Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Lampo. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Lampo. Sorteren op datum Alle posts tonen

dinsdag 4 mei 2021

Podcast: De verborgen geschiedenis van de Bijbel, Dit is de Bijbel, Lampo & Lampo

De verborgen geschiedenis van de Bijbel

Min of meer bij toeval kwam ik de podcast De verborgen geschiedenis van de Bijbel op het spoor. Hierin wordt prof. dr. Karel van der Toorn geïnterviewd over de Hebreeuwse Bijbel. Christenen noemen die het Oude Testament. 

Door wie hij geïnterviewd wordt, wordt niet verteld (als ik het me goed herinner). Het zou een studente kunnen zijn. Aan de ene kant is haar voorkennis gebrekkig (ze denkt bijvoorbeeld dat er twaalf geboden zijn), maar ze luistert goed en stelt heldere vragen. Ook houdt ze Van der Toorn bij de les, als hij in zijn enthousiasme afdwaalt. 

Van der Toorn gaat in op de inhoud en de structuur van de Hebreeuwse Bijbel. Hij legt uit dat je de vijf boeken van Mozes hebt, de grote en de kleine profeten en de geschriften. Aan elk van die delen besteedt hij aandacht. 

Voor wie wat meer wil weten over de Hebreeuwse Bijbel is De verborgen geschiedenis van de Bijbel een uitstekende podcast. Sommige zaken waren mij al bekend, maar ik heb ook veel nieuws gehoord. Zo wist ik niet dat het boek Daniël vrij recent is (vergeleken met de andere Bijbelboeken) en ook niet dat het boek niet tot de profeten gerekend wordt. De drempel is laag en de interviewster vraagt steeds naar verhelderingen wanneer die nodig zijn. 

Prettig is ook dat Van der Toorn naar de Bijbel kijkt als een wetenschapper, die uitlegt wat de functie van de verschillende boeken is geweest in de tijd waarin ze ontstaan zijn. Je krijgt zakelijke informatie die heel verhelderend is. 

De acht afleveringen duren ongeveer een half uur, wat een aangename lengte is. Je kunt in zo'n tijdsspanne je hoofd er gemakkelijk bij houden. Ik heb trouwens vaak enkele afleveringen na elkaar beluisterd, omdat ik er dan toch 'in' zat. 

Dit is de Bijbel

Dit is de Bijbel is een podcast van David Boogerd, die we ook kennen van De ongelooflijke podcast. In deze podcast krijg je meer informatie over de Bijbel. Het is een podcast van de EO en de gasten zijn (tot nu toe) christenen. 

Dat heeft wel tot gevolg dat het een podcast door gelovigen voor gelovigen dreigt te worden. Boogerd gaat ervan uit dat de luisteraars het een en ander weten over de Bijbel. Zo kan hij van een rechter/richter suggereren dat we die wel kennen. Maar er zullen ook luisteraars zijn bij wie niet meteen een belletje gaat rinkelen. Die moeten dan misschien eerst De verborgen geschiedenis van de Bijbel gaan beluisteren. 

Omdat ik opgegroeid ben in een gezin waarin na elke maaltijd uit de Bijbel werd gelezen, is voor mij de drempel niet hoog. Ik vraag me wel af wat het beoogde publiek is. Ik heb het idee dat daar niet altijd een heldere keuze in is gemaakt. Sommige informatieve stukjes lijken te suggereren dat de podcast (ook) bedoeld is voor mensen die nog weinig van de Bijbel weten. 

Er is ook een aflevering waarin je een soort stoomcursus Bijbel krijgt, in een half uur. Dat is een soort instapcursus. Maar op andere momenten lijkt men vooral publiek aan te spreken dat al wat kennis heeft. Dat het dan iets dieper graaft, vind ik overigens wel prettig. 

Het sfeertje van gelovigen onder elkaar zal vooral aanspreken bij christelijke luisteraars. Niet-christelijke luisteraars zitten meer te wachten op informatie over de Bijbel in plaats van op opmerkingen over het geloof. Dat de Bijbel het woord van God is, staat voor de medewerkers wel vast. Dat sluit misschien ook een deel van de luisteraars buiten. 

Maar goed, tot nu toe vind ik Dit is de Bijbel een heel aardige podcast. Ik zal de volgende afleveringen zeker ook gaan beluisteren. Je vindt de vijf die er tot nu toe zijn geweest hier.

Lampo & Lampo. Een vaderzoektocht

In 2020 zou de schrijver Hubert Lampo honderd jaar oud zijn geworden, ware het niet dat hij in 2006 overleden is. Ter gelegenheid van het eeuwfeest, maakte omroep Klara (wat gebeuren daar toch veel mooie dingen) een podcast met de zoon van Hubert, Jan Lampo. zelf ook schrijver. Hij kwam indertijd voor in de bloemlezing Mooie jonge goden (1986) waarin ook Tom Lanoye en Herman Brusselmans werden opgenomen. Lanoye zou trouwens de oude Lampo en zijn 'tragisch realisme' nog eens flink aanvallen. 

In de jaren zeventig heb ik heel wat Lampo gelezen. Na het lezen van Wijlen Sarah Silberman (1980) haakte ik af. Pas enkele decennia later (gok ik) las ik De eerste sneeuw van het jaar (1985) en dat vond ik toch wel weer een aardig boek. 

Net als bij Ruyslinck is me van Lampo het beeld bijgebleven van een schrijver die zich miskend voelde. Samen met Daisne vormde hij een strominkje, het magisch realisme. Van zijn boeken is De komst van Joachim Stiller (1959) het bekendst. Maar ook een boek als De vingerafdrukken van Brahma (1972) heb ik indertijd met plezier gelezen. Ik vraag me af of die werken herlezing zouden doorstaan. 

De podcast bestaat uit drie afleveringen, die samen ook een lang gesprek zouden kunnen zijn dat achteraf in drieën geknipt is. Jan Lampo vertelt over zijn vader. Daarbij verheerlijkt hij hem niet. Hij probeert slechts een zo goed mogelijk beeld te geven. 'Een vaderzoektocht' luidt de ondertitel van de podcast en dat is het ook wel. 

Tussendoor horen we Hubert Lampo praten. Het blijft toch bijzonder om na zoveel jaren de stem van zo'n schrijver te horen. Opmerkelijk vond ik wel hoe hij omging met zijn vrouw. Wanneer haar inbreng in het gesprek te groot werd, vertelde Hubert, op een wat bevaderende manier dat ze moest zwijgen, hoewel ze soms heel zinnige dingen zei. Van gelijkwaardigheid leek me geen sprake. Lampo is trouwens drie keer getrouwd geweest en ook dat komt aan bod in de podcast.

Het is al een tijdje geleden dat ik deze podcast heb beluisterd, dus ik moet een beetje een slag om de arm houden. Men wordt gemakkelijk bedrogen door zijn geheugen. Ik heb de drie afleveringen, van een half uur elk, vrij snel na elkaar beluisterd. Met plezier. 

Het is een persoonlijke podcast geworden, met respect voor Lampo en zijn werk, maar ook met oog voor de lastige kanten van de man. Ondanks de kritiek, die er zeker is, vind ik het toch een liefdevol portret. Aanbevolen. De afleveringen vind je op de vertrouwde plaatsen, maar ook hier.

donderdag 27 januari 2022

Tien podcasts over Nederlandse en Vlaamse schrijvers

 Vorige week schreef ik over podcasts waarin gepraat wordt over literatuur, deze week over podcasts waarin een schrijver centraal staat. Ik beperk me tot schrijvers die in het Nederlands hebben geschreven. 



De man die zijn snor in brand stak

J.M.H. Berckmans - de naam kende ik. Ik herinner me (Jaren tachtig? Negentig?) een recensie die heel positief was en dat het mij toen bevreemdde dat ik niets van de schrijver wist. Daarna verscheen die naam soms in stukjes die ik las, maar ik ging er nooit toe over om het werk van Berckmans daadwerkelijk te lezen. 

Intussen heb ik de vijfdelige podcastreeks De man die zijn snor in brand stak beluisterd. Alleen al vanwege de titel verdient zo'n podcast aandacht. Maar ook vanwege de inhoud. We krijgen een portret van de schrijver J.M.H. Berckmans en zijn geworstel. Hij had in het leven de wind niet bepaald mee. Zelf schreef hij dat hij al voor zijn geboorte de wind op kop had. 

We horen hem zelf praten (bijvoorbeeld als hij geïnterviewd door Arnon Grunberg), stukjes van zijn optredens, maar er wordt ook voorgelezen uit zijn werk. Tussendoor wandelen we door zijn leven. Degene die erover vertelt, verwijst soms naar zichzelf. Hij vertelt dan dat hij Berckmans voor een optreden ging ophalen, maar wie die 'ik' is, wordt dan weer niet verteld. Nou ja, er wordt een hele rij namen genoemd, maar ik weet niet welke naam in de rij wat doet. 

De teksten worden voorgelezen door bekende schrijvers als Delphine Lecompte en Jeroen Olyslaegers. Er zijn bonusafleveringen waarin alleen maar voorgelezen wordt. 

De podcast is, wat mij betreft, zeer enthousiasmerend. Berckmans blijkt veel meer geschreven te hebben dan ik mij ooit had voorgesteld en het zal zeker de moeite waard zijn. In afleveringen krijgen we een schrijnend beeld van een schrijver die moeite moet doen om zijn leven op orde te houden en dat lukt niet altijd. 

Hoe kan het toch dat ik Berckmans altijd veronachtzaamd heb?Mocht ik ergens een boek van hem tegenkomen, dan ga ik het zeker kopen. En lezen.




Over Godfried Bomans gesproken

Er is een genootschap dat de herinnering aan Bomans en zijn werk levend houdt. Dat gebeurt op allerlei manieren, bijvoorbeeld door de podcast Over Godfried Bomans gesproken. Daar schreef ik al eerder over. In deze podcast worden er gesprekken gevoerd met mensen die Bomans ontmoet hebben of veel over Bomans weten. 

Voor degenen die het werk van Bomans een warm hart toedragen is waarschijnlijk elk gesprek over de schrijver aangenaam. Ik reken mij tot die groep. Maar ik denk dat ook wie minder van Bomans gelezen heeft met plezier naar de gesprekken kunnen luisteren. De interviewer weet veel en het is altijd prettig als iemand zo ver ingeleid is in het onderwerp van het gesprek. 

Ook bij de Belgische zender Klara is er een podcast over Bomans: Leven en lijden van Godfried Bomans. Daar kan ik nog niets over zeggen, omdat ik pas sinds gisteren weet dat die podcast er is. Een link ernaar neem ik onderaan op. Over het algemeen zijn de podcasts van Klara zeer de moeite waard. 



De A.L. Snijderspodcast

A.L. Snijders las op NPO Radio 4 wekelijks een ZKV (Zeer Kort Verhaal) voor. Dat heeft hij tot zijn dood gedaan. Na zijn dood (juni 2021) zijn verschillende van die verhalen uitgebracht in de A.L. Snijderspodcast. Die podcast bestond al. 

Daarin was namelijk een lang gesprek te beluisteren, opgeknipt in vier delen, waarin Snijders onder meer terugging naar de wijk waar hij opgroeide. Daar heb ik ooit een stukje over geschreven. 

De A.L. Snijderspodcast is bijzonder geschikt voor degenen die kennis willen maken met A.L. Snijders en zijn ZKV's. Voor degenen die zijn werk al kennen, is het prettig om die verhalen nog eens te horen, voorgedragen door de man zelf. Als je de podcast al kent: over een paar jaar is het waarschijnlijk ook weer leuk om de zestig aflevering terug te luisteren. 




De Mulisch-tapes / Mulisch

Over de grote schrijvers in het Nederlandse taalgebied zijn er natuurlijk podcasts. Over Harry Mulisch ken ik er twee: De Mulisch-tapes en Mulisch. Over beide schreef ik al eerder. 

Over de eerste was dat in 2020. Wie meer wil weten, kijke daar. Dat stuk is uitgebreider dan het stukje dat ik hier plaats. 

Mulisch heeft teksten ingesproken en die opnamen zijn bewaard gebleven. Een stel jonge mensen luistert naar die opnamen en geeft er commentaar op. Er zitten opmerkelijke en humoristische gedeelten bij. 

Ook over de podcast Mulisch schreef ik eerder: mooie gesprekken over Mulisch. Vier afleveringen, steeds aan de hand van een beroemd citaat van Mulisch. Verschillende aspecten van het oeuvre en van de schrijver komen aan bod. Heel informatief. 



Lampo & Lampo. Een vaderzoektocht


Een podcast in drie afleveringen of misschien een gesprek dat in drieën geknipt is. De schrijver Jan Lampo praat over zijn vader Hubert Lampo in de podcast Lampo & Lampo. Een vaderzoektocht. Mooie podcast, omdat op deze manier een zoon zijn vader probeert te benaderen. 

Lampo jr. heeft nog aardig wat vragen over zijn vader. Hij probeert een nauwkeuriger beeld van hem te krijgen, waarmee hij ook een nauwkeuriger beeld van zijn eigen zoonschap krijgt. 

Tegenover het werk van Hubert Lampo sta ik enigszins ambivalent. Ik heb genoten van sommige van zijn boeken maar een boek als Wijlen Sara Silberman vond ik niet veel soeps. Over de podcast ben ik onverdeeld positief.

Vorig jaar schreef ik uitgebreider over deze podcast. 



Leven met Reve

Hanny Michaëlis was de zeventig al voorbij, toen ze, op verzoek van HP/De Tijd haar ex-man Gerard Reve opzocht. Ad Fransen schreef indertijd een artikel over dat bezoek. Op basis daarvan is er een hoorspel gemaakt, al zal dat woord tegenwoordig wel niet meer gebruikt worden. De podcast waarop dat te beluisteren is, heet Leven met Reve.

De stemmen die we horen, zijn van topacteurs: Olga Zuiderhoek, Gijs Scholten van Aschat, Peter Blok en Serge-Henri Valcken. De podcast is uitgebracht in twee delen. Daardoor is het geheel handzaam, maar je kunt de twee delen uitstekend meteen na elkaar beluisteren. 

Hoewel de acteurs min of meer hun gewone stem hebben, hoor je al gauw Reve, Hanny, Joop Schafthuizen en de taxichauffeur/de pastoor. Het verhaal is heel onderhoudend en van tijd tot tijd humorischtisch, zoals Reve ook was. Maar het is ook informatief en Hanny zegt rake dingen over het schrijverschap van Reve. Daarbij spaart ze hem niet, terwijl ze wel loyaal aan hem blijft. 

Leven met Reve is een heerlijke podcast voor even tussendoor. 


Het beste van Biesheuvel

Als je verhalen van Biesheuvel leest, kun je zijn stem bijna horen. Maar het is natuurlijk het mooist als je die stem helemaal kunt horen. Dat kan in de podcast Het beste van Biesheuvel. In 2019 heb ik al eens aandacht besteed aan deze podcast. 

Biesheuvel horen is altijd een sensatie. Vaak valt er wat te lachen, maar je raakt ook ontroerd door wat hij leest en door hoe hij het leest. Omdat hij de verhalen voorleest voor publiek, hoor je ook de reactie van de luisteraars, zodat je het idee hebt dat je zelf in het gezelschap aanwezig bent en van achter het gordijn mee mag luisteren. 

Je kunt alle afleveringen beluisteren (en dat zou ik zeker doen), maar voor wie af en toe een verhaal van Biesheuvel wil horen is de podcast ook zeer geschikt. 




De sporen van Claus

In Nederland hadden we de grote drie, maar België had Hugo Claus, die voor geen van de drie opzij hoefde te gaan en bovendien veelzijdiger was. Niet alleen schreef hij op hoog niveau romans en verhalen, maar ook gedichten en toneelteksten en dan was hij ook nog beeldend kunstenaar. Hij behoorde tot de zeer groten. 

Natuurlijk was er ook nog Louis Paul Boon (zie hieronder) maar die was net wat ouder. Maar ook hij was natuurlijk een berg in het literaire landschap. 

Ik verkeerde in de veronderstelling dat ik al ooit geschreven over de podcast De sporen van Claus, maar bij nader inzien vergis ik mij daarin. Dat betekent dat ik moet afgaan op mijn geheugen, want het is zeker al enkele jaren geleden dat ik naar de podcast luisterde. 

In ieder geval vind ik de podcast goed en ik herinner me dat het op een dag weer mis was met de Nederlandse Spoorwegen en dat ik werkelijk uren heb gewacht op een trein. In die tijd luisterde ik naar deze podcast. 

In drie delen wordt er gepraat over Hugo Claus, door mensen die hem goed gekend hebben en veel over hem weten. Mooie gesprekken. En dan zijn er nog drie andere delen, drie luisterspelen, die mij minder helder voor ogen staan, maar ik heb ze wel allemaal beluisterd dus ook die zullen wel goed zijn. Wie het zeker wil weten, moet de podcast maar eens proberen. Het is er een van Klara en die levert altijd kwaliteit. 



Café Boon

Louis Paul Boon is niet alleen een markant, maar ook een groot schrijver. Veertig jaar na zijn dood werd er op de zender Klara dan ook vier avonden achter elkaar aandacht aan Boon besteed en aan de betekenis die hij nog steeds heeft. Dat gebeurde aan de hand van vier boeken, die elk een kant van Boons schrijverschap laten zien. 

Het zijn mooie avonden geworden, die terug te beluisteren zijn in de podcast Café Boon. Al eerder schreef ik daar uitgebreider over in dit stukje. Ook dit is weer een podcast van Klara. Het is prettig dat de makers bij Klara zich altijd eerder bekommeren om de kwaliteit dan om de vraag of het wel simpel genoeg voor degenen die toch niet naar dit soort programma's/podcasts luisteren. 


Vier podcasts van Klara die ik nog niet beluisterd heb, maar waar ik op voorhand al vertrouwen in heb:

maandag 17 augustus 2020

Kamer in Oostende (Koen Peeters)

 

Misschien is de volgorde verkeerd: eerst heb ik de podcast beluisterd en pas daarna heb ik de roman gelezen: Kamer in Oostende van Koen Peeters. Eigenlijk was de podcast de aanleiding om het boek te gaan lezen, maar ik had ook al een andere aanleiding. Ik las van Peeters eerder dit jaar, met veel plezier, De mensengenezer.

Kamer in Oostende wordt gepresenteerd als een roman, maar het boek bevat veel non-fictie-elementen. De hoofdpersonen zijn Koen Peeters en Koen Broucke, de schrijver en de schilder. Ze ontmoeten elkaar en delen de belangstelling voor Oostende. Ze gaan vierendertig keer met elkaar op stap en dat resulteert in een boek met vierendertig hoofdstukken. 

Er komen verschillende personen in voor die we ook uit de werkelijkheid kennen, vaak met alleen de voor- of achternaam aangeduid. De Kuyper is Eric de Kuyper, Charlotte is Charlotte van den Broeck. Dat boek van de laatste over architecten wil ik trouwens ook nog lezen. 

Peeters houdt in zijn nawoord wel een slag om de arm: 'dat personages in een roman de naam dragen van echte mensen, mag niet betekenen dat ze dat ook zijn.' Het blijven personages, maar de mensen die model hebben gestaan, zijn wel goed te herkennen. 

Alles moet zijn getal hebben

Dat het boek vierendertig hoofdstukken telt, is niet toevallig. Vierendertig gezamenlijke bezoeken immers, maar het hotel van Gaston Duribeux had ook vierendertig kamers. 'Alles moet zijn getal hebben,' zegt Broucke, en voor dit boek, of voor Oostende, is blijkbaar 34 het getal. De uitspraak van Broucke deed met ook denken aan een boek van Lampo, De goden moeten hun getal hebben, van Hubert Lampo. Wel in huis gehaald, ooit, maar nooit gelezen. Het is het eerste Boekenweekgeschenk dat door een Vlaming werd geschreven. 

Peeters en Broucke zijn bezig met wat ze een onderzoeksproject noemen. Ze kijken naar de sporen van kunstenaars in Oostende. Dat zijn mooie stukken om te lezen en ze maken je nieuwsgierig naar meer. Na wat ik over Joseph Roth had gelezen, wilde ik wel meer van en over hem lezen. En van James Ensor zou ik wel eens schilderijen 'in het echt' willen zien. 

Het onderzoeksproject is niet alleen een onderzoek naar Oostende, maar ook een onderzoek naar vriendschap en een zelfonderzoek. Koen en Koen zien elkaar soms met grote tussenpozen en dat betekent dat de persoonlijke situatie van hen veranderd kan zijn: een liefde kan verdwenen of een nieuwe liefde kan verschenen zijn, iemand kan zijn baan vaarwel gezegd hebben, er zijn schoonouders overleden. Soms is dat onderwerp van gesprek, maar vaker is het er gewoon en zijn de vrienden er. Er hoeft niet altijd over gesproken te worden. 

Zelfonderzoek

Peeters vraagt zich ook af waarom hij met sommige mensen bezig is. Hij vraagt zich af of hij zich herkent in de schrijvers die hij opdelft en in welke dan. Door te zoeken naar anderen, vindt hij stukjes van zichzelf. 

Ik vrees dat ik me slechts kan bedienen van anderen, van hun perspectieven. Ik besta maar uit al die verschillende gebeurtenissen, verhalen, voorwerpen, situaties. Dat ik slechts de optelling ben van de bijeengeraapte ikken van een verzamelaar. 

En wat houdt hij dan over?

(...) ik zoek en koester het ware, het echte, de ontmaskering van het valse. Ik zoek naar het schone, en zie hoe ik uitkom bij vriendschap en liefde om de stormen te doorstaan, om verdriet en afscheid te overleven. 

Ernstig spel

Dat graven in het verleden lijkt vrijblijvend, maar als het een spel is, spelen de beide vrienden het ernstig. Ze hebben het gevoel echt terug te gaan in de tijd. Bij hun onderzoek naar de architect Eysselinck realiseren ze zich dat het een dag is voordat Eysselinck zelfmoord pleegde. 

Het is 5 december, de dag voor Eysselincks drama zich voltrok. Weliswaar in 1953 maar het klinkt alsof we nog iets kunnen verhinderen. 

In de roman zijn verschillende afbeeldingen opgenomen van zeegezichten (en andere schilderijen) van Koen Broucke. De zee en het strand zijn locaties die steeds weer terugkomen. Enkele keren is de zee de verteller. Dat kwam op mij net wat te gewild en te nadrukkelijk poëtisch over. 

Maar verder heb ik met plezier Kamer in Oostende gelezen. Omdat het over interessante mensen uit het verleden gaat, naar wie je nieuwsgieriger wordt naarmate je meer van hen weet. Maar ook omdat het een persoonlijk boek geworden is, zonder dat het ijdel of egocentrisch is. En schrijven kan Peeters wel. Mooie zinnen, vrij heldere stijl. Eigenlijk zou ik nu de podcast nog een keer moeten gaan beluisteren. Daar zal het wel niet van komen. 

dinsdag 4 juni 2013

Het grote gebeuren - De getekende versie


Op de middelbare school leerde ik dat het magisch realisme eigenlijk alleen terug te vinden was bij Hubert Lampo en Johan Daisne. Dan was er ook nog zoiets als fantastisch realisme en daarbij hoorde de naam Belcampo. Wat het verschil tussen die twee zou zijn, is me niet meer helder. Wel of geen Jung misschien.

Van Lampo en Daisne en heb ik aardig wat gelezen, waarbij de laatste mij het best beviel. Belcampo ging een beetje aan mij voorbij. Ik herinner me wat losse verhalen: over een man die zijn evenbeeld ontmoet; over een man die zichzelf zo lekker vindt dat hij zijn lichaam opeet; over een man die zijn testament schrijft op het lichaam van zijn vrouw. Dat is het zo ongeveer. Volgens mij heb ik ze gelezen in een Salamanderdeeltje.

Het beroemdste verhaal van Belcampo is ongetwijfeld 'Het grote gebeuren', waarin een ik-figuur met de naam Belcampo de dag des oordeels meemaakt in Rijssen. Ik had erover gelezen en wist dat de hoofdpersoon zich op een zeker moment verstopt op het toilet.

De kans om het verhaal alsnog te lezen, heb ik nu gekregen door Het grote gebeuren - De getekende versie, waarin het complete verhaal opgenomen is. Het is een heerlijk verhaal, waarin het onnatuurlijke, of bovennatuurlijke, maar langzaam in het gewone leven dringt. Daarna barst het circus los, met engelen, monsters en duivels. Belcampo redt zich door een duivelspak aan te trekken. Alleen aan zijn schoenen kun je nog zien dat hij een mens is. Uiteindelijk loopt het verhaal goed af: hij wordt door engelen naar de hemel gedragen.

In de getekende versie is het verhaal in elf stukken geknipt en elk stuk is 'verstript' door een andere kunstenaar. Dat is een mooi afwisselend geheel geworden. Daniëlle Celie maakte een bijna tekstloze fotostrip, Arjenne Fakkel nam veel tekst over en illustreert die, Jaap van Dorp koos voor paginagrote tekeningen.

Een van de opvallendste bijdragen is die van Michel van Dam. Hij maakte tekeningen op systeemkaartjes, zoals je die wel in kaartenbakken aantreft/aantrof. Die kaartjes zijn gelinieerd en daar maakt hij handig gebruik van, door bijvoorbeeld twee regels wit te laten, zodat ze als een balk over de tekening lopen. De kaartjes zijn met mat plakband aan de ondergrond bevestigd. Aan de zijkanten van de kaarten, overdwars, is handgeschreven tekst toegevoegd.

Van Dam maakt kabouters van de personages. Zo'n transformatie komt ook voor bij Tim Juffermans, die de mensen uitbeeldt met een kattenkop. Verder vallen vooral de verschillen op tussen de kunstenaar, zowel in techniek als in stijl. Van sommige tekenaars die mij onbekend waren zou ik best wat meer werk willen zien.

Deze getekende versie van Het grote gebeuren is een mooie uitgave geworden . Wel hadden de verschillende tekenaars best wat meer in het zonnetje gezet mogen worden, door het vermelden van hun personalia, met wat opmerkingen over hun oeuvre. Juist een uitgave als deze is geschikt voor lezers die niet zo thuis zijn in de stripwereld. Als je die wilt laten kennismaken met striptekenaars, moet je ze ook informeren, zoals bijvoorbeeld gebeurde in Filmfanfare en Mooi is dat.

Stiekem hoop ik dat deze uitgave het begin is van een serie. De inleiding is geschreven door Barthel Brussee en Christiaan van Tol dus wellicht dat zij de kar getrokken hebben bij dit Belcampo. Hopelijk gaan zij nog eens rond de tafel zitten met uitgever Jos van den Broek om het te hebben over een volgend deel. Ik ben benieuwd.


Belcampo, Het grote gebeuren - De getekende versie
Uitgeverij Micromys, Leiden 2013 € 14,95. Zie site.

Tekenaars: Daniëlle Celie, Loes van Dorp, Albo Helm, Arjenne Fakkel, Barthel Brussee, Christiaan van Tol, Jaap van Dorp, Loes van Dorp, Tim Juffermans, Michel van Dam, Cornelis Prick en Lotte Klaver.

Loes van Dorp

Michel van Dam

Lotte Klaver

donderdag 4 mei 2023

Het huis der onbekenden (Jos Vandeloo)

Toen Jos Vandeloo overleed, schreef ik een stukje ter nagedachtenis. In zo'n in memoriam probeer ik mijn leesgeschiedenis van het werk van de betreffende auteur te reconstrueren. Ik kwam tot vier boeken. Ik schreef toen dat ik Het huis der onbekenden (1963) nog wel eens wilde lezen. Onlangs heb ik dat inderdaad gedaan. 

Mijn voornemen tot lezen dateert dus van acht jaar geleden, maar blijkbaar was ik het wel echt van plan. Toen ik boek het zocht in de stapels, bleek ik er intussen twee exemplaren van te hebben, net als van Onder professoren van Hermans. Dat ga ik dus ook ooit wel lezen. 

Het huis der onbekenden is een bescheiden roman qua inhoud: maar honderdvijftig pagina's telt de Marnixpocket van Manteau. Het kon lezing niet doorstaan en is uit elkaar gevallen. Maar het verhaal staat nog steeds. 

Geen herkenning

Paul Everaert, bijna veertig jaar, verlaat het huis om zijn zoon van de bus te halen. Die is alleen in het weekend thuis. Paul ziet zijn vrouw nog staan voor het raam van de flat, op de tweede verdieping. Bij de bus herkent hij zijn zoon niet, maar er is een jongen die hem wel als zijn vader ziet. Aanvankelijk denkt Paul aan een grap, al weet die jongen wel heel veel van zijn situatie. Als hij thuiskomt, blijkt ook zijn vrouw vervangen te zijn, door een andere vrouw, die hij overigens erg knap vindt. Zij doet echter alsof er niets aan de hand is. 

Paul moet wel erkennen dat er blijkbaar iets met hem aan de hand is, maar het gaat helemaal tegen zijn gevoel in. Hij probeert andere mensen te ontmoeten die hem kennen in de hoop dat hij die tenminste herkent, hij bekijkt foto's, maar het leven wordt steeds raadselachtiger voor hem. 

Hoe die raadselachtigheid vergroot wordt, zou ik graag vertellen, maar dan geef ik wel veel van het boek weg en ik hoop dat lezers van dit stukje ook zelf op zoek gaan naar dit boek, dat voor misschien slechts een euro wel ergens te koop moet zijn, dus ik verklap nog maar niets. 

Magisch realisme

Jos Vandeloo was ooit een populair auteur en dat snap ik wel. Volgens mij kun je Het huis der onbekenden wel rekenen tot het magisch realisme. Bij die stroming schieten mij anders alleen de namen van Hubert Lampo en Johan Daisne te binnen. Vooral het werk van die laatste auteur is trouwens het herlezen meer dan waard. 

Het boek begint realistisch. Paul Everaart denkt dat de wereld niet veranderd is en dat hijzelf niet veranderd is. Er moet een logische verklaring zijn voor het feit dat hij zijn vrouw Ellen en zijn zoon Hans niet herkent, maar die verklaring kan hij niet vinden en zijn omgeving vindt dat hij zich vreemd gedraagt en schakelt de huisarts in.

Zoeken naar een oplossing

Paul praat over zijn toestand met Ellen, maar hij kan niet echt uitleggen wat er met hem aan de hand is. Aan de ene kant probeert hij er het beste van te maken, maar hij legt zich ook niet zomaar bij de toestand neer:

Maar tegelijk is er ook in hem sluimerend iets aanwezig, dat hij niet formeel omschrijven kan. Iets dat hem in dit vreemde bestendig aanlokt, iets intrigerends waarvan een grote, drijvende kracht uitgaat. Misschien een vertwijfelde hunker om alles van deze ongewone toestand te doorvorsen en het raadsel opgelost te zien. Er moet een sleutel bestaan om de deuren weer te openen, het is te abnormaal om blijvend te zijn, ergens ligt de oplossing verscholen.

Het woord 'formeel' doet hier wat vreemd aan. Maar misschien had het zestig jaar geleden een iets andere betekenis. Paul wil erachter komen wat er aan de hand is en als hij weet hoe het zit, kan hij er misschien wat aan doen. De problemen voor hem worden echter alleen maar groter. Hij wordt steeds meer op zichzelf teruggeworpen en de wereld lijkt steeds vreemder voor hem te worden. 

Vervreemding

Het huis der onbekenden is een boek over vervreemding, over de ervaring dat je niet meer aansluit bij de wereld om je heen. In milde mate zal iedereen wel eens zo'n gevoel hebben gehad, maar Paul komt er niet meer uit. De wereld is onbegrijpelijk en ook hijzelf is onbegrijpelijk voor hem, hoe hard hij ook zijn best doet om alles recht te denken. Met de mensen die dicht bij hem staan, zijn vrouw, zijn zoon, kan hij nog het meest delen, maar pas in het later stadium kan zijn zoon wat voor hem betekenen. Dan lijkt het echter al te laat. 

Zestig jaar oud is deze korte roman en dat is ook wel te merken. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over de managerziekte, wat nu eerder overspannenheid, stressklachten of burn-out genoemd zou worden. Als hij nog vermoedt dat zijn vrouw een grap met hem uithaalt, denkt hij:

Laat ze terugkomen als ze dat graag wil. Ze mag nu dadelijk komen, hij zal haar vriendelijk ontvangen. Hij is geen wildeman, geen onbeschaafde uit een Afrikaans oerwoud.

Ik kan me niet voorstellen dat dit soort gedachten tegenwoordig nog bij iemand opkomt. Het laat wel zien hoe Everaart dacht en waarschijnlijk dachten velen zo. Een heel continent lijkt hier als onbeschaafd weggezet te worden. 

Cursief

Tussendoor staan er van tijd tot tijd stukjes cursief gedrukt. De functie ervan is me niet altijd duidelijk. In het laatste treffen we bijvoorbeeld de visie van zoon Hans aan. Een van de eerste:  

Soms is er ergens een verre muziek. Het is een vaag bekende melodie zonder vaste oorsprong of bestemming. De woorden komen uit een onverstaanbare dode taal. Slechts weinigen horen de muziek en die het toch kunnen waarnemen, onmerkbaar bijna in hun onderbewustzijn, begrijpen het niet steeds. Het is een verloren gegane oproep, een zoekgeraakte psalm, een onzichtbare aanduiding. Iedereen loopt er onverschillig aan voorbij. Misschien komt er eens een dag of een nacht, dat men het weer zal horen, zwevend in een ijle vrieslucht, trillend in een zeldzaam hete zon. Misschien, het is nog lang niet zeker...

Aan zo'n fragment kun je wel merken dat Vandeloo goed kan schrijven, maar aan het eind laat hij het ook weer een beetje glippen. Hij had in de laatste zin het eerste woord kunnen schrappen. Of de rest van de zin. Af en toe is er in het boek een perspectiefwisseling, vaak maar een alinea lang. Ook dat is jammer. Het is veel spannender om alleen maar opgesloten te zitten in het hoofd van Paul. 

In dit fragment lijkt er sprake van een andere werkelijkheid, waar Paul misschien wel contact mee heeft en de anderen niet. Dat is een gegeven dat we in meer romans van het magisch realisme herkennen. 

Ik zal mij Het huis der onbekenden toch vooral herinneren als een bijzonder intrigerend boek, waarin Vandeloo de spanning steeds laat oplopen. Ondanks de vreemde gebeurtenissen, zegt het boek iets over wat nog steeds actueel is: de broosheid van het gewone. Er hoeft maar weinig te gebeuren en je hele leven staat op zijn kop. En op wie kun je dan rekenen? Op je naasten? Op jezelf? 

Je kunt wel merken dat het boek een tijdje geleden geschreven is, maar daar lees je gemakkelijk doorheen. Ik vermoed dat dit boek nog steeds meekan, ook voor jonge lezers. Ik zal het mijn leerlingen eens aanbevelen. En als ik weer eens door een antiquariaat struin, zal ik zeker gaan letten op de boeken van Vandeloo. Laten we zijn werk niet vergeten; het is nog steeds de moeite waard. 


Een goed jaar geleden liet ik mij verrassen door een ander boek uit 1963:
Een roos van vlees

donderdag 20 januari 2022

(Meer dan acht) podcasts over literatuur / boeken

Er zijn heel veel podcasts over literatuur. Van veel ervan heb ik minstens een aflevering gehoord, sommige heb ik een tijd gevolgd en enkele volg ik nog steeds. Bij de podcasts die ik al een tijd niet meer volg (of waarvan geen nieuwe afleveringen verschijnen) moet ik afgaan op mijn geheugen en soms kom ik niet zoveel verder dan de vage indruk die de podcast heeft achtergelaten. Dat is dan maar zo. 

De podcasts die helemaal gericht zijn op een bepaalde schrijver (bijvoorbeeld Hugo Claus, Godfried Bomans, Hubert Lampo, Harry Mulisch, J.M.A. Biesheuvel) laat ik nu even zitten, evenals de podcasts die bestaan uit interviews met schrijvers. Daar kom ik later op terug. Deze keer besteed ik alleen aandacht aan podcasts waarin er over boeken gepraat wordt. 



De Nieuwe Contrabas Podcast 

De Nieuwe Contrabas Podcast wordt gemaakt door Chrétien Breukers en Hans van Willigenburg. Er zijn enkele vaste rubrieken, maar die komen niet altijd in elke uitzending terug. Centraal staat van Breukers en Van Willigenburg hun mening geven over boeken en schrijvers. 

Dat doen ze ongezouten wat de kritiek betreft, maar ze zijn ook goed in het uiten van hun bewondering. Eerlijk gezegd heb ik wel vertrouwen in hun persoonlijke mening en in ieder geval zijn ze ook goed in het op onderhoudende manier verwoorden van die mening. Soms overdrijven ze en van soms zijn ze kritisch over zaken waarmee mijns inziens niet zoveel mis is, maar goed, ieder mag zijn mening hebben. Soms kan ik er breed om grijnzen.

In ieder geval zijn ze goed geïnformeerd, ze lezen beiden veel en vormen samen ook een prettig team. Het is een podcast waarvan ik elke aflevering binnen een week beluister en altijd met plezier. Een mooie, onregelmatig verschijnende reeks is bijvoorbeeld de bespreking van de romans van Simon Vestdijk, door Breukers en Rob van Essen. Elke keer weer neem ik me voor om toch weer eens wat van Vestdijk te lezen.  Het laatste wat ik van hem las, was in 2018, zie ik hier en dat is eigenlijk schandalig. 

De rubriek 'De Tommy', waarin Tommy Wieringa een veeg uit de pan kreeg, lijkt een stille dood gestorven te zijn. Soms is er telefonisch een gast, maar meestal kunnen Van Willigenburg en Breukers het prima met zijn tweeën af. Gaan volgen, zou ik zeggen. 

Over deze podcast schreef ik ook al hier.



De Rotterdamse school

In De Rotterdamse school bespreken Daniël Dee en Mark Boninsegna (die zichzelf elke aflevering heel enthousiast aankondigt) de literatuur, met een bijzonder oog voor wat er in Rotterdam gebeurt. De poëzie heeft wat meer hun aandacht dan het proza, maar het komt wel voorbij. 

Prettige podcast. Ook deze twee heren geven duidelijk hun mening en zijn daar niet altijd diplomatiek in. Ik hou wel van die helderheid. De toon is opgewekt. Soms is er naar mijn mening net iets te veel geklets tussendoor. Er zijn ook podcasts die geheel uit geklets bestaan en daar zal ik nog een keer aandacht aan besteden. Gemiddeld genomen kan ik die slecht verdragen. Geklets over literatuur kan ik beter hebben, maar ik heb het liefst dat de sprekers bij de les blijven. 

Net als bij De Nieuwe Contrabas Podcast kunnen de twee makers goed met elkaar samenwerken: ze hebben sympathie voor elkaar, respecteren elkaar en ze vinden het ook niet erg om eens met elkaar van mening te verschillen. Prettig is ook dat de stemmen goed uit elkaar te houden zijn. Dee klinkt meer ingetogen, Boninsegna meer uitgelaten en beiden hebben gevoel voor humor wat sowieso al prettig is. 

Sommige afleveringen zijn vrij lang (meer dan een uur) terwijl drie kwartier mij in de meeste gevallen wel lang genoeg lijkt. Voor wie deze podcast niet kent: probeer eens een keer. 


Tzumcast

Bij literatuurliefhebbers zal de website van Tzum zeker bekend zijn. Alle nieuwtjes over literatuur zijn er te vinden, naast filmpjes, recensies en nog meer. Er is ook een podcast, waar ik al eerder over schreef. 

Tzumcast is een mooie, degelijke podcast, waarin Roos Custers, Bart Temme en Coen Peppelenbosch een gesprek voeren over een boek. Willem Goedhart leidt het gesprek. 

Hier is er weinig geklets tussendoor en het hele gesprek is gericht op het bespreken van het boek. Alle betrokkenen zijn goede lezers, ze beweren zinnige dingen, de sfeer is ontspannen. Heel prettig om naar te luisteren. Af en toe zit er een behoorlijk gat tussen de verschijning van de afleveringen, maar dat neem ik voor lief. Ik heb nog geen slechte aflevering meegemaakt en de omstandigheden zijn de laatste jaren natuurlijk niet ideaal. 

Zeer aanbevolen. Heerlijke podcast voor elke literatuurliefhebber. 


Boomer & Millennial

De podcast Boomer & Millennial wordt gemaakt door Istvan Kops en Paula Heeger. De titel is wat misleidend want Kops is zeker vijftien jaar te jong om zich te mogen rekenen tot de generatie van de babyboomers, maar vooruit. In ieder geval zijn Kops en Heeger niet van dezelfde generatie. 

De eerste drie afleveringen heb ik beluisterd. Niet alleen bespreken Kops en Heeger boeken, maar ze houden ook van literaire uitjes (festival, leesclub). Dat interesseert mij minder, maar ik kan mij voorstellen dat er luisteraars zijn die dat nu juist wel leuk vinden. 

Ik moest wel wennen aan het duo. Kops praat nogal vlak, wat het luisteren niet vergemakkelijkt en Heeger heeft nogal een toontje, waarbij de zinsmelodie aan het eind vaak omhoog gaat, alsof ze steeds vragen stelt. Maar dat is een verandering die zich volgens mij bij meer sprekers aan het manifesteren is, dus het is een beetje flauw dat ik het noem. Maar het viel me wel op, net als lachje dat soms zomaar achter een zin komt, ook als er niets te lachen is. Het zou ook onwennigheid kunnen zijn. 

Inhoudelijk is op de bespreking van de boeken niet zo veel aan te merken. In ieder geval maken de twee duidelijk waarom ze een boek wel of niet goed vinden en ze verschillen soms wat van mening, zodat je argumenten van twee kanten hoort. De titels die ze noemen waren bij mij niet altijd bekend, dus dat zou ook nog kunnen uitnodigen tot verder lezen. 

Er zijn nog maar vier afleveringen verschenen, dus we zullen deze podcast in ieder geval de tijd moeten geven om zich verder te ontwikkelen. De bumpers tussen de onderdelen beginnen of eindigen nogal eens abrupt; daar valt ook nog aan te slijpen. Misschien moet ik over een half jaar of zo nog een keer gaan luisteren. 


Boeken FM

De podcast Boeken FM gaat uit van Das Mag en De Groene. In elke aflevering bespreken drie mensen een boek, soms meer boeken. Meestal gaat het om Nederlandse literatuur, maar soms ook om buitenlandse. 
Twee van de medewerkers, Joost de Vries en Ellen Deckwitz, dragen al vanaf het begin de podcast.  Charlotte Remarque heeft een tijdje terug Peter Buurman vervangen. In het begin heb ik alle afleveringen beluisterd. Ik schreef daar in 2018 over en was toen eigenlijk wel enthousiast. De laatste tijd is mijn enthousiasme aardig afgenomen. 

Zo zijn er afleveringen geweest over elk van 'de grote drie' en dat stemde me toch wel vrij treurig. Je gaat ervan dat het oeuvre van zo'n grote schrijver zo ongeveer bekend is bij de besprekers, maar als er dan iemand meedoet die maar twee boeken van een auteur gelezen heeft, kun je je afvragen waarop de algemene conclusie aan het eind gebaseerd is. 

Ook is het voorgekomen dat er boek besproken is dat niet door alle drie de deelnemers gelezen is. Dat kan gebeuren, natuurlijk, maar misschien was het handiger om dan gewoon nog even te wachten met het maken van juist deze aflevering. 

Ik ben een tijdje overgegaan naar het beluisteren van alleen de afleveringen die me interessant leken, maar ik merkte dat ik steeds meer oversloeg en toen een boek van Theo Thijssen werd beschreven als 'een boek dat je vergezeld (sic!) van een warme kerstgloed', heb ik besloten maar niet meer te luisteren. Het gaat mij niet alleen om de spelfout, maar ook om de woordkeuze. Iemand vergezellen van een gloed lijkt me onzinnig. 


Drie boeken

Welke drie boeken zou je in je leven gelezen moeten hebben? Die vraag stelt Wim Oosterlinck aan degene bij wie hij op bezoek gaat in de podcast Drie boeken. Hij praat over diens of dier boekenkast, de leesgewoonten van de gast en nog zo het een en ander dat met lezen te maken heeft en laat ten slotte de gast vertellen over drie boeken. Soms worden er wat extra boeken meegesmokkeld. 

Van deze podcast heb ik enkele tientallen afleveringen beluisterd. Tegenwoordig sla ik wel eens wat over, maar wat ik wel hoor, bevalt me eigenlijk altijd. Oosterlinck is een empathisch vragensteller en een scherp luisteraar.  Bovendien is het altijd leuk om naar iemand te luisteren die vertelt over een boek waar hij echt enthousiast over is. 

Er is een grote diversiteit aan gasten, qua achtergrond en leeftijd. Soms zeggen de naam van de geïnterviewde mij niets: dan is de gast alleen in België bekend. Het blijkt weinig uit te maken: ook zo'n aflevering is boeiend. 

In 2020 schreef ik positief over deze podcast. Dat positieve oordeel heb ik nog steeds. 


Gewoon boeken

De podcast Gewoon boeken wordt gemaakt door twee (naar ik inschat) vrij jonge boekverkopers, Sasha Haasnoot en Dirk Hulst. Ze zijn enthousiast over boeken, spreken (denk ik) vooral een jong publiek aan en willen in ieder geval niet elitair zijn, niet voorschrijven wat goede smaak is en vooral mensen laten genieten van boeken. 

Dat snap ik wel: het adagium van de boekhandel is: kopen, welke boeken dan ook. Maar daarmee maak ik het te plat, want de twee zijn echt wel enthousiaste lezers. Dat Lale Gül de nieuwe Wolkers wordt genoemd, doet mij wel fronsen, maar als het helpt om mensen naar een boek te laten grijpen, is wat mij betreft veel geoorloofd.

Er zit een beetje de klad in deze podcast de laatste tijd. Tot april 2021 verschenen er elf afleveringen, daarna werd er in de Kinderboekenweek juichend gemeld dat de podcast terug was, maar daarna is het weer stil gebleven. 



Links richten

Gijsbert Pols en Frank Keizer willen met de podcast Links Richten literatuur en politiek weer bij elkaar brengen. Ze kijken met linkse ogen naar de literatuur. Dat vind ik wel een interessant uitgangspunt. In mei 2021 schreef ik over deze podcast en ik was er niet altijd tevreden over.

Het tempo ligt extreem laag en ik had ook de indruk dat de afleveringen niet altijd even goed waren voorbereid. Toch had elke aflevering inhoudelijk wel interessante dingen, maar het lukte me steeds minder goed om ernaar te luisteren. Te weinig zelfrelativering bij de presentatoren, te weinig ironie. Dat helpt niet. 

Hoe het verder gaat met Links Richten is nog even afwachten. Er waren elf afleveringen tot augustus 2021 en daarna nog een eindejaarsaflevering. Die laatste afleveringen heb ik niet beluisterd. 


En verder:

Het leesvirus

Gemaakt door Olaf Koens, Ronit Palache en Stefan de Vries: drie lezers vertellen elkaar wat ze lezen. Ik heb een aflevering beluisterd, vond die heel aardig en ben toch niet verder gegaan met luisteren. Meer dan enkele tientallen podcasts kan ik niet volgen. Ik kan me voorstellen dat ik daarmee een leuke podcast aan mijn neus voorbij laat gaan. Laatste aflevering was van oktober 2021. 

Groen gebladerte

In 2019 begonnen als Gebladerte, als ik het goed heb. Toen leek de formule op die van Drie boeken. Hier ging het om het ene boek dat iedereen zou moeten lezen. Die afleveringen kan ik nergens meer vinden. Toen de podcast veranderde in Groen gebladerte, is mijn abonnement niet automatisch verlengd. 

Tom De Cock gaat op bezoek bij de schrijvers van morgen en praat met hen over de boeken die belangrijk voor hen zijn geweest. Nooit beluisterd, terwijl ik dat misschien wel had willen doen. Interessante namen genoeg, zoals Iduna Paalman, Lisa Weeda of Dries Muus. 

De Boekenpodcast

Begonnen als NPO Radio 1 Boekenpodcast. Ik schreef daar hier over. Presentatoren van NPO Radio 1 vertellen aan elkaar welke interessante boeken ze hebben gelezen. Ik vermoed dat de podcast stopgezet is. Na juni 2021 zijn er geen nieuwe afleveringen verschenen. Was aardig.

Boeken Toe

Over Boeken Toe berichtte ik al eerder. Frisse podcast over boeken. Vooral het zwemmen met schrijvers is me bijgebleven. Is na januari 2020 niet meer verschenen. 

woensdag 22 oktober 2014

De terugkeer van de wespendief (Aimée de Jongh)


Heeft het magisch realisme bestaan in de Nederlandse literatuur? Er waren zo weinig schrijvers die zich ermee bezighielden, dat je nauwelijks van een stroming kunt spreken en die schrijvers kwamen uit Vlaanderen, niet uit Nederland: Johan Daisne en Hubert Lampo. Ik heb niet het idee dat iemand hun werk nog leest en dat is jammer. Vooral Daisne heeft veel goeds geschreven.

In Nederland worden volgens mij alleen Bordewijk en Belcampo wel eens met het magisch realisme in verband gebracht, maar altijd met voorbehoud. Ik heb in verband met hen ook wel eens de term 'fantastisch realisme' gelezen.

In de schilderkunst zijn de magisch realisten wel goed vertegenwoordigd. Ik denk dat Carel Willink de bekendste vertegenwoordiger was, maar we kunnen ook namen noemen als Raoul Hynckes, Pyke Koch, M.C. Escher.

De beeldroman, of graphic novel, heeft iets weg van zowel de beeldende kunst als de literatuur: er wordt verteld in beelden en woorden; voor het vertellen van het verhaal gebruikt de beeldromancier literaire technieken. Aimée de Jongh heeft met De terugkeer van de wespendief een beeldroman gemaakt die een literaire manier van lezen vereist: ze weeft de thema's (bijvoorbeeld dat van de wespendief) knap door het verhaal en maakt vaak gebruik van flashbacks. Ze laat nadrukkelijk zien dat ze een tik heeft meegekregen van het magisch realisme.

Dat deed ze ook al in haar prachtige film One past two, die een moderne versie lijkt van De trein der traagheid (1950) van Johan Daisne: twee studenten wachten op de bus, die eigenlijk de veerboot van Charon is. Een andere link met de literatuur is Een gouden beker (1982) van Alfred Kossmann, dat zich ook in zo'n tussenland afspeelt.


In De terugkeer van de wespendief verwijst De Jongh wel erg duidelijk naar het magisch realisme. De hoofdpersoon, Simon Antonisse, ontmoet een meisje, Regina,  dat een werkstuk over het magisch realisme moet maken. En aan het eind houdt Simon het boek Magisch realisme in de literatuur en schilderkunst in handen. Dat had ook best subtieler gekund.

Simon heeft een boekenzaakje, dat op sterven na dood is. Hij houdt het draaiende, omdat hij dat zijn overleden vader beloofd heeft, maar hij weet dat het een aflopende zaak is. Op een dag is hij getuige van een zelfmoord: een vrouw laat zich overrijden door een trein. Die gebeurtenis roept een verleden wakker waaraan hij misschien liever niet had willen terugdenken. Een oude vogelgids had hem al eerder teruggeplaatst in zijn jeugd.

De jeugdherinneringen betreffen vooral het gepeste jongetje Ralph, dat voor eens en voor altijd een eind wilde maken aan het gepest en een wapen mee naar school bracht. Dat kwamen we al eerder tegen in One past two: de twee studenten die op het randje van de dood balanceren waren slachtoffers van een 'school shooting'.

De eerste tekening in het boek is er een van een wespendief, een havikachtige vogel. Als die zijn partner verliest, begint hij gewoon weer opnieuw: nieuwe partner, nieuw nest. Als vogelliefhebber kent Simon de wespendief al uit zijn jeugd. Er moet heel wat gebeuren voor Simon inziet dat je het verleden niet kunt veranderen en dat je niet altijd de last ervan met je mee hoeft te dragen. Net als de wespendief kun je opnieuw beginnen. Of, zoals Simon het tegen Regina zegt: 'Soms is een nieuw begin nodig om te overleven'.

Het meisje Regina helpt hem om dat in te zien. Haar bestaan is raadselachtig. Zo is ze na een gesprek ineens verdwenen. Net als in One past two brengt Aimée de Jongh een omslagpunt in het verhaal aan, dat we als nogal plotseling ervaren, maar dat bij nader inzien goed is voorbereid. Omwille van de plot kan ik daar verder niets over zeggen.

Aimée de Jongh heeft voor dit boek alleen in inkt gewerkt. Haar tekenstijl is soepel en haar tekeningen zijn altijd helder. Bij het perspectief van boven (bijvoorbeeld in een klaslokaal) heeft ze de neiging de verkortingen net iets te veel door te voeren) en het interieur van een auto krijgt soms net iets meer ruimte dan aannemelijk is. Maar dat zijn kleinigheden.

Bovenal wil De Jongh een verhaal vertellen en je in dat verhaal meenemen. Dat is haar goed gelukt. Subtiel laat ze het verhaal uit het verleden (over Simon en Ralph) samenvloeien met het verhaal uit het verleden. Al die jaren heeft Simon dat verhaal met zich meegesjouwd en pas nu hij in een nieuwe crisis belandt kan hij er verder mee.

De terugkeer van de wespendief is een troostend boek. Als dat er te dik op ligt, kan het zoet of week worden. Daar is bij De Jongh geen sprake van. Ze geeft ons een helder, maar gelaagd verhaal, krachtig verteld, en daarbij krijgen we ook nog een stevige duw in onze rug. Veel meer mag je van een boek niet verwachten.

De terugkeer van de wespendief
Auteur: Aimée de Jongh
Verschenen bij: Uitgeverij Oog & Blik / De Bezige Bij (2014)
Aantal pagina’s: 160
Prijs: € 24,90


Voor mijn bespreking op literairnederland.nl zie hier






dinsdag 6 oktober 2015

Jos Vandeloo (1925 - 2015) overleden


Op maandag 5 oktober overleed Jos Vandeloo. Ik las het aan het begin van de lunchpauze en dacht: 'Ach, ja.' Ik wist niet dat Vandeloo nog leefde.

In de tweede helft van de jaren zeventig woonde ik in Gouda, in een internaat. Van tijd tot tijd liep ik naar de stedelijke bibliotheek, gevestigd in een mooi oud pand. Ik zocht elke keer een stapeltje poëzie uit, maar ook wel romans en verhalenbundels. Vaak op goed geluk. In die tijd heb ik bijvoorbeeld Kinderjaren van Tolstoj gelezen, romans van Daisne, Lampo, Couperus en Elsschot, maar ook het een en ander van Jos Vandeloo.

De muur nam ik het eerst mee: een klein boekje, met een harde bibliotheekkaft. Ruim gezet, herinner ik me, zodat het lezen goed opschoot. Het titelverhaal herinner ik me als een sterk verhaal. De blinde muur waarop een raam uitkijkt stond volgens mij ook op de omslag. De hoofdpersoon, die in een magazijn werkt, denkt te kunnen ontsnappen aan de doem van de blinde muur, zeker nadat hij een tweede raam heeft ontdekt, verborgen achter een kast. Uiteindelijk zal ook hij het moeten doen met een raam zonder uitzicht.

Het proza van Vandeloo is sober, helder. Ik las het boek snel uit. In de literatuurlessen was Vandeloo nooit genoemd en ik vermoed dat de kleine Knuvelder (Schets) die wij gebruikten de schrijver ook niet noemde. In ieder geval kwam hij niet voor in de paragrafen die wij moesten leren.

Ik kon toen niet weten dat Vandeloo in Vlaanderen een populair auteur was. Hij had toen ik hem las al titels op zijn naam staan die elke Vlaming kon noemen. De muur stamde uit 1958. Verder: Het gevaar (1960), De vijand (1962), Het huis der onbekenden (1963), De muggen (1973). In een Vlaams journaal werd hij 'de meest gelezen auteur van zijn generatie' genoemd.

Het gevaar en De vijand heb ik in ieder geval gelezen. Sterker nog: ik heb ze geregeld aanbevolen aan leerlingen die de boeken over het algemeen ook met plezier lazen. Van Het huis der onbekenden weet ik wel waarover het gaat, maar gelezen heb ik het niet. Dat is zo'n boek dat ik misschien ooit nog wel eens meepik bij een antiquariaat en dan ook nog ga lezen.

Het gevaar zal voor die tijd (1960) uiterst actueel geweest zijn: de gevaren van radioactieve straling. In het begin van het boek komt een wonderlijke scène voor: een man haalt een van zijn ogen uit de oogkas en legt dat voor zich op tafel. Pas later kom je erachter dat degene die dat ziet, al zover aangetast is, dat zijn waarneming niet meer te vertrouwen is.

Opwekkend is het boek bepaald niet, net als De vijand, dat zich in de oorlog afspeelt. Wie het boek leest, zal zich altijd de vraag stellen wie nu eigenlijk de vijand is: is dat de Duitser, of is dat juist de 'bevrijder' die zich bepaald niet onberispelijk gedraagt.

Las ik De coladrinkers (1978)? Ik weet het niet zeker meer. Wel het toneelstuk De week van de kapiteins (1969), een uitgave van Manteau, herinner ik me. Maar het heeft geen herinnering bij me achtergelaten.

In de jaren tachtig begon ik de Nederlandstalige literatuur te volgen. Ik zag boeken van Vandeloo voorbijkomen: De Engelse les (1980), Sarah (1982), Les Hollandais sont là (1985). Ik meen me te herinneren dat het titelverhaal een satirische kant had, maar misschien is dat helemaal niet zo en geeft alleen de titel mij dat in.

Al die boeken las ik niet, zonder reden. Of was De week van de kapiteins mij toch tegengevallen en heb ik daarom de rest van de boeken ongelezen gelaten? Een geheugen is maar een armzalig ding. Het helpt mij in dezen niet verder.

Na 1990 was het een beetje over met de productie van Jos Vandeloo. Hij schreef nog twee romans en twee verhalenbundels en er kwamen nog wat verzamelboeken uit. Zijn werk kwam in de schaduw terecht. Uiteindelijk raakte Vandeloo, in ieder geval door mij, vergeten. Zozeer dat ik tot zijn overlijden niet wist of hij nog leefde.

Wie op Wikipedia de lijst met boeken bekijkt die Vandeloo geschreven heeft, zal onder de indruk zijn van de productie. Vandeloo heeft bepaald niet stilgezeten. Er moet een mooie bloemlezing te maken zijn uit zijn verhalen. Zou dat iets voor de dundrukreeks van Van Oorschot zijn? Wie weet.

In een interview dat Luc Decorte had met Vandeloo (1988) citeerde de schrijver met instemming Herman Teirlinck: schrijven en doodgaan zijn dingen die je alleen doet. Het eerste heeft Vandeloo jarenlang met veel inzet gedaan, zoals hij ook in het interview uitlegt. Het laatste nu ook.

Hier een filmpje van de huldiging van Jos Vandeloo ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag.

Foto: weggeplukt bij het interview dat ik hierboven genoemd heb. 

dinsdag 7 juni 2022

De draaischijf (Tom Lanoye)



Literatuur is geen wedstrijd, maar blijkbaar houden we ervan om lijstjes te maken (De Grote Drie!). Wie zijn de grote Vlaamse schrijvers? We kennen uit het verleden natuurlijk Elsschot, Boon en Claus en wie even langer nadenkt zal ook wel Buysse, Walschap en Gilliams noemen. Of iemand anders misschien. Toen ik op de middelbare school zat, waren Lampo, Daisne en Ruyslinck nogal populair en ook Vandeloo werd geregeld gelezen. 

Bij de nog levende schrijvers zijn er heel wat te noemen die meedraaien in de top van de literatuur en het hangt van je persoonlijke voorkeur af of je kiest voor Annelies Verbeke, Saskia De Coster en Peter Terrin of voor Herman Brusselmans, Kristien Hemmerechts en Jeroen Olyslaegers. Maar het lijkt me dat je in ieder geval bij het opstellen van de lijstjes Tom Lanoye niet kunt passeren. 

Niet alleen is zijn werk gemiddeld van hoog niveau, maar hij is ook nog zeer productief en hij schrijft naast proza poëzie en toneelteksten. Binnen het proza heeft hij zowel romans als verhalen geschreven en ook nog heel wat polemische stukken. 

Doordat Lanoye zo veel schrijft, heb ik hem niet helemaal bij kunnen houden. Zo was ik van plan om Gelukkige slaven te lezen, maar het is er niet van gekomen. Het is van 2013, zie ik nu ik het opzoek, terwijl het voor mijn gevoel een recent boek is. Zuivering (2017) is me geheel ontgaan. Maar De draaischijf, dat dit jaar is verschenen, heb ik meteen gekocht. 

De dag waarop ik word begraven

Het is een kloek boek (Is het woord 'vuistdik' in deze context verplicht?) van zo'n 475 pagina's en het is heerlijk. In het hele boek is Alex Desmedt aan het woord, die al dood is als het verhaal begint. Het begin van de roman:

Ik had me de dag waarop ik word begraven heel anders voorgesteld. Had ik hem zelf mogen ensceneren, dan liet ik me -zoals onze moedertaal zo treffend verwoordt- 'ter aarde bestellen' onder een staalblauwe hemel, hartje winter. Het is ijskoud maar bizar zonnig. Geen wolk te bespeuren behalve de langzaam verbredende condensstreep van een verloren gevlogen straaljager. 
De opkomst is massaal maar zwijgzaam. 

In werkelijkheid is die opkomst niet massaal. Alex is al vergeten en door een deel van de mensen ook uitgekotst. Er zijn heel andere tijden geweest, toen iedereen hem kende en dat hij volop applaus kreeg. 

Alex was acteur en later leidde hij een toneelgezelschap waarbij hij ook de rol van regisseur had. Nog weer later wordt hij directeur-generaal der Koninklijke Theaters van Antwerpen. Zijn broer Rik is directeur van de Vlaamse Opera, Alex' vrouw Lea Liebermann is actrice, die het nog tot grote hoogte zal schoppen. Lea is voor een deel Joods, tenminste in mijn herinnering, maar ik kan de juiste passage even niet terugvinden. In ieder geval is het haar niet vergund om in een deel van de Tweede Wereldoorlog op het toneel te staan. 

Samenwerking met Duitsers

Om de theaters draaiend te houden, moet Alex samenwerken met de Duitsers, in dit geval met de Stadtkommissar. Daarbij lukt het hem niet om schone handen te houden. Het hele boek is een monoloog van Alex en we weten niet in hoeverre we hem op zijn woord moeten geloven, maar hij zegt dat hij altijd beslissingen heeft genomen om erger te voorkomen, maar die beslissingen kwamen hem ook wel vaak goed uit. 

Voor een deel is het allemaal, volgens Alex, de schuld van zijn broer Rik, die wel duidelijk fout is. Zo dirigeert hij soms in een uniform van de SS. Alex blijkt lid te zijn geweest van allerlei organisaties die wel erg vriendelijk tegenover de Duitsers stonden, maar hij zegt aangemeld te zijn door zijn broer. Zelf zou hij daar vaak niets van geweten hebben. 

Na de oorlog komen er natuurlijk processen. Alex ontkent niet wat er gebeurd is, maar hij betoogt dat het zijn beste keus was:

Ja, de verjaardag van Hitler is gevierd - tegen mijn zin!- in een operagebouw waarover ik de leiding had. En ja, ook de heldenhommage aan Reimond Tollenaere, idool van mijn broer, heb ik laten passeren. Wat hadden anderen gedaan in mijn plaats? Wat voor goeds had weigeren opgeleverd voor de talloze onschuldigen onder mij? Waren die beter af geweest als ik de woede van de Militärverwaltung had afgeroepen over ons allemaal?

Razzia

Alex heeft zich in veel situaties verdacht gemaakt. Zo is er een grootscheepse razzia, waarbij ook Alex en Rik (weer in zijn Duitse uniform) rondlopen. Het is een aangrijpende scène, die een van de hoogtepunten van het boek vormt: Alex hoort van de razzia en weet dat Lea op dat moment buitenshuis is en dus gevaar loopt. Samen met Rik probeert hij haar te vinden. Ik vermoed dat het hier over dezelfde razzia gaat die ook Jeroen Olyslaegers beschrijft in Wil.

Andere heftige oorlogsgebeurtenissen zijn de Antwerpse Kristallnacht, waarvan ik niet wist dat die er geweest was, het bombardement, door de geallieerden, op Mortsel Oude God en het neerkomen van een V2 op Cinema Rex. 

Het is Lanoye gelukt om die geschiedenisfeiten persoonlijk te maken: Alex is getuige van de gevolgen en probeert te helpen. Daardoor wordt hij sympathiek. Je moet wel met hem meeleven, terwijl je tegelijkertijd weet dat het allemaal niet helemaal deugt, zodat je jezelf ook steeds vragen moet blijven stellen. Dat maakt Alex tot een intrigerende figuur. 

Lea

Lea is dat zeker ook. Ze is loyaal aan hem en bij een van de processen is haar getuigenis medebepalend voor de uitkomst. Als Alex het land uit vlucht, blijft ze hem brieven schrijven. Maar als de rust weergekeerd is, overlaadt ze hem met verwijten: 

Ik had nooit voor jou mogen pleiten in de rechtszaal. Als iemand een verdict verdiende, dan jij wel. Jij slikte alles net zo goed als iedereen, maar jij speelde ook nog eens mee, jij werkte mee, jij was een rat. Een rat die nooit eens tegendraads durfde te piepen. Een rat die nooit durfde te knagen aan de kabels van de macht. 

De monoloog van Lea is een krachtige tekst, die zo op het toneel uitgesproken had kunnen worden. Sommige gesprekken zijn in de loop van het boek weergegeven als toneeltekst en dat is niet zo gek, want behalve een boek over Antwerpen in de Tweede Wereldoorlog en over collaboratie is De draaischijf een boek over toneel. 

Er komen heel wat toneelstukken voorbij en allemaal krijgen ze context in de gebeurtenissen van dat moment. Na het bombardement op Mortsel Oude God verzorgt Alex sobere voorstellingen waarin Antigone gelezen wordt en je snapt waarom dat gebeurt. Alex vertelt ook steeds welke stukken hij brengt en wat voor hem daarvan de kern is. 

Aktie Tomaat

Na de oorlog is Alex in Nederland, waar hij met zijn gezelschap mikpunt wordt van de Aktie Tomaat (1969), een vrij rigoureuze actie, die een aanval was op het traditionele toneel. Mijn beeld is (maar ik weet niet in hoeverre dat klopt) dat aanvankelijk in de geschiedschrijving het perspectief bij de jongeren lag. Zij stonden voor de vernieuwing, die ook daadwerkelijk gekomen is. Intussen zal er ook wel ruim aandacht besteed zijn aan de slachtoffers, maar dat heeft mij niet zo bereikt. Daarom vind ik het verfrissend dat Lanoye ons de andere kant van de actie laat zien. 

En dan de titel. De draaischijf die bedoeld wordt, bestaat nog steeds, in de Haagse schouwburg, die zich intussen Koninklijk mag noemen. Het mechanisme is onder het toneel nog te zien en bij het boek is er een afbeelding van te zien aan de binnenkant van de stofomslag. In de roman legt Lanoye het principe van de draaischijf als volgt uit:

Bij een draaitoneel zit de schijf verwerkt in het podium. Ze loopt er zodanig mee gelijk dat de argeloze toeschouwer ze eerst niet opmerkt. Des te groter is zijn verbazing als een deel van de bühne opeens begint rond te wentelen. Zijn verbazing neemt nog toe als de schijf, draaiend en wel, ook nog eens begint weg te zakken, et acteurs en decorstukken er nog op. 
Die beweging van letterlijke neergang kan een veelheid aan symbolische betekenissen oproepen. Verdwijning, toedekking, verbanning, gevangenzetting, uitroeiing vagevuur- en hellevaart, tot en met een algehele godendeemstering - het einde van de beschaving zoals we die kennen. De omgekeerde beweging roept uiteraard tegenovergestelde connotaties op. 

In de Bourla in Antwerpen had Alex al eens geëxperimenteerd met een provisorische draaischijf. Later wordt hij met zijn crew naar Den Haag gehaald om een draaischijf aan de praat te krijgen. Die bevindt zich in wat het Deutsches Theater in den Niederlanden moet worden. Zijn werk daaraan zal Alex compromitteren. Bij de opening van het theater zijn Göring, Goebbels en Seys-Inquart aanwezig. Alex ziet daar ook de acteur Kurt Köpler, die duidelijk aan de kant van de machthebbers staat, maar ook geweldig goed speelt. 


Het mechanisme van het draaitoneel. Bron: Binnenkijken: de geheimen van de Schouwburg

Alex op de draaischijf

In overdrachtelijke zin, heeft Alex steeds op de draaischijf gestaan. Als de schijf draait, sta je ineens niet meer aan de goede, maar aan de foute kant. De schijf kan stijgen en naar beneden gaan en Alex lijkt daar niet altijd invloed op te hebben. Je zou kunnen zeggen dat zijn leven de hele tijd toneel is geweest. Hij heeft zijn rol gespeeld totdat die uitgespeeld was. 

In De draaischijf vermeldt hij dat hij ooit aan zijn memoires is begonnen, maar dat hij daarmee gestopt is, omdat hij zich verloor in details. Met deze roman hebben we die memoires eigenlijk alsnog. We krijgen een beeld van een man die zelf het idee heeft dat hij heel erg zijn best heeft gedaan en die in ieder geval leefde voor het toneel. In haar monoloog tot Alex zegt Lea dat het uiteindelijk niets heeft opgeleverd:

Jij en ik, Alex - wat hebben we nu eigenlijk gepresteerd, de afgelopen halve eeuw? We hebben allebei ons leven vergooid. Aan elkaar en aan het rampgebied genaamd de podiumkunst. En we hebben er geen bal voor in ruil gekregen. 

Lea is duidelijk teleurgesteld en ook Alex heeft zijn teleurstellingen. Na zijn dood blikt hij terug en hij moet constateren dat er bij zijn overlijden geen ronkende stukken in de kranten zijn verschenen. Voor veel mensen bestond hij al niet meer. 

Grote roman

In ieder geval hebben de levens van deze personages wel een geweldig boek opgeleverd, dat in mijn ogen staat als een huis. Sprakeloos vond ik tot nu toe de beste roman van Lanoye. Het is een boek over zijn moeder. De draaischijf heeft een andere ambitie, de gebaren en het bereik zijn groter: een grote Antwerpse roman, een roman over oorlog en collaboratie en over het toneel en al die thema's stevig verknoopt. 

Soms moet een boek een paar jaar hebben, voordat je beseft hoe goed het werkelijk is. Het zou mij niet verbazen als we De draaischijf in de toekomst gaan opnemen in het rijtje met bijvoorbeeld De Kapellekensbaan en Het verdriet van België. 


Eerder schreef ik over andere boeken van Tom Lanoye: