dinsdag 24 januari 2017

Robert Anker (1946 - 2017) overleden


Vorige week zag ik zijn naam voorbijkomen, op een dag dat er nog andere bekende doden te betreuren waren: Robert Anker. Anker was geen schrijver die ik volgde, al heb ik wel wat van hem gelezen.

Het meest intensief las ik de gedichtenbundel Nieuwe veters (1987). Die lag enkele maanden op mijn nachtkastje en ik bleef door de gedichten geboeid. Ik kocht al vrij snel daarna Waar ik nog ben (1979) en nog weer later In het vertrek (1996). Nu ik door die laatste bundel blader, komen veel gedichten mij niet vertrouwd voor. Heb ik ze wel gelezen?

Van zijn proza kocht ik De thuiskomst van kapitein Rob (1992). Die bestelde ik bij de ECI, die indertijd de serie 'Schrijvers van nu' had: gebonden boeken, met een stofomslag. Ik herinner me ook nog dat ik het wel een goed boek vond. Maar waar ging het over? Dat is uit me weggezakt.

De dikke roman Vrouwenzand (1998) las ik ook. Ik vermoed dat ik het boek gerecenseerd heb, wellicht voor een obscuur Vlaams blad. Ja, iets met een relatie. Het boek beviel me niet zo.

Enkele boeken van Anker kregen aardig wat publiciteit. Bijvoorbeeld Een soort Engeland (Libris Literatuurprijs 2001) en Hajar en Daan (2004). Van beide boeken nam ik mij voor ze te lezen, maar het kwam er niet van. Een paar maanden geleden kocht ik Een soort Engeland. Het ligt op het stapeltje met boeken waar je altijd nog een keer naar kunt grijpen. Die stapel bestaat uit een paar romans van Brakman, iets van Louis Paul Boon, een Haasse, Het glinsterend pantser van Vestdijk.

Toen ik al jaren niets van Anker had gelezen, kwam Fortuyn en liefde op mijn pad. Ik zie bij het terugdenken eraan een gracht voor me en enkele pakhuizen. Het moet een verhalenbundel zijn, maar ik herinner me de meeste verhalen niet meer. Het zal best een goed boek zijn geweest, maar ik ben het kwijt. Ik kan er niets aan doen, maar op de poëzie na, is het werk van Anker in het afvoerputje van mijn geheugen verdwenen. Blijkbaar gaat het zo, al blijft het triest.

Anker was een goede schrijver al heb ik te weinig proza van hem gelezen waar ik echt enthousiast over was. Hij heeft aardig wat prijzen gekregen. Naast de al genoemde Librisprijs: De Jan Campertprijs (voor de dichtbundel Van het balkon, 1983); de Herman Gorterprijs (voor Nieuwe veters); de F. Bordewijkprijs voor De thuiskomst van Kapitein Rob.

Ik herinner me ook lovende recensies over zijn dichtwerk, bijvoorbeeld De broekbewapperde mens (2002). Zoals gezegd, die gedichten staan me nog wel bij. Ik tik er eentje over uit Nieuwe veters:

De loper los 
Hoe hij loopt daar loopt hij maar zijn schoenen zijn te groot.
De plantsoenen zijn te klein, waar hij een rug is op een bank. 
Daarom neemt hij wel een bus, hij is zijn route kwijt.
Flarden wind en regen bij de dokken die hij vindt,
het dichtgetimmerde café, een beeldroman en blik. 
Ik roep: verzin een plicht! Maar hoe hij luistert, niemand roept.
Hij formuleert nauwkeurig en hij lacht zich er wel door. 
Trap op, al is het licht kapot, de loper los.
In de keuken neemt hij plaats achter een zonnebril.
Hij lost een kruiswoordraadsel op en hoe je de wijn maakt.
Maar hoe je muren overeind houdt zonder huis. 
Een oud balkon, een vuilniszak, een kattebak, de wind.
Maar ook een merel in de regen voor de dag begint. 
De man die de hoofdpersoon is in dit gedicht wordt bekeken: zie nou eens 'hoe hij daar loopt'. Het lijkt wel of hij aangewezen wordt: 'daar loopt hij'.

We krijgen een beeld van een man die op een bankje in het park zit, die in de haven gaat kijken, die een kruiswoordraadsel oplost. Het lijkt een wat doelloos leven, dat hij aan de gang houdt. Hij houd de muren van zijn leven overeind en dat is het wel. Maar ook een leven zonder plicht.

Je zou medelijden met hem kunnen hebben, maar daar is hij misschien toch net te sterk voor. Anker schrijft: 'hij lacht zich er wel door' en dat iemand in de keuken plaatsneemt, klinkt ook nogal plechtig en weloverwogen. De man weet op zijn minst de illusie op te houden dat zijn lot een keuze is.

Natuurlijk kunnen we wijzen op de vuilniszak en op de kattenbak en automatisch drijft de niet genoemde geur het gedicht binnen. Maar er is 'ook een merel in de regen voor de dag begint' en blijkbaar geniet hij daarvan.

Misschien moet de lezer geen medelijden krijgen met deze man, maar met zichzelf, We leven ons geordende leventje en maken ons wijs dat dat de keuze is. We hebben een verplichting verzonnen en dus nemen we niet meer de tijd om naar de haven te slenteren of met een gebogen rug op een bank in het park te zitten.Je kunt je dan ook afvragen in wiens leven eigenlijk de loper losligt.

Dat vind ik het mooie aan zo'n gedicht: er is veel impliciet en we kunnen er lang op kauwen. Een goed gedicht gaat altijd ook over jezelf en in dit gedicht is dat, voor mij althans, wel duidelijk.

Ironie is het leven niet vreemd. De dood ook niet. Op zijn sterfdag, verscheen de nieuwe roman van Robert Anker, die ook nog In de wereld heet. Het zal een goed boek zijn: de recensies waren juichend. Die roman zal ik voorlopig niet gaan lezen. Ik heb Een soort Engeland nog liggen.

Laten we even terugdenken aan Robert Anker en aan zijn werk, waar we vooral aan kunnen denken door het te (her)lezen. En als we toch bezig zijn, laten we dan maar denken aan al die andere dode schrijvers die we misschien niet meer lezen. Louis Ferron bijvoorbeeld, of Alfred Kossmann, Gerrit Krol, Johan Daisne, Gerard Walschap, Tip Marugg, A. Alberts, Anton Koolhaas. En laten we de vrouwen niet vergeten: Hermine de Graaf, Loekie Zvonik, Jo Boer,  Anna Blaman, Renate Rubinstein, Marijke Höweler.

We denken aan ze. Soms.

Te weinig.

© foto Robert Anker: David Anker. Foto welwillend beschikbaar gesteld door uitgeverij Querido

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen