vrijdag 7 januari 2022

Cor Morelli Beulskind (Aloys Oosterwijk)


Het personage Cor Morelli gaat al een tijdje mee. Het eerste album over deze rechercheur verscheen in 1987. Tien jaar later begon zijn schepper, Aloys Oosterwijk, met de serie Willems Wereld, waarin de hoofdpersoon uiterlijk lijkt op Morelli, maar wel een ander figuur is. 

Intussen zijn er over Morelli ook drie albums verschenen met 'open dossiers'. Deel 3 heet Beulskind. Eigenlijk is het een bundeling korte verhalen. Cor bladert daarin door zijn ordners of hij denkt terug aan een zaak die hij na zoveel jaar nog niet kan loslaten. Het zijn onopgeloste gevallen, open dossiers. 

In de eerste strook of de eerste twee stroken van elk verhaal legt Morelli de situatie uit die hij als rechercheur aantrof. Daarmee kwam hij indertijd niet verder. In de rest van het verhaal krijgt de lezer uitgelegd hoe het allemaal in werkelijkheid gegaan is. Die lezer weet dus dat aan het eind van het verhaal de zaak opgelost zal zijn. Toch zijn de verhalen allerminst voorspelbaar. Elk verhaal blijft goed op spanning en de ontknoping komt pas in de slottekening. Die zie je vaak niet aankomen en sommige plots zijn uitermate grappig, bijvoorbeeld in het verhaal 'Geheugenverlies.' Als lezer denk je dat de wat oudere, wat verwarde man misschien wel aan het dementeren is. Dat blijkt echt anders te zitten. 

Setting

De setting van de verhalen is zeer divers. Het titelverhaal begint zelfs eeuwen geleden. Zo'n begin in het verre verleden is wel een uitzondering. We komen terecht in allerlei werelden: in die van de zaken, de voetbal en een abdij, bijvoorbeeld. Dat houdt het niet alleen voor de lezer, maar ook voor de tekenaar afwisselend. Ook zijn het allerlei verschillende soorten zaken, die onderling niet op elkaar lijken. 

De meeste verhalen zijn vier bladzijden lang en Oosterwijk laat zien dat dat lang genoeg is om een verhaal te vertellen. Je kunt het hele album achter elkaar lezen (en dan verveelt het niet), maar je kunt ook af en toe een verhaal tot je nemen. 

De tekeningen zijn helder, zoals we bij Aloys Oosterwijk gewend zijn. In bijna elk verhaal is er wel een tekening met een afwijkend camerastandpunt (bijvoorbeeld schuin van boven) en sommige tekeningen vallen op, zoals in het titelverhaal, waar er kranten door het beeld waaien. Die hebben een inhoudelijke functie (een van de personages leest iets in zo'n krant), maar ze brengen ook meer diepte in de tekening aan. 

Compositie

Uit dat soort details zie je dat het in Beulskind niet alleen maar gaat om het vertellen van goede verhalen. Dan had het ook in proza gekund. De beelden zijn zorgvuldig gecomponeerd, maar doen dat zonder overdreven de aandacht te trekken: ze staan wel in dienst van het vertellen van het verhaal. 

In Eppo heb ik de verschillende verhalen al gelezen. In die omgeving functioneerden ze goed. Maar in een album blijken ze het ook goed te doen. Voor zover ik weet, is het intussen afgelopen met Willems wereld, wat overigens jammer is, maar hopelijk heeft Cor Morelli nog heel wat onopgeloste zaken op de plank liggen. 

Serie: Cor Morelli, Open dossiers
Deel 3: Beulskind
Tekst en tekeningen: Aloys Oosterwijk
Uitgeverij: L
Oosterhout 2021, 48 blz. € 9,95 (softcover)

donderdag 6 januari 2022

Tijl (Daniel Kehlmann)


Bij het lezen van literatuur beperk ik me meestal tot het Nederlandse taalgebied. En daarbij heb ik al het idee dat ik veel minder lees dan zou moeten. Maar soms kan ik een boek dat oorspronkelijk in een andere taal is geschreven niet weerstaan. 

Eind vorig jaar kreeg ik het boek Tijl van Daniel Kehlmann cadeau van een collega. Ik zei hem dat ik het zeker zou gaan lezen. Dat kon ik gemakkelijk beloven. Van Het meten van de wereld (2005) heb ik namelijk zeer genoten en ik heb het ook al verschillende keren cadeau gedaan. Ook in Tijl had ik wel zin. Terecht, blijkt na lezing. 

Uilenspiegel

Tijl gaat over Tijl Uilenspiegel, een personage dat we kennen, ook uit boeken voor kinderen. Daarin is hij een grappenmaker, die mensen voor de gek houdt en voor schut zet. Bij Daniel Kehlmann is hij een nar, maar ook een tragische figuur. 

In de openingsscènem waarin Tijl hoog boven de mensen op een koord loopt, herkennen we een bekende jeugdboekenpassage, maar daarna kwamen we voor mij op onbekend gebied. We gaan terug naar de jeugd van de kleine Tijl, als zijn vader veroordeeld en ter dood gebracht wordt wegens hekserij. Daarbij waren de jezuïeten Athanasius Kircher en Oswald Tesimond betrokken, historische figuren. Kircher (ook wel bekend als Kirchner) zullen we later in het boek nog tegenkomen. 

Dertigjarige Oorlog

Tijl speelt zich helemaal af in de eerste decennia van de zeventiende eeuw, als er in Europa de Dertigjarige Oorlog woedt, die zo'n beetje begonnen is als Frederik V van de Palts, ondanks adviezen om het niet te doen, als protestant de het koningschap van Bohemen aanvaardt. Hij zal maar een winter koning zijn, waarna hij wel de Winterkoning wordt genoemd. 

Niet alleen raakt hij het koningschap kwijt, maar hij was sinds zijn veertiende ook keurvorst van de Palts en nu er door de keizer een ban over hem wordt uitgesproken, raakt hij ook het keurvorstschap kwijt. Hij moet met zijn gevolg trekken door Europa, waarop hij terechtkomt in Nederland (hij was een neef van Prins Maurits), in Den Haag en later in Rhenen. 

Frederik was getrouwd met Elizabeth Stuart, Liz, de dochter van de Engelse koning Jacobus I. In enkele delen van Tijl leren we vooral haar beter kennen. Bij alle verhalen is Tijl betrokken. Hij is een tijdje nar bij Frederik, maar later, ver na Frederiks dood, als Liz nog wat probeert te regelen voor haar zoon, komt ze hem opnieuw tegen. 

Vluchten na de dood van vader

Tijl is samen met Nele gevlucht nadat zijn vader veroordeeld is. Hij is dan nog maar een kind. Pas later krijgen we de werkelijke toedracht te horen van de veroordeling van vader Claus Uilenspiegel. Dat gebeurt vaker. Kehlmann heeft overal plotjes verborgen: steeds blijken dingen net iets gecompliceerder te zijn dan we dachten. 

Intussen krijgen we wel een beeld van hoe onzeker de toestand in Europa was. De oorlog golft heen en weer en hij zal de plaats waar je leeft maar treffen. Verder is er ziekte, honger, vuiligheid. Het is een ongewis bestaan, zeker voor rondtrekkende kunstenmakers, zoals Tijl er een is. 

Ook in dit boek toont Kehlmann zich een zeer vaardig schrijver, die goed een tijdperk kan oproepen, die ons laat meeleven met verschillende personages en die steeds alle touwtjes stevig in handen heeft. Slechts een enkele keer betrapte ik hem op een onnauwkeurigheid. Hij noemt ergens de planeet Neptunus, maar die werd pas in de negentiende eeuw ontdekt. En dat ontdekte ik pas onlangs toen ik het gedicht 'Aan de nieuw ontdekte planeet' van B.Ph. de Kanter las. 

Maar verder: geen kwaad woord. Tijl is een fascinerende roman over een wereld die een stuk onveiliger is dan de onze. 

Zes podcasts over Nederlandse musici

Schrijven over podcasts is lastig, omdat ik veel verschillende podcasts beluister en er vaak niet heet van de naald over schrijf. Ik moet dan terugvallen op mijn gebrekkige geheugen. Maar meestal weet ik nog wel of ik een podcast goed vond of niet en over podcasts waar ik echt niets aan vind of vond, schrijf ik meestal niet. Nou ja, dat zou ik ook een keer kunnen doen: podcasts waar ik niet verder kwam dan enkele afleveringen en soms zelfs dat niet. 

Deze keer podcasts over muziek, met als onderwerp Nederlandse muziekmakers. Geen klassieke muziek (dat komt nog wel) en geen jazz (dat komt misschien ook nog). Eerst had ik in de titel het woord popmusici, maar vallen Boudewijn de Groot en Jules de Corte daaronder? Waarschijnlijk niet. 


Popbiografie: Boudewijn de Groot

Van goede Nederlandstalige liedteksten heb ik altijd gehouden. Ik ben al jarenlang een trouw luisteraar van Andermans veren (even scrollen) en heb veel bundels met liedteksten in mijn boekenkasten staan. Boudewijn de Groot is een held uit mijn jeugd. Veel van zijn liederen kende ik tot op de komma en ik kon ze moeiteloos meezingen, bijvoorbeeld tijdens het melken van de koeien. 

Bert Kranenbarg maakte over Boudewijn de Groot de podcast Popbiografie en dat is heel erg goed gelukt. Hij doet dat in vijf afleveringen, die alle de titel van een lied van Boudewijn de Groot als afleveringsnaam hebben en er is een bonusaflevering waarin De Groot reageert op de verschillende uitspraken die anderen over hem hebben gedaan. Een mooi voorbeeld van hoor en wederhoor. 

Een keur aan mensen komt aan het woord: Boudewijns vrouw (tevens manager) en kleindochter (ook zelf actief in de muziek), andere zangers (zoals Stef Bos en Raymond van het Groenewoud) en mensen die met hem gespeeld hebben.

Het is allemaal hoogst interessant, vooral ook omdat echt het werk centraal staat. Door daar een beeld van te geven, krijg je en passant een beeld van de zanger. Kranenbarg is goed voorbereid, stelt gerichte vragen, is niet uit op sensatie en doet dus gewoon zijn werk erg goed. 

Verder is de podcast mooi vormgegeven. Achter het praten draait heel zachtjes muziek van een bepaald nummer. Je moet goed luisteren om het te horen, maar het kleurt wel de aflevering. Binnen die aflevering is er niet alleen gepraat, maar er zijn ook muziekfragmenten en aan het eind wordt het complete nummer gedraaid waarnaar de aflevering is genoemd. 

Erg mooie podcast, niet alleen voor mensen die het werk van Boudewijn al kennen, maar ook voor degenen die het willen leren kennen. Zeer aanbevolen.

Meer informatie op de site van NPO Radio 5.


De Corte podcast

Wie weet nog wie Jules de Corte was? Hij schreef tientallen en misschien wel honderden teksten en melodieën, altijd herkenbaar als die van hem, subtiel humoristisch en soms ook vlijmscherp. Lang geleden heb ik wel eens een liedtekst in de klas behandeld: 'Geachte priesters en geachte predikanten, wordt het geen tijd dat u een ander baantje kiest?'

Intussen lijken veel van zijn nummers vergeten. Mensen kennen misschien nog 'Ik zou wel eens willen weten' te noemen of 'Kleine Anita' of misschien het atypische 'Koning Onbenul' en dat zal het wel zo'n beetje zijn. Katinka Polderman vroeg in een column aandacht voor Jules de Corte en ik heb eens een opname gehoord waarin ze het eerste couplet zingt van 'Het feest dat nooit gevierd werd', wat een schitterend lied is.

Gelukkig kon het niet uitblijven dat ook aan De Corte een podcast gewijd is. Mensen die niets van hem weten, vallen er misschien wel een beetje onvoorbereid in, maar ik weet niet of dat een bezwaar is. De podcastmaker Sander Zwiep verdiept zich in de persoon van Jules de Corte. In verschillende afleveringen wordt hij bijgestaan door Ernst, zoon van Jules de Corte, die niet altijd een makkelijke relatie met zijn vader had. Toen het allemaal wat beter ging, overleed De Corte, in 1996, vijfentwintig jaar geleden. Zo wordt de podcast ook een Vatersuche.

We komen als luisteraar op allerlei plekken terecht, bijvoorbeeld in de kerk waar De Corte organist was en in het huis in Brabant waarin hij gewoond heeft. We krijgen vooral een beeld van de persoon en iets minder van het werk, als ik mij dat tenminste goed herinner. Daar had wat mij betreft wat dieper op ingegaan mogen worden. De fragmenten van liederen hadden ook iets langer mogen zijn. 

Toch heb ik met plezier naar deze podcast geluisterd. En hopelijk heeft het tot gevolg dat er weer eens wat zijn werk wordt afgestoft. Dat de liedtekstenverzameling Ik zou wel eens willen weten verscheen in de serie Pluche is ook alweer meer dan vijftien jaar geleden. 

Meer informatie over de podcast vind je op de site van NPO Radio 4


.


Harry

Afgelopen jaar zou Harry Muskee tachtig geworden zijn, ware het niet dat hij in 2011 overleden was. Voor wie de naam niets zegt: Harry was de centrale man in de band Cuby + Blizzards, een bluesband uit het Drentse Grolloo. Een andere bekende naam uit de band is Herman Brood, die er een tijdje piano speelde. 

Witte mannen die blues spelen - nu zouden we misschien spreken van culturele toeëigening, maar van dat verschijnsel heb ik altijd weinig begrepen. In ieder geval maakte C+B muziek die nog altijd het beluisteren waard is, tenminste voor iemand van mijn leeftijd. 

Journalist Roy van Gool maakte voor RTV Drenthe de podcast Harry, waarin hij zich verdiept in de geschiedenis van C+B en het leven van Harry Muskee. Hij praat met veel mensen uit Muskees omgeving en met mensen die in de band gespeeld hebben. De samenstelling van de band wisselde nogal eens en dat ging bij mij wel eens door elkaar lopen. Totdat ik vond dat ik dat niet allemaal hoefde te onthouden en lekker verder kon luisteren. Toen had ik daar geen last meer van. 

Natuurlijk komt Johan Derksen ook aan het woord. Niet alleen is hij kenner van de band C+B, maar hij was ook een tijd de manager, in welke functie hij ook chauffeer van Harry Muskee was. Het vertellen van smakelijke anekdotes kun je wel aan Derksen overlaten. 

Eigenlijk wist ik niet zo heel veel Cuby + Blizzards en van Harry Muskee af. Daarvoor had ik waarschijnlijk vijf jaar ouder moeten zijn. Maar naar de lotgevallen van de toch wel legendarische band, naar Nederlandse maatstaven, heb ik geboeid geluisterd. Mooi initiatief van RTV Drenthe. Daar vind je meer informatie. 




Wat je altijd al wilde weten van ...

De podcast Wat je altijd al wilde weten van ... is gemaakt door Hans Schiffers, van wie ik altijd heb gedacht dat zijn voornaam Han was, maar dat klopt dus niet. In elke aflevering interviewt hij een Nederlandse artiest. De afleveringen zijn ongelijk van lengte, van grofweg een half uur tot een uur. 

In 2018 en 2019 verschenen er acht afleveringen. Daarvan heb ik er twee beluisterd (met Bonnie St. Claire en Bennie Jolink), maar de andere zes ga ik ook nog beluisteren, omdat ik naar alle zes benieuwd ben, vooral naar die met Jan Akkerman en die met Ton Scherpenzeel (van Kayak). Maar die met Peter Koelewijn en Henny Vrienten zullen ook wel de moeite waard zijn. 

Schiffers interviewt in de twee afleveringen die ik beluisterd heb de artiesten met respect. Net als bij de podcast van Bert Kranenbarg is er geen enkel effectbejag. Het gaat niet om sappige details uit het leven, maar om het werk. Bij Bennie Jolink gaat het om het album Post Normaal, dat dan net verschenen is. Het interview wordt afgesloten met het mooie nummer over de bus naar Hummel. 

Het boek van Bonnie St. Claire was nog niet verschenen en daarom gaat het gesprek met haar niet over haar persoonlijke leven, maar over haar carrière. Je krijgt op die manier ook een mooi stukje Nederlandse muziekgeschiedenis mee. Dat boek van haar moet ik overigens nog lezen. 

Na 2019 zijn er geen afleveringen meer verschenen en dat lijkt me jammer. Er zijn nog heel wat Nederlandse artiesten die een goede interviewer verdienen en van wie we best wat had willen weten. We kunnen beginnen met te luisteren naar deze acht afleveringen. Als ze veel gedownload of beluisterd worden, komen er misschien nog meer. 

Kijk voor een overzicht op de site van NPO Radio 5. 



De Nederpopcast

Krijgen vrouwen bij de Nederlandse muziek dezelfde aandacht als de mannen? Zijn er bij de vrouwen namen die we met even veel respect uitspreken als die van Herman van Veen, Boudewijn de Groot, Stef Bos of Maarten van Rozendaal? Misschien wel en er schieten mij allerlei namen te binnen, maar waarschijnlijk hebben vrouwen het toch iets lastiger dan mannen in de muziek, zoals op veel gebieden. 

Carolien Borgers en Tim Treffers duiken eens in de wereld van de zangeressen. Ze ondervroegen acht vrouwen van verschillende generatie: Willeke Alberti, Imca Marina, Maggie MacNeal, Fay Lovsky, Edsilia Rombley, Hind, Linde Schöne en Eefje de Visser. In zes afleveringen wordt steeds een ander aspect van de carrière in de muziek belicht, zoals 'De droom', 'De schaduwkant', 'Het succes'. 

Ik snap dat je een beetje een representatieve steekproef wilt nemen, maar acht stemmen is wel wat veel en ook wat snipperig, zeker omdat elke aflevering maar een half uur beslaat. Soms had ik behoefte aan wat meer ruimte voor iemand. In elke aflevering is er ook een klein blokje Nederlandse muziekgeschiedenis en ook dat vond ik een beetje aan de korte kant. Anderzijds wordt het tempo wel lekker hoog gehouden. 

Bij de ene zangeres kon ik me meer voorstellen dan bij de andere. Zo had ik de naam van Linde Schöne wel eens gehoord, maar ik kon me geen voorstelling maken bij haar muziek. Van de rest had ik wel een beeld. Het is alweer enkele maanden geleden dat ik deze podcast heb beluisterd. Het algemene beeld dat me bijgebleven is, is toch dat zware kanten aan het vak zaten. Vooral van Fay Lovsky (die gestalkt werd) en van Maggie MacNeal herinner ik me ellendeverhalen. Het succes was er ook, maar je zou toch wensen dat het allemaal met wat minder schaduwkanten had gekund. 

De Nederpopcast luistert lekker weg, maar ik zou graag een vervolg hebben, met wat meer aandacht voor de individuele zangeressen of meer aandacht voor muziek in een bepaalde periode. In mijn herinnering waren er in de jaren zeventig bijvoorbeeld veel duo's. Niet alleen Mouth & MacNeal, maar ook Sandra en Andres, Saskia en Serge en wat eerder Gert en Hermien en voor een ander publiek Elly en Rikkert. Er zullen er ongetwijfeld meer zijn. Hoe was daar de samenwerking? Van Maggie MacNeal weten we het, maar gold dat ook voor de andere duo's? En zo zijn er meer vervolgseries mogelijk. 

Meer informatie vind je bij NPO Radio 2.


De Volgspodcast

Het radioprogramma Volgspot bestaat al dertig jaar. Volgens mij hoorde ik vroeger wel eens een uitzending. Het was toen, als mijn geheugen klopt, vlak voor of na Het podium van de Nederlandse lichte muziek. Pas onlangs botste ik tijdens het struinen op De Volgspodcast. 

In de afleveringen praat Hijlco Span met een Nederlandse zanger of zangeres. Een greep uit de afleveringen: Leonie Jansen, Wende, Stef Bos, Maaike Ouboter, Karin Bloemen, Tim Knol, Edwin Rutten. Niet de eersten de besten dus. Een aflevering bestaat steeds uit blokjes interview, met daartussendoor muziek. 

Span is een ervaren interviewer, die ook tijdens het gesprek vaak praat alsof hij aan het presenteren is. Het gesprek houdt altijd tempo en je krijgt een goed beeld van de geïnterviewde. De afleveringen die ik op iTunes vond, komen voornamelijk uit 2018. Er is er eentje uit 2020 en eentje uit 2021. Die laatste is er een in de reeks Volgspot Podium, waarin artiesten een stukje uit hun programma brengen. Erik van Muiswinkel brengt een deel van Buigt allen mee voor drs. P. Tussendoor wordt hij geïnterviewd door Astrid de Jong.

Daarna zijn er nog meer uitzendingen geweest, maar die zijn niet als podcast verschenen. Ik heb ze in ieder geval niet kunnen vinden. Je vindt wel video-opnamen op de site. (Let op: er bestaat ook een Volgspotcast. Die gaat over musicals).

En verder

Eerder schreef ik over vergelijkbare podcasts:

Je zou ook eens kunnen kijken bij:

Belgische podcasts, waarin je artiesten aan het woord hoort over een nummer dat een internationaal succes werd. Korte afleveringen, zodat je ze gemakkelijk allemaal achter elkaar kunt beluisteren. De serie begint met Marina van Rocco Granata. Verder o.a. afleveringen met Adamo, Axelle Red en Soulsister.

Dolf Jansen praat met mensen over liedteksten. Het zijn niet altijd zangers of zangeressen en vaak gaat het over Engelstalige nummers. Leuk om naar te luisteren. 
Een podcast over het festival in Kralingen. Deze podcast heb ik nog niet beluisterd. In ieder geval een stukje popgeschiedenis dat zich in Nederland afspeelt. 

En ongetwijfeld zie ik heel veel over het hoofd. Dat komt dan wel bij een nalezing. 

woensdag 5 januari 2022

Kale kop 5: De handen uit de mouwen (Ernst / Zidrou)


 
Kale kop is de bijnaam van het meisje Zita, dat, vanwege leukemie, al negen jaar in een ziekenhuis woont, waar meer kinderen langdurig moeten verblijven. Ze is vrolijk en ondernemend. Zidrou schreef het scenario voor een aantal albums over haar, die werden getekend door Ernst. Nu is het vijfde deel verschenen, De handen uit de mouwen.

In dit deel gaat het over het probleem dat er in het ziekenhuis geen overnachtingsplek voor ouders is. Die worden verwezen naar een hotel, hoewel ze natuurlijk in de buurt van hun kind willen zijn. Zita pakt met haar vriendjes het probleem aan. Eerst herbergt ze illegaal een moeder in een ziekenhuisbed en later krijgen de kinderen toestemming om een leegstaande ruimte op te knappen. Op de cover zien we hoe ze daarmee aan de gang zijn. 

Pijntjeskermis

Er moet wel geld voor komen en de kinderen zijn inventief in het bedenken van manier om geld te verdienen. Zo organiseren ze een 'pijntjeskermis' in het ziekenhuis. Dat is misschien niet helemaal realistisch, maar Zidrou maakt er wel een aannemelijk verhaal van. 

Dat iemand negen jaar lang in een ziekenhuis verblijft, vind ik wel erg lang. Ik snap dat het nodig is voor de serie, maar ik vraag me af of het in werkelijkheid gebeurt. Zita wordt behandeld, waardoor ze geen haar meer heeft, maar ze lijkt verder niet ziek of zwak en ze is best energiek. Dat geldt eigenlijk voor de meeste kinderen. Er is een meisje dat het bed moet houden, er zit een kind in de rolstoel en eentje zit helemaal in het verband vanwege brandwonden, maar het lijkt vooral een vrolijke boel. 

Vrolijk

De ernst zit vooral in de moeder, die niet bij haar kind mag slapen. Daarmee opent het album en het laat meteen het probleem zien. Er zijn meer moeders die zich zorgen maken over hoe het met hun kind zal gaan. Verder is deze strip vooral vrolijk, wat voor kinderen ook het prettigst is om te lezen. Het lijkt me zonder meer goed als gezonde kinderen zich eens inleven in kinderen die met ziekte te kampen hebben en voor kinderen die ziek zijn is het goed dat ze ook eens een strip lezen die over hen gaat. 

Gezien het verhaal en de tekeningen heb ik in ieder geval aangenomen dat kinderen de doelgroep zijn. Het taalgebruik is daar niet altijd bij aangepast: 'Het is geen kwestie van protocol: we hebben gewoon niet de infrastructuur om ouders te laten overnachten bij de operatie van hun kind, bijvoorbeeld.' Aan sommige termen als 'kinesitherapie' of 'revalidatie' is misschien niet te ontkomen, maar voor 'gehospitaliseerde kinderen' was wel een omschrijving beschikbaar geweest die meer op de kinderen was toegesneden. 

Kinderen lezen daar waarschijnlijk wel overheen. Die genieten van een verhaal waarin kinderen zich niet neerleggen bij de omstandigheden, maar die willen veranderen. Doordat ze samenwerken, blijken ze veel tot stand te kunnen brengen, zelfs meer dan volwassenen, al hebben ze die daar wel bij nodig. 

Serie: Kale kop
Scenario: Zidrou
Tekeningen: Ernst
Uitgever: Silvester
's-Hertogenbosch 2021, 48 blz. € 7,95 (softcover)

dinsdag 4 januari 2022

Honden & katten / Katten & Honden. Scheurkalender (Wasco)



Het oeuvre van sommige kunstenaars is een golden retriever: het komt vriendelijk naar je toe en snuffelt aan je hand. Je merkt dat het meteen vriendjes met je wil worden. Het oeuvre van Wasco is dat niet. 

Om een of andere reden moet ik altijd moeite doen voor het werk van Wasco. Die moeite loont overigens altijd: ik vind het knap, grappig, origineel, vreemd, maar nooit saai. Voor wie elke dag van Wasco wil genieten, is een scheurkalender, met honden en katten. 

Eigenlijk ben ik niet zo huisdierachtig en, nee, ik hou ook niet van golden retrievers. Voor mij geen honden, katten of kleinere huisdieren. Zelfs bladluis vind ik al bezwaarlijk. Maar tekeningen van Wasco zijn altijd welkom. 

De kalender geeft ons elke dag een hond of kat en soms komen honden en katten gezamenlijk voor. Ik heb het niet nageteld, maar ik vermoed dat er meer honden dan katten op de kalender staan. Soms zijn het getekende honden, maar soms ook zijn ze geboetseerd of samengesteld uit houten wieltjes, bouten en moeren, houten lepels (en een enkele vork). Het lijkt wel of de hond overal is en in allerlei verschijningsvormen tot ons kan komen. 

Het manische van elke dag weer die hond of kat fascineert: alsof je getuige bent van een onderzoek. Wasco probeert steeds opnieuw de hond of kat te vangen in beeld. Je zou kunnen zeggen dat dat elke keer lukt, maar misschien lukt het elke keer net niet, zodat het de volgende dag opnieuw moet. 

Voor wie Wasco niet kent, is deze kalender een mooie manier om elke dag opnieuw kennis te maken met zijn werk. Steeds hetzelfde, steeds weer anders, vaak vrolijk, altijd interessant. Scheuren maar! Wees snel, het jaar is al begonnen.

Titel: Honden & Katten / Katten & Honden. Scheurkalender 2022.
Tekst en tekeningen: Wasco
Uitgever: Scratch
z.pl. 2021 € 17,50

Eerder schreef ik over ander werk van Wasco:


Niets ontgaat ons (Janke Reitsma)



Er verschijnen nogal eens boeken over kinderen die zich moeten zien te redden in een omgeving die weinig aandacht voor hen heeft. Auke Hulst, Kinderen van het Ruige Land, Marieke Lucas Rijneveld, De avond is ongemak en Jaap Robben, Birk en Zomervacht, om maar enkele voorbeelden te noemen. Misschien worden dit soort boeken altijd al geschreven, maar het valt me op. 

Het debuut van Janke Reitsma, Niets ontgaat ons, past ook in dat rijtje. Het deed me vooral sterk denken aan Zomervacht: ook hier is het een oudere broer, die de zorg voor een jonger gezinslid op zich moet nemen, terwijl de ouders de zorg niet kunnen of willen geven. 

Op weg naar het paradijs

In Niets ontgaat ons neemt de vijftienjarige Koen Wolda zijn zusje Aukje, een baby nog, mee op een tocht, via het wad naar een eilandje, dat hij zo ongeveer als het paradijs beschouwt. Aukje heeft een chromosoomafwijking en ze wordt waarschijnlijk niet oud. Hij wil dat ze dat paradijs in ieder geval voor haar dood heeft gezien. 

In het heden van het verhaal maken we die lastige tocht mee. Om de paar hoofdstukken is er een hoofdstuk dat 'De tocht' heet. In de hoofdstukken daartussen krijgen we de voorgeschiedenis te horen, zodat we beter snappen waarmee Koen bezig is. Het is een structuur zoals ook Lize Spit die in haar romans hanteert.

Als Aukje geboren wordt, is Koen nog veertien. Aukje heeft een chromosoomafwijking en behoeft veel zorg. Zo wordt ze gevoed via een neussonde. Koens moeder is tot weinig zorg in staat. Ze heeft haar slechte en minder slechte perioden, maar eigenlijk lukt het haar niet om haar leven op orde te houden en verantwoordelijkheid te nemen. De eerste zin van Reitsma's roman is: 'Ik sloot mijn moeder op in haar slaapkamer', wat weer doet denken aan de openingszin van Boven is het stil van Gerbrand Bakker. 

Voordat Koen zijn tocht begint, sluit hij zijn moeder op, zodat ze geen gekke dingen kan doen. Vader is een groot deel van de dag buiten beeld. Hij drijft een kringloopwinkel en je hebt het idee dat dat voor hem soms ook een vlucht is. Hij zegt steeds tegen Koen dat ze een front moeten vormen, maar de vraag is of hij zelf nog wel deel uitmaakt van dat front. Veel komt op Koen neer. 

Aandacht vragen

Koen doet alles om de aandacht van zijn vader te trekken: zo lijdt hij honger als er niets meer te eten in huis is en hij loopt een keer weg met Aukje, in de hoop dat hij gezocht zal worden. Hij doet zijn uiterste best, maar wie ziet het? Op school is er een docent, Lakenmeijer, die geschiedenis geeft, die wel in de gaten heeft dat het niet goed gaat met Koen en er is een vriendin, Hadewych, die hij in vertrouwen neemt. Zij weet ook dat Koen de tocht over het wad gaat ondernemen. 

Het gezin leeft geïsoleerd, in een klein gehucht in het noorden van Nederland, waar verder weinig mensen van buitenaf komen. Het enige familielid dat over de vloer komt, is tante Nel, maar vader lijkt deze tante als een soort vijand te beschouwen. Natuurlijk is er ook hulpverlening, maar die wordt zoveel mogelijk buiten de deur gehouden. Dat heeft te maken met wat er in het verleden is gebeurd, toen Koen net geboren was. Daarin zit nog een plotje, zodat ik daar verder niet over uitweid. 

Het goede dat wij waren

Koen wil niet dat het gezin alleen maar als een probleem wordt gezien. Hij is bang 'dat dan niemand het warme en het goede dat wij waren nog zou zien en als niemand het zag zou het verdwijnen en zou mijn leven, mijn geschiedenis, de kleigrond onder mijn bestaan worden weggespoeld en dat mocht niet gebeuren.'

Dat isolement heeft tot gevolg dat Koen zo'n beetje alles alleen moet doen en dat houdt hij nauwelijks vol. Niet alleen vraagt het veel tijd, maar het is ook een grote verantwoordelijkheid, een verantwoordelijkheid die hij eigenlijk niet zou moeten hebben. Hij heeft de wil om het goede te doen, al is de vraag of zijn opvatting van het goede hetzelfde is als die van de mensen om hem heen. 

De betekenis van de titel van de roman ontgaat me een beetje. Tijdens het lezen heb ik er niet zo op gelet en achteraf is mij niet duidelijk wie die 'ons' uit de titel is. Het lijkt erop dat de 'wij' alles in de gaten hebben, maar dat is in het boek nu juist niet het geval. De betekenis kan ook zijn dat wij aan niets ontsnappen, dat ons alles overkomt, maar ook in die betekenis kan ik de titel niet zo geslaagd vinden. 

Er is wel meer aan te merken op Niets ontgaat ons, al zijn het slecht kleinigheden. Zo lijkt het wel alsof Koen op school geen ander vak heeft dan geschiedenis. En hier en daar heeft de corrector een ongelukkige samentrekking laten zitten. Het zijn, zoals gezegd, kleinigheden, die opvallen omdat voor de rest de roman gewoon goed is. 

Spanning

In het hele boek zit spanning, want je wilt als lezer weten hoe de tocht afloopt. Het zal een lastige tocht worden en ook als Koen niet verdwaalt, zal hij zeker tot zijn middel door het water moeten, wat met een baby bepaald geen kleinigheid is. En ook de verhaallijnen in het verleden blijven spanning houden. Als Koen wegloopt, wil je weten wat die impulsieve beslissing tot gevolg heeft. Als er minder spanning op verhaalniveau is, zijn er altijd nog de beschrijvingen die boeien. Reitsma vertelt beeldend, door details te noemen die je meteen voor je ziet. Eigenlijk zakt het boek nergens in. 

Aan het eind is er misschien wat twijfel geweest: waar moet je stoppen? Dat had net iets eerder gekund, al wil de lezer waarschijnlijk ook weten hoe het nu allemaal verder moet. 

Janke Reitsma heeft niet alleen een goed verhaal geschreven, maar de lezer leeft ook steeds mee met de hoofdpersoon. Koens omstandigheden zijn moeilijk, maar Reitsma maakt hem niet zielig. Je krijgt juist bewondering voor de jongen die een taak die eigenlijk te zwaar is tot een goed einde moet brengen. Je leest wat de omstandigheden zijn, wat er gebeurt, en je voelt je betrokken. Daaraan kan geen lezer ontkomen, lijkt me. 

Zijlijntjes

Verder zijn er mooie zijlijntjes die de hoofdlijn van het verhaal ondersteunen. Zo is ook Hadewych een eenling. Ze fotografeert, voornamelijk dode dieren. De dood is in het verhaal van Koen niet ver weg. Aukje zal niet oud worden, hebben de artsen voorspeld en eigenlijk is ze al langer in leven dan verwacht werd. Hadewych heeft oog voor de schoonheid van de dood en het verval. Koen houdt zich vast aan het goede in alle ellende. De dood ziet hij niet als iets afschrikwekkends: 
'Soms is doodgaan beter,' zei ik. 'Aukje heeft pijn en last van die nare aanvallen en het gaat alleen maar erger worden, ze krijgt nu al niet meer de voeding die ze nodig heeft.'
Koen gaat met Aukje naar een eiland, maar eigenlijk zijn ze zelf ook een eiland, door niemand meer te bereiken, behalve door het huisdier dat Koen heeft, een rotgans, die bij hem blijft, ook op de moeilijke momenten, zoals Koen bij Aukje blijft. 

Niets ontgaat ons is een verrot mooi boek: het laat zien dat ook in het rotte en in het onafwendbare er schoonheid is: mensen brengen offers en nemen beslissingen die pijnlijk voor hen zijn, maar ze nemen hun verantwoordelijkheid, omdat ze nu eenmaal denken of weten dat ze zo het goede doen. Misschien is het goede doen wel een taak die eigenlijk te groot voor ons is, maar we moeten die op ons nemen, zoals Koen, die Aukje zo dicht mogelijk bij het paradijs wil brengen. 

Janke Reitsma, Niets ontgaat ons. Mozaïek, Utrecht 2021. 272 blz. 

maandag 3 januari 2022

Starman (Reinhard Kleist)



Het is 1972. De Club van Rome publiceert het rapport Grenzen aan de groei, dat laat zien welke gevolgen economische groei heeft voor het milieu. Datzelfde jaar schreef David Bowie het nummer Five years: we hebben nog maar vijf jaar, de aarde gaat dood. 

Five years is het openingsnummer van het album The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars en Reinhard Kleist opent zijn stripbiografie van Bowie met de Club van Rome en dit nummer. In een tijd waarin het toekomstbeeld zwart is, vindt Bowie zichzelf uit door op te treden als Ziggy Stardust, een buitenaardse rockster die naar de aarde komt om als een soort profeet zijn boodschap te brengen. Zijn extravagante uiterlijk zou iconisch worden. 

Rond die tijd haalde ik midden uit het striptijdschrift Sjors de poster van Bowie als Ziggy Stardust en ik zie de foto na zoveel jaren nog helder voor me: de zanger met het rechtopstaande rode haar, het strakke pak, de plateauzolen. Of ik zijn muziek kende, vraag ik me af. Ik herinner me wel het nummer Space Oddity, uit 1969, maar ik vermoed dat ik dat nummer pas leerde kennen toen het eind 1975 opnieuw werd uitgebracht, vlak voor Golden years, dat ik me ook nog goed bijstaat.

Uitbundige inkleuring

De tijd dat Bowie niet alleen Ziggy Stardust speelde, maar ook Ziggy Stardust was, is het vertelheden in het boek van Kleist. Die bladzijden zijn uitbundig ingekleurd met veel rood, geel en roze. Die roepen meteen de tijd op waarnaar verwezen wordt, maar de kleuren zijn soms ook erg hard en niet altijd viel ik daarvoor tijdens het lezen. 

Tussen die Ziggygedeelten door lezen we hoe de weg daarheen verliep. Die bladzijden zijn soberder ingekleurd, vaak met een enkele, bruinige steunkleur. Kleist pleegt daarbij enkele mooie vertelingrepen: zo zien we Bowie als klein jongetje bij de radio. De muziek van Ziggy Stardust is ook een geschenk voor het jongetje van toen, dat dan nog steeds het jongetje in hemzelf is. 

Ziggy Stardust zou je kunnen zien als een masker van Bowie, maar ook als de werkelijke Bowie, die hij op deze manier kon manifesteren. Op een gegeven moment praten die twee met elkaar, via de spiegel. Uiteindelijk zal Bowie verder moeten zonder Ziggy en op het toneel neemt hij afscheid van dit alter ego. 

Dubbel

Dat gesprek via de spiegel is ook weer een mooie vondst, dat het dubbele laat zien: afhankelijk worden van een personage en tegelijkertijd dat personage zijn, maar ook weten dat je meer bent dan dat en verder moet. 

We krijgen een mooi beeld van David Bowie in deze periode. Als lezer kom je dichtbij, doordat de verteller Bowie steeds met 'je' aanspreekt, alsof hij het verhaal aan hem vertelt en alsof de verteller alwetend is, zodat hij meer van de zanger weet dan die van zichzelf weet. 

Na het lezen blijven je verschillende dingen bij: bijvoorbeeld de bijzondere relatie die Bowie met zijn broer Terry had, maar ook de gretigheid waarmee hij allerlei soorten muziek tot zich nam. Natuurlijk is er af en toe gedoe met het management en het succes komt niet vanzelf. 

Iggy Pop

Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit de carrière van Iggy Pop, die veel in de buurt van David Bowie is te vinden. Zijn succes zal pas later op gang komen. 

Na de periode waarin Bowie Ziggy Stardust was, volgt er nog een grote carrière. Of Kleist dat hele leven gaat tekenen en beschrijven, is mij nog niet duidelijk, maar er komt wel een vervolgdeel, Low, met daarin Bowies jaren in Berlijn. Daar zullen we ook Iggy Pop ongetwijfeld nog tegenkomen. 

Starman is, net als het andere werk van Reinhard Kleist weer knap gemaakt: goed verteld, goed getekend en het onderwerp interesseert me ook nog. En toch was ik niet omvergeblazen tijdens het lezen. Misschien omdat het soort verhaal al zo bekend is: iemand met talent moet moeilijkheden overwinnen, maar wordt toch succesvol. Dat ook het leven van Bowie zo verlopen is, kan Kleist natuurlijk niet helpen, dat snap ik wel, en als ik alles op een rijtje zet, is Starman ook echt wel een knap boek. Maar tijdens het lezen kwam ik niet verder dan geïnteresseerd zijn en het 'best wel goed' vinden. Misschien ben ik gewoon verwend. 

Agenda

Naast dit boek is er ook een agenda met afbeeldingen van David Bowie, getekend door Reinhard Kleist. Het is een complete agenda, met harde kaft, voldoende schrijfruimte, leeslint en een mapje achterin waarin nog wat dingetjes opgeborgen kunnen worden. Bij het begin van elke maand is er een ansichtkaart opgenomen, die ook weer te verwijderen en te versturen is. 

Titel: Starman. David Bowie's Ziggy Stardust jaren
Tekst en tekeningen: Reinhard Kleist
Uitgever: Scratch
z.pl. 2021, 176 blz. hardcover € 29,95
Agenda: € 12,50

Eerder schreef ik over een ander boek van Reinhard Kleist: Knock out!
Een andere strip over David Bowie: Bowie. Stardust, Rayguns & Moonage Daydreams.