maandag 5 oktober 2015

Collecte


Een tijdje terug kreeg ik Bijeen met man en muis toegestuurd, een boek van en door Hans Werkman. Het is een verzameling stukken (reportages, interviews) over verschillende schrijvers. Het eerste stuk gaat over een Achterbergexcursie, onder leiding van Wim Hazeu.

Werkman vertelt allerlei aardige feiten, die ik nu even laat rusten. Later zal ik uitgebreider over het gehele boek schrijven. Op een gegeven moment schrijft Werkman over de kerk in Neerlangbroek. Hazeu beklimt de kansel.
Aan zijn rechterhand hangen de langgestokte collectezakjes met de letter A van Armen, links die met de K van Kerk.
Uit mijn jeugd ken ik ook de collectezakken, maar in onze kerk hadden ze geen lange stokken, maar twee handvatten. De zakken met de lange steel kende ik wel: mijn neefjes en nichtje werden gedoopt in de kerk in Andelst en daar hadden ze die zakken aan een stok. Ook herinner ik mij een tekening in Te hooi en te gras, een boek van Rien Poortvliet, waarin een boer (zijn oom?) verkozen werd tot diaken. Hij oefende met een hooivork (wij zeiden: gavel), die hij voor de koeien hield.

In mijn herinnering stond er ook geen A op de zakken, maar een D, van diaconie. Eens per maand was er een extra collecte. De zak die in de derde rondgang passeerde, had een C, van collecte, waarschijnlijk. Ik heb als kind nog een tijdje gedacht dat de letters C, D en K stonden voor Centen, Dubbeltjes en Kwartjes. Centen gaven wij trouwens niet. Dubbeltjes? Kwartjes en guldens, geloof ik, maar zeker weet ik het niet. In ieder geval waren er nog geen collectebonnen.

Over het collecteren bestaan verschillende anekdoten. Zo waren er vroeger wel predikanten die 'op de zak' preekten. Hun honorarium (dat bij een predikant wel 'traktement' zal heten) bestond uit wat er tijdens de collecte werd opgehaald. Ik herinner me het verhaal (dat ongetwijfeld apocrief is) over een predikant die al  wilde collecteren voordat hij de preek hield. Voor honderd gulden hield hij een preek van een half uur, voor vijftig gulden een van een uur en voor driehonderd gulden een preek van vijf minuten, kondigde hij aan.

Uit een mond van een predikant die bij ons aan tafel zat, hoorde ik eens het verhaal dat hij wel vertelde als hij de collecte aankondigde: tijdens de maaltijd deelt een jongetje zijn vlees in tweeën. De ene helft wil hij aan de hond geven, die naast zijn stoel zit. Meteen grijpt vader in: 'Dat gebeurt niet! Dat is goed vlees en dat eet je zelf op.' Na de maaltijd vraagt de jongen of hij dan de botjes aan de hond mag geven. De vader stemt toe. De jongen verzamelt de botjes, legt ze in het bakje van de hond en zegt: 'Sorry, jongen. Het was als offer bedoeld, maar het is een collecte geworden.'

Ooit las ik een boekje over de Doleantie in Bennekom. Daarin stond een passage over de diaconie, die klompen verstrekte aan de armen. In die klompen stond op de kap een A gesneden, van 'Armen' dus. Waarom de kerk meewerkte aan de stigmatisering van de armen, is mij niet duidelijk. Om geld uit te sparen? Ik kan mij voorstellen dat iemand liever op versleten klompen loopt dan op klompen met een A.

De diaconie deelde op meer plaatsen klompen uit. Van de hervormde gemeente in Tiel is zelfs een heus klompenboek bewaard, waarin gerigstreerd staat welke gezinnen (van 1901 tot 1943) werden bedeeld met klompen.

Soms kwam de diaconie op onverwachte manier aan haar geld. In 1708 zette ene Willem Nuys in Gorinchem de legerpredikant voor schut. Diens Gorcumse collega’s klaagden een uur lang ten huize van de burgemeester. Daarna kwamen stadsbestuur en rechtbank in spoedberaad bijeen. Men nam een kordate resolutie over deze ‘enorme en buytensporige stoutheyt’: Willem moest gedurende zes weken zijn winkel sluiten en binnen vierentwintig uur 250 gulden aan de Hervormde diaconie betalen. Die kocht daarmee zo’n 750 ton turf voor de armen.

Willem schreef het stadsbestuur onderdanig, dat het rechtvaardige besluit helaas zijn gezin met vier kinderen ruïneerde. Hij was puur onbedachtzaam geweest en niet uit op belediging der Hervormde godsdienst. Goedertierenlijk permitteerde men hem zijn winkel al na drie weken te openen. De anekdote vond ik hier.

Een anekdote waarvan ik zelf getuige was, plaatste ik hier. Ook ooit opgevangen, maar waarschijnlijk verzonnen, is het verhaal over de predikant die vertelde dat er een collecte zou zijn 'ter bestrijding van deze dienst.'

Aangezien de collecte elke zondag terugkwam (en nog terugkomt) is er natuurlijk best eens wat vreemds voorgevallen. Iedere kerkganger zal dan ook wel zijn eigen verhalen hebben. Die hoor ik dan graag een keer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen