vrijdag 10 februari 2023
Luthon-Höge (Willem Ritstier / Michiel Offerman)
woensdag 8 februari 2023
Berlijnse trilogie deel 1: Een Berlijnse kwestie (Pierre Boisserie / François Warzala)
Vertelstem
Gecompliceerd
Humor en charme
Tekeningen
Een Berlijnse kwestie is geen schokkend boek, met allerlei experimenten, maar dat hoeft ook niet. Het verhaal zit goed in elkaar en is prettig getekend. Een intrigerend avontuur dat je aandacht gemakkelijk vasthoudt. Degelijk werk.
dinsdag 7 februari 2023
Zonder ons geen nieuwe dag (Liesbeth Goedbloed)
Een dier als metgezel - dat zagen we al in het debuut van Liesbeth Goedbloed, Broeder ezel (2018), waarin een jonge vrouw op reis is met een ezel. In haar nieuwste roman, Zonder ons geen nieuwe dag, loopt de hoofdpersoon Raaf rond met een gewonde duif. De vergelijking met Birk van Jaap Robben dringt zich op, maar er zijn meer verschillen dan overeenkomsten.
Een duif is een traditioneel vredessymbool en raven associëren we eerder met de dood, al heet deze Raaf eigenlijk Rafaël, zodat hij ook een engelachtige kant moet hebben. Maar die twee kanten, de vredige en de duistere zitten beide in het verhaal.
Raaf staat er zo'n beetje alleen voor in zijn leven. Zijn moeder is een paar maanden geleden overleden, zijn vader is ooit met de noorderzon vertrokken en Raaf weet niet goed of hij hem moet zoeken of niet. Na moeders dood heeft buurman ome Joop zich over hem ontfermd, maar die heeft hem uiteindelijk in een inrichting (de PAAZ) laten opnemen, omdat hij een gevaar was voor zichzelf. Voor de verlokking van de dood, heeft Raaf het beeld van de nachtvogel. Het is de vraag of hij uit de buurt van die vogel kan blijven.
Vleugellam
De jonge duif die Raaf meedraagt, heeft zich verwond door tegen het raam te vliegen. Raaf verzorgt hem en voert hem mee in de zak van zijn hoodie. Misschien is hij ook wel een beeld voor Raaf, die door de dood van zijn moeder ook in zekere zin vleugellam is geworden.
Uit de inrichting heeft hij enkele contacten overgehouden, zoals het meisje Jana en de nachtwaker Teije. Samen met nog enkele anderen zijn ze op Teijes boot en daar heeft Teije op een zeker moment genoeg van Raaf. Door wat die gedaan heeft, maar ook omdat Raaf te veel gedronken heeft. Teije sluit Raaf op in de machinekamer. Het verblijf daar is in een groot deel van de roman het verhaalheden. Tussendoor krijgen we scènes die eerder gebeurd zijn. Tijd en plaats zijn steeds nauwkeurig aangegeven. Zo komen we erachter hoe het zover heeft kunnen komen met Raaf.
Monoloog
Raaf is de hele tijd aan het woord (letterlijk of in zijn hoofd). Een enkele keer spreekt hij zichzelf toe, maar meestal richt hij zich tot de duif. Een groot deel van het boek is een monoloog, afgewisseld met observaties. Dat zijn er nogal wat. Raaf zuigt alles op wat hij om zich heen ziet; hij lijkt voor alles oog te hebben. Het heeft tot gevolg dat je meeleeft met Raaf en aan zijn kant gaat staan, maar ook dat het verteltempo vrij laag ligt. Soms was ik blij als er weer eens wat gebeurde.
Wat Raaf voor een persoon is, is moeilijk te zeggen. Hij lijkt wat kinderlijk. Op zijn achttiende verjaardag bepaalt hij bijvoorbeeld niet zelf wat hij drinkt: dat doet zijn moeder voor hem. Hij neemt de wereld waar, beweegt zich erin, maar lijkt de omgeving niet helemaal te begrijpen. het gevoel dat iedereen hem verlaten heeft en dat hij het alleen moet doen, maakt het leven zwaar voor hem. Vandaar ook dat de nachtvogel steeds naar hem loert.
God wordt af en toe genoemd, maar die is machteloos. Van hem hoeft Raaf het niet te verwachten. Hij heeft meer aan zijn duif.
En God was dood, Kim had het ook gezegd, hij was verdwenen in het zwarte gat en deed de wereld over aan jou en mij, wij moesten hem maken, zonder ons geen nacht, zonder ons geen nieuwe dag. Het donker kwam snel dichterbij.
In al die duisternis blijft er steeds hoop op het licht en ook dat Raaf zelf die dag zal kunnen maken en dus dat licht zal kunnen bereiken. Zonder ons geen nieuwe dag is geen vrolijk boek, maar het is wel hoopvol. Raaf blijft niet in de buik van het schip, maar komt weer aan dek.
Mooischrijverij
Goedbloed is ook dichter en het taalgebruik in deze roman is zeker poëtisch. Dat is zowel een kwaliteit als een probleem. Veel beschrijvingen zijn origineel, verrassend. Een alinea ergens uit het begin:
Het woei zo hard dat de flat in de wind bewoog. Het koude metaal van de trapleuning trilde in mijn hand en een ijswind trok in het trappenhuis omhoog als rook in een schoorsteen. Ik hield je vast en zette mijn grote platvoeten neer en mijn benen buitelden vanzelf de trap af, lange kriebels erin als dansende wormen, mijn rechterhand aan de blauwe leuning, mijn linkerhand om jou heen, helemaal naar beneden, de achttien trappen af. Naast mij de grote ramen in hun roestige, witte sponningen, daarachter de diepe straat en de fietsers die voorbijflitsten, snel en geluidloos als ijsvogels. Een meeuw scheerde vlak langs het raam, zijn verenpak vlekkerig als de vacht van een jonge zeehond. Aan de grond de duiven die zich over de stoep haastten, onopvallend.
Alliteraties, assonanties, vier keer een vergelijking met 'als'. Dat is wel wat veel van het goede. De stijl is zo nadrukkelijk, dat die meer doel lijkt dan middel. Aan de indruk van mooischrijverij is maar moeilijk te ontkomen.
Daarbij komt dat Raaf dit formuleert terwijl hij onder in het ruim zit en veel gedronken heeft. Hij wordt door Teije een zuipschuit genoemd. Voor iemand die dronken is, kan hij nog aardig formuleren. Heel geloofwaardig vind ik dat niet.
Vaker heb ik moeten fronsen. Waarschijnlijk is het maart. Zijn er dan al/nog jonge duiven? Een jaar ervoor kwamen er in april nog dikke pakken sneeuw van een dak zetten, wat me ook al uitzonderlijk lijkt. Misschien is dat gepietepeuter en gezeur, maar ik moest er wel aan denken tijdens het lezen.
Aards
Door het verslag van Raaf, komen we ook te weten hoe de mensen om hem heen praten. Heerlijk is het taalgebruik van ome Joop, dat goed getroffen is door Goedbloed. Je hoort hem praten en herkent meteen zijn stem. Geen beuzelarijen, deze man is rechtdoorzee. Dat hij net zo heet als het personage van André van Duin, zal toeval zijn. Ik kon die twee goed uit elkaar houden.
De taal van ome Joop lijkt te passen bij de omgeving: de roman speelt zich af in Rotterdam, de stad van no nonsense. Hij is veel aardser dan Raaf en biedt daarin mooi tegenwicht.
Graag had ik meer van dat aardse gewild. Meer verhaal, minder nadrukkelijke symboliek, minder mooischrijverij. Aan alles merk je dat Goedbloed kan schrijven, maar haar beste boek moet nog komen. Dat komt ook wel. Ik verheug me erop.
vrijdag 3 februari 2023
Voor de Incal - De jeugd van John Difool (Janjetov / Jodorowsky)
Voorgeschiedenis
Aristo's
Rustpunt
Tekeningen
woensdag 1 februari 2023
Het water bewaart ons (Haro Kraak)
Het is ergens in de toekomst en het water bedekt een deel van Nederland. Dat is de situatie in de roman Het water bewaart ons van Haro Kraak. Die situatie is in de literatuur niet nieuw. We kennen hem ook uit Weerwater van Renate Dorrestein en Klifi van Adriaan van Dis.
Kraak laat ons inzoomen op Schokland, dat vroeger een eiland was, nu een hooggelegen dorp in de polder is en in de roman opnieuw een eiland. De mensen op Schokland vormen een besloten gemeenschap en dat willen ze graag zo houden. Er is een Eilandraad, die zich met veel zaken bemoeit, ook met de toelating van mensen van de vaste wal. De mensen van Schokland zijn orthodox christelijk.
Dat laatste punt komt niet zo heel erg uit de verf. Er zijn wel de regels, over bijvoorbeeld de kleding (vrouwen liever niet in een broek en de rok mag niet te kort zijn), maar dat het geloof een innerlijke overtuiging is en dat de godsdienst mensen samenbindt is in de roman niet zo heel erg terug te vinden. Het blijft vooral buitenkant, gedragsregels.
Wannejoene
Verder zijn er rituelen, die voorchristelijk aandoen, zoals op het feest ter gelegenheid van Wannejoene, de zonnewende. Kinderen die jonger zijn dan twaalf zijn daar overigens niet welkom. Voor de twaalfjarigen is het feest een inwijding. Daarna horen ze bij de grote mensen. Er gaan verhalen over het feest, maar buitenstaanders weten eigenlijk niet wat er echt gebeurt.
De belangrijkste personages in Het water bewaart ons zijn Age en Elsa. Hij is getogen op het eiland, zij komt van buitenaf, maar is door de ballotage van de Eilandraad gekomen. Ze heeft zelfs naar een functie bij de Raad gesolliciteerd. Elsa en Age hopen op een kind, maar dat blijkt nog niet zo gemakkelijk te gaan. Al in het begin van het boek nemen ze een lifter mee, Kasper, van wie ze tegen de eilanders vertellen dat Elsa die van vroeger kent, maar dat is niet zo. De komst van Kasper brengt dingen aan het schuiven.
De verhouding van Age en Elsa komt in een nieuw licht te staan, met een extra man over de vloer (Kasper verblijft in het tuinhuis), maar ook in de gemeenschap verandert het een en ander. Er gaan dingen fout (een schip vaart tegen een aanlegsteiger), er gebeuren zaken die men op het eiland niet gewend is en de spanning loopt op. En dan komt ook nog Wannejoene eraan, waar deze keer wat toeristen bij zullen zijn. De situatie heeft alles in zich om vreselijk uit de hand te lopen. De vraag is of dat ook zal gebeuren.
Haro Kraak weet goed vaart in het verhaal te houden en als lezer wil je doorlezen om te zien hoe de toestand zal aflopen. Het eiland is een afgesloten gemeenschap dat je zou kunnen zien als een laboratoriumopstelling. De verschillende stoffen (mensen, in dit geval) zijn samengebracht en nu maar zien hoe ze gaan reageren. Het is een opzet die we kennen uit het werk van Renate Dorrestein, maar ook bijvoorbeeld uit Alles wat er was van Hanna Bervoets.
Veilig en benauwend
De besloten gemeenschap geeft veiligheid, er zijn vaste regels. Die kunnen ook benauwend zijn en de Eilandraad blijkt soms meer van je te weten dan je gewild zou hebben. Als het erop aankomt, blijken er heel wat verborgen spanningen te zijn, die ineens openbaar kunnen worden, zeker als er ook flink bij gedronken wordt. En als er actie moet komen, wil niet iedereen op de Raad op wachten. Er moet orde op zaken gesteld worden.
De ontwikkelingen op het eiland maken niet alleen duidelijk wat er in het verborgen in de gemeenschap leeft, mensen leren ook zichzelf kennen. Age heeft gewelddadige fantasieën en de vraag is in hoeverre dat slechts gedachten zullen blijven. Elsa lijkt eindelijk opgenomen te zijn in de gemeenschap als ze een functie bij de Raad krijgt, maar juist dan wordt haar duidelijk dat ze anders is dan veel eilanders.
Veel draait om erbij horen of buitenstaander zijn. Kasper lijkt de duidelijkste buitenstaander, maar is hij wel helemaal een vreemdeling? Of heeft hij nog iets te verhapstukken met de eilanders?
Gemeenschap op de rand van verval
De gemeenschap werd in de loop der jaren al minder hecht. Met elke volgende generatie kwam er meer buitenwereld op het eiland. Iedereen heeft per slot van rekening een smartphone. En voor de economie van het eiland zijn er toeristen nodig.
Vroeger nam het water stukjes van het eiland mee, golf na golf, nu waren het de bezoekers die telkens een deel naar huis namen, met elk bezoek verloor het eiland aan zuiverheid, ze keken er te lang naar, ze stelden te veel vragen, ze deden alles wankelen en maakten wat vanzelfsprekend hoorde te zijn expliciet en lelijk.
Kraak heeft met Het water bewaart ons een spannend boek geschreven. Het lijkt zich af te spelen in een andere tijd, maar dat onderbuikgevoelens openbaar kunnen worden en dat mensen zich plotseling keren tegen nieuwkomers is helaas maar al te herkenbaar. In de kleine gemeenschap wordt alles uitvergroot en zijn de reacties heftiger, maar sommige mechanismen zullen hetzelfde zijn als in onze maatschappij. Daardoor kun je niet alleen genieten van deze roman, maar stemt die ook tot nadenken.
De woede van de eilanders lijkt ook te maken te hebben met de angst voor het vreemde, angst om kwijt te raken wat er altijd geweest is en zorg om het eigene te behouden. Dan sluiten zich de gelederen. Waar dat toe leidt, lezen we in deze roman.
donderdag 26 januari 2023
Kind aan huis 1: Terug bij af. (Barreveld/Van der Meulen
Misverstanden en tegenvallers
Goedmoedig
Tekeningen
woensdag 25 januari 2023
Tekenen van het universum (Emy Koopman)
De ondertitel van Tekenen van het universum, van Emy Koopman, is Verslag van een obsessie. Op de titelpagina staat niet dat het een roman is; het is blijkbaar bedoeld als een autobiografisch geschrift. Gek genoeg 'vergat' ik dat tijdens het lezen en dan leest het boek toch als een roman. Maar misschien maakt dat niet uit.
Zeven jaar geleden las ik Koopmans debuut, Orewoet, dat me niet helemaal overtuigde, al vond ik het geen slecht boek. Zolang er 'verhaal' in zat, liep het wel.
De hoofdersoon in Tekenen van het universum is Emy (wat bij een autobiografisch boek niet zo vreemd is). Emy maakt een programma over Canada, maar de hele ploeg strandt, door de weersomstandigheden. Ze zijn gedwongen te overnachten in een hotel en zij komt met de fixer, A, in dezelfde kamer terecht. Eigenlijk gebeurt er niets, maar er is wel een zekere spanning tussen hen, alsof zich iets aan het ontwikkelen is.
Deur op een kier
Ze zijn slechts vijf dagen en een enkele nacht samen, maar dat blijkt genoeg om een vuur aan te steken. Emy moet steeds aan A denken en ze houdt contact met hem, al weet ze dat ze hoogstwaarschijnlijk niets met hem zal beginnen. Ze heeft immers een relatie, met Johannes, en A ook, met Charlotte. Maar zoals in een gedicht van Tjitske Jansen iemand denkt dat het fijn is om te denken dat het zou kunnen als het kon, gooit Emy de deur niet helemaal dicht. Ze zegt over haar relatie met Johannes: 'Geen open relatie, maar een relatie met de deur op een kiertje, waardoor een ander naar binnen zou kunnen komen wandelen.' Maar dan wel in overleg en in alle openheid. Ze houdt Johannes dus op de hoogte van wat er zich in haar afspeelt.
A vertelt aanvankelijk niets tegen Charlotte, tenminste niets van wat er werkelijk speelt en dat maakt de situatie niet gemakkelijk, zeker niet als de vier elkaar later ontmoeten. Emy en Johannes gaan namelijk nog een keer drie maanden naar Canada. Ze eten samen, drinken samen, dansen samen met het andere koppel. Als lezer vraag je je af waarop dat zal uitlopen. A heeft al aangegeven dat hij zijn relatie eraan zou geven als Emy om de hoek zou wonen, maar zij en wij weten niet wat zo'n uitspraak waard is.
Verhaal
Wat tussen Emy en A speelt, is eigenlijk een verhaal. Maar ook elk van hun levens is een verhaal en het is de vraag in hoeverre A een rol wil spelen in het gezamenlijke verhaal. Als lezer wil je in ieder geval weten hoe zich dat zal ontwikkelen en dat houdt het boek spannend. Elk stapje, elk berichtje, bouwt verder aan dat verhaal, dat wellicht op niets zal uitlopen.
Op dat verhaalniveau, het niveau van de gebeurtenissen, waarbij ook het uitwisselen van berichtjes gebeurtenissen zijn, is Tekenen van het universum een boeiend en misschien zelfs wel een spannend boek. Maar niet alleen de gebeurtenissen maken het tot een intrigerend boek.
Scherpe observaties
In de eerste plaats observeert Emy heel scherp wat de gebeurtenissen met haar doen. Natuurlijk doen altijd de details ertoe: hoe lang het duurt voor iemand antwoordt, of dat iemand zo lang niet antwoordt. Of er wel of geen uitroepteken achter een zin staat. Welke woorden gekozen zijn. Ze weegt de woorden, gaat na welke betekenissen meespelen en heeft daardoor vaak goed in de gaten wat er in anderen, in A vooral, leeft. Die scherpe observaties of analyses heb ik met plezier gelezen.
Daarbij kijkt ze ook scherp naar zichzelf, zonder daarbij te versimpelen of te voor de hand liggend zichzelf en haar gedrag te duiden. Over het missen van A schrijft ze:
Ik mis hem - ineens weet ik niet meer over wie het gaat. Ik mis. Ik mis al zo lang.
Het gaat ineens niet meer A of zijn afwezigheid, maar over een fundamenteel gemis. Zo leidt het scherpe observeren van zichzelf tot inzichten.
Ze is, net als iedereen, een vat vol tegenstrijdigheden en die laat ze gelukkig allemaal bestaan. Een scherpe geest, een nauwkeurige pen, een uitgekiende opbouw, al is die dan ook door het leven ingegeven - ze maken Tekenen van het universum tot een voor mij prettig boek, dat me uitdaagt om niet alleen mee te leven, maar ook mee te denken.
Tussendoor schrijft Koopman over wat ze leest of gelezen heeft (Bataille, Levinas, Hempel en meer) en ook over haar verleden: haar vroegere liefdes of verliefdheden, het feit dat ze leed aan baarmoederhalskanker, haar anorexia, het zich snijden. Elke keer weer met die scherpe blik. Over het snijden bijvoorbeeld: 'De pijn van buiten is zowel een afleiding als een passende straf.'
Universum
De titel wijst naar het universum en dat soort verwijzingen komt heel vaak terug. Enkele citaten: 'Tekenen, denk ik. Het universum schreeuwt zijn naam.' 'Hoe doet het universum vandaag tegen jou?' '[E]n wanneer gaat het universum zich weer tegen me keren?' Hier lijkt het universum de functie te hebben van een god die de regie heeft en het leven op aarde bepaald. Soms wordt er ook verwezen naar 'de goden' of 'hogere machten'.
Zoals mensen wel zeggen dat iets zo heeft moeten zijn, lijkt er een verborgen plan te zijn, al weet Emy ook wel dat ze zichzelf dat maar wijsmaakt:
Wat wil het universum? Het universum is, waarschijnlijk, onverschillig; wij mensen lezen de theebladeren, de dromen, de sterren, de ingewanden. Als je ze zoekt, de tekenen, kun je ze vinden, zeker als je een jarenlange training in het analyseren van teksten hebt gehad, elk terugkerend beeld een potentiële sleutel naar de betekenis, een betekenis, van het geheel.
Blijkbaar geeft het idee van een hoger plan houvast: je volgt de weg die al voor je uitgestippeld is. Relativeert dat de eigen verantwoordelijkheid? Kun je ondersteuning voor je handelingen vinden? Wordt je dagelijkse leven zo boven het tijdelijke en het plaatselijke uit getild? Komt het voort uit het verlangen naar iets eeuwigs of iets absoluuts? Dat een boek dit soort vragen oproept, vind ik prettig.
De kleine zeemeermin
Ik schreef al dat het boek uitgekiend in elkaar zit en dat komt niet alleen door de dosering van de gebeurtenissen maar ook door de manier waarop Koopman die in verband brengt met dingen buiten die obsessie: met De kleine zeemeermin bijvoorbeeld, waar Walt Disney een vrij zoet verhaal van gemaakt heeft. Koopman: 'Het is een vreselijk verhaal, het is een schitterend verhaal, het is een verwarrend verhaal.'
Maar misschien zit er in veel vrouwen wel zo'n kleine zeemeermin, zo'n gevende vrouw. Misschien worden ze met het idee van opoffering vol gegoten en kun je je maar moeilijk aan zo'n rol onttrekken. Door zichzelf te peilen, overdenkt Koopman niet alleen zichzelf, maar ook wat het is om vrouw te zijn, hier, nu, in wat voor maatschappij we leven.
Er is nog veel meer te zeggen over Tekenen van het universum, maar je moet het gewoon zelf gaan lezen en ervan genieten. Hoe langer je erover nadenkt, hoe beter het wordt. Het is een boek dat ik een groot publiek gun, niet alleen voor het boek, ook voor het publiek.












