zaterdag 28 januari 2017

Wil (Jeroen Olyslaegers)


Er zijn genoeg goede romans. Je kunt tevreden knikken als je die gelezen hebt: ik heb mijn tijd niet verspild. Af en toe zijn er romans die meer zijn dan goed. Geen tevreden knik, maar een diepe zucht als je zo'n boek gelezen hebt. Dat overkwam me bij bijvoorbeeld bij La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer, bij Dertig dagen van Annelies Verbeke en ook bij Dit zijn de namen van Tommy Wieringa.

Het is misschien niet eerlijk om Wil (of eigenlijk WIL, geloof ik) van Jeroen Olyslaegers met dit soort boeken te vergelijken, maar het doet er niet zo heel veel voor onder. Het is een verrot goed boek.

De hoofdpersoon in Wil is de zeer oude Wilfried Wils. In de Tweede Wereldoorlog was hij een jonge politieman in Antwerpen. Hij heeft indertijd geprobeerd de oorlog door te komen en dat lukte hem niet zonder vuile handen te maken. Nu herleest hij zijn oorlogsdagboeken en schrijft hij alles op, voor zijn achterkleinzoon.

Tenminste, dat moeten we aannemen. Misschien mompelt hij het slechts voor zich uit en misschien zelfs dat niet. Nicole, die de oude Wilfried Wils bijstaat, zegt: 'Soms denk ik dat gij simpelweg niet meer weet of ge nog iets tegen mij zegt of alleen maar in uw hoofd.'

Zijn kleindochter Hilde, zijn 'dwarse oogappel', is overleden en dat brengt hem uit zijn evenwicht. Pas aan het eind van het boek snappen we wat er aan de hand is en waarom Wils zijn verhaal wil vertellen.

 Politieman in de oorlog - dat was een lastige positie. In hoeverre moet je immers doen wat je opgedragen wordt? Over de Nederlandse situatie gaat de documentaire 'Zij deden hun plicht' (2000), zie hier. Olyslaegers roept voor ons de situatie in Antwerpen op. Wilfried Wils kent mensen die Joden laten onderduiken, maar hij onderhoudt ook banden met een man die door hem Nijdig Baardje wordt genoemd en die moet van Joden niets hebben. Dat betekent dat Wils voor beide partijen verdacht is, waardoor hij een eenzame positie inneemt.

Meebuigen, zo lang het kan, lijkt het devies van velen. Er zijn mensen die wel hun rug recht houden. Een collega van Wils weigert mee te doen als er Joden opgepakt moeten worden. Hij komt er zonder zware straf af, omdat de klus door zijn collega's wordt geklaard:
'Ge weet toch waarom hij niet naar Breendonk moet?' Gastons stem klinkt venijnig. 'Omdat wij hebben gedaan wat er gedaan moet worden. Wij hebben de smeerlapperij opgekuist zonder hem. De Duitsers zijn al lang content. Snapt ge dat? Daarom zit hij nog thuis.'
Zijn principiële daad wordt vooral als oncollegiaal gezien.

Wilfried Wils is geen slecht mens en hij heeft zelfs uitgesproken goede daden gedaan in de oorlog. En toch ging hij ook over de schreef. Iemand is niet alleen maar goed of kwaad; vaak is hij beide. Achteraf is het gemakkelijk oordelen over degenen die het kwade deden. Wilfried Wils schrijft daarover:
Mensen zeggen al wel eens dat ge eerst in andermans schoenen moet staan voor ge echte kennis opdoet. Maar ook dat is schijnheilig want met andermans schoenen wordt altijd weer bedoeld: die van het slachtoffer. Geen woord wordt er gerept over de schoenen van hen die zich misschien geprikkeld voelen mee te doen. Voor ge bloeddorst van een ander aanklaagt, van iemand die ge zelfs niet kent, die ge alleen maar gezien hebt op televisie of waar ge een en ander over gelezen hebt, zoudt ge verplicht moeten worden om te ervaren wat heimelijke bloeddorst betekent die wordt aangemoedigd door hen die de touwtjes in handen hebben, wier spel gij meespeelt, of ge nu wilt of niet, de bloeddorst, met andere woorden, die ieder in zich heeft. Uw wereld, jongen, is omgeven door schermen, alles wat uw generatie, die van uw vader en zelfs die van wijlen uw grootvader werd voorgehouden is verontwaardiging op commando, het is een gejank op afstand met de onderdrukten en de kapotgekapte lijken die u met grafstem worden aangewezen.
Het hele boek leven we mee met Wilfried Wils en zijn dilemma's. We willen weten wat er in de oorlog gebeurd is en ook wat er onlangs met kleindochter Hilde is voorgevallen. Dat laat de lezer doorbladeren. Zoals uit het geciteerde fragment hierboven al blijkt, heeft Wils ook nog een toon, een vertelstem waarnaar je gemakkelijk luistert.

Olyslaegers heeft dan ook een roman geschreven die leest als een trein. Hij roept een duidelijk beeld op van de oorlogstijd. Maar een enkele keer twijfelde ik eraan of de details wel klopten met de tijd: gaven mensen elkaar drie zoenen? Had een gulp niet knopen in plaats van een rits? Dat zijn kleinigheden. De setting is zeer geloofwaardig.

Belangrijker is dat Jeroen Olyslaegers aandacht vraagt voor de daders tegen wil en dank, de mensen die niet wilden en toch in de positie raakten. Natuurlijk moeten we morele oordelen vellen, maar we moeten tegelijk beseffen dat het achteraf altijd veel te gemakkelijk oordelen is. 

Dat maakt Wil tot een ongemakkelijk boek: het heeft een hoofdpersoon met wie je je identificeert, maar van wie je ook afstand wilt nemen, omdat je sommige van zijn kanten liever niet in jezelf wilt herkennen. Zelf sta je immers altijd aan de goede kant, maak je je wijs. Olyslaegers houdt je een spiegel voor: maak je maar geen illusies.

Geleid door de natte vinger had ik Wil boven aan het lijstje gezet van de beste boeken van vorig jaar die ik niet gelezen had. Ik moet mezelf gelijkgeven: het boek staat terecht op die lijst. Nu nog een prijs of een nominatie voor Olyslaegers. Ik ben voor!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen