donderdag 13 augustus 2026

'Nu hou ik het niet meer!'

In het dagboek dat ik schreef in de tweede helft van 2023, voor mijn kleinzoon, maak ik een rondgang door wat wij later 'het oude huis' zouden noemen, het huis aan de Merkenhorstraat in Herveld, waar ik geboren ben en bijna tien jaar gewoond heb. Toen verhuisden we naar de Schoolstraat, over ons oude huis kwam de A50. 

Niet alles wat ik indertijd schreef, lijkt me nu nog interessant. Ik neem je mee naar de zolder en wat daar bijvoorbeeld gebeurd is. Het gekke is, dat ik aan een bepaalde gebeurtenis (bijna aan het eind), nog maar weinig herinneringen heb, terwijl die indertijd toch indruk gemaakt moet hebben. 

Ik verwijs in het fragment een keer naar 'de man die naar de ruiters roept'. Schuin tegenover ons huis stond de boerderij de Merkenhorst. Later zou daarachter een manege gebouwd worden. Toen ik nog klein was, lag er wel zand achter het huis en werden er ruiters getraind in dressuur. We hoorden dan aanwijzingen als 'Bij M hand veranderen!'

Het gedeelte hieronder schreef ik op 3 juli 2023. Ik zeg het er toch maar weer bij: het houdt zomaar op. Ik heb gewoon een stukje uit het dagboek geknipt en daardoor is het geen afgerond geheel. Het begint ook vrij plotseling. In de rondgang door het huis beschrijf ik de trap naar de zolder, die afgesloten is door een luik. Met dat luik begint het stukje. 

Hieronder een foto van het huis waarover het gaat. Je ziet in het midden het kleine zolderraam waarvoor wij op onze knieën zaten om naar de pony's te kijken. Het raampje van de achterzolder is op deze foto niet te zien, het bevond zich in de muur aan de linkerkant. Het schuurtje eronder is ook te zien, als je goed kijkt. Het staat tegen het huis aan. Op de voorgrond links staat het kippenhok. 

In de deuropening sta ik, maar daar schreef ik al eerder over. En verder, mocht je het gemist hebben: tien jaar geleden schreef ik een serie bijdragen over mensen die aan de deur kwamen. 



Als ik nog heel klein ben, kan ik dat luik niet zelf openen om naar beneden te gaan. Ik kan wel op mijn hurken gaan zitten en een kiertje maken. Als ik niet wil gaan slapen, roep ik: ‘Mama, ik moet bij jou!’ Mijn moeder heeft me al verschillende keren op bed gelegd en elke keer kom ik er weer uit. Mijn vader is dat zat.

Ik heb het luik weer op een kiertje getild en herhaal weer dat ik bij mijn moeder wil. Dan zie ik dat mijn vader de trap op komt stuiven. Ik laat het luik los, maar pa heeft zo’n vaart dat hij het nog op zijn hoofd krijgt. Daar trekt hij zich niets van aan. Hij grijpt me en ik krijg een pak op mijn broek. Mijn vader heeft grote handen en hij kan hard slaan.

Ik moet hard huilen en mijn moeder wil daarom naar mij toe. Ze denkt dat ik zo hard huil dat mijn bloed karnemelk kan worden. Hoe ze daarbij komt, weet ik niet. ‘Er is nog nooit een kind van janken doodgegaan,’ zegt mijn vader en ik overleef het inderdaad. Daarna is het wel afgelopen met het gezeur.

Niet veel later leer ik hoe ik naar beneden kan komen: het luik iets verder optillen, mijn benen eronder schuiven en zo onder het luik door naar beneden. Ik weet nog hoe triomfantelijk ik dat beneden kom vertellen. Al moet ik eigenlijk op bed blijven, mijn ouders reageren er vrolijk op. Misschien laat ik op die manier zien hoe groot ik al ben.

Wij, de kinderen, slapen, een paar jaar later, met zijn drieën op de zolder. Ik heb een mintgroen, houten ledikant, met een hoog kopeinde en een hoog voeteneinde. Op de hoeken zitten houten ballen, maar ik weet niet of het aantal compleet is. Aan de muur heb ik een poster gehangen: met de Nederlandse deelnemers aan de Olympische Spelen van 1968. Ada Kok gaat zwemmen voor Nederland, René Pijnen wielrennen.

Als je van beneden komt en het luik opent, staat recht voor je een ijzeren ledikantje. Daarin slaapt Carolien. Als je je een kwartslag naar links draait, kijk je naar de voorgevel. In de rechterhoek staat mijn bed, in de linkerhoek een divan. Later zal daar het bed van Carolien staan. Tussen de twee bedden in het bed van Marinus. Die krijgt op een gegeven moment een nieuw bed. Daar kruipen we dus met zijn drieën in.

Recht voor ons is de muur van de voorgevel, met een laag raam. Wij gaan soms op onze knieën zitten om er doorheen te kunnen kijken. Door dat open raam horen we dus de man die naar de ruiters roept. We kunnen de pony’s ook zien, al is het nog best een eind weg.

Achter het trapgat, vlak bij het schuine dak, zit een plank in de vloer los. Die zit aan een touwtje, geloof ik. Als je die plank omhoog haalt, kun je in de keuken kijken, op de kachel. Waarschijnlijk hing men daar vroeger het spek aan.

Tussen dat gat en de divan staat een ladenkast. In de onderste la zitten leesboeken, die van mijn ouders zijn. Mijn vader had als kind veel boeken, maar die zijn in de oorlog verloren gegaan. De boeken over Simon Gieke en Keteltje zijn van mijn moeder, mijn vader heeft een boek over een bakkersknecht, over het kleine boerenknechtje en over Goof Bonk. Er zijn nog meer boeken. Sommige zijn gekaft met bruin papier.

Boven de divan is er een dakraam. Het dak is vrij dik, het is immers van riet, en daarom is er onder het dakraam een stuk board. Als dat net geschilderd is, schrijft mijn oma (van moederskant) met haar haarspeld erin ‘Opoe sliep hier’. Het is de bedoeling dat het nauwelijks te zien is, maar als de verf opdroogt, ziet het eruit alsof de tekst er met potlood op geschreven is. De zin zal er altijd blijven staan.

Weer terug naar het trapgat. Tussen mijn ledikant en het bedje van Carolien is er een opstapje, een trap van een enkele trede. Via dat opstapje ga je naar de achterzolder. Hier heeft mijn moeder waslijnen hangen. Als het slecht weer is, droogt ze daar de was. Anders gaat die buiten aan de waslijn. Er staan ook oude biscuitblikken, die moeilijk open gaan. Daarin worden de gedroogde appeltjes bewaard. Daar snoepen wij wel eens van.

Nog niet zo lang geleden zag ik de blikken in een museum in Ommeren. Ik heb ze meteen gefotografeerd. Ik denk dat ze uit de oorlog stammen. De Engelsen zullen ze wel bij zich gehad hebben. Er zijn meer restanten uit de oorlog, al realiseer ik mij dat als kind nog niet. Mijn vader heeft een groene jerrycan, die van militairen geweest moet zijn. En er zijn mensen die een asbak hebben die van een granaat gemaakt is.

Dat hebben wij niet. Als we verhuizen naar de Schoolstraat, vinden we wel een granaatscherf in de deur van de trap naar de zolder. Het huis heeft in de oorlog een voltreffer gehad.

De achterzolder is vrij donker. Aan het eind ervan zit een klein raampje. Later spelen we een keer verstoppertje en ik heb me heel goed verstopt. Ik heb me uit dat raampje laten zakken en hang aan de vensterbank. Daaronder staat een schuurtje met een rieten dak. Daar zitten wel eens varkens in. Voor die varkens is een weitje gemaakt: ze kunnen vanuit het schuurtje naar buiten lopen, waar ze de grond omwroeten. Misschien kan ik net staan op de plek waar dat schuine dak tegen de muur aan komt. Ik weet het niet zeker meer.

In ieder geval word ik niet gevonden. Ik roep en Lientje en Marinus komen kijken. Het lukt me niet om in mijn eentje weer omhoog te komen, dus ik moet geholpen worden. Dat gaat vrij goed. Ik ben bijna zo ver dat ik me weer naar binnen kan werken. Maar Marinus, die nog klein is, zegt: ‘Nu hou ik het niet meer, hoor!’ Hij laat me los en daar ga ik. Hoe gaat het verder? Val ik door het dak van het schuurtje? Rol ik van het schuine dak af? Hoe reageren mijn ouders? Vertellen wij het meteen? Dat weet ik allemaal niet meer.

Weer terug naar de achterzolder. Als je met je rug naar het raampje gaat staan, kijk je dus naar de zolder. Daarboven is de vliering. Daar mogen wij eigenlijk niet komen, maar we doen het wel. Op de vliering kun je niet overal lopen. Het plafond van de zolder bestaat uit zachtboard, dat met groene latjes tegen de balken is gespijkerd. Op die balken kun je lopen. Als je ernaast stapt, ga je door het board heen. Dat zal ons nooit overkomen.

Op de vliering is het nog donkerder dan op de achterzolder. Geen idee wat er ligt. Ik denk dat er wel een stoel op de achterzolder staat en dat we via die stoel omhoog klimmen, maar ook dat weet ik niet meer precies.

4 opmerkingen: