vrijdag 10 februari 2023

Luthon-Höge (Willem Ritstier / Michiel Offerman)

 

Voor op het eerste deel van de strip Luthon-Höge wordt alle aandacht opgeëist door een flamboyante man: pak met gillet, hoed, bolknak, opvallende snor, zittend in een fauteuil. Het is hoofdinspecteur Lacasse. Achter hem, wat bedremmeld, staat inspecteur Reimst Cloissé. Om hen heen staat de rest van de cast: de dorpsbewoners. 

Het dorpje Luthon-Höge lijkt een ingeslapen gemeenschap als Cloissé daar op 18 juli 1952 arriveert om de functie van inspecteur van politie te gaan vervullen. Wat er precies gebeurd is met de vorige inspecteur is niet helemaal duidelijk. Iedereen spreekt over hem als die arme Alain Souchon. 

Zo ingeslapen is het dorp overigens niet. Niet alleen wordt al heel snel het dode lichaam van de pastoor gevonden, maar al gauw blijkt ook dat die een opmerkelijke hobby had en er is ook nog de nasleep van een auto-ongeluk. Daardoorheen speelt de verhaallijn die begon in de oorlog: enkele Duitsers die een kist hebben laten zinken in een meer. 

Rol hoofdinspecteur

Cloissé is er maar druk mee en vaak vindt hij de hoofdinspecteur aan zijn zijde, maar die speelt een duistere rol. Soms lijkt hij eerder een obstakel dan iemand de oplossing van de problemen dichterbij brengt. Heeft hij belangen in deze zaken?

De burgemeester is het hoofd van de politie en die ergert zich eraan dat de jonge inspecteur zich niets aantrekt van de verhoudingen in het dorp en ook bij notabelen durft aan te bellen. Tijdelijk krijgt Cloissé daardoor het baantje van verkeersregelaar. 

Het verhaal, waarvoor Willem Ritstier het scenario schreef, wordt in hoog tempo verteld, op een luchtige toon. Het is een vrolijk album, niet alleen door de tekst, maar ook door de inkleuring, in vooral heldere kleuren. De tekeningen van Michiel Offerman zijn heerlijk, met grappige details. Op een van de tekeningen zie je Tante Sidonia staan en op dezelfde bladzijde is er een verwijzing naar De schreeuw van Munch en zo is er meer te ontdekken. 

Nominatie

Het album Luthon-Höge is genomineerd voor een penning van Het Stripschap voor album van het jaar 2022. Dat verbaasde me aanvankelijk een beetje: een album over moorden die opgelost moeten worden en ook nog spelend in de jaren vijftig - dat geeft de indruk van een traditionele strip en misschien is het dat ook wel. Maar de strip is ook fris en vrolijk en snel en wendbaar en leest heerlijk. 

Een dorpje in de jaren vijftig is een besloten gemeenschap waarin iedereen iedereen kent. Dat klinkt knus en veilig. Maar dat overzichtelijke heeft ook een benauwende kant en onder wat voor iedereen zichtbaar is, woelt er van alles: spanningen, oud zeer, jaloezie, wraakgevoelens. Sommige mensen hebben meer belang bij rust dan dat de waarheid aan het licht komt. En dan is er ook nog de nasleep van de oorlog. 

Blanco

Ritstier heeft de verwikkelingen aantrekkelijk gearrangeerd: met elke oplossing lijken er nieuwe problemen op te doemen en ieder personage blijkt een verleden te hebben. Alleen Reimst Cloissé lijkt blanco. Hij heeft goede bedoelingen en sjouwt geen last van vroeger met zich mee. Hij doet zijn werk voorbeeldig, maar komt daardoor ook in de problemen. Hij heeft meteen de sympathie van de lezer en aan het eind van het album blijkt er iets te zijn wat we nog niet van hem wisten en wat ook een ander personage verrast. 

Er staat nadrukkelijk een 1 op het omslag, wat de belofte van meer inhoudt. Het zou mooi zijn als we in volgende delen meer kunnen lezen over het dorp dat zowel knus is als een slangenkuil en waarin de jonge inspecteur zijn weg moet zoeken. Degelijke verhalen, goed getekend, die je ook nog vrolijk stemmen zijn altijd welkom. 

Titel: Luthon-Höge 1
Scenario: Willem Ritstier
Tekeningen: Michiel Offerman
Inkleuring: Emma Damen, Alex van Koten
Uitgever: Personalia
Leens 2022, 48 blz. 9,95 euro (softcover)

woensdag 8 februari 2023

Berlijnse trilogie deel 1: Een Berlijnse kwestie (Pierre Boisserie / François Warzala)



Doordat ik een paar maanden mijn lezen en schrijven moest pauzeren is er het een en ander blijven liggen. Ik probeer steeds iets van de opgelopen achterstand weg te werken. Deze week las ik het eerste deel van een stripdrieluik, een aangename kennismaking. Het deel heet Een Berlijnse kwestie en het is onderdeel van de Berlijnse trilogie. 

Het scenario van Pierre Boisserie is gebaseerd op de boeken van Philip Kerr (1956 - 2018). Hij werd bekend met zijn historische thrillers die zich voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog afspelen in Duitsland. In dit eerste deel is Hitler al aan de macht. We schrijven 1936, het jaar van de Olympische Spelen, waarbij Jesse Owens vier keer goud zal winnen. Ook in deze graphic novel sprint hij naar een overwinning. 

De hoofdpersoon in de trilogie is Bernie Gunther, privédetective. Ooit was hij rechercheur bij de Kripo, maar toen de nazi's het voor het zeggen kregen, begon hij voor zichzelf. Het hele verhaal door kijken we met Bernie mee. We hebben als lezer dezelfde informatie als de detective, maar natuurlijk niet zijn scherpe geest.

Vertelstem

Het is een mooie, onderkoelde vertelstem die het verhaal vertelt. Bernie Gunther reageert vaak laconiek. Als hij van achteren wordt neergeslagen, is de tekst: 'En hup, daar ging ik weer naar dromenland.' Hij is direct in het verwoorden van zijn bedoelingen en durft op mensen af te stappen, ook als ze machtig zijn. Daardoor overrompelt hij mensen soms en zijn directheid neemt mensen voor hem in. Hoe gewiekst hij ook is, hij kan niet alle klappen ontlopen en zijn leven loopt verschillende keren gevaar. Je zit daar als lezer niet echt over in. Je weet immers dat er nog meer delen volgen. 

Bernie Gunther wordt ingehuurd door dr. Hermann Six. Zijn dochter Grete en haar man Paul Pfarr zijn omgekomen. Er is ingebroken in hun huis en het huis in brand gestoken. De lichamen zijn geïdentificeerd als die van het echtpaar Pfarr. In de kluis lagen juwelen en papieren. Gunther wordt op pad gestuurd en of hij maar een beetje wil opschieten. 

Gecompliceerd

De detective blijkt overal informanten te hebben en blijkbaar heeft hij het financieel redelijk ruim, want hij kan mensen goed betalen voor hun informatie. Al gauw komt hij erachter dat het niet om een simpele diefstal gaat en dat de zaak gecompliceerd is: ook hooggeplaatste nazi's komen in beeld. Gunther steekt toch zijn hand in het wespennest. Samen met zijn assistente zal hij licht gaan werpen op deze zaak. 

Het verhaal zit goed in elkaar. Elke keer komen er nieuwe vragen die beantwoord moeten worden en steeds weer blijkt er meer aan de hand te zijn dan mensen laten blijken. Maar Gunther is een goede speurder en gaandeweg krijgt hij zicht op de zaak. 

De tijd waarin het verhaal zich afspeelt is niet alleen achtergrond. Omdat het om misdaad gaat, zijn de Kripo en de Gestapo ook aan het zoeken. Gunther staat niet aan hun kant, maar kan ook niet om hen heen. Uit zijn verleden heeft hij nog contacten en zo heeft hij ook voordeel van de Kriminalpolizei, vaak de Alex genoemd. 

Humor en charme

In zo'n duistere omgeving is het moeilijk om schone handen te houden. Gunther doet wat hij kan en probeert met humor toch zijn eigen weg te zoeken. Naast zijn humor heeft hij ook charme en zijn scherpzinnigheid. Je zou hem een soort James Bond kunnen noemen, maar dan zonder al het spektakel. Hij heeft wel de toon van Bond. Als lezer sta je meteen aan zijn kant. Je had wel een borrel met hem willen drinken. Op een andere tijd en op een andere plaats natuurlijk. 

Hoe dicht Boisserie in zijn scenario bij de boeken van Philip Kerr is gebleven, kan ik niet beoordelen, maar hij heeft er wel een goed scenario van gemaakt. Het gecompliceerde verhaal blijkft helder en het recht aan de historische omstandigheden. Er moet wel veel tussen mensen gepraat worden, wat soms vertragend werkt, maar ik raakte de aandacht niet kwijt. 

Tekeningen

Ook de tekeningen van  François Warzala zijn helder, en dienstbaar aan het verhaal. Ze roepen de jaren dertig goed op, door kleding en decors en ook de inkleuring door Marie Galopin helpt daarbij: veel gedekte kleuren. Op de pagina's heerst rust, ook als de gebeurtenissen minder rustig zijn. Die kalmte past bij Gunther, die zich altijd weet te beheersen en steeds overzicht probeert te houden. 

Achter in het album is een dossiertje opgenomen met informatie over Philip Kerr, verlucht met schetsen van Warzala in rood en blauw potlood, bijvoorbeeld een pagina waarop hij geprobeerd Goering in de vingers te krijgen. 

Een Berlijnse kwestie is geen schokkend boek, met allerlei experimenten, maar dat hoeft ook niet. Het verhaal zit goed in elkaar en is prettig getekend. Een intrigerend avontuur dat je aandacht gemakkelijk vasthoudt. Degelijk werk. 

Serie: Berlijnse trilogie
Deel 1: Een Berlijnse kwestie
Scenario: Pierre Boisserie, gebaseerd op de boeken van Philip Kerr
Tekeningen: François Warzala
Inkleuring: Marie Galopin
Vertaling: Dieter van Tilburgh
Uitgever: Scratch Books
z.pl. 2022, 144 blz. 29,95 euro (hardcover)


dinsdag 7 februari 2023

Zonder ons geen nieuwe dag (Liesbeth Goedbloed)


Een dier als metgezel - dat zagen we al in het debuut van Liesbeth Goedbloed, Broeder ezel (2018), waarin een jonge vrouw op reis is met een ezel. In haar nieuwste roman, Zonder ons geen nieuwe dag, loopt de hoofdpersoon Raaf rond met een gewonde duif. De vergelijking met Birk van Jaap Robben dringt zich op, maar er zijn meer verschillen dan overeenkomsten. 

Een duif is  een traditioneel vredessymbool en raven associëren we eerder met de dood, al heet deze Raaf eigenlijk Rafaël, zodat hij ook een engelachtige kant moet hebben. Maar die twee kanten, de vredige en de duistere zitten beide in het verhaal. 

Raaf staat er zo'n beetje alleen voor in zijn leven. Zijn moeder is een paar maanden geleden overleden, zijn vader is ooit met de noorderzon vertrokken en Raaf weet niet goed of hij hem moet zoeken of niet. Na moeders dood heeft buurman ome Joop zich over hem ontfermd, maar die heeft hem uiteindelijk in een inrichting (de PAAZ) laten opnemen, omdat hij een gevaar was voor zichzelf. Voor de verlokking van de dood, heeft Raaf het beeld van de nachtvogel. Het is de vraag of hij uit de buurt van die vogel kan blijven. 

Vleugellam

De jonge duif die Raaf meedraagt, heeft zich verwond door tegen het raam te vliegen. Raaf verzorgt hem en voert hem mee in de zak van zijn hoodie. Misschien is hij ook wel een beeld voor Raaf, die door de dood van zijn moeder ook in zekere zin vleugellam is geworden. 

Uit de inrichting heeft hij  enkele contacten overgehouden, zoals het meisje Jana en de nachtwaker Teije. Samen met nog enkele anderen zijn ze op Teijes boot en daar heeft Teije op een zeker moment genoeg van Raaf. Door wat die gedaan heeft, maar ook omdat Raaf te veel gedronken heeft. Teije sluit Raaf op in de machinekamer. Het verblijf daar is in een groot deel van de roman het verhaalheden. Tussendoor krijgen we scènes die eerder gebeurd zijn. Tijd en plaats zijn steeds nauwkeurig aangegeven. Zo komen we erachter hoe het zover heeft kunnen komen met Raaf. 

Monoloog

Raaf is de hele tijd aan het woord (letterlijk of in zijn hoofd). Een enkele keer spreekt hij zichzelf toe, maar meestal richt hij zich tot de duif. Een groot deel van het boek is een monoloog, afgewisseld met observaties. Dat zijn er nogal wat. Raaf zuigt alles op wat hij om zich heen ziet; hij lijkt voor alles oog te hebben.  Het heeft tot gevolg dat je meeleeft met Raaf en aan zijn kant gaat staan, maar ook dat het verteltempo vrij laag ligt. Soms was ik blij als er weer eens wat gebeurde. 

Wat Raaf voor een persoon is, is moeilijk te zeggen. Hij lijkt wat kinderlijk. Op zijn achttiende verjaardag bepaalt hij bijvoorbeeld niet zelf wat hij drinkt: dat doet zijn moeder voor hem. Hij neemt de wereld waar, beweegt zich erin, maar lijkt de omgeving niet helemaal te begrijpen. het gevoel dat iedereen hem verlaten heeft en dat hij het alleen moet doen, maakt het leven zwaar voor hem. Vandaar ook dat de nachtvogel steeds naar hem loert. 

God wordt af en toe genoemd, maar die is machteloos. Van hem hoeft Raaf het niet te verwachten. Hij heeft meer aan zijn duif. 

En God was dood, Kim had het ook gezegd, hij was verdwenen in het zwarte gat en deed de wereld over aan jou en mij, wij moesten hem maken, zonder ons geen nacht, zonder ons geen nieuwe dag. Het donker kwam snel dichterbij. 

In al die duisternis blijft er steeds hoop op het licht en ook dat Raaf zelf die dag zal kunnen maken en dus dat licht zal kunnen bereiken. Zonder ons geen nieuwe dag is geen vrolijk boek, maar het is wel hoopvol. Raaf blijft niet in de buik van het schip, maar komt weer aan dek. 

Mooischrijverij

Goedbloed is ook dichter en het taalgebruik in deze roman is zeker poëtisch. Dat is zowel een kwaliteit als een probleem. Veel beschrijvingen zijn origineel, verrassend. Een alinea ergens uit het begin:

Het woei zo hard dat de flat in de wind bewoog. Het koude metaal van de trapleuning trilde in mijn hand en een ijswind trok in het trappenhuis omhoog als rook in een schoorsteen. Ik hield je vast en zette mijn grote platvoeten neer en mijn benen buitelden vanzelf de trap af, lange kriebels erin als dansende wormen, mijn rechterhand aan de blauwe leuning, mijn linkerhand om jou heen, helemaal naar beneden, de achttien trappen af. Naast mij de grote ramen in hun roestige, witte sponningen, daarachter de diepe straat en de fietsers die voorbijflitsten, snel en geluidloos als ijsvogels. Een meeuw scheerde vlak langs het raam, zijn verenpak vlekkerig als de vacht van een jonge zeehond. Aan de grond de duiven die zich over de stoep haastten, onopvallend.  

Alliteraties, assonanties, vier keer een vergelijking met 'als'. Dat is wel wat veel van het goede. De stijl is zo nadrukkelijk, dat die meer doel lijkt dan middel. Aan de indruk van mooischrijverij is maar moeilijk te ontkomen. 

Daarbij komt dat Raaf dit formuleert terwijl hij onder in het ruim zit en veel gedronken heeft. Hij wordt door Teije een zuipschuit genoemd. Voor iemand die dronken is, kan hij nog aardig formuleren. Heel geloofwaardig vind ik dat niet. 

Vaker heb ik moeten fronsen. Waarschijnlijk is het maart. Zijn er dan al/nog jonge duiven? Een jaar ervoor kwamen er in april nog dikke pakken sneeuw van een dak zetten, wat me ook al uitzonderlijk lijkt. Misschien is dat gepietepeuter en gezeur, maar ik moest er wel aan denken tijdens het lezen. 

Aards

Door het verslag van Raaf, komen we ook te weten hoe de mensen om hem heen praten. Heerlijk is het taalgebruik van ome Joop, dat goed getroffen is door Goedbloed. Je hoort hem praten en herkent meteen zijn stem. Geen beuzelarijen, deze man is rechtdoorzee. Dat hij net zo heet als het personage van André van Duin, zal toeval zijn. Ik kon die twee goed uit elkaar houden. 

De taal van ome Joop lijkt te passen bij de omgeving: de roman speelt zich af in Rotterdam, de stad van no nonsense. Hij is veel aardser dan Raaf en biedt daarin mooi tegenwicht. 

Graag had ik meer van dat aardse gewild. Meer verhaal, minder nadrukkelijke symboliek, minder mooischrijverij. Aan alles merk je dat Goedbloed kan schrijven, maar haar beste boek moet nog komen. Dat komt ook wel. Ik verheug me erop. 

vrijdag 3 februari 2023

Voor de Incal - De jeugd van John Difool (Janjetov / Jodorowsky)



Op sommige stripgebieden voel ik me een beginneling, ook als ik al wat in die regio rondgestruind heb. Zo heb ik best wat gelezen van de tekenaar Moebius (verschillende keren met scenario's van Alejandro Jodorowsky), maar ik voel me vaak nog een buitenstaander. De tekenaar is mij veel vertrouwder in de strips die hij als Giraud tekende. 

In de science-fictionstrips die Moebius tekende, leren we een heel eigen universum kennen, waar ik altijd met een mengeling van interesse en bevreemding naar kijk. Ik ben geboeid door wat ik zie, maar voel me niet altijd een deelnemer. Misschien wel doordat de opgeroepen wereld zo eigen is en redelijk ver van de onze af staat. 

Voorgeschiedenis

Een beroemde serie is De Incal, die ook wel bekend is als De avonturen van John Difool. Tussen 1981 en 1988 verschenen zes albums. Daarna verscheen de voorgeschiedenis, ook weer in zes delen: Voor de Incal - De jeugd van John Difool (1989 - 1995), met tekeningen van Zoran Janjetov. Deze zes albums zijn nu samengebracht in een mooie, integrale uitgave. Gebonden, roze leeslint, dossiertje met schetsen achterin. Geen poespas, maar wel een zorgvuldige uitgave, die in ieder geval als boek prachtig is. 

Ik snap dat ik voor lezers als striplezer heb afgedaan als ik beken dat ik De Incal niet gelezen heb. Voor mij begint het verhaal, met deze uitgave, dus bij het begin. Plaats van handeling is Terra 2014, waarin het leven op mij overkomt als decadent: uitbundig, gewelddadig, genotzuchtig. Daarin loopt de jongen John Difool rond, met wie je je wel kunt identificeren: een nagenoeg gewoon mens. 

Hij krijgt ook meteen de sympathie als hij het opneemt voor een betonmeeuw, die door anderen gestenigd dreigt te worden. De meeuw zal het niet redden, maar haar jonkie wel. John noemt het Deepo en neemt het onder zijn hoede. Later zal hij nog een makker krijgen, een robot, die niet meer helemaal intact is en zichzelf nog wat moet repareren. De hulp van anderen zal hij hard nodig hebben, want het leven in Terra 2014 is vol gevaren.

Aristo's

In de wereld van John Difool is een sterk klassebewustzijn. De opperklasse wordt gevormd door de aristo's, herkenbaar aan hun aureool. John behoort tot een lagere klasse en probeert zich op te werken tot privédetective B. Zo komt hij in aanraking met Loez, van wie hij gecharmeerd is, maar haar bedoelingen zijn niet helemaal duidelijk. Mogelijk gebruikt ze hem slechts. 

Zo'n bijna onmogelijke liefde is een bekend thema in de literatuur en het werkt eigenlijk altijd. Zoals sprookjes vaak eindigen met '...en ze leefden nog lang en gelukkig', wil je dat ook hier de twee elkaar krijgen en dat alles goedkomt en -blijft. Dat wordt misschien veroorzaakt door een soort verslaving aan geestelijke suikers. Maar natuurlijk zijn er op de lange weg hobbels te nemen en je weet ook niet of het verhaal wel goed afloopt. 

John zal het wel redden, want er is een vervolg. Al begin je tegen het einde van de avonturen in dit boek toch weer aan de goede afloop te twijfelen. Hij blijkt overigens niet bang en hij heeft een onderzoekende geest, zoals het bij een privédetective hoort. Hij komt er bijvoorbeeld achter hoe het nu zit met de hoge status van de aristo's met hun aureolen. En wat hij ontdekt heeft, zou iedereen eigenlijk moeten weten. 

Rustpunt

Voor de Incal is lekker dik (ruim driehonderd bladzijden), dus je kunt John een hele tijd volgen op zijn avonturen in een wereld die per definitie onveilig is. In zo'n onzekere wereld is hij een rustpunt, omdat hij een doel heeft en dat hardnekkig nastreeft. Zo'n rustpunt is voor de lezer prettig, al weet die ook hoe kwetsbaar het allemaal is. Maar dat vergroot alleen maar de betrokkenheid. 

Het meeleven met John Difool wordt ook vergemakkelijkt doordat hij zich niet laat corrumperen en vasthoudt aan wat hij een goede zaak vindt. Hij is misschien niet helemaal berekend op zijn taak en verschillende keren werkt hij zich in de nesten, maar hij heeft een goede kern en omdat elke lezer vindt dat hij/zij zelf ook wel deugt, kun je hem dicht naar je toe halen. 

Tekeningen

Dat de scenario's van Jodorowsky een vreemde wereld aannemelijk kunnen maken, weten we al uit verschillende albums. Janjetow weet prima te tekenen in de geest van Moebius, al verschillen de pagina's onderling soms wat qua stijl. De arcerinkjes van Moebius zie je op veel plekken terug, maar soms tekent Janjetow in een wat dikkere lijn, die strakker lijkt te zijn. Dan zijn soms ook de decors soberder. Toch doet dat geen afbreuk aan de eenheid van de tekeningen. 

Wie De jeugd van John Difool gaat lezen, komt in een vreemde wereld, met betonmeeuwen en robots, homeohoeren en gebochelden, en een opmerkelijke heerser, de prez, die van tijd tot tijd van gedaante verandert. Een wonderlijke wereld, die als vanzelfsprekend gepresenteerd wordt. Zo gaat het nu eenmaal in Terra 2014. Na een paar bladzijden kijk je nergens meer van op en tijdens het lezen wissel je onze wereld moeiteloos in voor de fictieve. 

Titel: Voor de Incal - De jeugd van John Difool
Scenario en teksten: Alejandro Jodorowsky
Tekeningen: Zoran Janjetow
Vertaling: Kees Beentjes
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2022, 304 blz. 75,00 euro (hardcover, groot formaat, leeslint)
Ook beschikbaar in twee nog luxere en nog meer gelimiteerde uitgaven. 

Eerder schreef ik over:



woensdag 1 februari 2023

Het water bewaart ons (Haro Kraak)

Het is ergens in de toekomst en het water bedekt een deel van Nederland. Dat is de situatie in de roman Het water bewaart ons van Haro Kraak. Die situatie is in de literatuur niet nieuw. We kennen hem ook uit Weerwater van Renate Dorrestein en Klifi van Adriaan van Dis. 

Kraak laat ons inzoomen op Schokland, dat vroeger een eiland was, nu een hooggelegen dorp in de polder is en in de roman opnieuw een eiland. De mensen op Schokland vormen een besloten gemeenschap en dat willen ze graag zo houden. Er is een Eilandraad, die zich met veel zaken bemoeit, ook met de toelating van mensen van de vaste wal. De mensen van Schokland zijn orthodox christelijk. 

Dat laatste punt komt niet zo heel erg uit de verf. Er zijn wel de regels, over bijvoorbeeld de kleding (vrouwen liever niet in een broek en de rok mag niet te kort zijn), maar dat het geloof een innerlijke overtuiging is en dat de godsdienst mensen samenbindt is in de roman niet zo heel erg terug te vinden. Het blijft vooral buitenkant, gedragsregels. 

Wannejoene

Verder zijn er rituelen, die voorchristelijk aandoen, zoals op het feest ter gelegenheid van Wannejoene, de zonnewende. Kinderen die jonger zijn dan twaalf zijn daar overigens niet welkom. Voor de twaalfjarigen is het feest een inwijding. Daarna horen ze bij de grote mensen. Er gaan verhalen over het feest, maar buitenstaanders weten eigenlijk niet wat er echt gebeurt.

De belangrijkste personages in Het water bewaart ons zijn Age en Elsa. Hij is getogen op het eiland, zij komt van buitenaf, maar is door de ballotage van de Eilandraad gekomen. Ze heeft zelfs naar een functie bij de Raad gesolliciteerd. Elsa en Age hopen op een kind, maar dat blijkt nog niet zo gemakkelijk te gaan. Al in het begin van het boek nemen ze een lifter mee, Kasper, van wie ze tegen de eilanders vertellen dat Elsa die van vroeger kent, maar dat is niet zo. De komst van Kasper brengt dingen aan het schuiven. 

De verhouding van Age en Elsa komt in een nieuw licht te staan, met een extra man over de vloer (Kasper verblijft in het tuinhuis), maar ook in de gemeenschap verandert het een en ander. Er gaan dingen fout (een schip vaart tegen een aanlegsteiger), er gebeuren zaken die men op het eiland niet gewend is en de spanning loopt op. En dan komt ook nog Wannejoene eraan, waar deze keer wat toeristen bij zullen zijn. De situatie heeft alles in zich om vreselijk uit de hand te lopen. De vraag is of dat ook zal gebeuren. 

Haro Kraak weet goed vaart in het verhaal te houden en als lezer wil je doorlezen om te zien hoe de toestand zal aflopen. Het eiland is een afgesloten gemeenschap dat je zou kunnen zien als een laboratoriumopstelling. De verschillende stoffen (mensen, in dit geval) zijn samengebracht en nu maar zien hoe ze gaan reageren. Het is een opzet die we kennen uit het werk van Renate Dorrestein, maar ook bijvoorbeeld uit Alles wat er was van Hanna Bervoets. 

Veilig en benauwend

De besloten gemeenschap geeft veiligheid, er zijn vaste regels. Die kunnen ook benauwend zijn en de Eilandraad blijkt soms meer van je te weten dan je gewild zou hebben. Als het erop aankomt, blijken er heel wat verborgen spanningen te zijn, die ineens openbaar kunnen worden, zeker als er ook flink bij gedronken wordt. En als er actie moet komen, wil niet iedereen op de Raad op wachten. Er moet orde op zaken gesteld worden. 

De ontwikkelingen op het eiland maken niet alleen duidelijk wat er in het verborgen in de gemeenschap leeft, mensen leren ook zichzelf kennen. Age heeft gewelddadige fantasieën en de vraag is in hoeverre dat slechts gedachten zullen blijven. Elsa lijkt eindelijk opgenomen te zijn in de gemeenschap als ze een functie bij de Raad krijgt, maar juist dan wordt haar duidelijk dat ze anders is dan veel eilanders. 

Veel draait om erbij horen of buitenstaander zijn. Kasper lijkt de duidelijkste buitenstaander, maar is hij wel helemaal een vreemdeling? Of heeft hij nog iets te verhapstukken met de eilanders? 

Gemeenschap op de rand van verval

De gemeenschap werd in de loop der jaren al minder hecht. Met elke volgende generatie kwam er meer buitenwereld op het eiland. Iedereen heeft per slot van rekening een smartphone. En voor de economie van het eiland zijn er toeristen nodig. 

Vroeger nam het water stukjes van het eiland mee, golf na golf, nu waren het de bezoekers die telkens een deel naar huis namen, met elk bezoek verloor het eiland aan zuiverheid, ze keken er te lang naar, ze stelden te veel vragen, ze deden alles wankelen en maakten wat vanzelfsprekend hoorde te zijn expliciet en lelijk.

Kraak heeft met Het water bewaart ons een spannend boek geschreven. Het lijkt zich af te spelen in een andere tijd, maar dat onderbuikgevoelens openbaar kunnen worden en dat mensen zich plotseling keren tegen nieuwkomers is helaas maar al te herkenbaar. In de kleine gemeenschap wordt alles uitvergroot en zijn de reacties heftiger, maar sommige mechanismen zullen hetzelfde zijn als in onze maatschappij. Daardoor kun je niet alleen genieten van deze roman, maar stemt die ook tot nadenken. 

De woede van de eilanders lijkt ook te maken te hebben met de angst voor het vreemde, angst om kwijt te raken wat er altijd geweest is en zorg om het eigene te behouden. Dan sluiten zich de gelederen. Waar dat toe leidt, lezen we in deze roman. 

donderdag 26 januari 2023

Kind aan huis 1: Terug bij af. (Barreveld/Van der Meulen



In een gagstrip heb je meestal elementen, die steeds weer terugkomen. In het legendarische Vader en zoon van Peter van Straaten ging het steeds over het spanningsveld tussen een rechtse, wat oudere vader en een linkse zoon, die uiteraard tot de jonge garde behoorde. En bij Guust (onovertroffen, wat mij betreft) was vaak het kantoor de setting, met steeds weer dezelfde personen. En buiten het kantoor was agent Vondelaar vaak van de partij. 

Van de strip Kind aan huis is de setting duidelijk: op het eerste plaatje van het eerste verhaaltje in het eerste deel ziet een echtpaar, Herman en Geke, een vliegtuig vertrekken. De kinderen zijn het huis uit en de ouders hebben voorlopig het rijk alleen. Ze gaan hun oude dag samen doorbrengen. 

Daar blijkt weinig van te komen, want zoon Eddie staat al gauw op de stoep. Dat zien we al op de cover, waar de verbijstering van de ouders goed te zien is. Vader Herman laat zelfs zijn glaasje wijn vallen. De relatie van Eddie is uit en hij wil weer bij zijn ouders gaan wonen, die daar eigenlijk niet op zitten te wachten. Maar het is je kind, dus bent ook welwillend. 

Misverstanden en tegenvallers

De situatie biedt veel mogelijkheden voor misverstanden en tegenvallers en die werken vaak grappig. Na verloop van tijd moet er soms een nieuw element ingebracht worden (Eddies ex komt zijn hond brengen, bijvoorbeeld) en daarmee kun je dan ook weer even vooruit. 

Volwassen zijn en toch bij je ouders wonen geeft ook onduidelijkheden over de rol die je hebt. Als je het meisje bij de bakker wilt versieren, komt het slecht uit als iemand je vraagt of je nog steeds bij papa en mama woont. Ook dat zorgt voor grappige toestanden. 

De stripjes zijn aanvankelijk gepubliceerd in Max Magazine en die doelgroep zit in de leeftijdscategorie van de ouders. Die lezers zullen dus veel herkennen, maar anderen kunnen er natuurlijk net zo goed van genieten. In Nederland hebben vroeger veel mensen genoten van Billie Turf, zonder dat ze ooit op kostschool hebben gezeten.

Goedmoedig 

Kind aan huis is een goedmoedige strip, waarin de toon altijd vriendelijk is. Ook als er onenigheid is, weet je dat het uiteindelijk allemaal goedkomt en dat er in alle personages wel wat goeds zit. Dat maakt het misschien tot een ongevaarlijke strip, maar dat lijkt me niet zo erg. In elke gag zit er wel een verrassinkje, een wending die je niet of maar een beetje aan ziet komen, zodat je het hele album met een glimlach kunt lezen. 

Vaak zijn de acties van de personen goed bedoeld, maar pakken ze verkeerd uit en van tijd tot zitten vader en moeder niet op één lijn of juist wel, maar dan zorgen omstandigheden ervoor dat een van de twee ineens een ander standpunt inneemt. Allemaal heel menselijk en dat maakt het herkenbaar. Ook als we niet van de leeftijd van Herman en Geke zijn, hebben we ons standpunt wel eens veranderd, zijn we niet helemaal eerlijk geweest, deden we iets omdat dat voordeel voor onszelf had en moesten we toch iets anders doen dan we gepland hadden. 

De scenarist, Jan Dirk Barreveld, heeft elke keer weer een leuke situatie bedacht en ik heb het idee dat hij daar nog wel even mee kan doorgaan. Mogelijk ken je hem van de strip Eugène. De tekenaar, Robby van der Meulen zou je kunnen kennen van enkele afleveringen van de reeks Amor Fati.

Tekeningen

De tekeningen zijn dienstbaar aan de grap en zo hoort het ook, denk ik. Omdat je vooral de grap leest, heb je misschien weinig aandacht voor de afzonderlijke tekeningen, maar die zitten best goed in elkaar. Ze zorgen er ook voor dat ik Herman, Geke en Eddie geloof: ze zouden om de hoek kunnen wonen. Nooit doen ze gekunsteld aan. 

Af en toe is er een knipoog naar deze tijd (Marktplaats, elektrische fietsen, eetgewoonten (Herman wil stamppot, maar Eddie maakt couscous), de afschaffing van Zwarte Piet, Heel Holland Bakt, maar het meeste is algemeen menselijk en niet zo tijdgebonden. Dat betekent waarschijnlijk dat de strip over een tijdje ook nog goed te lezen.  

Terug bij af wordt nadrukkelijk gepresenteerd als deel 1. Er zullen dus nog meer delen volgen. Kind aan huis is geen spectaculaire strip en er is weinig vernieuwends aan, maar dat is geen bezwaar. Het album is op zijn minst onderhoudend en van tijd tot tijd behoorlijk grappig. Niemand hoeft zich te vervelen. De grappen zitten goed in elkaar en de tekeningen werken. Wie Kind aan huis niet kent, zou de strip op zijn minst een kans moeten geven. 
 
Serie: Kind aan huis
Deel 1: Terug bij af
Tekst: Jan Dirk Barreveld
Tekeningen: Robby van der Meulen
Uitgeverij: Personalia
Leens 2022, 48 blz. 9,95 euro; softcover



woensdag 25 januari 2023

Tekenen van het universum (Emy Koopman)



De ondertitel van Tekenen van het universum, van Emy Koopman, is Verslag van een obsessie. Op de titelpagina staat niet dat het een roman is; het is blijkbaar bedoeld als een autobiografisch geschrift. Gek genoeg 'vergat' ik dat tijdens het lezen en dan leest het boek toch als een roman. Maar misschien maakt dat niet uit. 

Zeven jaar geleden las ik Koopmans debuut, Orewoet, dat me niet helemaal overtuigde, al vond ik het geen slecht boek. Zolang er 'verhaal' in zat, liep het wel. 

De hoofdersoon in Tekenen van het universum is Emy (wat bij een autobiografisch boek niet zo vreemd is). Emy maakt een programma over Canada, maar de hele ploeg strandt, door de weersomstandigheden. Ze zijn gedwongen te overnachten in een hotel en zij komt met de fixer, A, in dezelfde kamer terecht. Eigenlijk gebeurt er niets, maar er is wel een zekere spanning tussen hen, alsof zich iets aan het ontwikkelen is. 

Deur op een kier

Ze zijn slechts vijf dagen en een enkele nacht samen, maar dat blijkt genoeg om een vuur aan te steken. Emy moet steeds aan A denken en ze houdt contact met hem, al weet ze dat ze hoogstwaarschijnlijk niets met hem zal beginnen. Ze heeft immers een relatie, met Johannes, en A ook, met Charlotte. Maar zoals in een gedicht van Tjitske Jansen iemand denkt dat het fijn is om te denken dat het zou kunnen als het kon, gooit Emy de deur niet helemaal dicht. Ze zegt over haar relatie met Johannes: 'Geen open relatie, maar een relatie met de deur op een kiertje, waardoor een ander naar binnen zou kunnen komen wandelen.' Maar dan wel in overleg en in alle openheid. Ze houdt Johannes dus op de hoogte van wat er zich in haar afspeelt. 

A vertelt aanvankelijk niets tegen Charlotte, tenminste niets van wat er werkelijk speelt en dat maakt de situatie niet gemakkelijk, zeker niet als de vier elkaar later ontmoeten. Emy en Johannes gaan namelijk nog een keer drie maanden naar Canada. Ze eten samen, drinken samen, dansen samen met het andere koppel. Als lezer vraag je je af waarop dat zal uitlopen. A heeft al aangegeven dat hij zijn relatie eraan zou geven als Emy om de hoek zou wonen, maar zij en wij weten niet wat zo'n uitspraak waard is. 

Verhaal

Wat tussen Emy en A speelt, is eigenlijk een verhaal. Maar ook elk van hun levens is een verhaal en het is de vraag in hoeverre A een rol wil spelen in het gezamenlijke verhaal. Als lezer wil je in ieder geval weten hoe zich dat zal ontwikkelen en dat houdt het boek spannend. Elk stapje, elk berichtje, bouwt verder aan dat verhaal, dat wellicht op niets zal uitlopen. 

Op dat verhaalniveau, het niveau van de gebeurtenissen, waarbij ook het uitwisselen van berichtjes gebeurtenissen zijn, is Tekenen van het universum een boeiend en misschien zelfs wel een spannend boek. Maar niet alleen de gebeurtenissen maken het tot een intrigerend boek. 

Scherpe observaties

In de eerste plaats observeert Emy heel scherp wat de gebeurtenissen met haar doen. Natuurlijk doen altijd de details ertoe: hoe lang het duurt voor iemand antwoordt, of dat iemand zo lang niet antwoordt. Of er wel of geen uitroepteken achter een zin staat. Welke woorden gekozen zijn. Ze weegt de woorden, gaat na welke betekenissen meespelen en heeft daardoor vaak goed in de gaten wat er in anderen, in A vooral, leeft. Die scherpe observaties of analyses heb ik met plezier gelezen. 

Daarbij kijkt ze ook scherp naar zichzelf, zonder daarbij te versimpelen of te voor de hand liggend zichzelf en haar gedrag te duiden. Over het missen van A schrijft ze:

Ik mis hem - ineens weet ik niet meer over wie het gaat. Ik mis. Ik mis al zo lang. 

Het gaat ineens niet meer A of zijn afwezigheid, maar over een fundamenteel gemis. Zo leidt het scherpe observeren van zichzelf tot inzichten. 

Ze is, net als iedereen, een vat vol tegenstrijdigheden en die laat ze gelukkig allemaal bestaan. Een scherpe geest, een nauwkeurige pen, een uitgekiende opbouw, al is die dan ook door het leven ingegeven - ze maken Tekenen van het universum tot een voor mij prettig boek, dat me uitdaagt om niet alleen mee te leven, maar ook mee te denken. 

Tussendoor schrijft Koopman over wat ze leest of gelezen heeft (Bataille, Levinas, Hempel en meer) en ook over haar verleden: haar vroegere liefdes of verliefdheden, het feit dat ze leed aan baarmoederhalskanker, haar anorexia, het zich snijden. Elke keer weer met die scherpe blik. Over het snijden bijvoorbeeld: 'De pijn van buiten is zowel een afleiding als een passende straf.'

Universum

De titel wijst naar het universum en dat soort verwijzingen komt heel vaak terug. Enkele citaten: 'Tekenen, denk ik. Het universum schreeuwt zijn naam.' 'Hoe doet het universum vandaag tegen jou?' '[E]n wanneer gaat het universum zich weer tegen me keren?' Hier lijkt het universum de functie te hebben van een god die de regie heeft en het leven op aarde bepaald. Soms wordt er ook verwezen naar 'de goden' of 'hogere machten'. 

Zoals mensen wel zeggen dat iets zo heeft moeten zijn, lijkt er een verborgen plan te zijn, al weet Emy ook wel dat ze zichzelf dat maar wijsmaakt: 

Wat wil het universum? Het universum is, waarschijnlijk, onverschillig; wij mensen lezen de theebladeren, de dromen, de sterren, de ingewanden. Als je ze zoekt, de tekenen, kun je ze vinden, zeker als je een jarenlange training in het analyseren van teksten hebt gehad, elk terugkerend beeld een potentiële sleutel naar de betekenis, een betekenis, van het geheel. 

Blijkbaar geeft het idee van een hoger plan houvast: je volgt de weg die al voor je uitgestippeld is. Relativeert dat de eigen verantwoordelijkheid? Kun je ondersteuning voor je handelingen vinden? Wordt je dagelijkse leven zo boven het tijdelijke en het plaatselijke uit getild? Komt het voort uit het verlangen naar iets eeuwigs of iets absoluuts? Dat een boek dit soort vragen oproept, vind ik prettig. 

De kleine zeemeermin

Ik schreef al dat het boek uitgekiend in elkaar zit en dat komt niet alleen door de dosering van de gebeurtenissen maar ook door de manier waarop Koopman die in verband brengt met dingen buiten die obsessie: met De kleine zeemeermin bijvoorbeeld, waar Walt Disney een vrij zoet verhaal van gemaakt heeft. Koopman: 'Het is een vreselijk verhaal, het is een schitterend verhaal, het is een verwarrend verhaal.'

Maar misschien zit er in veel vrouwen wel zo'n kleine zeemeermin, zo'n gevende vrouw. Misschien worden ze met het idee van opoffering vol gegoten en kun je je maar moeilijk aan zo'n rol onttrekken. Door zichzelf te peilen, overdenkt Koopman niet alleen zichzelf, maar ook wat het is om vrouw te zijn, hier, nu, in wat voor maatschappij we leven. 

Er is nog veel meer te zeggen over Tekenen van het universum, maar je moet het gewoon zelf gaan lezen en ervan genieten. Hoe langer je erover nadenkt, hoe beter het wordt. Het is een boek dat ik een groot publiek gun, niet alleen voor het boek, ook voor het publiek.