vrijdag 18 maart 2016

Het Tuitel Complex (Wasco)


Ja, ja, in de titel van het boek van Wasco (Het Tuitel Complex) had 'Tuitelcomplex' natuurlijk één woord moeten zijn. Onder invloed van het Engels vallen samenstellingen nogal eens uiteen in losse woorden. Als het lidwoord weggelaten was (Tuitel Complex), hadden we er nog een woordspeling in kunnen zien: Tuitel, op een complexe manier.

Het woord 'complex' kan verschillende betekenissen hebben. Het kan slaan op iets mentaals (vergelijk: minderwaardigheidscomplex), maar ook op een bouwwerk met verschillende afdelingen (vergelijk: sportcomplex). Beide betekenissen spelen in de titel mee, maar ik vermoed dat we toch vooral het boek als een bouwwerk met afdelingen moeten zien.

Het Tuitel Complex is een interessant boek, dat afwijkt van andere boeken. In veel strips duik je een verhaal in en daarbij vergeet je de wereld om je heen. Je zou kunnen zeggen dat je je tijdens het lezen in een parallelle wereld bevindt. Maar die wereld ziet er meestal uit als de wereld die we in het dagelijkse leven ook al kennen, of als een wereld waarvan we weten dat die bestaat. Misschien op een andere plaats en in een andere tijd, maar het verhaal is een afbeelding van de werkelijkheid.

Wasco werkt anders: het is niet zijn doel om de bestaande werkelijkheid op te roepen, maar om een nieuwe werkelijkheid te creëren. Tegelijkertijd maakt hij ons bewust van het proces. Het doet me denken aan wat bijvoorbeeld de schrijvers rond het tijdschrift De Revisor deden in de jaren tachtig: je in een verhaal trekken en tegelijkertijd je steeds weer duidelijk maken: het is maar een boek, het zijn maar letters op papier. Een goed voorbeeld daarvan is Letter en geest (1982) van Frans Kellendonk, waarin de hoofdpersoon, Felix Mandaat, de liefde niet kan leren kennen, omdat hij geen persoon, maar een personage is. Achter het laatste woord van de laatste zin ('punt') ontbreekt de punt. Felix Mandaat is in een punt veranderd.

Wasco doet iets soortgelijks. In zijn boek, dat verschillende afdelingen omvat, loopt steeds een figuurtje rond met een lijf in zandlopervorm, Tuitel, vaak vergezeld van zijn hondje Phiwi. Hij tekent. Nou ja, hij heeft iets in zijn hand dat lijnen of kleuren creëert. Op de ene pagina is dat een pen, op een andere pagina een laserpistool. Hij schept de wereld waarin hij leeft.

Naar die wereld moet de lezer nauwkeurig kijken. Lijntjes met een eendje ertussen doen denken aan water, maar een paar plaatjes verderop blijken dezelfde lijntjes de gedachte aan een houtstructuur op te kunnen roepen. Vaak gaat het in Het Tuitel Complex over overgangen: een lijn is in het ene plaatje een tak, in het volgende is hij de horizon. Behalve naar de afbeeldingen kijkt de lezer naar zijn eigen inzicht dat verandert.

Wasco's boek is vooral een onderzoek: wat gebeurt er als ik met schaduwen speel of met kleur of met vervormingen? Dat proces is boeiend. Soms boeiender dan de uitkomst. Dat een stripfiguur zich bewust kan zijn van de kaders rond de tekeningen, hebben we al wel eens eerder gezien. Greg deed dat indertijd al verschillende keren in de verhalen van één of twee pagina's over Olivier Blunder.

Veel van wat Wasco doet, is op zich dan ook niet zo verbluffend, maar het complex, alles samen, maakt het toch intrigerend. Ten eerste door de diversiteit, maar meer nog door de nauwgezetheid, de gewetensvolle manier waarop hij de wetten en de grenzen van het medium verkent.

Die verkenning zou je ernstig kunnen noemen, maar tegelijk heeft Het Tuitel Complex iets luchtigs. Misschien komt dat doordat het figuurtje Tuitel en zijn hondje Phiwi, die zo basaal getekend zijn, maar ook door de omgeving waarin Wasco ze plaatst; een Mondriaanachtige achtergrond bijvoorbeeld. In één afdeling nemen ze zelfs de plaats in van Kuifje en Bobby, in een alternatieve weergave van Kuifje in Amerika, wat bijzonder grappig is.

Je kunt je wel afvragen wat Wasco verder zou moeten na dit boek. Hij kan natuurlijk doorgaan met hetzelfde soort onderzoek dat in Het Tuitel Complex te vinden is, maar daar zit weinig ontwikkeling in. Het zijn steeds andere aspecten, maar als lezer heb je meer het idee dat het in een kringetje ronddraait. Dat is ongetwijfeld Wasco's bedoeling. Het is zijn fascinatie en hij zal daar nog lang mee door kunnen gaan. Maar is dat boeiend voor de lezer?

Ik zou graag zien dat Wasco verdergaat, op andere wegen. In dit boek komt weinig tekst voor, maar Wasco is wel goed met tekst. Hij is een scherp luisteraar, zoals blijkt uit de pagina's waarin hij commentaren bij een etappe van de Tour de France verwerkt. Ook daarin heeft hij de onderzoekende instelling: wat gebeurt er als ik die opmerkingen losmaak van hun context?

Ongetwijfeld is er voor Wasco nog veel te doen. We zullen zien hoe hij dat gaat doen. Meer van hetzelfde of echt iets nieuws?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen