Als ik er een seizoen examineren voor de Staatsexamens op heb zitten (vlak voor en in de zomervakantie), heb ik altijd een lijstje met boeken die op boekenlijsten voorkomen, maar die ik nog niet gelezen heb. Daarom heb ik onlangs Net echt van Saskia de Coster gelezen en Tussenjaren van Yannick Dangre. Nou ja, dat laatste boek was eigenlijk een tip van een collega.
Op mijn lijstje staan nog een heel stel titels, waaronder Wat ons nog rest (Aline Sax), We moeten praten (Jan van Mersbergen), Trofee (Gaea Schoeters) en Jente Posthuma (Mensen zonder uitstraling). Winarta, van Basuki Gunawan, stond ook op die lijst, maar dat heb ik intussen gelezen.
Basuki Gunawan (1929 - 2014) is een Indonesisch schrijver; hij werd geboren op Java, onder het koloniale bewind. Na de Japanse bezetting werd hij tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog lid van een guerilla-eenheid die opereerde tegen de Nederlandse bezetting.
De nieuwe stem
Hij kon met een studiebeurs naar Nederland, waar hij promoveerde in de sociologie. Vroeg in de jaren vijftig werd hij met tuberculose opgenomen in het Studenten Sanatorium in Laren. Daar schreef hij Winarta, dat hij opdroeg 'Aan mijn vrienden in het Nederlands Studenten Sanatorium'. De novelle verscheen in vier afleveringen in jaargang 9 van het blad De nieuwe stem. De tekst is op DBNL niet in te zien ('op verzoek van de rechthebbende'). In de inhoudsopgave is te zien dat de schrijver vooraf een stukje van een bladzijde of vier geschreven heeft, met de titel 'Strijder'. Is dat een inleiding geweest? Stelt de auteur zichzelf voor? Vanachter mijn bureau is dat niet meer na te gaan.
Eerlijk gezegd had ik nog nooit van Winarta gehoord. Het verscheen in 2022 als boek, uitgegeven door Alfabet Uitgevers, met een voorwoord van Gustaaf Peek. In 2024 volgde een tweede druk. Het was niet de eerste keer dat de novelle in boekvorm verscheen, maar wel, voor zover ik kan nagaan, voor het eerst dat het als zelfstandige uitgave verscheen. Daarvoor werd het opgenomen in de bloemlezing Moderne Indonesische verhalen (1967), samengesteld door Beb Vuyk en A. Teeuw en in De keerzijde van de medaille, 1940 - 1950. Verhalen van Indonesische auteurs. (1982), samengesteld door Joop van den Berg. In de bespreking ervan in NRC Handelsblad van 28 januari 1983 noemt Gerard Termorshuizen ook de eerdere uitgave, waarnaar Van den Berg blijkbaar niet juist verwezen heeft.
Op de Wikipediapagina die aan Basuki Gunawan gewijd is (waarvan ik ook enkele zaken die ik hierboven noem overgenomen heb), wordt gezegd dat in Winarta de Indonesische revolutie beschreven wordt vanuit het perspectief van een Indonesiër. Strikt genomen is niet na te gaan of dat zo is. Indonesië wordt namelijk niet genoemd, net zo min als Nederland. Er wordt wel gesproken over 'de vijand'.
Gezien de achtergrond van Gunawan zal de onafhankelijkheidsoorlog wel de aanleiding zijn geweest, maar mogelijk heeft Winarta een bredere strekking. Ik moest daarbij denken aan het werk van Armando, bijvoorbeeld Aantekeningen over de vijand (1981), waarin met 'de vijand' zeker niet alleen 'de Duitser' wordt bedoeld.
De openingszin, die meteen de openingsalinea van Winarta is, luidt: 'De oude cipier is weggegaan'. Het deed me denken aan de eerste zin van Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans, maar dat verscheen pas veel later, in 1966.
In de gevangenis
Winarta zit gevangen. De oude cipier komt soms met hem praten. Hij bewondert zijn gevangene, net zoals sommige andere gevangen dat doen.
Het stoort me dat ze mij zo bewonderen. Maar het kan ook niet anders. Zelf heb ik geen zin om hun de ware toedracht te vertellen. Het zou niet goed voor hen zijn. Ik ben bereid mijn rust op te offeren voor hun illusie. Daarom vind ik het goed dat ze mij bewonderen, ook al stoort het me. Ik heb nooit vrienden onder mijn strijdmakkers gemaakt. Naast hun bewondering vrezen ze mij. Ik ben anders in hun ogen. Ik ben de Moedige. Ze begrijpen me niet omdat ik de Moedige ben. Misschien hebben slechts mijn laatste commandant en nog enkele anderen mij een beetje begrepen.
Even verder neemt Winarta dat laatste terug:
Alles bij elkaar genomen heeft niemand mij werkelijk begrepen. Ook mijn commandant niet met al zijn menselijkheid.
Daarna krijgen we te horen wat eraan vooraf is gegaan. Winarta volgt een medische studie, met de gedachte dat hij zijn medemensen zou kunnen helpen, maar in het derde jaar komt hij tot de conclusie dat de gezondheid van zijn medemensen hem eigenlijk weinig kan schelen. Hij houdt de studie vol, met de gedachte dat hij als arts rijk kan worden, maar ziet in dat er snellere manieren zijn om dat te bereiken. Zijn vader zou graag zien dat zijn zoon academicus was en hij wil zijn vader wel een plezier doen, maar bedenkt ook dat zijn vader vandaag of morgen dood zal gaan en dat zijn studie dan zinloos is geworden.
Revolutie
Als hij de studie op wil geven en zich wil wijden aan de schilderkunst, breekt 'de revolutie' uit.
Het verwonderde me niet dat het gebeurde. Hoewel ik met instemming het bericht vernam, kon het me toch weinig schelen. Ik wenste afzijdig te blijven van dingen die 'het volk' betroffen. Zulke dingen interesseerden me niet. Het volk was mij steeds vreemd, zoals ik voor het volk. Onze wegen konden nooit hetzelfde zijn.
Zowel wat betreft zijn studie als de revolutie valt het volkomen gebrek aan idealisme of aan engagement op. De zinloosheid van alles, keert steeds terug.
Een maand na het uitbreken van de revolutie krijgt Winarta het bericht dat zijn ouders door de vijand vermoord zijn. Later blijkt dat het gevolg van een misverstand: de vijand was op zoek naar iemand anders met dezelfde naam.
Winarta, wiens naam dan trouwens nog niet in de tekst genoemd is, moet in zijn onderhoud voorzien en denkt dat hij dan wel ambtenaar moet worden.
Wat min of meer vaststond ws dat ik door mijn zwakke positie na de brand en de dood van mijn ouders onvermijdelijk moest huichelen ten opzichte van mijn medemensen. Mijn huidige toestand was zo kwetsbaar dat ik niet mezelf kon bijven. Ik moest dus meer aandacht schenken aan de meningen van anderen. Voor mezelf vond ik die niet belangrijk. Meningmaal had ik dat ook laten blijken. Nu kon het niet meer.
Winarta maakt kennis met Nuraina, wier naam 'licht van mijn ogen betekent'. Zij noemt hem Narta, de eerste keer dat de naam van de hoofdpersoon genoemd wordt.
Hij is van haar gecharmeerd, wat weer onderkoeld geformuleerd wordt: 'Ik zag in ieder geen reden om niet van haar te houden.'
Doch in deze omstandigheden zou men uiterst sentimenteel moeten zijn om zoiets toe te laten. Dit was zeker niet geschikte tijd om iemand lief te hebben.
In de trein
In het tweede deel gaat Winarta met de trein op reis. Hij heeft een gesprek met een oude man in de coupé. Ze zien hoe een reiziger uit de trein gesleurd en mishandeld wordt. De oude man vertelt dat het een spion is. Als Winarta vraagt hoe ze weten dat het een spion is, zegt de man: 'Dat zien ze aan zijn gezicht.'
Hij heeft met de man een gesprek over rechtvaardigheid. De oude man:
Voor mij is wat u willekeur noemt rechtvaardigheid en wat u rechtvaardig noemt kortzichtigheid.
Winarta meldt zich aan bij Strijdgroep X. Op de vraag waarom hij zich bij de strijdgroep wil aansluiten, antwoordt hij dat hij tegen de vijand wil vechten.
'Je wilt dus strijden voor land en volk, nietwaar?'Ik begreep niet waarom hij 'dus' zei, want vanzelfsprekend leek me dat niet. Ik antwoordde: 'Het is moeilijk te zeggen. Ik weet het niet.
Ook nu weer: geen idealisme, geen hoger doel. Maar ook geen huichelachtigheid. Winarta vertrekt twee weken later naar het front.
Aan het front
Bij een van de acties wordt een jongen van veertien jaar gearresteerd.
De spion was een jongen van ongeveer veertien jaar oud. Het verwonderde me dat de vijand niet schroomde kinderen te gebruiken, maar ik bedacht dat er oorlog was.
Bij de ondervraging wordt Winarta kwaad.
Wat een brutale jongen, een brutale spion, flitste het door mijn hoofd. Later zou hij een gevaarlijke spion worden, die door een vergissing het geluk van onschuldige mensen zou vernietigen. Mijn hoofd begon te gloeien. Ik dacht aan mijn ouders.
Hij doodt de jongen en daarvan slaapt hij een nacht lang slecht.
De jongen met de afgesneden hals kwam me nog enkele malen voor de geest. Hij was het slachtoffer van duistere machten geworden. Hij kon er niets aan doen, evenmin als ik. Ik kon toch geen uitzonderingen maken, wilde ik niet aan mezelf twijfelen? Het was me duidelijk dat mijn weg doordrenkt zou zijn met bloed. En ik aanvaardde dat.
Hevige strijd
In het derde deel zal blijken dat die weg inderdaad doordrenkt is met bloed. Als de commandant van de eenheid voor een operatie naar het ziekenhuis moet, heeft Winarta het commando. Een bange jongen gooit zijn geweer weg en loopt weg. Winarta doodt hem.
Ik riep hem toe dat hij terug moest maar hij wilde niet meer luisteren. Ten einde raad joeg ik hem een kogel door het hoofd. Hij was op slag dood. De jongens zwegen en bespiedden de vijandelijke soldaten.
De strijd die volgt is hevig. Na afloop kijkt de gewonde Winarta om zich heen.
Ik bekeek mijn manschappen. Ik telde ze. Allen compleet. Geen enkele levende behalve ikzelf.
Als hij terugkeert, spreken de anderen 'van een heldenstrijd en een heldendood van ons peloton', maar de commandant, Abubakar reageert anders:
'Ik ken je langer dan vandaag. Jij hebt de boel verpest. Jij bent verantwoordelijk voor hun dood.'
Winarta stijgt wel in de achting van zijn commandanten en zijn meerderen. Omdat hij bij volgende acties niet meer gewond wordt, schrijven de soldaten hem een zekere lichamelijke onkwetsbaarheid toe.
Leegte
Op een gegeven moment wordt de wapenstilstand getekend. Dat zorgt voor een gevoel van leegte. Winarta is te zeer gehecht geraakt aan de spanning van de strijd. Hij zoekt vertier in de stad en bezoekt bordelen. Als de leegte hem bijna te gronde richt, breekt er weer een tijd van strijd aan: de communistenopstand. Afdelingen van het leger lopen over naar de opstandelingen.
Door beide partijen werden heldendaden verricht en wreedheden begaan. Het werd een bloedige strijd als nooit tevoren.
Winarta ziet de opstandelingen als een vijfde colonne, omdat ze met hun opstand de weerbaarheid tegenover de vijand aantasten. Hij neemt met zijn compagnie een groep gevangen, die hij verdeelt in meelopers en schuldigen. De meelopers moeten een maand lang dwangarbeid verrichten. 'Voor de schuldigen zag ik geen andere straf dan de dood.'
Er worden tien jongens geëxecuteerd.
Ik vond de jongens te jong om te sterven, maar ik kon er niets aan doen. Ze hadden het immers zelf gewild.
Terug naar de maatschappij
Als Winarta getroffen wordt door een granaat, wordt hij opgenomen in een militair hospitaal. Daar komt hij tot de conclusie dat hij genoeg heeft van zijn daden.
Het was een zinloze bezigheid geweest. Om een zinloosheid te wreken had ik zinloosheid bedreven! Ik zag in dat de strijd me niets meer kon bieden. Ik nam me voor het leger te verlaten en terug te keren in de maatschappij.
Hij overweegt zelfmoord, maar vindt dat die dan wel zin moet hebben. 'Maar welke zin moest ik aan zelfmoord geven? Ik kwam er niet uit.'
Het gebrek aan idealisme, het ervaren van zinloosheid, je weg moeten kiezen, maar eigenlijk geen leidraad hebben. Voor mijn gevoel past dat bij het existentialisme, dat pas in de jaren zestig prominente aanhangers zou krijgen. Winarta lijkt me goed binnen deze stroming te passen.
Aan het begin van het vierde deel bevindt Winarta zich weer in de maatschappij. Hij is intussen getrouwd. Maar dan begint de tweede militaire actie. Hij bewerkstelligt een echtscheiding en neemt weer dienst in het leger.
Met een klein groepje dringt hij een stad binnen, op weg naar een munitiedepot van de vijand, dat ze inderdaad in brand kunnen steken, waarna ontploffingen volgen. Winarta is de enige die het overleeft en op vrije voeten blijft, maar hij wordt gezocht. Winarta weet dat hij geen kans heeft om te ontsnappen.
Ratna
Hij zoekt onderdak bij een prostituée, Ratna. Eigenlijk wil hij niet meer terug. Als Ratna vraagt of hij genoeg heeft van zijn vrienden, zegt hij dat hij genoeg heeft van de strijd.
'Ben je teleurgesteld in je idealen?''Nou niet bepaald. Dat kan trouwens ook niet. Ik houd er geen idealen op na.''Waarom ga je dan strijden?''Ik strijd omdat ik daar zin in heb. Ik zou liever zeggen: moorden.'
Ik aarzelde. Naar mijn compagnie terug... en alleen en eenzaam zijn... een moordenaar tussen idealisten... een mens die de zin van zijn daden niet inzag en die niet kon verantwoorden.
Winarta blijft bij Ratna en er lijkt toch iets van warmte tussen die twee. Maar Ratna kan niet voorkomen dat Winarta gearresteerd wordt. Uit het begin van het boek weten we dat hij in de gevangenis terechtkomt.
Kale stijl
Winarta is een sterke novelle, geschreven in een vrij kale, maar krachtige stijl. In de inleiding vergelijkt Gustaaf Peek het boek met Het bittere kruid van Marga Minco en De ondergang van de familie Boslowits van Gerard Reve. Of dat terecht is, kan ik niet goed beoordelen. Daar zou ik de andere twee vor moeten herlezen.
Voor mijn gevoel is Winarta meer ontluisterend, meer gespeend van elke menselijkheid. Winarta ontwaart de zinloosheid van alles wat hij doet. Hij leeft voor de strijd, omdat die spanning geeft, maar ook daarvan ziet hij de zin niet meer in. Er lijkt iets van warmte te zijn tussen Ratna en hem, maar die houdt geen stand.
Als je leest, kun je meeleven met de hoofdpersoon, maar je kunt eigenlijk niet met hem meevoelen, omdat elk gevoel lijkt te ontbreken. Dat maakt het lezen van Winarta tot een verbijsterende ervaring.
Andere publicaties
De naam Basuki Gunawan was hiervoor niet tot mij doorgedrongen, al heeft hij meer geschreven dan alleen deze novelle. Tjalie Robinson meldt in een van zijn krantenstukjes dat er een tekst (een gedicht?) van Gunawan in het Fries is vertaald: De nieuwsgier, 12 oktober 1954.
In het jaar dat Winarta in afleveringen gepubliceerd werd, schreef hij een ingezonden brief in De Gooi- en Eemlander (20 maart 1954)
In 1956 was werk van hem voor de radio te horen, zo lezen we in de Preangerbode van 12 april van dat jaar. Bij het herdenken van de jong gestorven Indonesische dichter Chairil Anwar werd er werk van tien jonge auteurs ten gehore gebracht en onder hen bevond zich Basuki Gunawan.
Verder heeft Gunawan vooral non-fictie gepubliceerd. Als socioloog publiceerde hij Indonesische studenten in Nederland, wat besproken werd in De Tijd, dagblad voor Nederland van 30 augustus. In dezelfde krant werd op 28 januari 1969 Kudertá, Staatsgreep in Djakarta besproken.
Andere auteurs
Het is goed dat Winarta opnieuw uitgegeven is. Er is niet zo veel Nederlandstalig werk van Indonesische schrijvers. Ik ken verder alleen Suwarsih Djojopuspito en Noto Soeroto. Deskundigen op dit gebied zullen meer auteurs kennen, maar ik heb de indruk dat het er in totaal weinig zijn. Van Noto Soeroto heb ik vijf bundels in mijn boekenkast staan. Als student aan de pedagogische academie plaatste ik een van zijn gedichten in de schoolkrant, waarvan ik redacteur was. Mijn lerares Nederlands deed daar wat lacherig over. Niet omdat ze het een slecht gedicht vond, maar omdat ze de auteur niet kende en hem daarom als obscuur beschouwde.
Ik dank de examenkandidaat die Winarta op zijn of haar lijst heeft gezet en mogelijk ook de docent die hem of haar daarop gewezen heeft. Het boek is alweer vier jaar uit en het wordt onderhand wel tijd dat meer leerlingen het gaan lezen. Het is niet dik (zo'n 125 bladzijden) en dat helpt misschien ook. Vooruit, naar de bibliotheek!



Geen opmerkingen:
Een reactie posten