrijburg een christelijk gezin was, zal ook meegespeeld hebben. Zelfs na zoveel jaren is de reflex bij sommigen christenen dat er maar eens vergeven moet worden, dat het tijd is voor verzoening, waarbij de situatie van slachtoffers genegeerd wordt. 

Mislukte puzzel

Noor zegt aan het eind van het boek dat haar puzzel mislukt is. Wat ze daarna met de bladen doet, is wel erg zwaar aangezet, net als hoe ze zich gedraagt bij het sterfbed van haar vader. Zelfs als het alleen in de verbeelding gebeurt en niet in de werkelijkheid van het boek, viel het voor mijn gevoel uit de toon. Het imaginaire gesprek met de moeder kwam bijvoorbeeld meer natuurlijk over. 

Nieuwenhuis heeft de neiging om alles expliciet te maken en daar hikte ik in het begin wel tegenaan. Tijdens een gesprek lees je dan: 'Nu de uitsmijter, die is het spannendst'. Dat het spannend is voor Noor had ik liever zelf opgemaakt uit het gesprek. Hoewel dat in de rest van het boek ook zo blijft, heeft me dat toch meestal niet gestoord. Wellicht omdat het ook laat zien hoe overbewust Noor zich is van haar eigen handelen. 

Maar ik vind Bollengrond beter in de details waarin alleen maar gesuggereerd wordt. Als Noor ziet dat vader indertijd veel hysop heeft aangeplant, vraagt ze zich waarom hij dat gedaan zou hebben. Bij de lezer komt dan waarschijnlijk wel de psalmtekst boven: 'Ontzondig mij met hysop, en mijn ziel, / Nu gans melaats, zal rein zijn en genezen.'

Er wordt ook verteld over een beroemde reclame voor Rolo: een jongetje pest een jonge olifant en krijgt jaren later een mep van diezelfde olifant. Nieuwenhuis maakt ervan dat dat dertig jaar later is, de tijd die zit tussen wat er in het verleden gebeurd is en de zoektocht van Noor. Wie krijgt er na zo veel jaren een mep? De dader? De omgeving? Komt de klap nu pas bij Noor aan? Door het allemaal niet uit te leggen, komt er ruimte voor interpretaties, die allemaal voor een deel mee kunnen spelen. 

Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het zwemmen, dat Noor geregeld doet. Aan de ene kant is dat gewoon een bezigheid, maar het wordt ook soort metafoor. Noor laat zich niet alleen in het water zakken, maar ook in het verleden. En er zijn momenten (het zwemmen in de mist) dat ze denkt dat ze daaraan onderdoor gaat. 

Pijnlijke inzichten

Noor zegt dat de puzzel mislukt is, maar het is maar de vraag of dat ook zo is. Het heeft niet een mooi compleet plaatje opgeleverd, maar het puzzelen zelf heeft haar wel allerlei inzichten gebracht, heeft mensen in andere posities geplaatst, heeft haar na laten denken over haar gezin en over haarzelf. 

De inzichten zijn soms pijnlijk:

'Die onafscheidelijke zussen zaten vooral in mijn hoofd, Maud,' roep ik in de wind. 'In werkelijkheid waren we allebei alleen.'

Dat Noor dat nu onder ogen kan zien, toont aan welke stappen ze gezet heeft, hoe ze verder is gekomen met haar gepuzzel. 

In Bollengrond maken we een particuliere tocht mee: de zoektocht van Noor. Aan de andere kant zien we ook de mechanismen die er optreden in de omgeving: het liever niet willen weten, het denken aan de eigen positie, het uitgaan van de eigen waarheid en niet echt geïnteresseerd zijn van wat een ander is overkomen. Noor zorgt ervoor dat de omgeving niet langer kan wegkijken, ze dwingt bekenden na te denken over wat er gebeurd is. Niet alleen wat er gebeurd is, is verschrikkelijk, maar ook hoe anderen daarop gereageerd hebben. 

Bollengrond is een debuut, maar het is niet een voorzichtig probeersel. Het komt over als een boek van een auteur die weet wat ze wil: in alle kwetsbaarheid laten zien dat zij het ook niet allemaal weet, maar dat ze vastbesloten is de tocht de ondernemen. Dat is niet alleen de zoektocht van Noor, maar ook de onderneming van het schrijven, het maken van een boek. Dat is in ieder geval goed gelukt. 

Dicky Nieuwenhuis, Bollengrond. Uitg. Mozaïek, 2026; 400 blz. € 24,99

Geen opmerkingen:

Een reactie posten