zaterdag 10 december 2016

Seizoensgebonden (Alfred Valstar)


Het kwatrijn is een lastig genre. Je hebt maar vier regels, waarin je alles kwijt moet en dan moet je ook nog voldoen aan een rijmschema: aaba. Klassieke kwatrijnen hebben bovendien nog een strak metrum. Het is een heel gepuzzel om de inhoud in die vorm te krijgen en ook nog helder te blijven.

Ook Alfred Valstar heeft zich aan het kwatrijn gewaagd. De vorm heeft hij wat losjes gehanteerd. Zo heeft hij weinig aandacht besteed aan het metrum en hij kiest vaker voor assonantie (klinkerrijm) dan voor volrijm. Verder maakt hij veelvuldig gebruik van enjambementen.

Zijn bundel Seizoensgebonden geeft wat de titel al zo'n beetje belooft: gedichten die de loop van het jaar volgen. Hij begint aan het eind van het jaar. Het eerste gedicht heet 'Adieu', het tweede 'Silvester'.  Kort daarna staat 'Receptie' en dat zal dan dus wel over een nieuwjaarsreceptie gaan.

Valstar heeft duidelijk geworsteld met de beperkte lengte van het kwatrijn: veel deelwoordconstructies, vaak een voltooid deelwoord zonder een hulpwerkwoord, soms een onnatuurlijke woordvolgorde. Dat wekt de indruk dat hij zoveel mogelijk in de vier regeltjes heeft willen proppen.

Misschien dat daardoor veel kwatrijnen helderheid missen . Een belangrijker oorzaak lijkt me dat Valstar vaak te weinig specifiek is in zijn woordkeuze. Dat levert zinnen op als 'elk proberen is het begin van iets' ('Mont Ventoux'). Zulke regels wil je in gedichten liever niet lezen.

Vooral het gebruik van het woord 'alles' is daarbij storend: 'zodat alles / ademen gaat' ('Kering), 'Nu hopen dat alles wordt wat het leek' ('Kerstdiner') of bijvoorbeeld het openingsgedicht:
Adieu 
Net of afscheid de dingen helder maakt.
Zodra alles nonchalant de kern raakt
groeit alles uit tot meer dan samenlopen
bij toeval of zo, alsof dat bestaat.
In de beginregel is 'de dingen' al algemeen, maar dat vind ik nog niet zo storend. Iedere lezer kan daar zijn eigen dingen voor invullen die hun helderheid krijgen op het moment dat je er afscheid van moet nemen. Maar dat 'alles' de kern raakt, gaat me wel wat ver en nog erger is dat dat 'alles' ook nog groeien kan. Het groeit uit tot 'samenlopen'. Nee, zelfs tot 'meer dan samenlopen'. Dan ben je mij als lezer al kwijt.

Valstars formuleringen missen vaker precisie. Als je nauwkeurig leest, staat er soms onzin. Je kunt 'een voor een' bijvoorbeeld alleen gebruiken bij een meervoud, maar Valstar schrijft gerust 'terwijl ik de stelling een voor een / negeer' ('Schaakspel I'). Ik zette ook een streepje bij 'vallen ze niet ten prooi aan gevaren.' ('La Roque-Gageac'). Zo lang iets een gevaar is, dreigt het alleen maar. Als je ten prooi valt aan iets, is het geen gevaar meer.
Gelaagd
Het bladerdek ligt als beschreven aarde
gebonden in verkleurende verhalen.
Balorig neemt mijn schoen ze op de schop
om geraakt boekdelen te horen kraken.
Ik stel mij bij de eerste regel een dikke laag herfstbladeren voor. Daaronder ligt de aarde. Op die aarde ligt dus het bladerdek 'als beschreven aarde'. Dat lijkt me niet te kloppen. Je kunt de aarde zien als het beschrevene en het bladerdek als het geschrevene, maar niet het bladerdek als aarde.

Dat 'gebonden' is aardig. We hebben het woord 'beschreven' al gehad, we krijgen in dezelfde regel nog 'verhalen' en in de laatste regel 'boekdelen'. Door dat 'gebonden' wordt 'boekdelen' al voorbereid.

De 'ik' (die alleen in 'mijn' terug te vinden is) schopt door de bladeren, 'balorig'. Dat op de schop nemen is een woordspeling. Op woordspelingen kom ik later terug. Ik herlees de twee laatste regels en probeer ze tot mij door te laten dringen. Mijn schoen schopt dus door de bladeren, 'om geraakt boekdelen te horen kraken'. Dat 'om' lijkt een doel weer te geven (als bij 'een mes om een touw door te snijden'), maar dat zal niet helemaal de bedoeling zijn.

En dat 'geraakt'? Dat is vreemd. De schoen schopt en raakt iets, lijkt me. Hier schopt de schoen en wordt geraakt. Nog vreemder is dat de schoen kan horen. Een schoen heeft een neus, maar kan niet ruiken. Een schoen kan zeker niet horen en kan dus geen boekdelen horen kraken. Dat horen is misschien door het oor in 'Balorig' voorbereid, maar het klopt niet.

De boodschap lijkt me te zijn dat de kleurige bladeren verhalen vertellen, die door de 'ik' in de war worden geschopt. Het kan zijn dat de verteller zich daardoor geraakt voelt en hij zal ook wel degene zijn die dat kraken hoort, maar dan had de dichter het wel anders op moeten schrijven.

Valstar houdt van woordspelingen. Hij gebruikt graag uitdrukkingen die letterlijk en figuurlijk gelezen kunnen worden. Maar meestal zijn die woordspelingen niet zo verrassend. In het kwatrijn 'Vloeimans' verwijst de titel naar de trompettist Vloeimans. In het gedicht komt het woord 'spelenderwijs' voor, dat natuurlijk ook verwijst naar het trompetspel. Dat vond ik overigens nog wel aardig gedaan.

Ook de positie van het gedicht in de bundel is goed gekozen. Door woorden als 'labyrint', 'spoor' en 'zoekend oor' is het tastende van de muziek en van het luisteren naar de muziek al gegeven. Vlak voor dit gedicht staat 'Loods', dat eindigt met 'Hij tast gronden / af om te zwenken naar beproefd geloof.' Mooi gedaan.

De volgorde van de gedichten is vaker uitgekiend. 'Leerdam' eindigt met 'ze smelten, hersmelten, smelten nog'. Dat roept Gezelle in de herinnering. Het volgende kwatrijn heet 'Het schrijverke'.

Tijdens het lezen van de bundel werd ik wel een beetje moe van die woordspelingen.  Zo'n moeheid die me ook indertijd overviel bij de eerste bundels van Herman de Coninck, die ook maar naar dubbele betekenissen bleef zoeken.

Valstar houdt van 'poëtische' woorden - woorden, die je eigenlijk alleen in gedichten tegenkomt (en meestal niet in hedendaagse): 'teerbeminde', 'zwicht', 'roert zich', 'een weids verschiet', 'vederlicht', 'haar schone wil', 'dageraad', 'woud', 'de sluimer / van de nacht', 'ranke stilte'. Het zijn effectwoorden, waarmee je altijd moet oppassen. Je kunt ze tegenwoordig eigenlijk alleen gebruiken in gedichten als je wilt onderzoeken in hoeverre de kitsch nog werkt. Valstar gebruikt ze zonder enige ironie. Het lukt hem niet daarbij de woorden fris te houden. Ze komen steeds als belegen over.

In veel gedichten is er een impliciete ik-figuur, die de wereld om zich heen beziet. Wat hij daarvan vindt wordt soms te gemakkelijk expliciet gemaakt: 'ongelooflijk', 'heerlijk', 'weldadig', 'weergaloos', 'verfijnd'. De dichter moet de lezer niet vertellen dat iets 'ongelooflijk' is; hij moet iets zo beschrijven dat de lezer het 'ongelooflijk' vindt.

Er zijn best wat kwatrijnen te citeren uit Seizoensgebonden die aardig zijn, maar bijna nooit zijn ze verrassend. Het zijn observaties met een gedachte eraan vastgeknoopt, maar meestal blijft zo'n gedachte aan de oppervlakte. De gedichten doen daardoor geen pijn, ze schuren niet, ze kosten je niets. Er zit een zekere vrijblijvendheid in die me op een afstand houdt.

Het werk van Valstar ken ik niet goed. Misschien heeft hij meer ruimte nodig dan het kwatrijn biedt, misschien neemt hij genoegen met beschrijvingskunst. Mij doet het te weinig. De bundel heeft een andere lezer nodig dan ik.

Seizoensgebonden is uigekomen bij Anderszins, een uitgeverij die de eigen naam soms met een hoofdletter schrijft en soms zonder. Het binnenwerk van de bundel ziet er wel fraai uit: grijs papier, met een letter in donkerder grijs. Steeds twee kwatrijnen per pagina in een prettig lettertype. De bundel laat zich moeilijk openen, wat niet prettig is bij het lezen en aan de vormgeving van de buitenkant lijkt weinig aandacht besteed. Ik kan die in ieder geval niet mooi vinden.

Laten we eindigen met aardig kwatrijn. Het is wat vreemd om te zeggen dat iets 'hecht (...) verborgen' is, maar verder geeft dit kwatrijn een mooi evenwicht tussen beschrijving en suggestie. Vooral dat groeiende wortelbed in de slotregel staat mij aan. Hier is iets in het verborgene gaande en dat maakt nieuwsgierig. Ook dat doortrekken van de golven naar het zand vind ik fraai.

Kust
Verstuivingen werden hier vastgelegd
voor het nageslacht. Duinen liggen hecht
onder een juk van pijnbomen verborgen.
In zandvloedgolven groeit het wortelbed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen