zaterdag 19 juli 2014

111 Hopla's (Judith Herzberg)


Judith Herzberg is een dichteres die meestal niet zingt; ze praat, met niet te harde stem. Maar als ze praat, moet je wel naar haar luisteren en hoe beter je luistert, hoe meer je gegrepen wordt door wat ze zegt. In de loop van de decennia heeft Herzberg met grote regelmaat tegen ons gesproken. Eerder schreef ik over Klaagliedjes en Liever brieven.

Herzberg kan met veel vormen overweg. Soms rijmen haar regels, vaak niet. Soms verdeelt ze in gedicht in strofen, soms niet. Soms schrijft ze lange gedichten, meestal niet. En soms zijn de gedichten wel erg kort. Die gedichten noemt Herzberg 'Hopla's'. Ze haalde er ruim zeventig uit al eerder gepubliceerde bundels en nog een kleine veertig uit ongepubliceerd werk. Samen vormden ze het boekje 111 Hopla's.

Het is een mooi boekje geworden, waarin je heerlijk kunt bladeren om hier en daar een gedicht te lezen. Je kunt ook alle gedichten achter elkaar lezen, maar dan heb je misschien toch de neiging om door te blijven bladeren en de afzonderlijke gedichten te weinig aandacht te geven.

De Hopla's zijn divers. Sommige bestaan uit een observatie. Bijvoorbeeld
Dikke vlieg
Een dikke vlieg botst
     (wil naar binnen)
op het raam. Direct daarop
een kwikstaart
in guirlandevlucht pikt
de verdwaasde tuimelende
nog vóór hij op de grond ligt
op.
Je ziet het tafereeltje voor je, een foto in woorden. Maar dat komt natuurlijk doordat Herzberg het zo precies beschreven heeft. De boog die de kwikstaart beschrijft, kan ze in één woord vatten: guirlandevlucht. En dan dat allenige woordje 'op' waarmee het gedicht eindigt! De regel is er bijna niet, bijna zien we alleen maar wit. De kwikstaart is al weg met zijn dikke vlieg, maar we zien de plek nog waar de vlieg had moeten neerkomen. Een plek ter grootte van het woord 'op'.

Ach, niet elk gedichtje deed me wat, maar dat geeft niet. Er zullen wel weer andere lezers die juist die gedichten eruit pikken. (Ja, ja, zoals een kwikstaart een dikke vlieg, zeker). En misschien hebben sommige gedichten nog wat meer tijd nodig of heb ik voor sommige gedichten meer tijd nodig.

In zijn beknoptheid viel dit gedicht me meteen op:
Na afloop
De cake is voor
de overlevenden.
Het gedichtje is voor mij zowel grappig als triest, wat een mooie combinatie is. Het is vanzelfsprekend dat de cake voor de overlevenden is en niet voor de overledene. Bij wat vanzelfsprekend is, staan we meestal niet stil. We eten de cake, zonder te bedenken dat de overledene er niet van mee-eet.

Soms is de Hopla een gedachte, een inval, soms een observatie, soms iets waar ik niet meteen een woord voor heb. Feit is dat veel van deze gedichten je bijblijven. Ik ben bij het lezen in ieder geval veel oude bekenden tegengekomen. Zo zal het veel lezers vergaan. Bekend is:
De zee
De zee kun je horen
met je handen voor je oren,
in een kokkel
in een mosterdpotje
of aan zee.
En ook:
Bijna nooit
Bijna nooit zie je een vogel in de lucht
zich bedenken, zwenken, terug.
Je herkent ze, maar je leest ze ook opnieuw. Bij de Hopla hierboven vind ik 'bijna nooit' erg voorzichtig. Ik heb het idee dat vogels altijd doelbewust vliegen. En dat rijm 'bedenken, zwenken' zorgt meteen voor iets dansends, een ritme waarop een vogel mooie krullen in de lucht kan maken.

Veel Hopla's getuigen van aandacht. Voor de natuur, voor mensen om je heen, voor je eigen situatie. Het zijn bij uitstek menselijke gedichten, gedichten uit een groot hart. Soms verwarmen ze, soms schrijnen ze.
Zij hoopte zo
Zij hoopte zo zij hoopte zo
dat hij als het beginnen zou
het vreselijk vergeten
zou komen en zou fluisteren
hoe iedereen ook weer heette.
De hele bundel staat dus vol met korte gedichten. Als je doorleest, ben je er zo doorheen. Maar je zult merken dat je teruggrijpt naar het boekje, dit gedicht nog een leest en dat gedicht. En morgen een van die gedichten weer. Kraakheldere gedichten, waar je toch heel lang mee kunt doen. Om met Jeroen van Merwijk te spreken: Dat kunnen alleen de hele groten.

Judith Herzberg, 111 Hopla's. Uitg. De Harmonie, Amsterdam 2014. 120 blz. € 17,50

vrijdag 18 juli 2014

Folies Bergère (Porcel/Zidrou)


Het is honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. In Nederland heeft die oorlog altijd minder aandacht gekregen dan de Tweede, maar nu het een jubileumjaar is, komen er toch heel wat boeken over de Grote Oorlog op de markt. Een deel daarvan is vertaald, zoals het stripboek Folies Bergère.

Bij Folies Bergère denken we natuurlijk aan de beroemde music hall in Parijs, die in 1869 geopend was. Maar in dit boek zitten we in de modderige loopgraven. De soldaten hebben zo de ruimte gedoopt waar zij bij elkaar komen als ze niet op wacht hoeven te staan.  Op deze manier houden ze de moed erin. En na de oorlog willen ze natuurlijk met zijn allen naar de echte Folies Bergère.

Zidrou kennen we van heel uiteenlopende scenario’s. Dit jaar nog won het album Michel (recensie: zie hier), waarvoor hij het verhaal schreef, een penning op de Stripdagen in Gorinchem. In Folies Bergère weeft hij door het oorlogsverhaal het verhaal van de oude Monet, die steeds maar waterlelies schildert en van een jongetje het verwijt krijgt dat de kikkers ontbreken. Zijn tweede zoon diende als militair. 

Het verhaal van de loopgraven maakt hij concreter door een van de soldaten, een kapitein, brieven te laten schrijven aan zijn jonge vrouw Huguette, waarin hij gezamenlijke jeugdherinneringen ophaalt. De herinneringen en fantasieën vormen een veilige plek in een volstrekt onveilige wereld.

Huguette denkt natuurlijk ook aan haar man. Zij heeft met lippenstift de contouren van zijn lichaam op de wand getekend. Ergens in het boek wordt het verlangen zo sterk dat de figuur als een soort La Linia tot leven komt. Het is een mooi beeld voor de kracht van het verlangen.

Er zijn meer passages die verder gaan dan de werkelijkheid. Er is een soldaat die niet sterft nadat hij gefusilleerd is. Hij overleeft zelfs verschillende fusillades. Uiteindelijk blijkt hij zichzelf in leven te houden totdat hij zijn dochter weergezien heeft. Het is de vraag of elke lezer meegaat in dit soort magisch-realistische verhaallijnen.

De tekeningen, door Francis Porcel, hebben over het algemeen maar één steunkleur: sepia. Dat sluit goed aan bij de oude foto’s waarvan wij de Eerste Wereldoorlog kennen. Af en toe lichten de tekeningen op doordat er rood gebruikt is, voor bloed of voor de lippenstift, waarmee Huguette haar man tekent. Juist omdat het kleurgebruik in de rest van het boek zo sober is, zijn de meer kleurige tekeningen indringend.

Soms ook zijn de kleurige gedeelten de oasen (bijvoorbeeld de schilderijen van Monet) waarin we even op adem kunnen komen van alle ellende. Voor Monet zijn de schilderijen misschien ook wel een vluchtplek geweest. Zijn zoon zat in de grauwe modder en daarom moest hij als vader maar voor de kleur en de rust zorgen. 

Folies Bergère is een boek dat de gruwel van de oorlog dichtbij brengt, zoals ook Tardi dat kon doen. Het goede van dit boek is dat het laat zien dat er tussen alle onmenselijkheid er ook liefde en trouw is. In alle kou is er ook de warmte van kinderen en ouders die van elkaar houden of van echtgenoten die ervan dromen ze ooit weer bij elkaar zijn. En altijd blijft de droom levend dat het ooit een keer voorbij zal zijn. Dan vloeit de drank en zwaaien de danseressen hun benen hoger dan ze ooit gedaan hebben. 


Wegens problemen met de scanner, heb ik het illustratiemateriaal van andere sites moeten halen. Vandaar ook de Franse tekst. 
Titel: Folies Bergère
Scenario: Zidrou
Tekeningen: Francis Porcel
Uitgeverij: Dargaud
hardcover, 92 blz. € 19,50 

dinsdag 15 juli 2014

Gavrilo Princip (Henrik Rehr)


Het is honderd jaar geleden dat de Grote Oorlog begon en dat zullen we weten ook: er is intussen een grote hoeveelheid televisieprogramma's, films en boeken over wat later de Eerste Wereldoorlog genoemd zou worden. En er zijn dus ook beeldromans. Eerder besprak ik hier en hier twee boeken van Ivan Petrus Adriaenssens. Nu een boek van de Deen Henrik Rehr: Gavrilo Princip.

Voorop staat in grote letters, onder de titel, 'De man die WO I ontketende'. Tja. Goed, we weten dat Princip kroonprins Franz Ferdinand doodschoot, maar het duurde daarna nog een maand voor de oorlog uitbrak. De situatie was explosief, maar wat zou er gebeurd zijn als Rusland niet zijn troepen had gemobiliseerd?

In het boek volgen we het leven van de Bosnische Princip vanaf zijn geboorte. Daardoorheen krijgen we, zij het minder uitgebreid, inkijkjes in het leven van Franz Ferdinand, ook vanaf diens geboorte. Na lezing van het boek blijft echter vooral het verhaal van Princip hangen, met hem leeft de lezer mee. Hij is sympathiek en je kunt je dan ook goed voorstellen dat hij de moord beging.

Ik snap dat identificatie het lezen vergemakkelijkt, maar af en toe had ik ook wel wat behoefte aan distantie. Was het logisch dat Princip bereid was een moord te plegen. Hij neemt wel erg gemakkelijk afscheid van zijn geliefde Jelena. Rehr heeft het levensverhaal wel erg naar de moordaanslag toe geschreven, heb ik de indruk.

Wel is het Rehr goed gelukt om de ingewikkelde situatie uit te leggen van de landen die later Joegoslavië zouden vormen. We krijgen helder de geschiedenis uitgelegd, van de strijd tegen het Ottomaanse Rijk tot de onoverzichtelijke Balkanoorlogen die aan de Eerste Wereldoorlogen vooraf gingen.

Daar wist ik nog maar weinig van af. Ik had me niet gerealiseerd dat Oostenrijk-Hongarije al in 1908 Bosnië en Herzegovina had ingelijfd en dat Princip en zijn makkers ook daardoor wel wat te verhapstukken hadden met de dubbelmonarchie.

Rehr  maakt van Princip een tragische figuur, die bereid is om een daad te stellen en die door allerlei toevalligheden daar ook nog de kans voor krijgt. Omdat hij op de dag van de aanslag, 28 juni 1914 nog geen twintig jaar oud was, werd hij niet ter dood veroordeeld. Hij haalde overigens het einde van de oorlog niet: op 28 april 1918 stierf hij in Theresiënstadt aan de gevolgen van tuberculose en mishandeling.

Rehr heeft een realistische manier van tekenen, met een overdadig gebruik van zwart. Ik kan me voorstellen dat al dat zwart sommige lezers wel eens te veel wordt. De tekeningen zet hij op sommige bladzijden in witte kaders, op andere in zwarte. De plaatjes zijn minutieus gedetailleerd, de personen zijn soms net iets aan de stijve kant, maar nooit zo dat het hinderlijk is.

Hieronder een van de meer lichte pagina's. De witte vlakken lichten op, maar er is maar weinig wit. De achtergrond wordt vaak helemaal dichtgearceerd. Knap tekenwerk is het natuurlijk wel.

Gavrilo Princip maakt ons duidelijk hoe de situatie nu was aan begin van de Eerste Wereldoorlog. Voor wie daarin geïnteresseerd is, is dit in ieder geval een goed boek. En verder geeft het boek aardig de geschiedenis van Princip weer, een man van wie we nooit gehoord zouden hebben als hij het fatale schot niet gelost had.


Titel: Gavrilo Princip. De man die WO I ontketende.
Tekst en tekeningen: Henrik Rehr
Uitgever: Blloan
Hardcover, 232 blz. € 27,95

maandag 14 juli 2014

Gerucht en geweld (Beb Vuyk)


Op een rommelmarkt kwam ik ze tegen: twee boekjes van Beb Vuyk: Gerucht en geweld en Reis naar het vaderland in de verte. Het ene kostte vijftig cent, het andere vijfentwintig. Ik kocht ze. Op dat moment wist ik niet zeker of ik al iets van Vuyk gelezen had. Ik had ooit een oude uitgave van Duizend eilanden (1937) in mijn kast staan, maar die had ik alleen maar doorgebladerd.

Had ik haar Kampdagboeken (1989) gelezen? Dat zou zomaar kunnen. Voor een spreekbeurt ter gelegenheid van zoveel jaar bevrijding had ik ooit een heel stel oorlogsdagboeken gelezen. Enkele (David Koker, Renata Laqueur) stonden mij nog goed bij. Misschien had ik toen ook Kind in kamp van Mischa de Vreede gelezen, dat geen dagboek is, maar dat wel aansluit bij het thema. Van de dagboeken van Vuyk wist ik het niet meer zeker.

Pas toen ik het boekje in mijn kast zag staan, herinnerde ik het me. Ja, ik had het wel degelijk gelezen. Vrij sober verteld. Wel goed. Een klein stukje ervan wordt voorgelezen in de tv-serie De Oorlog. Dat stukje kun je hier horen.

Van de twee rommelmarktboekjes heb ik Gerucht en geweld intussen gelezen. Het kwam uit in 1959, maar de uitgave die ik heb, is van 1992. Een jaar daarvoor was Vuyk overleden, 86 jaar oud. Wellicht had haar dood wat publiciteit opgeleverd en leek het de uitgever daarom een goed idee om met een herdruk te komen. Misschien ook was ze toch weer een beetje in de belangstelling gekomen met haar kampdagboeken uit 1989. Voor zover ik me herinner, was er niet veel aandacht meer voor de schrijfster Vuyk.

Nou ja, men kende haar wel, maar dan vooral  als schrijfster van kookboeken. Haar Groot Indonesisch kookboek (1973) heb ik op verschillende plaatsen aangeprezen gezien. Ook schreef ze een boek met Vegetarische recepten uit de Indonesische keuken (1982).

Vuyk was eigenzinnig en ging altijd de weg waarvan ze vond dat ze die moest gaan. Ze zal op weerstand gestuit zijn, toen ze na de oorlog onverbloemd de kant van de nieuwe republiek Indonesië koos. In 1958 had ze in dat land trouwens ook genoeg tegenstanders: ze moest na een serie conflicten het land verlaten en keerde terug naar Nederland.

In de oorlog is Beb Vuyk geïnterneerd geweest in verschillende kampen. Ook is ze enkele weken bij de Kempeaiai, de beruchte Japanse politie geweest. De verhoren daar gingen vaak met martelingen gepaard. Daarover heeft ze nooit iets willen vertellen. Maar in Gerucht en geweld schrijft ze er wel over, in het verhaal 'All our yesterdays'.

Zo'n beetje alle verhalen in het boekje gaan over de doorwerking van de oorlog; over hoe de mensen na de oorlog nog lijden onder wat ze hebben meegemaakt. In het genoemde gaat het over een vrouw die nog dromen heeft over de tijd dat ze verhoord werd.
'Droomde u?'
'Ja, van de Kempaitai.' (...)
'Hebben ze u gemarteld?' vroeg de langste.
'Ja, met electriciteit, maar dat was het niet.'
 De droom/herinnering gaat inderdaad niet over de verhoren. De hoofdpersoon is gevangen genomen, samen met twee andere vrouwen, An en Chris. Ze hebben met elkaar afgesproken wat ze zullen zeggen bij een verhoor. Maar dan wordt Bennie binnengevoerd, een krijgsgevangene. Hij is niet op de hoogte van het verhaal dat de vrouwen verzonnen hebben en zal hen verraden.

In de vijf verhalen uit Gerucht en geweld hangt iets dreigends, ook al hebben de personages de ellende al achter de rug. Het verleden is groot en duikt op verwachte en onverwachte momenten op. We krijgen soms uitgebreid te lezen wat er gebeurd is, soms beknopt. De toon is vrij zakelijk en dat maakt de verhalen alleen nog maar indringender.

Is dit een goede verhalenbundel? Dat is moeilijk te zeggen. De verhalen zijn niet altijd evenwichtig opgebouwd, de stijl is niet opvallend. Maar je ontkomt niet aan beklemming. Behalve daarom kun je de verhalen lezen vanwege de onafhankelijke stem die erin doorklinkt, die een visie geeft die je niet overal leest. Vuyk heeft niet een simpel vijandbeeld, de zaken liggen minder eenvoudig. Een citaat:
'Eigenlijk was het leven in krijgsgevangenschap veel eenvoudiger,' zei Hermans 'n paar dagen later. 'Je leefde naar het einde toe en dat einde was de dood of de vrede. Als het je lukte om in leven te blijven en zelf heb ik altijd geloofd dat ik het halen zou, dan zou je weer teruggaan. Erge problemen had ik toen niet. De Jappen waren wreed. Je had medelijden met hun slachtoffers, maar hun wreedheid heeft mij om henzelf nooit geschokt. Ik kende ze niet en ik nam zonder meer aan, dat het bij hun systeem hoorde.'
'Maar nu kom ik er niet zo makkelijk meer van af. In dat ene jaar na de oorlog heb ik ontzettende dingen zien gebeuren. Ik heb beestachtigheden meegemaakt, zowel van Hollanders als van Indonesiërs, mensen die ik ken en aan wie ik verwant ben. Soms heb ik weleens gedacht dat wreedheid een latente ziekte moet zijn of een dronkenschap, die ontstaat door het geluid van schoten en het zien van bloed.'
Uit: 'De jager en zijn schietgeweer'
Vuyk zal wel vergeten worden, zoals de meeste schrijvers. Maar van tijd tot tijd zal iemand, bij voorbeeld op een rommelmarkt, een boekje van haar vinden en het gaan lezen. In zijn hoofd zal zij nog even doorleven.

donderdag 10 juli 2014

En nu maar hopen dat de boeddhisten zich vergissen (Blast deel 4)


Sommige strips hoef je eigenlijk niet meer te recenseren. Je meldt dat ze er zijn en dat is genoeg. Het slotdeel van Blast, van Manu Larcenet, is zo'n strip. Ik schreef al eerder over deel 3 en ik plaatste het boek boven aan de lijst van beste beeldromans van 2013. In deel 4 rondt Larcenet de reeks af.

Al de hele reeks weten we dat er iets vreselijks is gebeurd. Polza wordt namelijk al vier delen lang ondervraagd door de politie. Stukje bij beetje komen we zijn verhaal te weten: hoe hij aan het zwerven sloeg en op die manier losraakte van al zijn vastigheden. Hoe hij mishandeld en verkracht werd. Hoe hij een medepatiënt en diens dochter ontmoette. In deel 3 kreeg je de indruk dat het met die dochter slecht was afgelopen. In dit deel lezen we of dat inderdaad zo is.

Blast is een beklemmende strip. Dat geldt ook weer voor dit vierde deel, En nu maar hopen dat de boeddhisten zich vergissen. Je hebt als lezer sympathie voor de logge Polza, maar je weet ook dat hij tot vreselijke dingen in staat is. Hij komt in omstandigheden waarop hij nauwelijks grip heeft, zodat je je als lezer, en dus als degene die zich identificeert met hoofdpersoon, machteloos voelt.

Omdat Polza ook een duistere kant heeft, kun je dit boek niet lezen zonder deel te krijgen aan die duisternis. Misschien is niet alleen Polza, maar ben jijzelf ook schuldig. Als Polza zomaar los kan raken van zijn ankers, waarom jij dan niet? Lezen van Blast betekent dat je bereid moet zijn je veilige positie op te geven.

Dat deze strip zo dicht op je huid gaat zitten, komt natuurlijk doordat Larcenet zo goed is. Het scenario zit uitgekiend in elkaar, maar ook de tekeningen zijn goed. Het grootste deel is in zwart-wit. Tussendoor komen kleurige kindertekeningen voor. In de vorige delen duidden die op wat Polza de 'blast' noemde, die hij onderging mede onder invloed van drugs. Hij liet zich meevoeren door visioenen of wanen.

In dit deel komen ook wel andere tekeningen in kleur voor, zoals het stripje over Jasper, de bipolaire beer, dat getekend is door Jean-Yves Ferri. Maar het grijze en zwart-witte voert de boventoon. Alles komt samen in dit deel: de dood van Polza's vader, de Paaseilandbeelden, de dood van de schilder en meer en meer.

Het niveau waarop Larcenet werkt, is ongekend hoog. Blast behoort tot de beste series die ik ooit gelezen heb. Als je de boeken uit hebt, hoef je even niets anders: geen andere strips, geen boeken, geen muziek. Je wilt alleen maar heel stil zijn. Wie dat voor elkaar krijgt, moet een meester zijn. Larcenet is dat.

Een interview, in het Frans, naar aanleiding van deel 4.
De eerste twintig pagina's (ook in het Frans) vind je hier.


Omdat ik nog steeds problemen heb met mijn scanner, heb ik de plaatjes moeten plukken in weilanden van andere boeren.



woensdag 9 juli 2014

Krimson (Amoras deel 3)


Series beoordeel je als geheel: je begint eraan en besluit om de serie al of niet te volgen. Als je afhaakt, na deel 1 of later, is de serie blijkbaar niet goed genoeg. Als je de serie helemaal volgt, kun je achteraf nog steeds zeggen dat die tegengevallen is of verzuchten dat het een heerlijke reeks was.

Ik begon aan de serie Amoras, laten we maar zeggen Suske en Wiske voor een wat ouder publiek, omdat ik wel eens wilde weten wat het was. Over deel 1 schreef ik hier. Ik was tevreden over de vaart van het verhaal en de frisse aanpak.

Wel meende ik een inconsequentie te zien, maar dat bleek een slimme aanwijzing voor wat er te lezen was in deel 2. In dat deel zagen we ook een zwartharige vrouw met grote ogen, een medepatiënte van Sidonia. Ik voorspelde dat ze in een volgend deel een grotere rol zou gaan spelen.

Intussen is dat volgende deel er: Krimson. En, inderdaad, de vrouw komt erin voor en ze blijkt niet alleen maar een figurant te zijn. Haar rol zal nog groter worden. Ook de rol van de strijdbare jonge vrouw Jérusalem zal zich nog verder ontwikkelen. Op de eerste pagina van deel 3 heeft ze rode ogen, iets wat Suske niet op lijkt te merken. Maar de studievriend van Barabas, een aalmoezenier met wenkbrauwen als Sean Connery, ziet haar als iemand die het teken van het beest draagt. Vlak daarna sterft hij en dat zal niet toevallig zijn.

Het deel Krimson is weer een mooie mix van vragen die beantwoord en vragen die opgeroepen worden. Dat houdt het verhaal gaande. Lambiek en Jerom komen in de buurt van professor Barabas, Jérusalem zoent met Suske en komt dichter bij Krimson, we weten dat Suske en Wiske leven, hoewel anderen denken dat ze dood zijn en Sidonia, die iedereen nu als patiënt ziet, zal straks meer weten dat menig ander personage.

Aardig, aardig. Nu ik de eerste drie delen heb, zal ik deel 4 ook wel kopen. En met plezier lezen. Dat deel verschijnt op 21 oktober. Ik heb wel het idee dat de publiciteit rond de serie langzaam wat minder wordt. Maar misschien is die domweg niet meer nodig.


Voor meer over de serie: kijk ook eens hier.

dinsdag 8 juli 2014

Omnivisibilis


De film The Truman Show (1998) gaat over iemand die een overzichtelijk leventje denkt te leiden. Alles is echter geregisseerd: hij is de hoofdpersoon in een realityserie. Iedereen acteert, hij is de enige 'true man'. De kijkers kunnen hem volgen en weten precies wat hij doet.

Aan die film moest ik denken bij het lezen van strip Omnivisibilis. Scenarioschrijver Lewis Trondheim heeft een verhaal ontwikkeld met een wonderlijk uitgangspunt: van het ene op het andere moment is er iets vreemds aan de hand met de hoofdpersoon, Hervé Boileau. Als mensen hun ogen dichtdoen, zien ze wat Hervé op dat moment ziet en als ze hun oren dichtstoppen, horen ze wat hij hoort.

Voor Hervé heeft dat tot gevolg dat hij zijn privacy kwijt is: iedereen herkent hem en veel mensen proberen beter van hem te worden. Zelfs zijn vriendin doet een poging om via Hervés blik gesignaleerd te worden, opdat iemand zal zien hoe groot haar acteertalent is. Gelukkig heeft Hervé vrienden die hem af willen schermen, maar het is lastig om een veilig plekje voor hem te vinden.

De vrienden hebben het plan om samen met Hervé een flinke klapper te maken met zijn gave, maar intussen zit zo'n beetje de hele wereld achter hem aan. Dat moet haast wel verkeerd aflopen.

Omnivisibilis is een ongemeen grappige strip. Het idee is briljant, maar het is bovendien met een ijzeren consequentie uitgewerkt. Het probleem neemt absurde vormen aan, maar je gaat als lezer moeiteloos mee met de ontwikkelingen als je Hervés gave (of handicap) eenmaal geaccepteerd hebt.

Hervé is duidelijk een anti-held, wat hem iets sympathieks geeft. Het is net zo'n lulletje als het grootste deel van de lezers, dus bijna iedereen kan zich met hem identificeren. En dan blijkt ineens de hele wereld om hem te draaien! Daarmee willen lezers graag meeleven.

De tekeningen zijn van de hand van Matthieu Bonhomme. Ze zijn helder; de enige steunkleur die gebruikt wordt (turquoise), kent geen nuances. Bonhomme houdt soms de decors eenvoudig, wat het doorlezen vergemakkelijkt, maar hij heeft ook lol in grotere tekeningen, waarop veel gebeurt.

De combinatie van een spannend, grappig verhaal en heldere tekeningen is zeer gelukkig. Wie eenmaal aan Omnivisibilis begint, is verkocht: hij moet het in één ruk uitlezen. Heerlijk! Hoe het boek afloopt? Of het wereldwijde tumult op een ramp uitloopt? Lees dat maar lekker zelf.

(vanwege problemen met de scanner, val ik terug op een illustratie die ik elders gevonden heb. Met Franse tekst)

Titel: Omnivisibilis
Scenario: Lewis Trondheim
Tekeningen: Matthieu Bonhomme
Uitgever: Blloan
Hardcover, 160 blz. € 19,95