Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht Greg. Sorteren op relevantieAlle posts tonen
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht Greg. Sorteren op relevantieAlle posts tonen

donderdag 6 augustus 2026

Mijn eerste strips

De laatste weken heb ik jeugdherinneringen uit mijn dagboeken gehaald. Het meeste kwam uit het dagboek Jungske, geschreven voor mijn kleinzoon in de tweede helft van 2023. In de andere dagboeken staan ook best wat jeugdherinneringen, maar meestal afgewisseld met andere stukjes. Daar kan ik niet zomaar een blogpost van maken, voor zover ik nu kan zien. Mogelijk moet ik binnenkort uit verschillende dagboeken stukjes bij elkaar schrapen die over vergelijkbare onderwerpen gaan. 

In het dagboek Zomerkind, voor mijn tweede kleindochter, heb ik deze keer een stukje gehaald over de eerste strips in mijn leven. Het stukje schreef ik op 6 maart 2023. Aan het eind gaat het ineens over op voetbal, maar omdat er toch nog een strip in ter sprake komt, laat ik dat maar staan. Daarna kap ik het wel vrij abrupt af. Aan het eind nog een naschriftje. 


Pas vroeg ik me af wanneer de strips in mijn leven gekomen zijn. Bij mijn vriendje Gerard (die we ook wel Joekie noemden en mijn oma Ganseman zei altijd Joepie) lazen ze de Sjors en daar genoot ik zeer van. Mijn buurjongen Chris, die veel ouder was, had de Pep, maar daar kwam ik haast nooit. Hij woonde in het huis waar later een manege achter gebouwd is. Het is allemaal nog te zien, mocht je daar in de buurt zijn. Merkenhorststraat. Het huis waar ik geboren ben, ligt onder de snelweg.

Hoewel ik Chris weinig zag en weinig bij die buren kwam, heb ik wel eens een stapeltje Peps gekregen. En mijn neef Gerrit, die we toen nog Gert noemden, had de Donald Duck. Die las ik als ik daar logeerde. Ik heb nog een zwak voor de striptijdschriften uit die tijd.

Nu ik dit tik, realiseer ik me dat ik het meisjesblad Tina (dat nog steeds bestaat) ook wel eens las. Waarschijnlijk las de oudere zus van Gerard, Ina, dat blad. Mijn zus las later de Anita. Die was goedkoper, denk ik: ander papier en niet in kleur, maar van dezelfde makers. Ik heb ze driftig meegelezen. Ik zie ze trouwens nooit meer ergens op stripbeurzen.

Van mijn tante Cor, zus van mijn moeder, kreeg ik Het geheim van de boekanier, dat nog ergens in een doos op zolder opgeborgen moet zitten. Ik weet nog hoe die boekanier eruitzag en het meisje dat een belangrijke rol speelde, heette Dientje als ik mij niet vergis.

Ik had ook een strip over De koerier van de tsaar. Dat zal wel in de serie Illustrated Classics gezeten hebben, want het is een bekend boek. De hoofdpersoon was Michael Strogoff, die in de loop van het verhaal blind gemaakt wordt. En (spoiler!) later blijkt dat hij niet blind is.

Op de hoek van de Schoolstraat en de Merkenhorststraat zat de winkel van de kruidenier, die later een klein supermarktje werd. Dat was wat: zelfbediening! Het zaakje werd vroeger gedreven door Engeltje Dekker, later door haar zoon Maarten en zijn vrouw Ineke. Toen de eerste klanten met een metalen mandje (winkelwagens waren er nog niet) hun boodschappen verzamelden, liep ze mee om te helpen.

Dat supermarktje was de IFA en ze hadden er ook strips: kleine boekjes, nog geen A5-formaat. Ze stonden in een bakje bij de kassa en kostten 60 cent. Ik kocht altijd de oorlogsstrips en soms de westerns. Ik kreeg vijf kwartjes (1,25) zakgeld per week. Een kop koffie kostte op school 25 cent en zo kon ik elke dag een kop koffie kopen. Wij dronken dat al op jonge leeftijd, maar dat is een ander verhaal.

Soms kocht ik geen koffie en zo kon ik strips kopen. Wat ik dan dronk? Niets. Ook geen water? Nee, ook geen water. Nu denkt elke scholier dat er meteen een ramp gebeurt als de waterfles leeg is. Dan moet die eigenlijk wel tussen de lessen door gevuld worden. We kunnen best een tijdje zonder.  

Nu ik die westerns heb genoemd: ik had ook westerncomics, slappe kaft. De hoofdpersoon was altijd iemand die onschuldig was, maar die toch moest vluchten voor het gezag. Hij kon altijd geweldig schieten. Ik herinner me Kid Colt en Rawhide Kid (die had net als ik rood haar), maar er waren er meer. Die boekjes had ik wel. Kreeg ik die ook van buurjongen Chris? Geen idee.

In hetzelfde formaat waren er strips over superhelden (Batman, Spinneman -die heette nog geen Spiderman in de Nederlandse strip-, de X-mannen, de Hulk en waarschijnlijk waren er nog anderen die ik nu vergeet). Of kreeg ik die strips van mijn klasgenoot Reinier? Die woonde aan de andere kant naast ons. Nou ja, eigenlijk aan de overkant van het kruispunt, aan de Dijkstraat.

Van hem kreeg ik ook de oude nummers van Voetbal International, dat toen min of meer de vorm van een krant had, maar wel in kleur (sommige bladzijden) en op papier dat een beetje glom. In die krant stond een mooie strip, over Abe, een meisje dat bij Ajax voetbalde, vermomd als jongen. Getekend door Theo van den Boogaard. Dat wist ik toen waarschijnlijk niet, maar nu wel. Ik heb er wel plaatjes van uitgeknipt en in mijn agenda geplakt.

Reinier was overigens voor Feyenoord en ik was voor Ajax, al wist ik niet precies waarom. Daar speelden helden als Cruyff, Swart, Keizer, Krol, Hulshoff, Suurbier, Mühren, Rep, Neeskens. Het halve Nederlands elftal speelde bij Ajax. Weinig buitenlandse spelers. Er is ook een tijd geweest dat er maar drie buitenlanders bij een club mochten spelen, maar dat was later. Ik hield erg van de naam Horst Blankenburg, een Duitse verdediger. Ook Ajax. Een wedstrijd zag ik eigenlijk nooit, maar ik luisterde wel naar de radio. Die mocht dan niet hard staan, want dan had mijn moeder er last van, dus ik drukte mijn oor tegen het kastje.

Naschrift

Veel oude striptijdschriften (Sjors, Pep, Donald Duck, maar ook Robbedoes en Kuifje, die ik pas later las). Heb ik in de loop der jaren weer aangeschaft. Ik ben van plan die eens nauwkeurig te gaan inventariseren. Op sommige dozen staat precies welke jaargang erin zit en welke nummers ontbreken, maar ik kom ook opschriften als 'Oude Peps' tegen. 

De oorlogsstrips die ik las, zijn uit de serie Victoria. Toen ik op zoek ging naar plaatjes, zag ik dat ze ook nog vijftig cent gekost hebben, maar dat ze aan het eind van de jaren zeventig al 1,25 kostten. 

Het meisje uit Het geheim van de boekanier heette inderdaad Dientje en er moet een hele reeks strips over haar geweest zijn. De scenarist was Greg, dus het verhaal zat wel goed in elkaar. Cuvelier tekende ook de strip Corentin

De voetbalstrip die ik Voetbal International las, ik ook als album uitgekomen, maar dat heb ik nooit in mijn bezit gehad. 

dinsdag 31 maart 2026

Bernard Prince: De hel van Suong-Bay / Avontuur in Manhattan (Hermann / Greg)

De planning die ik eerder publiceerde, ga ik niet helemaal volgen. Zo zou ik volgende week pas schrijven over het tweede deel van de integrale uitgave van Bernard Prince, maar dat stuk heb ik naar voren gehaald in verband met het overlijden van Hermann (1938 - 2026). Hij overleed op 22 maart. 

Andere links naar besprekingen van albums van Hermann, waaronder die van het eerste deel van Bernard Prince, vind je onderaan. 

Reeksen

Hermann heette voluit Hermann Huppen en hij was een geweldige tekenaar, in het realistische genre. Hij heeft veel reeksen op zijn naam staan en het beste uit die reeksen is heel goed. Als kind lette ik niet zo op de namen van tekenaars en scenaristen. Na verloop van tijd wist ik natuurlijk wel wie Marten Toonder, Willy Vandersteen, Hans G. Kresse of Piet Wijn waren, maar Hermann was een van de eersten bij wie ik gericht op zoek ging naar albums waar zijn naam op stond en toen kwam ik bij aardig wat verschillende reeksen terecht: naast Bernard Prince waren dat Comanche, Jeremiah, Jugurtha (alleen de eerste delen), De torens van Schemerwoude en Nick. 

Er is ook nog de serie Duke, maar die heb ik nooit gehad, en van De torens van Schemerwoude heb ik maar weinig gelezen. Het is een erg harde strip, tenminste dat vond ik indertijd. Maar misschien moet ik die albums maar eens gaan verzamelen en lezen. 

Bernard Prince en Comanche tekende Hermann op scenario's van Greg, maar voor Jeremiah en De torens van Schemerwoude schreef hij zelf alle teksten. 

Inkten en inkleuren

In de loop van de tijd bleef Hermanns tekenstijl herkenbaar, maar die veranderde wel. Op een gegeven moment inktte hij de tekeningen niet meer voordat hij ze inkleurde, wat ze toch een wat ander karakter gaf. En in de loop der jaren leek de kleur geleidelijk uit zijn tekeningen te verdwijnen. Hermann beperkte zich dan bij afbeeldingen tot bijvoorbeeld grijzen en groenen. Het leek wel of hij de kleur kwijtraakte, wat mij deed denken aan de roman Labyrint van Fleur Bourgonje, waarin een vrouwelijke kunstenaar met hetzelfde probleem kampt. 

Sommige van zijn strips hadden scenario's niet top waren, maar die ik toch bleef lezen, omdat Hermann ze getekend had. Hoe dan ook, hij was een grote berg in het striplandschap. Hij is er niet meer, maar we hebben zijn strips nog en zolang die nog gelezen worden, leeft hij voort. 

Juist in deze tijd verschijnt de prachtige integrale uitgave van Bernard Prince. Mooie hardcovers op groot formaat in een oplage van 500 stuks (Haast je!). Door het grote formaat komen de tekeningen uitstekend tot hun recht. 

Interpol-dossiers

De verhalen die in albums terechtgekomen zijn, kennen we, al is het prettig dat we ze in deze uitgave allemaal bij elkaar hebben en dan ook nog mooi uitgegeven. Maar bij een integrale uitgave hoort ook extra materiaal en ook dat is er, in de vorm van vier verhalen, 'De Interpol-dossiers van Inspecteur Prince'. We krijgen niet alleen die verhalen, maar ook nog een blik in verschillende afgekeurde versies (in zwart-wit). Prachtig materiaal, dat je nergens anders te zien krijgt. 

Verder is er een artikel van Ed Hengeveld, waarin hij uitlegt wie Djinn, de scheepsjongen is, en hoe zijn rol in de loop van de serie veranderd is en zijn er enkele grote tekeningen plus omslagen van het blad Kuifje, waarop een nieuw verhaal van Bernard Prince wordt aangekondigd. Het is al met al een prachtuitgave. 

Personages

De verhalen op scenario van Greg doen het nog goed. Misschien is Bernard Prince als karakter niet al te geprononceerd, maar hij is niet gauw uit zijn evenwicht en hij weet zich altijd te redden. Zijn achtergrond bij Interpol speelt nadrukkelijk een rol in het tweede verhaal, Avontuur in Manhattan. 

Zijn stuurman, Barney Jordan is zo'n beetje het tegendeel van Prince: emotioneel, impulsief, niet altijd zichzelf onder controle hebbend en hij brengt ook humor in de strip. In het genoemde verhaal moet hij ineens stand-in spelen voor een zakenman die veel op hem lijkt. Als deze man van het toneel verdwijnt, moet Barney zijn plaats innemen. Bernard gebruikt zijn contacten in het criminele circuit om de verdwijning op te helderen. 

En dan hebben we nog Djinn, over wie de volwassenen wel eens bezorgd zijn, maar hij kan prima zijn eigen boontjes doppen en in het eerste verhaal, De hel van Suong-Bay speelt hij een cruciale rol in de redding van Bernard en Barney die in handen zijn gevallen van Wang-Ho, die we nog kennen uit Generaal Satan. 

Herleesbaar

De albums heb ik al lang geleden gelezen en ik heb de verhalen indertijd verschillende keren herlezen. Toch zat ik er meteen weer in en ging ik er helemaal in mee. Dat bewijst aan de ene kant hoe sterk het scenario van Greg is en aan de andere kant zal mijn bewondering voor het tekenwerk van Hermann een minstens even grote rol gespeeld hebben. 

Bernard Prince is altijd het lezen waard, maar deze prachtuitgave bewijst duidelijk zijn meerwaarde. Het is te vergelijken met het bekijken van een film op je tv of in de bioscoop. Dat laatste maakt altijd meer indruk en geeft je een completere ervaring. Zo is het ook met deze uitgave. 

Reeks: Bernard Prince (luxe uitgave)
Deel: De hel van Suong-Bay / Avontuur in Manhattan
Scenario: Greg
Tekeningen: Hermann
Vertaling: Tonio van Vugt
Uitgever: Sherpa
2025, 128 blz. € 65,- (groot formaat, hardcover) €95,- (extra: linnen rug, gesigneerde dubbelprent)

Eerder schreef ik over:
Bernard Prince: Generaal Satan/Storm over Cormoran (luxe uitgave)

woensdag 21 januari 2026

Bernard Prince, Generaal Satan en Storm over Coronado (Hermann & Greg)



Al eerder heb ik geschreven dat ik van integrale uitgaven hou en daarin sta ik niet alleen: elk jaar worden oude strips gebundeld en opnieuw uitgegeven in mooie hardcovers. Ik kom er weinig toe strips van vroeger te herlezen, maar dat doe ik wel bij zo'n integrale uitgave. Soms blijkt mijn geheugen dingen haarscherp onthouden te hebben, maar vaker herontdek ik dingen die ik al vergeten was en ontdek ik details waar ik nooit op gelet heb. 

Bij uitgeverij Sherpa is het eerste deel verschenen van de integrale uitgave van Bernard Prince. Het bevat de verhalen De piraten van Lokanga en Generaal Satan  (elk 22 platen) en het langere Storm over Coronado. Verder nog wat korte verhalen. 

De albums van Bernard Prince heb ik allemaal, voor zover ik weet. Veel heb ik tweedehands gekocht, want toen ik in de tweede helft van de jaren zeventig strips begon te kopen waren er al heel wat delen verschenen. Waarschijnlijk heb ik daarvoor de strip al wel leren kennen, onder de naam Rob Palland, in de Pep die ik zonder enige regelmaat kreeg van mijn buurjongen Chris. Het verhaal gaat dat de naam Bernard Prince niet acceptabel was, omdat die associatie met Prins Bernhard zou kunnen oproepen. 

Cormoran

Bernard Prince is inspecteur bij Interpol. Hij erft een jacht, de Cormoran, en neemt ontslag bij zijn werkgever. De Cormoran kan kleine vrachten en enkele passagiers vervoeren en daar wil Prince zich verder op richten. Hij heeft een beschermeling, de jongen Djinn, die eigenlijk naar school moet, maar als hij kans ziet, smokkelt hij zichzelf aan boord om mee te gaan op avontuur. 

Al meteen in het eerste verhaal, De Cormoran vaart uit! zijn er problemen. Op het schip blijkt zich een misdadiger verstopt te hebben, maar die wordt vakkundig buiten gevecht gesteld. 

Barney Jordan

Het derde personage van de strip moet dan nog op het toneel verschijnen: Barney Jordan, een ruwe zeebonk met het hart op de goede plaats. Bernard Prince en Djinn ontmoeten hem als hij bij een caféruzie op straat belandt. Dat gebeurt in het verhaal De piraten van Lokanga. Jordan maakt vanaf dan deel uit van de bemanning. De eerste opdracht is om een rivier op te varen en daar de vracht van een gestrand vliegtuig op te pikken. Wat die vracht is, blijft voorlopig ongewis. 

Het wordt een spannend avontuur. Deugt de opdrachtgever wel? En hoe zit het met de mensen die in het binnenland wonen? Hoe (on)vriendelijk zijn die? In die tijd zal ik ze ongetwijfeld inboorlingen hebben genoemd. 

Grondpatroon

Eigenlijk is daarmee het grondpatroon van veel verhalen van Bernard Prince al duidelijk: er is (vrijwillig of gedwongen) een opdracht die uitgevoerd moet worden. Daarbij moet de bemanning tot het uiterste gaan om die opdracht tot een goed einde te brengen. Er wordt kracht vereist, maar vooral moed en inventiviteit.  Daarbij heb je altijd het idee dat de bemanning van Cormoran de dingen doet die moreel juist zijn en dat ze het opnemen tegen een of andere vorm van kwaad. 

De tegenstelling tussen goed en kwaad zou daardoor wel heel scherp worden: als lezer identificeer je je met Bernard, Barney en Djinn, die deugen, en dan sta je dus als lezer altijd veilig aan de goede kant. Dat is ook wel een beetje zo, maar Barney is ongepolijst en doet impulsief soms dingen die hij bij nader inzien beter niet had kunnen doen en Bernard belandt soms in situaties waarin je hoe dan ook vuile handen moet maken. 

Scenario en tekeningen

De verhalen zijn geschreven door Greg, een uitstekend scenarioschrijver. Eerder schreef ik over andere reeksen die hij schreef: Comanche, Olivier Blunder en Luc Orient. De verhalen zitten goed in elkaar en zijn vooral heel spannend. Dat spannende zit ook in de onvoorspelbaarheid. De lezer ziet nog niet hoe de personages zich uit de benarde situatie moeten redden, maar de scenarioschrijver heeft alle touwtjes in handen. 

De tekeningen zijn van Hermann. Van hem besprak ik hier delen uit de reeks Jeremiah en Comanche. De tekeningen in dit eerste deel van Bernard Prince zijn al helemaal zoals we die van Hermann kennen. Later zou hij ietsje losser worden en ik vermoed dat toen ook de decors van tijd tot tijd wat soberder werden. De inkleuring is in de eerste verhalen vrij hard. Later zou Hermann met zachtere kleuren werken en nog weer later verdween er veel kleur uit zijn strips, wat in sommige albums tot gevolg had dat er wel erg veel met soepkleuren werd gewerkt. Aan de harde kleuren uit dit integraaldeel moest ik wel weer wennen. Aan de andere kant riepen ook juist de kleuren de leeservaring van vroeger op.

Alle aandacht voor de strips

In integrale uitgaven wordt vaak een dossier opgenomen, met daarin achtergrondinformatie. Dat ontbreekt in deze uitgave; er is een enkele pagina tekst over Barney Jordan, maar verder gaat de aandacht helemaal naar de strips, die op groot formaat zijn afgedrukt, zodat je goed de details van de tekeningen kunt bekijken. Aan de binnenkant van de cover, zowel voor als achter is een tekening afgedrukt, lekker groot dus. 

Voorafgaand aan elk verhaal zijn er extraatjes opgenomen: covers van het blad Kuifje waarop Bernard Prince staat, een bladzijde in zwart-wit, de cover van de albumuitgave. Het is allemaal prachtig, vind ik, maar misschien heb ik zulke goede herinneringen aan het lezen van Bernard Prince dat ik in dezen niet objectief kan zijn. Dat moet dan maar. 

Aan het eind staan nog een paar verhalen uit 'De Interpol-dossiers van Inspecteur Prince', die ooit in Kuifje hebben gestaan en zelfs een aanzet tot zo'n verhaal, dat afgekeurd is door Greg en dus nooit is gepubliceerd. 

Het geheel is een prachtige uitgave. Hermann zou uitgroeien tot een toptekenaar, maar je ziet hoe goed hij in de jaren zestig al was. Omdat er ook enkele tekeningen van later datum zijn opgenomen, kun je ook zien hoe goed hij zou worden. 

Naast deze uitgave op groot formaat (oplage vijfhonderd exemplaren) verschijnt er ook een luxe uitgave met linnen rug en een gesigneerde dubbele prent. De oplage daarvan is honderdvijftig exemplaren. In januari 2026 is ook het tweede deel verschenen. Daar kom ik later op terug. 

Titel: Bernard Prince - Generaal Satan
Scenario: Greg
Tekeningen: Hermann
Uitgever: Sherpa
2025, 128 blz. € 65,00 (hardcover), € 95,00 (hardcover, linnen rug, gesigneerde dubbele prent)

maandag 3 maart 2025

Olivier Blunder heeft nog veel te melden (Greg)

 

Ergens op zolder zitten ze in een doos: de albums van Olivier Blunder. Van de eerste twintig zal ik de meeste wel hebben, vermoed ik. Hoe ik met Blunder kennismaakte, kan ik niet met zekerheid zeggen. In ieder geval viel ik voor dit personage met zijn bloemrijke taalgebruik. Soms enigszins zelfingenomen, maar toch altijd sympathiek. 

Om hem heen bewegen zich zijn ouders. Zijn vader heeft een forse snor en is al gauw tevreden, als hij maar bier bij de hand heeft. Moeder loopt over van moederliefde en is de bescheidenheid zelve. En dan is er nog buurman Zuiger, met wie Blunder vetes uitvecht, waarbij op een of andere wonderlijke wijze toch altijd de relatie in stand blijft. 

Ik genoot zeer van het taalgebruik dat de stripmaker Greg hanteerde. Voor de breedsprakigheid van Blunder zijn grote tekstballonnen nodig, die nogal massief gevuld zijn, maar dat heeft me nooit afgeschrikt - het trok me juist aan. 

Maar er was meer dan alleen de taal. Greg verwerkte altijd leuke details in zijn tekeningen. Olivier was bijvoorbeeld zijn tuin aan het sproeien met een tuinslang waarop een vizier gemonteerd was of er stond een vleugel in een kamer waaraan zich naast de gebruikelijke twee pedalen nog een gaspedaal bevond. 

Meestal zijn de albums gevuld met gags, korte verhaaltjes met een duidelijke plot, een of twee pagina's lang, soms net iets langer. Maar er zijn ook albums die een heel avontuur beslaan, zoals De schat van Viridiana (1979). Die heb ik ook wel gelezen en ook wel met enig genoegen, maar voor mijn gevoel konden ze niet tippen aan de gags. 

Gemoedelijkheid

De hele strip straalt een bepaalde gemoedelijkheid uit. Er zijn verhalen die zich onmiskenbaar in de stad afspelen, maar de verhalen hebben ook iets dorps en doen denken aan een tijd die al achter ons ligt. Blunder rijdt in een auto die in de tijd van mijn vader al klassiek geweest zou zijn, hij kleedt zich formeel (vest, jasje, hoedje, wandelstok), Zuiger draagt een pet. Er kan iemand rondlopen met een automatisch wapen, maar de kans is groter dat iemand grijpt naar een donderbus, met een bekervormige loop. 

In de loop van de jaren ben ik het contact met Blunder kwijtgeraakt. Zo gaat dat soms met vriendschappen: ze verwateren. Daar zal wel geen duidelijke aanleiding voor zijn. Ik ken vooral de albums uit de jaren zeventig. Die hebben voor mij de toon gezet. Ik heb er ook wel wat uit de jaren tachtig, maar ik kocht niet meer alles en uiteindelijk hield het op. 

De verschijning van de albums van Olivier Blunder is ook na de dood van Greg (Michel Regnier, 1931 - 1999) doorgegaan, met nieuwe makers: Fabcaro en Carrère. Maar er zijn ook nog albums van Greg die indertijd wel in het Frans verschenen zijn, maar niet in het Nederlands. Daarvan is nu album nummer 5 verschenen, Olivier Blunder heeft nog veel te melden. Dat kwam oorspronkelijk in 1984 uit. 

De openingspagina bevat vier gags van een enkele strook, de rest van de verhalen is zes tot acht pagina's lang, iets langere gags dus. Natuurlijk heb ik het album met een zekere gretigheid gelezen. Veel herkenning, veel gegrinnik, en ook wel wat twijfel. 

De tekeningen voeren me meteen terug naar de Blunderwereld die ik goed ken. Alle elementen zijn aanwezig en de tekeningen zijn uitgevoerd in de kordate stijl die ik van Greg ken. Maar de decors lijken eenvoudiger dan wat ik mij herinner. Of dat zo is, heb ik niet gecontroleerd. Misschien heeft mijn geheugen de oude albums mooier gemaakt dan ze zijn. De tekeningen lijken net iets minder gedetailleerd, net iets minder gevuld dan in de oudste albums. Maar misschien zit ik met de eerste albums in mijn hoofd en werkte Greg in de jaren tachtig al op een iets andere manier. 

Het mocht de pret overigens niet drukken. Het is heerlijk om weer even op te gaan in de wereld van Olivier Blunder, die meteen vertrouwd aandoet. Buurman Zuiger is weer prominent aanwezig, de hoofdredacteur heeft bij voorbaat weer het bordje 'Nee' aan zijn bureau hangen, Blunder rijdt weer in zijn antieke autootje en belt met een telefoon die in 1920 (schat ik) gangbaar was en vader Blunder is onophoudelijk druk met zijn steun aan de bierindustrie. 

Divers

De onderwerpen zijn divers: van een zoektocht naar het ideale wasmiddel tot vermeende onzichtbaarheid en van de edele sport van het watersteekspel tot het ideaal van leven in de natuur. En altijd loopt het op een teleurstelling uit. We leven mee met Blunder en genieten tegelijkertijd van zijn tijdelijke ondergang. Nergens wordt het schrijnend, altijd blijft het onderhoudend en daarom lezen we Blunder ook. We willen hem eloquent ten onder zien gaan en bij de volgende gag weer enthousiast zijn teleurstelling tegemoet zien rennen. 

Olivier Blunder heeft nog veel te melden doet wat de titel belooft. Blunder sluit aan bij wat hij al te melden had. Voor de Blunderliefhebbers is het fijn om te verkeren in een wereld die ze al kennen. Voor degenen die Blunder niet kennen, kan dit album een aardige kennismaking zijn. Een onderhoudend album, dat nog uitstekend meekan. 

Reeks: Olivier Blunder
Deel 5: Olivier Blunder heeft nog veel te melden
Tekst en tekeningen: Greg
Vertaling: Kees-Willem Bruggeman en Hans van den Boom
Uitgever: Arboris
2024, 48 blz. € 9,95 (softcover), €19,95 (hardcover)

dinsdag 13 februari 2024

Jeremiah 40: De vermiste


Hermann (Hermann Huppen) is een van de grote stripmakers. Hij heeft legendarische reeksen op zijn naam staan als Bernard Prince, Comanche, Jeremiah en De torens van Schemerwoude. Hij was al een heel tijdje bezig toen ik zijn albums ontdekte en ik heb er aardig wat tweedehands gekocht. Ook korte reeksen als Nick en de eerste twee delen van Jugurtha. 

De albums die Hermann maakte met scenarist Greg zijn allemaal wel goed. Maar later werkte hij samen met zijn zoon Yves H. en ook schreef hij zelf wel scenario's. Daarover zijn de meningen nogal verdeeld. In ieder geval halen ze het gemiddeld genomen niet bij de vroegere verhalen. 

Post-apocalyptische wereld

Jeremiah is een serie die al lang loopt. Het eerste deel, De nacht van de roofvogels verscheen in 1979. Er zijn twee hoofdpersonen: Jeremiah en Kurdy, met zijn helm en zijn ezel. De twee bewegen zich in een post-apocalyptische wereld, die troosteloos aandoet. Er staan hier en daar autowrakken, er zijn leegstaande gebouwen, er is eigenlijk geen georganiseerde staat. Blijkbaar is er ooit een ramp gebeurd en zoveel jaar na dato proberen de mensen een leven op te bouwen. 

Jeremiah en Kurdy komen in wonderlijke settings terecht. Er is gevaar, het is spannend, en uiteindelijk loopt het toch net goed af.

Intussen is de reeks aan deel 40 toe: De vermiste. Ik ben al lang gestopt om de albums te kopen, maar af en toe wil ik er nog wel eentje proberen en soms pakt dat ook nog wel goed uit. 

Tekeningen

De tekenstijl van Hermann is voor een deel hetzelfde gebleven. Zijn lijntje is altijd nog wel herkenbaar. Maar bij zijn vroege albums is er nadrukkelijk geïnkt. Die lijnen zijn in de loop der jaren minder hard en minder zwart geworden. Ook zijn de albums hun kleur kwijtgeraakt. Daarbij moet ik altijd denken aan de roman Labyrint (2004) van Fleur Bourgonje, waar een kunstenares ook de kleuren kwijtraakt. Ze komt terecht in de kleurrijke stad Fez. 

Bij Hermann zijn de tekeningen grauw geworden. Er lijkt ook vaak een soort mist te hangen. Je zou kunnen zeggen dat hij op zoek is naar de essentie en dat kleur blijkbaar afleidt of dat de grauwheid van de tekeningen symbolisch is voor de grauwe wereld waarin de personages zich bewegen. Voor mijn gevoel is er toch ook een soort fletsheid over de tekeningen gekomen, die ze minder sprekend maakt. De naargeestige sfeer van de leefwereld hangt wel duidelijk in het verhaal. 

Verhaal

In De vermiste speelt Jeremiah een beperkte rol. Kurdy wacht op zijn vriend, maar die komt maar niet opdagen. Hij vindt een fles met inhoud, merkt dat het geen whisky is, maar hij drinkt er wel van. Daardoor gaat hij halucineren en in de loop van het verhaal is hij vaak niet helemaal helder. Hij ontmoet een maatje, Sho, en samen proberen ze zich te redden. Er is een sekte, er zijn mensen met macht die samenspannen en er zijn mensen die daar slachtoffer van worden. Aan het eind van het verhaal worden (spoil, spoil) Kurdy en Jeremiah herenigd. 

Op scèneniveau zijn er nog steeds heel aardige passages en Hermann, al een eindje in de tachtig, is het tekenen nog niet verleerd, maar het verhaal als geheel heeft te weinig lijn, te weinig noodzaak, is te weinig dwingend. Eerlijk gezegd deed het me weinig en dat had ik liever anders gezien. 

Het is nog altijd prettig om een album van Hermann te lezen, maar er is eigenlijk niets in dit verhaal dat je bijblijft. Dat is jammer. Gelukkig is er nog genoeg ander werk van Hermann om te (her)lezen. 

Reeks: Jeremiah
Deel 40: De vermiste
Tekst en tekeningen: Hermann
Uitgeverij: Dupuis
48 blz. € 9,99 (softcover)

Eerder schreef ik over andere albums van Hermann:

donderdag 26 oktober 2023

Luc Orient - Alle avonturen, deel 5 (Paape / Greg)


Er waren al vier delen verschenen van de integrale heruitgave van de albums van Luc Orient en nu is er het vijfde deel. We gaan verder waar deel 4 ophoudt. In het laatste verhaal daarin, De kristalpoort, ontmoeten Luc en zijn metgezellen mensen uit verschillende perioden: een markies uit de achttiende eeuw, een soldaat uit 1809 en ook een soldaat uit het Romeinse leger. Aan het begin van dit deel worden ze keurig nog een keer voorgesteld. 

Er zijn acht aardlingen, die in De kristalpoort meegingen met buitenaardse wezens, de Dartz, die leven in een gigantisch ruimteschip, de Jabrakk. Dat is eigenlijk een complete samenleving, van drie miljoen Dartz. Dat kun je je maar moeilijk voorstellen, maar als je eenmaal geaccepteerd hebt dat dat blijkbaar zo is, denk je daar niet zo bij na. 

De Dartz zoeken een planeet waar ze kunnen leven. In het eerste verhaal, Het aambeeld van de bliksem, wordt de planeet Roebak verkend. In het tweede verhaal De planeet der razernij,  is dat Terango, een planeet die vaker is voorgekomen in de avonturen van Luc Orient. Ze ontmoeten daar ook een oude tegenstander, Julius Argos. In Roebak, laatste hoop komt de planeet uit het eerste verhaal terug, maar daar is intussen heel veel veranderd. Aan het eind van dat verhaal zijn Luc, Lora en Kala waar ze waren aan het begin van De kristalpoort: op aarde. 

Klassieke structuur

Alle verhalen hebben de klassieke structuur van een avonturenverhaal: de hoofdpersonen hebben een doel of een missie, moeten veel moeilijkheden bekampen, gaan daar bijna aan ten onder, maar uiteindelijk loopt het goed af. De nadruk ligt op de avonturen, diepe psychologische inzichten hoeven we van deze verhalen niet te verwachten. Eddy Paape is ook niet zo heel goed in het weergeven van de emoties. Opengesperde ogen van schrik of verbazing komen wel voor en verbazing wordt bovendien tot uitdrukking gebracht in de lettering: de letters worden groot en vet als er iets nadrukkelijk gezegd wordt. 

Sciencefiction is misschien meer aan mannen besteed dan aan vrouwen. De heldenrollen zijn in deze avonturen meestal weggelegd voor mannen. Maar in De planeet der razernij zijn de vrouwen machtig. Er leven op Terango reusachtige amazones, die Lora meer serieus nemen dan haar mannelijke begeleiders. Maar uiteindelijk zijn het toch de mannen die oplossingen voor de problemen bedenken. 

De buitenaardse wezens lijken ook het meest op mannen. Ze zijn duidelijk naar de mens gemodelleerd, wat de identificatie voor de lezer waarschijnlijk wel wat gemakkelijker maakt. Het masculiene van deze strip zou misschien tegenwoordig lastiger te verteren zijn, maar zo'n heruitgave is ook een tijdsdocument. 

Je leest de verhalen dan ook altijd op twee manieren tegelijkertijd. Aan de ene kant wil je verdwijnen in het verhaal en meegaan met het avontuur en aan de andere kant ben je je er ook van bewust dat je verhalen uit het verleden leest. De albums verschenen respectievelijk in 1978, 1981 en 1984. 

Vreemde werelden

De vreemde werelden zijn fantasievol uitgebeeld, met bijzondere vegetatie en fauna. In het interview met Paape, dat voor in deze bundeling staat, vertelt hij dat sciencefiction voor hem gemakkelijker te tekenen is, omdat je geen rekening hoeft te houden met de werkelijkheid. Je hoeft er geen modellen van auto's, schepen of vliegtuigen bij te halen. Je mag alles zelf bedenken. Het plezier in het bedenken is wel af te lezen aan de strip. 

Achter in deze uitgave staat een mooi artikel waarin Luc Orient in de tijd geplaatst wordt in de context van het blad Kuifje. Welke strips werden toen nog meer gepubliceerd? Het is een parade van oude bekenden: Toenga, De koene ridder, Bruno Brazil, Rik Ringers, Bernard Prince, Bob Morane. Luc Orient had in dat gezelschap zijn eigen plaatsje. 

Dan is er nog een kort artikeltje over de leerlingen van Greg, de scenarist van Luc Orient (maar ook de tekenaar van bijvoorbeeld Olivier Blunder). Hierin worden twee namen genoemd: Dany (van Rozebottel) en Dupa (van Dommel). Ten slotte nog wat voorplaten van Kuifje met Luc Orient. Het zijn geen originele ontwerpen, maar collages van tekeningen uit de strip. Een toegevoegd portret van Luc is wel een originele pentekening, maar het is zo statisch dat het wel een masker lijkt. 

Luc Orient is geen strip die je omver blaast, maar de verhalen kunnen nog altijd mee. Ze zitten goed in elkaar en zijn goed getekend. De inkleuring is soms wel wat hard, maar misschien past ook die goed in de tijd van ontstaan. Je zult niet wakker gaan liggen van deze verhalen, maar je kunt je er nog steeds prima mee vermaken. 

Reeks: Luc Orient - Alle avonturen
Deel 5
Scenario: Greg
Tekeningen: Eddy Paape
Vertaling: Tonio van Vugt
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2023, 160 blz. € 34,95 (hardcover)

Kijk ook even bij wat ik schreef over de eerdere delen. 


dinsdag 1 november 2022

Luc Orient - Alle avonturen, deel 4 (Paape / Greg)


Dat ik van sommige strips geniet vanwege het jeugdsentiment is onmiskenbaar: je leest niet alleen de strips uit het verleden, maar je leest ook je eigen jeugd. Bij het herlezen van de strips van vroeger, komt het plezier weer boven van toen je ze voor het eerst las en misschien heb ik wel even de illusie weer veertien te zijn en mijn geheugen ziet dat als een zorgeloze tijd, iets waar mijn toenmalige ik het vast niet mee eens zal zijn. 

Tegelijkertijd lees ik de strips in het nu, met de afstand en de kritische blik van een volwassene. Houden de verhalen het nog steeds? Zijn ze niet achterhaald of flauw geworden? Dat vroeg ik me af bij het lezen van het vierde deel van de integrale uitgave van de verhalen van Luc Orient. (Ik heb altijd de neiging om een trema op die naam te zetten, maar die hoort er niet). 

Hieronder plaats ik de links naar de bespreking van eerdere delen. Die heb ik nu niet herlezen, dus mogelijk herhaal ik mezelf. Als dat zo is, ben ik in ieder geval constant in mijn oordeel. 

Dit vierde deel bevat drie verhalen, die ooit als afzonderlijke albums zijn verschenen: Het zesde continent (1976), De vallei van de verstoorde wateren (1976) en De kristalpoort (1977). Alle verhalen werden voorgepubliceerd in Kuifje.

Mysteries

Alle verhalen beginnen met een mysterie. In het eerste verdwijnt professor Kala, in het tweede worden er dieren uit de prehistorie in het heden aangetroffen en in het derde verschijnen er mensen uit het verleden in het heden. Zo geformuleerd lijken de mysteries uit het tweede en derde verhaal op elkaar, maar de uitwerking is geheel anders. In alle gevallen gaat Luc Orient op onderzoek uit. In De kristalpoort loopt hij eigenlijk zo het avontuur in. 

De karakters van stripfiguren waren in het verleden vaak minder gecompliceerd dan ze nu zijn. Luc is natuurlijk een held, maar de scenarist, Greg, heeft hem niet alleen maar goed gemaakt. Zo is Luc ook driftig en ongeduldig. Als hedendaagse lezer vind je dat hij af en toe best wat kan dimmen. Maar je blijft sympathie voor hem houden, zoals dat bij een held natuurlijk hoort. 

Ingenieuze verhalen

Alle verhalen zitten ingenieus in elkaar. Greg moet veel lol hebben beleefd aan de scenario's, waarin hij zijn fantasie heeft kunnen uitleven: van een volk dat zich georganiseerd heeft als de mieren tot een geleerde die de evolutie probeert te imiteren en een buitenaards volk dat een andere tijdmeting heeft dan de aardebewoners. 

De dingen die afwijken van onze aardse werkelijkheid zijn binnen het verhaal steeds logisch. Op een gegeven moment hebben Luc en zijn vrienden een bewakingsarmband om die hen binnen een bepaalde ruimte moet houden. Die wordt uitgeschakeld, maar als Luc cum suis de boel op stelten zetten, zou de armband gemakkelijk opnieuw geactiveerd kunnen worden, lijkt me en dat gebeurt niet. Verder kon ik prima meegaan in de fictie.

Tekeningen

Het tekenwerk van Eddy Paape doet het ook nog steeds. De setting van de drie verhalen verschilt nogal, maar steeds heb je als lezer het idee dat je op de plaats zelf aanwezig bent. Soms zijn de tekeningen erg vol, doordat ze helemaal dichtgekleurd zijn. Daartussendoor zijn er ook waarin het wit van de achtergrond een beetje lucht geeft. Dat is prettig. 

De keuze van het papier (niet te glad) ondersteunt wat mij betreft de leeservaring. Het is niet zo vezelig als van sommige oude albums, maar geeft toch de illusie van het lezen uit de tijd van de oorspronkelijke albums. Voor mij werkt dat sfeerverhogend. 

Het belangrijkste is dat ik drie interessante verhalen heb gelezen, waarbij ik me geen moment verveeld heb. Je zit in het begin vol met vragen en weet net zo weinig als de personages die het mysterie moeten onderzoeken. Langzamerhand komt er meer tekening in. Bij de uitleg heeft de strip soms veel tekst nodig, maar dat heb ik op de koop toe genomen. 

Bonus

Bij een integrale heruitgave hoort een bonus. In dit geval is dat een korte strip (Missie in 2012), geschreven en geschetst door André- Paul Duchateau en geïnkt door Eddy Paape en een interview met Paape. Verder nog een artikel over de illustere voorgangers van Luc Orient, Flash Gordon en Brick Bradford. Met de nodige illustraties natuurlijk.

Ook dit vierde deel is weer een mooi boek geworden. Iedereen die vroeger Luc Orient heeft gelezen, zal het willen hebben. Of het nog nieuwe lezers zal trekken, is moeilijk in te schatten. Voor mijn gevoel kunnen de verhalen nog prima mee. 

Titel: Luc Orient, Alle avonturen - deel 4
Scenario: Greg
Tekeningen: Eddy Paape
Vertaling: Tonio van Vugt
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2022, 176 blz. 34,95 euro (hardcover)

Eerder schreef ik over:


maandag 10 augustus 2020

Luc Orient, Alle avonturen deel 3 (Eddy Paape / Greg)

 

De meeste verhalen van Luc Orient heb ik niet meteen bij verschijnen gelezen, toen ze werden gepubliceerd in het week Kuifje. Ook de albums, die later verschenen, kocht ik niet meteen.Als ik mij goed herinner, heb ik ze tweedehands aangeschaft, ook vanwege de omslagen door William Vance. Avonturen van Bob Morane, Bruno Brazil en Bruce J. Hawker kocht ik ook, mede om die reden. 

Jaren zeventig

Toch associeer de verhalen van Luc Orient met mijn jeugd en ik lees ze dan ook met een zekere nostalgie. Dat het verhalen zijn uit de jaren zeventig merk je aan bijvoorbeeld het roken: Luc Orient steekt wel eens een sigaret op en professor Kala rookt pijp, ook als hij in het ziekenhuis bij Luc aan het bed zit. 

Ik lees dat in het derde deel van de integrale uitgave van de avonturen van Luc Orient. Daarin zijn opgenomen: De krater van tovenarijen (1974), Het legioen van verdoemde engelen (1975) en 24 uur voor de planeet Aarde (1975). Niet alleen het roken doet erg aan als jaren zeventig, maar bijvoorbeeld ook de geringe beschikbaarheid van telefoons. 

In het eerste avontuur is er een meteoriet ingeslagen in een klein dorpje. In het dorpje zijn maar twee telefoons. De pers komt erop af, maar wordt niet toegelaten tot het dorp. Zo gauw er iets bekend is, haasten de journalisten zich naar de dichtstbijzijnde telefooncel om het nieuws door te bellen. Vreemd is dat daarna niets meer van de journalisten vernomen wordt. Hebben ze de belangstelling verloren? Dat zou sterk zijn. 

Spannend

De krater van tovenarijen is overigens wel een spannend verhaal. Uit de krater, die gevormd is door de inslag walmen dampen omhoog, die een halucinerende werking hebben. Hebben we hier te maken met een inval van buitenaardse wezens? Veel lijkt daarop te wijzen, maar er zijn ook aanwijzingen dat mensen de hand hebben in de aanslagen. Een konvooi van enkele laboratoriumwagens wordt getroffen door een lawine die door mensenhand veroorzaakt lijkt te zijn. Scenarioschrijver Greg weet de spanning goed op te voeren, maar de ontknoping gaat erg snel. 

De spanning wordt wat dikker aangezet door de lettering, waarin zwaar beladen uitspraken groter en vetter worden afgedrukt: 'Er lopen onzichtbare vijanden rond in Sargoris!!' En af en toe horen we ineens de stem van een alwetende verteller: 'En een zwaardere beproeving dan je denkt, Luc Orient...' Voor mijn gevoel was het niet nodig om op die manier te benadrukken dat we te maken hebben met een spannende situatie. Ook de titels van de albums doen nogal kitscherig aan. Zeker die van de eerste twee hier opgenomen albums zouden nu niet meer gebruikt worden, hoop ik. 

Oersterke baby's

Ook het tweede verhaal heeft een intrigerend gegeven: op verschillende plaatsen op aarde blijken er oersterke baby's te zijn. Wie zit hierachter? Natuurlijk gaat het team van professor Kala het uitzoeken. Luc redt nog op het nippertje een baby, waarbij hij wel heel onnatuurlijk over de rand van het dak hangt. Het is een positie die zelfs voor een atletisch persoon als onze held moeilijk vol te houden lijkt. 

In dat team hoort ook Toba, maar die krijgen we in deze drie verhalen niet in beeld. Zijn naam wordt slechts een enkele keer genoemd. Kala, Luc en Lora zijn steeds de belangrijke personages. 

In het derde verhaal is er iemand die aangeduid wordt als 'De Verwoester'. Hij kondigt aan dat hij binnen vierentwintig uur zal toeslaan. Eerst doet hij dat op kleine schaal, maar er wordt een aanslag gevreesd waarbij de hele aarde gevaar loopt. Het gevaar blijkt niet van aardlingen af te komen. 

Deze drie verhalen spelen zich af op de aarde. In eerdere albums zagen we Luc ook in actie op de planeet Terrango. Wel zit er duidelijk een science-fictionkant aan al deze verhalen. Steeds neemt het verhaal de lezer goed mee. Wel blijft het echt een avonturenverhaal, dat psychologisch verder niet zo diep gaat. Maar de verhalen zijn leuk om te lezen. 

Interview

De tekenaar, Eddy Paape, kreeg nauwkeurige aanwijzingen, lezen we een interessant interview met Greg dat in het dossiergedeelte is opgenomen. Paape wilde dat ook. In het interview gaat Greg verder in op het vermeende racisme in sommige verhalen van Olivier Blunder en op de morele problemen die Bruno Brazil krijgt met zijn missies. Het interview, door Willem van Helden, dateert van 1977. 

De tekeningen van Paape zijn aardig, al valt hij vaak terug op dezelfde soort gezichten en de meeste haardossen bestaan uit dik krullend haar. Expressie in de gezichten was niet zijn sterkste kant. Maar verder kan het tekenwerk nog wel mee. 

Val Sparkling

Aan het eind krijgen we een extraatje: een strip over kapitein Val Sparkling en zijn team. De strip is gemaakt om een frisdrank te promoten: Valfruit Pompelmoes. Indertijd was de aanbeveling: 'met fruitsap & zuiver suiker, zonder kleurstoffen.' Ik denk dat 'zuiver suiker' nu geen klanten meer trekt. De inhoud van de strip heeft overigens niets te maken met de frisdrank, wel met het belang van drinkwater. 

Luc Orient is nog steeds een aardige strip. De verhalen zijn spannend en houden de lezer gemakkelijk vast. Ik had deze drie avonturen ooit al eens gelezen, maar bij herlezing zat ik er meteen weer net zo in. De uitgave is verder prettig: goed afgedrukt, op papier dat herinnert aan dat van de vroegere albums en hardcover natuurlijk. Er zullen nog steeds liefhebbers voor zijn, neem ik aan. 

Titel: Luc Orient, Alle avonturen deel 3

Scenario: Greg

Tekeningen: Eddy Paape

Uitgever: Sherpa

Haarlem 2020, 176 blz. hardcover; € 29,95

Ook bij Luc Orient zijn mondkapjes niet altijd afoende


dinsdag 23 juni 2020

Comanche integraal, De sheriffs (Hermann / Greg)


De uitdrukking 'het wilde Westen' ken ik uit mijn jeugd. Het beeld van een deel van Amerika is bij mij grotendeels gevormd door de 'cowboyboekjes' die ik las. Bij elk boekje werd die wereld bevestigd of een beetje uitgebouwd. Ik had er geen idee van of het beeld dat ik mij vormde historisch wel klopte. 

Het woord 'historisch' klopt al niet met mijn beleving. Voor mijn gevoel was de wereld van cowboys en indianen niet iets van vroeger, maar van dat moment, alleen op een andere plek. Of beter nog: in een parallelle wereld. En in ons spel konden wij van het ene op het andere moment die wereld in stappen, met onze klappertjespistolen. 

Maar de verhalen gingen natuurlijk wel degelijk terug naar een historische werkelijkheid. Ik denk dat ik dat vooral besefte bij het bekijken van de serie Deadwood: een stadje dat zich ontwikkelt en waar langzaamaan de reguliere machtsstructuren gevormd moeten worden. Er moet bestuur komen en rechtspraak, om een tegenwicht te bieden aan het recht van de sterkste. 

Avonturenverhalen

In strips zijn westerns meestal vooral avonturenverhalen: er is een probleem en dat moet opgelost worden. Als het kan met vernuft, maar in ieder geval ook met schieten. Karakters zijn vaak schematisch: helden en schurken. 

Soms merk je dat de wereld zich aan het ontwikkelen is: er wordt een spoorlijn aangelegd, er wordt olie of goud gevonden. Het zijn bronnen van conflict die het verhaal op gang brengen. 

Comanche is een beroemde westernserie. Ik schreef eerder over de integrale uitgave, door uitgeverij Sherpa. Ik plaats de linkjes onder aan dit stuk. Ook voorde personages Comanche en Red Dust verandert de wereld: het wilde gaat ervan af, de gereglementeerde wereld doet zijn intrede. 


Beschaving

In het derde deel van de serie, De sheriffs, wordt dat al duidelijk op de allereerste bladzijde: Comanche past een hoedje. Wel met de nodige reserve en onwennigheid, maar de verkoopster vertelt dat de beschaving in opmars is. Met het hoedje op haar hoofd trekt Comanche overigens behoorlijk wat bekijks. Vanzelfsprekend is deze vorm van beschaving blijkbaar niet. 

Aan de manier waarop Comanche reageert, kun je overigens merken dat haar ongepolijste kant dicht bij de oppervlakte zit. 

Als striplezer sta je meteen in dubio: aan de ene kant gun je iemand een geregeld leven, maar je leest ook omdat je een western wilt, waar de wetteloosheid inherent aan het leven is. 

In dit deel zijn drie verhalen opgenomen, die vroeger als aparte albums zijn verschenen: De opstand (1976), Duivelsvinger (1977) en De sheriffs (1980). In De opstand is er van rust en een geregeld leven overigens geen sprake: de indianen (zo noem ik ze toch nog maar even) komen in opstand. 

In westerns zijn de indianen meestal min of meer wilden: ze wonen niet in huizen, maar in tenten en leven van de jacht. Het lijkt alsof ze zich bevinden in de fase van jagers/verzamelaars. Soms wordt er iets duidelijk over hun godsdienst of hun wijsheid, maar meestal is het beeld eenduidiger en vormen ze alleen de vijand. 

Fotograaf

In De opstand heeft Red Dust een genuanceerde kijk op de opstand van een groep Cheyennes. Dat is niet zo vreemd: hij werkte immers al lange tijd samen met Maanvlek, een 'native American'. Opstandige indianen - dat is een tekening het oude, Wilde Westen. Aan de andere kant is er de beschaving, in de vorm van een fotograaf, met keurig gekapte snor en baard, die een reportage gaat maken, vanuit een luchtballon. Hij ziet de bewoners van het platteland waarschijnlijk als de authentieke mensen die hij wil vastleggen. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar je voelt al aan dat die mensen als exoten zullen worden weggezet.


Ook in Duivelsvinger treedt de beschaving in: er is een verkiezingscampagne. De indianen zijn een soort circusattractie geworden en een oude revolverheld, Duivelsvinger, heeft zijn verleden achter zich gelaten en leidt een geregeld leven, samen met zijn dochter. 

Maar ook hier blijken de regels niet afdoende: soms moet er ingegrepen worden, soms moet iemand het recht bevechten, ook als dat anderen of hemzelf het leven kan kosten. En het wordt alleen maar lastiger als er mensen zijn die het een eer vinden op de dood van een legendarische schutter op hun naam te schrijven. 

Verstoring van de rust

Ook De sheriffs opent met het geregelde leven: een huis dat geschilderd wordt. En ook hier wordt de rust verstoord: enkele sheriffs komen Red Dust halen om samen met hen het recht te herstellen. Het is geen gemakkelijke klus en in westerns betekent dat ook altijd dat het leven van de mannen gevaar loopt. De sheriffs strijden voor de goede zaak, zodat de sympathie van de lezer helemaal naar hen uitgaat. 

Ook binnen de groep is er overigens wel verschil van mening in hoeverre het recht moet worden toegepast: kan eergevoel zo aangetast zijn dat je het recht in eigen hand mag nemen? Op het moment van de beslissende strijd, krijgt alle sheriffs een ster om op te spelden: het moet duidelijk zijn dat zij het recht vertegenwoordigen. 

De groep mensen die samen het recht handhaven, is een topos in veel westerns. Je ziet ze op de plaats van de strijd arriveren als de ruiters van de Apocalyps, het recht belangrijker achtend dan hun leven. Als lezer weet je dat er, ook aan de kant van de 'goeden', slachtoffers gaan vallen, maar dat uiteindelijk het recht zegeviert. 

Dat is een geruststellende gedachte: het goede wordt beloond, het kwaad bestraft. Ieder van ons kent het kwaad en we zijn geneigd het meer buiten ons te zoeken dan in onszelf. Het geloof dat het goede zal overwinnen is dus meteen het geloof dat het met ons goed zal aflopen. 

De verhalen over Comanche (of over Red Dust) zijn geen zoetsappige verhalen. Daar heeft Greg wel voor gezorgd. De wereld is niet bij voorbaat een veilige plaats en het lot of kwaadwilligen kunnen altijd toeslaan. Daar hoef je je niet bij neer te leggen: je kunt altijd vechten. Voor de overwinning of vechtend ten onder gaan. 

Tekeningen

Over de tekeningen van Hermann is al veel gezegd: de man kan alles tekenen. Hij heeft aandacht voor de morsigheid van het leven, gebruikt soms een onverwacht perspectief en maakt nooit iets mooier dan het is. 

Voor de cover van dit album heeft uitgeverij Sherpa gekozen voor een tekening die voor mijn gevoel een beetje blijft wringen. Het perspectief zal de verhoudingen wel wat vertekenen, maar heeft Red Dust niet een beetje korte benen en komt hij in het geheel ook niet een beetje gedrongen over? En wat moet ik vinden van de inkleuring, waarbij paard en ruiter ongeveer dezelfde kleur hebben? De oorspronkelijke covers van de de albums waarin de afzonderlijke verhalen gepubliceerd werden, spraken mij meer aan. 

Qua kleurstelling komt deze cover wel in de buurt van die van de eerste twee delen, maar daar waren de lijnen wat minder grof en was er meer detaillering.

Inkleuring

Hermann kleurt soms eigenzinnig in. Gezichten van witte mensen kunnen bruin ingekleurd worden of oranje. Hij durft ook (onder aan bladzijde 32) een groot deel van het decor ongekleurd te laten. Zijn kleuren kunnen hard zijn (een strakblauwe lucht), maar hij kan ook ineens meer naar de zachtere kleuren neigen. 

Binnen een verhaal kan de inkleuring sterk variëren. De eerste vier bladzijden van De opstand bevatten veel bruin en rood, wat ze voor mijn gevoel wat zwaarder maakt, waarna er een paar bladzijden komen met meer licht. 

Comanche is een interessante strip, omdat ze niet een typische western is, maar een strip over mensen, met hun niet altijd gemakkelijke karakter en hun morele dilemma's. Daardoor kan een verhaal dat zich afspeelt in een compleet andere wereld dan de onze toch dicht bij ons staan. 

De andere delen van de integrale uitgave van Comanche:

Reeks: Comanche (integrale uitgave)
Deel: De Sheriffs
Scenario: Greg
Tekeningen: Hermann
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2020, 160 blz. € 65,-  (groot formaat hardcover)

dinsdag 5 maart 2019

Luc Oriënt, Alle avonturen deel 2 (Eddy Paape/Greg)


'Een avonturenstrip met sciencefictionkanten' noemde ik Luc Oriënt bij de bespreking van deel 1 van de integrale uitgave. De science fiction is onmiskenbaar, maar je leest de verhalen toch vanwege de avonturen. Maar dat geldt waarschijnlijk voor elk science-fictionverhaal.

In deel 2 van de integrale uitgave zijn er weer drie albums compleet opgenomen. De tijd die er zat tussen de publicatie van de verhalen in het weekblad Kuifje en in albumvorm is opmerkelijk: de verhalen startten in Kuifje in respectievelijk 1967, 1969 en 1970, maar kwamen pas uit als album in 1972, 1973 en 1974.

De eerste twee verhalen sluiten aan bij het vorige deel: De planeet van de angst en Het woud van staal. De aardebewoners die altijd present zijn in de avonturen van Luc Oriënt (naast hem, Hugo Kala, Lora en Toba) bevinden zich op de planeet Terango. Tegenover de held staat tradititiegetrouw de schurk. Dat is de dictator Sectan en daarnaast duikt ook Argos weer op. Zoals te verwachten komt het uiteindelijk allemaal op zijn pootjes terecht.

Wezens

Er komen buitenaardse wezens van verschillende stammen voor in deze twee verhalen. Daar zit diversiteit in, maar uiteindelijk hebben ze allemaal in principe de grondvorm van de mens: een romp, twee benen, twee armen en een hoofd. Er zijn ook gevleugelde wezens, maar ook zij zijn mensachtig, of misschien zijn ze meer vormgegeven als de engelen uit de kinderbijbel. Er is een duidelijk onderscheid tussen de wezens en de dieren. Daarmee worden de bewoners van Terango eigenlijk niet anders dan vreemde mensen, van wie er sommige deugen en andere niet.

Als je een conflict wilt weergeven, kom je al gauw uit op vijanden en bondgenoten en een eenvoudig stramien is dan misschien wel een versimpeling van de werkelijkheid, maar het geeft de lezer ook houvast.

Vegetatie

Op de vegetatie en de eigenaardigheden in de natuur kon tekenaar Eddy Paape zich aardig uitleven. Omdat de planeet nog veel geheimen bevat, weten onze helden niet goed welke gevaren ze het hoofd moeten bieden. In De planeet van de angst speelt de definitieve strijd zich af in 'De kloof van de gloeiende graven' en die heet natuurlijk niet voor niets zo.

In Het woud van staal is er meer ruimte voor techniek: grote wandelende machines en kleinere luchtvaartuigjes (die er ook in het vorige deel overigens al waren). Het is duidelijk dat de aardebewoners het moeten opnemen tegen een technisch superieure cultuur. Maar ze winnen uiteindelijk door de oude, aardse huismiddeltjes, zoals degelijk dynamiet.

Zeven soorten licht

Het geheim van de zeven stralen is het minste van de drie verhalen. Hier had Greg zijn scenario wat beter moeten doordenken. Tijdens een experiment met zeven soorten buitenaards licht (daar gaan we al) krijgen Luc en Lora de volle laag. Het gevolg is dat ze door muren kunnen lopen. Maar ze zakken niet door de grond, kunnen wel gaan zitten, kunnen eten en ze zwemmen zelfs. Als de materie door je lichaam heen gaat, zal een zwemslag je niet verder helpen, lijkt me.

De dingen die Lora aanraakt, verpulveren, maar ze kan wel in het hoge gras zitten en zo zijn er meer zaken die niet logisch zijn. Zo gauw je gaat tornen aan de natuurwetten, ga je als scenarist gauw in de fout, doordat je niet consequent genoeg bent. Ook Hanco Kolk en Kim Duchateau maakten dergelijke missers in De man van nu.

Greg doet in dit verhaal zijn best om verklaringen te geven voor de inconsequenties, maar slaagt daar niet in. De werking van het licht blijkt tijdelijk en zo probeert de verteller de boel te redden. Maar een goed verhaal zat er toen al eigenlijk niet meer in.

Dossier

Net als in deel 1 van de integrale uitgave is het dossiergedeelte bescheiden. Het is een beknopt portret van Eddy Paape, door Jacques Pessis, met natuurlijk wel de nodige illustraties. Maar het zou mooi zijn als er niet alleen dit kleine beetje geschiedschrijving was, maar dat er ook met hedendaagse ogen naar de strip gekeken zou worden. Waarom is het aardig om de albums van Luc Oriënt opnieuw uit te geven, als het niet alleen vanwege het jeugdsentiment is? Ongetwijfeld geven de verhalen een tijdsbeeld, maar hebben ze ook actualiteitswaarde? Hebben ze ons nu nog iets te zeggen? Dat is misschien iets voor een volgend deel. Als bonus is er een kort verhaal opgenomen: De wraak.

Voor liefhebbers van Luc Oriënt is deze integrale uitgave prettig: alles wordt netjes bij elkaar geharkt en de mooie bandjes staan goed in de boekenkast. Een nieuw publiek zal daardoor niet bereikt worden, lijkt me, maar misschien is dat ook niet nodig.