dinsdag 3 september 2024

Josje scoort! (Willem Ritstier / Roelof Wijtsma)

Josje van Tol woont sinds een week in Kalkberg. Ze zoekt een voetbalclub, want ze doet niets liever dan voetballen. Maar in het meisjesteam is geen plaats en als ze wil toch wil voetballen, zal er iets moeten gebeuren. Ze knipt haar haar af en meldt zich aan als jongen voor een jongensteam.  Dat is de beginstiuatie in het album Josje scoort! van Willem Ritstier (scenario) en Roelof Wijtsma (tekeningen).

Een meisje dat zich als jongen verkleedt is al een oud gegeven. We kennen het uit de scheepvaart: van Daar was laatst een meisje loos tot Het maatje van de schipper (The handsome cabin boy), gezongen door Astrid Nijgh; uit het leger: De Bredasche heldinne (1751) en Het wonderlyk leven, en de oorlogs-daden, van de kloekmoedige land en zee-heldin (1711). Maar we hebben natuurlijk ook een voorbeeld uit het voetbal: Abe, hot story van een voetballerina (1973), geschreven door Nico Scheepmaker en getekend door Theo van den Boogaard. Daar bewaar ik warme herinneringen aan. 

En nu is er dus Josje scoort! Josje doet het goed bij het jongensteam van Kalkberg 90, al gaat het niet allemaal vanzelf. Een held behoort natuurlijk ook moeilijkheden te overwinnen. Ze krijgt al gauw een vrouwelijke medespeler, Areza, en na een tijdje blijkt er ook ineens een derde meisje mee te spelen, Roos, die verder niet geïntroduceerd wordt, maar er ineens is. Ook bij andere teams blijken er meisjes mee te spelen, zelfs bij dat van DVV, waar er nogal botte jongens op het veld rondlopen. Hoe waarschijnlijk dat is, kan ik moeilijk inschatten. 

Structuur

Die plotselinge nieuwe informatie heeft te maken met de structuur van het verhaal. Er is een doorlopende verhaallijn, maar die is verdeeld in losse episoden, van meestal vier en soms vijf pagina's. Daartussen kunnen er kleine tijdsprongetjes zitten. 

Eigenlijk ben ik helemaal niet zo'n voetballiefhebber. Ik weet niets van de competitie en ik volg de wedstrijden van het Nederlands elftal. Toch heb ik altijd met plezier de voetbalstrips gelezen, van De wondersloffen van Sjakie tot Kangoeroe Binkie en van Appie Happie tot Rob van De Rovers. Een van de bekendste voetbalstrips was en is Roel Dijkstra, die door Ritstier en Wijtsma succesvol is opgepakt. Daarmee hadden ze al kunnen oefenen voordat Josje het veld betrad. 

Tekeningen

De voetbalscènes ogen natuurlijk en zijn spannend. Roelof Wijtsma heeft dat goed in de vingers. Hij kan de bewegingen van de voetballers goed weergeven. Er zijn ook harde tackels, maar die leiden nooit tot blessures. Opmerkelijk is dat zo'n beetje alle spelers rechtsbenig zijn, inclusief Josje. Maar op de cover schiet ze met haar linkerbeen. Dat zal dus wel een gespiegelde tekening zijn. 

Ritstier is goed in het uitkiezen van scènes. Niet altijd weten we de uitslag van een wedstrijd bijvoorbeeld. Hij concentreert zich op de gedeelten die ertoe doen. 

Het verhaal gaat vooral over Josje en haar directe omgeving. Daardoor valt de rest van het team zo ongeveer weg. We weten niet wat haar teamgenoten ervan vinden dat er ineens een meisje in het team komt en dat het aantal meisjes alleen maar groeit. Josje heeft ook alleen meisjes in haar vriendengroep. 

Twentsch Dagblad Tubantia, 1 juni 1955
Er spelen ook zaken buiten het voetbal (een noodlijdend asiel, verliefdheid, discriminatie, pesterijen), maar die worden steeds gelinkt aan het voetbal, zodat Josje scoort! ook echt een voetbalstrip blijft. 

Vrouwenvoetbal

Josje heeft de voetbalgenen van geen vreemde. Haar oma voetbalde ook al. Ze vertelt over een wedstrijd in februari 1955, waarbij haar team kampioen kon worden. Er waren toen inderdaad al vrouwenteams, maar er was nog geen officiële competitie. Pas in april 1955 zou de Algemene Damesvoetbalbond opgericht worden. Aanvankelijk was de bedoeling dat er alleen vriendschappelijke wedstrijden gespeeld zouden worden, maar in augustus ging er toch een heuse competitie van start. De wedstrijden voor de dames besloegen toen trouwens nog twee keer een half uur. 

In 1956 speelden de dames de eerste vriendschappelijke interland, tegen West-Duitsland. Bij Nederland stond er een veertienjarige speelster in het veld, Lenie van Wensveen, die ook nog scoorde. Haar archief is bewaard. 

Het damesvoetbal komt van ver. In 1935 verbood de KNVB het en in 1938 stelt de bond velden en trainers niet langer beschikbaar voor vrouwenvoetbal en verbiedt ook het gemengd voetbal. Pas in 1971 wordt voetbal door vrouwen erkend en sindsdien maakt het deel uit van de KNVB. 

Emancipatorisch

Josje moet haar best doen om mee te mogen voetballen. Alleen omdat ze excelleert, weet ze zich staande te houden. Je zou kunnen zeggen dat Josje scoort! een emancipatorische strip is. Altijd wordt de kant gekozen van degenen die het lastig hebben, die gediscrimineerd of gepest worden. Niet op een klagerige of boze manier, maar vrolijk en krachtig. 

Josje scoort! is een vriendelijke en optimistische strip. Niet alleen interessant voor meiden die voetballen of dat graag zouden willen, maar voor iedereen. Het scenario is zo geschreven dat je dicht op de huid van Josje zit, gemakkelijk met haar meeleeft en van haar gaat houden. Het verhaal is helder en niet ingewikkeld en de personages zijn zeer menselijk, zodat je af en toe zelfs weten te raken en te ontroeren. 

Achter in het album krijgen we nog een bladzijde met karakterstudies, zodat je kunt zien hoe Wijtsma het tekenen van Josje in zijn vingers heeft gekregen en een mooi, kort interview met de makers. 

Josje scoort! is een heerlijke strip. Ik hoop dat er nog veel albums gaan verschijnen. Ondanks dat voetbal mij niet heel veel zegt, zal ik juichend aan de kant staan als Josje het veld betreedt. 

Titel: Josje scoort!
Scenario: Willem Ritstier
Tekeningen: Roelof Wijtsma
Uitgeverij: Personalia
2024, 40 blz. € 8,95 (softcover)

Eerder schreef ik over:
Wills kracht (Willem Ritstier)
Opstaan... en doorgaan (Willem Ritstier)
Alsnog (Willem Ritstier / Andrea Kruis)
Luton-Höghe (Willem Ritstier / Michiel Offerman)
De witte dood (Willem Ritstier / Fred de Heij)
Jeff Rylander 1 (Willem Ritstier / Eric Heuvel)
Jeff Rylander 2 (Willemn Ritstier / Eric Heuvel)
Doolhof van Eeden (Roelof Wijtsma)
Ivo en de vikingszoon (Roelof Wijtsma)
Jelmer 1 (Josse Pietersma / Roelof Wijtsma)
Jelmer 2 (Josse Pietersma / Roelof Wijtsma)


maandag 2 september 2024

De pen in het hart (Chrétien Breukers)


Chrétien Breukers heeft al verschillende romans geschreven waarin de hoofdpersoon Thomas Meerman is. Dat personage zit dicht aan tegen de schrijver zelf. Niet al die romans las ik, maar wel bijvoorbeeld Praag aan zee (2022). Enkele linkjes naar besprekingen van werk van Breukers plaats ik onderaan. 

Bij Praag aan zee viel me de lelijke omslag op. Die is bij De pen in het hart niet veel beter. Misschien is het een kwestie van smaak, maar ik heb de indruk dat er geen professionele vormgever aan te pas is gekomen. Verder is het boekje overigens mooi uitgegeven, met flappen. 

Heel lang dacht ik dat in De pen in het hart verteller en schrijver samenvielen. Pas op bladzijde 87 kom je erachter dat Thomas de hoofdpersoon is en op bladzijde 106 lees je dat het Thomas Meerman is. Dan ben je al bijna door het boek heen. 

Titel

Al in de eerste zin van de roman wordt verwezen naar de titel:

Ik steek een pen in mijn hart, trek hem terug en kijk naar de punt. Rood. Dit is wat je te zien krijgt als je een pen in je hart steekt. Iets roods. Op papier houdt dat rode niet. Het is al weg voordat het de kans krijgt te drogen. 

Meerman steekt een pen in zijn hart, maar hij krijgt blijkbaar niet op papier wat er in zijn hart zit. De hele roman lijkt dan ook een vermijding van het echte onderwerp. Dat wordt wel enkele keren genoemd, maar slechts kort. En als Meerman het noemt, praat hij over zichzelf in de derde persoon. 

Ik zou tot het verhaal komen, het verhaal vertellen - een man die zijn dochters nooit ziet en er vals van wordt beschuldigd dat hij ze zou hebben verlaten, bewust en met voorbedachten rade verlaten. Wat hij niet deed. Hij verliet ze voor een vrouw die hem jaren het leven onmogelijk maakte en die daarna de deur naar contact (met de dochters) op slot deed. 

Dat is een verhaal dat ik zou willen lezen. Liever dan het lijstje met dingen die je niet kunt doen als je aan het doodgaan bent, het van tijd tot tijd hameren op de trits 'haat, liefde en lust', of enkele bladzijden slecht proza die door AI zijn gegenereerd. Meerman zegt dat hij er in een volgend boek over zal vertellen. Hij laat de lezer wachten. 

Grootspraak

Maar misschien wacht Meerman zelf ook:

Ik moest eerst uit het decor van mijn jeugd stappen en wachten tot mijn familie was uitgestorven, wat nog steeds niet is gebeurd. Ik wacht en als ik nog heel veel langer moet wachten, neem ik het uitmoorden zelf ter hand. 

Dat laatste zal wel grootspraak zijn. Meerman is niet vies van grote woorden. Hij gebruikt ook steeds cursiveringen, waarbij mij niet duidelijk is of dat duidt op een onderschatting van de lezer of van zichzelf. En hij wil de wereld (of op zijn minst Nederland) vernietigen door drie bommen te gooien. Later heeft hij overigens zelf kritiek op dat hoofdstuk. 

Het zijn passages waar ik me als lezer doorheen moest worstelen. Een enkele keer blijkt dat ook de bedoeling te zijn. 

De ambulancebroeders klappen een draagbaar uit en willen de bloedende man erop leggen. Hij weigert. Ze beginnen te proberen om hem op te tillen. Het gaat zo moeizaam als de voorgaande zin eruitziet. 

Dat vind ik dan wel weer grappig. 

Gefragmenteerd

Net als bijvoorbeeld Praag aan zee is De pen in het hart gefragmenteerd. Om het andere hoofdstuk is gevuld met observaties van Meerman in de metro. Daarbij vervalt hij wel eens in maniertjes, bijvoorbeeld het herhalen wat hij net heeft gezegd. 

Soms zit de vrouw die hemels glimlacht in de metro. Ze glimlacht hemels.

In de metro zit een Japanse vrouw die is verkleed als prinses. De mensen in de coupé kijken naar haar, alsof ze een Japans vrouw zien die zich heeft verkleed als prinses. 

In de metro zit een dwerg. Ik weet niet of je het woord 'dwerg' nog mag gebruiken, maar het is wel een dwerg. 

Wat willen we nog meer? Een goede vraag. Wat willen we nog meer. 

Het fragmentarische zorgt voor een losse vorm, waarbinnen de verteller alle mogelijkheden heeft. Er is geen lijn die hij moet volgen, hij kan alle zijpaden bewandelen. Als Meerman daarbij de literatuur betrekt, ben ik meteen geboeid, of het nu over Nicolien Mizee, Koenraad Goudeseune, Rudy Kousbroek of Richard Brautigan gaat. 

Geen hoofdpad

Maar soms maken de zijpaden de indruk te vrijblijvend te zijn en soms heb ik me tijdens het lezen verveeld. Eigenlijk is 'zijpaden' eigenlijk niet het goede woord, omdat er nauwelijks een hoofdpad is en het gaat misschien juist wel om de zwerftochten van de gedachten. Maar ik mis toch de lijn, het verhaal. Hoezeer Meerman ook de wereld buiten hem observeert, De pen in het hart is voor een groot deel een egotistisch boek dat vooral over Meerman zelf gaat, waarbij hij tegelijkertijd vermijdt waarover hij het echt zou willen hebben: dat hij geen contact meer heeft met zijn dochters. 

De pen in het hart oogt als een werk in ontwikkeling, waarbij de verteller van tijd tot reflecteert op wat hij geschreven heeft. Er is ook een redacteur die zich afvraagt of de stijl niet te kaal geworden is. Of zoals Meerman schrijft: te káál. Zo'n kijkje in de keuken en die losheid van vertellen hebben hun charme, maar het is me niet genoeg. 

In deze korte roman staan goede passages. Meerman vertelt bijvoorbeeld hoe hij als kind soms met zijn vader mee moest naar een klooster waar een oude tante op sterven lag. Mooi vertelt en zo zijn er meer mooie passages. Maar ik  wil van Breukers onderhand een goed boek en voor mij is De pen in het hart dat (nog) niet. 

Chrétien Breukers, De pen in het hart. Uitgeverij Vleugels, 128 blz. € 24,50

Eerder schreef ik over:

donderdag 29 augustus 2024

Texas Kid, mijn broer (Igor Kordey / Darko Macan)

Op een dag wordt er aangebeld bij de striptekenaar Radovan Brandt, als hij opendoet, blijkt er een cowboy op zijn stoep te staan: Texas Kid, het personage waarmee zijn vader, Tomislav Brandt beroemd geworden is. 

Dat is het begin van de graphic novel Texas Kid van de Kroatische stripmaker Igor Kordey. Hij baseerde de strip op een verhaal van Darko Macan. 

Tomislav Brandt is een beroemde striptekenaar en zijn zoon doet er alles aan om door hem gezien te worden. Hij is ook nog in zijn voetsporen getreden door zelf tekenaar te worden, maar hij is altijd in de schaduw gebleven van zijn vader. 

De figuur Texas Kid bestaat vijftig jaar en daarom wordt Tomislav in het zonnetje gezet. Er is iemand ingehuurd die in de outfit van de beroemde cowboy rondloopt. Hij is populair, maar voor mensen in zijn directe omgeving is Kid een onaangenaam figuur.  Hij dringt zich steeds verder in het leven van Radovan. 

De wetten van de verbeelding

Langzamerhand begin je je af te vragen hoe werkelijk deze persoon is. Hij geneest wel heel snel van zijn wonden en zelfs de gaten in zijn kleren trekken dicht. Texas Kid is duidelijk niet van deze wereld. Hij is een held die zich aan de aardse wetten onttrekt. Hij is dan ook een personage en zo iemand gehoorzaamt alleen aan de wetten van de verbeelding. Hij zal dus ook alleen met de verbeelding bestreden kunnen worden. 

Texas Kid is een intrigerend verhaal. Het gaat over een kunstenaar die zijn weg zoekt, maar ook over een zoon met een vader die zo groot is, dat hij in zijn buurt zo ongeveer wegvalt. Het is ook een verhaal over de kracht van de verbeelding, die sterker kan zijn dan de krachten van de natuurwetten. 

Trauma

Maar het is ook een verhaal over een kind dat door schade en schande heeft geleerd om sterk te zijn. Tomislav is getraumatiseerd door zijn jeugd en door de oorlog. Tussendoor vertelt Radovan het verhaal van zijn vader, die al hoogbejaard is: hij is bijna zestig jaar ouder dan zijn zoon. Hoe Radovan de details weet van zijn vaders leven is niet helemaal duidelijk: vader is geen prater. Misschien dat zijn oude tante Draka, zus van vader, hem het een en ander heeft kunnen vertellen. 

Na de oorlog blijken de drie broers van Tomislav verdwenen te zijn, de ouders zijn geëxecuteerd wegens collaboratie en hij heeft alleen nog zijn zus met haar kinderen. En het tekenen. Zijn verbeelding is de wereld waarin hij zich terugtrekt. 'Hij vocht met het leven. Het leven won, en ketende hem aan zijn werk. De enige avonturen die hij nog meemaakte waren de avonturen die hij zelf tekende.' 

Door dat tekenen maakt Tomislav zich kenbaar aan de wereld en eigenlijk ook aan zijn zoon, die ziet hoe dingen die zich in de werkelijkheid hebben voorgedaan terugkomen in de strips van zijn vader. 

Dat alles maakt Texas Kid tot een mooi, gelaagd verhaal. Het wordt in zijn complexiteit helder verteld en hoewel het op sommige plekken zwaar is, zit er ook hier en daar humor in. Vlak voordat Texas Kid aanbelt, snijdt Radovan zich in zijn vinger. Het bloed drupt op zijn shirt en komt terecht op de smiley op zijn shirt. Dat is een vrolijke knipoog naar Watchmen, waar de helden, net als Texas Kid, hun schaduwkanten hebben. 

Tekeningen

De tekeningen zijn wisselend van kwaliteit en ze zijn ook niet het hele album door in dezelfde stijl getekend. Soms is er veel arcering, soms helemaal niet. Bewegingen en verhoudingen kloppen soms net niet, maar meestal is dat niet storend. Igor Kordey is op andere zaken gericht: hij wil ons het verhaal vertellen en de grote lijn lijkt belangrijker dan de vraag of elke tekening gaaf is. 

Alle tekeningen zijn in zwart-wit, met af en toe rode accenten. Dat heeft soms een dramatisch effect. Het zorgt er ook voor dat het boek een vrij rustig beeld geeft. Juist als de gebeurtenissen heftig zijn,  heeft het minimaal gebruik van kleur tot gevolg dat zaken niet te zwaar worden aangezet. 

Uitgeverij Silvester heeft het boek uitgebracht in een mooie hardcover met stofomslag (met aan de binnenkant een grote tekening)

Titel: Texas Kid, mijn broer
Tekst en tekeningen: Igor Kordey
Naar een verhaal van Darko Macan
Vertaling: Kees Beentjes
Uitgever: Silvester Strips
2024, 224 blz. € 39,95 (hardcover, stofomslag)

dinsdag 27 augustus 2024

Jij zegt het (Connie Palmen)

In 2015 verscheen de roman Jij zegt het van Connie Palmen. Ik las het boek toen niet, maar ik verwachtte er veel van. Aan het eind van het jaar nam ik het op in het lijstje met de beste boeken van 2015 die ik niet gelezen had. Op nummer twee; alleen Dertig dagen van Annelies Verbeke schatte ik hoger in. Dat boek las ik vrij snel daarna.

Nu ik na meer dan acht jaar dat lijstje terugzie, constateer ik dat ik veel van de boeken daaruit niet gelezen heb. Alleen bij De onderwaterzwemmer van P.F. Thomése en Maan en zon van Stefan Brijs kwam het ervan. De ochtendgave van A.F.Th. van der Heijden heb ik intussen in huis. De boeken van Jamal Ouariachi, Yves Petri, Hagar Peeters en Stephan Enter liggen nog niet op de stapel. Het lijken me nog steeds interessante boeken. 

Maar Jij zegt het van Connie Palmen las ik een paar weken geleden wel. Ik was in 1991 nogal onder de indruk van De wetten en ook De vriendschap (1995) kocht ik meteen nadat het verscheen. I.M. (1998) sloeg ik aanvankelijk over. Ik was bang dat het te klef en dus oninteressant zou zijn. Een paar jaar later las ik het toch en toen viel het me mee. Het Boekenweekgeschenk De erfenis (1999) las ik meteen en ik herinner het mij als niet slecht, maar eerlijk gezegd heb ik er maar weinig van onthouden. Geheel de uwe (2002) las ik niet. Lucifer (2007) wel, maar het duurde een paar jaar voordat ik eraan begon.  Goed boek, trouwens. Ik kocht het boekenweekessay De zonde van de vrouw (2017), maar las het niet. 

Sylvia Plath en Ted Hughes

Dat essay moet ik toch maar eens op gaan zoeken. Misschien had Sylvia Plath (1932 - 1963) er ook wel in gepast. Eerlijk gezegd wist ik voor ik aan Jij zegt het begon, niet veel van Plath af. Wat algemene en oppervlakkige kennis: dat ze met Ted Hughes (1930 - 1998) getrouwd was en zelfmoord pleegde. En dat het een interessant schrijfster zou zijn, maar aan buitenlandse literatuur kom ik eigenlijk al jaren niet meer toe. Ik kan de Nederlandse al niet bijbenen. 

Ted Hughes heeft na de dood van Plath nogal kritiek gekregen. Hij beheerde haar nalatenschap, vernietigde het laatste deel van haar dagboek, waarin hun tijd samen beschreven werd, en zou haar werk voornamelijk gebruikt hebben om zijn eigen doelen te verwezenlijken. Hughes ontkende, maar pas in 1998 schreef hij over hun relatie, in zijn laatste bundel, Birthday letters (1998). 

Verwijten

Palmen baseert zich, schrijft ze in de 'Verantwoording', voornamelijk op die gedichten. In Jij zegt het laat ze Ted Hughes aan het woord. Hij begint als volgt:

Voor de meeste mensen bestaan wij alleen in een boek, mijn bruid en ik. De afgelopen vijfendertig jaar heb ik met een machteloos afgrijzen moeten aanzien hoe onze echte levens bedolven raakten onder een modderstroom van apocriefe verhalen, valse getuigenissen, roddels, verzinsels, mythen, hoe onze ware, complexe persoonlijkheden werden vervangen door clichématige personages, vernauwd tot simpele imago's, op maat gesneden voor een sensatiebelust lezerspubliek. 
En dan was zij de broze heilige heilige, ik de brute verrader. 
Ik heb gezwegen. 
Tot nu toe. 

We krijgen het hele verhaal te horen van de kennismaking van Hughes met Sylvia Plath tot haar dood en een stukje van de nasleep ervan. Ik had verwacht dat ook de verwijten die Hughes over zich heen kreeg aan de orde zouden komen, maar die zijn grotendeels buiten de roman gebleven. Er wordt wel naar verwezen, maar alleen in algemene zin. Meestal wordt niet verteld wat het verwijt dan is. Een voorbeeld:

Ik zou minder last hebben gehad van een schuldgevoel als ik had geweten dat ik op een dag verstrikt zou raken in een weg van onthullingen, dat iedereen die we ooit hadden ontmoet, met wie we gedronken, gegeten en gelachen hadden, als ratten uit een stinkend riool zou kruipen om zich te laten gelden als de evangelisten van een waargenomen drama, en in hun epistels oordelen velden waarbij de poëtische steken van mijn vrouw aan hun adres verbleekten tot speldenprikken. 

De relatie gaat met hobbels. Op een gegeven moment leven de twee gescheiden. Dan komen de verwijten al los, ook door Plath aangewakkerd:

Vanaf het moment dat ik uit mijn huwelijk wegreed werd ik vogelvrij verklaard, een personage dat anderen naar believen konden beschuldigen en zwartmaken, en degene die deze ziedende achtervolging aanvoerde was mijn eigen vrouw. 

Nog meer zelfmoorden

Hughes begint een relatie met Assia Wevill, die op dezelfde manier zelfmoord zou plegen als Sylvia Plath, nadat ze haar dochter (en die van Hughes) doodde. Ted Hughes en Sylvia Plath kregen twee kinderen, waarvan de jongste, een zoon, later ook zelfmoord zou plegen. 

Je zou kunnen zeggen dat het Hughes door het noodlot niet met rust gelaten wordt, maar ook dat hij ellende verspreidt in zijn omgeving. Palmen is in haar roman loyaal met Hughes. Hoe controversieel dat is, kan ik moeilijk beoordelen. Als lezer neemt ze je in ieder geval gemakkelijk mee. Je bent bereid zijn versie van het verhaal te geloven. 

Daarbij heeft hij ook bedenkelijke kantjes. Zo is hij nogal zweverig. Hij hecht belang aan astrologie, het ouijabord, de tarotkaarten en hij denkt dat hij met hypnose de menstruatie van zijn vrouw kan opwekken. Bovendien is hij een enorme mansplainer, die zijn vrouw blijkbaar beter begrijpt dan zij zichzelf begrijpt. 

Zo zegt hij tegen haar dat ze die oude gedichten eens opzij moet leggen en aan iets nieuws moet beginnen. En als Sylvia Plath kritiek heeft op Anne Sexton, 'weet' hij dat ze zich afschermt voor een te grote identificatie. Hij blijkt steeds de betere verstaander te zijn. Of dat klopt met de werkelijkheid buiten het boek of dat Palmen hem die rol toedicht, is me niet duidelijk. Maar eigenlijk doet dat er ook niet toe. 

We lezen immers een roman en in fictie is zo'n beetje alles geoorloofd. Maar omdat je weet dat er een werkelijkheid is waarop het verhaal gebaseerd is, heb je de neiging ook daar naar te kijken. Maar ook als sommige zaken niet zouden blijken te kloppen, zegt dat niets over de kwaliteit van de roman. 

Jonge vos

Op de cover staat de afbeelding van een jonge vos, met wormpjes of maden in zijn oren, die er door een vogeltje uit gepikt worden. De vos komt in de roman verschillende keren voor. Eén keer zelfs letterlijk, als iemand een vossenjong bij zich draagt. 

Ik moest meteen denken aan het Hooglied: 'Vang voor ons de vossen, / vang de kleine vossen. / Ze vernielen de wijngaard, / onze wijngaard vol bloeiende ranken.' De vossen die wijngaard verderven zijn voor mij daarmee een beeld voor wat de liefdesrelatie aantast. 

Hughes schrijft (in Jij zegt het) heel vaak 'mijn bruid' als hij het over Sylvia Plath heeft, ook als ze al jaren getrouwd zijn. De term 'bruid' sluit weer aan bij het Hooglied. 

De vos is soms ook een beeld voor Sylvia Plath. De omgeving van Hughes heeft nogal kritiek op Plath, Vooral zijn zus Olwyn moet niets hebben van de vrouw van haar broer. In de roman zegt Hughes:

Regelmatig voelde ik me een man die een vos beschermt tegen zijn eigen blaffende honden en zich daarbij door de vos laat bijten. 

En als zij overleden is, vergelijkt hij zichzelf met een vossenjong:

De eerste nacht in haar bed besnuffelde ik als een verlaten vossenjong het kussen en de lakens, op zoek naar haar nestgeur, die ik pas vond toen ik een nachthemd onder mijn neus drukte. 

Maar de vossen huizen ook in zijn hoofd. Eerst zegt hij dat hij te lang de vos in zijn hoofd genegeerd heeft en zijn derde vrouw geeft hem ruimte:

Omdat ze de vossen begreep, begreep ze mij, legde me niet als een erfhond aan de ketting, liet me gaan als ik wegliep. 

In ieder geval is het een intrigerend beeld op de cover, ook al snap ik het waarschijnlijk niet helemaal. De wormen of maden vreten het vosje aan en de vogel eet ervan. 

'Ik' zeggen

De titel komt pas in het slot van de roman naar voren. Hughes heeft jaren gezwegen, maar in zijn Birthday letters spreekt hij zich uit. Dan pas heeft hij het over zichzelf. 

En ik, die zo lang de vijand was van het onthullendste woord uit de taal, goot mijn loodzware ziel in die iele gestalte, volgde haar naar buiten, en ik zei het, ik. 

Je zou ook kunnen zeggen dat een deel van het leven van Hughes niet op zichzelf, op 'ik' gericht was, maar op dat van zijn vrouw, 'jij'. 

Clichés

Palmen neemt je in Jij zegt het mee in de geschiedenis van een intense relatie, waarin ze in Hughes gekropen is. Daarbij schuwt ze af en toe de clichés niet. Maar misschien moeten we die niet op haar conto schrijven, maar is dat de manier waarop Hughes formuleert. Enkele voorbeelden:

Met haar maanvolle gezicht en koperkleurige satijnen huid zag ze eruit als een actrice uit een Hollywoodfilm. 

Ik keek haar aan toen ik het vertelde, zag haar ogen langzaam vollopen met tranen totdat ze overstroomden en twee glinsterende beekjes een spoor trokken over de bruine wangen. 

(...) zonder oog te hebben voor de herfst die de laatste dagen van september 1962 in een gouden gloed zette. 

Maar misschien ga je vanzelf wel zo praten als het gaat om een overweldigende relatie. 

Jij zegt het is een meeslepende roman. Ook als Ted Hughes en Sylvia Plath fictieve figuren zouden zijn, blijft het verhaal geloofwaardig. Dat de werkelijkheid steeds door de fictie heen ademt, maakt het boek eigenlijk alleen maar spannender. Ik kan me voorstellen dat na het lezen van dit boek mensen alles willen weten over dit bijzondere koppel. 

woensdag 21 augustus 2024

Vakantie!


Deze week loop ik met mijn lief in de Oostenrijkse bergen. Ik blijf natuurlijk gewoon dagelijks doorlezen, maar van een recensie laat ik het niet komen, merk ik. Maar ik wil je wel vertellen wat je nog te verwachten hebt. 


Volgende week

Volgende week wil ik schrijven over Jij zegt het van Connie Palmen. Het heeft lang geduurd voor ik eraan begon, maar ik heb er geen spijt van dat ik het uiteindelijk toch gelezen heb. Interessant boek en ook goed. 


Verder zal ik schrijven over de dikke graphic novel Texas Kid. Niet altijd goed getekend, maar wel een intrigerend gegeven over de relatie tussen een vader en een zoon. De vader is schepper van het personage Texas Kid. De zoon heeft het gevoel dat hij met deze cowboy moet concurreren. 

Ten slotte wil ik volgende week schrijven over De pen in het hart van Chrétien Breukers. Wel interessant, al heb ik ook mijn twijfels. Ik mis een beetje het verhaal. Het dreigt af en toe op gang te komen, maar meestal blijft het bij observaties en gedachten. 

Na volgende week

Het is ook al duidelijk waarover ik na volgende week ga schrijven. Over de strip Josje scoort! van Willem Ritstier en Roelof Wijtsma. Mooi album over een meisje dat met de jongens meevoetbalt. 

Van Enny de Bruin lees ik nu Het ijzeren veulen. Dat leest als een trein. Over een moordzaak uit de zeventiende eeuw. Aanrader. 

En ik ben ook nog bezig in de graphic novel The great Marc Evers over een jongen met autisme die een moeilijke start heeft in het leven maar uiteindelijk bij de Paralympics meedoet op het onderdeel zwemmen. Goed gedaan. 



vrijdag 16 augustus 2024

Blueberry: Het ijzeren paard & Steelfingers (Jean Giraud & Jean Michel Charlier)



Voor westerns heb ik een warm plekje in mijn hart. Het zal te maken hebben met de tijd waarin ik ben opgegroeid (zo'n beetje iedere jongen had klappertjespistolen en een indianentooi) en met de comics over Kid Colt en Rawhide Kid, die ik gretig las. En natuurlijk met de avonturen van Blueberry die ik las in Pep en Eppo. 

Wat me er indertijd precies in aantrok, is moeilijk nog na te gaan. Misschien had het te maken met de relatieve wetteloosheid in het Wilde Westen, waardoor goed en kwaad niet worden bepaald door de regels, maar door de morele keuzes die iemand maakt. Die keuzes zijn belangrijker dan de wet. Kid Colt en Rawhide Kid worden gezocht door de wetshandhavers, omdat ze de schijn tegen hebben, maar eigenlijk zijn ze onschuldig. Ze deugen voluit en je kunt je veilig met hen identificeren. 

Vrijbuiter

Blueberry is een vrijbuiter, die altijd zijn eigen inzichten volgt, iedereen tegen zich in het harnas jaagt, maar altijd mogelijkheden ziet om door te gaan. Als je als kind gebonden bent door allerlei regels in het gezin, wil je je graag voorstellen dat je op je paard over de prairie kunt rossen en zelf je weg kunt bepalen. 

En dan zijn er nog de indianen, de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Omdat we spreken over een strip uit de jaren zestig, zal ik ze toch 'indianen' noemen,  wat toen de gebruikelijke manier was om over ze te spreken. 

Ik denk dat de strip over Old Shatterhand de eerste was die me deed nadenken over de indianen. Old Shatterhand is bevriend met Winnetou, die behoort tot de Apaches. Dat zijn de goeden, in die strip. De Comanches zijn degenen die niet deugen en af en toe komen er ook andere stammen als de Sioux en de Cheyenne in voor, als mijn geheugen me niet bedriegt. 

Maar Old Shatterhand plaatste zich eigenlijk al buiten de bestaande orde door zijn vriendschap met Winnetou. De blanken, de cowboys, waren per definitie tegen de indianen, die daardoor tot de underdog gemaakt worden en Old Shatterhand neemt het dus op voor die underdogs. Dat is altijd sympathiek. 

Dat zie je ook gebeuren bij Blueberry, waarvan nu weer een deel verschenen is in de integrale heruitgave in zwartwit, op groot formaat, bij uitgeverij Sherpa. In dit deel zijn twee albums gebundeld, Het ijzeren paard en Steelfingers. Er zijn indertijd nog twee delen gevolgd die dit deel van het verhaal completeren, Vlakte der Sioux en Generaal Geelkop.

Spoorlijn

In deze albums gaat het over de spoorlijn die moet gaan lopen van de Atlantische Oceaan tot aan de Stille Oceaan. Vanaf beide kanten is er een maatschappij die begonnen is met de aanleg: vanuit het oosten de Union Pacific, onder leiding van generaal Dodge en de gebroeders Casement, vanuit het westen de Central Pacific, opgericht door vier kooplui uit Sacramento. 

Er spelen grote belangen, waardoor elke maatschappij zo snel mogelijk de lijn wil aanleggen. Niet alleen geeft de regering subsidie voor elke mijl van de aangelegde spoorlijn, maar het deel dat gelegd is, mag ook door de betreffende maatschappij geëxploiteerd worden en zij krijgt het land rond de spoorlijn, dat veel geld waard is geworden, juist door die spoorlijn. 

Het tempo van aanleg moet hoog gehouden worden, maar het gaat allemaal niet van een leien dakje. De arbeiders morren. Doordat de aanvoerlijnen langer worden, wordt het lastig om voedsel aan te voeren en het loon moet ook met de trein vervoerd worden. Daar komt nog bij dat het spoor gaat lopen door het jachtgebied van de Sioux en de Cheyenne. Generaal Dodge besluit luitenant Mike Blueberry, die onder hem gediend heeft in de burgeroorlog, naar het kampement van Union Pacific te sturen. 

Daar heeft de Central Pacific intussen geïnfiltreerd, door de figuur Steelfingers, iemand met een stalen hand, en ook in de leiding hebben ze een medestander. Die moeten er alles aan doen dat de bouw van de spoorlijn door Union Pacific gestaakt wordt. Steelfingers zet ook nog de indianen op tegen Blueberry en Union Pacific. 

Scenario

Natuurlijk heb ik vroeger de albums gelezen en ik kende dus het verhaal, maar dat was intussen wel weer weggezakt en ik heb het daarom gelezen alsof het nieuw was. Het scenario van Jean-Michel Charlier weet nog steeds te boeien. Weliswaar is Blueberry een held, en hij boekt ook wel succesjes, maar een groot deel van de onderneming lijkt toch mis te gaan lopen. Natuurlijk weet je dat de held er uiteindelijk goed afkomt, maar dat is aan het einde van deze twee verhalen nog niet duidelijk. 

Wel is duidelijk dat Blueberry de goede is en zijn antagonist Steelfingers is de representant van het kwaad. Het is de heldere verdeling, die misschien wat oppervlakkig is, maar die het lezen aangenaam maakt. Het is dezelfde verdeling die er ook is in James-Bondfilms. De indianen zijn de underdogs, die niet direct slecht zijn, maar ze worden misbruikt door Steelfingers. 

Tekeningen

Een goed verhaal dus, dat nog steeds blijft boeien en dat je als lezer in spanning doet zitten. En dat allemaal met die schitterende tekeningen van Jean Giraud. 

In deze integrale heruitgave is gekozen voor een uitvoering in zwart-wit. Wat daar precies de gedachte achter is, is niet duidelijk want de uitgave kent geen inleiding of dossier; er zijn alleen de twee verhalen, die eigenlijk twee delen van hetzelfde verhaal zijn. Door de afwezigheid van kleur heb je misschien wel meer aandacht voor de manier van tekenen en die is prachtig. Objectief ben ik natuurlijk niet, omdat mijn leeservaring als kind wakker gemaakt wordt door het lezen nu. Als een uitgave dat kan bewerkstelligen, is dat al heel wat. Maar nieuwe lezers zullen toch ook wel onder de indruk zijn van de tekeningen van Giraud en de verhalen van Charlier. 

Bij de mooie hardcover wordt een extra prent geleverd, een hommage aan Blueberry door Dominique Bertail. De tekening is in sepia, zodat die de sfeer van oude foto's oproept. Aan het eind van de uitgave is er een covergalerij in kleur, zes pagina's. De oplage is maar vijfhonderd exemplaren. De liefhebbers moeten dus snel zijn. Daarnaast is er een luxe uitgave met linnen rug en een extra prent. Als je het nog exclusiever wilt: bij uitgeverij Fantasia is er een luxe editie in een oplage van vijftig genummerde exemplaren. 

Titel: Blueberry - Het ijzeren paard & Steelfingers
Scenario: Jean-Michel Charlier
Tekeningen: Jean Giraud
Vertaling: Arend Jan van Oudheusden
Uitgeverij: Sherpa
2024, 104 blz. € 65,- hardcover, losse prent. 

Eerder schreef ik over:

dinsdag 13 augustus 2024

De tolk van Java (Alfred Birney)



Van Alfred Birney heb ik weinig gelezen. Ik las zijn debuut Tamara's lunapark (1987), maar mogelijk pas verschillende jaren nadat het uitkwam. Ik zie het mezelf meenemen uit de bibliotheek in Arnhem, tegelijk met Wisselkind van Basha Faber. Maar dat verscheen pas in 1998. En bedriegt mijn geheugen me niet? Roept De tolk van Java, dat ik net gelezen heb, niet de gedachten op aan de roman van Faber, die gaat over het verzet in Atjeh? Het zou zomaar kunnen. 

In 2017 won Aflred Birney de Libris Literatuur Prijs en werd daarmee bekend. Overal werd het boek genoemd, de schrijver werd verschillende keren geïnterviewd. Het leek me meteen een interessant boek, maar ik kocht het niet. Toen ik het een tijdje terug in een kringloop zag liggen voor € 2,50 kon ik het toch niet laten liggen.

De tolk van Java is een roman die is gebaseerd op het leven van de auteur en vooral ook op dat van zijn vader, een getraumatiseerd man. Getraumatiseerde vaders komen in de literatuur veelvuldig voor, bijvoorbeeld in Indische duinen van Adriaan van Dis en De kleine blonde dood van Boudewijn Büch. Birney doet wel heel erg zijn best die vader beter te leren kennen. 

De verteller in De tolk van Java is Alan, zoon van een half Chinese vader uit Nederlands-Indië en een moeder uit Helmond. De vader, Arto Noland, wordt ook wel aangeduid met de kaalkop, Soerabaja Papa of de Arend, moeder met het kamerolifantje. In het begin van het boek vertellen ze om beurten hun verhaal, waarop de ik-figuur, dan weer reageert. 

Spoken in zijn kop

Vader is de tolk van Java. Hij deed niet alleen vertaalwerk, maar leidde ook de ondervragingen, waarbij gemarteld werd. Ook nam hij deel aan veel gevechtshandelingen. Als hij in Nederland is, heeft hij nog steeds 'spoken in zijn kop', zoals moeder zegt. Hij is gewelddadig tegen vrouw en kinderen. 

Niet alleen de oorlog, ook zijn jeugd werkt door in het leven van Arto. Zijn vader sloeg hem met een rotanstok, zijn moeder met een zweep. Als hij zijn kinderen slaat, geeft hij zijn opvoeding door, maar moeder zegt dat hij tijdens het slaan soms niet meer ziet wie zijn kinderen zijn en dan slaat hij niet als vader, maar als marinier in de oorlog. Niet de kinderen worden dan geslagen, maar de Indonesische vrijheidsstrijders die weigeren te praten als ze verhoord worden door de Hollanders. 

Veel getraumatiseerde mensen zwijgen, maar de Arend vertelt zijn verhalen. Bijvoorbeeld hoe hij op een treinstation met zijn karabijn een serie kogels dwars door een moeder met een kindje in haar armen schoot, als die door een Indonesische strijder als schild wordt gebruikt. En verder tikt vader zijn  oorlogsherinneringen uit, boven op zijn Remington. Dat verslag komt verderop in het boek terug. 

De delen 'Spekkoek' spelen zich af in het heden en gaan over de jeugd van Alan. Het is moeilijk leven met een gewelddadige vader. De kinderen moeten bijvoorbeeld altijd groeten, zoals vader de Japanners moest groeten. Uiteindelijk worden de kinderen door de Kinderbescherming uit huis geplaatst. Alan is dan dertien. Hij komt in een internaat terecht. Dat internaat speelt ook al een rol in Tamara's lunapark. 

Geweld

Deel IV, 'De tolk van Soerabaja' bevat de herinneringen van vader. Aan de ene kant is het goed om van zo dichtbij mee te maken hoe een Indische Nederlander (zoals Arto zich noemt) de oorlog meemaakt. Arto is voluit loyaal aan de Nederlanders en het koningshuis, maar hij werkt ook samen met de Japanners, voor zijn veiligheid, maar ook om informatie te verzamelen. 

Aan de andere kant gaan de verhalen van Arto ook tegenstaan. Ze staan bol van het geweld. Dat zal in werkelijkheid ook wel zo geweest zijn, maar Arto lijkt ook van dat geweld te genieten. Het vertelt een soort avonturenverhaal, waarin de held het steeds overleeft terwijl de mensen om hem heen bij bosjes vallen. Het geweld is eerder een vanzelfsprekendheid dan een verschrikking. 

In het laatste deel blijkt dat de zoon, Alan, daar wel een mening over heeft, maar hij laat in dat vierde deel de vader maar praten en maar razen, zodat je je er als lezer ongemakkelijk bij gaat voelen, maar dat zal ook wel de bedoeling zijn. 

In ieder geval wordt de verwarring van de situatie heel goed duidelijk. Het Indonesische verzet was bepaald geen eenheid en na de capitulatie konden niet alle Japanners op tijd terug naar hun vaderland. Zij vochten soms mee aan de kant van de Indonesiërs. 

Politionele actie

Als de 'Eerste politionele actie' begint doet Arto volop mee. De gruwelen die de Nederlanders bedreven worden rapporterend beschreven. 
Gearresteerde pelopors gebruikten we als pakezels. We zetten ze helmen op hun kop, en omhangen met onze zware wapens lieten we ze voor ons uit lopen als gids en als lokaas. Tegen de tijd dat ze ons in de weg gingen lopen, knalden we ze neer. 
Arto vertelt ook over een gevangenentransport dat met opzet gebeurt in treinwagons waarin te weinig lucht kan komen. Er vallen doden bij het transport. Arto probeert nog wel het leven van de gevangenen te verlichten. Bij een volgend transport, waar hij niet bij is, vallen nog veel meer doden. Hij zal zich wel moeten verantwoorden. 

Voor Arto is wel duidelijk dat hij niet in Indonesië wil blijven:
Dit land, dit volk, al die oorlogen hier, ik voel me hier niet langer senang. Elke dag, elk uur, elke minuut moet ik hier vechten om in leven te kunnen blijven. Overal zijn vijanden. 

Meeleven

Het verwarrende van De tolk van Java is dat je toch met Arto gaat meeleven en dat je toch gaat willen dat hij het redt en overleeft. Ondanks dat hij van het geweld geniet. 

Al die lui werden doorzeefd met kogels. Ik was weer in mijn element en ik hoopte dat die schurk van Jan Abas tussen de lijken lag, want die wilde ik te pakken nemen.  

Je ziet dat er nog wel iets menselijks in hem is, bijvoorbeeld zoals hij bij het transport de verantwoordelijkheid voor de gevangenen op zich neemt. Daardoor kun je je er weer mee verzoenen dat je met hem meeleeft. 

Alan merkt dat hij dingen overneemt van zijn vader. Niet alleen spelen beiden gitaar, maar de manier waarop hij zijn vader ondervraagt heeft ook wel wat weg van een verhoor. Hij komt daardoor wel tot een oordeel: 'hij blijft een massamoordernaar met die Hollandse maten van hem.' Arto heeft er in zijn memoires geen twijfel over laten bestaan: hij stond aan de goede kant. Maar Alan blijft hem ondervragen en dan geeft hij aarzelend toe dat er een mogelijkheid is dat hij toch aan de verkeerde kant heeft gevochten. 

Vastgebeten

De zoon heeft zich vastgebeten in het leven van zijn vader, wellicht om iets van hem te begrijpen en zodoende ook iets van zichzelf. De tolk van Java eindigt met: 'Ik vecht niet langer, ik hou ermee op.' Maar dat er niet gevochten wordt, wil nog niet zeggen dat het vrede is. 

De zoon van Java is een indrukwekkend boek. Het schetst een deel van de geschiedenis van heel dichtbij. We weten niet of alles gebeurd is zoals Arto het beschrijft, maar de gewelddadigheid en de verwarring van die tijd worden wel duidelijk. Het is ook het verhaal van een zoon die een afschuw heeft van wat zijn vader gedaan heeft en die zich tegelijkertijd aan hem gewijd heeft, door een dik boek over hem te schrijven. Afkeer en loyaliteit zijn tegelijk aanwezig en uiteindelijk laat Birney ze allebei bestaan.