woensdag 30 oktober 2024

Moon 2: De stervende stad (Stephan Louwes / Johan Vandevelde)

 


In het eerste deel van Moon (zie link onderaan) maakten we kennis met het jaar 2323, waarin een deel van Europa onder water staat. Parijs (Perris) ligt dan zo ongeveer aan zee. Het is nog wel een superstad, samen met Londyn, Osselo, Berline en Barkel (Barcelona) en Boekarest. Dat zien we op de informatieve landkaart die opgenomen is achter in deel 2, De stervende stad. 

Wat was de situatie ook alweer? Drie kinderen, een drieling (Emily, Cleo en Alexander) gaan op onderzoek uit als ze erachter komen dan hun ouders betrokken zijn bij gevaarlijke opdrachten. Ze dringen binnen bij de geheime overheidsorganisatie waar ze meer informatie hopen te vinden. 

Vesuvius

Daar gaat deel 2 verder. Zonder enige inleiding. Wie deel 1 niet gelezen heeft, valt wel koud het verhaal binnen. De ouders van de kinderen, Lynn en Rik zijn op missie in het verleden, in Pompeï, vlak voor het uitbarsten van de Vesuvius. Het verhaal is gauw verteld: de kinderen worden opgepakt, maar de organisatie ziet de waarde van hen in en de ouders voltooien de missie, waarbij ze de geschiedschrijver Plinius redden. 

Dat het allemaal zo makkelijk samen te vatten is, is ook, net als in het eerste deel, een beetje het probleem van de strip. Het verhaal heeft aardig wat ruimte nodig (72 bladzijden), maar veel wordt ingenomen door dialogen, terwijl het verhaal niet zo heel erg opschiet. Weinig verhaallijnen, die wel onderhoudend zijn, maar nauwelijks echt spannend. Het scenario van Johan Vandevelde boeit me te weinig. Dat zal ook wel voor een deel aan mij liggen, maar ook aan het gebrek aan vaart. 

Tekeningen

De tekeningen van Stephan Louwes zijn over het algemeen in orde. Hij werkt in zwart/wit, met grijsvlakken. De tekeningen zijn helder genoeg om het verhaal te volgen. Over het algemeen bewegen de personages weinig, wat wel een wat statische indruk geeft. Maar dat komt ook doordat er zoveel gekletst wordt. 

De tekeningen ogen realistisch, maar bij heftige emoties, zoals boosheid, neigen de de koppen van de personen naar het karikaturale, wat niet goed past bij de sfeer van de strip. Er zit toch al weinig subtiliteit in de gezichtsuitdrukkingen, alsof de tekenaar het wat dikker aangezet heeft om duidelijk te maken wat er in de mensen omgaat. 

Voor degenen die van het eerste deel van Moon genoten hebben, zal dit tweede deel ook wel aangenaam zijn. Achter in dit tweede deel krijgen we, naast de landkaart met uitleg, ook nog wat schetsen en tekeningen en een foto van een straat in Pompei uit 2024, die als documentatiemateriaal voor een tekening is gebruikt. Dat zijn leuke extraatjes. 

Maar het verhaal van deze twee delen is me te traag en boeit me te weinig. Er komen nog meer delen, maar de nieuwsgierigheid daarnaar is te weinig bij mij gewekt. 

Serie: Moon
Deel 2: De stervende stad
Scenario: Johan Vandevelde
Tekeningen: Stephan Louwes
Uitgever: Menlu
2024, 72 blz. € 11,99 (softcover)

Eerder schreef ik over:


dinsdag 29 oktober 2024

Sleuteloog (Hella Haasse)



Tot de grote drie heeft ze het nooit gebracht, want literatuur was een mannenwereld (en is dat misschien nog wel). Maar dat Hella Haasse (1918 - 2011) tot de grote naoorlogse schrijvers behoort, staat buiten kijf. Haar werk werd bekroond met de P.C. Hooftprijs, de Prijs der Nederlandse letteren en meer dan tien andere prijzen, drie keer mocht ze het Boekenweekgeschenk schrijven, er werd een boom (in het Vondelpark) en een planetoïde naar haar genoemd en de novelle Oeroeg stond centraal in de actie Nederland leest! in 2009.

In de loop der decennia heb ik wel het een en ander van Haasse gelezen, maar een stuk of tien titels uit een zo omvangrijk oeuvre is eigenlijk veel te weinig. Bekende romans als Het woud der verwachting (1949), De scharlaken stad (1952), De ingewijden (1957) en Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter (1978) heb ik nooit gelezen. Dat zou ik toch eens moeten doen. 

Oeroeg (1948) las ik al op de middelbare school, boeken als De verborgen bron (1950), Cider voor arme mensen (1960), Een nieuwer testament (1966) en Berichten uit het blauwe huis (1986) las ik pas later. Enkele romans kocht ik meteen toen ze verschenen, zoals Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern (1989) en Heren van de thee (1992). Dat laatste boek herinner ik me nog steeds als een hoogtepunt, maar ik vermoed dat ik in die tijd nauwelijks oog had voor de koloniale verhoudingen. 

Veel van Haasse heb ik nog te gaan en dat is wel een mooi vooruitzicht. Deze week kocht ik Fenrir (2000) en De scharlaken stad ligt ook op een van de vele stapels dringend te lezen boeken.

Laatste roman

Sleuteloog (2002) is de laatste roman die Haasse schreef. Het boek was een succes: zestien drukken in twee jaar en in 2003 goed voor de NS Publieksprijs. Dit jaar kwam ik het enkele malen tegen op boekenlijsten, dus het wordt nog steeds gelezen. 

Waarom ik het indertijd niet gekocht heb, weet ik niet, maar gelukkig had mijn vriendin het in haar boekenkast staan en ik heb het intussen gelezen. Het is de negentiende druk, uit 2009, speciaal bedoeld voor leesclubs: er staan discussievragen achterin en een nawoord, door Margot Dijkgraaf. 

De roman begint met een brief van de journalist Bart Moorland aan de oude Herma Warner, kunsthistorica. Hij zoekt informatie over Mila Wychinska, wier naam hij tegenkwam in een dossier over mensenrechtenactivisme in Zuidoost-Azië. 

Mila Wychinska is een jeugdvriendin van Herma Warners, maar toen heette ze nog Dee (Adèle) Mijers. Herma is al op leeftijd en moet diep graven in haar geheugen. De documenten uit haar jeugd zijn opgeborgen in een ebbenhouten kist, maar daarvan ontbreekt de sleutel. Sommige dingen die in het verleden gebeurd zijn, zijn ook diep in haar opgeborgen. Eigenlijk zit ze niet te wachten op het wakkermaken van die herinneringen. 

Dee, Taco en Non

Maar ze begint wel met het maken van aantekeningen, voor een deel in de verleden tijd. Maar als de herinnering erg levendig wordt, stapt ze over op de tegenwoordige tijd. Drie personen staan centraal in de aantekeningen: naast Dee zijn dat Taco Tadema, met wie Herma getrouwd was, en Non, de oudtante van Dee.
Dee, Non, Taco... die trits is bepalend voor me geweest. Ik kan niet aan vroeger denken zonder hen er alledrie bij te betrekken. In mijn verhouding tot hen ligt het antwoord op vragen die ik al zo lang uit de weg ga. 

Die vragen gaat ze nu blijkbaar niet meer uit de weg. Maar wat denkt ze eigenlijk te bereiken met deze aantekeningen? 

Breekt een lang onderdrukte behoefte zich baan om eindelijk te doen wat ik nooit gekund heb: mijzelf definiëren, klaarheid scheppen waar het de cruciale ogenblikken in mijn leven betreft?

Confrontatie

Herma en Dee groeien op als vriendinnen. Herma blijkt er geen enkel oog voor te hebben dat Dee niet wit is. Kleur doet er voor haar niet toe, maar voor Dee is die juist belangrijk. Er komt verwijdering tussen hen als Dee in de derde klas van het gymnasium blijft zitten en naar de hbs gaat. Ze krijgt in de loop der jaren steeds meer affiniteit met nationalistische studentengroeperingen. Op een dag confronteert ze Herma met de manier waarop die naar haar omgeving kijkt. 
Ze vraagt zich af wat ik, Herma, eigenlijk af weet van die lui. Ik heb immers alleen te maken met bedienden die zich laten commanderen, of met de Javaanse regentendochters op school, die in een eigen elitaire wereld leven. Maar met mensen zoals de vrienden van Sula heb ik nooit gepraat. Ik heb geen benul van wat er in hen omgaat. Hoe zij over mij denken, en over alle Belanda's, en over de stomme Indo's die doen alsof ze Belanda's zijn. Verdiep ik me wel eens in de gevoelens van de inlandse intellectuelen die altijd als onmondige wezens behandeld worden? Kan ik me voorstellen wat het wil zeggen in je eigen land te behoren tot mensen van een mindere soort?
Taco houdt zich bezig met de verhouding tussen de overheersers en de inheemse bevolking. Hij werkt aan een studie over de bestuurder Lauren Reael (1616 - 1619), de derde Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië. Het bestuur van de VOC vond hem te toegeeflijk, zowel tegenover de Engelsen als tegenover de inlandse bevolking. 

Non, die een vrij donkere huidskleur heeft, ziet in Herma, die ze Toet noemt, een verwante. Zij beiden zien zaken die anderen niet zien. Non zal later in het verhaal de islam aanhangen. 

Pijnlijk

Herma gaat verder met het noteren van haar herinneringen. Ze komt steeds dichter bij zaken die pijnlijk voor haar zijn en die veilig opgesloten zijn in de kist. Daarin ligt bijvoorbeeld: 'een schoolschrift van Dee met dagboekaantekeningen die onze vriendschap -of wat ik daarvoor hield- op losse schroeven hebben gezet. '

Steeds meer is Herma zich ervan bewust waarom ze dat verleden afgesloten heeft als een kist. 
Sinds ik, hoeveel jaar nu al geleden, gelezen heb wat zij schreef in de tijd toen wij nog vrijwel dagelijks met elkaar omgingen, wil ik blijkbaar niet meer naar binnen in dat 'Indië' waar de ebbenhouten kist voor mij het symbool van is. 
Wat er precies gebeurd is, laat ik in het midden, zodat er voor nieuwe lezers nog wat te ontdekken valt. 

Dan wordt de sleutel van de kist toch nog gevonden. Het oog van de sleutel (vandaar de titel), bevat een letterornament. De betekenis daarvan komt op het volgende neer: 'Al wat je ooit zag of hoorde, al wat je dacht te weten, is niet meer dan dat, maar anders.'

Dat is het inzicht dat Herma ook al opgedaan had zonder de sleutel en de inhoud van de kist. Uiteindelijk heeft ze vrede met haar verleden. Ze heeft zowel Dee als Taco niets te vergeven. 

Bevragen van het verleden

Sleuteloog greep me steeds meer tijdens het lezen. Herma heeft veel weg van Hella Haasse, die ook haar jeugd in Nederlands-Indië doorbracht. Het bekendste boek dat ze daarover schreef is natuurlijk Oeroeg, waarin de verhouding tussen een Nederlandse en een inlandse jongen centraal staan. In Sleuteloog heeft ze die verhouding, nu tussen twee vrouwen, veel verder, en eigenlijk ook wel subtieler, uitgewerkt. Het gaat nu niet alleen om de verhouding tussen twee mensen, maar ook om een nieuwe blik op haar eigen positie.
Het meest was ik geschokt door de ontdekking dat ze mij soms haatte, niet om wat ik zei of deed, maar om wat ik in haar ogen blijkbaar was, iemand in wie ik mezelf niet herkennen kon. Is het waar dat ik wel degelijk behept was met het discriminerende 'blanke' zelfbewustzijn, zonder het te beseffen? 
Toen Haasse Sleuteloog schreef, was ze al 84 jaar oud. Ze heeft een mooie roman geschreven, waarin ze verder gaat dan in eerdere romans met het bevragen van het koloniale verleden en van dat van haarzelf. Het is ook nog een roman die goed in elkaar zit en goed leest. Nu ik het uit heb, snap ik wel dat het nog op boekenlijsten voorkomt. 

Deze roman zou de laatste zijn die Haasse schreef, al had ze nog wat jaren te gaan. Ze overleed in 2011, op 93-jarige leeftijd. Tot en met haar laatste roman is ze op niveau gebleven. 

maandag 28 oktober 2024

Mondriaan, Een betere wereld (Erik de Graaf)

Over Piet Mondriaan (1872 - 1944) is al veel bekend, maar een stripbiografie van hem was er nog niet. Die is er nu wel: Mondriaan, Een betere wereld, getekend geschreven door Erik de Graaf. 

Iedereen heeft wel schilderijen van Mondriaan gezien, in het echt of in reproductie en op sommige voorwerpen (tassen, pennenbakken, noem maar op) is zijn werk verworden tot een motief. Ik heb gewerkt op een school waarin de mondriaankleuren (wit, zwart, rood, blauw, geel) in bijna elke ruimte terugkwamen. Maar wat weet je eigenlijk van hem?

Uit de literatuur ken ik het tijdschrift De Stijl (1917 - 1931), waarin Theo van Doesburg de drijvende figuur was, maar er waren ook anderen bij betrokken wier namen wij nog steeds kennen, zoals Piet Mondriaan, Gerrit Rietveld en J.P. Oud. En ik beluisterde ooit een podcast over Mondriaan, waarvan ik vooral onthield dat hij goed kon dansen. Later las ik dat hij wel van dansen hield, maar er eigenlijk niet goed in was. 

Evenwichtige verhoudingen

De Graaf begint zijn biografie met een proloog, die zich afspeelt in 1919, als Mondriaan in Laren is. Hij woonde in Parijs, maar kon door het uitbreken van WO I niet terug en bleef dus in Nederland. In de proloog vertelt hij dat hij het besluit genomen heeft zijn leven aan de kunst te wijden:

Ik ben ervan overtuigd dat harmonie in kunst zal leiden tot een maatschappij met evenwichtige verhoudingen. Gezondheid en geluk zullen bloeien. Er zal geen oorlog en geweld zijn. Mensen zullen gelukkiger zijn. 

Daarna springt het verhaal over naar 1933, het jaar dat Hitler aan de macht komt. Dat betekent dat het vroege werk van Mondriaan, hoe interessant het ook is, helemaal wordt overgeslagen. De Graaf gaat door met het soort werk waar Mondriaan tot nu toe om bekend zal staan. Ook het conflict met Theo van Doesburg komt daardoor niet ter sprake. Van Doesburg overleed namelijk in 1931. 

Het gaat De Graaf niet alleen om wat er gebeurt in het leven van Mondriaan, maar evenzeer om zijn ideeën en hoe hij die wilde vormgeven in zijn schilderijen. Het is niet de esthetiek die hij nastreeft, maar hij heeft een hoger doel: een betere wereld, een wereld die net zo harmonisch zal zijn als zijn schilderijen.

Parijs - Londen - New York

Wat dat leven betreft: In 1919 keert Mondriaan terug naar Parijs. Hij vertrekt in 1938 naar Groot-Brittannië en vestigt zich in Londen. Als in september 1940 de bombardementen op Londen beginnen, besluit hij te emigreren naar de Verenigde Staten, New York. 

In de Verenigde Staten vernieuwt Mondriaan zich. Hij stapt af van de zwarte lijnen en vervangt die door gekleurde vlakjes. Beroemd is zijn schilderij Victory Boogie Woogie. Het is in 1988 aangekocht door wat toen het Gemeentemuseum Den Haag heette. Toen ik het zag, was ik er natuurlijk van onder de indruk en het verbaasde mij dat het van dichtbij veel minder strak is dan ik verwacht had. Mondriaan stierf op 1 februari 1944 en heeft het schilderij niet kunnen voltooien. 

De Graaf volgt het leven van Mondriaan, waarbij hij aan het begin van een hoofdstukje daar soms even uit stapt om te tonen wat er op het wereldtoneel gebeurt: Hitler aan de macht, de tentoonstelling Entartete Kunst, de Kristallnacht, de inval van de Duitsers in Nederland, bombardementen op Londen, Amerika betrokken bij de oorlog. Op die bladzijden wordt geen andere kleur gebruikt dan grijs dat naar bruin neigt, waardoor ze nog meer de indruk maken van donkere bladzijden in de geschiedenis. 

Af en toe wordt het perspectief verlegd en dan is er iemand aan het woord uit de directe omgeving van Mondriaan, die zijn of haar kant van het verhaal vertelt. Ook op die bladzijden is er geen kleur gebruikt: zwarte lijnen op een grijze ondergrond. Daarna volgen de bladzijden in kleur en dan zit je weer in het verhaal dat verteld wordt met Mondriaan in beeld. 

Gestileerd

Net als in zijn vorige werk (zie link hieronder) heeft De Graaf een gestileerde manier van tekenen toegepast, die wat statisch overkomt, maar dat past juist goed bij het onderwerp. Ook in het werk van Mondriaan zit geen beweging (op zijn laatste werk na). 

Bij sommige tekeningen geeft dat een soort afstandelijkheid. Bij bijvoorbeeld een spread waarin de Kristallnacht staat afgebeeld, is ook de gruwel gestileerd. De beweging blijft buiten het beeld en ook de emotie is klein gehouden. Als er een woord bestaat voor het omgekeerde van effectbejag, dan had ik dat hiervoor moeten gebruiken. 

Tijdens het lezen ervoer ik die afstand niet als hinderlijk. Ook Mondriaan is geen uitbundig mens en het duurt even voor je een beetje tot hem doordringt. Je leeft wel met hem mee, maar vanaf een afstandje. Eigenlijk is dat wel gepast. 

Ook gepast is de heldere manier van vertellen, die past bij zowel de helderheid in het werk van Mondriaan als bij de strakke tekeningen van De Graaf. 

Prachtboek

Mondriaan, Een betere wereld is een prachtige beeldbiografie geworden, waarin we niet alleen het werk van Mondriaan leren kennen, maar vooral ook zijn ideeën, zoals die naar voren komen in zijn werk, maar eigenlijk in alles, tot in de vormgeving van zijn atelier toe. Achterin is een mooi dossier opgenomen met achtergrondinformatie over Mondriaan, zijn werk en de tijd waarin hij leefde. 

Uitgeverij Scratch heeft er een mooi gebonden boek van gemaakt, zoals past bij de status dat een werk als dit spoedig zal verwerven. Het zal in veel eindejaarslijstjes gaan verschijnen. 

Titel: Mondriaan, Een betere wereld
Tekst en tekeningen: Erik de Graaf
Uitgeverij: Scratch Books
2024, 328 blz. € 34,95 (gebonden)

Eerder schreef ik over:

vrijdag 25 oktober 2024

Reünie



(column, voorgelezen in Cultureel Café Dante)

Afgelopen zaterdag was ik op de reünie van Het Streek. Ik gaf daar les van 1988 tot 1999. Voor die tijd kende ik Ede ook al een beetje. Vanaf zo ongeveer mijn zestiende fietste ik elk jaar op de laatste zaterdag van november vanuit de Betuwe naar Ede. Als ik over het fietspad langs de Tooroplaan reed en ik keek naar het zuiden, zag ik toen nog voornamelijk weilanden, met hier en daar een boerderij. 

Elf jaar lang gaf ik les op Het Streek, met veel plezier. Ik werd inwoner van Ede en intussen voel ik mij een Edenaar. 

En zaterdag was ik dus terug op school, te midden van het gewoel van een paar duizend mensen. Collega’s – oud geworden, leerlingen – veranderd en toch hetzelfde gebleven. Ze praten nog net zo, ze kijken nog net zo uit hun ogen. En dan nog degenen die er niet meer zijn. Ze zijn soms ineens in de gesprekken nadrukkelijk aanwezig. 

Een reünie is vooral veel: al die mensen die je aanschieten en die herinneringen ophalen. Veel leerlingen blijken van mij onthouden te hebben dat ik muziek draaide tijdens de leswisselingen, dat ik mijn lessen begon met het voorlezen van gedichten en dat ik las tijdens het fietsen. Voor dat laatste zou ik tegenwoordig bekeurd worden, vrees ik.  

Er zijn mensen die principieel niet naar een reünie gaan: ze zeggen die tijd achter zich gelaten te hebben. Nu zijn ze ergens anders in hun leven en ze willen niet achteruitkijken, maar vooruit. 

Het zal mijn neiging tot melancholie wel zijn, maar ik kijk graag achterom. Zonder de weg die ik ooit afgelegd heb, was ik immers niet, wie ik nu ben. En ik hou ervan om die mensen te spreken. Ooit kwamen onze levenspaden bij elkaar, we liepen een tijdje samen op en toen gingen we weer uiteen. Het was maar een paar jaar, maar het is wel belangrijk. Voor mij, althans. En blijkbaar ook voor de anderen die allemaal de moeite hadden gedaan om te komen. 

Ida Gerhardt schreef ooit de cyclus ‘Sonnetten van een leraar’. Het laatste gedicht heet ‘Karakter’. De eerste strofe luidt:

Wanneer ik eenmaal mijn pensioen zal halen
en ’t stadje làten, waar ik leraar was,
dan zal, als ze mijn gage uitbetalen,
mijn hart zijn overstempeld als een pas. 

Dat had ze goed gezien, net als wat ze in de laatste strofe vertelt: dat een docent wel een stempel op een klas kan drukken, ‘maar het is hij die duizend stempels heeft.’

Sommige van die stempels waren in de loop van de jaren vervaagd, maar ze kleurden ineens weer bij, soms al na een paar zinnen. En toen ik na afloop naar huis fietste, duizelde mijn hoofd en het duizelt nog een beetje na. 

En nu ben ik voor een avondje weer terug bij Dante en dat voelt ook een beetje als een reünie, vooral omdat Willem aangekondigd had dat we ook zouden terugblikken op meer dan vijfentwintig jaar Dante, waarvan ik er achttien van dichtbij heb meegemaakt. In september 2001 las ik een column voor waarin ik vooruitblikte op een reünie van Dante. Die column eindigde als volgt:

En over twintig jaar, bij de reünie van Dante, ben ik er weer en ik zeg tegen René Hazeleger: Wat was dat toch een mooie tijd toen Dante net begon: we konden nog lopen zonder stok en drinken zonder morsen en als we buiten plasten, spatte het grind op. We waren volmaakt gelukkig. 

Maar ook aan elke reünie komt een einde. We schudden een keer met ons hoofd om de duizeling kwijt te raken, we rechten onze rug, voor zover dat nog kan, en richten onze blik op de toekomst. Wie weet wat voor moois er om te hoek op ons ligt te wachten. 

woensdag 23 oktober 2024

De jongen die van de wereld hield (Tjibbe Veldkamp)


In de Kinderboekenweek koop ik kinderboeken. Dat is de morele plicht die ik mezelf heb opgelegd. Er zijn per slot van rekening veel mooie jeugdboeken en het is zonde om die niet te lezen. Soms koop ik ook tussendoor een jeugdboek of leen er een uit de bibliotheek. Hieronder plaats ik wat linkjes naar besprekingen van andere jeugdboeken. 

Een van de boeken die ik dit jaar kocht, was De jongen die van de wereld hield van Tjibbe Veldkamp. De titel was me bijgebleven uit een podcast, mogelijk de Grote Vriendelijke Podcast, waar men er nogal lovend over was. Het boek werd bekroond met een Zilveren Griffel, de Nienke van Hichtumprijs en de Woutertje Pieterse Prijs. De fraaie illustraties zijn van Mark Janssen.

Het verhaal heeft een originele insteek. Dit is het begin:

De middag dat Adem op aarde verscheen sneeuwde het. Sommige vlokken vielen in de Naber, de rivier die Paznau in tweeën snijdt. Andere landden op de stenen brug. 

Mogelijk kind

Adem wordt dus niet geboren, maar verschijnt op aarde. Sterker nog: het is nog maar de vraag of Adem ooit geboren zal worden. Adem is een mogelijk kind en hij verschijnt als zijn mogelijke ouders elkaar ontmoeten: ze glijden uit en belanden samen in de sneeuw op de grond. 

Voor de mensen is Adem niet te zien. Voor anderen in zijn parallelle wereld is hij een lichtje. Hij krijgt meteen een begeleider, Barkov, die eruitziet als een oude zeeman. Samen kijken ze wat er gebeurt met de mogelijke ouders van Adem, Vaclav en Zdenka. Die staan weer op en gaan weer elk hun eigen weg. Misschien zullen ze elkaar nooit meer zien en dat betekent dat Adem nooit geboren zal worden. 

Maar Adem vindt de wereld prachtig en hij wil juist graag leven. Adem wil er alles aan doen dat zijn mogelijke ouders samenkomen, zodat hij ooit kan bestaan. Daarom geeft Barkov hem een voorschot op zijn leven: hij krijgt een zandloper. Zolang het zand loopt zal hij leven. Hij heeft een beperkte tijd om zijn ouders bij elkaar te brengen. 

Dat is nog een hele klus. Weliswaar lukt het Adem om Zdenka te vinden, maar zijn verhaal klinkt in haar oren niet geloofwaardig en ze brengt hem naar de nachtopvang. Bij Vaclav heeft hij meer succes, maar Vaclav houdt zich bezig met gevaarlijk werk: als 'De blauw nar' roept hij op tot revolutie. Daar luisteren veel mensen naar, want Vaclav kan toveren met woorden. 

Maar Zdenka is juist rechercheur en moet subversieve elementen opsporen. Die twee werelden liggen wel heel ver uit elkaar. Zal het Adem toch lukken om die bij elkaar te brengen?

Liefde voor het leven en de wereld

De jongen die van de wereld hield is een prachtig boek, vol liefde voor het leven en voor de wereld. Het is een boek over het geloof in liefde die over grenzen gaat, over doorzetten en niet opgeven en over wat belangrijk is in het leven. Vaclav leeft sober, maar hij heeft idealen en er gloeit iets in hem dat aanstekelijk werkt. 

En Adem is heel positief over het leven op deze wereld, ook al moet hij een nacht in de nachtopvang verblijven, waar hij ook nog bestolen wordt. 

Het einde van het boek:

Adem zweefde achter hen aan. Hij hield van alles wat hij zag: van de witgrijze meeuwen boven de gracht, van de papsneeuw op straat en van de warm aangeklede mensen die zich omdraaiden om het verliefde stel na te kijken, terwijl ze zich afvroegen waarom die twee zo'n haast hadden. 
'Leven is niet altijd even lollig,' had Barkov gezegd. Daar zat wat in. 
Maar Adem kon niet wachten. 

Het verhaal speelt zich ergens af in Oost-Europa, in een onbepaalde tijd, maar het is misschien wel een verhaal van alle tijden en alle plaatsen. Adem mag dan (nog) niet echt bestaan, maar je hoopt dat hij gauw geboren wordt en van het leven kan genieten. Intussen is hij in elke lezer een lichtje. 


Andere jeugdboeken waarover ik schreef:
Schatpakkers (Pieter Koolwijk)
De vuurman (Anton Quintana)
Lepelsnijder (Marjolijn Hof)
Ravi en de laatste magie (Sanne Rooseboom)
Het komt goed (Toon Tellegen)
De tunnel (Anna Woltz)
De diepte van een Zweeds meer (Daan Remmerts de Vries)

dinsdag 22 oktober 2024

Wolf (Lara Taveirne)

In 2012 verdween Wolf, de jongste broer van Lara Taveirne. Maandenlang verkeerde de familie in onzekerheid. Toen kwam het bericht dat zijn lichaam gevonden was, in het noorden van Zweden. Wolf had een dagboek bijgehouden, dat in plastic was gewikkeld. Dat kon de familie nalezen. 

Twaalf jaar later schrijft Taveirne een boek over het verdwijnen van haar broer. Ze reconstrueert zijn tocht en vlecht daar herinneringen, observaties en gedachten doorheen. 

Je trok de deur van je studentenkamer dicht, gooide de sleutel over je schouder, kocht met je laatste geld een ticket naar het noorden en weg was je. In een valse herinnering keek je aan het einde van de straat nog een keer achterom en zwaaide. 

Zo begint Taveirnes boek. Ze spreekt over 'een valse herinnering'. Ze herinnert zich dat achterom kijken en zwaaien immers niet, maar het is een beeld dat ze gecreëerd heeft. Tijdens het schrijven komt ze erachter dat het onmogelijk is om feit en fictie van elkaar te scheiden. 

Magnetisch veld

Wolf heeft een dagboek bijgehouden, maar hoe betrouwbaar is dat? Taveirne beseft dat het niet helemaal waarheidsgetrouw kan zijn. 

Omdat de fictie nu eenmaal een magnetisch veld is dat al aan je pen begint te trekken zodra je penpunt het papier raakt. 

Bovendien heeft ze niet het oorspronkelijke dagboek tot haar beschikking, maar de versie zoals die uitgetikt is door haar vader en die heeft, net als de vader van Anne Frank, enkele dingen niet overgenomen, of veranderd.

Onbetrouwbare herinneringen

Lara Taveirne heeft herinneringen aan haar broer, maar ook die zijn niet betrouwbaar, omdat het geheugen per definitie onbetrouwbaar is.  Lara heeft als middelste van vijf kinderen, een herinnering dat ze zich verloren voelt vanwege haar positie in het gezin: haar broers en zussen zijn oudste dochter, oudste zoon, jongste dochter en jongste zoon, maar wat is haar rol? Haar vader zegt dan tegen haar: 'Jij bent ons cement, jij moet iedereen bij elkaar houden.' 

Zo herinnert ze het zich, maar het blijkt een citaat te zijn uit Een hart van steen van Renate Dorrestein. 

Mijn kinderjaren zijn een plakboek vol onbetrouwbare herinneringen, aangevuld met gestolen regels uit boeken. 

Naar het noorden

Taveirne volgt twaalf jaar later in gedachten de reis van haar broer. Ze probeert hem te naderen en gebruikt daarbij delen van zijn dagboek. Ze spreekt hem voortdurend aan, in de je-vorm dus. Uiteindelijk zal ze ook zelf de reis maken naar het noorden van Zweden, naar het op een na noordelijkste station, honderd kilometer boven de poolcirkel. 

En nu is er dit boek, Wolf, dat haar boek is, haar verhaal en dat eigenlijk het verhaal van haar broer had moeten zijn, maar is het dat ook?

Je dagboek, dat op de hoek van mijn werktafel ligt, of beter: de kopie van mijn vaders versie, heb ik al lange tijd niet meer opengeslagen. En ik moet toegeven dat het niet meer te maken heeft met mijn angst voor het duistere land Moleskine, maar wel met het feit dat ik niet meer zeker weet of mijn versie nog wel met de jouwe overlapt. 

Juist Wolf was degene die schrijver wilde worden. Een jaar na zijn dood debuteerde Taveirne met De kinderen van Calais. Ze voelde zich daar trots en schuldig tegelijk over. 

Associaties

De herinneringen aan Wolf als kind komen in het teken te staan van zijn dood. Zo trad Wolf als kind op als goochelaar, met de hoed van zijn overgrootvader op. Nu heeft hij zichzelf laten verdwijnen. De hoed zal bij zijn begrafenis op de kist gezet worden. Ook overgrootvader liet zichzelf verdwijnen, door in de rivier te lopen. Alles lijkt naar alles te verwijzen. 

Taveirne is heel goed in het associëren. Ze stelt zich open en de gedachte aan het een roept het andere op. Als ze constateert dat haar ouders nooit meer een kerstboom opgezet hebben na de dood van Wolf, moet ze denken aan het bos waarin Wolf zich heeft laten doodvriezen.

Je stief aan de voet van duizenden kerstbomen.

Witregels

In het begin van het boek zijn alle alinea's gescheiden door witregels. Het zijn vaak op zichzelf staande stukjes. Het wit eromheen is misschien wel de stilte die verbroken wordt door de korte beschrijvingen en gedachten. Een groot deel van het boek ziet er zo uit, maar er zijn ook gedeelten waarin de alinea's een groter geheel vormen. 

Dat werkt allemaal goed, omdat je als lezer soms ook wel een stukje wit nodig hebt om even adem te kunnen halen. Taveirne schrijft met grote precisie, omdat er veel op het spel staat, waardoor je als lezer ook geconcentreerd moet zijn, om zo dicht mogelijk bij het verhaal in het boek te komen. 

Afscheid

De schrijfster moet zo eerlijk mogelijk zijn, ook als dat pijnlijk is. Zo beschrijft ze het moment dat Wolf afscheid van haar nam. Ze besefte niet de lading die dat afscheid had. 

Ik heb lang getwijfeld of ik dit durfde te schrijven, maar we hebben afscheid van elkaar genomen. Juister geformuleerd: jij hebt afscheid van mij genomen. En ik heb gezegd: doe niet zo raar!

Het deed me sterk denken aan het de scène in een Een bruid in de morgen van Hugo Claus, als Andrea voorgoed afscheid neemt, maar haar gezin denkt dat het maar voor even is. 

Tegen het verdwijnen

Wolf is eigenlijk een tweede poging tot afscheid en tegelijk is het helemaal geen afscheid. Het leven en vooral de laatste tocht van het broertje worden gereconstrueerd, waarmee de schrijfster hem nadert, maar ze kan hem niet weerhouden van zijn plan en ze kan zijn dood niet ongedaan maken. 

Tegelijkertijd is hij wel tot leven gewekt in het boek dat we nu aan het lezen zijn. Het boek waarin ongewild toch de verbeelding geslopen is, maar de zus heeft gedaan wat ze kon. 

Ik hoop dat jij het niet erg vindt dat ik jou hertekend heb. Herschreven. Dat ik je lichaam in een verhaal heb gewikkeld. Een verhaal in een verhaal in een verhaal in een verhaal. Alles om je te beschermen tegen de kou. Alles om je te beschermen tegen het echte verdwijnen. 

Wolf is een liefdevol, schrijnend boek. Voor een broer die zichzelf liet verdwijnen, maar die op elke bladzijde aanwezig is en die nu zit in de hoofden van alle lezers. Om een titel van Kopland te citeren: 'Mooi, maar dat is het woord niet.' Wolf is een prachtig boek, maar ik had het iedereen gegund als het niet nodig was geweest. 

De roman is prachtig uitgegeven door Prometheus: harde kaft, leeslint en afgeronde hoeken, zodat het boek de vorm heeft van een notitieboek, zoals Wolf bijgehouden heeft. 

maandag 21 oktober 2024

Eureka, Wetenschapsweetjes in stripvorm (Margreet de Heer)


Kent gij De Heer reeds? Vroeger kwamen er nog wel eens mensen aan de deur die met je over het geloof en de Bijbel wilden spreken en dan zou dit de openingsvraag kunnen zijn. 

In de stripwereld kun je die vraag ook stellen en dan zegt iedereen: 'Ja!' Margreet de Heer is immers prominent in die wereld aanwezig. Ze was Stripmaker des Vaderlands, heeft een hele reeks uitgaven op haar naam staan en had haar eigen voorleeshoekje in een podcast.  

De Heer is heel goed in het verstrippen van informatie. Ze legt ingewikkelde zaken helder uit in strips. Daarbij is er vaak een vertellend figuurtje aanwezig, dat erg lijkt op De Heer zelf. De strips hebben een opgewekte toon, er zit een zekere ironie in, maar altijd gaat het erom dat je de informatie op de juiste manier meekrijgt. 

Wetenschap(pen)

Onder deze bijdrage vindt je een rijtje links naar besprekingen die ik eerder wijdde aan uitgaven van De Heer. Daaronder bevindt zich Wetenschappen in beeld (2012). Dat boek noemt ze in het voorwoord van haar nieuwe album, Eureka, Wetenschapsweetjes in stripvorm. Het plan was namelijk om eerst de titel Wetenschap in beeld te kiezen, maar er was al een tijdschrift dat zo heet. Een paar jaar later nam het blad contact op met De Heer en sinds die tijd maakt ze korte stripjes over wetenschapsweetjes voor Wetenschap in beeld. 

Die strips zijn verzameld in Eureka, Wetenschapsweetjes in stripvorm. In het begin van het album staan er drie op een pagina. Later kreeg De Heer wat meer ruimte, waardoor er nog maar twee stroken op een pagina passen. 

Eureka is een leuke uitgave geworden, geschikt voor een breed publiek. Omdat De Heer altijd helder is, zijn haar strips ook te begrijpen voor een nieuwsgierige basisschoolleerling, al zal iemand die iets ouder is er wel meer van meekrijgen omdat zij of hij meer achtergrondkennis heeft. Die heb je strikt genomen niet nodig om de afzonderlijke strips te begrijpen, maar die geeft natuurlijk wel context. 

(On)bekende namen

Wie het een en ander afweet van wetenschap zal ongetwijfeld bekende namen tegenkomen: Bertrand Russel, Kurt Gödel, Blaise Pascal, Marie Curie en Simon Stevin, bijvoorbeeld. Maar er komen ook namen voor die ik helemaal niet kende. Verschillende keren zijn dat namen van vrouwen: bijvoorbeeld Margaret Cavendish, Petronella Johanna de Timmerman, Sophie Germain, Hedy Lamarr, Elizabeth Garrett Anderson, Maria Sibylla Merian. De Heer heeft duidelijk de bedoeling om veronachtzaamde vrouwen in het zonnetje te zetten en dat is alleen maar goed. 

In deze stripjes is er geen figuurtje meer dat op de stripmaker lijkt. De informatie wordt voor een deel gegeven in informatieve stukjes tekst, voor een deel door uitspraken van de beschreven personen zelf, in tekstballonnen. En door de tekeningen natuurlijk! Zo krijg je in kort bestek een mooi afgerond stukje informatie. Door de helderheid lijkt het allemaal eenvoudig, maar het is werkelijk knap hoe De Heer stukjes wetenschapsgeschiedenis zo goed tot hun kern weet terug te brengen en daarna behapbaar weet te maken voor de lezer. 

Divers

De onderwerpen zijn zeer divers. Soms staat er een wetenschapper centraal, soms een ontdekking of een ontwikkeling, soms een incident of verschijnsel. Als lezer word je meegenomen van Lewis Fry Richardson en de weersvoorspelling naar het graf van Toetanchamon en daarna ga je door naar de ontdekking van vitamine A en naar de vrouw die een toegankelijk boek over natuurkunde, filosofie en astronomie wilde schrijven voor vrouwen, maar die op 53-jarige leeftijd werd getroffen door een beroerte. 

Dat houdt Eureka interessant. Het is niet een album om achter elkaar uit te lezen, maar met af en toe een stel bladzijden, leest het uitstekend. Dan kun je hopelijk ook nog een beetje onthouden wat je leest. En als je iets toch vergeet, kun je het altijd weer opzoeken, want achterin is een heel handig register opgenomen, een index van namen en onderwerpen. Daarin kun je gauw opzoeken waar je iets vindt over dynamiet, de dansplaag, het schaap Dolly of Louise Darval.

Het lezen van Eureka, Wetenschapsweetjes in stripvorm is een mooie combinatie van ontspanning en het opdoen van kennis. En er zijn zoveel dingen die we nog niet weten (of die we ooit wisten en alweer vergeten zijn), dat Margreet de Heer nog heel lang door kan gaan met dit soort strips. We zullen hopen dat ze dat dan ook doet. 

Margreet de Heer, Eureka, Wetenschapsweetjes in stripvorm. Uitg. Personalia, 2024; 48 blz. € 9,95 (softcover)

Eerder schreef ik over:
De Heer in beeld (lezing door Margreet de Heer)
Andere uitgaven van uitgeverij Personalia


Zie ook mijn bijdrage over De schaduw van de Tambora