zaterdag 12 december 2020

Spaans rood (Milan Hulsing)



Het laatste beeld uit de graphic novel De smokkelaar, van Milan Hulsing, is het meisje Naomi. Ze is (krabbel, krabbel) aan het schrijven. Verder is er alleen maar zee en een hoge lucht met wat meeuwen erin. 

Naomi is ook de centrale figuur in Spaans rood. Ze is nog steeds aan het schrijven, op een klein eilandje in het Caribisch gebied. Het is blijkbaar de bedoeling dat er nog meer albums over Naomi komen, want voor op het album staat: Naomi vertelt 1. 

Lourdes, de moeder van Naomi, runt een klein eethuis bij de haven. Naomi brengt veel tijd door met haar vriendin, die haar verhalen leest. Ook haar lerares leest de verhalen en levert commentaar. 

Argentijnse dichter, Mexicaanse schrijver

Naomi kijkt goed naar de mensen die het eiland betreden: kunnen ze personages in een verhaal worden? Dit is een gelukkige week, want een Argentijnse dichter en een Mexicaanse schrijver komen tegelijk op het eiland. Vlak daarvoor is er allerlei zooi de haven binnen gedreven, waaronder een grote partij gezonken boeken. Niets ervan is nog leesbaar. 

De Argentijnse dichter vist de bladen van de boeken op en biedt zelfs geld als iemand een leesbare bladzij op het droge kan halen. 

Intussen schrijft Naomi over de Mexicaanse schrijver, Safar. Hij is succesvol: zijn stukjes staan dagelijks op de voorpagina van de krant. Daarnaast schept ze Angelo, iemand die op jonge leeftijd malaria heeft gehad, waardoor zijn geheugen is aangetast. Hij gaat steeds meer herkennen in de stukjes van Safar en vraagt zich af of hijzelf ze niet geschreven heeft. 

Het lot van wat geschreven is en hoe anderen er soms mee aan de haal gaan - daarover lazen we ook in De smokkelaar. Ook met het werk van de Argentijnse dichter is wat aan de hand: zijn bundel Spaans rood werd vertaald in het Engels en hij kreeg er ook de royalties van, maar is die bundel wel ooit verschenen?

Mrs. Rania

Verder vertelt Naomi over Mrs. Rania, de eerste vrouw in het Pakistaanse parlement. Ze was altijd loyaal aan haar baas, omdat hij haar voorstellen voor vrouwenrechten steunde. Ze verzweeg daarmee wel allerlei schandalen. De dochter van Mrs. Rania, Reema, is een eigenzinnig meisje en daarin lijkt ze op Naomi. Net als Naomi heeft ze een hartsvriendin en samen lezen ze pulpromannetjes. 

Reema heeft een nieuwe, vaste chauffeur. Die uitgenodigd wordt om mee te doen aan een fotosessie. Ook foto's weerspiegelen een werkelijkheid en deze zijn duidelijk bedoeld om te manipuleren. 

Hulsing heeft in Spaans rood weer een mooi web van verhalen geschreven. De verhalen zijn echo's van elkaar of spiegelen een fragment uit een ander verhaal. Vaak gaat het over verschillende werkelijkheden en over bedrog. Soms is de inhoud van de verhalen zwaar, maar Naomi is levenslustig en weet alles licht te houden. Ze rondt ook verhalen af en zorgt vaak voor een goede afloop, daartoe aangespoord door haar lerares, die vindt dat ze de lezers met niet te veel vragen kan laten zitten. 

Lijnen met leven erin

De tekenstijl sluit aan bij die van De smokkelaar: vaak robuuste lijnen, waar veel leven in zit, vrij warme kleuren. Scratch heeft ervoor gekozen om het verhaal af te drukken op papier dat niet glad is, wat we gewend zijn van stripalbums van jaren geleden, maar het doet me ook denken aan de pulpromannetjes die Reema en haar vriendin lezen. Eigenlijk hou ik daar wel van. 

Blijkbaar is Hulsing Naomi nog niet zat en komen er nog meer verhalen. Met de verhalen geeft Hulsing niet alleen een beeld van hoe het werkt in Naomi's hoofd, maar ook in zijn eigen hoofd. Steeds weer gaat het over verbeelding en hoe werkelijk die kan zijn. Al in Stad van klei zagen we een hoofdpersoon voor wie de vrucht van zijn verbeelding zijn nieuwe werkelijkheid was geworden en in De aanslag vraag Anton zich ook voortdurend af in hoeverre zijn beeld van de werkelijkheid samenvalt met die werkelijkheid. 

In alle verhalen zien we hoe vitaal de verbeelding is en wat die op gang kan brengen. Maar er zijn ook mensen die beelden gebruiken om te manipuleren, om persoonlijk voordeel te halen. Naomi is een geraffineerd verteller, maar we weten dat ze geen kwaad in de zin heeft. Wellicht daarom gaan we vrij argeloos het verhaal in. 

De verhalen van Naomi lijken belangrijker te zijn dan haar leven. Dat kabbelt een beetje op de achtergrond door. Maar voor een deel zijn de verhalen natuurlijk haar leven. 

Serie: Naomi vertelt
Titel: Spaans rood
Tekst en tekeningen: Milan Hulsing
Uitgever: Scratch
z.pl. 2020, € 22,50; hardcover



donderdag 10 december 2020

Podcast: De A.L. Snijderspodcast, In het Rijks

 

De A.L. Snijderspodcast

Het was me tot nu toe ontgaan, maar op zondag leest A.L. Snijders altijd een ZKV (Zeer Kort Verhaal) voor op radio 4 in het programma De ochtend van 4. Op die manier leerde hij presentator Niels Heithuis kennen. 

In het programma kunnen de heren elkaar maar kort spreken. Maar blijkbaar bestond de behoefte aan een wat langer gesprek of zelfs aan een Zeer Lang Gesprek. Dat was iets voor een podcast. En ziedaar: De A.L. Snijderspodcast.

Die podcast bestaat niet uit een gesprek, maar uit verschillende gesprekken, geknipt tot vier afleveringen, in lengte variërend van ruim drie kwartier tot krap een uur. Ze kregen als titels: 'De liefde', 'De jeugd (in Zuid)', 'De wallen' en 'Literatuur.'

Echte gesprekken

Het zijn echte gesprekken. Heithuis is geïnteresseerd in de opvattingen van Snijders en in zijn leven. Hij stelt bepaald geen plichtmatige vragen. En Snijders voelt zich blijkbaar op zijn gemak en antwoordt meestal zonder terughoudendheid. Een enkele keer vindt hij dat iets niet in een podcastaflevering hoeft. 

Heithuis gaat ook op stap met Snijders om te zien waar hij opgegroeid is en hoe die buurt er intussen uitziet. De achtergrondgeluiden die dat oplevert, zorgen voor mooie, levendige audio. Als het stil is om de sprekers, valt wel heel erg op dat twee gesprekspartners hun eigen kanaal hebben, zodat je, als er eentje praat, je maar in één oor geluid hebt. 

Snijders is van 1937 en is dus al op leeftijd. Hij heeft al een heel leven achter de rug en in zijn herinneringen kan hij daar goed op terugblikken. Ik weet weinig van het oude Amsterdam en van de straten waar de beide mannen doorheen lopen, maar ik kreeg wel een beeld en Snijders weet anekdoten levendig te vertellen. 

Het deed me denken aan de mooie podcast Een gehucht in een moeras, waarin Marc Didden door Brussel wandelt. Hij woont daar al zestig jaar en geeft de luisteraar een prachtige rondleiding. De podcast is te beluisteren geweest bij de zender Klara en staat nog steeds online.

De wording van een ZKV

In de aflevering 'Literatuur' wordt er niet alleen gepraat over de boeken en schrijvers die Snijders waardeert, maar maken we ook mee hoe hij aantekeningen omwerkt tot een ZKV. Je krijgt zo heel direct een beeld van zijn manier van werken. 

Natuurlijk is De A.L. Snijderspodcast heel geschikt voor mensen die houden van de ZKV's van deze schrijver. Maar ook voor mensen die van Amsterdam houden of voor mensen die houden van een gesprek met een goede verteller. Ik heb alle afleveringen achter elkaar beluisterd en heb me geen moment verveeld. 

Je vindt de afleveringen op de gebruikelijke plaatsen, maar bijvoorbeeld ook hier.



In het Rijks


De podcast In het Rijks volg ik al een tijdje, maar tot voor kort had ik de website niet bekeken. Vlak voor het tikken van dit stukje deed ik dat wel. Prachtig! Mooie, grote afbeeldingen van de voorwerpen waarover de podcast gaat, zodat je je nog beter een voorstelling kunt maken van het onderwerp van de aflevering.  

Bij het RijksMuseum denken we misschien vooral aan schilderijen, maar de collectie bevat ook duizenden voorwerpen. Vooral die voorwerpen zijn onderwerp van de podcast. Op dit moment loopt er een serie over de zeventiende eeuw, waarbij de tijd steeds belicht wordt met als centrum het voorwerp: een muts van een walvisvaarder, een bloempiramide, een kroon voor een West-Afrikaanse koning. 

In het vorige seizoen is er aandacht besteed aan middeleeuwen en renaissance. Die heb ik nog niet allemaal gehoord, maar wat ik gehoord heb, was heel informatief: over Lucas van Leyden, over de Sint-Elizabethsvloed en over de pleurants, bronzen beelden van het graf van Isabelle van Bourbon. 

Rembrandt

Er is ook nog een serie over Rembrandt. Die moet ik nog gaan beluisteren, maar ik verheug me er nu al op. Verder is er een serie (van vier afleveringen) waarin scholieren op onderzoek gaan in het RijksMuseum. 

Janine Abbring doet de interviews. We weten van Zomergasten dat vragen stellen haar wel is toevertrouwd. Ze is nieuwsgierig naar wat er allemaal te zien en te weten valt en zorgt ervoor dat een conservator helder blijft voor de luisteraar. 

De afleveringen zijn steeds tussen twintig en dertig minuten lang, wat een mooie lengte is voor het even tussendoor beluisteren. Je kunt de podcast volgen als je een brede interesse in de cultuurhistorie hebt, maar het is ook leuk om er gewoon wat onderwerpen uit te pikken die je boeiend lijken. 

dinsdag 8 december 2020

Mijn lieve gunsteling (Marieke Lucas Rijneveld)



De eerste roman van Marieke Lucas Rijneveld, De avond is ongemak, bezorgde haar meteen bekendheid, doordat die bekroond werd met de prestigieuze Bookerprize. Het is een boek dat afwijkt van de boeken die gewoonlijk in onze literatuur verschijnen: een merkwaardige hoofdpersoon, een stijl met overdadig veel vergelijkingen en metaforen, een duistere thematiek. Wel had Rijneveld nogal gerommeld met de chronologie, waardoor sommige tijdsaanduidingen aantoonbaar niet klopten en niet alle details klopten met de religie die aan de ouders werd toegeschreven. 

De duisterheid uit de eerste roman is net zo aanwezig in de tweede, Mijn lieve gunsteling. De hoofdpersoon is een veearts, negenenveertig jaar oud, die helemaal in de ban raakt van een meisje van veertien jaar oud. Hij ziet haar vaak, omdat hij geregeld komt op de boerderij van haar vader. Hij vertelt de geschiedenis achteraf. 

De verlorene, de verlatene

Het meisje groeit niet op in een warm gezin. Net als in het De avond is ongemak is een broer overleden en nu is ook haar moeder weg. Het verhaal gaat dat ze zich in Stavanger (Noorwegen) zou bevinden. De broer wordt aangeduid als de verlorene, de moeder als de verlatene. Dus niet degene die verlaat, maar degene die verlaten is. Het zou kunnen betekenen dat het meisje zich schuldig voelt, zoals ze zich inbeeldt aan allerlei dingen schuld te hebben, tot aan de aanslag op de Twin Towers toe.

Het meisje identificeert zich soms met een vogel, een kikker, een otter. Soms beeldt ze zich in dat ze kan vliegen. Ze praat in haar hoofd met Hitler en Freud en in de loop van het boek gaat het steeds slechter met haar. Ze heeft een levendige fantasie, maar ze is ook uiterst kwetsbaar. 

Ze schemert wat tussen het meisje en het jongen zijn. Ze fantaseert over het hebben van een piemel, die in de taal tussen de veearts en het meisje een gewei wordt genoemd.

Gerard Reve

Die term komt bij Gerard Reve vandaan. Er zijn meer aanwijzingen dat Rijneveld Reve als voorbeeld heeft genomen in dit boek. De nadrukkelijke stijl, de obsessie die ten koste gaat van de ander (Reve fantaseerde over jongens die hij zou vastbinden en martelen), de liefde voor het koningshuis. In dit geval is het niet koningin Juliana, maar Beatrix, die het meisje wel als moeder zou willen adopteren. Het meisje wordt verschillende keren een 'praaldier' genoemd, wat erg lijkt op het 'prijsdier' van Gerard Reve en de verteller noemt zichzelf een keer 'een circusjongen met hoogtevrees', wat ook meteen aan Reve deed denken. 

Het meisje woont in The Village. Waarom de plaatsnaam in het Engels is, is me niet duidelijk. Ook de boeken die ze leest, hebben Engelse titels, zelfs als ze van Hanna Kraan of Rainer Maria Rilke zijn en het bekende muziekstuk van Vivaldi heet in dit boek The Four Seasons. Misschien dat er verwezen wordt naar 'It takes a village tot raise a child,' wat wel wrang zou zijn geweest, aangezien het dorpsmeisje misbruikt wordt door de veearts. 

Boudewijn de Groot

Het dorp ligt wel gewoon in Nederland: het heeft te lijden gehad bij de watersnoodramp van 1953 en in 2004 heeft het meisje een corsage mogen opspelden bij Willem-Alexander. Met de straatnamen heeft Rijneveld een geintje uitgehaald: ze verwijzen allemaal naar nummers van Boudewijn de Groot: de Prikkebeensedijk (Meester Prikkebeen), de Kinderballadeweg, Waterdragersweg, De Eeuwige Soldatenweg, Avondlaan, Mazenpad (Het land van Maas en Waal), Testamentstraat, Vondelingweg (De vondeling van Ameland) en Koningjanszand (Het land van Koning Jan). Misschien heb ik er hier en daar nog een gemist. De Woedeplas zou kunnen verwijzen naar Zoete woede.

Het verhaal wordt verteld door de veearts, we zitten als lezers in zijn hoofd. Hij vertelt hoe de relatie tussen hem en het meisje is gegaan. Voor een deel is zijn relaas een zelfrechtvaardiging, al gebruikt hij ook woorden als 'ziek' en 'verdorven' om zijn handelen te kenschetsen. Maar hij vertelt ook hoe hij door zijn moeder misbruikt werd, waardoor hij eigenlijk ook altijd een veertienjarige jongen is gebleven. Voor hem speelt de relatie met zijn moeder in ieder geval mee in hoe hij het meisje manipuleert. 

De hoofdstukken kennen geen alinea's: de veearts vertelt maar door, veel zinnen met komma's aan elkaar rijgend. Dat werkt erg goed: je gaat als lezer gemakkelijk mee met de stroom van gedachten. De stijl van Rijneveld is er sinds het vorige boek op vooruitgegaan. De beelden zijn minder gezocht dan in het eerste boek en de hoeveelheid is kleiner dan in De avond is ongemak. 

Onbetrouwbare verteller

De veearts is een onbetrouwbare verteller. Soms laat hij ook zien dat hij zaken naar zijn hand zet. Alles speelt zich af in de zomer van 2005. Dan kunnen hij en het meisje het niet gehad hebben over Warwick Avenue van Duffy, omdat dat pas in 2008 uitkwam. Dat realiseert hij zich later ook. Maar andere zaken die niet kloppen, passeren zonder dat hij het aangeeft. Het meisje zou iets tegen hem gezegd hebben over Carla Bruni en Sarkozy, maar Sarkozy werd pas in 2007 president. De veearts zet dus de zaken naar zijn hand en je weet als lezer niet in hoeverre je hem vertrouwen kunt. 

Omdat je in zijn hoofd zit, moet je wel met hem meeleven, wat een ongemakkelijk gevoel geeft, omdat je ook meeleeft met het meisje, met wie het zienderogen slechter gaat. Ze vermagert sterk.

Het verhaal wordt achteraf verteld, een behoorlijke tijd later. Het meisje is zangeres geworden en heeft verschillende albums uitgebracht. Songteksten spelen in het boek een grote rol. Zowel de teksten van de nummers waarnaar het meisje en de veearts luisteren als de teksten van haar eigen nummers. Haar eerste album noemde ze Kurt12. Ze sprak de veearts vaak aan met Kurt, een verwijzing naar Kurt Cobain, en 12 is het nummer van het dossier dat later over deze zaak gevormd is. Soms spreekt de veearts de magistraten aan, waardoor je weet dat uiteindelijk openbaar geworden is wat er speelde tussen hem en het meisje. 

De wereld van de veearts is aards, concreet, lichamelijk. Wat wil je ook van een man wiens arm in een koe kan verdwijnen. Maar hij is ook een man van de geest, van muziek en boeken. Je merkt dat ook aan de zinnen die hij maakt, de taal waarmee hij de lezer bedwelmt. 

Voortbouwen

Rijneveld bouwt duidelijk voort op De avond is ongemak. Weer de boerderij, weer de MKZ-crisis, al is het nu vier jaar later. De dood waart rond. Niet alleen komt het broertje om bij een verkeersongeluk, maar er is ook een boer die zich verhangt. Maar de stuwende kracht van Rijnevelds taal is groter dan in haar vorige roman, de benauwenis nog groter, de beschrijvingen nog nadrukkelijker nietsontziend. 

Ik kwam eigenlijk maar één klein slordigheidje tegen: verschillende keren wordt er gesproken over 'lieslaarzen' en het lijkt me onwaarschijnlijk dat die ook bedoeld worden. Waarschijnlijk hadden dat 'kaplaarzen' moeten zijn. Ach, het is een kleinigheid.

Mijn lieve gunsteling is een boek dat overal hoog in de overzichtslijstjes van 2020 zal verschijnen. Het schrijverschap van Rijneveld is nog vrij jong, zoals zij dat zelf ook is, maar dit is een rijk en rijp boek, dat macht over de taal laat zien. Met zo'n boek ben je eigenlijk al een groot schrijver. En wie weet wat er allemaal nog komt. 


Hier schreef ik over De avond is ongemak.

vrijdag 4 december 2020

Operatie Overlord deel 6: Een nacht op de Berghof


Een van de vaste thema's in stripboeken is oorlog. Toen ik nog mavoleerling was, had ik een kwartje zakgeld per dag, om op school een beker koffie te kopen. Als ik een paar dagen zonder koffie deed, kon ik bij de IFA op de hoek voor zestig cent een klein stripboekje kopen. Meestal was dat een oorlogsstrip. Duitsers waren schurken en de geallieerden waren helden; de wereld zat nog overzichtelijk in elkaar.

Sindsdien zijn er al heel wat oorlogen uitgevochten en zijn er ook heel wat oorlogsstrips verschenen. Een ervan ligt hier voor me, deel 6 van Operatie Overlord, Een nacht op de Berghof. Operatie Overlord was de codenaam voor de invasie van de geallieerden in 1944, de landing in Normandië. De meeste mensen weten hier wel iets van af, al was het maar door films. 

De stripreeks van uitgeverij Silvester schetst die invasie en de aanloop daarvan. Je kunt niet alles lezen en de eerste vijf delen heb ik niet gezien. Nu is er het zesde deel, Een nacht op de Berghof. De Berghof was de thuisbasis van Hitler, op de Obersalzberg bij Berchtesgaden. We kennen het gebouw ook wel als het Adelaarsnest. Vreemd genoeg maakt de vertaler in dit album er het Arendsnest van. 

Beide kanten

Uit de titel blijkt al dat we het verhaal (ook) van de Duitse kant krijgen. Het perspectief springt wat heen en weer tussen de geallieerde en de Duitse kant. Blijkbaar was men bang dat we, ondanks de verschillende uniformen, de twee partijen niet uit elkaar konden houden, want als het over Duitsers gaat, zijn de tekstballonnetjes niet wit, maar veldgroen, zoals de uniformen. Dat lijkt mij overbodig en de leesbaarheid wordt er minder van. 

De strip is vrij gedetailleerd op gebeurtenisniveau: je merkt dat de scenarioschrijver, Bruno Falba,  moeite gedaan heeft m zoveel mogelijk feiten te verwerken. Soms gaat daardoor wel een beetje de vaart uit het verhaal. Er zijn wel wat elementjes in het verhaal gevlochten, zoals een beginnende romance, om het wat smeuïger te maken. 

Operatie Overlord leest als een documentaire die je inzicht geeft in beide kampen. Je maakt die op het hoogste bevelsniveau mee. Op de slotpagina zien we Hitler, klaar voor de ultieme strijd. 

Een strip is vaak amusement en dat zit hier zeker in: je wilt lekker doorlezen. Tegelijkertijd merk je de serieuze opdracht die de scenarioschrijver zichzelf gegeven heeft. Dat zal me waarschijnlijk ook het meest bijblijven. 

Tekeningen

Over de tekeningen van Davide Fabbri ben ik minder enthousiast. Op het gebied van personen had ik te vaak het idee dat het net niet klopte. Gezichten worden vaak met bollinkjes vlak onder de jukbeenderen getekend, waardoor ze me een beetje deden denken aan de Plaaggeest bij Bassie en Adriaan. Soms komt een gezichtsuitdrukking niet goed over, soms is een beweging te houterig. 

Op de slotpagina is er wat mij betreft veel te veel op het effect gespeeld, wat ook wel door de inkleuring komt. Dat zou niet nodig moeten zijn. Deze strip had betere tekeningen verdiend en het verhaal is heel consciëntieus, maar ook een beetje droog. 

Serie: Operatie Overlord
Deel 6: Een nacht op de Berghof
Scenario: Bruno Falba
Tekeningen: Davide Fabbri
Uitgever: Silvester
's-Hertogenbosch 2020, 48 blz. € 8,95 (softcover)



donderdag 3 december 2020

Multatuli's Max Havelaar (Eric Heuvel / Jos van Waterschoot)



Literatuur is geen wedstrijdje, maar bij het aanwijzen van het belangrijkste boek uit de Nederlandse literatuur maakt Max Havelaar van Multatuli een grote kans. Op dat gebied zijn er al tientallen lijstjes en vaak eindigt dit boek bovenaan. Bijvoorbeeld hier, bij een enquete onder de leden van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde, in 2002. 

Vlak daarachter eindigde Van den vos Reynaerde en op enige afstand De avonden van Reve. Bij de eerste vijfentwintig: drie keer Couperus, twee keer Vondel, twee keer Hooft, twee keer Hermans. Blijkbaar zijn dat auteurs en werken die we belangrijk vinden, maar de vraag is: wie leest die werken nog? Ik heb van deze schrijvers zeer genoten, maar van herlezen of meer lezen komt het vaak niet. 

En verder: hoe krijgen we onze jongeren aan de klassiekers? Er is door de vorige Stripmaker des Vaderlands zeer gepleit voor graphic novels in het literatuuronderwijs. Ik weet niet of ik daar voor ben. Wel als extraatje, maar eigenlijk niet als vervanger van de literatuur. Maar ik twijfel wel. 

Tegen de verstrippingen van Dick Matena kan ik sowieso niets inbrengen, omdat hij de complete tekst van de verstripte werken opneemt. Dat is wel respectvol ten opzichte van de literatuur, maar je degradeert de strip daarmee eigenlijk tot illustratie, terwijl een afbeelding ook vertellend is en dus een deel van de tekst kan vervangen. 

Graphic novel

Uit het niets verscheen, een tijdje geleden alweer, het eerste deel van de verstripping van Max Havelaar van Multatuli in het stripblad Eppo. Intussen hebben de abonnees het hele verhaal kunnen lezen en nu is er   de complete graphic novel, een mooie hardcover.  De tekeningen zijn van Eric Heuvel, bekend van verschillende educatieve strips en De Meimoorden, het scenario is van Jos van Waterschoot, Multatulikenner. Twintig jaar lang was hij conservator van het Multatulimuseum. 

Max Havelaar is een complexe roman: de hoofdpersoon, Max dus, lijkt op de auteur, Multatuli/Eduard Douwes Dekker. Die vertelde wat hij had meegemaakt in Nederlands-Indië. Zijn doel was tweeledig: een verbetering van het lot van de Javanen en eerherstel voor zichzelf. Binnen de roman is hij niet alleen te herkennen in Max Havelaar, maar ook in Sjaalman, de wat sjofele man met een pak papier, zijn manuscript. Aan het eind van het boek laat Multatuli de fictie achter zich en dringt als auteur het boek binnen, schuift zijn personages aan de kant en pepert nog eens in wat het doel van zijn boek is, waarbij hij een beroep doet op koning Willem III. 

Van Waterschoot laat aan het eind van de strip Multatuli binnendringen in het kantoor waar de klerk Stern de roman aan het schrijven is. Hij legt aan hem uit dat hij zowel Max Havelaar als Sjaalman als Multatuli is. Verder vertelt hij hoe het boek tot stand gekomen is en wat de rol van Van Lennep is geweest. De strip eindigt zoals de roman. In dit geval houdt Multatuli de toespraak tegen het portret van Willem III, met de roman in zijn hand. 

Droogstoppel

Net als de roman begint de strip met Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie. Sfeervolle plaatjes van Amsterdam in 1839, in de winter. Er ligt sneeuw en alle schoorstenen roken. Je zit eigenlijk meteen in de tijd, ook door de kleding van de personages en de interieurs van woning en kantoor. De inkleuring helpt ook wel mee: bruin overheerst.

De overgang naar Java wordt gemaakt met een paginagrote tekening: veel groen, rijstvelden, palmbomen, een vulkaan, blauwe lucht. Dan zitten we meteen in het verhaal van Max Havelaar, die zijn entree maakt op zijn nieuwe post Lebak. Hij zal degene zijn die de uitbuiting van de Javanen signaleert.  

Saïdjah en Adinda

In de roman is het verhaal van Saïdjah en Adinda opgenomen, een voorbeeld van hoe de bevolking onderdrukt wordt. Dat verhaal is in de strip vrij natuurlijk ingepast: het is een van de verhalen die Havelaar te horen krijgt. 

Het scenario volgt de roman, al moet het in de strip natuurlijk allemaal korter. Maar de ingrepen zijn gedaan met respect voor het oorspronkelijke werk van Multatuli. 

De tekeningen van Heuvel zijn helder, zoals we van hem gewend zijn, en roepen gemakkelijk de sfeer op van het boek. De stijl van Multatuli valt wel weg. Je kunt in een strip wel goed weergeven wat hij geschreven heeft, maar veel minder goed hoe hij het geschreven heeft. Dat was waarschijnlijk moeilijk te vermijden. 

Dossier

Achter in het boek is een dossier opgenomen met informatie over de schrijver en zijn boek, verlucht met foto's en tekeningen. Handig en informatief. Hier en daar had een redacteur wel wat kritischer mogen zijn. Zo was Van Lennep geen lid van de Tweede Kamer meer toen hij zich ging bezighouden met de Max Havelaar. Het woord 'critici' ('mensen die boeken bespreken in kranten en tijdschriften') hoeft niet uitgelegd te worden, lijkt me. Aan het eind van het dossier is er een doublure: bij 'Tot slot' komt het Multatuli Museum / Multatuli Huis ter sprake, maar daar ging het in het stukje daarvoor ook al over. Daar had wat geschrapt kunnen worden. 

Het zijn maar kleinigheden, vergeleken bij de grote verdiensten van deze graphic novel: het toegankelijk maken van een monument in onze literatuur voor een hedendaags publiek. Het album ziet er mooi uit en ik denk dat veel mensen het zullen willen lezen. Gaan die later ook de roman lezen? Misschien. In ieder geval is de strip een geweldige reclame voor het boek. Wie niet aan de roman toekomt, kent nu tenminste het verhaal en dat is ook wat waard. 

Titel: Multatuli's Max Havelaar, de graphic novel
Tekeningen: Eric Heuvel
Scenario: Jos van Waterschoot
Uitgeverij: L.
Oosterhout 2020, 108 blz. € 22,99 hardcover


dinsdag 1 december 2020

Podcast: De Mulisch-tapes, Midden in het Oosten


De Mulisch-tapes

Een dagboekschrijver was Harry Mulisch niet. Elke tekst die hij schreef, moest immers publicabel zijn en die gedachte helpt niet als je elke dag iets wilt noteren. Maar in de jaren tachtig ontdekte hij een ander medium: het cassettebandje. Daarop kon hij van alles inspreken, zonder dat de schavende schrijver in hem wakker werd. 

De commissie die de nalatenschap van Mulisch beheert, heeft toestemming gegeven om iets met die opnamen te doen en nu is er de podcast De Mulisch-tapes, gemaakt door Daan Doesborch, Johan Kuiper en Stefanie Liebreks. We horen fragmenten van wat Mulisch ingesproken heeft en daar wordt over gepraat. 

De stem van Mulisch klinkt in de podcast en dan ben je eigenlijk al meteen dichtbij. Je ziet de schrijver zitten bij zijn 'eh... mechanische secretaresse', zoals hij het noemt en wat hij vertelt, is dan ook vaak nog beeldend. De makers plaatsen de fragmenten. Ze kennen het werk van Mulisch goed en weten vaak te vertellen waar hij een bepaalde gebeurtenis gebruikt heeft in een roman. 

Narrenschip

Hilarisch is de vierde aflevering, over een boottochtje met de herenclub. Een 'narrenschip' noemt Mulisch het, maar het zijn wel allemaal beroemde narren, die het met elkaar goed hebben, al zijn er ook wrijvingen. Bij het terugluisteren zijn Marcel van Dam en Jeroen Henneman aanwezig, zodat er ook commentaar uit de eerste hand is. Het verslag van het boottochtje roept beelden op die ik voorlopig niet meer uit mijn hoofd krijg. 

Er is ook een aflevering met opnames uit Dwingeloo, waar Harry Mulisch research deed voor De ontdekking van de hemel. Hij wilde een soort halftheoretische ondergrond voor wat hij beweerde over de ruimte en praatte daarover met deskundigen. Ook nu is er een direct betrokkene die erover vertelt en een deskundige die meeluistert. 

Het is een mooie formule: stukken van de bandjes, gepraat erover en commentaar of aanvullingen van iemand uit Mulisch' kring. Soms van heel dichtbij, zoals zijn weduwe. 

Puzzelstukjes

Bij sommige podcasts laat ik de afleveringen even rusten en dan zie ik wel of beluisteren ervan komt. Maar De Mulisch-tapes beluister ik steeds zo snel mogelijk. Natuurlijk omdat ik Mulisch hoor op een manier die ik niet kende, maar ook omdat de (in mijn ogen) jonge makers het werk van Mulisch goed kennen en daardoor de fragmenten als puzzelstukjes in het oeuvre kunnen passen. Er wordt ook wel eens een werk genoemd dat een van de drie niet gelezen heeft. Als de luisteraar dat wel heeft gedaan, mag hij stiekem grijnzen.

De makers gaan respectvol met het materiaal om, zonder overdreven eerbied en verering. Ze kunnen de poses die Mulisch aanneemt ook relativeren en dat doet fris aan. Het scheelt natuurlijk dat er intussen een afstand in de tijd is gekomen en dat Mulisch al lang niet meer één van de grote drie is, laat staan de grote één. 

Van Mulisch heb ik aardig wat gelezen, maar het is al best een tijd geleden dat ik een boek van hem opende. Er zijn verschillende romans waaraan ik goede herinneringen heb, zoals de roman Hoogste tijd (1985). Door deze podcast krijg ik wel weer zin om iets van Mulisch te gaan herlezen. 

Dat lijkt me een mooi effect. Een klein puntje: Ik dacht dat in iTunes elke aflevering dezelfde omschrijving had en dat dat wel iets nauwkeuriger gekund had. Maar toen bleek dat alleen het begin van de beschrijving bij elke aflevering hetzelfde is. 

Ik heb gezien dat op Instagram materiaal over de verschillende afleveringen is te vinden is. Ik geloof niet dat ik dat elke keer ga bekijken. Maar goed, er is veel moois te ontdekken in deze podcast. Probeer eens, zou ik zeggen. 

Midden in het Oosten

Het Midden-Oosten is al zo lang ik mij herinner een roerige streek. Ik herinner mij de oorlogen uit de jaren zestig en zeventig, waarover ik las in de krant, liggend voor de oliekachel bij mijn oma. Hoe het allemaal precies zit met machtsverhoudingen, met de goede en de slechte kant (zo die er al is), is vaak onduidelijk. Daarom is het prettig als iemand daar wat duidelijkheid in wil scheppen. 

Dat wil Aimee Doeksen, student Midden-Oostenstudies in Groningen. Ze woonde een tijdje in Egypte en heeft dus ervaring met de cultuur in dat land. In haar studie heeft ze natuurlijk ook heel wat informatie opgedaan. Die informatie geeft ze ons door in de podcast Midden in het Oosten, waarin ze verschillende kanten belicht van dit deel van de wereld. 

Arabic Aymi

In de podcast noemt ze zich Arabic Aimy. Waarom dat in het Engels moet, is mij niet duidelijk; de podcast is gewoon in het Nederlands. Aimee praat op een vrij hoog tempo, heeft af en toe een Gooise 'r' (wat mij een beetje afleidt) en lijkt altijd licht verkouden. 

De informatie die ze geeft, is meestal vrij helder, maar soms leest ze wel erg duidelijk voor. In dat geval had ik liever gehad dat ze het gewoon vertelde. Blijkbaar heeft ze het houvast van het papier nodig. 

Ze haalt geregeld een deskundige in een aflevering en dan is er natuurlijk al gauw een gesprek en wordt er minder voorgelezen. Soms hebben de deskundigen hun eigen agenda. In aflevering 5, over Israël en de Palestijnen, is er Jonathan van de organisatie Stand With Us, die doet alsof hij een objectief verhaal houdt, terwijl het heel erg pro-Israël gekleurd is. 

Ik vond dat hij er nogal gemakkelijk mee wegkwam en weinig kritische vragen kreeg. Dat viel me vooral op omdat in er een eerdere aflevering, over de positie van vrouwen in het Midden-Oosten, wel goed werd doorgevraagd. Maar in de aflevering na die met Jonathan volgt er nog een over hetzelfde onderwerp en dan juist belicht van de Palestijnse kant. Ook gekleurd, maar misschien is dat bij zo'n gevoelig onderwerp niet te vermijden. In ieder geval is er hoor en wederhoor toegepast. Doeksen houdt zich op de vlakte en misschien is dat verstandig. Ik weet niet goed wat wijsheid is in dezen. Goed doorvragen had ook wat kunnen opleveren. 

Bij de aflevering over Islamitische Staat is ze trouwens niet alleen maar degene die de informatie weergeeft. Ze noemt IS een terreurbeweging, waar overigens weinig tegen in te brengen is, lijkt me. 

Jezidi's en Moslimbroeders

Andere onderwerpen: de Jezidi's, de ramp in Libanon, de Moslimbroeders en Saoedi Arabië. De afleveringen variëren wat qua lengte en zijn soms wat korter, soms wat langer dan een half uur. De inleidingen zijn vaak Wikipedia-achtig en doen soms wat droogjes aan, maar je hebt dan wel mooi de betreffende informatie op een rijtje. 

Intussen heb ik van de tien afleveringen er acht gehoord en die laatste twee pik ik ook nog even mee. Ik vermoed dat er nog meer komt, maar Doeksen doet rustig aan, wat ik eigenlijk wel lekker vind, want dan kan ik het bijhouden. 

Wat me inneemt voor de podcast is dat de maakster blijkbaar een soort zendingsdrang heeft. Ze weet het een en ander van het Midden-Oosten en ze wil dat ook aan ons vertellen. Het hoeft allemaal niet, maar ze doet het, zomaar, voor ons. Dat vind ik sympathiek. Ik blijf deze podcast volgen. 

zondag 29 november 2020

Alleen in Berlijn (Nicolas Juncker)


Berlijn, april 1945. Er zijn voortdurend bombardementen en de Russen trekken op. Het kan niet lang meer duren voor de stad valt. 'Vandaag is de verjaardag van de Führer. Helaas is de stemming niet echt feestelijk,' schreef Martin Borman op 20 april 1945 in zijn dagboek. 

De beeldroman Alleen in Berlijn van Nicolas Juncker opent met dat citaat. Daarna krijgen we tekeningen van verwoeste gebouwen. Een enkele tekening per pagina, met veel wit eromheen. Er is geen mens op te zien, waardoor de tekeningen leeg en stil aandoen. Al het leven lijkt eruit. 

Maar er is wel degelijk leven in Berlijn. De mensen kunnen zich nauwelijks op straat begeven, vanwege de bombardementen. Ze verblijven in schuilkelders en lijden honger. Het wordt opgetekend door de Duitse Ingrid, die een dagboek bijhoudt. Ze is medewerker van het Rode Kruis. 

Niet veel later, als de stad is ingenomen zal ze in contact komen met een jonge Russische vrouw, Evgeniya, die werkt voor de NKVD, de voorloper van de KGB. Zij heeft de opdracht om het lijk van Hitler op te sporen. Beide vrouwen zijn tweetalig en ze kunnen dus met elkaar communiceren. 

Ellende

Alleen in Berlijn ademt de ellende van die tijd op die plaats. Ingrid karakteriseert de groep waarmee ze in de schuilkelder zit als volgt:

We zijn zieke, uitgehongerde, verdorde, lege dieren, bijeengedreven door honger en angst, schuilend in donkere, vochtige kelders... We zijn ratten.

Het duidt op de ontmenselijking. Mensen zijn eigenlijk alleen bezig met overleven en er is geen ruimte meer voor empathie. Als een baby al vier dagen geen melk meer heeft gedronken, maar alleen een aftreksel van gras en onkruid, wordt het kind bij een arts gebracht. Die zegt dat een beetje gras niet genoeg is en dat de moeder haar kind beter stukjes brood kan geven die ze heeft voorgekauwd, maar moeder heeft al dagen niet te eten. 'Wel,' zegt de arts, 'geef hem dan maar gras.'

Ingrid en Evgeniya zijn schrijvers. Ze houden een dagboek bij en Evgeniya vindt ook nog de dagboeken van Joseph Goebbels, waarvan ze gedeelten vertaalt. Ingrid houdt alles bij, zelfs het aantal keren dat ze door de Russen verkracht wordt. Blijkbaar is het haar manier om nog een beetje grip te houden op het verwarrende leven. 

Elk haar eigen waarheid

De twee vrouwen hebben hun eigen waarheid. Ingrid gelooft de verhalen van Evgeniya over Treblinka niet, omdat ze weet hoe 'voorbeeldig' Theresiënstadt is. En Evgeniya gelooft niets van de verkrachtingen door de Russen, aangezien die uitdrukkelijk verboden zijn. Beiden zitten vast in hun perspectief. 

Dat is een uitvergroting van wat er altijd al aan de hand is geweest, van het effect van propaganda, van de bijna onmogelijkheid om je te verplaatsen in het perspectief van de andere kant, de vijand. Tegenwoordig zouden we het hebben over een bubbel, algoritmes en deep fake. 

We hebben onze eigen waarheid en binnen die waarheid proberen we iets te maken van ons leven. Het verhaal dat je jezelf vertelt moet het leven leefbaar houden. In dat verhaal sta je altijd meer aan de goede kant dan de tegenstander. Juncker geeft ons het ontluisterende beeld dat er misschien wel geen goede kant is, dat ieder bereid is om over ethische drempels heen te stappen als dat in zijn verhaal uitkomt. 

Geen kant gekozen

Alleen in Berlijn kiest geen kant. Ook binnen het verhaal zijn er mensen die zien dat keuzes ingegeven zijn door het moment en dat ze later verkeerd kunnen zijn. De jonge Lothar is overtuigd nazi, maar hij is vooral  een meelijwekkende figuur. Eigenlijk een kind nog, ook honger lijdend en zich dienstbaar makend aan een ideaal waarin steeds minder mensen geloven. 

De opmerking van Ingrid over de ratten, komt vlak na een opmerking over Übermenschen. Er was hun voorgehouden dat ze dat waren, maar wie kan daar in deze omstandigheden nog in geloven?

Het schrijven, maar vooral het menszijn, verbindt de twee vrouwen, al is 'verbinden' misschien een te sterk woord. In het schrijven zoeken ze naar waarheid, maar de twee waarheden botsen. Soms zien ze dat ze allebei ploeterende mensen zijn, bezig zich staande te houden in de storm van het leven. Maar uiteindelijk zijn Ingrid en Evgeniya, ook als ze samen zijn, alleen in Berlijn. Als ze uit elkaar moeten, blijkt dat er toch een soort gevoel van lotsverbondenheid is tussen hen. 

Grijzen

Juncker tekende het verhaal vooral in grijzen. Slechts een enkele keer is er ruimte van kleur, bijvoorbeeld het bloedrood bij de inname van Berlijn en de kleur die er verschijnt als er een paar potten appelmoes blijken te zijn. Die brengen in één keer de kleur terug. Voor even. 

Hier vroeg ik me wel af of het in de tijd kloppend was. Ik vermoed dat er in Nederland toen geen appelmoes in glazen potten te koop was, maar alleen appelmoes in blik. Maar misschien was het in Duitsland anders. Het andere puntje waar ik een vraagteken bij plaatste, was de sluiting van vrouwenkleding. Daarbij gaat soms links over rechts en volgens mij was dat ook toen al andersom. 

De ogen van de personen tekent Juncker groot. Het geeft het holle van de ogen aan en soms de schrik, maar vaker de leegheid. Monden worden vaak niet getekend, waardoor de gezichten minder expressie hebben, wat goed past, omdat de emotie vaak al doodgeslagen is. 

Tegen het eind van het boek staan er weer, net als aan het begin, losse tekeningen op een bladzijde. Maar nu staan juist de mensen centraal. Ze proberen het leven weer op te pakken: spelende kinderen, kaartende mensen, een zonnebaadster. We zien de barsten in de vloer. Zo zullen verder moeten: op een bodem die gebarsten is. 

Alleen

In een epiloog krijgen we Ingrid nog even te zien, volop in kleur. Niet omdat haar leven nu naar wens verloopt, maar wel omdat ze nu alleen is en niet meer anderen haar leven bepalen. Om haar (en waarschijnlijk ook in haar) is er puin, maar er is ruimte om verder te gaan. Qua gevoel deed me dat denken aan het korte verhaal 'Ein kleines Requiem' van Hellema, die vlak na de bevrijding op sterven ligt, maar gelukkig is, omdat er geen mensen meer tegen hem schreeuwen en omdat hij in een schoon bed ligt. 

Alleen in Berlijn is beklemmend boek. Niet alleen vanwege de geschiedenis, niet alleen vanwege wat er toen gebeurd is, maar vanwege de staat van de mens. Waar zijn we toe in staat als we de empathie verliezen en alleen ons lijfsbehoud nog telt? Alleen de vraag is al verontrustend. 

Titel: Alleen in Berlijn
Tekst en tekeningen: Nicolas Juncker
Uitgever: Scratch Books
z.pl. 2020; 200 blz. € 29,90, hardcover