dinsdag 14 januari 2025

De wereld volgens Hein de Kort, deel 6 (Hein de Kort)


'De wereld volgens...' is het begin van vele titels. Dat begon voor zover ik weet bij De wereld volgens Garp (1978), van John Irving. Wie het boek niet gelezen heeft, heeft de film wel gezien. Sinds die tijd kom je soortgelijke titels overal tegen, van De wereld volgens Gijp tot De wereld volgens Daan en verder volgens Bob, Darp, Nederland, Maarten van Rossem, Pinto, John, Bentley, Monsanto, Valkema. Wie verder googelt vindt waarschijnlijk nog veel meer. In dat rijtje hoort ook De wereld volgens Hein de Kort, waarvan het zesde deel is verschenen. 

De titel suggereert dat je in dit boek een soort wereldbeeld krijgt en in zekere zin is dat ook zo. Niet dat De Kort zijn visie tot in detail uitwerkt, maar in deze bundeling cartoons laat hij zien welke dingen uit de actualiteiten hij opgepikt heeft en hoe hij erop reageert. 

Lijn

In dit zesde deel staat hij zelf prominent voorop, met naast hem Dirk (van Dirk en Desiree), die mompelt: 'Zo... Zijn we tegenwoordig van de klare lijn.. Hein?' Dat is al grappig, want als De Kort iets is dan is dat niet een beoefenaar van de klare lijn. De Korts lijn is bijzonder onklaar. Daar moeten sommigen misschien aan wennen, maar die lijn blijkt het in de cartoons goed te doen. 

Aan de ene kant suggereert de lijn snelheid, alsof de cartoon een onmiddellijke ingeving weergeeft. Dat een cartoon niet zomaar uit de pen vloeit, laat De Kort zien in 'Het ontstaan van een meesterwerk'. Het tekenen blijkt niet het grootste werk te zijn.  

Aan de andere kant neemt De Kort op deze manier afstand van de esthetiek, wat past bij wat hij afbeeldt. Veel zaken uit de actualiteit zijn immers bij uitstek niet mooi. De lijn van De Kort vergoelijkt niets van het lelijke om ons heen. 

Grimmig mededogen

De Kort heeft een voorkeur voor de kleine krabbelaars, de losers, de mensen die het niet gemaakt hebben en daardoor per definitie onvrede hebben met hun bestaan. De Kort schetst ze met een grimmig mededogen. Ze houden zich staande, ze verwoorden wat er aan de hand is, ze maken er het beste van, ze reageren zwartgallig - en je snapt het. Tegelijkertijd werkt het op je lachspieren. Bij mij, tenminste. 

Op elke pagina van deze verzamelbundel is vermeld wat de aanleiding is van de cartoon. Als je die onderschriften na elkaar leest, heb je al een beetje een beeld van wat er dat jaar in het nieuws was. Dat zijn niet altijd de grote zaken die de voorpagina van de krant halen. Vaak ook zijn het de kleine berichten, maar wellicht zullen juist die later kenmerkend blijken te zijn voor onze tijd. 


Een verzameling als deze kun je wel in een avond uitlezen, maar ik denk dat het beter werkt als je er elke keer een stuk of tien tot je neemt. Ik heb de bundel in etappes doorgenomen, maar nu ik voor deze recensie er weer doorheen blader, blijven de meeste cartoons fris en moet ik er weer om lachen.

Dodenherdenking

Enkele wil ik eruit lichten om te laten zien hoe ze (bij mij) werken. Er is een cartoon (ik kan hem online niet vinden, dus ik moet hem beschrijven) over 'Reserveren bij Dodenherdenking'. In verband met de veiligheid was er maar voor een beperkt aantal mensen gelegenheid om deel te nemen aan de Nationale Dodenherdenking. Bovendien moesten aanwonenden ramen en deuren gesloten houden en mochten ze zich niet op het balkon of het dakterras bevinden. De Kort tekent een cartoon waarin de koninklijke familie naar de kaartjes wordt gevraagd. De koning weet van niks, de koningin heeft de prints van de kaartjes in haar tas en een van de prinsessen zegt: 'Kan je tegenwoordig ook op je telefoon bewaren.. hè mam.'

Het leuke is niet alleen dat ook de koning naar zijn reservering wordt gevraagd, maar het is ook herkenbaar dat er een generatiekloof is tussen ouders en kinderen, zeker als het om de digitale wereld gaat. En natuurlijk krijgen we en passant de visie mee op het koninklijk huis: de onwetende koning, de koningin die de zaakjes voor elkaar heeft en de prinsessen die ook gewoon pubers zijn. 

De beste cartoon is die over immigratie. Het was na het debat tussen Trump en Harris, waarbij Trump beweerde dat immigranten de honden en katten aten en dat combineert De Kort mooi met de omvolkingscomplottheorie die sommige Nederlandse politici lijken aan te hangen. En dan de ambtenaar die de 'omvolking' voor lief neemt, zolang de honden gespaard blijven. Bijzonder leuk. 

Kunst

Naast de cartoons zijn er ook kunstwerken van Hein de Kort opgenomen. Het zijn vierkante afbeeldingen, die robuust geschilderd zijn, vaak getekend in dikke lijnen. Soms grappig, soms niet. Een mooie aanvulling op de cartoons. 

De wereld volgens Hein de Kort deel 6 is weer een fraaie verzameling geworden, waar volgens mij weer veel mensen van kunnen genieten. Niet alleen vanwege de grote zaken die De Kort onder de loep neemt, maar ook vanwege het algemeen menselijke dat je in je straat of in je eigen huis kunt tegenkomen. In ieder geval zijn cartoons goed voor je humeur. 

Titel: De wereld volgens Hein de Kort, deel 6
Tekst en tekeningen Hein de Kort
Uitgeverij: Sherpa
160 blz. € 19,95 (paperback)

Eerder schreef ik over:



maandag 13 januari 2025

Wat stilte wil (Arthur Japin)

Toen de roman Wat stilte wil (2022) verscheen, wist ik meteen dat ik het boek wilde gaan lezen. Veel van Arthur Japin heb ik met redelijk wat plezier gelezen, maar ik raakte hem kwijt. Elke keer dat dat gebeurt, constateer ik dat achteraf met verwondering. Ik volg een schrijver een tijdje en daarna niet meer, eigenlijk zonder reden. De overgave (2007 was het laatste wat ik van Japin las. Wel kwam ik Vaslav (2010) tegen bij mijn kringloopstrooptochten en dat ligt al een tijdje op een stapel van boeken die ik wil gaan lezen. Maar die stapels groeien alleen maar; kopen gaat sneller dan lezen.

Wat stilte wil werd meteen na verschijnen door mijn lief uit de bibliotheek gehaald, omdat het wel iets voor haar moeder zou zijn. Mij sprak het onderwerp aan: de roman gaat over Anna Witsen, de zus van Willem Witsen, die verkeerde in kringen van de Tachtigers. Maar er zijn altijd boeken die zich voordringen en het boek van Japin raakte op de achtergrond. 

Tot ik vorig jaar de expositie van Willem Witsen bezocht en daar de prachtige uitgave van zijn brieven bezocht. De link naar het stuk dat ik daarover schreef, vind je onderaan. Daarna kon ik eigenlijk niet meer om Wat stilte wil heen. 

Van de koele meren des doods

De roman begint met een soort samenvatting:

De geschiedenis van een vrouw. Hoe zij haar stem zocht, gedwongen werd om stil te zijn, maar hem uiteindelijk liet klinken. 

Dat doet erg denken aan het begin van Van de koele meren des doods (1900) van Frederik van Eeden: 

De geschiedenis van een vrouw. Hoe zij zocht de koele meren des Doods, waar verlossing is, en hoe zij die vond. 

Frederik van Eeden speelt een prominente rol in Wat stilte wil, niet alleen als Tachtiger, maar ook als psychiater. Bij Hedwig, de hoofdpersoon van Van de koele meren des doods ligt de zelfmoord steeds op de loer en ze doet ook tweemaal een poging. Uiteindelijk, als ze geheel aan lager wal is geraakt, komt ze in contact met zuster Paula en vindt ze de weg weer omhoog. 

Zingen

Anna Witsen wil zingen en dat doet zij ook, bij huisoptredens, waar zij succes heeft. Maar ze wil meer. Ze wil van zingen haar beroep maken. Daar steekt haar vader Jonas een stokje voor. Nadat Anna's zus is getrouwd, is zij de enige dochter die nog thuis is. Vader wil Anna bij zich houden en hij wil niet dat ze een professioneel zangeres wordt. 

Het schrijnende is, dat Jonas Jan Witsen zich juist inzet voor de cultuur, voor de bouw van het Concertgebouw bijvoorbeeld en voor de komst van een conservatorium. Maar als het dichtbij komt, zijn er blijkbaar overwegingen die zwaarder wegen. Zijn eigenbelang en het beeld dat de buitenwereld zal hebben van zijn dochter. De manier waarop hij dat verwoordt, is bijzonder hard. Hij zegt dat hij trots op Anna is als ze op huisconcerten zingt, '[m]aar toch niet tegen betaling als een hoer voor iedereen te kijk.'

Anna heeft al gauw door dat haar vrijheid beperkt is. Bijvoorbeeld als haar broer Karel naar de Oost vertrekt:

Toen Karel Witsen, zodra hij de volwassenheid bereikt had, een post aanvaardde in de Oost en zo aan hun vader en diens milieu wist te ontsnappen, begreep Anna voor het eerst dat haar een dergelijke vrijheid nooit zou worden toegestaan. Dat die het privilege was van zijn geslacht en dat zij, als vrouw, zo'n uitweg niet zou mogen kiezen. 

Broer Willem, die in Amsterdam woont, heeft alle vrijheid. Zijn vader verschaft hem ruim financiële middelen en zijn vriendenclub leeft vooral op zijn zak. In die groep vrienden (onder wie Willem Kloos, Albert Verwey, Frederik van Eeden, Hein Boeken, Herman Gorter) voelt Anna zich thuis. Verder gaat ze om met Amanda en Julius Röntgen. Amanda was ooit violiste en Röntgen is componist en muziekleraar. Anna gaat zanglessen bij hem volgen. 

Bescherming

Vader Jonas handelt misschien niet alleen uit eigenbelang. Hij suggereert dat hij Anna ook wil beschermen. 

'Ik herken mijzelf in jou,' ging hij verder, fluisterend, zijn gezicht vlak bij het hare. 'Van jongs af woeden in mij passies die mijn ziel verscheuren. Jij en ik zijn een pak van hetzelfde laken, wij menen dat een liefde als de onze niet te temmen is. denk niet dat ik niet weet hoe zoiets voelt, zulke verlangens, waar die kittelen en broeien. Maar ik smoor ze. Ik beteugel mijn lusten. Ik houd ze eronder. Met geweld. Zo overleef ik in de wereld. Ik smoor mijn driften, zoals ik van plan ben ze in jou te smoren.' 

Hij houdt het leven van Anna wel erg in de hand. Anna reist geregeld van de Ewijckshoeve (Lage Vuursche) naar Amsterdam. Ze zegt Willem te bezoeken, maar volgt zanglessen bij Julius Röntgen. Ze raakt op hem verliefd. Als ze hem per trein achterna wil reizen naar Duitsland, grijpt vader Witsen in. Hij laat haar uit de trein halen en opnemen. Daarbij is Frederik van Eeden betrokken.

Verdrinking

De Amsterdammer, 12 februari 1883
Het leven van Anna loopt triest af: ze verdrinkt zich in de vijver bij de Ewijckshoeve. Japin opent zijn roman met die vijver en later speelt zich daar nog een scène af. Tsjechov kan tevreden zijn. 

Daarvoor heeft Anna overigens nog wel kunnen optreden, om iets van haar droom waar te maken. Bij een concert waren zelfs haar vader en haar zus aanwezig. Hoe dat allemaal precies verloopt, laat ik hier even ongenoemd, omdat er voor toekomstige lezers ook nog iets te ontdekken moet zijn. 

Maar heb ik dan de plot (de zelfmoord van Anna) niet al weggegeven? Misschien, maar ik wist al hoe Anna aan haar einde gekomen was voordat ik begon met het lezen van Wat stilte wil en dat heeft het genieten van het boek niet in de weg gestaan. 

Over Anna schreef Gorter het gedicht 'In de zwarte nacht is een mensch aangetreden' en Frans Coenen schreef in de bundel Bleeke levens (1899) het verhaal 'Vervreemd' over haar. Dat boek ligt op een van mijn stapels. Ik moet dat maar eens gaan lezen. Jan Fontijn, toonde in een essay in De negentiende eeuw (1980) aan dat er veel overeenkomsten zijn tussen het personage Caroline Doreman en Anna Witsen. 

Dagblad van Friesland, 12 januari 1889

Beeld van de tijd

Japin vertelt niet alleen het verhaal van Anna, maar hij roept ook de tijd op waarin zij leeft: de bouw van het Concertgebouw (dan nog in het buitengebied), het Palingoproer, de oprichting van De Nieuwe Gids. Het is prettig om meegenomen te worden in die tijd, zeker naar de kring van de Tachtigers. Wat er toen gebeurde heeft grote gevolgen gehad voor de literatuurgeschiedenis, wat toen nog niet bekend was. Die Tachtigers vormen ook een mooi tegenwicht voor Anna: zij jagen wel hun droom na. 

Het verhaal wordt voornamelijk verteld vanuit Anna, maar Japin wisselt verschillende keren van perspectief. Dat lijkt me een zwaktebod. Soms komt de verteller er zelf nog tussendoor: 

Dit moment lijkt geschikt voor een korte noot bij de Amsterdamse muziekwereld, die met de levens van de Witsens en de Röntgens nauw verweven was. 

Behalve een roman lijkt Japin ook een geschiedenis te hebben willen schrijven. In het nawoord heeft hij een uitgebreide literatuurlijst opgenomen (met daarin twee keer hetzelfde boek van Enno Endt) en soms zit dat in de weg. Dan wordt expliciet gemaakt wat ook impliciet gehouden had kunnen worden. De lezer moet Anna blijkbaar goed snappen, terwijl ze voor mij ook best meer een raadsel had mogen blijven. 

Maar Wat stilte wil leest lekker weg en je krijgt een goed beeld van de tijd waarin Anna leeft en van de lastige positie die een vrouw heeft wanneer ze iets anders of iets meer dan haar omgeving van haar verwacht. 

Gorter

De titel verwijst naar een gedicht van Herman Gorter

Ik ben alleen in het lamplicht,
de dingen kijken met een glad gezicht,
om me in 't licht.

De dingen staan om me zoo stil
te luistren wat de stilte wil,
vertellen wil.

En een verleden komt me aan de ooren
die stil opkijken en die stil ophooren,
dingen verloren.

Misschien is de titel een beetje gezocht, maar dat is niet zo'n heel groot bezwaar lijkt me. De verwijzing naar Gorter is wel terecht, aangezien hij ook het gedicht naar aanleiding van Anna's dood heeft geschreven, dat door Japin 'een van de bekendste Nederlandse gedichten' genoemd wordt. Dat lijkt me dan weer een beetje overdreven. 

Ook als je niet geïnteresseerd bent in De Tachtigers of in de persoon Anna Witsen, is Wat stilte wil gewoon een goed lezend boek, waarmee je een aantal uren aangenaam kunt doorbrengen. Net als Annejet van der Zijl schrijft Japin romans die hun anker hebben in de historie. Dat zal aan de ene kant houvast geven en aan de andere kant beperkt je dat. Je kunt je hoofdpersonage nu eenmaal niet buiten de sporen laten treden van de mens die model stond. Maar als je Wat stilte wil als een roman leest, wat het vooral ook is, merk je dat gelukkig niet. Lees het gerust. 
Anna Witsen (portret is een illustratie bij het essay van Jan Fontijn)

vrijdag 10 januari 2025

Afgestoft: Vingers van marsepein (Rascha Peper)

Om er weer in te komen, stof ik vandaag een oude recensie af, over Vingers van marsepein van Rascha Peper. Het stukje werd gepubliceerd op 15 februari 2008 in Nederlands Dagblad. Nu ik het teruglees, valt me in de eerste plaats de lengte op. Hier kan ik uitweiden zoveel ik wil, wat voor mij een voordeel is, maar voor de lezer wellicht niet altijd, in een krant is de ruimte beperkt. 

Van de titel weet ik niet meer zeker of ik die indertijd zo ingeleverd heb. Ik vermoed dat de naam Ruysch later toegevoegd is. Ik weet niet waarom en ook niet of het wel gebeurd is. Het tussenkopje is in ieder geval niet van mijn hand. Toch laat ik het hier maar staan. 

Ik realiseer me verder dat het alweer meer dan tien jaar geleden is dat Peper overleden is. Een link naar wat ik na haar overlijden schreef, vind je hieronder, net als links naar andere recensies van haar werk op Bunt Blogt. De tijd vliegt en schrijvers en boeken raken vergeten. Lezen scholieren haar werk nog? Indertijd was Dooi (1999) een populaire roman die terechtkwam in de reeks Boektoppers. 

Een roman als Rico's vleugels (1993) zou ik misschien moeten herlezen (waar het niet van zal komen). Ik heb het boek destijds met genoegen en bewondering gelezen. Het gaat over een oude man die gecharmeerd is van jongen. Ik liet het ooit lezen door een leeskring van een kerk, waar men aanvankelijk enige reserve had, maar achteraf was iedereen blij het gelezen te hebben. Maar ik schreef er nooit over en ook niet over Russisch blauw (1995), Een Spaans hondje (1998) en Wie scheep gaat (2003).

Mocht je een boek van Peper tegenkomen, neem het gerust mee. Het zal prettig lezen en je zult er genoegen aan beleven, ook als je niet alles even goed vindt. Ik denk dat ik, op de columns na, alles van Peper gelezen heb. Ik bewaar er goede herinneringen aan. 


De doodskunstenaar Ruysch en zijn nicht


'De doodskunstenaar' noemde zijn biograaf hem en dat is niet zo vreemd. Frederik Ruysch was in het begin van de achttiende eeuw de meester van de 'natte preparaten'. Een hand of een foetus op sterk water zetten konden meer mensen, maar Ruysch kreeg het voor elkaar om het dode vlees de kleur terug te geven die het had toen het nog levend was. Bovendien maakte hij esthetische composities van zijn anatomische preparaten. Een kinderarmpje kreeg een mouwtje om en het handje toonde, als was het een schat, een sponzig stukje longweefsel. 

Tsaar Peter de Grote raakte indertijd gefascineerd door het werk van magister Ruysch en nam veel preparaten over. Intussen is er het een en ander verloren gegaan, maar de Kunstkamera in Sint-Petersburg bezit nog altijd negenhonderd preparaten, waarvan een deel nog te bewonderen is. In Vingers van marsepein neemt Rascha Peper ons mee naar Frederik Ruysch, naar zijn huis aan de Bloemgracht in Amsterdam. Daar woont onder anderen zijn nichtje Brechtje Sweers, die alleen kwam te staan toen het gezin waarin ze leefde bevangen werd door de 'hete koorts' en overleed. Brechtje wil graag zo precies mogelijk weten hoe oom te werk gaat: een duistere sinjeur is uit op het geheim van Ruysch en zet Brechtje onder druk, waardoor ze bijvoorbeeld wel moet vragen welke vloeistoffen oom gebruikt. Bovendien heeft ze werkelijk belangstelling voor het werk van oom, dat ze allerminst eng vindt. 

De dood is er altijd en overal. Niet alleen overlijden familieleden, maar ook Brechtjes vriendin sterft al snel. Brechtje doet daar niet sentimenteel en zelfs nauwelijks geschokt over. Zo is het leven nu blijkbaar. Met plezier helpt ze oom zelfs waar ze kan. Zo mag ze de nageltjes van een overleden baby lakken. 

Peper had er een mooie historische roman van kunnen maken, maar blijkbaar wilde ze met Vingers van marsepein meer, of in ieder geval iets anders. Daarom schreef ze een spiegelverhaal, dat zich afspeelt in de eenentwintigste eeuw. Hoofdpersoon daarin is het jongetje Ben, dat ook op de Bloemgracht woont, tegenover het huis waarin Frederik Ruysch ooit leefde. Ben gaat met zijn vader en diens vriendin in de herfstvakantie naar Sint-Petersburg, waar hij natuurlijk ook de preparaten van Ruysch te zien zal krijgen.  

Kunstkamera 

Peper heeft haar best gedaan om zo veel mogelijk parallellen in de verhalen te vlechten. Net als Brechtje heeft Ben tekenen als hobby. Hij krijgt een kompas in de vorm van een neushoorn en later heeft hij in de dierentuin nog een akkefietje met eenzelfde dier, terwijl bij Brechtje thuis ook alles draait om de neushoorn die net binnengebracht is en die haar oom moet prepareren. Dat is nogal opzichtig gedaan, waardoor het al snel gekunsteld overkomt. Een groot deel van het verhaal van Ben is bovendien duidelijk vlakker dan het verhaal van Brechtje. Pas als Ben in de Kunstkamera komt en later als hij in de dierentuin is, krijgt het verhaal meer vaart. 

Zeker in het begin had ik de neiging om bij een stukje Benverhaal maar gauw door te bladeren, zodat ik meer over Brechtje kon lezen. De vraag is ook of de tweede verhaallijn wel iets toevoegt. Wanneer alle hedendaagse passages uit het boek weggesneden zouden worden, zouden we een prima historische roman overhouden. De tegenwoordige tijd komt automatisch in het boek, doordat we alleen maar met eenentwintigste eeuwse ogen kunnen lezen. Zo zal het in de achttiende eeuw niet bijzonder zijn geweest dat Ruysch een gelovige was, die met zijn preparaten wilde laten zien hoe wonderlijk mooi God alles geschapen had; bij de hedendaagse lezer valt zo iemand meteen op. 

Misschien heeft Peper ons willen laten zien dat kinderen kinderen blijven, of ze nu in de achttiende of in de eenentwintigste eeuw leven. Dat ze hun angsten en hun fantasieën hebben, dat ze nieuwsgierig zijn, dat het belangrijk is dat er mensen om hen heen leven op wie ze kunnen vertrouwen. Dat is zo, maar dat wisten we allemaal wel.

donderdag 9 januari 2025

Stilte

Door familieomstandigheden was het afgelopen week stil op deze plek. Ik heb deze week niet alleen niet geschreven, maar ook niet gelezen, wat voor mij uitzonderlijk is. Daarbij kwam ook nog een stevige verkoudheid of misschien wel een griepje, wat het allemaal niet beter maakte. 

Maar intussen komt er weer ruimte in hoofd en agenda en het lijf wil ook wel weer, dus ik pak de draad weer op. Morgen plaats ik, om erin te komen, een afgestofte recensie die hier nog niet eerder te lezen was.

Strips

Een maand geleden kondigde ik aan waarover ik de tijd daarna zou schrijven en daarvan liggen nog steeds boeken op de stapel: wel gelezen, maar ik moet er nog over schrijven. Daar zijn intussen wat strips bij gekomen: Buiten de wet van Fred de Heij, een avontuur van Isa Locus, en het eerste deel van Het verhaal van Louise Pembleton, Het pension van Miss Daisy, van Djief en Ben Prieur, dat je terugvoert naar een heel andere tijd, wat ook aan de inkleuring te zien is. Die is in bruinen, wat doet denken aan sepiakleurige foto's. 

Verder de studie Getekend verleden, van Tom van der Geugten, over strips die over de koloniën gaan, niet alleen die over Nederland, Indonesië en Nederlands-Indië, maar ook over België en Congo, Frankrijk en Vietnam en Algerije en Duitsland en zijn koloniën. Hopelijk is het boek de aanzet voor nog verdere studie. 

Columns

En verder nog een verzameling columns van Jean Pierre Rawie
Vroeger was alles beter behalve de tandarts. Lastig om uitgebreid over te schrijven, schat ik in, maar het was leuk om te lezen. 


Wat lees ik?

Toen ik alles uit mijn handen liet vallen, een week geleden, las ik in Oroppa van Safae el Khanoussi, al veel geprezen. Verder twee albums over Darius, de min-of-meer-prehistorische dinosaurus (Patrick Goulesque/Roger Widenlocher. Dat klinkt al leuk. Alsof er ook andere dino's zouden zijn. Ja, die zijn er. Aardige strip. En ik lees van tijd tot tijd in Over mijzelf en anderen van Anna Blaman. Dat is het zo ongeveer. 

Volgende week wil ik beginnen met schrijven over Wat stilte wil van Arthur Japin. En de cartoonbundel van Hein de Kort ligt er ook nog. Het komt, het komt. 


dinsdag 31 december 2024

Mr. Crook (Romain Blais / Jérôme Tillard)


Wat is dat toch in ons dat wij een zwak hebben voor charmante slechteriken? Zijn zij zoals wijzelf niet durven zijn? Ze nemen vaak degenen met macht te pakken en misschien apelleert dat aan onze eigen machteloosheid, waarbij we ons misschien niet altijd neer hoeven te leggen. 

Je kunt in opstand komen door geweld te gebruiken, maar het is eleganter als het kan via de weg van de list. Het oervoorbeeld in de Nederlandse literatuur is de vos Reynaert, die te ver gaat en aan de strop dreigt te eindigen, maar die zich daar toch uit kletst en tegelijk wraak neemt. 

En om maar meteen naar het heden te springen: velen kennen de Netflixserie Lupin, die ook gaat over iemand die de machtigen te slim af is, net als Le Casa de Papel, waar een hele groep bij betrokken is, al is er wel iemand die het brein is.  

Tussen Reynaert en Netflix zit in de Nederlandse literatuur heel veel, van De klucht van de koe van Bredero tot Het wederzijds huwelijksbedrog van Pieter Langendijk en Lijmen van Willem Elsschot, al heeft dat laatste boek ook een tragische kant, die vooral duidelijk wordt in het vervolg, Het been. 

Charmante oplichter

Bij Silvester Strips verscheen onlangs een strip over een oplichter, Mr. Crook. Zoals veel van de oplichters is hij charmant, waardoor hij mensen voor zich kan winnen. Bovendien neemt hij steeds een andere identiteit aan, waardoor hij in een andere functie kan optreden. Voor de lezer blijft hij in alle hoedanigheden herkenbaar door zijn geprononceerde onderlip. 

Het verhaal speelt zich af in 1928. In een mijn in Afrika, die geëxploiteerd wordt door Simon Openthal, wordt een bijzondere diamant gevonden, de Mangaza. De diamant wordt vervoerd naar New York en daar is iedereen paraat, want zo'n kostbaarheid trekt vast allerlei gespuis aan, zoals Mr. Crook, die dus al een reputatie heeft.

Intussen heeft Crook zich al lang in allerlei kringen gewerkt. Hij krijgt gratis nieuwe kleren (een rood pak), betaalt de taxi niet, weet zich de prijs bij de paardenrennen toe te eigenen en maakt aan de lopende band slachtoffers. Intussen legt hij contact met allerlei mensen in hoge posities. 

Blackheart

Crook heeft ook een vrouwelijke concurrent, Blackheart, die nog enkele rekeningen te vereffenen heeft met hem. Voor Crook komt het gevaar van alle kanten. Maar hij blijft daarbij goed gehumeurd, vertrouwend op eigen superioriteit. Hij verkoopt de diamant aan verschillende mensen en uiteindelijk blijkt het hele verhaal nog geraffineerder in elkaar te zitten dan je al dacht. De kranten schrijven over Mr. Crook, die wellicht binnenkort weer op zal duiken in een nieuwe zaak. 

Mr. Crook is een vrolijk verhaal, waarbij je je verkneukelt. Je hoopt dat Crook iedereen te slim af is. Het oplichten gaat tegen je ethische opvattingen in, maar blijkbaar is in zo'n geval de bewondering voor de gladheid van de oplichter groter. Misschien is dat ook wel een onderdeel van het plezier: het verbodene trekt juist aan. 

Het verhaal zit goed in elkaar en houdt de lezer steeds in spanning. Die bestaat vooral uit het gevaar dat Crook door de mand zal vallen of door Blackheart te pakken genomen zal worden. Helden moeten altijd een zwakke plek hebben, zoals de hiel van Achilles of het plekje tussen de schouderbladen van Siegfried. Onkwetsbare helden zijn saai. Crook kan veel, maar kan hij dit ook? Dat is afwachten. 

Humor en spanning

In Mr. Crook worden de humor en de spanning verenigd en dat is een aangename combinatie. Er zit veel vaart in de manier van vertellen en Crook is ook de lezer net te slim af, zoals blijkt bij de ontknoping, die niemand aan ziet komen, neem ik aan. Daardoor snap je ook beter dat anderen met open ogen in de netten lopen die Crook voor hen spant. 

Het scenario van Mr. Crook is geschreven door Jérôme Tillard, die goed werk geleverd heeft. We leren Crook kennen in relatief kleine oplichterijen (gratis gekleed en vervoerd worden, de prijs bij de paardenrennen opeisen) en zijn al helemaal mee als het om de diamant gaat. De souplesse waarmee Crook mensen bedriegt heeft onze bewondering en Crook heeft onze sympathie. De oplichter in ons is helemaal wakker. 

We zien hoe Crook de mensen om hem heen manipuleert, maar aan het eind blijken wij ook zelf gemanipuleerd te zijn. Dan kan Crook niet meer stuk bij de lezer. 

Tekeningen

De tekeningen en de inkleuring zijn van Romain Blais. Hij heeft een lekker soepele lijn en kan beweging goed weergeven. De inkleuring is warm, met veel oranje en rood (ook door het rode pak dat Crook op veel tekeningen draagt). Verder komt ook het duistere in Crook terug in het gebruik van schaduw, schemer, duisternis.

Achter in het album zijn nog wat schetsen opgenomen en karakterisering van de hoofdrolspelers. 

Intussen zijn we steeds in New York aan het eind van de jaren twintig, wat blijkt uit auto's, kleding en gebouwen. Zo word je door het verhaal niet alleen meegevoerd naar een andere plaats, maar ook naar een andere tijd. Door Mr. Crook laat je je graag meeslepen, wat heerlijk is, maar ook te denken geeft. In hoeverre zijn we eigenlijk zelf oplichters?

Titel: Mr. Crook
Scenario: Jérôme Tillard
Tekeningen en inkleuring: Romain Blais
Uitgever: Silvester strips
2024, 72 blz. € 24,95 (hardcover)

maandag 30 december 2024

Zonder titel (Erna Sassen)



In juli van dit jaar las ik voor het eerst iets van Erna Sassen: Neem nooit een beste vriend (2023). Daarover schreef ik hier. Intussen heb ik ook Zonder titel  (2021) gelezen, dat eerder verschenen is en ook qua inhoud aan het andere boek vooraf gaat. 

In Neem nooit een beste vriend zit de hoofdpersoon, Joshua, in 3 vmbo. Aan het begin van Zonder titel zit hij net twee weken in die klas. Zoals hij het zelf zegt: 'Cum laude overgegaan van 2 havo naar 3 vmbo'. Hij leert de stoere binken uit zijn klas kennen, Sergio en Dylan. Ze bewonderen zijn tekentalent en noemen hem Rembrandt. Sergio wil graag een van de tekeningen, een wolf, als tattoo, maar dat wil Joshua eigenlijk niet, omdat die wolf voor hem een betekenis heeft. 

Zivan

Dat heeft te maken met Zivan, die jarenlang zijn beste vriendin was. Het gezin was ooit gevlucht uit Irak en woont al jaren in Nederland. Vader besluit het gezin mee terug te nemen naar Irak, waarna het voor Joshua moeilijk is om contact met Zivan te krijgen. 

Na een tijdje komen Zivan en haar moeder weer naar Nederland, omdat bij Zivans tante, Shanya, borstkanker is geconstateerd. Maar even later is Zivan weer verdwenen, ze is ondergedoken. Shanya, die weet waar ze is, is de schakel tussen Zivan en Joshua. Het gaat niet goed met Zivan en ze komt in een afkickkliniek terecht. Uiteindelijk besluit ze om niet langer meer te vluchten en een goede dochter te zijn. Dat is het moment waarop Joshua denkt haar definitief kwijt te zijn. Hij maakt een tekening voor haar in een ultieme poging om haar terug te winnen. 

Die tekening staat op de titelpagina: 'Zonder titel 29,7 x 20 cm, gemengde techniek op papier'. De titel van de jeugdroman verwijst ernaar. 


Tekeningen

Net als in Neem nooit een beste vriend is het tekenwerk in Zonder titel verzorgd door Martijn van der Linden. De tekeningen vormen een wezenlijk onderdeel van het boek en zijn daarmee meer dan illustraties. Joshua is heel vaak aan het tekenen. In die tekeningen uit hij zich. Niet alleen door het verhaal, maar ook door de tekeningen leren we Joshua kennen. 

Toen ik Neem nooit een beste vriend las, was ik overdonderd. Er zit veel vaart in het boek en je hebt het idee dat je, door de korte zinnen en het taalgebruik, dicht op de wereld van Joshua en van jongeren in het algemeen zit. Het lukt Erna Sassen goed om complexe emoties weer te geven. 

Bij Zonder titel was ik minder verrast, want het concept is nagenoeg hetzelfde als bij Neem nooit een beste vriend. Maar het is goed toegepast en het werkt ook hier goed. Niet alles wordt uitgelegd, want Joshua maakt niet alles expliciet. Hij woont na de scheiding bij zijn vader en hij ziet wel dat het niet goed gaat met zijn vader. Dan vraagt hij maar of vader zijn dochter (Kato, Joshua's zus) mist en vader bevestigt dat, zonder dat je weet of er nog meer meespeelt. 

Joshua houdt van Zivan, hij heeft verdriet om haar, maar hij is ook van tijd tot tijd boos op haar. Zijn diepste gevoelens drukt hij het best uit in tekeningen. Daar loopt het boek ook op uit: de tekening die Joshua voor Zivan maakt en het bezoek van Joshua met Sergio en Dylan aan de tattooshop. 

Levensverhaal

Voor in Zonder titel staat dat het gebaseerd is op het levensverhaal van de vrouwen die model stonden voor Zivan en Shanya. Zivan speelt op de achtergrond nog mee in Neem nooit een beste vriend, waarin Lindsey een grotere rol speelt. Zij wordt in Zonder titel al af en toe genoemd. In dat vervolgboek wordt zus Kato ook belangrijker. 


Van het oeuvre van Sassen weet ik verder weinig af. Ik weet dus niet of de vorm die ze gebruikt juist voor deze twee boeken gekozen is. Ik zou meer van haar moeten lezen om daarachter te komen en misschien ga ik dat wel doen. Ik ben nu ook wel benieuwd naar een boek over een heel andere hoofdpersoon. 

Zoals gezegd, door Neem nooit een beste vriend was ik meer verrast dan door Zonder titel, maar dat heeft misschien vooral te maken met de volgorde waarin ik de boeken las. Toch denk ik dat ik Neem nooit een beste vriend een iets beter boek vind, omdat je daarin net iets meer doordringt in het karakter van de mensen om Joshua heen, zoals Lindsey en Kato. 

Er zijn veel goede jeugdboeken in Nederland, al zal er ook wel troep zijn. Het mooie van de boeken van Sassen die ik gelezen heb is dat ze goed toegankelijk zijn en toch kwaliteit leveren. Heb je een kind in de leeftijd van de doelgroep, laat het de boeken van Sassen eens proberen. 

Andere jeugdboeken waarover ik de laatste drie maanden schreef:
Sjoerd Kuyper, De grote vloed
Pieter Koolwijk, Schatpakkers

woensdag 25 december 2024

Guust Integraal (Franquin)

Sinds ik oud ben en er al verschillende generaties na mij geboren zijn geworden, verwonder ik er mij soms over dat zaken die voor mij vanzelfsprekend zijn, niet herkend worden door mensen die jonger zijn. Die blijken dan niet alleen niet gehoord te hebben van W.G. van de Hulst, Swiebertje en de Fabeltjeskrant, maar ook niet van Jiskefet, Ramses Shaffy en Spel zonder grenzen. 

Zo zullen er ook wel mensen bestaan die Guust Flater niet kennen, al helpt het misschien wel dat er nu weer nieuwe afleveringen van Guust verschijnen in Eppo. Daar is al een album van verschenen (Flater slaat weer toe). Zie de link onderaan.

Flagrante flappende flaters

Wanneer kwam Guust in mijn leven? Ik zal de strips over hem indertijd wel gelezen hebben in Eppo, die ik altijd kreeg van mijn vriendje Gerard. Maar ik kocht ook zelf albums. Het eerste was album R3, Flagrante flappende flaters. Dat zal dan wel in 1973 zijn geweest, het jaar dat ik veertien werd. En daarna kocht ik alle albums. Tot en met een piratendrukje van het onbestaande album R5, in oblongformaat. 

In de kast van het lokaal waar ik lesgaf, had ik altijd een stapel strips liggen. Die mochten leerlingen gaan lezen als ze klaar waren met hun werk. Dat R5-album was al snel gejat. Jammer, maar het heeft ook wel iets vertederends. 

Die eerste albums zijn intussen stukgelezen, maar ze zijn er nog. Ergens. Ze zullen in een doos zitten. Een heruitgave in hardcovers, van Lekturama, heb ik wel dichter in de buurt. En sinds mijn verjaardag bezit ik de integrale uitgave uitgave, een geschenk van mijn kinderen. Het is een onhandig dik boek geworden, van meer dan 900 bladzijden, maar dan heb je wel alles van Guust bij elkaar. En ik heb alles herlezen. 

Jongste bediende

Voor de jongeren: wie is Guust? Guust werkt als jongste bediende op de redactie van een stripuitgeverij (Dupuis), waar hij de post moet afhandelen, maar daar komt hij eigenlijk nooit aan toe. Hij valt in slaap, doet proefjes, vindt dingen uit en verzorgt zijn dieren. En daarbij gaat er heel veel fout. Daarvoor krijgt hij dan weer op zijn kop door aanvankelijk Kwabbernoot en later door Pruimpit. 

Af en toe komt meneer Demesmaeker langs om de contracten te tekenen en altijd mislukt dat, ook als Pruimpit denkt dat hij de risico's uitgebannen heeft. 

Guust speelt van tijd tot tijd op zijn flaterfoon, wat altijd desastreuze gevolgen heeft, of hij probeert zijn lokfluitjes uit, die de vreemdste wezens aantrekken. Wat hij ook doet, juffrouw Jannie blijft onvoorwaardelijk in hem geloven. 

Logisch, niet praktisch

Alles wat Guust doet, is vanuit zijn oogpunt volkomen logisch, maar meestal is het niet praktisch en de buitenwereld begrijpt het vaak niet. Als lezer kun je je onvoorwaardelijk met hem identificeren. Het heeft ook wel iets troostends: je leeft mee met iemand die steeds tegenslagen moet incasseren, maar die daar over het algemeen goedmoedig en gelaten mee omgaat. 

De strip Guust is gemaakt door André Franquin, een geweldig tekenaar, met een goede neus voor humor. De ondertekening van de gags van Guust was zelf ook weer steeds een grap.  Naast Guust tekende hij Robbedoes en Kwabbernoot, Ton en Tineke en De marsupilami. Ik bewaar ook goede herinneringen aan zijn deeltjes Zwartkijken met zwartgallige strips, die ook weer grappig waren. 

Alles bij elkaar

Het mooie van de integrale heruitgave is dat je nu alles van Guust bij elkaar hebt. Ook de strips die reclame voor batterijen zijn, een strip voor Amnesty International en een pagina die Franquin maakte voor een Zwitsers weekblad. Er zijn zelfs strips bij die nooit eerder gepubliceerd zijn. 

Dat vind ik allemaal heerlijk en ik heb lekker lang zitten lezen in dit dikke boek. Maar in zo'n dikke uitgave verwacht je eigenlijk ook wel iets van een dossier. Dat is er niet. Er is niet een behoorlijke geschiedenis van Guust waarin bijvoorbeeld wordt uitgelegd dat de albums verschillende keren opnieuw zijn uitgegeven, soms met een andere nummering en afwijkende titels. Sterker nog: er is niet eens paginanummering toegepast. Van een boek dat bijna honderd euro kost, mag je dit soort dingen toch wel verwachten. 

Maar het belangrijkste zijn de strips en die heb je hier allemaal bij elkaar. Niet alleen de strips trouwens, maar ook de geïllustreerde prozaverhalen. Die stonden aanvankelijk in album R4, volgens mij. Die zijn soms ook grappig, maar ze halen het niet bij de strips. 

Deze uitgave zal alleen maar gekocht worden voor mensen die Guust al kennen, vrees ik. Daar is niets mis mee, maar ik hoop toch dat ook volgende generaties geïnteresseerd raken alles van Guust willen lezen. Lachen schijnt gezond te zijn, dus mogelijk kan het ministerie van Volksgezondheid een subsidie verstrekken op het verspreiden van de Flaterstrips. 

De integrale uitgave van Guust is uitgekomen bij Dupuis en kost € 99,00