vrijdag 2 oktober 2015

Love in vain. Robert Johnson 1911 - 1938



Ach, wat weet ik van de blues? Niks eigenlijk. Nou ja, ik heb natuurlijk B.B. King in de kast staan en ik ken de namen van Muddy Waters en Howlin' Wolf, maar als je die een keer gehoord hebt, kun je ze eenvoudig niet meer vergeten.

Maar niet alles heb ik onthouden. Zo herinner ik me dat er een Amerikaanse artiest overleden was, een jaar of tien geleden, schat ik. Wie het was, weet ik niet meer. Wel weet ik dat enkele artiesten iets over hem zeiden. Ook B.B King wilde wat zeggen, maar hij was zo ontroerd, dat hij geen woord uit kon brengen. Toen sloeg hij een akkoord aan. Eén akkoord! En het was genoeg. Stom dat ik niet meer weet bij welke gelegenheid het was.

Nog geen maand geleden hoorde ik een uur lang Guido van Rijn op de radio, een interview over de blues. Na ongeveer een kwartier noemde hij Robert Johnson, de allergrootste blueszanger volgens Van Rijn. Die naam kende ik, want ik had Love in vain in huis, een getekende biografie van Johnson. Ik had er al bewonderend doorheen gebladerd, maar ik had nog niets gelezen. Dat moest ik dus maar eens doen.

De tekeningen in Love in vain zijn schitterend. Ze zijn van de hand van Mezzo, die we kennen van De vliegenkoning. Mezzo gebruikt grote zwartvlakken, met daarin oplichtende stukjes in wit. Het geheel heeft iets weg van van houtsneden, een effect dat we ook zien bij Charles Burns. Dat is intussen al meer mensen opgevallen.

Sherpa heeft er, zoals gebruikelijk, een mooi boek van gemaakt: gebonden, oblong formaat, het juiste, niet te witte papier, dat zwaar genoeg is. De tekeningen komen daarin goed tot hun recht. Vaak staan er een stuk of vier tekeningen op een pagina, maar soms mag een tekening een hele bladzij vullen. Onder die tekeningen bevinden zich verschillende juweeltjes, waar je minutenlang naar kunt staren, zonder je te vervelen.

Niet alleen de tekeningen zijn goed, ook het scenario zit degelijk in elkaar. We weten niet heel veel over Robert Johnson: hij werd maar 27 jaar oud en nam maar enkele platen op. Hij speelde geweldig gitaar en al gauw ging het verhaal dat Johnson zijn ziel aan de duivel had verkocht. J.M. Dupont, de scenarist, laat de verteller daar een beetje schouderophalend over doen.

Ja, het verhaal wordt niet tegengesproken door Robert Johnson, maar waarschijnlijk heeft hij gewoon heel goed les gehad. En in die tijd wemelde het van verhalen over artiesten die hun ziel verkocht zouden hebben aan de duivel. Blijkbaar hing het in de lucht.


De stem van de verteller staat mij zeer aan. Hij lijkt van een afstandje toe te kijken terwijl Johnson zijn leventje leeft. Al bij het eerste plaatjes spreekt hij hem aan:
Arme Robert, het liep slecht met je af, en alle moraalridders vinden vast dat je het ernaar gemaakt had. Maar voor ze je veroordelen, moeten ze weten waarom je het kamp van de ongelovigen hebt gekozen en waarom je zo snel opbrandde Dat zal ik jullie vertellen. 
En daarmee richt hij zich direct tot de lezer. Daardoor is er meteen een connectie tussen de lezer en Robert Johnson: ze worden kort na elkaar direct aangesproken, alsof ze zich in dezelfde ruimte bevinden, wat in zekere zin ook zo is, als je ervan uitgaat dat Johnson leeft in de tekeningen van het boek dat we in handen hebben.

Je vraagt je wel af wie die verteller eigenlijk is. Robert Johnson wordt als kind 'een duivel' genoemd, waarna de verteller zegt:
Een jongen naar mijn hart. Ik verfoei engeltjes, behalve als ik ze slechte manieren kan bijbrengen.
Toen Robert Johnson negentien jaar oud was, verloor hij zijn vrouw en zijn kind. Het is dan ook niet vreemd dat hij in de blues terechtkwam. De verteller:
Sommigen zullen zeggen dat God hem in het ongeluk stortte om zijn geloof op de proef te stellen. Ik denk eerder dat God wist dat dit schaap niet voor hem bestemd was en dat hij het daarom tegen zich in het harnas heeft gejaagd om het uit de kudde te verdrijven. 

 De verteller heeft duidelijk geen hoge pet op van God. Aan het eind stelt hij zich voor:
Ik loop al heel wat jaren mee en heb menig mens van ziel en geloof beroofd. Aangenaam kennis te maken... Ik denk dat je mijn naam al geraden hebt. 
In het hoekje van het laatste plaatje zien we iemand op de rug. Zijn hoofd lijkt wel wat op de archetypische Jezusafbeelding, maar achter op zijn jack lezen we nog net 'Hell', wat het begin zal zijn van 'Hell's angel'.. Het is niemand minder dan de duivel zelf, de engel uit de hel, die Robert Johnson graag zou hebben ontmoet, maar dat is dus nooit gebeurd.

Na de dood van Robert Johnson (waarschijnlijk vergiftiging) zegt hij:
Ik heb altijd gedacht dat God spijt had dat hij Robert al had teruggeroepen voordat zijn genie werd herkend. Denk je dat het toeval is dat degene die hij opdracht gaf zijn lof te bezingen en zijn heiligverklaring te orkestreren een dergelijke bijnaam droeg?
'Clapton is God!' roept het publiek.

Robert Johnson is dood, maar zijn muziek leeft nog steeds. Niet alleen Eric Clapton zong werk van hem, maar ook The Rolling Stones. Zij zongen het titelnummer van deze beeldroman op het album Gimme Shelter. Op dezelfde kant van de LP staat 'Sympathy for the devil'. Dat zal de verteller van Love in vain goedgedaan hebben.

Als een soort toegift na een concert is achter in het boek nog een Song Book opgenomen: zeven teksten van Robert Johnson, met daarnaast een grote potloodtekening. Mooi werk. Mooi boek.



Titel: Love in vain. Robert Johnson 1911 - 1938
Tekeningen: Mezzo
Scenario: J.M. Dupont
Vertaling: Arend Jan van Oudheusden
Uitg. Sherpa, Haarlem 2005, gebonden, 72 blz. € 24,95

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen