zaterdag 31 december 2016

Orewoet (Emy Koopman)


Zeker weet ik het niet, maar het zou me niet verbazen als het vooral de titel was die me het boek van Emy Koopman deed kopen: Orewoet. Hadewijch, jazeker. In 1984 kreeg de hele klas waarin ik zat een kopie van een uitgave van haar Strofische gedichten (editie Rombouts/De Paepe, uit 1961) in het kader van de studie Nederlands MO-B. Hoe het met de rechten zat, weet ik niet.

Niet al die gedichten heb ik indertijd gelezen, misschien ook omdat het geen gemakkelijke kost is, maar ik heb er toch heel wat uren in gegrasduind. Steeds gaat het weer over de Minne, die in de hertaling van Rombouts en De Paepe altijd met een hoofdletter wordt geschreven. En nooit is die minne simpel:
Dit es wonder groet te verstane:
Der minnen nemen ende hare gheven;
Alsi mi gheeft troest te ontfane,
So wordet vruchten ende beven.
(Het is een wonder, moeilijk te begrijpen: het nemen en geven van de Minne; gunt Ze het me vertroosting te vinden, dan wordt het (meteen) schrikken en beven).

Die 'orewoet' is de liefdeshonger, het verlangen, de gloed, de gedrevenheid. Bij Hadewijch is die vaak metafysisch gericht, al zijn haar beschrijvingen vaak ook lichamelijk: 'nu valle in minen armen'.

Emy Koopman schetst in Orewoet drie personen, met op de achtergrond de kunstenaar Lucas Brandmeester. Agatha (May) was ooit hevig verliefd op hem, Diederik (Dirk) was de beste vriend van Lucas en probeerde via hem May te winnen en Alex gaat met zijn moeder Agatha naar de begrafenis van Lucas en komt erachter dat hij diens zoon is.

De drie personages komen allen in de ik-vorm aan het woord. Het is 2002, Lucas is net overleden en Alex wil natuurlijk weten wie zijn vader was. Verder is er een verhaallijn in de jaren zeventig. Dirk, die uitstekend handschriften kan vervalsen, neemt zijn kans waar als Lucas in een inrichting is opgenomen. In zijn handschrift en in zijn naam schrijft hij May brieven.

Alle personages hebben iets van gekte: Lucas zit in een inrichting (waarbij we een kijkje krijgen in de antipsychiatrie van die tijd), Dirk creëert via zijn brieven een nieuwe werkelijkheid, Alex verliest zich in een bouwsel dat hij optrekt in de achtertuin en later gaat hij geloven dat Lucas niet overleden is, en May wordt beheerst door haar verliefdheid.

Niet alles in het boek is even geloofwaardig. Dat hele bouwsel van Alex en ook zijn gekte verderop in het boek, doen mij vooral de schouders ophalen. Dirk kan goed handschriften nadoen. Later blijkt hij ook wetenschappelijke fraude gepleegd te hebben. Hij zal wel niet voor niets ook Diederik heten. Misschien moet dat aannemelijker maken dat hij in een zelf geconstrueerde wereld leeft. Aan het verhaal voegt het verder niet zoveel toe.

Dat vind ik ook van de dagboeken van May en de andere gedeelten over haar. Er worden wat dingen in opgehelderd  die de lezer had kunnen raden of die best onduidelijk hadden mogen blijven. Waarschijnlijk hadden al die delen geschrapt kunnen worden, zonder dat we veel gemist zouden hebben.

Ik snap het punt van Koopman wel: ze wil laten zien waartoe orewoet in staat is, hoe dicht verliefdheid en waanzin bij elkaar liggen. Maar de overgang naar Alex' waanzin doet me slechts de schouders ophalen en het warrige waanzinsproza in zijn verhaallijn, is bepaald niet het sterkste in het boek.

De interessantste figuur is voor mij Dirk, die via de fictie van brieven May voor zich probeert te winnen, maar moet zien hoe zijn bouwwerk in elkaar stort.

Koopman kan best wat, maar Orewoet kan mij slechts gedeeltelijk boeien. Misschien komt dat mede door de nadrukkelijke constructie, waarbij ik het idee heb dat sommige gedeelten (vooral de verhaallijn van May) in het boek opgenomen zijn om die constructie in stand te houden, zonder dat dat inhoudelijk gemotiveerd is.

Ten slotte: de corrector van uitgeverij Prometheus heeft heel wat steken laten vallen vooral bij dit soort zinsneden: 'dat hij langzaam naar ons toebewoog'; 'Hij zou het vuur ingaan'; 'terwijl ik het zand oploop'; 'je had je naar me toegebogen'; 'die rokend voor zich uitstaarde'. Ik heb eerder aandacht besteed aan deze hinderlijke onnauwkeurigheden. Voor de duidelijkheid: het gaat hier niet om de werkwoorden 'toebewegen', 'ingaan', 'oplopen' en 'toebuigen', maar 'bewegen' (naar ons toe), 'gaan' (het vuur in),  'lopen; (het zand op), 'buigen' (naar me toe), 'staren' (voor zich uit). Zeker twintig en misschien wel dertig keer gaat de corrector hierbij in de fout. Daar gaat zijn eindejaarsbonus.

Terug naar Koopman. Zolang we ons afvragen wat de volgende gebeurtenissen zijn, gaat het goed. Wat komt Alex te weten over Lucas? Krijgt Dirk het voor elkaar om Amy voor zich te winnen? Dat zijn ook de fragmenten waar er 'verhaal' in het boek komt. Misschien had Koopman meer vertrouwen in dat verhaal moeten hebben en minder in de constructie en in alles wat ze met het boek heeft gewild.

Bij Rebekka de Wit schreef ik dat ik haar derde of vierde boek wel wilde lezen. Dat geldt ook voor Koopman. Laten we haar tijd gunnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen