donderdag 3 januari 2019

Zeven dwergen (Wilfrid Lupano/Roberto Ali)


Sprookjes zijn diep geworteld in onze literatuur. In veel literaire werken komen sprookjesmotieven voor, er zijn gedichten over sprookjes, er zijn parodieën. Veel sprookjes zijn intussen verfilmd of als musical opgevoerd. Blijkbaar kunnen de verhalen steeds opnieuw verteld worden.

Ook in strips vinden we de sprookjes terug. In 2014 waren er de duistere sprookjes van scenarist Bonifay, die samenwerkte met verscheidene tekenaars en in 2017 vertelde Frank Flöthmann de sprookjes na zonder woorden te gebruiken. Vermeldenswaard is ook Pieter de Poortere, die in Prins Boerke (2014) hilarisch varieerde op sprookjes. Het zijn enkele albums die mij nu te binnen schieten. Ongetwijfeld zijn er veel meer voorbeelden.

Zeven

Bij Silvester Strips loopt al een tijdje een reeks die draait om het getal zeven. Eerder besteedde ik aandacht aan Zeven draken en Zeven detectives. Onlangs verscheen het eerste deel van het derde seizoen, Zeven dwergen. De scenarist,  Wilfrid Lupano, koos ervoor om dicht bij de zeven dwergen te blijven die we kennen uit het sprookje van Sneeuwwitje. Wel gaf hij ze een andere achtergrond: de dwergen leven aan het hof, waar ze narren zijn, maar vallen in ongenade. Ze worden het paleis uit gegooid en moeten nu in hun eigen levensonderhoud voorzien.

Verder zijn er de vertrouwde personages: Sneeuwwitje, de boze stiefmoeder en de jager. De sprekende spiegel en de giftige appel zijn er ook weer. Sneeuwwitje zien we bezig als een soort Assepoester, de vloeren boenend. Mooi is ze wel en net als in het sprookje is dat de reden dat ze uit de weg geruimd moet worden. Maar de hitsige jager heeft andere dingen aan zijn hoofd.

Niet zo onschuldig

Sneeuwwitje duikt onder bij de dwergen, maar er zijn dan al verschillende verhaallijnen uitgezet die Lupano handig ontrolt. Sneeuwwitje blijkt een stuk minder onschuldig dan in het sprookje. Ze is niet van plan te wachten op wat het lot voor haar in petto heeft, maar neemt de touwtjes zelf in handen.

In dit album is het sprookje danig opgefrist. Het verhaal wordt vlot verteld, is humoristisch en heeft onverwachte wendingen. Tegelijkertijd blijft het ontegenzeggelijk een variant op het bekende sprookje, wat maar weer eens aangeeft hoe sterk het oorspronkelijke verhaal is.

Tekeningen

De tekeningen zijn van Roberto Ali, die de neiging heeft alles flink vet aan te zetten. De jachtmeester is een bruut. Hij is daarbij ook nog eens heel erg groot en hij heeft vervaarlijke honden. Elk misverstand wordt uit de weg geruimd: we mogen hem maar op één manier zien. Sneeuwwitje is behoorlijk zelfstandig, maar ze is ook een lustobject, dus ze heeft een decolleté gekregen waar haar borsten steeds uit dreigen te glippen. En de dwergen voeren een mannenhuishouden: uitermate smerig.

Daardoor wordt de setting natuurlijk karikaturaal, maar in sprookjes zijn de verhoudingen eigenlijk altijd eenduidig: je hebt goeden en slechten, helden en schurken. Altijd is duidelijk aan welke kant je moet staan. Dat komt de helderheid in ieder geval ten goede. En in Zeven dwergen is Sneeuwwitje in ieder geval niet eendimensionaal: ze heeft onvermoede kanten, die ook zorgen voor de definitieve wending in het verhaal.

Zeven dwergen is geen sprookje om aan de kleintjes voor te lezen voor het slapengaan, maar wel een frisse variant op een bekend verhaal, waarmee je je prima kunt amuseren.

Titel: Zeven dwergen
Tekst: Wilfrid Lupano
Tekeningen: Roberto Ali
Uitgever: Silvester
's-Hertogenbosch 2018, 64 blz; hardcover, € 16,95



woensdag 2 januari 2019

De brief voor de koning (Tonke Dragt)


Tonke Dragt is de grande dame van de Nederlandse jeugdliteratuur. In november 2018 werd ze 88 jaar. In de loop der jaren schreef ze een respectabel aantal boeken, waarvan er verscheidene bekroond zijn.

Haar tweede boek, De brief voor de koning (1962) werd uitgeroepen tot Kinderboek van het Jaar, de voorloper van de Gouden Griffel. In 2004 kreeg het boek de Griffel der Griffels. Het werd toen gezien als het beste bekroonde boek in vijftig jaar (1955 - 2004).

Ik kende de faam van het boek, maar ik had het nooit gelezen, zoals ik ook andere bekende boeken van Dragt niet gelezen heb: Geheimen van het Wilde Woud (1965), Torenhoog en mijlen breed (1969) en De torens van februari (1973). Het enige boek dat ik wel las, is Ogen van tijgers (1982).

Dat las ik ook in 1982. In die tijd had de sectie Nederlands de verantwoordelijkheid voor het draaiende houden van de schoolbibliotheek van de Christelijke Mavo in Zetten. Enkele keren per jaar gingen mijn collega en ik op een avond naar de plaatselijke boekhandel om een doos boeken uit te zoeken. Die lazen we vooraf om te controleren of het taalgebruik door de beugel kon. Daardoor heb ik in de jaren tachtig aardig wat jeugdboeken gelezen.

Verfilming

De zevensprong (1966) werd verfilmd en velen zullen met plezier terugdenken aan de spannende televisieserie. Op dit moment wordt ook De brief voor de koning verfilmd. Het is de bedoeling dat het een Netflixserie wordt. Dragt beoordeelde het scenario en keurde delen daarvan af.

De brief voor de koning is een avonturenroman. Het verhaal speelt zich af in twee fictieve landen, het Rijk van Unauwen en het Rijk van Dagonaut. Ten zuiden van beide landen ligt Eviellan en daar deugt het niet. Ik moest dan ook steeds denken aan 'evil land'. Ridders uit Eviellan verschijnen geregeld in Dagonaut en Unauwen.

In het Rijk van Dagonaut verblijven enkele jongemannen een nacht in een kapel, waar zij waken en mediteren. De volgende dag zullen ze tot ridder geslagen worden. Een van hen is Tiuri, de zoon van Tiuri. Hij hoort iemand bij de deur van de kapel om hulp vragen en besluit om de kapel te verlaten en met de man mee te gaan.

Het blijkt een oude man te zijn, de schildknaap van Edwinem, de Zwarte Ridder met het Witte Schild. Hij vraagt Tiuri om een brief te bezorgen bij zijn heer. Waarom schildknaap en ridder zo ver uit elkaar zijn geraakt, is overigens niet duidelijk, zoals ook niet helder is waarom een brief met zo'n belangrijke inhoud niet in de handen van de ridder is. Maar goed, Tiuri neemt de taak op zich om de brief te bezorgen.

Opdracht

Hij vindt de ridder, maar die is stervende. De ridder geeft hem de opdracht om de brief te overhandigen aan de koning van Unauwen en dat gaat Tiuri doen. Het zal een lange tocht worden, vol gevaren. Er zijn namelijk mensen die willen verhinderen dat de brief de koning bereikt. Halverwege de tocht, bij het oversteken van de Grote Bergen, krijgt Tiuri een andere jongen als gids, Piak. Die zal hem de rest van de tocht vergezellen.

Wat er in de brief staat en of de tocht helemaal goed afloopt, zal ik niet verklappen. Makkelijk is het in ieder geval niet. Ik denk dat Tiuri toch wel ongeveer een maand onderweg is geweest. Dragt neemt de ruimte om alle wederwaardigheden gedetailleerd weer te geven: de roman is meer dan 450 bladzijden dik.

Dat is ook het lekkere van het boek: je duikt in het verhaal en het kan niet lang genoeg duren. Aangezien de gebeurtenissen zich afspelen in een fictief land, kun je strikt genomen misschien niet spreken van een historische roman, maar de setting is die van de riddertijd. De ridders verplaatsen zich te paard, er zijn burchten en kloosters en alles ademt de Middeleeuwen.

Historische kinderboeken

Het zou nog meer dan tien jaar duren voordat Thea Beckman Kruistocht in spijkerbroek (1973) zou publiceren en daarna haar trilogie over de Honderdjarige Oorlog. Daarmee kreeg het historische kinderboek pas een goede duw in de rug. Maar Tonke Dragt zat dus al begin jaren zestig op dat spoor.

Zoals gezegd, De brief voor de koning is een heerlijke roman, zeker voor jeugdige lezers die niet terugschrikken voor een dik boek. Er zijn ook wel wat kanttekeningen bij te maken. Ik noemde al de toch wat vreemde manier waarop Tiuri bij het avontuur betrokken raakt. Verder voelt Tiuri mij net iets te goed aan of iemand wel of niet deugt.
Ze waren intussen dicht bij de brug gekomen. Tiuri keek omhoog. Er leunde iemand over de stenen balustrade en keek op hen neer. Het was een man met een breedgerande hoed op, die zijn gezicht bijna geheel verborg. Toen het schip nog dichterbij kwam, boog hij zich verder naar voren. Tiuri kon zijn blik niet van hem afhouden, al wist hij niet wie de man was. Hij hoorde hem lachen, een spottende, triomfantelijke lach. Die klonk nog in zijn oren toen ze onder de eerste boog van de brug door voeren. Hij wierp een blik op Piak, om te weten of deze er ook door getroffen was. Maar Piak zat in elkaar gedoken naast hem en keek voor zich uit. 
Het zal duidelijk zijn: de man met de hoed deugt niet. Verderop in het verhaal wordt duidelijk dat Tiuri dat goed heeft aangevoeld. Het is overigens wel een beetje vreemd dat het gezicht van de man niet goed te zien is door de hoed die hij draagt, terwijl die man hoog boven de helden over de balustrade leunt.

Verder lijken broers altijd op elkaar en zonen lijken op vaders. Als Tiuri de koning van Unauwen ontmoet, heeft die iets bekends. Ja, hij heeft diens broer al eens ontmoet. Zoals Tiuri, toekomstig ridder, zoon is van een ridder, zal hij ook andere ridders ontmoeten die zoon of broer van een ridder zijn. Het blijkt altijd uit hun uiterlijk.

Bondgenoten en vijanden

Tiuri deugt. Geen haartje kwaad zit er aan die jongen. Ook dat is een bezwaar dat je tegen De brief voor de koning zou kunnen aanvoeren: de karaktertekening is zwart/wit. Mensen deugen of deugen niet. Maar bij een dreigende oorlog (en dat is hier het geval) worden mensen natuurlijk al gauw verdeeld in bondgenoten en vijanden.

De brief voor de koning is geen zoetsappig boek. Het kwaad is reëel en wint ook wel eens. Niet voor niets krijgen we al in het begin te maken met een stervende held, de Zwarte Ridder met het Witte Schild. Uiteindelijk wint het goede. Dat is een van de hoopvolle boodschappen van het boek.

Wezenlijker is misschien het inzicht dat Tiuri opdoet dat voor hem de inhoud van de brief niet meer het belangrijkst is, maar dat hij de belofte nakomt die hij gedaan heeft aan de stervende ridder. Weliswaar is hij uit de kapel gelopen voordat hij tot ridder geslagen kon worden, maar hij heeft het rechtvaardigheidsgevoel en het plichtsbesef van een ridder. Met dat soort mannen kun je een oorlog winnen.

Auteurs uit de jaren zestig

Het is niet helemaal eerlijk om een boek van meer dan vijftig jaar oud de maat te nemen met de normen van nu. Pas na het verschijnen van dit boek zou de jeugdroman in Nederland zich snel ontwikkelen door schrijvers als Thea Beckman, Jan Terlouw, Paul Biegel, Evert Hartman, Guus Kuijer, Joke van Leeuwen en Anton Quintana, om er maar een paar te noemen. Begin jaren zestig hadden we al wel Miep Diekmann, die vanaf 1947 kinderboeken publiceerde. Verder kenden we  Jaap ter Haar, maar die schreef nog series als Saskia en Jeroen en Ernstjan en SnabbeltjeBoris zou hij pas in 1966 schrijven. An Rutgers van der Loeff was in die tijd ook een kwalitatief goede kinderboekenauteur. De kinderkaravaan was al in 1949 verschenen en in de jaren vijftig publiceerde ze een heel stel boeken, waaronder Rossy, dat krantenkind (1952), Lawines razen (1954) en Ze verdrinken ons dorp (1957).

Natuurlijk waren er meer auteurs, die ik nu over het hoofd zie. Mij schiet nog Siny van Itterson te binnen, die afgelopen jaar overleed. Ze werd 98 jaar. Ik hoorde daar pas van aan het eind van het jaar.  Van haar las ik alleen De adjudant van de vrachtwagen (1967).

Naar de normen van nu

Naar de normen van nu is De brief voor de koning te schematisch in de karaktertekening. Je kunt merken dat het boek geschreven is in een tijd dat je nog onbekommerd helden als personage kon kiezen.  Het is ook wel heel erg een jongens- of mannenwereld die er getekend wordt, maar dat hangt wellicht ook samen met de tijd die beschreven wordt en het onderwerp. Ik zal niet zeggen dat het boek van Tonke Dragt een jongensboek is, maar meisjes spelen er maar een heel klein rolletje in. In de Netflixserie die gaat komen, krijgt wel een meisje een belangrijke rol, lezen we hier. Maar ze mag van de auteur haar held niet overvleugelen: 'Ik heb wel benadrukt dat Tiuri de baas is.'

Dat alles laat onverlet dat De brief voor de koning een degelijk jeugdboek is, dat een wereld voor je oproept waarin je moeiteloos met de hoofdpersoon rond kunt lopen. Beeldend is het boek sterk. Voorin vind je een landkaart, maar ook als die er niet zou zijn, zou je Tiuri makkelijk op zijn tocht kunnen volgen. Je ziet de omgeving voor je, net als de personages. Wat dat betreft ben ik ook wel een beetje huiverig voor de verfilming, die ongetwijfeld andere beelden zal aanleveren dan de lezer al in zijn hoofd heeft.

De Netflixserie wakkert de aandacht voor het werk van Tonke Dragt nu al aan. Zo werd ze uitgebreid geïnterviewd in The Guardian. Mogelijk zal in de slipstream daarvan een groter deel van de Nederlandse jeugdliteratuur meer buitenlandse lezers vinden.

dinsdag 1 januari 2019

Podcast: Hallo, hier Hilversum


Podcast kun je beluisteren wanneer je wilt. Bij een nog lopende podcast krijg je elke keer een aflevering binnen, bij een al beëindigde podcast kun je overgaan tot bingeluisteren. Dat heb ik bijvoorbeeld gedaan met Het hart van Napoleon. Aan voorbeelden van beide categorieën zal ik hier nog aandacht besteden.

Wie op een al rijdende trein wil springen, zou kunnen gaan luisteren naar Hallo, hier Hilversum, een podcast over honderd jaar radio, door Vincent Bijlo en Ger Jochems. De podcastserie is op 6 november 2018 gestart en tot nu toe zijn er acht afleveringen verschenen.

De uitzendingen zijn thematisch: kinderprogramma's door de jaren heen bijvoorbeeld of het aanbod aan programma's op oudejaarsavonden. Er is ook een uitzending geweest over de zeezenders en over de start van Hilversum 3. Een overzicht van de afleveringen vind je hier.

Van dit soort podcasts geniet ik zeer. Er worden herinneringen opgehaald en het is altijd prettig om dingen te herkennen en je naar aanleiding daarvan andere zaken te herinneren. Daarnaast zijn er natuurlijk fragmenten die onbekend zijn (al was het maar omdat ze van voor mijn tijd zijn). Dat is een mooie mix.

Het is ongeveer dezelfde beleving als die ik had bij podcast van KX Radio, 50 jaar 3FM. Door die meer dan vijftig uitzendingen ben ik nog steeds niet helemaal heen, maar ik zal ze allemaal tot mij nemen. Ook daarin waren fragmenten te horen die de aanjager waren voor het ophalen van herinneringen.

Vincent Bijlo en Ger Jochems zijn bekende radiostemmen. Beide presentatoren zijn betrokken en enthousiast, wat lekker luistert. Tussen de fragmenten door vertellen ze weetjes, die vaak voor mij nognietweetjes waren.

De geluidsfragmenten betrekken ze bij Beeld en Geluid. Ze zijn van goede kwaliteit. Af en toe is het onvervalste middengolfgeluid te horen, wat op zich al een bron van nostalgie is. Bij mij althans. Ik ben even kwijt hoeveel afleveringen de podcast zal gaan tellen. Dertig? We kunnen in ieder geval nog even vooruit.

In het kader van de uitzendingen op oudejaar: Wim Kan in 1966, uit het archief van Radio Nederland Wereldomroep. Aan die zender wordt wellicht ook nog eens apart aandacht besteed.


maandag 31 december 2018

Ode aan de E-nummers (Rosanne Hertzberger)


'Waarom E-nummers, kant-en-klaarmaaltijden en conserveermiddelen ons leven beter maken' luidt de ondertitel van Ode aan de E-nummers (2017) van Rosanne Hertzberger. Ik kan mij voorstellen dat er lezers zijn die bij titel en ondertitel al afwijzend beginnen te snuiven. In de reclamespotjes zien we immers dat voedsel ambachtelijk bereid moet zijn en er moeten liefst geen kunstmatige smaakstoffen en conseveringsmiddelen aan toegevoegd zijn.

'We' willen 'eerlijk' voedsel, liefst door een boer op klompen eigenhandig geoogst, door grootmoeder (met een schort voor) gekookt, volgens een recept dat al van generatie op generatie is doorgegeven. Maar dat is emotie. Hertzberger kijkt naar de feiten: maakt het uit of de rode kleur van M&M's verkregen wordt uit bietenrood of karmijnzuur (dat uit bladluizen wordt gewonnen) dan wel of het uit een laboratorium komt? De kunstmatige kleurstof blijkt veiliger dan de natuurlijke.

Emotie

Het is maar een voorbeeld, maar het is tekenend. Ons beeld van voedsel en van wat goed voedsel is, is vaker gebaseerd op emotie, op vage indrukken, dan op feiten. Bovendien willen we die feiten liever niet horen. Iedereen weet dat stoffen die een E-nummer krijgen uitentreuren zijn gecontroleerd. Anders zouden ze immers niet zo'n E-nummer hebben gekregen. Toch beginnen mensen te fronsen bij het horen van de nummers en voedselbloggers waarschuwen voor de toevoegingen.

Het brengt voedselfabrikanten ertoe de samenstelling van hun producten aan te passen. Hero voegde bijvoorbeeld banaan toe aan het Fruitontbijt, vanwege de cellulose (E460), want banaan is een ingrediënt en dan hoef je niet te vermelden wat er allemaal in zit; cellulose is een toevoeging en als je dat los toevoegt, moet je het E-nummer vermelden. De cellulose in de banaan is dezelfde als de cellulose uit het lab, maar E-nummerfoben worden niet afgeschrikt door banaan.

Angst voor voedseltechnologie

Het is kenmerkend voor de angst die er is voor voedseltechnologie, volgens Hertzberger. We hebben echter veel aan die technologie te danken en dat mag wel eens wat vaker genoemd worden. Dat doet ze dan ook uitgebreid. Zo legt ze uit wat kunstmest betekend heeft voor de voedselproductie. Ook gaat ze uitgebreid in op het genetisch manipuleren van planten.

Dat laatste vond ik zeer verhelderend. Natuurlijk wist ik wel wat van bijvoorbeeld 'golden rice', maar mij was niet bekend dat de veredelingstechnieken die wel zijn toegestaan en die op grote schaal worden toegepast, ook voor zaden die bestemd zijn voor de biologische landbouw, maar heel weinig verschillen van wat wij genetische manipulatie noemen.

Hertzberger laat aan de ene kant zien wat wij te danken hebben aan de chemie en aan de innovaties in de voedingsmiddelentechnologie. Aan de andere kant vraagt ze ook aandacht voor de biologische landbouw. De inzichten die daarin verkregen zijn, zijn ook waardevol voor de niet-biologische landbouw.

Minder vlees eten

Als ik om me heen kijk, merk ik al dat mensen minder vaak vlees eten. Dat zal ook nodig zijn, willen we wat doen aan de uitstoot van CO2. Minder vlees eten zou daarbij helpen, aangezien vee voor behoorlijk wat uitstoot zorgt. Daarbij komt dat veertig procent van het geproduceerde voedsel aan dieren wordt gevoerd.

Een apart hoofdstuk besteedt Hertzberger aan het Paleodieet. Dat leek me aanvankelijk te veel eer. Waarom zou je een onzindieet zoveel aandacht geven? Maar Hertzberger laat zien het dieet schadelijk is. Juist in dat dieet wordt het eten van vlees aangemoedigd. Hertzberger:
Dat maakt het Paleo-dieet ongeveer het meest egoïstische dieet ooit bedacht. De bevolking groeit in de komende decennia gewoon door tot negen miljard in 2050. En die ene oervraag blijft altijd actueel: hoe gaan we al die monden voeden?
Zeker niet door het eten van meer vlees.

Drie probleemgebieden

Hertzberger ziet drie soorten landbouw waar de rendementen achterblijven en waar nog grote winsten kunnen worden behaald: de biologische landbouw, de kleine boeren in ontwikkelingslanden en de Verenigde Staten. Dat laatste klinkt misschien vreemd. In verschillende staten zijn er immers eindeloze maisvelden. Maar veel van die mais is niet bestemd (en soms zelfs niet geschikt) voor menselijke consumptie. 'De opbrengsten qua kilo's mais zijn misschien hoog, maar de rendementen qua voedselcalorieën zijn dramatisch.'

Hertzberger heeft met Ode aan de E-nummers een prikkelend boek geschreven, dat ons laat nadenken over wat we te danken hebben aan landbouwinnovaties en aan voedseltechnologie. Maar ook over hoe gemakkelijk we meegaan in trends en hoe gemakkelijk we dus gemanipuleerd worden.

Eerder besprak ik hier het boek Voedingsmythes van Martijn Katan. Dat boek is een wonder van helderheid, dat in korte hoofdstukjes ingaat op misvattingen over voedsel. Hertzberger heeft dezelfde instelling als Katan: sec kijken naar wat onderzoeken uitwijzen en de mythe scheiden van de feiten. Hertzberger heeft wel een bredere insteek en is minder gericht op de verschillende afzonderlijke voedingsproducten als Katan, maar meer op het geheel van de voedselproductie.

Onafhankelijk onderzoek?

Net als Katan verantwoordt ze waar ze de informatie vandaan haalt. Ze geeft daarbij toe dat er op sommige gebieden geen onafhankelijk onderzoek is gedaan. Veel onderzoek wordt gesponsord door bedrijven. De transparantie daarover is de laatste jaren toegenomen en ook als de onderzoeksresultaten de opdrachtgever niet welgevallig zijn, moeten ze toegankelijk gemaakt worden.

Na het lezen van de boeken van Katan en Hertzberger, krijg ik ook zin in Hamburgers in het paradijs van Louise Fresco. Maar dat is wel een pil van meer dan vijfhonderd pagina's. Ik ben er ook wel wat huiverig voor. We zullen zien of het ervan komt.


Hierboven een recensie van Maarten 't Hart, die het boek interessant vindt, maar geen van de conclusies onderschrijft. Daarbij vertekent hij wel enigszins wat Hertzberger schrijft. Haar pleidooi voor kant-en-klaarmaaltijden bepleit het laten varen van de angst voor niet-natuurlijke toevoegingen. Maar in dit soort maaltijden zit juist vaak veel zout, vet en suiker, zegt 't Hart. Hertzberger laat zien dat zout en suiker juist vaak nodig zijn vanwege het gebrek aan kunstmatige conserveringsmiddelen. 
Op veel zaken in het boek gaat 't Hart helemaal overigens niet in. 

vrijdag 28 december 2018

Andy. De vele levens van Andy Warhol (Typex)


Voor mijn gevoel was het pas een paar jaren terug, maar het is alweer vijf jaar geleden dat de stripmaker Typex een biografie van Rembrandt tekende en schreef. Op de kaft stond Typex' Rembrandt, om duidelijk te maken dat we niet alleen een beschrijving van Rembrandt zouden krijgen, maar ook een interpretatie.

Op het nieuwe boek van Typex, De vele levens van Andy Warhol, staat een soortgelijke aanduiding: 'Typex's Warhol'. De spelfout doet pijn aan de ogen. Die 's' hoort er natuurlijk niet te staan. Als zo'n bezitsaanduiding eindigt op een s-klank (Frits' gids, Max' fax, Maurice' nies) komt er alleen een apostrof. Vreemd dat dat bij het Rembrandtboek goed ging en bij het Warholboek niet. Het zal wellicht ironie zijn, maar dan gaat die aan mij voorbij.

Feitelijke fictie

Om te benadrukken dat het om de Warhol van Typex gaat, krijgen we ook nog de vermelding 'Feitelijke fictie'. Typex heeft zich natuurlijk verdiept in het leven van Warhol, maar vervolgens heeft hij er fictie, een verhaal, van gemaakt. De dialogen zijn bijvoorbeeld grotendeels verzonnen, al zijn het wel gesprekken tussen personen die elkaar ontmoet hebben en een dergelijk gesprek gevoerd zouden kunnen hebben.

De vele levens van Andy Warhol zou de suggestie kunnen wekken van een thematische biografie: Andy Warhol als beeldend kunstenaar, als filmmaker, als stijlicoon, als zakenman, als minnaar. Dat is niet het geval: Typex vertelt chronolisch. Als je de levensloop van Warhol volgt, zie je hoe hij steeds zijn leven heeft moeten oppakken in een nieuwe fase en heeft moeten zoeken naar de manier waarop hij zich in een bepaalde periode wilde uiten.

Typex heeft er een fors boek van gemaakt, van meer dan vijfhonderd bladzijden dik. Mooi uitgevoerd door uitgeverij Scratch: gebonden, zilver op snee en een vormgeving die mij doet denken aan die van een pak wasmiddel, wat aansluit bij bijvoorbeeld de 'portretten' van soepblikken die Warhol vervaardigde: iets wat je dagelijks tegenkomt in de supermarkt, maar wat toch kunst is.

Tien delen

In tien etappen doorloopt Typex het leven van Warhol. Elk van de tien delen begint met het voorstellen van de belangrijkste personen in de betreffende periode, in twaalf tekeningen van identieke grootte, die gescheiden zijn door stippellijntjes, zodat ze eruitzien als filmster- of voetbalplaatjes van vroeger. Op de achterkant van elk 'plaatje' vinden we een korte beschrijving van de geportretteerde persoon.

Voor elk deel heeft Warhol bovendien een kenmerkende stijl gekozen, met daarbij passend kleurgebruik. Het is een benadrukking van de 'vele levens' van Warhol. Wie door het boek bladert, ziet al bij eerste oogopslag de verschillende fasen met elk hun eigen sfeer.

De cirkel rond

Maar Typex deelt niet alleen Warhols leven op, hij laat ook constanten zien en aan het eind maakt hij het prachtig rond: hij toont ons het gezicht van de stervende Warhol, enkele pagina's lang, 36 tekeningen ter grootte van een domineesteentje per pagina. We zien minieme verschillen: een oog open, en weer dicht. Het doet denken aan de manier waarop Tim Enthoven in Binnenskamers tekeningen van een douchende man herhaalt.

Langzaam gaat het licht uit in de kleine portretjes van Warhol, alsof we 'live' meemaken hoe hij sterft.  Ruim een pagina lang kijken we vervolgens naar de duisternis:  meer dan zeventig zwarte vakjes. Daarna wordt het portret weer zichtbaar, nu met wit getekend op de zwarte achtergrond. De oude Andy staat op en stapt door de spiegel, die we herkennen van 'Through de looking glass,' waarin Alice hetzelfde doet.

Maar het doet ons ook terugbladeren naar het begin van De vele levens van Andy Warhol, waarin de kleine Andy Warhola door de spiegel stapt, in de wereld van de fictie. Aan het eind van het boek komt de overleden Andy in een hemel terecht waarin hij weer het kind kan zijn. Betty Boop en andere helden uit zijn jeugd wachten hem op, evenals familieleden die hem voorgingen. En dat allemaal getekend in de stijl van de oude strips van bijvoorbeeld Mickey Mouse, op een fraaie uitklapplaat. De cirkel is rond.

De tijd nemen

Je kunt je afvragen of het leven van Warhol niet in een dunner boek gepast had. Ongetwijfeld had dat gekund, maar ik ben blij dat Typex de tijd en de ruimte genomen heeft. Het lijkt hem in De vele levens van Andy Warhol niet te gaan om de exacte gebeurtenissen, maar om de hoofdpersoon, die hij ons tekent in de gesprekken, de sfeer die opgeroepen wordt, zijn verhouding tot zijn omgeving. Nergens is er haast in het vertellen, nergens zijn er samenvattingen zodat je met grote stappen snel thuis zou zijn.

Ik vind het heerlijk dat Typex de tijd neemt, dat hij Warhol laat praten en niet altijd over grote zaken, maar ook over de dagelijkse beslommeringen. Daardoor wordt de held een mens. Warhol was niet altijd gemakkelijk, maar hij heeft ook niet gemakkelijk geleefd. Ondanks alles is hij doorgegaan en hij heeft een oeuvre en een leven nagelaten dat we nog steeds kennen.

Daarnaast geeft Typex een mooi beeld van de tijd waarin Warhol leefde. Er wordt niet eens zo veel groot krantennieuws genoemd, maar toch wordt Warhol in zijn tijd geplaatst.

Geen nieuwtjes

Veel nieuwe feiten zijn er niet te ontdekken  in Typex' Andy, al verbaasde het me wel dat ik Donald Trump in het boek tegenkwam. Het gaat in deze stripbiografie natuurlijk ook niet om de nieuwswaarde. Het leven dat we al uit andere  bronnen kennen, wordt verteld op een manier die we nog niet kennen: namelijk door Typex. Hij is betrokken, hij leeft mee, maar hij is niet kritiekloos en laat Warhol ook zien op momenten dat we liever niet met hem meeleven.

Als we het boek dichtslaan, is Andy Warhol nog steeds in ons hoofd. In hoeverre dat de echte Warhol is, kun je je afvragen, zoals je ook kunt strijden over het antwoord op de vraag wat de echte Warhol dan is. Maar wie dit boek gelezen heeft, zal in het vervolg bij Warhol (ook) denken aan Typex' Andy.





maandag 24 december 2018

De beste strips van 2018


Strips hebben mijn hart, maar ik doe ze er altijd bij. Naast mijn werk als docent en het lezen van en schrijven over literatuur, bedoel ik. Ik kijk met bewondering (en in mijn slechtere momenten ook met jaloezie) naar recensenten die een nagenoeg compleet overzicht hebben over het Nederlandse striplandschap.

Dat heb ik niet en soms kom ik er pas maanden later achter dat er nieuw werk op de markt is van bijvoorbeeld Brecht Evens. Diens nieuwste boek zag ik onlangs voorbijkomen, maar zijn vorige was al een jaar uit voordat ik het zag.

Ik moet het dus doen met mijn beperkte blik. Uit wat ik in 2018 heb gelezen, kon ik gelukkig wel tien werken selecteren die me bijgebleven zijn. Ik kwam tot de volgende lijst.

1. Maaike Hartjes, Burn-out dagboek (recensie
2. Nikolas Wouters/Michael Ross) Totem (recensie
3. Typex, Andy. De vele levens van Andy Warhol (recensie
4. Mawil, Kinderland (recensie
5. Peter van Dongen, Familieziek (recensie
5. Lo Hartog van Banda / Tjé Tjong Khing, Iris (recensie
6. I.R. Ineke, Malpertuis (recensie
7. Zidrou/Aimée de Jongh, Bloesems in de herfst (recensie
8. Frank Flöthmann, Stille nacht (recensie verschijnt binnenkort) 
9. Dirk-Jan Hoek, De Hemingway triatlon (recensie
10. Jasper Rietman, Exodus (recensie)

Strikt genomen hoort Familieziek thuis in het lijstje van 2017, maar ik las het dit jaar. En Iris is nog veel ouder, maar het is opnieuw uitgegeven en ik heb er zo van genoten dat ik het niet buiten deze lijst kon houden.

Verder zijn er weer veel integrale uitgaven geweest: zo'n beetje elke serie van vroeger komt nu gebundeld in hardcover opnieuw op de markt. Hoe mooi en hoe goed ook, dit jaar koos ik ervoor om ze buiten de lijst te laten.

Bij Maaike Hartjes heb ik overwogen het boek in de lijst met de beste boeken van 2018 op te nemen. Ook in die lijst zou ze hoog geëindigd zijn. Maar ik denk dat Hartjes zich meer thuisvoelt bij Typex, Van Dongen en Aimée de Jongh.

De Stripmaker des Vaderlands, Margreet de Heer, hield dit jaar een pleidooi voor het opnemen van strips op de literatuurlijst. De gids, met goede tips, kun je hier downloaden.

Er staan ook titels en namen op die in bovenstaand lijstje voorkomen of die in de lijstjes van voorgaande jaren stonden. Linkjes naar die lijsten vind je onderaan.

Of strips op een literatuurlijst moeten, weet ik nog niet zo. Dat ze ook een plekje krijgen in het onderwijs: graag, maar ik ben ook een beetje bang om ruimte voor de literatuur prijs te geven. Ik kom daar ongetwijfeld nog eens op terug.

Eerst maar een nieuw stripjaar in. Ik ben nog wat achter met schrijven. Daarom ontbreken bij enkele van de bovenstaande boeken de recensies nog. Die komen nog.

De voorgaande lijstjes met beste strips:
2017 (nr. 1: La Casa)
2016 (nr. 1: Hier)
2015 (nr. 1: The white people)
2014 (nr. 1: Blast 4)
2013 (nr. 1: Blast 3)
2012 (nr. 1: Habibi)

vrijdag 21 december 2018

De beste boeken van 2018 (die ik niet gelezen heb)



Eigenlijk kun je niet weten wat de beste boeken zijn die je ongelezen hebt gelaten. Het is inschattingswerk, nattevingerwerk, intuïtie, onderbuik- of voorhoofdsgevoel, kortom: het is op weinig gebaseerd.

Ik las recensies, beluisterde interviews, zag een paar omslagen. In sommige boeken kreeg ik zin, maar ik kocht ze niet en las ze dus niet. En soms vergat ik de boeken weer half. Maar voor dit lijstje heb ik ze uit het moeras van mijn geheugen gevist.

Dit werd het lijstje:
1. Ilja Leonard Pfeijffer, Grand Hotel Europa
2. Rob van Essen, De goede zoon
3.Marita Mathijsen, Een bezielde schavuit, Jacob van Lennep 1802 - 1868
4. Tomas Lieske, De vrolijke verrijzenis van Arago
5 Jan van Aken, De ommegang
6. Arnon Grunberg, Goede mannen
7. Lieve Joris, Terug naar Neerpelt
8. Hans Münstermann, De onderstroom
9. A.F.Th. van der Heijden, Mooi doodliggen
10.Hanneke Hendrix, Aswoensdag

Bij de beste romans van 2014 (zie hier de lijst) stond Ilja Leonard Pfeijffer bovenaan met La Superba. Na de lovende recensie van Grand Hotel Europa in NRC Handelsblad plofte het boek meteen aan de top van de lijst met boeken die ik wil gaan lezen.

De boeken van Rob van Essen en Marita Mathijssen worden alom geprezen. Van Van Essen heb ik al heel lang niets gelezen (Kwade dagen was het enige) en in Jacob van Lennep ben ik toch al geïnteresseerd, net als in de tijd waarin hij leefde. Goede redenen om de boeken hoog op de lijst te zetten.

Tomas Lieske is altijd interessant. Dat De vrolijke verrijzenis van Arago was verschenen, was mij geheel ontgaan, maar ik vertrouw er blind op dat het goed is. Zelfs de minder geslaagde boeken van zijn hand wil ik graag lezen.

Over Jan van Aken las ik veel goeds en ook een collega was enthousiast over De ommegang. Het is mooie historische roman, vernam ik.

Grunberg lees ik altijd met plezier. Lieve Joris hoorde ik in een interview en ik heb goede herinneringen aan Terug naar Kongo. Hans Münstermann is mij, net als bijvoorbeeld Lieske, nooit tegengevallen.

Bij Van der Heijden speelde schuldgevoel me parten. Van Van der Heijden heb ik best wat gelezen en ook van toen hij zich nog Canaponi noemde las ik zijn werk. Veel van die boeken vond ik goed. Ik geloof dat ik alleen over Asbestemming indertijd wat minder tevreden was. Toch heb ik veel van zijn romans ongelezen gelaten.

Kwaadschiks nam ik op in de lijst met beste boeken die ik niet las in 2016, De ochtendgave in die van 2015 en in 2013 noemde ik De helleveeg. Het voornemen was er steeds wel, maar na Tonio las ik niets meer van zijn hand.

Van Hanneke Hendrix las ik De verjaardagen. Misschien geen briljant boek, maar het is me toch bijgebleven: een aangename leeservaring. Over haar nieuwe boek sprak ze in een recent interview en daar heb ik een uur lang met plezier naar geluisterd.

Een lijstje moet beperkt blijven, dus er zijn altijd afvallers: Marente de Moor, Jaap Robben, Peter Terrin, Anna Enquist, Mirjam van Hengel met haar ongetwijfeld mooie boek over Campert, de biografie van Thorbecke (Remieg Aerts), het boek van Martine Bijl (Rinkeldekink). Ik sluit niet uit dat ik sommige daarvan toch meeneem als ik ze zie liggen. Bij Ik, J. Kessels van Thomése, weet ik dat bijna zeker.

We zullen zien. Mogelijk staan enkele van bovenstaande boeken volgend jaar in mijn lijst van wel gelezen boeken.


















De beste boeken van 2018 vind je hier.
Hier de lijst met de beste strips van 2018. Nr. 1: Burn-out dagboek van Maartje Hartjes.