De astrologie heeft een zekere aantrekkingskracht en dan zit er dus geld in. Er waren in mijn jeugd meisjes met een kettinkje met een sterrenbeeld eraan en misschien waren er ook wel zulke bedeltjes voor aan een armband. Dat soort hangertjes zijn nog steeds te koop en enig googlen leerde mij dat er zelfs beeldjes van kristal zijn van de verschillende dierenriemtekens. En uitgeverij Lebowski heeft een reeks boekjes waarin steeds een sterrenbeeld centraal staat. Er waren al boekjes verschenen van Hadassah de Boer (ram), Hagar Peeters (stier) en Christine de Boer (tweelingen). En nu is er Kreeft, van Franca Treur.
Ik neem aan dat de auteurs ook jarig zijn in de periode die bij het sterrenbeeld hoort. Bij Franca Treur heb ik het opgezocht en ze is jarig op 23 juni. Net als ik, trouwens. Van haar is bekend dat ze opgroeide in een orthodox-christelijke omgeving en voor zover ik weet, moet men daar niet veel hebben van allerlei 'wind van leer', zweverigheid en bijgeloof. Ik was er dan ook van uitgegaan dat ze al aan het begin van Kreeft korte metten zou maken met de astrologie, maar dat doet ze niet. Ze heeft er weetjes over opgezocht en die weet ze best boeiend te presenteren.
Psychologie
Maar ze begint bij haar eigen geschiedenis: 1997, als ze besloten heeft om psychologie te gaan studeren. Opa doet de studie af met een bijbeltekst, uit het boek Spreuken: 'Een verslagen geest, wie zal die opheffen?' Het was vooral de behoefte aan zelfkennis die Treur tot de studie van de psychologie aanzette. Die kennis was tot nog toe vooral tot haar gekomen via de Bijbel en de Heidelbergse catechismus. Een somber mensbeeld: we zijn geneigd tot alle kwaad.
Eigenlijk is het bijzonder dat juist bij de bevindelijke christenen altijd gewezen wordt op de noodzaak van een persoonlijke bekering en dat het gaat om een persoonlijke relatie met God, en dat aan de andere kant er heel veel gesproken wordt over de mens in het algemeen. Treur viel het op daar medestudenten veel meer theorieën over zichzelf hadden dan zij en dat ze die graag wilden delen. Misschien heb je ook minder de neiging om aandacht aan jezelf te besteden als je altijd geleerd wordt dat je niets voorstelt (een stofje aan de weegschaal). Treur stapte over naar de studie Nederlands.
Jaap
In Kreeft is dat de voorgeschiedenis. Pas in het tweede hoofdstuk begint het werkelijke verhaal dat twee lijnen omvat: de ene gaat over Jaap, een oom met het syndroom van Down, en het andere over Treur die afstand heeft genomen van het geloof en van de kerk.
Het begint meteen met een sterke scène: de vertelster waakt bij het sterfbed van Jaap. De dood is geen onbekende in de familie: voor zijn geboorte is zijn broertje al omgekomen.
In mijn familie werken ze met grond. Ze stoppen er zaden in en hebben daar verwachtingen van. Nu moeten ze hun kind in de grond stoppen.
Schrijnende zinnen, in al hun eenvoud. Ze doen sterk denken aan 'Brief aan de grootouders' van Ida Gerhardt, waarin verteld wordt dat een kind slechts een enkele dag geleefd heeft: 'Ik heb de akkers mogen ploegen. / De aarde draagt het winterzaad.'
Nu ze enige afstand heeft, kijkt Treur scherp naar het bevindelijke milieu waarin ze opgegroeid is.
Het blijft een wrang onderdeel van deze godsdienst: God, de gever van leven, is ook Degene die neemt. En ook Degene bij wie men vervolgens troost zoekt.
Lange tijd laat Treur ongenoemd wat er met Jaap is, al krijg je al wel snel in de gaten dat er iets met hem moet zijn. Ze schetst een bijzonder liefdevol portret van hem. En ze zit naast zijn bed, juist in een tijd die onzeker is: ze heeft afscheid genomen van het geloof, waardoor er veel weggevallen is en het is nog niet duidelijk wat er allemaal voor in de plaats komt.
Op je plek
Dan komt de vertelster terug op de astrologie, waartegen ze zich dan toch afzet: net als de godsdienst doet die een beroep op de kosmos en probeert die je vast te pinnen: zo ben je nu eenmaal. Jaap is autonoom en is op zijn plek, maar de vertelster voelt zich anders:
Als je niet aardt waar je hoort, op een bepaalde plek onder de sterren, dan voel je je misplaatst.
Aan de ene kant voelt ze de loyaliteit aan de gemeenschap waarin ze opgegroeid is, aan de andere kant voelt ze de noodzaak om daar afstand van te nemen. Je hoort al niet meer bij ze, je bent niet bij hen op je plek.
Dus wil je zo ver mogelijk de andere kant op. Weg van de achterblijvers, weg van degenen die jouw vertrek in hun verdriet niet kunnen vatten, die vinden dat je hun God zo diep hebt beledigd. Hun huis is wel de allerlaatste plek waar je heen wilt. Het drukt op je om onder hetzelfde dak te zijn, zelfs al liggen ze op bed.
Wel bij mensen horen, maar niet meer bij hun wereld. Dat is wat Treur laat zien in Kreeft en dat maakt ze duidelijk aan de hand van Jaap, met wie ze zich verbonden voelt, maar van wie ze nu ook afscheid moet nemen.
Dan is er zijn laatste adem.Lieve Jaap. Laat me niet alleen.Hij laat me alleen.Al maak ik er nu misschien een Jaap en Franca van die nooit hebben bestaan.
Een echte Treur
Kreeft is voluit een Franca-Treurverhaal. Het past helemaal in haar oeuvre waarin ze geregeld geschreven heeft over het bevindelijk-christelijke milieu waarin ze is opgegroeid (Dorsvloer vol confetti, Hoor nu mijn stem) en hoe ze nu dat, juist nu ze afstand heeft, scherp kan bezien.
In de scherpte waarmee ze dat milieu observeert, zit veel liefde, zoals die in haar vorige boeken ook altijd al zat, al werd die liefde in het beschreven milieu zelf niet altijd opgemerkt of begrepen. Tegelijkertijd maakt de vertelster zichzelf steeds meer duidelijk dat ze buiten dat milieu staat, dat ze zelf haar weg moet kiezen. Zeker nu Jaap er ook niet meer is.
Franca Treur heeft zich met Kreeft aanvankelijk braaf in de mal van de reeks geperst, maar uiteindelijk blijkt ze in dit verhaal haar eigen gang te gaan. Gelukkig maar. Kreeft is een echte Treur. En een prachtige novelle.
Eerder schreef ik over ander werk van Franca Treur:
Hoor nu mijn stem (herlezing)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten