dinsdag 29 maart 2016

Als je een meisje bent (Maartje Smits)


Het zal er niets mee te maken hebben, maar toen ik de titel Als je een meisje bent las, moest ik meteen denken aan Mädchen van Lucilectric: 'ich bin so froh, weil ich ein Mädchen bin'. Het nummer stond in 1994 negen weken in de Top 40 en het reikte tot aan de zevende plaats. Er is ook boek van Machaela Bach dat Als je een meisje bent heet, maar daar had ik nog nooit van gehoord

Als je een meisje bent is de titel van de debuutbundel van Maartje Smits. Ze noemt het boek van Machaela Bach in één van de gedichten. Lucilectric wordt niet genoemd en ik heb ook niet de indruk dat de 'ik' in de gedichten 'so froh' is omdat ze een meisje is. In het eerste gedicht ('Via via') wil de 'ik' de moeder om advies vragen: bijvoorbeeld 'waarom lakschoenen ordinair zijn', maar ook
twee waarom kuikens je voeten volgen
drie wat ze bedoelde met 'zie je nou dat krijg je'
toen ik achteruitstapte
het piepte nog
vier over ongelukjes en
hoe lang je een ongelukje
dan blijft vijf waar ze naartoe ging, waar ze vandaan kwam
wat er gebeurt als een ei koud wordt
of ze naar huis gaat
en of ik mee mag
De moeder is hier degene die zou moeten weten hoe het leven in elkaar zit. Uit 'of ik mee mag' zou je kunnen afleiden dat de 'ik' de bescherming van de moeder zoekt. Het gedicht zit ingenieus in elkaar. Aan de ene kant zou je de 'ik' kunnen zien als een kuiken dat een moederkloek nodig heeft. Het leven is voor kuikens immers gevaarlijk; je kunt zomaar doodgetrapt worden.
Maar de 'ik' is ook degene die het kuiken doodtrapt - per ongeluk weliswaar. Het ongelukje dat de 'ik' begaan heeft doet haar denken aan het ongelukje dat ze ooit was; een nietbedoeld kind. Ze vraagt zich af in hoeverre ze intussen wel gewenst is. Als ze de fout in gaat, is er geen begrip voor haar. Moeder komt niet verder dan het halen van het eigen gelijk: Zie je nou, dat krijg je.

Dat het tussen moeder en dochter niet vanzelf loopt, is in het begin van het gedicht al duidelijk. De dochter ziet haar moeder fietsen in een stad waar ze allebei niet wonen en spreekt haar aan: 'Mam'. Moeder stuurt een sms'je terug met de boodschap dat ze onderweg is.

Het tweede gedicht ('Een moeder een meisje') zou je kunnen zien als een onderzoek: wanneer is iemand een vrouw, wanneer is ze een meisje? Die vraag stelde Maartje Smits ook aan verschillende vrouwen/meisjes (zie onderaan). Maar  in dit gedicht worden niet de vrouw en het meisje tegenover elkaar gezet, maar de moeder en het meisje. De eerste strofe:
een moeder maakt zich zorgen
een meisje moet trakteren
een moeder vermaakt
een meisje versiert
een moeder verschoont
een meisje vervelt
een moeder schroomt
een meisje scheelt
een moeder wast
een meisje
Door de vorm heb je de neiging te denken in opposities, maar vaak vormen de zinnen geen tegenstelling; het zijn losse constateringen. Dat een moeder zich zorgen maakt, zou je kunnen zien als gevolg van haar verantwoordelijkheden. Maar het meisje-zijn is ook niet alleen maar vrijheid blijheid. Het meisje moet immers trakteren.

Het slot van de strofe lijkt me op twee manieren te lezen: alsof er nog iets achter 'meisje' had moeten komen. Het is oningevuld gebleven wat er achter 'een meisje' moet. Je kunt het ook lezen als één zin: 'een moeder wast een meisje'.

Vooral bij de laatste twee strofen geeft deze lezing een schrijnend resultaat:
een moeder lacht
een meisje uit
en:
een moeder scheert
een meisje weg
De gedichten met de moeder zullen niet voor niets voor in de bundel staan. Dat er tussen moeder en dochter veel ongemak en pijn zit, is duidelijk. En vader? Hem lukt de warme, menselijke omgang met anderen ook niet zo goed: 'mijn vader condoleert een vriend via Wordfeud'.

Ook buiten het gezin zijn er dingen die een jeugd pijnlijk maken:
de haak
de badmeester
de buurjongen
vergeten
vergeten
En dan zijn er nog de eetproblemen die soms aan het zusje gekoppeld lijken, soms aan de 'ik'.

In het donker trilt het huis 

hoor
hoe jij je zusje
botten kweken
tussen ademsprongen in spouwmuren
daar dreunt het
afzetten       zweven       landen zinken
donker trilt het huis een vogeltje groeit donsschouders
de schuifdeur die invallende ogen te droog te knipperend
föhnhaar
dat plukken
in bed
blijven
luisteren
lieg dat iedereen slaapt
vier de verjaardag van het laatste ijsje
toast op een langzaam verdwijnen
op acetonadem en blauw een lichaam
dat zich opeet kies ervoor haar
altijd te geloven
omdat je zusje nooit zou liegen en je ergens moet kunnen vertrouwen dat zij
daar nog is     wees trots op haar doorzetten omdat je altijd trots bent op een zusje
ook als er bijna niks meer over is     wees een zusje en aai dat laatste stukje
van jullie     zeg dat het goed is dat ze er is
ook als je haar niet meer ziet     als ze schreeuwt dat je verraad pleegt dat ze naar
huis wil hoewel ze thuis is en dat huis allang verdween     aai alle vogeltjes waarin
ze wakker wordt omdat ze je zusje is
en zusjes alles mogen worden
(Het lettertype heb ik wat klein gehouden, omdat de zinnen anders afgebroken worden op een plaats die de dichteres niet bedoeld heeft).

Bij het vogeltje waarmee het zusje vergeleken wordt, kon ik het niet nalaten te denken aan het vertrapte kuiken in het openingsgedicht. De associatie met een vogeltje is natuurlijk ook ingegeven door de 'donsschouders', het dons dat het lichaam van een anorectisch meisje ontwikkelt, in een poging zich warm te houden.

'In het donker trilt het huis' vind ik een ontroerend gedicht. De solidariteit die in andere gedichten tussen ouders en kinderen gemist wordt, is er wel tussen de zusjes. Solidariteit is daarvoor een veel te slap woord; het zal liefde zijn.

De 'ik' kiest ervoor het zusje te geloven, waarschijnlijk tegen beter weten in, en het zusje zal ook graag geloven wat de 'ik' zegt, zoals ook de 'ik' graag wil geloven wat ze zelf zegt, al weet ze dat niet alles klopt ('lieg dat iedereen slaapt').

In het gedicht 'Afwegen' lijken de eetproblemen te maken te hebben met de 'ik', in '14 theelepeltjes' is het een 'zij' die erg met eten en niet-eten bezig is. Dat er in het gedicht een 'zij' gepresenteerd wordt, wil natuurlijk niet zeggen dat het niet om een 'ik' zou kunnen gaan. In 'Eenkamernotaties' komen de theelepeltjes terug als losse aantekening: 'theelepeltjes wekken de illusie dat je meer kunt eten'.

Veel gedichten vereisen een lezing waarbij je niet terug kunt vallen op je leesroutine. Er zijn wel gedichten die vrij rechttoe rechtaan zijn (zoals het openingsgedicht), maar vaker zitter er associatiesprongetjes in. Het ene woord roept het andere op.  De laatste letters van 'kitsch' en de eerste 'schimmelranden' kunnen dan samenvloeien tot het woord 'kitschimmelranden'. Smits maakt vaker gebruik van neologismen: 'heimweekamervragen', 'schaamschennis', 'drachtdromen'.

Bij de associaties gaat Maartje Smits ook over de grenzen van de Nederlandse taal: 'vallen felt allang niet meer / als failen' en:
ik möchte een vrouwship
zijn shallow schouwdek weze
een beetje bitse lust objection
Je bent er als lezer bijna getuige van hoe 'lustobject' het woord 'objection' oproept.

Verder speelt ze met de vorm van het gedicht. Sommige gedichten zijn in twee kolommen geplaatst, waardoor je steeds een keuze moet maken: lees ik door van links naar rechts of lees ik kolom voor kolom? Ook werkt ze met extra spaties tussen de woorden. Het is ruimte die ook de lezer de ruimte laat: interpreteren we het opgengelaten gedeelte als een soort rust in de muziek? Doen we alsof er iets weggevallen is? Denken we terug aan J.H. Leopold?

Soms gebruikt Smits woorden die uit een ander, wat ambtelijker register lijken te komen ('zichlocaties') en ze speelt daar ook mee. De zin 'straatlantaarns negeren dit gevolg van rijkswegen' roept de uitdrukking 'van rijkswege' op.

Sommige gedichten vallen uiteen in kleinere gedichten, die soms niet meer zijn dan losse notities. Maar ze werken wel:
tag me
ik ben lost
Juist door de beknoptheid werkt dit gedichtje. Er is zoveel wit omheen, dat de 'ik' inderdaad als 'lost' overkomt. Hier zou de lezer direct aangesproken kunnen worden. En natuurlijk willen we haar taggen.

Er is van alles over Als je een meisje bent te zeggen en er zijn ook best gedichten waarvan je het idee hebt dat die beter hadden gekund, maar eigenlijk is dat van minder belang. Dat de bundel als geheel wat zoekend is, past goed bij de thematiek. In ieder geval hebben de gedichten een stem en Smits durft dingen uit te proberen, grenzen te verkennen, eigenwijs te zijn. Ik ben benieuwd hoe ze zich zal ontwikkelen.

Titel:          Als je een meisje bent
Auteur:      Maartje Smits
Uitgeverij: De Harmonie
48 blz. € 15,90

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen