vrijdag 16 november 2018

Ad den Besten, Deelbiografie 1923 - 1955 (Tjerk de Reus)


Het is altijd mooi om een doorwrocht werk over literatuur te lezen: je duikt (in dit geval) in een tijd, in een persoon, krijgt de kans om wat je weet aan te vullen met nieuwe informatie en om wat je dacht te weten te corrigeren.

Tjerk de Reus promoveerde onlangs cum laude en zijn dissertatie, Ad den Besten, Deelbiografie 1923 - 1955 verscheen in handelseditie bij uitgeverij Skandalon. Die heeft er een mooi boek van gemaakt. Sommige foto's hadden misschien iets groter gekund en een van de spaarzame fouten op taalgebied staat juist in de zin waarin de uitgever bedankt wordt, maar verder is er op de uitgave weinig aan te merken.

De Reus beschrijft het leven Ad den Besten om op die manier beter de achtergrond van diens poëtica te kunnen schetsen. Het is dus uitdrukkelijk niet de bedoeling om 'alleen maar' een levensloop te reconstrueren. Daarnaast gaat De Reus natuurlijk uitvoerig in op wat Den Besten schreef, in artikelen, lezingen en brieven. De interviews met Den Besten blijken niet in elk opzicht betrouwbaar. Terugkijkend op zijn leven heeft Den Besten, zich dingen soms anders herinnerd dan ze in werkelijkheid waren of met opzet dingen anders voorgesteld.

Middelbare scholier

Al als middelbare scholier is Den Besten actief aan de gang met literatuur. Hij schrijft gedichten, houdt een lezing, begeeft zich in het literaire circuit. Al vroeg heeft hij contact met Roel Houwink, die een soort mentor voor hem zal worden, en even later ook met Theo van Baaren en Gertrude Paape (rond het tijdschrift De schone zakdoek). Ook Ed. Hoornik verschijnt in beeld.

Via zijn vader raakt hij geïnteresseerd in de Duitse poëzie. De bloemlezing Gedichte des Volkes ademt het nationaal-socialisme, maar daar lijkt Den Besten geen bezwaar tegen te hebben. Later in de oorlog zal hij zich vrijwillig melden voor de Arbeidseinsatz, waardoor hij in Berlijn terechtkomt. Jaren later zal hij vertellen dat hij al vrij snel daarna afstand nam van het gedachtegoed dat hij als jongeling omarmde. De Reus laat zien dat dat nog wel even duurde. Aangezien hij toegang had tot een uitgebreide correspondentie (van Den Besten met zijn moeder en zijn vriendin bijvoorbeeld), kon hij goed reconstrueren hoe het gezeten heeft met de pro-Duitse houding van Den Besten.

Na de oorlog

Na de oorlog duikt Den Besten meteen weer in de literatuur. Hij is betrokken bij de literaire tijdschriften Columbus en Amfoor. Daardoor wordt hij gedwongen zijn opvattingen expliciet te maken, ook al zal het laatste tijdschrift nooit van de grond komen.

In de kring om hem heen vinden we namen als Willem Barnard (Guillaume van der Graft), maar ook Simon Vinkenoog en Hans Andreus. Den Besten correspondeert met hen en een deel van de correspondentie is bewaard gebleven. Daarnaast zijn denkers als Karl Barth, Denis de Rougemont en K.H. Miskotte belangrijk.

Windroos

Bij uitgeverij Holland gaat Ad den Besten de Windroosreeks redigeren. In deze reeks poëziebundels zal werk verschijnen van  bijvoorbeeld Andreus, Vinkenoog, Hanlo, Rodenko, Campert en Kouwenaar. Het zullen later grote namen worden. De Vijftigers of de Experimentelen zullen, volgens de oude schoolboekjes, de poëzie op haar kop zetten.

Den Besten kijkt breder. De vernieuwing komt niet alleen van de Vijftigers, maar ook van meer traditionele dichters. Hij zich zal dan ook altijd sterk blijven maken voor bijvoorbeeld Vroman, Van der Graft, Van Tienhoven, Van der Molen, Poort. Bij sommige Vijftigers duurde het even voordat ze Den Besten overtuigden: Lucebert waardeerde hij pas na de bundel Van de afgrond en de luchtmens en ook voor Kouwenaar kwam de waardering wat later op gang.

Bezwaar had Den Besten tegen het mythische in hun poëzie en ook tegen het aanboren van het onderbewuste als bron. Een dichter is een schepper en een ordenaar, die het woord gebruikt om te benoemen. Verder is het voor Den Besten van belang dat poëzie een uitdrukking is van het menszijn. Pas bij het lezen van deze biografie kwam ik erachter dat ik de term Experimentelen altijd verkeerd heb begrepen. Het gaat daarbij niet om het experimenteren met bijvoorbeeld taal, maar om expérience, de proefondervindelijke ervaring. Dat is het dichten: het door de taal heen gaan.

Stroomgebied

De jongste dichtkunst brengt Den Besten in kaart door de bloemlezing Stroomgebied (1953) en door de inleiding die een jaar later verschijnt. Die inleiding bestaat uit een algemeen gedeelte en een deel waarin Den Besten ingaat op de afzonderlijke dichters. Stroomgebied (1954) wordt niet louter met gejuich ontvangen. Of de besprekingen nu wel of niet welwillend waren, Den Besten vindt dat de recensenten niet serieus zijn ingegaan op wat hij te zeggen had. De inhoudelijk degelijke besprekingen van Paul Rodenko en Gerrit Borgers moeten dan nog verschijnen.

Het Parool, 13 februari 1954
Den Besten voelt zich ook aangevallen omdat hij christen is. Of dat inderdaad een punt is, is mij niet helemaal duidelijk geworden. Weliswaar gebruikt A. Marja het woord 'domineesretoriek', maar het kan goed zijn dat dat voornamelijk op de stijl slaat en niet op het geloof van Den Besten. Dat geloof heeft Den Besten in ieder niet in de weg gestaan bij de waardering van de nieuwe poëzie.

Den Besten besluit zijn visie nog eens goed onder woorden te brengen in het essay 'Mythe als werkelijkheid van de hedendaagse poëzie'. Het zal pas in 1958 verschijnen in het blad Ontmoeting, maar Den Besten heeft al eerder enkele versies van het artikel geschreven die hij ook voor lezingen gebruikt.

Tjerk de Reus dateert de eerste versie (in manuscript overgeleverd) op mei 1954, maar al op 13 februari 1954 staat in Het Parool  de aankondiging van een lezing, met de titel 'Mythe als werkelijkheid der moderne poëzie'. Toen waren de recensies die De Reus noemt nog niet verschenen. Het zal dus niet alleen vanwege de recensies zijn dat Den Beste zich (nogmaals) over de moderne poëzie wilde uitspreken.

Appendix

Het boek van De Reus loopt tot 1955, als de nasleep van het verschijnen van de inleiding Stroomgebied zo'n beetje achter de rug is. Daarna zou Den Besten nog jaren actief zijn als redacteur, vertaler, dichter, liedtekstdichter. In het 'Appendix' geeft De Reus daar een kort overzicht van. In 2015 overleed hij, 92 jaar oud. Ik besteedde er hier aandacht aan.

'Men heeft de neiging een dik boek overmatig te prijzen, alleen al omdat men het uitgelezen heeft.' Van wie het citaat is, weet ik niet meer (Groucho Marx?), maar ik ga dit dikke boek (576 pagina's) prijzen en niet omdat het lezen veel werk was. De Reus heeft een heldere stijl. In het verleden heb ik het een en ander van hem gelezen, toen hij nog niet al die stukken geschreven had die intussen in zijn bibliografie staan. Indertijd had hij niet de helderheid die de stijl in deze biografie kenmerkt. De formuleringen zijn uiterst precies en alles wordt verantwoord, zoals het bij een dissertatie ook hoort.

Via het leven naar de poëtica

De keuze om in te steken op het leven van Den Besten om uiteindelijk diens poëtica helder te krijgen ligt misschien niet voor de hand, maar achteraf kunnen we zeggen er door dit boek ruimschoots bewezen is dat het een goede keuze geweest is. Die poëtica wordt helder verwoord en doordat we zicht hebben op het leven van Den Besten snappen we ook de weg die hij afgelegd heeft om tot inzichten te komen.

De literaire wereld rond Den Besten is door De Reus tot leven gebracht en vooral door de citaten uit de brieven merk je ook hoe de dichters met elkaar omgingen. Het is opvallend hoe serieus de dichtkunst genomen wordt. Er blijkt echt wat op het spel te staan en er worden principiële discussies gevoerd. Dichten is niet maar een bezigheid, maar is midden in het leven staan en je houding bepalen. Tegenover jezelf, tegenover je omgeving, tegenover de literatuur, tegenover de taal. De ernst waarmee gesproken wordt over de literatuur verschilt enorm van de oppervlakkige media-aandacht die de literatuur tegenwoordig oproept.

Het is ook mooi om te zien hoe de veranderingen zijn gegaan in een tijd waarin de poëzie zich vernieuwde. Indertijd (1979) las ik Het komplot der Vijftigers van R.L.K. Fokkema, maar daar is alweer een hoop van weggezakt en het boek van Brems (Altijd weer vogels die nesten beginnen, 2006) staat in mijn kast, maar ik heb er selectief in gelezen. De gefragmenteerde kennis die ik had over de beginperiode van de Vijftigers is mooi aangevuld door het degelijke werk van De Reus.

De cadeaumaand is aanstaande. Een prima excuus om dit boek aan te schaffen en cadeau te doen aan jezelf of anderen. Ik hoop dat velen dat excuus niet nodig hebben: een goed boek is immers nooit een miskoop.

dinsdag 13 november 2018

Podcast: KX Radio, 50 jaar 3FM


In oktober 1965 ging de radiozender Hilversum 3 (of was het Hilversum III?) de lucht in. Aanvankelijk was die zender helemaal niet bedoeld als jongerenzender of als popzender, maar uiteindelijk is het dat wel geworden.

Het leek KX Radio een goed idee om in 2015 terug te kijken op vijftig jaar 3 FM, zoals de zender later zou gaan heten. En dan moest het niet zomaar een herdenkingsprogrammaatje worden. Arjan Snijders had elke week een gesprek van minstens twee uur met een 3 FM-coryfee. Al die uitzendingen zijn intussen als podcast te beluisteren.

Het zijn er uiteindelijk meer dan vijftig geworden. Niet alleen is er aan elk jaar aandacht besteed, maar er zijn ook aparte uitzendingen over de techniekstudio's en de hitparades, er is een jinglespecial en dan uiteindelijk Het Slotakkoord. Bovendien werden in vakantietijd de interviews opgeschort en konden we complete oude uitzendingen beluisteren. Bijvoorbeeld een uur lang Ferry Maat, die de top 40 presenteert.

Jaar centraal

In elke uitzending staat een jaar centraal en de jaren zijn gehusseld, zodat luisteraars van alle leeftijdscategorieën om beurten bediend worden. Voor een uitzending is er een gast of zijn er twee gasten uitgenodigd die in dat jaar presenteerden.

Aan de ene kant krijg je een portret van dat jaar (Welke programma's waren populair? Wat veranderde er in de zenderpolitiek? Welke presentatoren vertrokken of traden aan?) en aan de andere kant volgen we de loopbaan van de gast(en). Het geheel wordt gelardeerd met audiofragmenten en tussendoor wordt er muziek gedraaid uit het betreffende jaar.

Boek

De presentator Arjan Snijders heeft er meer dan vijftig mooie interviews van gemaakt. Hij is ten eerste uitstekend thuis in de stof, wat niet verwonderlijk is, want hij heeft een boek geschreven over de geschiedenis van de zender: 50 jaar 3FM - van vrolijke puinhoop naar serious radio. 

Maar ook het voeren van de gesprekken gaat hem goed af. Hij heeft in al die uitzendingen nogal ongelijksoortige mensen tegenover zich: mensen van verschillende leeftijd, maar ook presentatoren van verschillende 'ligging': mensen die vooral aan de commerciële kant van het spectrum zitten, laten we zeggen Veronica, en mensen die een wat elitairdere opvatting van muziek hebben, laten we zeggen de VPRO. En dan lopen er ook nog een paar EO-jongens doorheen. Alle partijen behandelt Snijders met respect en hij is oprecht geïnteresseerd in de verhalen van de gasten. Zo haalt hij mooie verhalen naar boven.

Gasten

De gasten zijn vaak blij verrast door de fragmenten die ze te horen krijgen. Velen van hen hebben nooit meer iets teruggeluisterd en via Edwin Wendt is er veel boven water gekomen wat niet te vinden is bij Beeld & Geluid, maar eerder bij bijvoorbeeld bij het Offshore Radio Forum. Die fragmenten brengen de verhalen vaak goed op gang.

Omdat zowel presentator als gast ten dienste staan van het programma, komt het onderwerp, de geschiedenis van 3 FM, voluit tot zijn recht. Maar een enkele keer is het interview minder interessant, doordat een gast meent dat hij alle ruimte in moet nemen. Het enige negatieve voorbeeld dat ik me herinner (maar ik heb nog niet alles beluisterd) is het uur dat Eddy Keur te gast was.

Van Keur had ik nooit gehoord (wat niet veel zegt; ik ken wel meer mensen niet), maar zijn zelfingenomenheid stond mij behoorlijk tegen. Snijders ging ook hier prettig en professioneel mee om, maar ik vond toch dat deze wandelende zelffelicitatiedienst het programma wat in de weg zat.

Als een gesprek lekker loopt, laat Snijders zich niet door het format beperken: hij slaat het nieuws over als dat zo uitkomt of laat een gesprek niet twee, maar drie uur duren of nog langer. Ik herinner me lange uitzendingen met Giel Beelen, maar ook met Peter van Bruggen (Het weeshuis van de hits) en Jeanne Kooijmans (De breakfastclub).

Feest der herkenning

Voor de luisteraar, voor deze luisteraar althans, is de podcastserie een feest der herkenning. Ik luisterde meer naar Radio Mi Amigo dan naar 3 FM, maar ik kende natuurlijk namen als Joost den Draaier, Felix Meurders, Ferry Maat, Jan van Veen en uit latere tijd bijvoorbeeld Henk Westbroek, Rob Stenders en Gerard Ekdom.

Er waren ook namen die mij niets zeiden, maar die waarschijnlijk ook bekend zijn, zoals Michiel Veenstra, Paul Rabbering of Corné Klijn. Maar de gesprekken met iedereen (ik moet er nog een stuk of vijf) heb ik met veel interesse beluisterd. Alles bij elkaar krijgen we een mooi compleet beeld van de geschiedenis van een radiostation. Doordat ook zendercoördinatoren te gast zijn, krijgen we ook goed inzicht in de zenderpolitiek. Zo geeft de serie een mooie afwisseling van het bekende en het nieuwe.

Populair

Op iTunes kun je zien welke afleveringen het meest gewaardeerd worden. Ik weet eigenlijk niet of dat slaat op het aantal downloads of op het aantal sterren dat de betreffende uitzending heeft gekregen. Hoog scoren de uitzendingen met: Michiel Veenstra, Gijs Staverman, Ruud de Wild, Giel Beelen, Rob Stenders, Gerard Ekdom, Joost den Draaijer, Skip Voogd/Herman Stok en André van Duin/Ferry de Groot.

De podcast is afgelopen, dus alle delen staan klaar voor de bingeluisteraars. Aan het eind van 2016 is er nog een uitzending bij gekomen om op dat jaar terug te kijken. Omdat het vaak lange uitzendingen zijn, doe ik al een heel tijdje over het willekeurig beluisteren van uitzendingen. Ik wil ze graag allemaal horen.

50 jaar 3FM is een leuke podcast voor iedereen die interesse heeft in de popmuziek en in de manier waarop die in de loop der decennia bij het publiek is gebracht. We zien de zender veranderen van de vrolijke puinhoop (de term is, geloof ik, van Felix Meurders) in 'serious radio'. Van een tijd waarin elke omroep het op zijn eigen manier aanpakte tot een zender waarop elke dag op dezelfde manier is ingedeeld. Dat is niet alleen maar een voordeel, maar zo gaan die dingen nu eenmaal. Luister zelf maar hoe het allemaal zo gekomen is.


De podcast is op de vertrouwde plekken te vinden, maar ook hier.

donderdag 8 november 2018

Podcast: Radio Swammerdam



Heel wat podcasts besteden aandacht aan wetenschap. Om een paar namen te noemen: Wetenschap vandaag en Focus Wetenschap (dat vroeger De kennis van nu heette). Daarin wordt veel aandacht besteed aan nieuwtjes: er is iets ontdekt, er is een onderzoek gedaan, op een andere manier is wetenschap in het nieuws. Altijd prettig om te horen. Wellicht kom ik daar in de toekomst nog op terug. Nog niet zo lang geleden startte NRC Handelsblad Onbehaarde apen. Die heb ik nog niet beluisterd.

Deze keer Radio Swammerdam, dat blijkbaar ook te horen is op Amsterdam FM, een zender die ik  niet ken. De podcast wordt gemaakt door jonge mensen, twintigers, en meestal doen ze dat vrij goed. Uitzendingen kun je terugvinden op de gebruikelijke plaatsen (iTunes, Soundcloud), maar ook op de site.

Hoe lang de podcast al bestaat, wordt op die site niet duidelijk. Daar staat bij 'Over ons' niets over de podcast in het algemeen, alleen iets over de redactieleden. De meesten hebben binding (gehad) met een Amsterdamse universiteit. Van eentje wordt verteld dat ze ook wat doet bij het NRC. Nee, zegt de frik in mij: de NRC en het NRC Handelsblad. Het is immers de courant en het blad.

Dossiers

In de loop van de jaren zijn de uitzendingen op onderwerp gerubriceerd in dossiers. Sommige van die dossiers zijn wel erg ruim: 'Maatschappij' en 'Realiteit' bijvoorbeeld. Dat zijn vlaggen die zo'n beetje elke lading dekken. Andere dossiers (Onderwijs bijvoorbeeld) ontbreken bij het uitrolmenu op de site, zodat je door de uitzendingen moet scrollen of een paar keer moet klikken om het hele dossier te vinden. Het zou handig zijn als de lijst met dossiers op de website bijgewerkt zou worden.

De spreiding van de onderwerpen is overigens in orde: er worden net zo goed geschiedkundige of sociologische onderwerpen aan de orde gesteld als natuurkundige, biologische of scheikundige.

Het voordeel van Radio Swammerdam is dat er voor elke uitzending ongeveer een uur wordt uitgetrokken. Soms beslaat de uitzending een enkel onderwerp, vaak twee. In beide gevallen kan er rustig over het thema (de thema's) gepraat worden.

Onderwerpen

Enkele onderwerpen die onlangs de revue passeerden: vrouwen in de wetenschap, computers en taal, parallellen in de biologie, de geschiedenis van water, hoe mens en dier omgaan met nieuwkomers in hun omgeving, de zoektocht naar buitenaards leven, gevangenispolitiek. Het ene onderwerp zal altijd meer aanspreken dan het andere, maar gewoonlijk beluister ik elke uitzending. Helemaal. De ene keer ben ik er misschien iets meer met mijn aandacht bij dan de andere keer.

Tussendoor is er altijd een column, die (voor mijn gevoel) langer is dan de gemiddelde column. De columns zijn bijna altijd van hoog niveau en ze prikkelen tot nadenken. Altijd is er een link met de wetenschap en de columnist is vaak een wetenschapper. Ik geniet er elke keer weer van.

Presentatie

De presentatoren zijn, zoals gezegd, jong en daardoor soms wat onwennig, wat helemaal niet stoort. De wetenschappers die aan het woord komen, hebben vaak genoeg te vertellen en ze worden uitgenodigd om meer te vertellen, soms door deskundige vragen, maar soms ook door wat naïeve vragen en dat zijn vaak de vragen die de luisteraar ook heeft.

Een tijdje terug was er een nieuwe presentator, wiens naam mij ontschoten is. Hij heeft in in mijn oren in ieder geval duidelijk een zuidelijke tongval en heeft de neiging zichzelf nogal belangrijk te vinden. Hij houdt ervan om met een mede-presentator nog even over een onderwerp te praten. Herkennen ze iets, vinden ze er iets van? Meteen bij de eerste uitzending was het al raak, of liever mis: een eindeloos geklets.

Onlangs werd bij een uitzending de eindtune maar gestart. Dit soort gesprekken is inderdaad volkomen oninteressant. We luisteren naar het programma om iets op te steken of om aan het denken gezet te worden, niet om een mening of een ervaring van een willekeurig persoon te horen. Ik vond het in ieder geval nogal ergerlijk. Een presentator moet dienstbaar zijn aan het programma. Wie dat niet op kan brengen, moet maar een eigen podcast starten.

Gelukkig betreft het hier een uitzondering. Gemiddeld genomen is Radio Swammerdam een interessante podcast. Omdat het logo van Amsterdam in het logo van de podcast staat, zou je kunnen denken dat de doelgroep gevormd wordt luisteraars uit onze hoofdstad. Ik neem aan dat er intussen luisteraars zijn in heel Nederland. Het zou in ieder geval zo moeten zijn.

woensdag 7 november 2018

Afgestoft: De ochtend valt (Manon Uphoff)



Af en toe stof ik een oud artikel af. Het is wel gepubliceerd, maar nog niet hier. Deze keer een recensie van de novelle De ochtend valt van Manon Uphoff. Die stond eerder in het Nederlands Dagblad van 27 juli 2012.

Het boekje gaat over een gezin in ontreddering en kinderen die zich staande proberen te houden. Dat doet denken aan recentere boeken als De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld en Kinderen van het Ruige Land van Auke Hulst.

Ik wilde ze precies zo houden als ze waren

Avonden vallen en ochtenden breken aan. Behalve bij Manon Uphoff. Bij haar nieuwe novelle valt de ochtend.

De ochtend valt heeft de omvang van een dichtbundel en sommige passages hebben ook wel iets weg van een gedicht. Uphoff laat witregels tussen de alinea's en regels worden soms zomaar afgebroken, zoals bij een gedicht wel gebeurt. De bladspiegel deed me ook denken aan die uit sommige boeken van Armando of Gerrit Krol.

Voor De ochtend valt vind ik dat wit ook wel passend. Heel veel blijft onuitgesproken in deze novelle. Op een nacht hebben Michaels ouders ruzie. Hij ziet van bovenaf de rug van zijn vader, die over zijn moeder gebogen staat. Haar hoofd in een plas met donker bloed. De volgende dag is moeder weg. In de kamer ligt een briefje op tafel: Jongens, vergeef me, het spijt me, ik moet hier weg, zo kan het niet blijven.

verantwoordelijk

Michael weet wat hij gezien heeft, maar hij gaat ook mee in de geschiedenis zoals 'pah' die vertelt. Intussen zorgt hij voor zijn broertje en zusje en houdt hij het huishouden draaiende, iets wat eigenlijk niet goed lukt. 

Uphoff heeft al vaker laten zien dat ze niet altijd de ruimte van een complete roman nodig heeft. Zo schreef ze de verhalenbundel De fluwelen machine (1998) en de novellen De vanger (2002) en De bastaard (2004).

Ook in De ochtend valt weet ze in de beperkte ruimte die ze heeft schrijnend scherp de wereld van het jongetje Michael op te roepen. Je ziet hoe het gezin langzaam aangevreten wordt, hoe de gewone gang van zaken niet meer te handhaven is. Dat doet denken aan het gezin dat getekend wordt in Koudvuur. Het meisje Ninon, nummer tien in het onoverzichtelijk gezin heeft daar ook een jongere broer en een jongere zus voor wie zij zich verantwoordelijk voelt.

vasthouden

De ochtend valt speelt in een ander land (Amerika), er zijn andere omstandigheden dan in Koudvuur, maar in beide boeken zie je de hoofdpersoon die dapper het hoofd blijft bieden aan de dagelijkse problemen, die zich niet laat ontmoedigen, hoewel iedereen ziet dat het uiteindelijk nooit meer echt goed kan komen.

Dat de goede bedoelingen toch op niets uitlopen, blijkt vooral uit de slotalinea, waarin de Michael terugkijkt: 'Dichtbij en op enorme afstand, ik kijk ernaar, een zoet organisch bestaan waarin ik ze wilde vasthouden, ze precies zo wilde houden als ze waren.'

De ochtend valt (novelle)
Manon Uphoff. Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam 2012. 64 blz. 14,90

dinsdag 6 november 2018

Kinderland (Mawil)


Opgroeien in de DDR, hoe was dat eigenlijk? Er zijn, voor zover ik weet, geen stapels met boeken in het Nederlands die ons dat uitgebreid vertellen. We kennen natuurlijk de film Good Bye Lenin (2003, dus ook alweer vijftien jaar oud), waarin we nostalgie vinden naar de tijd van voor de val van de Muur. Maar verder?

De graphic novel Kinderland, van Mawil, geeft ons een inkijkje in wat ooit het andere Duitsland was. Plaats: Oost-Berlijn, tijd: vlak voor de val van Muur (1989), maar omdat niemand in de toekomst kan kijken, weten de personages nog niet dat de Muur snel zal vallen.

Mirco

Hoofdpersoon is het jongetje Mirco Watzke, die ook wel 'Huilebalk' wordt genoemd. Een jongetje met een brilletje en het haar in een matje. Gezien de foto achter op het boek, zou het Mawil zelf als kind geweest kunnen zijn. Er komt een nieuwe jongen op school, Torsten Maslowski, die veel stoerder is. Mirco en Torsten zullen een duo gaan vormen.

Op school is tafeltennis een belangrijke bezigheid en gelukkig kan Mirco dat goed. Sommige kinderen gebruiken een boek als batje en als een echt batje kapotgaat, is er niet zomaar een nieuwe. Sommige spullen zijn schaars en een goed cassettebandje, waarop je westerse muziek kunt opnemen is bijvoorbeeld al een heel bezit.

De kinderen zijn verenigd in jeugdverenigingen: de Jungpioniere (van zes tot tien jaar) en de Thälmann-Pioniere (van tien tot veertien), afdelingen van de Freie Deutsche Jugend (FDJ). De leden dragen uniformen en er zijn parades, compleet met vlaggen.

Angela Werkel

Sommige kinderen dragen ook op school het uniform, zoals het meisje dat wij waarschijnlijk een klassenvertegenwoordiger zouden noemen. Bij het begin van de les meldt ze zich bij de leraar: 'Klas 7a meldt zich en is klaar voor de les! Peggy Kachelsky ontbreekt.' Het voorbeeldige meisje heet Angela Werkel, en die naam zal niet voor niets erg veel lijken op die van de Bondskanselier. Bij haar geboorte droeg die overigens de naam Kasner. Angela is, net als de bekende Angela, een geboren leidster. Als er vergaderd moet worden door de leerlingen is zij voorzitter.

'Peggy Kachelsky ontbreekt,' meldde Angela. Later krijgen we te horen dat het gezin Kachelsky naar het westen is gevlucht. De lerares Russisch, een hardliner, reageert als Lydia, een vriendinnetje van Peggy, moet huilen: 'Jaaa... dat is een bittere pil, als je door je beste vriendin in de steek wordt gelaten. (...) Peggy en haar ouders ontbrak het in ons land aan niets... Als ze dan toch zo makkelijk bezwijken voor de goedkope verlokkingen van het Westen, dan hoef je ook geen traan om ze te laten.'

Dat klinkt nogal hard, maar subtiel laat Mawil zien, dat de lerares ook gevangen zit in een systeem waarin ze niet anders kan zeggen, al heeft ze er wel andere gevoelens bij. Als Mirco en Torsten onverwacht bij mevrouw Kranz langskomen, ziet die nog net kans om Der Spiegel onder een krant te schuiven.

Het missen van mensen die naar het Westen gaan, komt verschillende keren in Kinderland terug. Ook de vader van Torsten is bijvoorbeeld weg. Mirco betrapt zijn ouders als ze aan het praten zijn over naar het Westen gaan. Voor hem is dat (ook) een bedreiging van het leventje dat hij kent.

Verhaallijn

In Kinderland werkt Mawil met een lange verhaallijn: het leven van de kinderen op een school in Oost-Berlijn, maar het verhaal is opgebouwd uit korte stukjes, scènes, die soms onafgerond zijn: het zijn uitsneden uit het leven en samen geven ze een goed beeld van dat leven.

Het verhaal bereikt zijn hoogtepunt op de dag dat er een tafeltennistoernooi zal zijn. Mirco heeft zich er erg voor ingezet, maar hij mag niet meedoen. Juist dat is de dag waarop de Muur valt. Voor het eerst komen Mirco en zijn ouders in West-Berlijn. Maar dat zet wel zijn vriendschap met Torsten onder druk.

Die vriendschap is warm thema in het boek. Veel dingen zijn niet wat ze moeten of kunnen zijn in het leven van Mirco en Torsten, maar ze hebben elkaar. Ze verschillen onderling behoorlijk, maar op een of andere manier is dat geen beletsel. Ze willen zelfs bloedbroeders zijn, zoals ze gezien hebben in een western.

Kinderen zijn kinderen

Kinderland is een prachtige beeldroman. Het verhaal laat ons zien dat kinderen altijd hetzelfde zijn: de ruzies, de vriendschappen, de verlangens, de ouders, de school, de pesterijen, de avonturen. De omstandigheden zijn anders dan die wij kennen, maar iedereen probeert er in het leven gewoon het beste van te maken, net als overal, net als altijd.

Tegelijkertijd geeft Kinderland een beeld van een land in een bepaalde tijd. De schaarste aan spullen, de ideologie, de verhalen over het Westen, de Frei Körper Kultur. In deze omgeving worden kinderen groot. In het laatste plaatje, als Mirco in een auto zit, wordt tegen hem gezegd: 'Jullie zijn toch geen kinderen meer!'

Er komt ooit een eind aan het Kinderland en met alles wat je meegemaakt hebt als bagage, rijd je het land van de volwassenheid in. Mirco zal nog zwaardere strijd moeten leveren dan het winnen van een tafeltenniswedstrijd, maar hij heeft ook veel positiefs waarop hij altijd kan steunen, zoals een vriendschap. Je weet dat er altijd mensen zullen zijn op wie je kunt steunen.

Schattig

Mawil heeft gekozen voor tekeningen die passen bij de leeftijd van de hoofdpersonen. Dat geeft de personages iets aandoenlijks en misschien zelfs iets schattigs. Dat draagt bij aan de positieve sfeer die in het verhaal hangt. Maar het is ook bedrieglijke. Achter al die 'schattigheid' gaat een wereld schuil waarin mensen geliefden kwijtraken. Dat had natuurlijk zwaar aangezet kunnen worden met dramatische tekeningen, maar misschien werkt het juist beter en komt het juist harder aan door de manier waarop Mawil het aangepakt heeft.

Tijdens het lezen kreeg ik ook een associatie met De dagelijkse worsteling (zie hier) van Manu Larcenet, waarbij de tekeningen luchtiger zijn dan het onderwerp.

Af en toe praten personages, net als in het echte leven, door elkaar. Mawil laat dat goed zien door tekstballonnen gedeeltelijk over elkaar te plaatsen. Bij een verhaal als Kinderland heb je de neiging om maar door te lezen en meer de tekst te lezen dan de plaatjes. Juist zo'n ingreep als met de tekstballonnen bepaalt je weer bij het medium en je ziet hoe goed Mawil dat beheerst.

Je zou kunnen zeggen dat Kinderland een bescheiden boek is: het tekent het leven van zomaar een jongetje. Maar in die kleine geschiedenis lezen we de grote geschiedenis, waardoor het leventje van Mirco een tijdsbeeld wordt van een beslissend moment in de geschiedenis. Dat is bijzonder goed gelukt. Kinderland heeft het in zich om een klassieker te worden.

Kinderland werd in 2014 bekroond met de Max und Moritz-prijs voor Beste Duitstalige Strip tijdens de internationale Comic-Salon Erlangen.

Titel: Kinderland. Een jeugd in de schaduw van de muur.
Tekst en tekeningen: Mawil
Uitgever: Soul Food Comics
Arnhem 2018, 296 blz. gebonden, € 27,50




vrijdag 2 november 2018

Aeropostale -Legendarische piloten, deel 2: Mermoz (Bec / Dumas / Saïto)


Bij uitgeverij Silvester verschijnt een albumreeks over legendarische piloten. In deel 2 staat luchtvaartpionier Jean Mermoz centraal. In dit album krijgen we het verslag twee vluchten: die in het 'heden' vindt plaats op 12 mei 1930: het vliegtuig 'Comte la Valaux' steekt de Zuid-Atlantische Oceaan over, op weg naar Brazilië. Onderweg moeten ze 'de doldrum' passeren.

Eigenlijk dacht ik dat we alleen van 'de doldrums' spraken, die ook wel de Inter-Tropische Convergentie Zone wordt genoemd, de gordel waar de luchtstromen van beide halfronden samenkomen. Het weer kan daar sterk variëren: perioden van windstilte, maar ook zware buien, stormen en onweer.

Het vliegtuig, waar Jean Mermoz aan de stuurknuppel zit, moet door een stapeling van wolken en dus door zware buien gaan en er mag niet te veel brandstof verspild worden. Bovendien blijkt in de hoosbuien dat het vliegtuig niet helemaal waterdicht is. De toestand is dus precair.

Twee verhalen

Door dit verhaal is een ander verhaal 'gesneden': een herinnering van Mermoz. Midden in de woestijn heeft hij zijn vliegtuig aan de grond moeten zetten. Hij is alleen met een tolk, die geen Frans verstaat. Het is de vraag of ze gevonden zullen worden en als dat gebeurt door de vijandige Moren, zijn ze misschien niet eens beter af.

Terwijl het vliegtuig de strijd aangaat met het noodweer, krijgen we stukje bij beetje het verhaal te lezen over de woestijntocht. We weten dan al dat die goed afloopt: anders had Mermoz nu immers niet achter de stuurknuppel kunnen zitten. Maar of de tocht door de doldrums zal lukken, is nog maar de vraag.

Die afwisseling van de verhalen werkt goed, vooral ook omdat de omstandigheden in de twee geschiedenissen totaal verschillen: water tegenover droogte. Warm is het overigens in beide gevallen. Midden in de buien is het in het vliegtuig zelfs zo warm dat de mannen kleding moeten uittrekken.

Goed scenario

De scenarist, Christophe Bec, heeft goed werk geleverd: het verhaal blijft tot het einde spannend. De tekeningen, van Patrick A. Dumas, zijn wel in orde maar het computerachtige is op sommige momenten voor mij wel storend. Dat zal ook met de inkleuring te maken hebben (door Diogo Saïto). De dreiging en het noodweer (met de oplichtende bliksem) zijn bijvoorbeeld goed getroffen, maar het geheel doet me net iets te gladjes, te gelikt aan.

Als Mermoz gevangengenomen is bijvoorbeeld, wordt hij niet zachtzinnig behandeld. Maar zijn verwondingen zijn allerminst afschrikwekkend. Ze lijken eerder esthetisch verantwoord, waarbij de wonden alleen maar een soort patroontje op de huid lijken. Mermoz is verder getekend als een bodybuilder. Ik vraag me af in hoeverre dat overeenkomt met de werkelijkheid. Het is me net te mooiig, te esthetisch, te plastic.

Verder vliegt het vliegtuig op de tekeningen steeds te dicht boven de golven. Er wordt in de tekst vermeld dat de hoogte vijftig meter is en ik snap wel dat dat niet lekker tekent: als je dat in een plaatje wilt vangen, moet je het vliegtuig vrij klein weergeven. De manier waarop de situatie nu weergegeven is, is spectaculairder. Maar dan had misschien die vijftig meter niet in de tekst genoemd moeten worden.

Zoals gezegd: de tekeningen ogen te gladjes, maar het verhaal zit goed in elkaar en neemt je werkelijk mee, zodat je je (bijna) nergens meer aan stoort.



Aeropostale - Legendarische Piloten deel 2: Mermoz
Scenario: Christophe Bec
Tekeningen: Patrick A. Dumas
Inkleuring: Diogo Saïto
Uitgever: Silvester, 's-Hertogenbosch 2018
48 blz., hardcover, € 16,95

donderdag 1 november 2018

Podcast: De Grote Harry Bannink Podcast


Op 1 juni 2017 startte De Grote Harry Bannink Podcast. Indertijd was ik er snel bij: DGHBP was pas een paar afleveringen ver, zodat ik weinig hoefde in te halen. Daarna heb ik alle (ja, alle) afleveringen beluisterd.

De naam zegt het al: de podcast gaat over het werk van de componist Harry Bannink. Iedereen kent hem of kent in ieder geval zijn liedjes: die op tekst van Annie M.G. Schmidt, die van Sesamstraat, die van Klokhuis, die van De film van Ome Willem. Het moeten er enkele duizenden zijn.

Tientallen interviews

Gijs Groenteman bewondert het werk van Harry Bannink en bewondering is altijd een mooi uitgangspunt voor een podcast. Groenteman verzamelde zoveel mogelijk liedjes en ging daarna op bezoek bij mensen die met Bannink gewerkt hebben. Een greep: Loes Luca, Hans Dorrestijn, Edwin Rutten, Henny Vrienten, Aart Staartjes, Frank Groothof, Joost Prinsen, Jan Boerstoel, Fetze Pijlman, Rob Chrispijn, Eli Asser, Jenny Arean en meer, veel meer: tot nu toe 37 stuks. Je vindt ze bijvoorbeeld hier.

Luisteren naar de podcast is heerlijk. Natuurlijk vanwege al de liedjes die voorbijkomen, waarvan sommige heerlijk herkenbaar zijn en andere verrassend omdat je ze niet kent. Ik heb dagenlang het lied gezongen over Johnny Afdruiprekje en het lied Pas geteerd blijkt een van de beste die ik van Dorrestijn ken. En de gesprekken zijn ook een feest, omdat daaruit een mooi beeld oprijst van Harry Bannink: een meneer met een tas, vriendelijk, schuchter en tegelijkertijd een geweldig componist die werkte in een razend tempo.

De liedjes die Groenteman laat horen, brengen de gesprekken goed op gang: de geïnterviewden raken ontroerd, verrast, verbaasd. Ze gaan in gedachten terug naar de tijd toen ze dicht bij Bannink waren en diepen anekdotes op uit hun geheugen.

Goed interviewer

En Groenteman is een goed interviewer. Hij heeft een wat lijzige stem, die hem iets slooms geeft, maar hij is een scherp luisteraar. Verschillende keren vat hij wat de geïnterviewde gezegd heeft in eigen woorden samen. Hij voegt daar dan een beetje interpretatie aan toe, wat weer als een vraag werkt en de geïnterviewde aan het praten brengt.

Bovenal zit hij ons niet in de weg. Hij is volkomen dienstbaar aan zijn project en juist daarom doet hij het zo goed. Groenteman wil het uiterste uit het gesprek halen en doet dat door zijn gesprekspartners veel ruimte te geven, maar ook door ze af en toe tegengas te geven. Nergens zullen ze hem als een tegenstander ervaren. Ook als hij een beetje duwt, doet hij dat om de geïnterviewde te dwingen nog nauwkeuriger te zijn, nog beter na te denken, nog gedetailleerder herinneringen boven te halen.

Soms heeft hij iets weeks ('Dus Harry was gewoon een lieverd?'), maar meestal stoort mij dat niet.

In ieder geval heeft Gijs Groenteman met zijn serie gesprekken, waaraan nog heel af en toe een gesprek wordt toegevoegd, niet alleen een prachtig monument voor Harry Bannink opgericht, maar ook een uitstekend stuk geschiedenis van de kleinkunst gemaakt.

Theater

Intussen breidt het project zich uit. Groenteman is het theater in gegaan, samen met Frank Groothof. Die laatste zingt de liedjes, Groenteman vertelt, Dick van der Stoep speelt piano. Het zal prachtig zijn.

Gijs Groenteman maakt ook de podcast Met Groenteman in de kast, die vroeger Het Volkskrantgeluid Cultuur heette. Die podcast is veel wisselender van kwaliteit, maar daarover een andere keer.