dinsdag 6 oktober 2015

Jos Vandeloo (1925 - 2015) overleden


Op maandag 5 oktober overleed Jos Vandeloo. Ik las het aan het begin van de lunchpauze en dacht: 'Ach, ja.' Ik wist niet dat Vandeloo nog leefde.

In de tweede helft van de jaren zeventig woonde ik in Gouda, in een internaat. Van tijd tot tijd liep ik naar de stedelijke bibliotheek, gevestigd in een mooi oud pand. Ik zocht elke keer een stapeltje poëzie uit, maar ook wel romans en verhalenbundels. Vaak op goed geluk. In die tijd heb ik bijvoorbeeld Kinderjaren van Tolstoj gelezen, romans van Daisne, Lampo, Couperus en Elsschot, maar ook het een en ander van Jos Vandeloo.

De muur nam ik het eerst mee: een klein boekje, met een harde bibliotheekkaft. Ruim gezet, herinner ik me, zodat het lezen goed opschoot. Het titelverhaal herinner ik me als een sterk verhaal. De blinde muur waarop een raam uitkijkt stond volgens mij ook op de omslag. De hoofdpersoon, die in een magazijn werkt, denkt te kunnen ontsnappen aan de doem van de blinde muur, zeker nadat hij een tweede raam heeft ontdekt, verborgen achter een kast. Uiteindelijk zal ook hij het moeten doen met een raam zonder uitzicht.

Het proza van Vandeloo is sober, helder. Ik las het boek snel uit. In de literatuurlessen was Vandeloo nooit genoemd en ik vermoed dat de kleine Knuvelder (Schets) die wij gebruikten de schrijver ook niet noemde. In ieder geval kwam hij niet voor in de paragrafen die wij moesten leren.

Ik kon toen niet weten dat Vandeloo in Vlaanderen een populair auteur was. Hij had toen ik hem las al titels op zijn naam staan die elke Vlaming kon noemen. De muur stamde uit 1958. Verder: Het gevaar (1960), De vijand (1962), Het huis der onbekenden (1963), De muggen (1973). In een Vlaams journaal werd hij 'de meest gelezen auteur van zijn generatie' genoemd.

Het gevaar en De vijand heb ik in ieder geval gelezen. Sterker nog: ik heb ze geregeld aanbevolen aan leerlingen die de boeken over het algemeen ook met plezier lazen. Van Het huis der onbekenden weet ik wel waarover het gaat, maar gelezen heb ik het niet. Dat is zo'n boek dat ik misschien ooit nog wel eens meepik bij een antiquariaat en dan ook nog ga lezen.

Het gevaar zal voor die tijd (1960) uiterst actueel geweest zijn: de gevaren van radioactieve straling. In het begin van het boek komt een wonderlijke scène voor: een man haalt een van zijn ogen uit de oogkas en legt dat voor zich op tafel. Pas later kom je erachter dat degene die dat ziet, al zover aangetast is, dat zijn waarneming niet meer te vertrouwen is.

Opwekkend is het boek bepaald niet, net als De vijand, dat zich in de oorlog afspeelt. Wie het boek leest, zal zich altijd de vraag stellen wie nu eigenlijk de vijand is: is dat de Duitser, of is dat juist de 'bevrijder' die zich bepaald niet onberispelijk gedraagt.

Las ik De coladrinkers (1978)? Ik weet het niet zeker meer. Wel het toneelstuk De week van de kapiteins (1969), een uitgave van Manteau, herinner ik me. Maar het heeft geen herinnering bij me achtergelaten.

In de jaren tachtig begon ik de Nederlandstalige literatuur te volgen. Ik zag boeken van Vandeloo voorbijkomen: De Engelse les (1980), Sarah (1982), Les Hollandais sont là (1985). Ik meen me te herinneren dat het titelverhaal een satirische kant had, maar misschien is dat helemaal niet zo en geeft alleen de titel mij dat in.

Al die boeken las ik niet, zonder reden. Of was De week van de kapiteins mij toch tegengevallen en heb ik daarom de rest van de boeken ongelezen gelaten? Een geheugen is maar een armzalig ding. Het helpt mij in dezen niet verder.

Na 1990 was het een beetje over met de productie van Jos Vandeloo. Hij schreef nog twee romans en twee verhalenbundels en er kwamen nog wat verzamelboeken uit. Zijn werk kwam in de schaduw terecht. Uiteindelijk raakte Vandeloo, in ieder geval door mij, vergeten. Zozeer dat ik tot zijn overlijden niet wist of hij nog leefde.

Wie op Wikipedia de lijst met boeken bekijkt die Vandeloo geschreven heeft, zal onder de indruk zijn van de productie. Vandeloo heeft bepaald niet stilgezeten. Er moet een mooie bloemlezing te maken zijn uit zijn verhalen. Zou dat iets voor de dundrukreeks van Van Oorschot zijn? Wie weet.

In een interview dat Luc Decorte had met Vandeloo (1988) citeerde de schrijver met instemming Herman Teirlinck: schrijven en doodgaan zijn dingen die je alleen doet. Het eerste heeft Vandeloo jarenlang met veel inzet gedaan, zoals hij ook in het interview uitlegt. Het laatste nu ook.

Hier een filmpje van de huldiging van Jos Vandeloo ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag.

Foto: weggeplukt bij het interview dat ik hierboven genoemd heb. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen