maandag 12 augustus 2024

Goedsniks of kwaadsniks / Hap snap (Theo van den Boogaard)

In 1972 maakte ik kennis met het werk van Theo van den Boogaard. Zijn strip Abe, hot story van een voetballerina stond toen in Voetbal International. Die kreeg ik van een vriendje als hij hem uit had. Abe was een meisje dat vermomd als jongen meespeelde met het eerste van Ajax. Het scenario werd geschreven door Nico Scheepmaker. Ik vond het een leuk verhaal en de spelers van Ajax waren heel herkenbaar getekend. Elke week keek ik uit naar een nieuwe aflevering. 

Later las ik de albums over Sjef van Oekel, die Van den Boogaard tekende en waarvoor het scenario geschreven werd door Wim T. Schippers. Niet alle grappen waren even leuk, maar dat een grap af en toe de mist in ging, hoorde ook wel bij de figuur Van Oekel. 

Van den Boogaard tekende indertijd niet alleen herkenbare figuren, maar hij had ook lol in gedetailleerde decors. Ik herinner me nog Het Amsterdam van Theo van den Boogaard (2011), met geweldige kijkplaten, waarop van alles gebeurt, maar waar ook de gebouwen op de achtergrond minutieus getekend zijn. En hoe onoverzichtelijk de gebeurtenissen ook zijn, op deze platen blijft Van den Boogaard altijd helder, niet alleen in zijn stijl, maar ook in de compositie. 

Twee albums

Uitgeverij Personalia heeft het plan opgevat om het meer recente werk van Van den Boogaard te bundelen. Er zijn nu twee albums verschenen, Goedsniks of kwaadsniks en Hap snap, en het derde, Flink op streek, is in voorbereiding. 

De eerste twee albums bevatten cartoons en korte strips uit de periode 2018 - 2024, staat er achter op het eerste album, maar in het tweede album staat er ook een strip uit 2015 over The Voice of Holland, dus voor de ophef die er over medewerkers aan dit programma ontstond. Op een 'geeltje' geeft Van den Boogaard uitleg zoals hij dat vaker doet. Zo legt hij uit dat er opeens een naamloos personage ontstond, over wie hij meer strips ging maken. Het is een wat oudere, kordate dame, die zich verwondert over de huidige tijd. 

Corona

In de periode waaruit het werk gekozen is, valt ook de coronatijd en die komt dan ook uitgebreid aan de orde in de cartoons. Minister Hugo de Jonge verscheen veelvuldig op tv. Van den Boogaard neemt een kenmerkend detail van de minister: zijn opvallende schoenen. Het blauwe motiefje daarvan op een witte achtergrond laat hij terugkomen in pet, handschoenen en laarzen van een agent. Hoofd en ledematen zijn vervangen door ballonnen. 

Voor iedereen is duidelijk dat hier Hugo de Jonge geportretteerd is en dat hij optreedt als een politieagent (wat ook blijkt uit het bord met het opschrift 'Ademen verboden'). De luchtballonnen suggereren dat de inhoud ontbreekt. 

Die luchtballonnen, vaak als vervanging van een hoofd, zal Van den Boogaard nog vaker gebruiken. Hij is niet vies van het hergebruiken van iets wat goed gelukt is. Zo zijn er vijf cartoons met Gerri Eickhof die commentaar geeft. De achtergrond verschilt, de tekening van Eickhof is steeds dezelfde, maar anders ingekleurd. Je kunt dat gemakzuchtig noemen, en misschien is het dat ook wel, maar het geeft ook continuïteit en herkenbaarheid en misschien is het ook wel een commentaar op het steeds weer op tv verschijnen van dezelfde commentator. 

Door de albums heen zijn de tekeningen steeds goed. Van den Boogaard heeft nog niets ingeboet aan helderheid en zeggingskracht. Hij is geweldig in het herkenbaar portretteren van bekende Nederlanders. Die zijn altijd goed getroffen. Ze zijn realistisch en hebben toch een karikaturale uitstraling. Daarbij heeft Van den Boogaard eigenlijk geen overdrijvingen nodig; hij is veel subtieler. Mooi gedaan. 

Tekst

Met de tekst is het beroerder gesteld. De grappen zijn vaak net niet leuk. De eerste associatie heeft iedereen in zijn hoofd al gemaakt en die moet je dus als cartoonist juist niet maken. Nu we letten op ons taalgebruik, is er altijd wel iemand die zich afvraagt of je nog wel kunt zeggen dat de straten blank staan of dat het zwart ziet van de mensen. Dat hoef ik niet meer in een cartoon terug te zien. 

Verder grossiert Van den Boogaard in slechte woordspelingen. Na het vertrek van Eva Jinek bij de publieke omroep komt Op 1 met presentatieduo's. Die duo's worden knap getekend, maar waarom moeten daar woordspelingen bij, die eigenlijk geen van alle leuk zijn (Uit Ji nek kletsen, Ji nek uitsteken, Over Ji nek gaan)? 

Er zijn veel woordspelingen met namen. Ruud de Wildplasser had leuk kunnen zijn als De Wild bekend staat als iemand die overal over zeikt, maar dat is volgens mij niet het geval. En anders ken ik de context niet goed genoeg. Gerard Spongebob is een te gemakkelijke associatie van Spong met Sponge en Jenny Areanderthaler lijkt me alleen gebaseerd op de lettercombinatie 'ean' die zowel in Arean als in 'neanderthaler' voorkomt. Dat is wel heel mager. 

Poëzie

Er is in het tweede album ook een afdeling 'Poëzie'. Maar Van den Boogaard moet het juist niet hebben van zijn teksten. Weliswaar staan er aardige tekeningen bij, maar de gedichtjes hadden niet een album mogen halen, lijkt me. Een voorbeeld:

Er voer eens een otter
in een botter
voorbij een schildpad
in een kotter
De otter, die riep:
kan dat niet wat vlotter?
Nou nee, zei de schildpad, 
want ik stu-sta-stotter

Het gedicht lijkt helemaal gebaseerd op de ontdekking door Van den Boogaard dat 'otter', 'botter' en 'kotter' rijmen en die bracht hij dus bij elkaar in een gedicht. Met dit wel zeer matige resultaat. 

Van den Boogaard is een uitstekend tekenaar en ik waardeer het dat uitgeverij Personalia zijn verspreide werk bij elkaar gebracht heeft. Het is goed dat het ergens te vinden is. Maar deze albums maken ook pijnlijk duidelijk dat Van den Boogaard zonder goede scenarist bijna nergens het niveau van vroeger haalt en dat hij nogal gauw vervalt in flauwiteiten. Zijn tekeningen zijn nog altijd goed, maar ze verdienen betere teksten. 

Theo van den Boogaard, Goedsniks of kwaadsniks. Uitgeverij Personalia, 2024; 56 blz. € 12,50 (softcover)
Theo van den Boogaard, Hap snap. Uitgeverij Personalia, 2024; 56 blz. € 12,50 (softcover)


vrijdag 9 augustus 2024

Lieveling (Kim van Kooten)

Waarom lees je het ene boek en het andere niet? Er is domweg geen tijd genoeg om alles te lezen, maar hoe maak je in vredesnaam keuzes? Daarin kan ik mezelf niet altijd volgen. Boeken die ik eigenlijk wel wil lezen en soms al in huis heb, Dünya van Tomas Lieske bijvoorbeeld, blijven maar liggen en andere neem ik meteen mee uit de winkel en lees ze. 

Lieveling (2015) van Kim van Kooten heb ik een tijd lang genegeerd. Het onderwerp (seksueel misbruik) is belangrijk genoeg, maar het verhaal is gebaseerd op het leven van een bestaand persoon en levert dat wel literatuur op? Eerst zien, zei blinde Maupie. Om een soortgelijke reden heb ik I.M. van Connie Palmen een aantal jaren laten liggen. Te particulier, vreesde ik. Misschien te klef ook. Toen ik het gelezen had, vond ik het best een goed boek. 

Zo verging het me ook met Lieveling. Het is een schrijnend verhaal, gebaseerd op het leven van Pauline Barendregt, vriendin van Kim van Kooten. Wat zij meegemaakt heeft is verschrikkelijk en het lijkt ongepast om te vragen of Van Kooten daar een goede roman van gemaakt heeft. Het antwoord is overigens 'ja'. Ik ben Lieveling niet gaan lezen omdat ik goede literatuur wilde gaan lezen, maar omdat leerlingen het lezen voor hun lijst en dan moet ik het wel lezen. 

Ome meneer

Het verhaal begint in 1975, zoals duidelijk in het boek is vermeld. Puck is dan vijf jaar. Het boek eindigt in 1984, als Puck dus al op de middelbare school zit. Pucks moeder, Patricia, gaat wonen in Zwijndrecht, bij een oudere man, moeders nieuwe partner. Hij heet Ludovicus, maar Puck noemt hem 'ome meneer'. Later noemt ze hem 'Papa'. 

Papa wil graag Pucks haren wassen, verschillende keren in de week, maar dan maakt hij naaktfoto's van haar en hij zit ook aan haar. Dat gaat steeds verder. Patricia heeft niets in de gaten. En Puck moet steeds op haar hoede zijn. Zelfs als ze in de nacht moet plassen kan dat al een reden zijn dat papa bij haar komt. 

Puck heeft wel in de gaten dat het er bij haar anders aan toe gaat dan bij anderen. Niet alleen heeft ze het materieel heel goed (ze krijgt steeds cadeaus), maar haar moeder is ook anders (die kan haar eigen naam niet schrijven) en andere meisjes van haar leeftijd mogen wel zelf hun haar wassen. Ze heeft nachtmerries over haar vader en die zijn zo beangstigend dat ze soms 's nachts wakker blijft. Over de andere kinderen zegt ze:

Ze zijn anders. Ik zie het aan hun ogen, ze kijken vrolijker. dommer. Omdat ze niet bij alles hoeven na te denken. Ik heb soms het gevoel dat mijn hoofd uit elkaar knalt van het denken. Want het is niet alleen op woensdag, vrijdag en zondag. Het kan altijd gebeuren. 

Isolement

Papa isoleert haar. Er komen geen andere kinderen spelen en Puck kan niet naar iemand bellen, want alle telefoongesprekken worden opgenomen. Zo komt ze in een afhankelijke positie. Haar moeder houdt van haar, maar die heeft niet het benul om te zien wat er echt aan de hand is. Ze mag van tijd tot tijd gaan shoppen en dan is ze weer tevreden.

Enkele keren staat Puck op het punt om te vertellen wat er aan de hand is, maar mensen vragen niet door of het komt slecht uit en dan is de gelegenheid weer voorbij. Degene die het dichtst bij haar staat, is een onderwijzer van de basisschool. 

Hij zoekt haar op in het ziekenhuis. Puck is gevallen met gym, maar ze is ook ondervoed. Ze wordt opgenomen en zelfs daar ziet papa nog kans haar te misbruiken. Als Puck haar verhaal aan de onderwijzer heeft verteld, gaan de ontwikkelingen snel. 

De familie van haar moeder komt in actie, maar deze mensen lijken er vooral op uit financieel voordeel uit de situatie te halen. Eigenlijk hebben ze geen aandacht voor Puck. Puck krijgt het nog zwaar, ook als ze niet meer onder invloed van Ludovicus staat. We weten dat het uiteindelijk met Pauline Barendregt goed gekomen is, maar aan het eind van het boek ziet het er niet goed uit voor Puck. 

Machteloosheid

Allereerst is Lieveling een schrijnend verhaal over een meisje dat misbruikt is, zonder dat iemand ingreep. Over datzelfde onderwerp gaat bijvoorbeeld ook Een lamp voor mijn voet van Liesbeth Labeur. Daarover schreef ik hier. De machteloosheid van Puck wordt steeds duidelijker. Het enige wat ze kan doen is praten met iemand over wat er met haar gebeurt, maar dat is bijna niet te doen. 

Kim van Kooten maakt in haar boek duidelijk hoe complex die situatie is en ook dat er na het praten niet meteen een happy ending wacht. Puck moet nog heel wat doorstaan en als je het boek alleen als fictie leest, zou je niet weten of ze het uiteindelijk wel redt. 

Lieveling leest prettig. Van Kooten schrijft ook scenario's en ze kan met kleine middelen de lezer meenemen in de scènes. De juiste details, niet te veel vertellen, niet te weinig. Ze verhult niets, maar ze zet het ook niet extra aan. Er is geen enkel effectbejag en dat is maar goed ook, want dat had de zeggingskracht verminderd. 

Stijl

Puck vertelt in de ik-vorm hoe ze de dingen ervaart. Dat is registrerend: zo gaan de dingen blijkbaar. Over haar grootouders:

Oma Crooswijk praat heel hard. Opa Crooswijk vind ik ook niet aardig, maar die zie ik bijna nooit, omdat hij drinkt en dan kom je weinig buiten. Oma zegt dat hij een snee in zijn neus heeft. 

Zo'n zinnetje als 'en dan kom je weinig buiten' is bijvoorbeeld heel goed gekozen. Voor Puck is het een vanzelfsprekendheid dat opa niet buiten komt. Ze hoeft dan niet eens meer de toestand van haar grootvader te beschrijven. Dat het voor haar vanzelfsprekend is, is al schrijnend genoeg. 

Van een scenarioschrijfster mag je ook verwachten dat de dialogen goed zijn. Dat zijn ze ook. Tussendoor krijg je als tussenzinnetjes de gedachten van Puck. Als een arts aan haar vraagt hoe ze slaapt, zegt ze: 'Prima'. Maar ze denkt erachteraan: Tenzij papa me wakker komt maken. Dat is nu bijna elke nacht. Ze is dan twaalf. 

Goede roman

Je kunt Lieveling niet los zien van de aanleiding en van de werkelijkheid waarop het boek is gebaseerd. Maar er staat ook 'roman' op de cover. En Lieveling is ook gewoon een goede roman. Daarom gaat het verhaal ook zo dicht op je huid zitten. 

Ik vind het eigenlijk ook vervelend dat ik Kim van Kooten hierboven een scenarioschrijfster heb genoemd, alsof het verhaal er al was en zij alleen nog haar techniek nodig had om daar goede scènes en goede dialogen van te maken. Daarmee doe ik haar te kort. Lieveling is ook gewoon een goede roman. En als Van Kooten nog een roman zou schrijven, zou ik die ook willen lezen. 

Ik heb daar wel vertrouwen in. Van Kooten heeft een heldere, precieze stijl, ze kan een verhaal goed opbouwen, weet wat ze vertellen moet en wat ze moet weglaten. Waarom is dat volgende boek er eigenlijk nog niet?

woensdag 7 augustus 2024

Jules Verne 3: De kinderen van kapitein Demo (Robbert Damen / Daniel van den Broek)

Het tweede deel van Jules Verne (zie link onderaan) werd door het Stripschap uitgeroepen tot jeugdalbum van het jaar 2023 en dat is natuurlijk niet voor niets. Het concept is leuk, het verhaal boeit en de tekeningen zijn ook al in orde. 

In de verhalen zien we de jonge Jules Verne, die in allerlei avonturen verzeild raakt. Later zou hij daar zijn beroemd geworden boeken over schrijven. 

Pamplona

Deel 3 bevat, net als de vorige twee delen, twee verhalen. In het titelverhaal, De kinderen van kapitein Demo, gaan Jules en Nell, het meisje dat hij in het vorige album ontmoette, op onderzoek uit na het ontvangen van een half leesbare noodkreet van Kapitein Demo. Ze gaan naar Pamplona, waar ze de robotbutler van kapitein Demo bevrijden. Natuurlijk komen er rennende stieren in het verhaal voor en ook wordt er met tomaten gesmeten, wat we later zullen kennen van het dorpje Buñol. De jonge Jules heeft heel wat in gang gezet. 

In het tweede verhaal, De oase van Parkplaza, zetten Jules en Nell hun zoektocht voort. Kapitein Demo blijkt zich in het kasteel van emir Abdelhater te bevinden. Bijna heel Algerije is door de Fransen ingenomen, maar dit kasteel niet. Wel zit kapitein Demo al weken zonder wijn. Hij is vastbesloten zich te wreken op de Fransen die hem altijd hebben dwarsgezeten, maar natuurlijk loopt het anders dan verwacht. 

Ook dit deel van Jules Verne is vooral leuk. De verhalen worden met vaart verteld, zijn voor kinderen spannend, terwijl ze toch veilig en luchtig blijven en ze zijn heel leuk om te lezen. 

Knipoogjes

Ook voor volwassenen is er wel wat te halen. Er zijn knipoogjes die de kinderen zullen ontgaan. Als Jules liefdesgedichten schrijft voor Nell, herkennen we liedteksten van Clouseau en De Kreuners en het begin van het tweede verhaal doet wel erg denken aan de situatie van het dorp van Asterix, dat als enige niet door de Romeinen veroverd is. 

De naam Kapitein Demo doet natuurlijk denken aan die van Kapitein Nemo, de kapitein van de Nautilus uit Twintigduizend mijlen onder zee en Het geheimzinnige eiland. Ook Nemo was verbitterd en wilde eigenlijk niets meer te maken hebben met het leven boven water. 

Robbert Damen heeft weer twee leuke verhalen geschreven, die je als avonturen kunt lezen, zonder dat je enige achtergrondkennis hoeft te hebben. De verwijzingen naar de verhalen van Jules Verne zijn losjes, waardoor Damen zichzelf veel vrijheid kan geven. 

Tekeningen

De tekeningen van Daniel van den Broek zijn prettig. De personages hebben vrij grote hoofden en dat zorgt altijd voor een onschuldige uitstraling, mogelijk doordat we een groot hoofd associëren met een baby of een klein kind. Ook dat zorgt ervoor dat de verhalen, ook als ze spannend worden, steeds ontspannend blijven. 

De inkleuring is een beetje flets. Dat geeft wel rust op de pagina, maar een kleuren kunnen kinderen ook aanspreken. Er zal wel over nagedacht zijn en het werkt ook wel aardig. 

De serie over Jules Verne kan nog even vooruit, want er zijn nog genoeg verhalen waarop Damen kan variëren. Bovendien kan hij uitstappen naar andere beroemde boeken. In het vorige album deed hij dat met het verwijzen naar het verhaal van Dracula.

Voor kinderen is het een mooie manier om kennis te maken met cultuurgoed waarvoor ze nog net te klein zijn, maar dat op deze manier uitstekend afgestemd is op hun leeftijd. Mogelijk gaan ze later smullen van de echte verhalen Jules Verne. 


Serie: Jules Verne
Deel 3: De kinderen van Kapitein Demo
Scenario: Robbert Damen
Tekeningen: Daniel van den Broek
Uitgever: MENLU
2024, 48 blz. € 9,99 (softcover)

maandag 5 augustus 2024

Elders (Ilse Josepha Lazeroms)


'Boven slaap je. Beneden zit ik. Ik ben je moeder.' Zo begint de korte roman Elders van Ilse Josepha Lazaroms. Elk volgend hoofdstuk begint op dezelfde manier en elke keer komt er een zin bij. 'Een alleenstaande moeder. Een vrouw tussen de dozen. De dood ligt in mijn schoot.' 

De ik, de moeder, de vertelster, heeft een eigen huis betrokken, nadat ze meer dan twintig jaar in verschillende landen gewoond heeft. Die onrust zat al in de familie. Haar opa was politieagent, die steeds op een andere plaats werd gestationeerd. Haar vader kon daardoor ook nergens aarden. 'Doe dat alsjeblieft je kinderen nooit aan', heeft hij haar gezegd. 

En nu heeft ze een kind en een huis om te blijven. Haar dochter heeft zelfs gevraagd of ze een hoogslaper mag. Maar echt ergens blijven is nog wel een opgave. 

De vertelster is jarenlang gevlucht, weggelopen voor de verhalen van haar familie, voor de verhaallijn die haar mede bepaald heeft. Ze wil dat dat nu stopt. Ze blijft een nacht wakker, met de dozen vol herinneringen. Ze begint aan haar klus: ergens blijven. Een beginpunt zoeken, zodat het vluchten stopt, zodat haar dochter niet de zoveelste in de rij wordt. 

Schrijvende vrouwen

De ik denkt daarbij aan de schrijvende vrouwen (Anne Sexton, Sylvia Plath) die ook moeder waren en aan Virginia Woolf, voor wie het moederschap niet met het schrijverschap te combineren was. Deze vrouwen hebben uiteindelijk een eind aan hun leven gemaakt. Ook heeft ze zich verdiept in de ontheemde schrijver Joseph Roth. En ze denkt aan haar vriendin die voor de trein gesprongen is en aan haar Noorse geliefde die ook niet meer leeft. 

Al op jonge leeftijd is de vertelster zich bewust van de dood en is de angst dicht bij haar. Sinds de geboorte van haar dochter kleeft de dood aan alles:

Hoe dan ook, sinds mijn dochters geboorte is de angst geëxplodeerd als een stervende ster en kleven de glimmende spetters aan alles wat ik aanraak en alles waar ik aan denk. 

De compositie van wat ze schrijft, kan ze niet volhouden. Ze wilde steeds beginnen met de ik die beneden zit en de dochter die boven slaapt, maar de dochter komt haar bed uit en schopt zo de compositie in de war. Ze overbrugt de afstand. De dochter waarover ze schrijft en de dochter die er in werkelijkheid is, kunnen niet langer gescheiden blijven. 

Boven en beneden

Boven en beneden spelen in Elders steeds een rol. Het opstijgen en dalen van het vliegtuig, waarmee ze elke keer vluchtte of haar oma die maar de trap op en af liep, terwijl haar zoontje (de vader van de vertelster) onder aan de trap stond. Verschillende keren moest oma opgenomen worden. 

De ik heeft zich altijd een buitenstaander gevoeld, alsof er een gordijn tussen haar en het leven hing. Maar ze wil nu de confrontatie aangaan. 

Ten minste één nacht moet ik hier blijven zitten, dat heb ik me voorgenomen. De nacht ontrafelt de ratio, en dat is precies de bedoeling. Ik wil weten hoe het is om ergens te blijven. Om het patroon van opstijgen en dalen te doorbreken, het eeuwige weggaan. Om niet meer te kunnen vluchten. Om voor het eerst ergens verankerd te zijn, niet vanwege dit huis, maar vanwege het meisje dat boven te slapen ligt. 

Het meisje is het anker dat haar aan de grond houdt, dat haar hier houdt. Haar hele leven is ze elders geweest. 
Het is alsof ik op een grens sta. Ik wil dat het stopt. Ik wil dat het ophoudt, hier, bij mij, in dit kleine, kale huis bij de rivier waar ik woon met mijn kind. De waanzin. De droefenis. De angst. Begrijp je nu waarom ik al die tijd elders was? 

Tot ik sterf

Aan het eind van het boek pakt de moeder de bedachte compositie weer op:

Boven slaap je. Beneden zit ik. Ik ben je moeder. Ik ben alles en niets en zal van je houden tot ik sterf. 

De liefde voor haar kind geeft haar een plaats, in dit huis, in deze nacht, voortaan. En de nacht heeft haar geleerd dat niemand een volledig veilige plek in het leven heeft:

Dat we allemaal dwalen en veranderen en nooit één dag hetzelfde zal zijn, en dat we het daarmee zullen moeten doen. Dat dit leven het half-beschutte bladerdak is waaronder we geboren worden, opgroeien en sterven. Waarom zou je dan nog schrijven?

Schrijven is natuurlijk ook een vorm van elders zijn. Maar ook een manier om dichter bij jezelf te komen. De lezer heeft het gevoel dat hij daarbij mag zijn, de nacht lang, een tekst lang. Het zoeken, het twijfelen, het willen vinden. Met ingehouden adem kijk je mee. 

Elders is een geweldig boek. Het is intiem en daardoor gedurfd. Het is maar een korte roman, maar het onderwerp is heel groot. Het gaat over aangaan van het leven, het durven leven, het wegschuiven van het gordijn tussen jou en de wereld, het volledig aanvaarden van je liefde en je verantwoordelijkheid. 

En het is zo mooi geschreven! Steeds heb ik de neiging te citeren, maar ik wil ook niet te veel weggeven, omdat ik vind dat je dit boek gewoon zelf moet gaan lezen. En herlezen. En het wegleggen en even stil zijn. 

En dan nog een paar exemplaren kopen om weg te geven. 

vrijdag 2 augustus 2024

De horde van de tegenwind 1: De kosmos is mijn slaapplaats (Éric Henninot)



Hoe meer je leest, hoe meer je geconfronteerd wordt met alles wat je niet gelezen hebt. Al eerder heb ik geschreven dat ik weinig weet van sciencefiction en dat blijkt opnieuw nu ik het eerste deel gelezen heb van de strip De horde van de tegenwind (De kosmos is mijn slaapplaats) van Éric Henninot.

De beeldroman is een verstripping van 'de grootste moderne Franse sciencefictionroman', volgens uitgeverij Silvester. Die roman is geschreven door Alain Damasio, maar ik had er nog nooit van gehoord. Damasio schrijft een prijzend voorwoord voor in het album, waarbij hij ervan uitgaat dat wij allemaal de roman kennen, maar ik had zelfs de verstripping nog niet gelezen en dan is de tekst niet te volgen. 

Dat zal wel voor een deel aan de vertaling liggen, die zinsneden oplevert als 'de tekenwoestijn, die hij bemeestert' en 'het laatste punt van de laatste zin', maar Damasio schrijft ook nogal ronkend. Tip voor degenen die de strip nog gaan lezen: sla het voorwoord over. Je mist niets. 

Gure wind

De horde van de tegenwind neemt je mee naar een onbekende wereld. Daar waait altijd een gure wind, die soms tot storm aanwakkert. Er leven drie stammen: een die zich met zeilen bezighoudt, een die in versterkte dorpen leeft en een, 'de krankzinnigste', die de plek probeert te vinden waar de wind zijn oorsprong heeft. 

Nu valt het ook wel weer mee hoe actief die stam daarmee bezig is. Ze doen al 800 jaar hun best, maar nu vertrekt voor de vierendertigste keer een horde op expeditie. Het duurt een tijdje om een horde te trainen en de groep is meer dan twintig jaar onderweg, maar het is wel vreemd dat er maar zo weinig pogingen gedaan worden als het doel zo belangrijk wordt geacht. 

De stam heeft het geloof dat iedereen het geluk zal bereiken als de oorsprong van de wind gevonden zal worden. Dat zou je een religie kunnen noemen, het is niet gebaseerd op enige kennis. Gezien de gebouwen die de stam geproduceerd heeft, lijkt er wel een redelijke technologische ontwikkeling te zijn, maar de expeditie gebeurt te voet. Dat is niet zo logisch, maar in het keizerrijk Trigië werd er ook gevochten met zwaarden terwijl er al vliegtuigen waren. Je moet zoiets accepteren om in het verhaal te komen of te blijven. 

Klerk

De verteller van het verhaal is Sov Strochnis, de klerk, die alles bijhoudt in zijn opschrijfboekje. Mogelijk met het oog op volgende expedities. Hoe die dan aan het boekje komen, is niet helemaal duidelijk. In de loop van het verhaal wordt zijn rol steeds belangrijker. 

Dat verhaal van het eerste deel, De kosmos is mijn slaapplaats, boeit vanaf het begin. De expeditieleden (voornamelijk mannen) lopen in een gesloten formatie tegen de wind in. De kracht van de groep is meer dan de som van de kracht van de individuele leden, dus er moet goed samengewerkt worden. 

Maar niet altijd gaat die samenwerking even soepel, want de groepsleden hebben allemaal hun eigen karakter. En als er iemand zwaar gewond raakt, moet je die dan achterlaten? Dat verdeelt de groep. Het is natuurlijk groots als iemand het belang van de expeditie inziet en zich opoffert voor de groep. 

Je hebt het idee dat de groep in al die jaren al een heel eind gekomen is, maar er volgen nog twee delen. Onderweg hebben ze gevaren moeten trotseren en ze zijn ook aangevallen, maar ze hebben het gered tot nu toe. Dat er in een zo kale wereld steeds genoeg te eten is, is op zich al een wonder. 

In de loop van de strip werd ik wel gegrepen door het verhaal en ik ging de wereld accepteren zoals Henninot die schetst. Wind is eigenlijk niet te tekenen, maar op alle bladzijden blijft die blazen en tijdens het lezen is is hij er altijd. Dat is zonder meer knap. 

Onzinnig ideaal

Het is een onzinnig ideaal dat nagejaagd wordt, maar misschien is dat wel het mooie: mensen die hun leven wagen en zich aan elkaar overleveren, omdat ze ergens in geloven. Dat geloof heeft absurde trekken, zoals waarschijnlijk elk geloof, maar misschien maakt dat het juist wel aantrekkelijker. Misschien ook wordt de mens juist nietiger bij een groot ideaal, dat je ratio overstijgt. Voor zoiets groots wil je je wel inzetten. 

We leven in een wereld waarin het individualisme hoogtij leert. Misschien is het juist nu wel nuttig om je onder te dompelen in een wereld waarin andere wetten gelden en waarin er mensen zijn die beseffen hoe afhankelijk we van elkaar zijn en dat dat niet een zwakte, maar een kracht is. 

Als De horde van de wind zelfs mij kan boeien, hoewel ik altijd wat terughoudend ben bij science fiction, moet het wel een goed verhaal zijn. Ik ben dan ook benieuwd naar de volgende delen. 

Silvester heeft er weer een mooie uitgave van gemaakt, met op de binnenkant van de stofomslag een grote tekening in kleur. Dat begint een mooie gewoonte te worden bij deze uitgeverij. Ook als je het verwacht, lijkt het toch op een cadeautje, een extraatje bij de strip, die ook al goed is. 

Serie: De horde van de tegenwind
Deel 1: De kosmos is mijn slaapplaats
Scenario en tekeningen: Éric Heninot
Inkleuring: Gaétan Georges
Vertaling: Frederik van Wonterghem
Uitgeverij: Silvester
2024, 80 blz. € 29,95 (hardcover, stofomslag)

woensdag 31 juli 2024

Neem nooit een beste vriend (Erna Sassen)

Van de hedendaagse jeugdliteratuur heb ik maar een onvolledig beeld. Af en toe lees ik eens wat en daar schrijf ik ook wel over; hieronder zal ik wat linkjes plaatsen. Maar als mijn schrijven achtergeraakt is op mijn lezen, sla ik ook wel eens wat over. Zo heb ik nooit geschreven over Films die nergens draaien (van Yorick Goldewijk), hoewel ik het een goed boek vind. 

Een oud-collega tipte me Erna Sassen en ik haalde Neem nooit een beste vriend (2023) mee uit de bibliotheek. Een uitstekend jeugdboek! Zeer aanbevolen. 

Tekenen

De verteller in het boek is Joshua, een jongen die in 3 vmbo zit. Hij is goed in tekenen. Andere belangrijke figuren zijn de stoere jongens Sergio en Dylan, en Lyndsey, die op school vaak uitdagend gekleed gaat, maar met wie je beter niets kunt proberen, want dan krijg je met Dylan te doen. Op Joshua's verjaardag biedt Lindsey hem 'verjaardagsseks' aan. Daar gaat hij voorlopig dan ook niet op in. 

Wel wil Lindsey voor Joshua poseren en tijdens dat poseren begint ze te huilen: niemand kijkt zo naar haar als Joshua nu doet. 

Intussen gebeurt er van alles  om Joshua heen. Joshua's zus Kato krijgt iets met Sergio, maar die blijkt ook bij te verdienen als sekswerker, het konijn van Joshua overleeft het niet en er is ook nog een pandemie. 

In je eentje

Neem nooit een beste vriend is een warm, menselijk boek, geschreven met een groot hart voor jongeren. Je ziet hoe moeilijk ze het hebben. Niet alleen omdat er een pandemie woedt, maar ook omdat ze op een punt in hun leven zijn dat ze heel veel moeten uitzoeken en dat vaak in hun eentje moeten doen. 

Daarbij moest ik denken aan het gedicht 'Code d'honneur' van Ida Gerhardt:

Bezie de kinderen niet te klein:
Zij moeten veel verdragen –
eenzaamheid, angsten, groeiens pijn
en, onverhoeds, de slagen.

Joshua heeft gelukkig zijn tekenen, waarin hij kan wegkruipen, maar waarmee hij ook boven zijn dagelijkse leventje uit kan stijgen. Lindsey kan heel goed dansen, maar dat doet ze eigenlijk niet, omdat ze al te veel gekwetst is. 

Beyoncé

Mooi is het korte hoofdstukje dat Joshua wijdt aan Beyoncé, die met JayZ de clip van Apeshit opnam in het Louvre. Na wat googlen komt Joshua erachter dat hij die clip moet zien als een statement. 

Dat er alleen maar witte kunst over witte mensen van witte kunstenaars hangt in dat museum, en dat wie zwart is als bediende wordt afgebeeld. (En ook iets over de positie van de vrouw, ik ben even vergeten wat.)
Daarom zette Beyoncé haar eigen fokkingwondermooie kunst er tegenover. 
Wow.
Topwijf.

In deze passage gaat het om je niet neerleggen bij de structuren waarin je leeft, om het vinden van je kracht en het innemen van de plaats die je verdient. Dat proberen de jongeren ook, maar niet allemaal met evenveel succes. 

Taalgebruik

Aan het citaat is ook wel te zien in wat voor taal Sassen schrijft. Vaak zijn het korte stukjes tekst, gescheiden door witregels. In die stukjes beginnen dan weer verschillende (ook vaak korte) zinnen op een nieuwe regel. De taal staat dicht bij die van jongeren, stel ik mij zo voor. 

Joshua is wel heel verbaal voor iemand die in 3 vmbo zit. Dat is niet altijd geloofwaardig. Als Lyndsey het heeft over haar poesje, zegt Joshua: 'Ik wist nog steeds niet of ze me nou zat te jennen met dat woord of dat het volkomen argeloos taalgebruik was.' 'Volkomen argeloos' - dat hoor ik iemand uit 3 vmbo nog niet zeggen, maar misschien onderschat ik deze leerlingen. 

Ook frons ik bij zinnen als 'Het hele concept beste vriend slaat trouwens nergens op' en 'Mijn hele STRUCTUUR was weg.' Maar aan de andere kant is het voor de lezer ook wel prettig dat Joshua zijn gedachten goed kan verwoorden en dat je goed kunt volgen tot welke inzichten hij komt. 

Balans

Neem nooit een beste vriend is geen boek waarin het allemaal goed komt. Kato, Joshua's zus, hongert zich uit en Joshua maakt zich ook zorgen over Zivan, met wie hij ooit bevriend was, maar die  terug moest naar Irak. 

Aan het eind van het boek maakt Joshua de balans op. Volgens hem is de stand 3-3:

Met Sergio, Lindsey en mij gaat het goed.
Met Kato en Dylan bijzonder kut. Met Zivan ook, denk ik, al weet ik dat niet zeker. 

Daarna geeft hij nog de tip om met iemand te gaan praten als je erdoorheen zit of liever nog eerder. 

Tekeningen

Door het hele boek heen zijn tekeningen opgenomen van Martijn van der Linden. Ze maken een substantieel deel van het boek uit. Niet alleen zijn het er heel veel, maar ze zijn ook gemaakt op een  manier zoals Joshua ze had kunnen tekenen. Je ziet hoe hij experimenteert met verschillende stijlen, hoe hij kunstenaars als voorbeeld gebruikt. Niet alleen in het leven, maar ook in de kunst zoekt hij zijn weg. 

Pas nadat ik Neem nooit een beste vriend uit had, kwam ik erachter dat het een vervolg is op Zonder titel  (2021). In dat boek is Joshua ook de verteller. Je leest daarin meer over bijvoorbeeld Zivan. Dat ga ik dus ook lezen. 

Nog wat stukjes die ik schreef over jeugdboeken:


dinsdag 30 juli 2024

Observator (Marcel Ruijters)


Marcel Ruijters is de schepper van een intrigerende wereld, rondom het personage Pola Kazoni. Zij bevindt zich in een wereld waarin het altijd 1913 is en waar de tijd dus eigenlijk niet zou mogen voortgaan, hoewel er toch dingen gebeuren. 

Aan de ene kant is Het Vasteland een wereld met eigen wetten, maar aan de andere kant heb ik het idee dat er in de verhalen toch iets getoond wordt dat ook op onze huidige wereld van toepassing zou kunnen zijn. Zoals in sommige geloven mythen zich ook in een eigen wereld afspelen en toch een boodschap hebben voor de onze. Niet voor niets noemt Ruijters de toeslagenaffaire als een van de inspiratiebronnen voor zijn nieuwste album. Hoe je de verhalen zou moeten interpreteren, is minder duidelijk. Gelukkig maar. In wat Ruijters vertelt, blijkt lucht te zitten waarin elke lezer kan ademen. 

Spion

In dat nieuwste album, Observator, staat Cyril Strapatsky centraal. We hebben hem in een eerder deel al ontmoet, toen hij deel uitmaakte van een groep avantgardistische kunstenaars. Nu is hij echter observator, spion in dienst van het Zoetwatercommunisme. Strapatsky houdt iedereen in de gaten, aan de ene kant uit loyaliteit aan het regime, maar ook omdat het kijken hem plezier bezorgt. Niet voor niets is hij lid van een groep die zich bezighoudt met het recenseren van prikkelfoto's. 

Hij heeft een training gehad als observator, wat te merken is aan zijn manier van vechten. En hij is behandeld zodat hij een 'monologue intétieur' heeft. Deze behandeling laat hij hernieuwen als hij niet meer zeker is van zichzelf. Zo weet hij niet meer of hij zijn observaties niet per ongeluk hardop uit. Ook vraagt hij zich af of zijn observaties wel een doel dienen. 

Door ontwikkelingen besluit het hele groepje recensenten zich te begeven naar het platteland, omdat aan de randen de evolutie sneller zou gaan dan in de kern. Strapatsky wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eerdere observaties, hij maakt kennis met de vrouw Jynia Ampersand en haar anarchistische vrienden en moet uiteindelijk zijn verantwoordelijkheid nemen. 

Buitenstaander

Het is een samenvatting waar je niet veel aan hebt, maar dat geeft niet. De wereld van Het Vasteland is wonderlijk en er zijn onverwachte ontwikkelingen. Als lezer mag je meekijken in die wereld, maar je maakt er niet echt deel van uit. Omdat de wereld niet vertrouwd is, weet je nooit wat je moet verwachten.  Dat is misschien een niet zo gemakkelijke positie, maar die van Strapatsky is eigenlijk vergelijkbaar. Ook voor hem is het deel van de wereld waarin hij terechtkomt nieuw. Daarmee leert hij ook een nog onbekend deel van zichzelf kennen. 

De wereld aan het begin van het verhaal is voor Strapatsky overzichtelijk. Er is goed en er is kwaad en blijkbaar signaleert hij het kwaad. Hij heeft macht. Weliswaar is de doodstraf in 1913 afgeschaft, maar niet voor belastingfraude. Als Strapatsky iemand aangeeft wegens die misdaad, is diens lot bezegeld. Maar de wereld waarin hij terechtkomt is minder voorspelbaar. Hij moet maar zien hoe hij zich redt. 

Anarchisme

Er zijn veel interpretaties mogelijk van Observator. Het is duidelijk dat de anarchisten meer sympathie opwekken dan de vertegenwoordigers van het rigide regime. Wat gebeurt er met iemand die zich in dienst stelt van dat regime? Zal zijn menselijkheid of zullen zijn driften uiteindelijk toch niet sterker zijn dan de greep die het systeem op hem heeft?

Natuurlijk zijn er parallellen te trekken met wat wij weten van het 1913 in de geschiedenis. Het is de tijd van voor de Eerste Wereldoorlog, waarin het anarchisme zich op allerlei manieren manifesteerde. Enkele jaren later stak het anarchisme bijvoorbeeld de kop op in het oosten van Oekraïne, waar nu weer van alles aan de hand is. Misschien is dat toeval, maar het hoofd van de lezer is vrij en onder het lezen ontstaan soms toevallige associaties. 

Vertelplezier

Het is mooi om nog een tijdje te kauwen op het verhaal van Observator, maar nodig is het niet. Je kunt het ook lezen als een wonderlijk verhaal, waar weer het vertelplezier op elke bladzijde trilt. Misschien is er van tijd tot tijd een ernstige ondertoon, maar de boventoon is vrolijk, luchtig. Ik heb me ook met dit album weer kostelijk vermaakt. 

In het begin van het verhaal heb je het idee dat je verplaatst wordt naar het verleden. De teksten die Ruijters op de pagina's plaatst, zien eruit als de teksten zoals die vroeger in stomme films getoond werden. Je wordt dus meteen uit je eigen tijd gehaald en als je je eenmaal in de wereld van het album bevindt, ben je in 1913 en net als de personages kom je daar niet meer vandaan. Daarvoor zorgt Ruijters wel. 

Tegelijkertijd zit er ook een zekere tijdloosheid in het verhaal, wat weer goed aansluit bij de wereld van het album. En in ieder geval is het op en top de speelse geest van Ruijters die met genoegen ons leidt op paden die we niet hebben voorzien. 

Moet er nog iets gezegd worden over zijn karakteristieke manier van tekenen gezegd worden? Ook in dit album blijft de stripmaker zichzelf trouw, waarbij hij nergens vervalt in routine. Alle tekeningen zijn fris, het zwart en wit is mooi uitgebalanceerd, elke pagina is helder en laat zich moeiteloos lezen. Gewoon weer vakwerk. 

Titel: Observator
Tekst en tekeningen: Marcel Ruijters
Uitgever: Sherpa
2024, 128 blz. € 19,95

Eerder schreef ik over: