donderdag 28 maart 2024

Afgestoft: Het leven heeft geen geheimen (Koos van Zomeren)

Maar weer eens de stofdoek gehanteerd. Toen de wolken stof optrokken kwam daar deze recensie van een boek van Koos van Zomeren onderuit. Hij stond op 20 januari 2005 in het Nederlands Dagblad

Ik hou erg van het werk van Van Zomeren, al duurt het soms even voordat ik daadwerkelijk lees. Hij kreeg (als mijn herinnering klopt) behoorlijk wat publiciteit met Otto's oorlog (1983), maar ik las het pas na Het verhaal (1986), dat wel meteen na het uitkomen las. Toen was ik ook wel verkocht. Ik las dus Otto's oorlog en ook De witte prins (1985) en Oom Adolf (1980). 

In 1987 kocht ik ook meteen Sterk water en las het, maar Van Zomeren publiceerde zoveel dat ik hem niet bij kon houden. Ik had echt wel zin in de columns in Een vederlichte wanhoop (1987) en ghet dagboek Een jaar in scherven (1988), maar het kwam er niet van. Wel pikte ik het dunne Van school (1989, met Benno Barnard) mee, maar daarna duurde het tot eind 2004, toen ik Het leven heeft geen geheimen (2004) las. De recensie daarvan staat hieronder. 

Ooit ontmoette ik Van Zomeren, toen hij de opening van een expositie verrichtte, maar veel hebben we niet gesproken. 

Van Zomeren schrijft aan een intrigerend oeuvre en als ik ergens een boek van hem tegenkom in een kringloop neem ik het mee. Als je nog nooit wat van hem gelezen hebt, heb je nog veel moois tegoed. 


Een schijnbaar glasheldere roman

Niets is heerlijker dan je verliezen in een roman. In het hoofd en dus de gedachtewereld van een hoofdpersoon kruipen, zijn angsten, vreugden en verlangens delen en zolang je leest helemaal weg zijn van de tijd en de plaats van het heden. Veel jeugdboeken heb ik indertijd zo gelezen. Ik ben Buffalo Bill geweest en Paddeltje en later was ik Iskander of Rozeke van Dalen. Escapisme natuurlijk, maar de vraag is of dat erg is. 

Een geoefende lezer heeft die argeloosheid verloren, zoals ook de literatuur niet meer inspeelt op zo'n argeloze lezer, die zich identificeert met de hoofdpersoon. Sommige boeken dragen nadrukkelijk de boodschap uit dat de opgeroepen wereld niet de echte wereld is, dat het slechts literatuur betreft. 

Een mooi voorbeeld daarvan is Quissama van F. Springer, waarin de hoofdpersoon, Charles Enders, zich gedurende de roman meer en meer begint af te vragen wat er nu waar is van de verhalen die zijn tegenspeler, King Velderman, opdist. Op de laatste bladzijde blijkt ook Enders maar een romanpersonage te zijn. Een personage dat de vrees bekruipt dat hij maar een personage is en niet 'echt' bestaat. 

Ook in Het leven heeft geen geheimen van Koos van Zomeren vertelt de schrijver ons uitdrukkelijk dat het literatuur, verbeelding, is wat wij lezen. In het eerste deel leren wij een traditioneel romanpersonage kennen. Hans Riggeling, ex-cabaretier, die de kost verdient door zijn stem te verhuren, maar hij is brodeloos geworden sinds hij zijn stem kwijt is. Dat gebeurde nadat hij van een mountainbiker een klap op zijn strottenhoofd kreeg. Lastig voor Riggeling, niet alleen omdat hij voor zijn inkomen afhankelijk is van zijn stem, maar ook omdat hij de behoefte heeft om zich uit te spreken over de wereld. Riggeling is vol woede over veel in de wereld. Die woede heeft hem ook zijn stem gekost. 'Sodemieter op met je teringfiets!' riep hij tegen de mountainbiker, maar halverwege die uitroep stokten de woorden hem al in de keel. 

Uit een boekje met artikelen over het werk van Koos van Zomeren (Want je ziet niet alleen wat je ziet), blijkt dat Riggeling in die woede samenvalt met Van Zomeren:
Waar eerst een wandelpaadje was waar je ook kon fietsen, is nu een fietspad waar je ook kunt wandelen - als je tenminste bestand bent tegen de bloedstollende oerkreten waarmee slierten toerfietsers je aan de kant brullen. Ik persoonlijk kan daar slecht tegen. Ik vind het helemaal niet vanzelfsprekend dat snelheid voorrang heeft op traagheid, ik vind helemaal niet dat ik altijd aan de kant moet, en dan kan het Groene Hart me eigenlijk gestolen worden - ik ga de polder niet redden om hem vervolgens te verliezen aan die fietsmaniakken, ik ga me niet inzetten voor de natuur in Nederland om haar vervolgens aan flarden te laten rijden door mountainbikers. 
Er is wel wat aan te merken op dat eerste deel van Het leven heeft geen geheimen. Het probleem van Riggeling wordt wel duidelijk, maar erg veel gebeurt er verder niet. 

In deel 2 is ineens de schrijver zelve aan het woord, die zit te puzzelen op zijn roman en hetzelfde mankement ook erkent. Daardoor is het gebrek ineens geen gebrek meer, maar iets wat bewust zo gedaan is, niet door de schrijver in het boek (die natuurlijk ook maar een personage is, al lijkt hij in alles op wat wij van Koos van Zomeren weten, maar door de schrijver buiten het boek. 

De schrijver wil Riggeling in verband brengen met een gebeurtenis uit de Tweede Wereldoorlog, maar weet niet goed hoe hij dat moet doen. Het gaat om een Duitse soldaat die gevangengenomen is door de Russen. Ze laten hem piano spelen tot hij niet meer kan, en schieten hem daarna dood. 

In deel 3 zijn we weer terug bij Hans Riggeling, bij wie vragen opkomen over zijn broertje Julius, die op jonge leeftijd omgekomen is doordat hij overreden is door een motor. Riggeling is aan het rekenen geslagen en vraagt zich af of zijn vader wel de vader van Julius kan zijn. Was vader in de tijd van de conceptie wel in huis? De enige die hem verder kan helpen is tante Caecile, de jongere zus van Hans' moeder. Zij vertelt hem dat de zaken anders in elkaar zaten dan Hans begon te vermoeden. 

Dingen te weten

Intussen heeft Hans ook de gebeurtenis van de pianospelende Duitse soldaat in zijn hoofd, maar hij weet niet waar het verhaal vandaan komt. Het gezicht dat hij voor zich ziet, kan bijna niet zijn van een Duitser die hij ooit gezien heeft. Hans komt erachter hoe de zaken zitten, maar de vraag is of hem dat wel verder helpt. 'Het leven heeft geen geheimen,' hoorde hij zijn vader ooit zeggen. Tante Caecile verwoordt het aan het eind van de roman zo:
Ik ben zelf ook wel eens dingen te weten gekomen over mijn leven... dingen die ik nooit verwacht had... diengen die... en eerst heb je het gevoel: dat verandert alles, eerst vind je het prachtig of juist verschrikkelijk om die dingen te weten, maar op den duur merk je... er verandert eigenlijk niets, er verandert eigenlijk nooit wat - alles wat goed was blijft goed en alles wat verkeerd was blijft verkeerd. 
Op dat inzicht valt wel wat af te dingen, maar eigenlijk gaat het daar in deze roman nauwelijks om. De thematiek zit hier meer in de vorm, dan in een of andere filosofische grondgedachte. Van Zomeren, wil ons laten geloven dat ook de roman geen geheimen voor ons heeft, dat hij de lezer uit de doeken doet hoe hij geworsteld heeft met de materie en hoe uiteindelijk het eindresultaat tot stand gekomen is. De lezer zal dat echter alleen aannemen, als hij bereid is om identificerend te lezen, waarbij hij zich niet alleen identificeert met het personage Hans Riggeling, maar ook met het personage Koos van Zomeren. En dat kan bij Het leven heeft geen geheimen de bedoeling niet zijn. We weten dat buiten het boek er een gniffelende schrijver is, die alles in de hand heeft, die het geheim van de schrijver mooi voor zich houdt en ons intussen zoet houdt met een schijnbaar glasheldere roman. Knap werk. 


Eerder schreef ik over:
Rondom Staal (2012)
Hooiberg (2018)

3 opmerkingen:

  1. Omdat je Quissana noemt van F. Springer, moet ik denken
    aan Teheran, een zwanezang, ook van F. Springer.
    Zag het bij de kringloop, wat een prachtige roman vond ik dat

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dat heb ik ook met plezier gelezen, Joke, maar ik denk dat ik Quissama beter vind. In de beide boeken is er een man met veel machismo die de hoofdrol speelt. Dat komt vaker voor bij Springer.

      Die heeft een mooi oeuvre geschreven. Quadriga vond ik wat minder.

      Verwijderen
  2. Joke van Overbruggen28 maart 2024 om 10:29

    Groeten,
    Joke van Overbruggen
    Fijne Paasdagen gewenst

    BeantwoordenVerwijderen