maandag 13 november 2023

Smakelijk leven (Aurélia Aurita)



Al mijn hele leven lees ik strips, maar wanneer ik erover begon te schrijven weet ik eigenlijk niet precies. In ieder geval voordat ik startte met Bunt Blogt. Het zou zomaar kunnen zijn dat Aardbei en chocola (2010) van Aurélia Aurita een van de eerste graphic novels was waar ik in de krant aandacht aan besteedde. 

Het is het verslag van een onstuimige liefdesrelatie, licht van toon, maar ook onthutsend in zijn eerlijkheid, waarbij gênante momenten niet ontlopen worden. Aurita weet zichzelf en haar omgeving scherp te observeren. 

Dat was intussen alweer een beetje weggezakt bij mij toen Smakelijk leven binnenkwam. Ook hierin speelt Aurélia de hoofdrol. Ze geeft een beeld van haar leven, met veel aandacht voor eten. 

Grootmoeder

Het verhaal begint met de dood van haar grootmoeder. Dat wordt subtiel verteld: op de eerste pagina's zien we alleen maar voorwerpen, te beginnen bij grootmoeders bril. Dan is de persoon wel heel erg weg, zou je kunnen zeggen. Je kunt ook zeggen dat voorwerpen iemand nog een tijdje bewaren. 

De familie komt bij elkaar. Dat wordt allemaal door Aurita getekend, in zwartwit. Alleen het voedsel is in kleur. Eten is blijkbaar belangrijk. Aurita noemt de eettafel een altaar. Er branden ook stokjes wierook. 

De familie heeft Cambodjaanse roots, met een eigen eetcultuur. Nu oma overleden is, zijn ook haar recepten weg. Die zijn namelijk niet allemaal opgeschreven. Hierin wordt duidelijk hoe belangrijk het is om eetcultuur en recepten vast te leggen. 

Verslag vanuit de keuken

De passage van het overlijden van de grootmoeder fungeert in Smakelijk leven als een proloog. Pas daarna volgt er een titelpagina. Daar weer na volgt een verslag van hoe Aurélia Aurita als tekenaar zich bevindt in de keuken van een beroemde kok om vast te leggen hoe daar gewerkt wordt. 

Ze gaat er met open blik in, ziet hoe de keuken georganiseerd is, welke gerechten er bereid worden en heeft ook oog voor de verschillende mensen die hard moeten werken om het niveau van het restaurant elke keer weer te halen. 

Tussendoor dwaalt ze wat af, met herinneringen aan een andere tijd, die ook weer met eten te maken hebben. Altijd blijft daarbij de verhaallijn helder. 

Smaaksensatie

Aurita doet haar best om de smaaksensatie van de gerechten te beschrijven. De lichamelijke vervoering doet soms denken aan seks, waarbij de lezer ook aan Aardbei en chocola moet denken. Met je hoofd kun je een smaak analyseren, maar uiteindelijk moet je je lichamelijk overgeven aan een gerecht en je mee laten voeren. 

Het lichaam speelt in het boek nog een heel andere rol: er wordt borstkanker bij haar geconstateerd. Ze gaat een moeilijk traject in. Ook daarbij observeert ze zichzelf en haar omgeving scherp. 

In het boek zijn ook steeds gesprekken opgenomen met meer of minder beroemde mensen die haar kennen als artiest. We luisteren mee met de gesprekken. Een van hen zoekt ze op in het ziekenhuis, als voor die vriendin de dood dichterbij komt. 

Op allerlei manieren is Smakelijk leven een lichamelijk boek. Het is ook een boek waarin de hoofdpersoon in haar hoofd zaken op een rijtje probeert te houden en soms toch gewoon maar mee moet gaan met het leven. 

Gretigheid

Er zit een soort gretigheid in de manier waarop de gerechten worden beschreven en die gretigheid geldt misschien ook wel het leven, dat ze wil omarmen, ondanks al het moeilijke dat het haar biedt. Die levensdrift is indrukwekkend. Je wordt er zowel blij als stil van. 

Smakelijk leven is geen overdreven optimistisch boek dat alleen de mooie kanten van het leven toont, maar het laat zien hoe je, juist omdat het leven soms pijnlijk is (en altijd eindig) je het met diepe teugen zou moeten inademen. Dat je het bij elk hapje zou moeten proeven en zo smakelijk mogelijk zou moeten leven. 

Het is geen licht boek, maar het heeft altijd wel een redelijk lichte toon, waardoor de lezer zich ook wat lichter voelt. Het geeft een steuntje in de rug, ook als je dacht dat je dat niet nodig had. 

Titel: Smakelijk leven
Tekst en tekeningen: Aurélia Aurita
Uitgever: Scratch Books
2023, 368 blz. € 39,95 (softcover)



donderdag 9 november 2023

De zelfdenker. Karel van het Reve 1921 - 1999 (Willem Melching)

Bij zijn leven (1921 - 1999) heb ik niet zo heel veel gelezen van Karel van het Reve. Ik genoot wel erg van zijn bundel Uren met Henk Broekhuis, waarin Van het Reve uitlegde dat zwemmen bij eb niet gevaarlijk is en dat het onzin is dat Philips best gloeilampen zou kunnen maken die heel lang kunnen branden, maar dat dat niet gebeurt, omdat het bedrijf er anders te weinig aan verdient. Dat laatste stuk stond opgenomen in de taalmethode die ik toen gebruikte bij mijn lessen aan het vwo, Taaldaden. 

Toen Van het Reve zijn Huizingalezing hield (Literatuurwetenschap: het raadsel der onleesbaarheid, 1978) zat ik met mijn oor tegen de radio. Een slim betoog, vond ik. Van het Reve verwonderde zich erover dat slechte literatuur niet tot de literatuur gerekend wordt. Alsof je zou zeggen dat wat er in een stoommachine gebeurt wel natuurkunde is, maar wat in een fluitketel gebeurt niet. Alle kenmerken die toegekend worden aan goede literatuur, zijn volgens de spreker ook in slechte literatuur terug te vinden. Met andere woorden: de literatuurwetenschap is niet wetenschappelijk. 

Verder zal ik best wat stukjes van hem gelezen hebben, hier en daar, maar daar heb ik weinig van onthouden. Ik herinner me wel de stukken die verschenen bij zijn overlijden. Daarin werd aangehaald dat Van het Reve vertelde dat er vroeger iemand bij hen aan huis kwam die Egyptische sigaretten rookte. Soms dacht hij aan hem. Maar als hij dood zou zijn, wie moest er dan aan die man denken? Als er iemand sterft, sterven ook zijn herinneringen. Een mooie en vreselijke gedachte. 

Biografie

In zijn biografie De zelfdenker schetst Willem Melching het leven van Karel van het Reve. Daarbij komen zijn jeugd en zijn verhouding met zijn jongere broer Gerard wel aan de orde, maar aan veel van het persoonlijke leven van Van het Reve gaat Melching voorbij. Hij heeft ervoor gekozen om vooral aandacht te schenken aan diens opvattingen. Dat heeft in ieder geval geleid tot een biografie die niet extreem dik is (416 bladzijden) en die toch een goed beeld geeft. 

Wie iets weet van Van het Reve weet waarschijnlijk dat hij helder schreef, bewondering voor Elsschot had, Slavist was, zich afkeerde van het communisme, in Moskou heeft gewoond en het werk van dissidente schrijvers naar het Westen heeft gesmokkeld. Al die zaken passeren de revue. 

Een van de vrienden van Van het Reve was David Koker. Ik las diens Dagboek geschreven in Vught toen het uitkwam als Bulkboek en was ervan onder de indruk. Hij overleefde de oorlog niet en is altijd een rol blijven spelen in het leven van Karel. Hij noemde een van zijn kinderen David. 

Max Euwe

Ik vond het, als amateurschaker, leuk om te lezen dat Max Euwe een van zijn leerlingen was. Daarbij trof ik overigens wel een fout aan in het boek van Melching. Euwe is niet in 1935 en 1937 wereldkampioen schaken geworden. Hij werd het in 1935 en raakte de titel in 1937 weer kwijt. De eerste trip van Van het Reve naar de Sovjet-Unie was als begeleider van Euwe. 

Van het Reve groeide op in een communistisch gezin. Hoe dat kon zijn, beschreef Jolande Withuis al in Raadselvader. Tussen 1945 en 1952 gleed Karel van zijn geloof in het communisme. Na zijn bezoek aan Moskou met Euwe, in 1948, was hij nogal teleurgesteld over de werkelijkheid daar. De Sovjet-Unie was geen heilstaat. 

Bij nadere bestudering bleek het marxisme filosofisch en wetenschappelijk weinig voor te stellen. Verder was Van het Reve geschokt door het opkomend antisemitisme in het Oostblok. 

Conflicten

De veranderde standpunten van Van het Reve werden natuurlijk duidelijk in zijn publicaties, wat leidde tot conflicten met de CPN. Maar Karel is ruzies nooit uit de weg gegaan. Hij kreeg die ook door zijn Huizingalezing, door zijn kritiek op de simpele uitleg van de opvattingen van Darwin en door zijn publicatie De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen (1985). 

Melching doet het allemaal helder uit de doeken in een stijl die lekker leest. De paragrafen binnen de hoofdstukken zijn kort en hebben duidelijke kopjes. Altijd is duidelijk wat Melching wil beweren. 

Nadat ik De zelfdenker had gelezen, had ik meteen zin om iets van Karel van het Reve te gaan lezen. Ik vind het vreemd dat ik zo weinig van hem las, ondanks dat ik weet dat hij helder schrijft, met een mooie ironische toon. Als ik weer bij een kringloop kom, moet ik toch maar eens speuren naar Een grote bruine envelop (1991), Met twee potten pindakaas naar Moskou (1970) of misschien zelfs zijn Geschiedenis van de Russische literatuur (1985).

Karel van het Reve heeft behoorlijk wat erkenning gekregen voor zijn werk. Zo ontving hij de Martinus Nijhoffprijs voor zijn vertalingen en de P.C. Hooftprijs. 

dinsdag 7 november 2023

GoSt111 (Mark Eacersall / Henri Scala / Marion Mousse)

Goran Stankovic raakt zijn baan kwijt. Hij probeert aan werk te komen, maar dat lukt slecht. Al gauw belandt hij in de misdaad, als chauffeur. Als hij opgepakt wordt met drugs in de achterbak, krijgt hij het aanbod om informant te worden voor de politie. 

Zo begint de graphic novel GoSt111. De titel verwijst naar de codenaam die Goran krijgt, de eerste twee letters van voor- en achternaam. Goran is eigenlijk geen misdadiger, maar een kleine krabbelaar. Hij woont samen met zijn dochtertje, die een broze gezondheid heeft, bij zijn moeder en hij voelt zich verantwoordelijk. 

In de nesten

Hij werkt zich in de nesten: je moet mensen aan twee kanten tevreden stellen en intussen moet je je huid zien te redden. Bij de politie is Alex zijn contactpersoon. Die houdt van onconventionele werkwijzen, maar er is een nieuwe op het bureau bij wie hij zich moet verantwoorden en er moet ook een cursus gevolgd worden over ethisch handelen. Alex probeert alle klippen te omzeilen en zo te scoren. 

Alle mensen werken op hun eigen gebiedje en moet zich daar zien te redden. Ze zijn radertjes in een groter systeem, dat maar doordraait. Erg veel uitzicht geeft dat niet. 

GoSt111 is een tragisch verhaal. Het laatste plaatje is dat van de handen van Goran. Je zou kunnen zeggen dat hij met lege handen achterblijft, maar misschien is er ook wel hoop: hij heeft nog altijd twee handen, waarmee hij de kost kan verdienen. 

Het hele verhaal door blijft Goran sympathiek. Hij is van goede wil en het leven overkomt hem. Hij heeft warme gevoelens voor zijn dochtertje en wil graag een goede vader zijn. Maar hij dreigt vermalen te worden door de situatie waarin hij verzeild is. 

Recherche

Naast het verhaal over een persoon in een benarde situatie, geeft GoSt111 een beeld van de recherche, die grip probeert te krijgen op de misdaad, maar vaak achter de feiten aan loopt en dan grijpt naar dubieuze middelen. Onvermijdelijk moest ik denken aan de IRT-affaire, waar ooit nog een parlementaire enquête aan gewijd is geweest. 

Alex is een vrije jongen, die zich de wet niet wil laten voorschrijven en die ook wel geniet van de manieren waarop hij misdadigers te pakken krijgt. Het deugt eigenlijk niet, maar het is effectief en daarom laat men hem zijn gang gaan. 

Laag tempo

Het scenario van Mark Eacersall en Henri Scala houdt het verteltempo vrij laag. Al aan het begin van het verhaal lopen twee rechercheurs op hun gemakje naar het hoofdkwartier. Het inzoomen op details (een peuk op de grond, een kerstmannetje aan een deurklink) drukt het tempo nog iets meer. Hoewel er verschillende spannende gebeurtenissen in het verhaal voorkomen, is dit geen actiestrip of avonturenstrip. 

Het tempo loopt min of meer gelijk met het leeftempo: de dingen gebeuren nu eenmaal en we gaan ook als lezer daarin mee. Ook de manier van tekenen onderstreept dat. Marion Mousse gebruikt een dun lijntje, dat nogal hoekig is. In het lijntje zit weinig expressie: de dingen worden niet vetter aangezet, er wordt niet op het effect gespeeld. 

De hoekigheid past bij de harde wereld en bij de hoekigheid van de karakters. Goran is een aardige man, maar hij heeft een stuurse kant. Vrolijk is hij niet en een prater kun je hem ook niet noemen. Voor de schaduwgedeelten gebruikt Mousse zwartvlakken. Die hebben soms wel een min of meer dramatisch effect. De schaduwen passen natuurlijk ook bij de duistere kanten van wat er gebeurt. 

Geen flitsend verhaal, geen dwingende verhaallijn die recht op het doel af gaat, maar GoSt111 blijft wel hangen. Waarschijnlijk doordat je je zo goed kunt identificeren, met Goran die ook maar wat van zijn leven probeert te maken en zich zonder veel te klagen staande probeert te houden. Het leven is niet lieflijk en uiteindelijk heb je alleen je eigen handen om er iets van te maken. 

Titel: GoSt111
Scenario: Mark Eacersall / Henri Scala
Tekeningen en inkleuring: Marion Mousse
Vertaling: Natasja van Loon
Uitgeverij: Lauwert
196 blz. € 35,95 (hardcover)


maandag 6 november 2023

Gone with the wind (Pierre Alary)

Bij de titel Gone with the wind is de eerste associatie waarschijnlijk de film uit 1939, die weer gebaseerd was op de gelijknamige roman van Margaret Mitchell van twee jaar daarvoor. De film werd genomineerd voor dertien oscars, waarvan er acht daadwerkelijk gewonnen werden. Het is een klassieker; wie hem niet gezien heeft, heeft er op zijn minst over gehoord. 

In Nederland werd de film bekend als Gejaagd door de wind. Voor de vertaling van de stripadaptatie door Pierre Alary is gekozen voor de Engelse titel. Dat is opmerkelijk, want de Nederlandse titel geniet zeker bekendheid. Maar misschien verwijst de Engelse nog net iets duidelijker naar boek en film. 

Scarlett

Het verhaal begint in april 1861 in Georgia op de plantage Tara. Het is de vooravond van de burgeroorlog. Op de openingspagina zoomen we in op Melanie O'Hara, die in het verhaal centraal zal staan. Ze is verliefd op Ashley Wilkes. Hij is dat ook op haar, maar hij gaat trouwen met Melanie Hamilton. De families Wilkes en Hamilton trouwen al generaties lang met elkaar. 

Op een feest, de volgende dag, zal de verloving bekendgemaakt worden. Scarlett spreekt Ashley daar nog. Dat gesprek wordt onbedoeld gehoord door Rhett Butler, het zwarte schaap in het gezelschap. Hij is een charmante man, maar heeft een dubieuze reputatie. 

Oorlog

Als de oorlog uitbreekt, worden de mannen onder wapenen geroepen en ze gaan met zeker enthousiasme ten strijde. Scarlett trouwt halsoverkop met Charles Hamilton, de jongere broer van Melanie. Ze krijgt een kind van hem, maar wordt al snel weduwe. 

Er zijn veel verwikkelingen in het verhaal, waarbij de oorlog niet alleen decor is, maar ook een bepalende rol speelt. Niet alleen overlijden er bekenden en geliefden, de noordelijke soldaten bezetten op een gegeven moment ook de stad en Scarlett moet vluchten, samen met Melanie, die net een baby heeft gekregen. 

Rhett is van tijd tot tijd in de buurt. Hij lijkt een handige sjacheraar die voordeel haalt uit de oorlogssituatie. Maar hij helpt Scarlett ook om te vluchten. 

Als ze terug is in de streek waar ze is opgegroeid, moet ze zien de plantage Tara weer op gang krijgen, wat niet meevalt. Het is al lastig om de belasting betaald te krijgen. Jonas Wilkerson dreigt de plantage over te nemen. Het verhaal lijkt een treurig einde te krijgen. 

Lege handen

Ashley komt terug uit de oorlog. De liefde tussen hem en Scarlett bestaat nog, maar hij is getrouwd met Melanie. Scarlett blijft met lege handen achter. Ze zegt: 'Ik heb jou verloren en zal Tara verliezen. Ik heb niets meer om van te houden of om te verdedigen.'

Hoe het verder zal gaan met Scarlett en met de plantage Tara zal te lezen zijn in het tweede deel van het tweeluik. 

Verteller

Gone with the wind voert ons terug naar de negentiende eeuw en die sfeer hangt er ook. Dat heeft te maken met de manier van vertellen. In tekstblokken is er een alwetende verteller aan het woord. Die weet zaken die zelfs de personages niet weten. Dat je niet met de man van je hart kunt trouwen is niet nieuw. Ook de moeder van Scarlett, Ellen Robillard, heeft het meegemaakt. Zij was verliefd op haar neef, maar trouwde met Gerald O'Hara, die achtentwintig jaar ouder was. Dat krijgen we als extra informatie mee. 

Dat laat zien hoe vast de structuren zijn waarin Scarlett moet leven. De regels en gewoonten lijken sterker te zijn dan het individu, maar Scarlett is een krachtige persoonlijkheid, die niet alleen afgaat op haar verstand, maar ook haar hart volgt. Ze wijkt daarin af van de vrouwen in haar omgeving. Voor de lezer van nu staat ze het dichtstbij.

Tijdsbeeld

We volgen Scarlett, maar krijgen ook de geschiedenis mee: het runnen van een plantage, de burgeroorlog, de onzekerheid van het bestaan. In het gezin waarin Scarlett opgroeit, zijn al drie zoontjes overleden. De dood is een goede bekende. 

De slavernij is een gegeven in die tijd, maar al wel punt van discussie. Het is een van de oorzaken van de burgeroorlog: is de slavernij ook toegestaan op de nieuw ontgonnen gebieden? Een van de bedienden van Scarlett is Mammy, een vrouw van kleur. Die wordt in de film gespeeld door Hattie McDaniel. Zij kreeg een oscar voor haar spel en was daarmee de eerste Afro-Amerikaanse die op die manier bekroond werd. 

Voor zover ik dat kan beoordelen, volgt Pierre Alary het boek vrij nauwkeurig, net als de film dat al deed. Natuurlijk moest hier en daar wat gecoupeerd en aangepast worden. Het verhaal is niet eenvoudig, maar het blijft helder. 

Tekeningen

De tekeningen zijn ook helder, met een lekkere lijnvoering, waarbij de ene lijn net wat dikker is aangezet dan de andere. De ogen van de personages, vooral van Scarlett, zijn vrij groot, wat haar gezicht veel expressie geeft. 

De inkleuring is gedaan met veel gelen en bruinen, die soms naar oranje neigen. Dat draagt bij aan de historische setting. Er is veel spel met licht en schaduw, waarbij de schaduwen vaak geen zwart- of grijsvlakken zijn, maar alleen een wat donkerder kleur hebben. Mooi gedaan, maar een enkele keer slaat het ook een beetje door, waardoor het gevaar van effectbejag op de loer ligt. Over het algemeen is het dik in orde.

Eigenlijk wist ik helemaal niet zoveel af van Gejaagd door de wind. Maar ik ben wel nieuwsgierig geworden naar de film. Die zal nog wel ergens op het internet te vinden zijn. Al zou je ook kunnen zeggen dat je die film eigenlijk niet meer nodig hebt, nu de strip er is. 

Aan een klassieker valt veel te verprutsen en zo'n verstripping is een risico. Velen hebben er een mening over, er bestaan al beelden in de hoofden van lezers en alleen als de strip goed genoeg is, zullen die lezers bereid zijn die te vergeten en mee te gaan in het verhaal zoals dat nu verteld wordt en getekend. Dat is Pierre Alary wel gelukt lijkt me. Wie deel 1 gelezen heeft, zal ongeduldig wachten op deel 2. 

Titel: Gone with the wind
Deel: 1 (van 2)
Scenario en tekeningen: Pierre Alary
Uitgeverij: Standaard Uitgeverij
2023, 148 blz. € 27,99 (hardcover) 

woensdag 1 november 2023

Lepelsnijder (Marjolijn Hof)

Janis woont met de oude Frid op een berg, een plek waar niemand ooit komt. Hij kan uit hout de mooiste lepels snijden en Frid neemt de lepels mee om die in het dal te ruilen voor voedsel. Dan blijft Janis alleen achter. Maar op een dag komt Frid niet terug. Janis moet alleen de berg af, slechts in het gezelschap van een hond en een ezel. Maar hij weet weinig van de wereld, waar bovendien 'de grote ziekte' zou woeden. 

Dat is het uitgangspunt van Lepelsnijder (2022) van Marjolijn Hof. We volgen in het boek het jongetje Janis, op weg naar een onzekere toekomst. Hoe zal hij zich ooit kunnen redden?

Plaats en tijd

Waar het verhaal zich afspeelt, is niet duidelijk en ook niet wanneer. In het verleden in ieder geval en waarschijnlijk eeuwen geleden. Maar eigenlijk doet dat er niet zo toe. Al meteen ben je als lezer in de wereld van Janis en je blijft daarin, want die wereld is heel geloofwaardig. Soms wel gewelddadig. Er vinden mensen de dood en er moeten konijnen gestroopt worden om jezelf te voeden. Dat is niets voor Janis, die juist een 'heelmaker' is, maar hij krijgt al gauw een reisgenoot, Ever. Heeft die geen andere bedoelingen dan hij voorgeeft? 

Tijdens het verhaal weet Hof uitstekend de spanning te bewaren. Janis ontmoet uiteindelijk zijn eigenzinnige tweelingzus Silke en komt wat meer te weten over zijn verleden. De twee kinderen moeten elkaar wel steunen, want de buitenwereld is vijandig en ze moeten maar zien dat het er levend af brengen. Gelukkig zijn er niet alleen tegenstanders, maar is er ook hulp. Toch zal veel van hun eigen inventiviteit afhangen. 

De wereld opnieuw construeren

Ach, wat is Lepelsnijder toch een heerlijk verhaal. Vanaf de eerste bladzijde leef je mee met Janis, die de wereld in moet en erachter komt dat veel van wat hij geloofde niet waar was. Hij blijkt ook iemand anders te zijn dan hij dacht. Dat betekent dat hij opnieuw de wereld moet construeren en zijn eigen plaats daarin moet vinden. Waar is Frid? En is hij wel zo aardig als Janis altijd gedacht heeft? Wat zijn de bedoelingen van de vreemde Schenkelman? En van Ever? Dat lijkt een vriend. 

Frid kon goed stropen. 'Je moet weten wat er in de kop van konijnen omgaat. Dan kun je ze pas vangen', heeft hij ooit gezegd. Janis gelooft dat dat ook voor de mensen geldt: hij probeert erachter te komen wat er in hun kop omgaat. Dan pas kan hij ze te slim af zijn. 

Glimmende taal

Lepelsnijder is een spannend verhaal in een omgeving die de dagelijkse wereld doet vergeten. Het is geschreven in taal die glimt, waardoor het lezen van de zinnen een belevenis is. Een enkel voorbeeld:

Hij wilde Lode niet tegenkomen met zijn jongeheer dit en jongeheer dat, en de meiden ook niet met hun jurken en schorten en beleefde knikjes. 

De zinnen lijken niet zo bijzonder, maar ze hebben een eigen verteltoon, een stem waar je graag naar luistert. En je wilt natuurlijk weten hoe het met Janis afloopt. 

Open einde

Eigenlijk weet je dat aan het eind van het boek nog steeds niet. Silke en Janis lijken zich voorlopig gered te hebben, maar je weet ook dat het maar voorlopig is. En er is nog wel het een en ander uit het verleden uit te zoeken. 

Gelukkig is er nog een boek verschenen: De kaarten van madame Petrova. Deze madame komt ook al in Lepelsnijder voor. Door de kaarten die ze gelegd heeft, heeft ze voor een groot deel het leven van Janis en Silke bepaald. 

In het nawoord vertelt Marjolijn Hof dat voor haar het verhaal begon met een schilderij: Teich im Riesengebirge van Adrian Ludwig Richter. Dat is hieronder afgebeeld. De tekeningen in het boek, die eruitzien als houtsneden, zijn van Annette Fienieg.

dinsdag 31 oktober 2023

Alsnog (Wilem Ritstier / Andrea Kruis)


Rob van Beerschot is een wat oudere man die in een wijk woont die zijn beste tijd gehad heeft. Zijn huis heeft bijvoorbeeld nog een geiser en zo'n zwartwit geblokte gootsteen. De hele buurt dreigt platgegooid te worden, maar Rob is niet van plan zijn huis uit te gaan. Om hem heen gaat het wel hard: het buurtwinkeltje verdwijnt en zijn buurvrouw Merel gaat kijken naar een nieuw appartement. 

Verder gaat zijn leven zijn gangetje. Hij vangt zijn kleinkinderen op als ze uit school komen. Zijn dochter Martine is een jonge, werkende vrouw. Ze heeft een drukke baan, waardoor ze vaak gestrest is en haar relatie gaat niet zo goed. 

En dan moet alles ook nog verantwoord. Dat haar dochter Hinde heet, geeft al een beetje aan in welke hoek je haar moet zoeken. Ze belt Rob speciaal op om hem op zijn kop te geven als hij de kinderen fastfood heeft laten eten. Als Hinde jarig is wil moeder liever geen cadeautjes ('Ze heeft al zoveel rommel'), maar geld voor een nieuwe iPhone.

Alledaagsheid

Rob is de hoofdpersoon van de graphic novel Alsnog, waarvoor Willem Ritstier het scenario schreef. De tekeningen zijn van Andrea Kruis. Het tempo in het verhaal is vrij laag, maar dat geeft goed de alledaagsheid weer van het leven van Rob. Ook de tekeningen hebben een huiselijke sfeer. Het gaat hier om mensen die we zelf zouden kunnen zijn of die we zomaar zouden kunnen ontmoeten. De mensen aan wie in het journaal gevraagd wordt wat ze hoorden van de inbraak, de ontploffing of het ongeluk. 

Rob drinkt 's avonds een kop koffie bij Merel, die wel wat meer met hem zou willen, maar daar moet Rob nog even niet aan denken. Van tijd tot tijd gaat hij naar het graf van zijn vrouw, met wie hij na haar dood gesprekken voert. Dat kennen we vooral uit Amerikaanse films en series (Afterlife, bijvoorbeeld). Misschien is het net iets te veel een fictiecliché, al is het ook niet heel erg storend. 

Wat betreft de tekeningen op die locatie: bij het graf met het kleine kruis staat het kruis de ene keer aan de achterkant van de opstaande steen, de andere keer aan de voorkant. En het graf met het grote kruis staat op bladzijde 3 rechts van het graf van Robs vrouw en op bladzijde 34 links. Ik ben een kniesoor. Tijdens het lezen valt het niet op. 

Vriend van vroeger

Rob ontmoet een vriend van vroeger, Gijs Nieman. Die heeft het meer gemaakt in het leven en is wat flamboyanter, maar de hernieuwde kennismaking is hartelijk en Rob maakt ook kennis met de familie van Gijs. Ze besluiten om samen op vakantie te gaan. Maar daar gaat het niet goed met de gezondheid van Gijs.

Waar de titel op slaat, laat ik nog maar even in het midden. Er moet voor de lezer immers nog wel wat te ontdekken zijn. Het loopt allemaal wel goed af, maar heel lang is niet te voorspellen op welke manier dat zal zijn. 

Alsnog is een heel aardige beeldroman. Rob is als karakter niet zo spectaculair, maar dat vind ik juist wel goed. Hij is vriendelijk, maar houdt zich vaak ook wat op de vlakte. In zijn 'gewoonheid' is hij goed getekend. Hij gaat volop voor je leven. Wat dat betreft gebeurt dat veel minder bij bijvoorbeeld kleinzoon Melle, die vooral bezig is op zijn telefoon en vaak 'whatever' zegt. Hij is niet veel meer dan een type geworden. 

Perspectief

We leven de hele tijd mee met Rob en dat werkt goed. In een scène verschuift het perspectief naar de buurvrouw, die zich realiseert dat ze niet moet afgaan op veronderstellingen. Dat is een beetje een zwaktebod, dat de manier van vertellen net iets minder consequent maakt. 

Er is genoeg te waarderen in Alsnog en toch kwam ik aan het eind tot niet veel meer dan 'aardig'. Misschien komt dat door de goede afloop in de epiloog, waardoor het verhaal wel erg gesloten wordt en er weinig lucht overblijft. In de loop van het verhaal blijft er nog wel wat te raden over, maar aan het eind is dat helemaal voorbij. 

Maar goed, het verhaal is verder heel behoorlijk geslaagd, met fraaie scènes, waarin het gedrag van mensen goed getroffen is. De dialogen deugen en de tekeningen zijn prettig en brengen de personages dicht bij de lezer. Aan het eind is er nog een toegift: de schetsen van Kruis voor de verschillende personen. Ook leuk. 

Tijdsbeeld

Behalve het verhaal van een oudere man wiens leven weer richting krijgt, geeft Alsnog ook een tijdsbeeld. Sociale-huurwoningen moeten gesloopt worden voor dure koophuizen, kleine winkeltjes verdwijnen, het gejaagde leven van een deel van de jonge volwassenen, een keuze kunnen maken wat betreft je gender - het komt allemaal voorbij. Hierbij moest ik denken aan een uitspraak van de schrijfster Marijke Höweler die het verwijt kreeg dat ze zo oppervlakkig schreef. Ze antwoordde: 'Bij mij zit de diepte aan de oppervlakte'. 

Ik vind Alsnog niet oppervlakkig, maar het doet zich wel voor als 'gewoon'. Bij Alsnog zit het bijzondere in het gewone. 

Titel: Alsnog
Scenario: Willem Ritstier
Tekeningen: Andrea Kruis
Uitgever: MENLU
2023, 88 blz. € 24,99 (hardcover)


vrijdag 27 oktober 2023

Leven en arbeid (O.G. Heldring)



Bij een titel als Leven en arbeid, denk ik al gauw aan een biografie. Maar de ondertitel van dit boek is 'Verscheidenheden' en dan weet je dat er zo'n beetje alles in kwijt kunt. De auteur is Otto Gerhard Heldring (1804 - 1876), over wiens leven en werk overigens best wat te vertellen is. 

Hij was predikant in Hemmen, liet de Vluchtheuvelkerk in Zetten bouwen, ving 'gevallen vrouwen' op, stichtte een kolonie voor kansarme jongens en was op allerlei gebieden sociaal actief.  Verder schreef hij veel. Volgens de pagina op Wikipedia was hij de geestelijke vader van de Geldersche Volksalmanak, maar hij schreef ook in jaarboeken/almanakken die gerelateerd waren aan de Heldring Gestichten, die door hem opgericht waren. 

Leven en arbeid verscheen in 1881, na Heldrings dood. Nagenoeg alle stukken die in het boek zijn opgenomen zijn eerder gepubliceerd in een almanak. 
 

Meister Maorten Baordman

De bundel opent met verhalen over Meister Maorten Baordman. Ze zijn geschreven in dialect (meestal de 'Lymersche tongval', soms de 'Veluwsche tongval'), wat het goed begrijpen overigens niet in de weg staat. Alle verhalen zijn vrij licht van toon, al komt de humor hier en daar wat belegen over. 


Meestal schetst Heldring dorpstaferelen, waarbij hij wellicht de dorpen Hemmen en Zetten in gedachten had. 'En zaomenspraok van Meister Maorten Baordman oaver den slechten tied' begint als volgt:
't Was es op en schaemeraovend dat de mannen van 't daerp op den blaouwen steen, onder den olden eik taegenover Meister Maortens huus beei mekaor gekommen waoren, en druk praotten oaver den slechten tied en de veule opbrengsten, toe Meister Moarten met zin piepken in den mond de deur uutstapte en zich tusschen eur in zette.

In Zetten is jarenlang een café geweest dat De Blauwe Steen heette en er ligt nog steeds een grote, blauwe steen midden in het dorp.  

Actualiteit

Meester vraagt waar de mannen het zo druk over hebben; 'is 't oaver 't mooije waer of oaver den oorlog?' Het is mij niet duidelijk over welke oorlog dat zou moeten gaan. Het verhaal verscheen oorspronkelijk in 1838. Zou het naar een van de Padri-oorlogen verwijzen? Ik kan me niet voorstellen dat die onderwerp van gesprek geweest zijn.

In 1848 komt er een grondwet. Blijkbaar is daar veel over gepraat, want Meister Moarten haakt er twee jaar later op in, in een verhaal dat als ondertitel 'En politiek naobuurspraotje' heeft. 

Verschillende keren verwijst Heldring naar oudere literatuur. Een passage waarbij iemand roet in haar gezicht krijgt als ze op een fluitje blaast, lijkt ontleend aan de middeleeuwse klucht De buskenblaser. 

Verkierde welt

In een van de verhalen figureert een schoenlapper die filosoof is. De illustratie op de titelpagina verwijst naar deze man. 


't Waor vremd, zeijen de minschen altijd, dat Hans veur alles raod wiest, maar niet veur zin eigen. Went heei krepierde van schuld, zin vrouw was baos in huus, en de jongens stoalen as raoven. 't Was er altied 't liedje, liever een dag waelde as altijd aermoei. Sinte Vraetop was er de groatste heilige, en Schroaljammer de daogeliksche buurvrind. Kortum, zeei speulden er 't spul van de verkierde welt. Zag geei 't huus en de minschen, geei zolt zeggen: 't is en wonder dat zeei nog niet op den kop leeren loopen, zoo aoverrechts gink het er toe. En toch, hoe kost et meugelijk waezen, zol men zeggen, as heei op zin driepoot zat, en den pikdraod trok, dan was er gin köning, die heei niet zol waeten te meisteren. 

Heldring noemt hier de 'verkierde welt', de omgekeerde wereld, de mundus inversus, waarin de natuurlijke orde is losgelaten. De oude Grieken schreven er al over, maar ook Anna Bijns en met zijn bundel De os op de klokketoren (1982) grijpt ook  Gerrit Komrij terug op deze traditie. Daarover lees je hier een artikel van Ton Anbeek. 

Heldring kende zijn klassieken, dat is wel duidelijk. 

Wijsheden

Meister Maorten Baordman houdt ervan om met wijsheden te strooien. Ver voor Cruijff zei hij al: 'gin veurdeel zonder naodeel' en ook:

Die op zin daertigste jaor nix weet, op zin veertigste nix is, op zin viftigste nix heit, die leert nix, wordt nix, en kumt tot nix. 

De opvattingen van Meister Boardman komen overeen met die van Heldring. In de tweede helft zijn stukken opgenomen over allerlei onderwerpen. Boardman en Heldring nemen beiden stelling tegen kwakzalverij, magnetisme, bijgeloof. Dat bijgeloof zal bij het dorpsvolk nog levendig aanwezig zijn geweest. In Het heilig wonder van mijn leven (1953) van de schrijfster Wilma Vermaat (1873 - 1967) schrijft ze over haar jeugd in Zetten. 's Avonds laat kon je beter niet langs een bepaalde boom in de Veldstraat gaan. Daar zat de duivel in. 

Plaatselijke geschiedenis

Heldring is zeer geïnteresseerd in de plaatselijke geschiedenis. Hij beschrijft hoe hij op een 'watervrije hoogte' in het dorp Valburg staat en bedenkt dat dit wel eens een terp geweest kan zijn. Verder schrijf hij over de Woerd bij Zetten, de heilige linde bij Burgharen en de eik bij de oude christentempel op de Wageningse berg. 

Volgens Heldring gaat het bij die tempel zelfs over de eerste christelijke tempel in Nederland. Bij de ingang van die tempel stond een eik, waar op een heel vreemde datum de bliksem insloeg: 31 april 1831, schrijft Heldring. Toen zou de ruïne van de tempel er nog geweest zijn. Dat soort gegevens maken mij wel nieuwsgierig. 

Verder schrijft Heldring over 'huiselijke feesten' (Sinterklaas, kerstfeest, Sint-Maarten), het misbruik van bijvoeglijke naamwoorden, opvoeding, het communisme en het socialisme. Soms zijn die stukken nog steeds interessant, soms, zeker als het over de opvoeding gaat, is hij wel echt een dominee die het preken niet kan laten. 

Opmerkelijk is zijn brief aan ds. J. de Liefde, waarvan je nauwelijks kunt merken dat die aan juist die ambtsbroeder is gericht. De brief lijkt meer het etaleren van gedachten van Heldring, die mogelijk publicatie al in zijn achterhoofd had. 

Vooral de prekerige gedeelten zijn taai, voor mij althans. Mogelijk heeft men er anderhalve eeuw geleden anders over gedacht. Maar er staan ook interessante en zelfs leuke bijdragen in de bundel. En Leven en arbeid geeft een mooi kijkje in opvattingen van Heldring. En passant krijg je een beeld van zijn tijd mee. 

Aan het eind van mijn stuk over Waarheid en droomen van Jonathan (J.P. Hasebroek) schreef ik dat ik van tijd tot tijd wat uit de negentiende eeuw wil lezen. Daar wil ik wel mee doorgaan. Van de dichters uit die eeuw heb ik heel wat in mijn kast staan, maar ik heb vooral losse gedichten gelezen. Misschien moet ik toch eens een hele bundel van J.J.L. ten Kate, Tollens of Bilderdijk lezen. Of een roman van Melati van Java, Jan ten Brink of Truitje Bosboom-Toussaint. We zullen zien. Por me maar als het te lang duurt. 

Eerder schreef ik over:

Clementine (Den Ouden Heer Smits)
Gekleurd grijs (Johannes Kneppelhout / Gerard Bilders)

Romantici en revolutionairen (Rick Honings / Lotte Jensen)
De exodus van Hendrik Peter Scholte (Michiel van Diggelen)