zondag 30 juni 2013

Voor de troepen uitlopen



Mascara kan uitlopen. In de lente zijn er struiken die uitlopen. Een renner die aan het peloton ontsnapt is, kan uitlopen op de rest. En Jeroen Dijsselbloem kan uitlopen. Als mascara, denk ik. Terwijl hij voor de troepen staat. Dat lees ik in ieder geval in een kop in Vrij Nederland van 29 juni 2013: 'Soms moet je voor de troepen uitlopen.'

Dat zal niet de bedoeling zijn. Het gaat in deze zin niet om uitlopen, voor de troepen, maar om lopen, voor de troepen uit. De redacteur heeft blijkbaar niet gezien dat de bijwoordelijke bepaling in deze zin 'voor de troepen uit' is.

Dat zie ik de laatste jaren bijna dagelijks in kranten en tijdschriften: als een woordgroep eindigt op een voorzetsel/achterzetsel en als daarna een werkwoord volgt, wordt dat werkwoord aan het achterzetsel geplakt.

Enkele voorbeelden uit romans:

...een woeste bos blond haar, dat alle kanten opstond. (Arie Kok, Morie)
Voor ze het hotel ingaan... (Arnon Grunberg, De man zonder ziekte)
...de keren dat hij zijn jas van zich afgewoeld had. (Hanna Bervoets, Alles wat er was)
Uit wanhoop [...] heb ik [...] de rollator van het rationalisme de deur uitgegooid. (Frans Willem Verbaas, De vierde vrouw)
...het spoor dat ze achter zich aantrekken (Ineke van Laanen, Wit)

In bovenstaande gevallen gaat het niet om opstaan, ingaan, afwoelen, uitgooien en aantrekken, maar om: gaan, het hotel in; woelen, van zich af; gooien, de deur uit; trekken, achter zich aan.

De fout komt zo vaak voor, dat mensen denken dat het goed is. Twee keer heb ik meegemaakt dat een redacteur zelf de fout aanbracht, menende dat hij een fout verbeterde. Ik blijf mij daarover verbazen, aangezien de regel mij niet zo moeilijk lijkt.

Misschien komt het doordat de zinsontleding steeds minder onderwezen wordt in het voortgezet onderwijs. Wie een zin ontleedt, ziet al snel welke woorden bij elkaar horen. Maar met zo'n ontledende blik kijken redacteuren of correctoren blijkbaar vaak niet meer. Wie het eenmaal gesignaleerd heeft, ziet het overal. Vaker dan hem of haar lief is.

vrijdag 28 juni 2013

Dat is wij

Het kan soms flink mis gaan in een relatie. Herman Leenders schreef er ooit een roman over: De echtbreukeling. Ook in Dat is wij, zijn nieuwe dichtbundel, is het leven van man en vrouw bepaald geen feest. De gehele eerste afdeling (‘Onchristelijke gedachten’) is eraan gewijd. 

Tussen de gelieven is er onbegrip, wrevel en wellicht zelfs slaande ruzie. Leenders maakt in ieder geval een paar keer de vergelijking met een oorlog of een veldslag. En als het allemaal over is en de ex-gelieven elkaar ver na de strijd weer eens ontmoeten, drinken ze samen een glas ‘zoals vrienden / Vijanden zijn die geen wapens meer hebben / Om te vechten en dat bracht ons aan het lachen.’

‘Om te vechten’ is een overbodige toevoeging en ‘en dat bracht ons aan het lachen’ maakt de formulering nog slapper. Daar heeft Leenders wel een handje van. In Dat is wij komen best wat goede zinnen voor, maar bijna geen enkel gedicht is in zijn geheel sterk.

Een van de betere is: 


Buurlanden
We liggen als buurlanden 
Naast elkaar
Jij exotisch buitenland
Ik leeg en bars binnenland
Met eigen vlaggen en gebruiken
Wetten en grenzen
Die we overschrijden
Hartstochtelijk verdedigen
Met douanes en taksen
En bij diplomatieke incidenten
Bloemen, nutteloze geschenken
We hadden schepen kunnen zijn
Maar we zijn buurlanden

Buurlanden liggen aan elkaar vast en kunnen niet weg van elkaar. Hoe dicht ze ook bij elkaar zijn, ze verschillen. En blijkbaar geeft dat problemen: er moeten grenzen verdedigd worden en die worden dan toch overschreden. Er zijn incidenten, die weer goedgemaakt moeten worden met bloemen en nutteloze geschenken.


Zo leven deze mensen samen. Het had ook anders kunnen zijn. Ze hadden ook schepen kunnen zijn. Ongetwijfeld zijn dat de ‘ships that pass in the night’ van Henry Wadsworth Longfellow:
Ships that pass in the night, and speak each other in passing, 
Only a signal shown and a distant voice in the darkness;
 
So on the ocean of life we pass and speak one another, 

Only a look and a voice, then darkness again and a silence. 
Het goede van Leenders’ gedicht vind ik dat de hopeloosheid van de situatie nauwelijks benoemd wordt, maar dat je die wel voelt. Er is geen oplossing, de beide mensen zijn ertoe veroordeeld om met elkaar te leven, zonder dat ze gelukkig zijn en misschien hebben ze zich daar al bij neergelegd.

De tweede afdeling van de bundel, ‘Ora pro nobis’ gaat over de uitzichtloosheid van het werk (in gedichten als ‘Forens’ en ‘Vergaderzaal Margritte’), maar ook over de verhouding tot de ouders en over het verval dat onvermijdelijk is.

Met die onderwerpen is niks mis; elk onderwerp is goed voor een gedicht. Maar je moet er vervolgens wel iets mee doen en dat verzuimt Leenders. Bijna nooit lees je in zijn gedichten iets waarvan je rechtop gaat zitten, iets wat tegendraads is of ongepast, iets wat je nieuwe inzichten brengt. Ze kabbelen voort, ze zijn boos op de verwachte plaatsen, ze blijven keurig in de pas lopen. Het zijn gedichten die niemand pijn doen.

Verschillende keren vlucht Leenders in het expliciete en bijna altijd heeft dat tot gevolg dat je als lezer de schouders ophaalt. Hij het gedicht ‘Vanitas’ eindigt met ‘Liet mij huilend achter’.  Dat zal wel, maar het is de bedoeling dat dat verdriet niet alleen genoemd wordt, maar dat de het op de lezer overgebracht wordt. Dat gebeurt niet.

De laatste afdeling heet ‘Naar wens’ en gaat voornamelijk over het schrijven. Er staan nogal wat gedichten in die op verzoek geschreven zijn. De opdrachtgevers zullen wel tevreden geweest, het zijn brave gedichten.

Het is te hopen dat Leenders in een volgende bundel minder op veilig speelt, meer risico durft te nemen. Daar worden gedichten misschien minder evenwichtig van, maar wel veel interessanter. 

Herman Leenders, Dat is wij.  Uitgeverij De Arbeiderspers, Utrecht/Amsterdam/Antwerpen 2013; 68 blz. € 17,95 

donderdag 27 juni 2013

Kroniek van een aangekondigde dood (Knipoog 25)


Al een tijdje noteer ik boektitels waarnaar geknipoogd wordt in krantenkoppen. De schrijver wiens titels het vaakst voorkomen, is Gabriel García Marquez. Hier signaleerde ik een verwijzing naar Honderd jaar eenzaamheid. In hetzelfde stukje staan linkjes naar knipogen naar  Liefde in tijden van cholera en naar Kroniek van een aangekondigde dood. 

Naar dat boek werd opnieuw geknipoogd op de voorkant van het V-katern van de Volkskrant van donderdag 27 juni 2013. De koppenmaker wilde vertellen hoe de film World War Z te kampen had met negatieve publiciteit vooraf. Hij haalde daarvoor Marquez maar weer eens van stal: 'Kroniek van een aangekondigde flop'. Werkt altijd.


dinsdag 25 juni 2013

Onder Palestijnen



Van Joe Sacco heb ik al verschillende boeken gelezen. Ik schreef eerder over Gaza 1956, Moslimenclave Gorazde en Reportages. Maar het boek waarmee Sacco beroemd werd, Onder Palestijnen, lag ongelezen op een stapel. Tot voor kort.

In Onder Palestijnen hanteert Sacco dezelfde werkwijze die hij latere boeken hanteert: hij gaat intensief om met de mensen ter plekke, maakt foto's en schetsen en voert vooral veel gesprekken. Die gesprekken en wat hij verder meemaakt, geeft hij weer in zijn getekende reportages.

Intussen is er al heel wat bekend over het conflict tussen Israël en de Palestijnen, maar Sacco brengt het als geen ander dichtbij. In krantenberichten gaat het om anonieme mensen; je weet niet wie de slachtoffers zijn, je weet niet hoe de hele toestand ingrijpt in levens. Sacco laat ons dat uitgebreid zien. We kunnen niet anders dan meeleven met de mensen die hij ons laat zien. Ze vertellen hun verhaal aan Sacco, en hij tekent het alsof ze het aan ons vertellen.

Joe Sacco heeft dit boek duidelijk geschreven om de kant van de Palestijnen te laten zien. Minder dan in zijn latere boeken komen mensen van de andere partij aan het woord. Maar in een van de laatste hoofdstukken trekt hij wel een tijdje op met twee Israëlische vrouwen. Hij laat hen aan het woord en gaat met hen naar Tel Aviv, wat wel een andere omgeving is dan de Westoever of de Gazastrook.

Onder Palestijnen besteedt ook aandacht aan aspecten waarover je elders nooit wat leest, bijvoorbeeld de positie van gehandicapten. Aan iemand die gedeeltelijk verlamd is, vraagt Sacco wat zijn plaats is in de samenleving. Iemand anders antwoordt: 'We respecteren jou'. De man kan niet anders meer dan zeggen: 'Ze respecteren me', maar je merkt hoe moeilijk hij het het heeft met zijn toestand.

Meer dan in latere boeken heeft Sacco tekst nodig. Er zijn zelfs gedeelten met extreem veel tekst, bijvoorbeeld in hoofdstuk twee. Daaraan merk je dat het hem in latere jaren steeds beter gelukt is om de tekeningen te laten vertellen. Het zou me niet verbazen als hoofdstuk twee een van de oudere hoofdstukken is.

Onder Palestijnen  kreeg verscheidene prijzen, zoals de American Book Award, Gugenheim Fellowship Rirecracker Award en de VPRO Grand Prix. Verder kreeg Sacco de prestigieuze Eisner Award. Dat lijkt me zonder meer terecht. Maar een boek als Gaza 1956 vond ik eigenlijk beter. Misschien komt dat ook doordat Sacco daarin veel doelgerichter te werk is gegaan: hij wilde boven water krijgen wat er in 1956 in Gaza is gebeurd.

Nu is het ook niet helemaal eerlijk om Onder Palestijnen te vergelijken met Gaza 1956. De eerste afleveringen van de Palestijnenreportages verschenen al in 1993. Het uiteindelijke boek verscheen in 2001. Gaza 1956 verscheen in 2009. Toen had Sacco intussen al heel wat meer ervaring.

In Onder Palestijnen zit niet altijd een heldere lijn. Het slot overviel me zelfs: ik had pas in de gaten dat het boek uit was, toen er na de laatste bladzijde niets meer bleek te zijn. Wel volgen we als lezer Sacco en dat is wel een lijn die gemakkelijk te volgen is.

We zullen hopen dat Sacco nog veel van dit soort boeken zal maken. In Reportages verkende hij ook totaal andere streken, zoals Tsjetsjenië. Er zijn nog veel plaatsen op de wereld waar er iemand als Joe Sacco nodig is om ons te laten zien wat er werkelijk aan de hand is.





Joe Sacco, Onder Palestijnen. Uitg. Xtra, Amsterdam 2005. 288 blz. € 25,-

zondag 23 juni 2013

Umbrella Academy - De Apocalyps Suite


Als kind heb ik nogal wat boeken gelezen met helden in de hoofdrol. De jongensboeken over Buffalo Bill en Arendsoog natuurlijk, maar ook veel strips. Ik hield van revolverhelden als Kid Colt en Rawhide Kid, maar ook van superhelden als Spinneman (volgens mij werd hij zo genoemd en niet Spiderman), Batman en de X-mannen (al weet ik niet zeker meer of die toch niet hun Engelse naam hadden).

Van helden weet je dat ze zullen winnen, maar dat dat niet vanzelf gaat. Ze hebben hun zwakke momenten en de tegenstanders zijn ook niet mis. Later begon het onoverwinnelijke me tegen te staan. Waarom zou je lezen hoe een gevecht verloopt als je toch al weet wie er wint? Bij Hellboy liep ik daar bijvoorbeeld tegen aan. Maar Hellboy is als karakter in ieder geval interessant.

Het genre heb ik maar weer eens geprobeerd door Umbrella Academy te gaan lezen en daarvan het eerste deel, De Apocalypse suite. Met het tekenwerk, door Gabriel Bá, is niets mis en de inkleuring is fraai. Maar het verhaal boeide me minder.

Het scenario is geschreven door Gerard Way, die bekend werd in de popmuziek. Hij creëerde zeven superhelden, die allemaal op hetzelfde moment geboren werden. Nou ja, er werden wel drieënveertig kinderen op dat moment geboren, allemaal uit alleenstaande vrouwen bij wie niet te zien was geweest dat ze zwanger waren.

Wat is er met die andere zesendertig baby's gebeurd? Bezaten zij ook bovenmenselijke krachten? Het boek zwijgt erover. Het zevental wordt opgevoed door een man met een oogglas in, Sir Reginald Hargreeves.

Als kind al moet het zevental optreden. Met succes natuurlijk. Dan slaat het boek twintig jaar over. De zeven zijn uit elkaar en komen weer bij elkaar, na de dood van Sir Reginald. De wereld is in gevaar en alles hangt af van deze magnifieke zeven. Er is een bijzondere rol weggelegd voor De Witte Viool, Vanya.

Waarschijnlijk hou ik gewoon te weinig van het genre om dit boek te kunnen waarderen. Ik wil interessante personages en dat zijn deze figuren maar tot op zekere hoogte. Het interessantst is Vanya, het buitenbeentje, van wie je je afvraagt aan wiens kant ze eigenlijk staat.

Ik denk met weemoed terug aan een meesterwerk als Watchmen, van Alan Moore: doordacht van opzet, met veel verschillende verhaallijnen en toch een heldere structuur; een thematiek die zich uitstrekt tot buiten het stripverhaal en in een brede zwaai veel van Amerika uit de jaren tachtig meeneemt; meer dan boeiende personages. In Watchmen hebben we ook superhelden, maar ze zijn oud. De een is ongeneeslijk ziek, de ander heeft ideeën waarmee je niet geassocieerd wilt worden.

Wat mij betreft is Watchmen de norm, al weet ik dat ik weinig boeken die norm halen. Maar je kunt toch op zijn minst proberen om in de buurt te komen. Umbrella Academy haalt dat bij lange na niet.





vrijdag 21 juni 2013

Wit


Sommige boektitels zal ik nooit meer vergeten, ongeacht of ik de boeken wel of niet gelezen heb. Zo zal ik bij Leo Pleysier meteen denken aan Wit is altijd schoon en bij Kousbroek aan De aaibaaiheidsfactor, Einsteins poppenhuis of Het Oostindisch kampsyndroom. Bij Pleysier denk ik pas in zoveelste instantie aan De kast en bij Kousbroek zullen er ook best boeken zijn die mij zelfs nu niet te binnen schieten.

Ineke van Laanen gaf haar roman de titel Wit. Ik vermoed dat ik zo'n titel niet zomaar zal onthouden. Ook in het boek zijn er gedeelten die niet op de zeef van mijn geheugen zullen blijven liggen. Wat zal me misschien wel bijblijven?

Dat de hoofdpersoon (Maud) humanistisch uitvaartbegeleidster is. Ze schrijft toespraken die ze bij begrafenis of crematie voorleest. Op een dag moet ze dat doen voor Laura, die ze in het verleden goed gekend heeft. Korte tijd hadden ze zelfs een relatie. Laura heeft zelfmoord gepleegd. Ze heeft haar leven lang geworsteld met de dood van haar zusje Resi, waaraan ze zich schuldig achtte en misschien was ze dat ook.

Zal ik me later nog iets van Hugo herinneren? Hij is de man van Maud. Ze hebben twee kinderen, die het huis uit zijn. Doordat Maud zo bezig is met de dood van Laura, komen er spanningen tussen Hugo en Maud. Het verloop daarvan is niet altijd even geloofwaardig. Als Hugo een tijdje het huis uit gaat, lees je bijvoorbeeld niets over de kinderen. Ze komen niet langs, ze bellen niet, ze worden niet eens genoemd. De schrijfster was ze misschien wel vergeten.

In het boek hadden ook best wat zinnen en passages geschrapt kunnen worden, om het allemaal net iets pittiger te maken. De proloog (over de dood van Resi) is vrij slap geschreven. Die had misschien wel helemaal weg gekund.

Een raar detail zal ik me zeker herinneren. Ik ken geen boek waarin zo vaak iemand in bedwang gehouden wordt door hem of haar bij de polsen te pakken. Zeker een keer of tien, schat ik. Waar komt dat toch vandaan? Zijn er inrichtingen waar men agressieve patiënten zo aanpakt?

Sommige dialogen heeft Van Laanen goed geschreven. Vooral in gesprekken met Britt (de vrouw van Laura) zit vaart en spanning. Ook de afwisseling van heden en verleden is goed gedaan. In beide tijdlagen zijn er elementen die je uitnodigen om verder te lezen.

Wit is niet een goed boek, maar het is ook niet slecht. Ik hoefde me er niet doorheen te worstelen en ik denk dat het meer mensen zo zal vergaan. Wie het gaat lezen, zal een aardige avond hebben. Wel hoop ik dat Van Laanen bij een volgend boek een strenge redacteur zal treffen, die haar tot een beter boek zal pressen.

Ineke van Laanen, Wit. Uigeverij IJzer, Utrecht 2013. 176 blz. (via Ten Pages)


donderdag 20 juni 2013

Zorg (2)

U kent het verhaal, vermoed ik: een man is op reis en wordt onderweg overvallen. De overvallers gaan hardhandig te werk en tuigen hem af alsof hij een scheidsrechter bij het amateurvoetbal is. Zwaar gewond blijft de man langs de kant van de weg liggen. Het is een vrij stille route en hij hoopt maar dat er iemand langskomt.

Na een uur passeert er een dominee. Hij ziet de man liggen, concludeert dat hij niet bij zijn gemeente hoort en loopt door. Je kunt niet iedereen helpen. Dan passeert er een politicus. Die blijft wel even staan. 'Sorry, meneer', zegt hij, 'maar ik kan niets voor u doen. Wij politici maken alleen maar het beleid, de uitvoering laten wij over aan anderen.' En de politicus loopt door.

In de verte komt er een derde man aan. ‘Dat moet de barmhartige Samaritaan zijn’, denkt de gewonde man, die zijn klassiekers kent. ‘Help!’ roept hij, als de derde man op roepafstand is. Snel komt de man naar hem toe en buigt zich over naar de gewonde.

‘Ik hoor een hulpvraag’, zegt de man, ‘en dat komt goed uit, want ik ben de ambtenaar van het zorgloket.’ De man, die zich half had opgericht, laat zich terugzakken in het gras. Nu zal alles wel goedkomen. ‘U helpt me toch?’ vraagt hij.

‘Nou’, zegt de ambtenaar, ‘dat is net iets te gemakkelijk gedacht. Wij kunnen niet zomaar ingaan op elke hulpvraag. De kosten van de zorg rijzen de pan uit, dus we moeten selecteren aan de poort. Iemand die eenmaal ingestapt is in de draaimolen van de zorg, stapt er immers niet zomaar meer uit.

Bovendien zijn wij niet meer in de eerste plaats hulpverleners, maar coaches. We gaan dus eerst even kijken wat u zelf kunt. Kunt u staan?’

‘Ik kan niets meer’, mompelt de man. ‘Helpt u me toch! Bel 112.’ 
‘In het verleden’, zegt de zorgambtenaar, ‘hebben we veel te snel de hulpbehoefte van de cliënten geaccepteerd. U denkt dat u niets meer kunt, maar dat is niet zo. Wij gaan ons niet focussen op uw beperkingen, maar op wat uw mogelijkheden zijn. Wij gaan u helpen om in uw kracht te gaan staan. Ik ga de formulieren halen en dan stippelen we samen een traject voor u uit. U denkt intussen na over de mogelijkheden die u hebt om uw problemen op te lossen.’ En weg is de ambtenaar.

Hier laten we het verhaal maar even voor wat het is. De strekking is duidelijk: de moderne zorg gaat niet meer uit van barmhartigheid en misschien is dat niet eens zo erg. Wel hebben vernieuwers de neiging door te draven en dan gaat het altijd fout. Ze verklaren dan hun ideeën heilig en kijken niet meer naar de praktische uitvoerbaarheid.

We hebben het meegemaakt bij de invoering van de Tweede Fase in het voortgezet onderwijs: de leerling moest aangesproken worden op zijn zelfstandigheid. Docenten mochten niet meer kennis overdragen, maar ze moesten de leerling coachen wanneer hij zich die kennis zelfstandig eigen maakte. Uiteindelijk is er niets van terechtgekomen. In 2008 trok de commissie Dijsselbloem vernietigende conclusies.

Stel dat over twintig jaar een parlementaire commissie de veranderingen in de zorg moet beoordelen. Zou die dan tot dezelfde conclusies komen als de commissie Dijsselbloem?

Ik neem ze over, met kleine aanpassingen:
  •          De analyse van de problemen schoot tekort.
  •          Er zijn grote risico’s genomen met kwetsbare mensen.
  •          De verantwoordelijke bewindslieden vertoonden een tunnelvisie.
  •          Het politiek draagvlak werd belangrijker gevonden dan het draagvlak in de zorg.
  •          De professionals in de zorg en de cliënten zijn onvoldoende gehoord in de ‘zorgpolder’.
  •          Veel beleidskeuzen werden bepaald door het financiële kader.
  •          De effecten van de vernieuwing en de resultaten lopen uiteen.
  •          De wetenschappelijke onderbouwing van de nieuwe zorg ontbrak.
  •          De wijze van invoeren van de vernieuwingen was risicovol.
Hopelijk hebben we iets van het verleden geleerd en gaat het bij de vernieuwingen in de zorg anders dan bij die in het onderwijs. Er zijn wel overeenkomsten, vrees ik. Ook nu zijn bezuinigingen een belangrijke motor in het voortstuwen van de veranderingen. Of, zoals de commissie Dijsselbloem het formuleerde: veel beleidskeuzen worden bepaald door het financiële kader.

Het moet allemaal nog gebeuren. Sommige zaken liggen vast, maar er is nog heel wat te sturen en u hebt de kans om mee te sturen. Met ingang van 2015 moet het nieuwe beleid uitgevoerd worden. U zult dat pas ten volle kunnen doen, als u ervan overtuigd bent dat het goed is voor mensen die nu al een beroep doen op zorg of dat nog gaan doen. Maar daarnaast moet u ervan overtuigd zijn dat er in het hele traject ook met u rekening gehouden is. Ook u hebt er recht op om met zorg behandeld te worden.

Er gaat de komende tijd veel veranderen, maar tegelijk blijft er veel hetzelfde. De hulpvragen blijven, de blik waarmee de cliënt u aankijkt, blijft hetzelfde en u blijft dezelfde.

In iedereen die met betrokkenheid in de zorg werkt, klopt het hart van de Samaritaan uit het oude bijbelverhaal, die niet wegkeek toen hij nodig was, die niet doorliep, maar die deed wat gedaan moest worden. Wij weten niets van zijn twijfels, zijn onzekerheden, zijn weerstand misschien of zijn woede. Hij zal ze ongetwijfeld gekend hebben. Maar in hem klopte een hart, als dat van u. Laat dat hart, ook vanmiddag, vrijuit spreken. 

Deze column is uitgesproken op 20 juni 2013 in het zogeheten 3D-café van de gemeente Ede. 
Een eerdere column over de zorg vindt u hier.