vrijdag 6 maart 2020

Podcast: De man en de maan, Verstilde verhalen, Alle wegen leiden naar Morricone

De drie podcasts van deze week: een Nederlander die met zijn uitvinding naar de maan wil, de verhalen over minder bekende oorlogsmonumenten en een presentatrice die gek is van het werk van Ennio Morricone en die per se de hoogbejaarde componist te spreken wil krijgen. 


De man en de maan


De Nederlandse sterrenkundige Marc Klein Wolt wil graag radiogolven opvangen van vlak na de Big Bang. Op aarde kan dat eigenlijk niet, door de atmosfeer. Op de maan zou al beter zijn, maar dan is er ruis vanaf de aarde. Op de achterkant van de maan zou het het best kunnen, maar daar is nog niemand geweest.

Hij neemt contact op met de NASA en de ESA, maar die hebben geen belangstelling. Gelukkig willen de Chinezen wel, maar het is kort dag en de radiotelescoop moet nog gebouwd worden. Gaat dat lukken? En hoe gaat het samenwerken met de Chinezen?

Over die reis met hindernissen maakte Saar Slegers een podcast. Het is een werk van lange adem geweest, want het project loopt al even en degenen die het wetenschapsnieuws gevolgd hebben, weten intussen al hoe het afgelopen is. Maar in dat lange traject heeft Slegers steeds op het vinkentouw gezeten en ook Klein Wolt heeft voluit zijn medewerking verleend.

Heet van de naald

Zo heeft hij geregeld een audio- of videodagboek bijgehouden, waarin de luisteraar heet van de naald het nieuws krijgt. Dat is al prettig, maar nog meer is de persoon van Klein Wolt dat. Hij is open en ontzettend enthousiast. Door die openheid kun je als luisteraar de persoon dicht naderen. Je bent getuige van zijn optimisme, maar ook van zijn twijfels en soms zelfs van zijn wanhoop. Het is gemakkelijk luisteren naar zo iemand.

Saar Slegers praat met zware huig-r (Saag Slegegs) en daar moest ik even aan wennen, maar na een aflevering blijk ik daar gewoon doorheen te luisteren. Haar betrokkenheid bij het onderwerp is onmiskenbaar, wat niet zo vreemd is als je zo lang je best hebt gedaan om alles van het project te volgen.

De drempel is laag: je hoeft als luisteraar geen wetenschappelijke achtergrond te hebben om de podcast te kunnen volgen. Om te beginnen gaat het niet in de eerste plaats om de techniek en ten tweede wordt alle kennis die je nodig hebt helder overgebracht.

China en Nederland

De samenwerking met de Chinezen is uitermate boeiend en zorgt ook constant voor problemen. Zo is het in Nederland gebruikelijk om eerst alles uit te gaan rekenen en daarna een apparaat te gaan bouwen. Je wilt immers van tevoren weten of het werkt. De Chinezen willen het apparaat gaan bouwen, testen, fouten eruithalen, weer testen enzovoort. Ook blijkt het voor Chinezen lastig, of misschien wel onmogelijk, om toe te geven dat er een fout gemaakt is.

Klein Wolt moet zich een weg banen door een terrein vol voetangels en klemmen en je ziet de valkuilen vaak pas als je erin gevallen bent. Die clash van twee culturen, kun je nu van dichtbij meemaken en dat is bijzonder interessant.

Bovendien is De man en de maan een persoonlijk verhaal. Je gaat met Marc Klein Wolt meeleven en je wilt voor hem dat het allemaal goed afloopt. Of dat zo is? Gauw luisteren. Je vindt de site hier. (Niet letten op de taalfout in de beschrijving van de zevende aflevering).

De vormgeving van een podcast is goed, als je de als luisteraar niet merkt. Dat is hier het geval: er is niets wat afleidt, alles ondersteunt het verhaal, wat ook nog eens een heel goed verhaal is.



Verstilde verhalen

Er zijn vierduizend oorlogsmonumenten in Nederland, hoor ik in het begin van elke aflevering van de podcast Verstilde verhalen. Daaronder bevinden zich ook onbekend, kleine monumenten, getuigend van de plaatselijke oorlogsgeschiedenis. Drie podcastmakers, Ida Albertsboer, Marsha Walraven en Eelco Walraven gaan op zoek naar de verhalen achter de monumenten.

In het begin van elke aflevering overleggen ze kort met elkaar. Dat voegt niet zo heel erg veel toe, maar je kunt er wel uit concluderen dat ze blijkbaar het plan hebben om in elke provincie naar zo'n monument op zoek te gaan.

De drie hebben er een mooie podcast van gemaakt. De oorlog is nog niet over de horizon verdwenen, zodat er nog nabestaanden te interviewen zijn, of mensen die de bewuste personen gekend hebben en een enkele keer zelfs een hoogbejaarde betrokkene, zoals meteen in de eerste aflevering, 'De bewaker van het Petgat.'

Divers

De onderwerpen zijn zeer divers en bij bijna elke aflevering is er wel informatie die de gemiddelde luisteraar eerder nog niet had. Zo had ik nooit van de KPM gehoord, de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij, die van Java via China naar Japan voer. Ida Albertsboer gaat naar het monument in Egmond.

We krijgen een goed beeld van wat de oorlog betekende voor de KPM (alle schepen moesten een heenkomen zoeken in Australië) en dat er veel mensen de oorlog niet hebben overleefd. Zij hebben op heel verschillende wijze de dood gevonden.

Er blijken nog nabestaanden van slachtoffers te zijn, die elkaar in de oorlog gekend hebben en die door deze podcast bij elkaar gebracht worden. Dat noemt Albertsboer 'heel grappig', wat ze wel vaker gebruikt als er niets te lachen valt.

Onbekende stukjes geschiedenis

Ook in de andere afleveringen, allemaal zo ongeveer een half uur lang, gaan we in op onbekende stukjes geschiedenis: een burgemeester die geëxecuteerd werd, een man die mensen hielp ontsnappen uit een werkkamp. Het is goed dat er aandacht wordt gevraagd voor de werkkampen, waarvan er veel geweest zijn, waarbij veel niet meer in de publiciteit komt. Eerder schreef ik over het boek Wij hadden het leven lief van Janne IJmker, dat ook over de werkkampen gaat.

Schrijnend is het verhaal van een verzetsgroep in Deventer, die op de dag van de bevrijding terechtgesteld werd. Op één persoon na, die onbedoeld het oppakken van de groep veroorzaakte.

Vaak zijn er amateurhistorici, leden van een historische kring bijvoorbeeld, die zich met de plaatselijke geschiedenis hebben beziggehouden. Soms heeft dat audio-opnamen opgeleverd, die nu, jaren later soms, weer ten gehore gebracht kunnen worden. Dan kunnen we de stem van de betrokkene horen, waardoor de geschiedenis dichtbij komt.

Zwijgen

De mensen die geïnterviewd worden, zijn zo mogelijk de kinderen van de betrokkenen. Voor de zoveelste keer blijkt weer dat mensen over veel gezwegen hebben. De oorlog was achter de rug en over wat er gebeurd is, werd niet meer gepraat. Er werd ook niet naar gevraagd, of er werd tevergeefs naar gevraagd.

Verstilde verhalen is een mooie podcast, die helemaal past in de publiciteit rond vijfenzeventig jaar bevrijding. Niet alleen zit je als luisteraar dicht op wat er gebeurd is, maar ik kan me voorstellen dat je in het vervolg ook beter let op al die monumenten die je tegen kunt komen.

Op de site vind je een overzicht van de afleveringen. Als er zo veel monumenten zijn, zouden er ook veel afleveringen mogelijk moeten zijn. Ik neem aan dat er nu twaalf uitzendingen gepland zijn (als er geen uitzending over de Antillen is). Maar wellicht kunnen er meer seizoenen volgen. Ik stem vóór.




Alle wegen leiden naar Morricone

Als je de jaren zeventig bewust hebt meegemaakt, denk je bij de naam Ennio Morricone al gauw aan de film Once Upon a Time in the West (1972). Iedereen had een cassettebandje of LP met die muziek. Voor zover ik me herinner stond de LP enkele jaren in de LP-top.

Maar Morricone heeft (veel) meer gecomponeerd en zijn oeuvre groeit nog steeds: de man blijkt nog steeds te leven. Jet Berkhout kwam ook tot de ontdekking dat Morricone nog leeft en bovendien dat hij nog op tournee is en concerten geeft. Wat drijft zo iemand die de negentig gepasseerd is om zo met de muziek bezig te zijn? Dat zou ze hem willen vragen.

We kennen Berkhout van de vrolijke podcast Beethoven is meer dan een hond. Die podcast maakte ze samen met iemand anders. Nu staat ze er alleen voor. Ze doet verslag van haar zoektocht naar Morricone, een zoektocht die soms iets wegheeft van een jacht.

Kenners en verzamelaars

Ze gaat op bezoek bij kenners en verzamelaars en luistert zich in in het werk van Morricone. Bovendien gaat ze Italiaans leren, want Morricone spreekt alleen Italiaans. Vooral dat laatste is wel een teken van de gedrevenheid waarmee Berkhout zich in het project heeft gestort. Ze doet er alles aan om Morricone te spreken te krijgen.

Ze gaat naar een concert in Luca (dat misschien wel Morricones laatste concert is) en legt contact met  de beide zonen van de componist. NPO Radio 4 is zelfs bereid om een certificaat in het leven te roepen dat overhandigd kan worden aan de meester.

Berkhout is een prettig persoon om te volgen. De toon is de praattoon, ook als ze teksten leest en de stem is helder. Af en toe moet je een 'Fuck!' of 'Fucking hell!' voor lief nemen, maar misschien is dat een 'generatiedingetje' zoals leden van een jongere generatie zouden zeggen. Soms is ze wat bakvisachtig in haar idolatrie.

Te weinig muziek

Wel vind ik dat er veel te weinig muziek in podcastserie zit. Je kunt op Spotify een speellijst beluisteren, maar ik had graag gezien dat de muziek een substantieel onderdeel van de podcast geweest was en dat er niet alleen maar hier en daar een snippertje te horen was of een stukje op de achtergrond waaroverheen gepraat wordt.

Al eerder heb ik verwezen naar de Belgische zender Klara, waar men minder bang is dat luisteraars afhaken bij langere stukken muziek en ik zou ook de podcast De Bach van de dag kunnen noemen, waar het ook echt tijd genomen wordt voor de muziek.

Gelukkig krijgen we in de eerste afleveringen wel aardig wat over de muziek te horen en ook over wat er nu zo goed of in ieder geval zo kenmerkend aan is. Later wordt het meer de queeste van Jet. Best spannend, maar daar raakt de muziek soms wat op de achtergrond.

Afloop van de zoektocht

Hoe de zoektocht afloopt en of Berkhout Morricone daadwerkelijk te spreken krijgt, laat ik natuurlijk in het midden. Wie het wil weten, beluistere de podcast. Dat is overigens geen straf. Ik heb drie afleveringen per dag tot mij genomen en toen was het verzadigingspunt nog niet bereikt. Maar je kunt de podcast natuurlijk ook uitsmeren over een langere tijd.

Wel wil ik een vraagteken plaatsen bij de titel: leiden alle wegen wel naar Morricone? Berkhout komt ook geregeld op doodlopende wegen terecht. Maar goed, binnen de filmmuziek leiden natuurlijk wel veel wegen naar het werk van de componist.

Meer weten? Op de site vind je alle afleveringen.

donderdag 5 maart 2020

Opstaan... En doorgaan (Willem Ritstier)


In het wereldje van de strips is Willem Ritstier een grote naam. Allereerst als schrijver van scenario's. Voor de betreurde Minck Oosterveer schreef hij de verhalen voor series als Zodiak, Nicky Saxx en Ronson Inc. Maar hij schreef ook Ward (getekend door Marissa Delbressine), Roel Dijkstra (tekeningen Roelof Wijtsma) en Saul (Apri Kusbiantoro). 

In 2017, het jaar dat hij de Stripschapprijs ontving, publiceerde hij een graphic novel die niet alleen door hem geschreven, maar ook getekend was: Wills kracht. Het is een persoonlijk boek geworden over het ziekteproces en het uiteindelijke overlijden van Ritstiers vrouw Will. De stijl van tekenen is strak en sober, wat het verhaal krachtiger heeft gemaakt. 

Vervolg

Opstaan... En doorgaan is een vervolg op Wills kracht. Het gaat over het doorgaan na het verlies van de geliefde, de aanwezige afwezige. Soms ligt ze in gedachten nog steeds naast Willem in bed en ze praat tegen hem als hij op de bank ligt: gaat hij haar kleren nog een keer opruimen? 

Ze heeft, zoals we in het vorige boek konden lezen, gezegd dat Willem niet alleen moet blijven. Dus slaat hij aan het daten. Met veel twijfels en met onzekerheid over hoe dat tegenwoordig gaat, dat daten. De scènes die Ritstier schetst, bevatten vaak een mengeling van treurigheid en humor. Het is een wereldje dat ik in strips nog niet op deze manier kende. 

Het huis is leeg, ook omdat Willems dochter het huis uit is en zijn zoon verkering krijgt en daardoor minder thuis is. Dat doet een beetje denken aan Het lege nest van Peter de Wit, maar daar hebben we toch een andere situatie: de ouders hebben daar elkaar nog. 

Zoon

Ook de zoon heeft het niet gemakkelijk met het verlies van zijn moeder. Bij hem uit zich dat in hypochondrie: hij meent van alles te voelen en is bang voor mogelijke kwalen. 

Vaste makker is de hond Yappo, die natuurlijk elke dag aandacht vraagt en die ervoor zorgt dat Willem de deur uit gaat. Een van de vrouwen met wie hij datet blijkt bij hem in de buurt te wonen. Met haar neemt hij geregeld door hoe het met het daten staat. 

Hoe het boek afloopt en of het daten uiteindelijk iets oplevert, laat ik maar even in het midden. Er moet tijdens het lezen ook nog wat te ontdekken zijn. 

Tekenstijl

Ritstier heeft in Opstaan... En doorgaan dezelfde sobere tekenstijl: strakke, vrij dikke lijnen, die binnen een tekening overal dezelfde dikte hebben, en een egale inkleuring. De lichtheid of donkerte van de kleuren geeft vaak weer hoe de stemming is. Gezichten worden niet ingetekend, waardoor elke expressie moet komen uit de houding van de personen. Dat gaat voor de lezer eigenlijk vanzelf: ik heb de gezichten niet gemist. Dat betekent dat Ritstier houdingen en gebaren heel goed heeft weergegeven. 

De emoties weet Ritstier met minimale middelen inleefbaar te maken. Heel goed wordt dat duidelijk in de verhouding tussen de zoon en de vader. Er wordt weinig gesproken over het gemis van Will, maar je merkt dat dat er altijd tussen hangt. De gesprekken lijken soms een beetje afstandelijk, omdat ze langs het eigenlijke onderwerp scheren, maar door de kleine mededelingen heen voel je de betrokkenheid, de vertrouwdheid, de liefde. 

Ritstier is het best als hij zaken impliciet houdt, zoals in dit geval. Je voelt de bezorgdheid en misschien zelfs de onmacht. Je voelt dat hij zijn zoon moet loslaten, die nu hij verkering heeft ook meer zijn eigen gang gaat. Hij gunt dat zijn zoon en tegelijkertijd schrijnt het. Dat dubbele maakt het boek gelaagd. 

Expliciet

Enkele keren is Ritstier wel expliciet, als een soort voice-over. Die tekstjes zijn in grote letters geschreven. Bijvoorbeeld de vraag hoe lang het gemis gaat duren en de mededeling dat de plek op de bank leeg blijft. Ik vermoed dat de auteur hier zowel zijn lezers als zichzelf onderschat. Ook zonder deze teksten maakt hij heel goed duidelijk wat hij wil vertellen. 

In het nawoord wordt nog een keer kort verteld wat we al hebben kunnen lezen. Ook een groot deel van die tekst lijkt me overbodig. Er had volstaan kunnen worden met vertellen van wat er gebeurd is na afloop van het verhaal. 

Het zijn maar kleine smetjes. Ook Opstaan... En doorgaan is een indrukwekkend boek. Ritstier heeft een nietsontziende, warme eerlijkheid, niet alleen tegenover zijn omgeving, maar vooral ook tegenover zichzelf. Het is een particulier verhaal, maar het zou me niet verbazen als het juist daardoor  voor veel mensen in soortgelijke omstandigheden herkenbaar en troostend is. 

Titel: Opstaan... En doorgaan. Verder na verlies.
Tekst en tekeningen: Willem Ritstier
Uitgeverij: Volt
Amsterdam 2020, 200 blz. € 20,- softcover



dinsdag 3 maart 2020

Cliënt E. Busken (Jeroen Brouwers)



In het bos van de literatuur staan bomen van verschillende dikte. Een van de woudreuzen is Jeroen Brouwers. Hij reikt hoger dan veel andere bomen en werpt zijn schaduw breed uit. Misschien moet je van zijn werk houden en misschien zijn er mensen die er geen connectie mee hebben, want Brouwers is een eigenzinnig schrijver met een uitgesproken stijl. Maar ik ben altijd blij met de boeken van Brouwers.

Over zijn vorige roman, Het hout, was ik enthousiast en dat ben ik ook over zijn nieuwe roman, Cliënt E. Busken. Meneer Busken zit in een verzorgingshuis. Hij heeft last van pijn in zijn rug en zit een groot deel van zijn tekst vastgegord in een rolstoel. Hij praat niet en sommigen denken dat hij doof is. Misschien is dat ook zo: hij schrikt van onverhoedse aanrakingen. Zijn handen trillen en hij is  incontinent.

In het hoofd

De buitenwereld kan meneer Busken alleen maar vanbuiten waarnemen, maar de lezer kruipt in zijn hoofd. Daar blijkt Busken iemand die mooi formuleert, die vol woede zit, die scherp observeert en die hoopt dat hij weggehaald zal worden. Uit het verzorgingshuis natuurlijk, maar eigenlijk ook uit het leven.

De opgeslotenheid zagen we vaker in het werk van Brouwers, bijvoorbeeld al in Zonsopgangen boven zee (1977) speelt zich bijna helemaal af in een lift en bij Joris Ockeloen en het wachten (1967) zit de lezer al steeds in het hoofd van de hoofdpersoon.

Soms lijkt Busken helder, maar al gauw kom je erachter dat er ook duisternis is. Zo weet hij zijn eigen voornaam niet en haalt hij woorden door elkaar. Soms moet de lezer dat concluderen: 'ik heb daar enige publicaties over op mijn naam gebracht, waaraan ik mijn internationale reparatie dank.' Soms merkt hij dat zelf: 'werkbesteld, gestellingwerkt, bewerkstelligd.' Of, zoals Busken het nog mooier uitdrukt:
Er wapperen lappen donker zeildoek voor mijn gedachten, het waait daar van zon naar schaduw, alsof ik steeds een andere bril opheb, met witte glazen, met zwarte, al heb ik nooit een bril gedragen, het is bij wijze van spreken, ik ben onrustig daar komt het van, dat gedwarrel van niks naar niks. 

Reputatie

Wat die internationale 'raparatie' (reputatie) van Busken is, wordt niet duidelijk, want hij maakt steeds een ander verhaal van zijn verleden. Hij zou cryptozoöloog geweest zijn, wijsgeer des vaderlands, hoogleraar cybernetica, hij zou voordrachten en televisie-optredens verzorgd hebben, hij zou vijf achtereenvolgende pausen gesproken hebben, hij zou in het leger strateeg bij de generale staf zijn geweest.

Uit zijn dossier blijkt ook niet wat zijn achtergrond is. Voor een deel zijn de formulieren door hemzelf ingevuld en de informatie geeft niet een eenduidig beeld.

Busken is ervan overtuigd dat hij zich nog steeds met belangrijk werk bezighoudt: hij schrijft, in code. De lezer vermoedt dat hij niet veel verder komt dan met kleurpotloden krassen op een wit vel. Ook hierbij komt het beeld dat Busken van zichzelf heeft waarschijnlijk niet overeen met de werkelijkheid.

Agressie

Er zit agressie in Busken, al blijkt dat niet uit hoe hij zich gedraagt. Geregeld denkt hij de wens dat hij een mes heeft. Een keer wil hij zelfs een mes om alles in brand te steken.

Tussendoor krijg je enkele jeugdherinneringen die zich voor een deel afspelen in een land waarvoor je, gezien Brouwers' biografie, bijna automatisch Nederlands-Indië invult. Er is ook een bruin meisje met wie hij optrekt en er is een meneer, die blijkbaar bij zijn moeder hoort.

Belangrijk in de herinneringen is een uitgebreide scène op een schip, waarschijnlijk op de reis van Indië naar Nederland. Het jongetje Busken probeert een blauw vlindertje redden. De vlinders strijken neer op het schip, maar worden daar door vogels weggepikt. Het jongetje bewaart een vlinder in zijn hand, maar een vlinder in een kinderhandje heeft niet zo veel kans om te overleven.

Ook in het heden komt zo'n vlinder voor; de Busken van nu heeft in het begin van het boek ook een vlinder in zijn hand. En misschien is Busken zelf wel zo'n vlinder, opgeborgen in de hand van de zorgverlening.

Genderneutraliteit

In de gedachten van Busken komt af en toe 'genderneutraliteit' voor: er zijn geen broeders en zusters meer, maar verzorgenden en verpleegkundigen. Je kunt aan hun kleding nauwelijks meer zien of het om een man of een vrouw gaat.

In de gedachten van Busken kan een vrouw transformeren in een man of zowel een man als een vrouw zijn. Het lijkt te verklaren uit het verleden van Busken. Hij was een jongetje, maar zijn moeder wilde liever een meisje en kleedde hem ook als een meisje.

Moeder

De verhouding met de moeder is ernstig verstoord. Dat is een thema dat in eerder werk van Brouwers ook al voorkomt. In Het verzonkene (1979) gaat het om de vroegste jeugdherinneringen, ook aan de moeder, die paradijselijk zijn. In Bezonken rood (1981) schrijft hij hoe het jongetje dat de hoofdpersoon is ophield van zijn moeder te houden. De uitgeteerde moeder die hij zag was niet meer de mooie moeder die hij zich herinnerde.

Toen hij na de oorlog naar een pensionaat moest, voelde hij zich door zijn moeder verraden, Ieder die het gelezen heeft, herinnert zich het moment dat moeder en zoon afscheid nemen en de voile die zich op de hoed van de moeder bevindt voor haar gezicht valt, als een traliewerk, waarmee de scheiding onderstreept wordt.

Busken heeft zijn plicht als zoon blijkbaar wel gedaan: hij heeft haar tot haar dood verzorgd, al heeft hij zich daar wel voor laten betalen. Toen moeder overleed, bleek het huis ernstig vervuild. Misschien was Busken toen al zo ver afgegleden dat hij eigenlijk niet meer voor zichzelf kon zorgen.

Nog even

En nu zit hij dus in het verzorgingshuis, met zijn brein dat steeds iets minder helder wordt. Zijn sigaretten zijn zo ongeveer op en juist die maakten zijn leven nog een beetje aangenaam. Aan het eind van het boek stelt hij zichzelf gerust:
Bedaar nu maar, E. Busken, word kalm en beheers je, het vindt nu echt heel spoedig plaats, het kan niet lang meer duren, het staat te gebeuren, het nadert. 
Nog even en hij kan de woede laten varen,  de verlossing is aanstaande. Het leven was al nooit een lolletje in het werk van Jeroen Brouwers en voor E. Busken is het dat ook niet. Toch is Cliënt E. Busken ook een humoristisch boek en het is ook een vitaal boek, want er zit in de observaties van Busken nog veel gedrevenheid en hij heeft zijn oordeel klaar over wat hij ziet en hoort.

Stijl

Het is Brouwers erg goed gelukt om de gedachtestroom weer te geven. Dat doet hij door zinnen aan elkaar te rijgen, door komma's weg te laten, door van de ene halve gedachte op de volgende over te gaan. De cadans van de zinnen is altijd goed, zodat je daarop gemakkelijk doorleest.

In de observaties van Busken krijgt de zorg er aardig van langs. De zorg in dit tehuis natuurlijk, maar misschien staat dat tehuis wel model voor meer. Zo beschrijft Brouwers hoe voor de patiënten (cliënten - nooit patiënten zeggen) het vlees al vooraf in blokjes in gesneden:
In de keuken, of misschien heeft meneer Vondel het al in zijn winkel gedaan, versnijdt men het vlees of zoiets tot blokjes en brokjes en zo wordt het de cliënt voorgezet, opdat deze het niet zelf hoeft te snijden en daar trouwens ook niet in zou slagen met zo'n nauwelijks gekarteld plastic kaboutermesje. Cliënt hoeft de keutel maar aan het kleutervorkje te prikken of op het poppenschepje te schuiven en naar de mond te heffen. Alle eetgerei is van gewichtloos plastic zodat, gelooft het dierentuinbestuur, het alhier gestationeerde volk er een ander noch zichzelf mee zou kunnen verwonden of vermoorden. Wat het bestuur zoal gelooft is nooit zwaarder dan pluis van de paardenbloem. Geef mij een scherp mes om mee te snijden, met tanden om mee te zagen, met een punt zodat ik ermee kan steken en het rechtstandig in het tafelblad rammen. 
Het citaat is langer geworden dan ik van plan was, maar toen ik aan het overtikken was, kon ik moeilijk stoppen. Zo gaat het ook met het lezen: wie eraan begint, gaat ermee door. Cliënt E. Busken is een boek om voor op te blijven.

Eerder schreef ik over:
Het hout
Feuilletons. Een selectie
Restletsels
Bittere bloemen

zaterdag 29 februari 2020

Podcast: God's President, De Keukencast, Van Albanië tot Zwitserland

Drie podcasts: Robin de Wever onderzoekt hoe het mogelijk is dat Amerikaanse christenen Donald Trump steunen, Eva Postuma de Boer praat zes keer met twee gasten over een ingrediënt dat gebruikt wordt in de keuken en Evert de Graaf vertelt over de geschiedenis van alle Europese landen.


God's President

Robin de Wever schrijft stukken voor De Correspondent over religie. Hij schrijft ook in Trouw en werkt voor de Evangelische Omroep. Samen met Tijs van den Brink ging hij naar Amerika, omdat de twee zich afvroegen hoe het toch mogelijk is dat zoveel Amerikaanse christenen Donald Trump steunen. Trump lapt immers nogal wat geboden van God aan zijn laars.

Tijs van de Brink maakte een televisieserie, God, Jesus, Trump. Als bijna-niet-kijker heb ik die aan mij voorbij laten gaan. Robin de Wever maakte een podcast: God's President.

Het is een heerlijke podcast geworden van vijf afleveringen (van tussen twintig minuten en drie kwartier), waarvan op 27 februari 2020 de laatste aflevering is verschenen. Je vindt ze op de gebruikelijke plaatsen terug, bijvoorbeeld hier.

De Wever gelooft, zoals meer mensen in West-Europa: vragend, twijfelend; meer vanuit de vragen dan vanuit zekerheden. Steun voor Trump kan hij niet verenigen met zijn eigen normen en waarden. Hij gaat naar Amerika om daar te praten met de 'evangelicals', die geen enkele twijfel lijken te kennen en die Trump zien als door God gezonden.

De Wever praat niet alleen met al dan niet willekeurige stemmers, maar bijvoorbeeld ook met een burgemeester. In de laatste aflevering is hij te gast in een radioprogramma van een station dat erg op de hand van Trump is. Er wordt alles aan gedaan om hem uit de tent te lokken, waarbij hij weer de typische 'liberal' zal zijn uit West-Europa. Dat maakt hem behoedzaam, maar aan de andere kant worden er ook dingen gezegd die hij niet over zijn kant kan laten gaan.

Het moet een verwarrende ervaring zijn geweest voor De Wever. Hij komt bijzonder veel aardige mensen tegen en hij wil het liever niet met hen oneens zijn, maar hij snapt niet waarom ze denken zoals ze doen. Nou ja, langzamerhand krijgt hij steeds meer begrip voor hen.

Het mooie is, dat in de laatste aflevering blijkt dat dat begrip wederzijds is en dat is best bijzonder. Amerika is een zeer gepolariseerd land, waarin mensen nog meer dan hier in hun eigen bubbel lijken te leven. Een tegenstem horen en daarna niet naar elkaar schreeuwen, maar naar elkaar luisteren is dan ook heel bijzonder.

De eerlijkheid van de podcastmaker, de bereidheid om kwetsbaar te zijn, gepaard aan oprechte nieuwsgierigheid maken God's President tot een waardevolle podcast. Dit soort podcasts zouden er meer gemaakt moeten worden, juist over onderwerpen waarover controverse is, zoals Zwarte Piet, genderneutraliteit, klimaatcrisis, vluchtelingenprobleem.

Luisteren is niet gemakkelijk en het vereist dat je je wapens neerlegt en de ander aankijkt. Dat zal bijvoorbeeld op Twitter niet snel gebeuren, vermoed ik. Maar het zou een mooi begin zijn: niet je eigen gelijk uitschreeuwen, maar aan de ander vragen waarom hij vindt wat hij vindt.


De Keukencast


De formule van Keukencast is origineel: in elke aflevering wordt een ingrediënt besproken dat je bij het koken gebruikt: aardappel, kip, zalm, ei, gember, boerenkool. De zes afleveringen verschenen van september tot november 2019.

Keukencast is een podcast van Eva Posthuma de Boer, die enkele kookboeken heeft geschreven. In elke aflevering zijn er twee gasten, die ook het een en ander van koken weten.

Van de zes afleveringen beluisterde ik er drie: 'Aardappel' en 'Ei', met Mari Maris en Jacques Hermus en 'Gember', met Jacques Hermus en Jigal Krant. Krant vliegt in die uitzending nog wel eens uit de bocht: hij beweert dat witte kippen witte eieren leggen en bruine kippen bruine. Gelukkig gaat hij niet zo ver dat hij beweert dat zwarte kippen zwarte eieren leggen. Ook is hij ervan overtuigd dat een normale kip maar een keer per maand een ei legt.

Ook de andere twee weten niet altijd hoe het zit, en dan moet de technicus corrigeren: die heeft de juiste informatie blijkbaar even opgezocht op zijn telefoon.

Dat hadden de drie gesprekspartners dus ook kunnen doen bij de voorbereiding, maar blijkbaar is dat niet gebeurd. De best geïnformeerde is Eva Posthuma de Boer, maar die komt ook vaak niet zoveel verder dan wat je als luisteraar al weet. Van de andere twee vraag ik me af of ze de uitzending wel voorbereiden.

Ze vinden het leuk om over eten en voeding te praten en dat doen ze best gezellig, maar je merkt dat er geen degelijke voorbereiding aan vooraf is gegaan. In de drie afleveringen heb ik dan ook weinig nieuws gehoord. Hoogstens werd wat oude kennis een beetje opgefrist.

Bij het begin van de podcast wordt er een kookwekker op dertig minuten gezet, zodat het gepraat een beperkte tijd beslaat. De losse toon is aangenaam om naar te luisteren, maar dat is het dan ook: onderhoudend, gezellig, maar niet echt een podcast voor kookliefhebbers of mensen die echt iets over voedsel willen leren.

Naschrift: In een eerdere versie heb ik ten onrechte Hermus de woorden van Jigal Krant in de mond gelegd. Hij was degene die zo openlijk blijk gaf van zijn onkunde omtrent het ei. Mijn excuses! Ik voel me een ei.

Van Albanië tot Zwitserland

Maar liefst tweeënveertig afleveringen van ongeveer een half uur telt de podcast Van Albanië tot Zwitserland, waarbij alle Europese landen in alfabetische volgorde worden behandeld, zodat we kris kras door Europa gaan. Enkele landen krijgen een dubbele aflevering: Duitsland, Frankrijk, Rusland en het Verenigd Koninkrijk.

Ook dan moet er veel informatie in een korte tijd. Die informatie wordt gegeven door Evert de Graaf (de vader van Beatrice de Graaf) in gesprek met de presentator Gerwin Peelen. Dat wil zeggen dat elke aflevering bol staat van de weetjes. Wie zijn hoofd er niet goed bij houdt, mist meteen wat.

Maar wie geïnteresseerd is, krijgt dan ook in korte tijd een aardig beeld van een land. Soms zijn dat dingen die je eigenlijk al wist maar die al weggezakt waren en soms hoor je dingen die voor de gemiddelde luisteraar nieuw zijn. De Graaf zegt dat er vaak ook bij: 'Wat misschien niet veel mensen weten....'

Soms glijdt De Graaf uit op het taalpad. Dan laat hij bijvoorbeeld een volk 'samenheulen' met de Duitsers, maar dat zij hem vergeven. Het mooie is namelijk dat het nooit om De Graaf gaat, maar altijd om wat hij te vertellen heeft. Hij stelt zich volstrekt dienstbaar op. Hij wil het verhaal van de geschiedenis vertellen en het gaat om dat verhaal en niet om de verteller.

Ook de presentator heeft zich goed ingelezen en hij zet met zijn vragen en aanzetjes De Graaf aan tot verder vertellen. De bescheidenheid van de heren siert hen en komt de podcast ten goede. Soms nemen podcastmakers zoveel ruimte in, dat ze het zicht op eigenlijk onderwerp benemen. Daar is hier totaal geen sprake van.

Intussen heb ik zeventien afleveringen (tot en met Kroatië) beluisterd en ik ga de rest ook allemaal tot mij nemen. Mondjesmaat, want binge-luisteren past wat minder bij deze podcast. Voor mij werkt dat in ieder geval niet. Enkele afleveringen na elkaar kan ik wel hebben, maar daarna moet ik even op adem komen.

De podcast startte in januari 2017 en eind februari 2018 verscheen de laatste aflevering. Dat is mij indertijd allemaal ontgaan. Maar een paar jaar later luisteren blijkt geen bezwaar. Een groot deel gaat over de geschiedenis van elk land en die verandert niet meer.

vrijdag 28 februari 2020

De klauwen van de engel (Moebius / Jodorowsky)


'Alles gaat over seks, behalve seks. Dat draait om macht.' Dat citaat wordt toegeschreven aan Oscar Wilde, maar het had ook als motto in De klauwen van de engel kunnen staan, een boek van Jodorowsky (tekst) en Moebius (tekeningen). Het is een symbolisch verhaal, waarin je Freud mee hoort neuriën.

Het boek begint krachtig:
De uitvaart duurde uren: het lijk van mijn vader bleef maar uit de kist kruipen om met zijn weduwen te gaan dansen. Er waren zes wachters nodig om zijn epileptische weerstand te breken en het deksel dicht te schroeven.
De 'ik', de dochter, gaat in haar eentje na de begrafenis terug naar de stad, naar het huis van haar vader. Nu die overleden is, wil ze zich ontdoen van het verleden en zelfstandig worden.

Engelenklauwen

Vader staat haar al naakt op te wachten. Ze geeft hem een juweel, gekristalliseerd menstruatiebloed. Vader verminkt zich en wordt daarmee eigenlijk een vrouw. Zijn bloed, waarmee hij haar besproeit, noemt hij 'engelenklauwen'. Die moeten haar beschermen, zodat ze het verleden kan verkennen.

De symboliek is duidelijk: de dode vader blijkt in het leven, of in ieder geval in het hoofd, van de dochter springlevend. De 'ik' moet terug naar het verleden om verder te komen. Wat er verder in huis gebeurt, is sterk symbolisch: de 'ik' wordt twee personen, zowel de gevende als de ontvangende, zowel moeder als dochter, maar ook: zowel het kind in haar als haar huidige zelf.

Seks gaat in het boek vaak gepaard met geweld, juist omdat in de seks de machtsverhoudingen duidelijk worden. Ook binnen de persoon: ze voelt zich geketend door haar begeerte en uiteindelijk wil ze vrij zijn.

Vader in elke man

Ze kan alleen vrij worden, als ze erkent dat haar vader bepalend is geweest: dat achter elk masker, maar eigenlijk achter elk mannengezicht, haar vader zich schuilhield. Ze heeft in elke man haar vader gezocht.

Je zou kunnen denken dat De klauwen van de engel over incest gaat, juist omdat de vader zo aan de seks gekoppeld wordt. De zou kunnen, maar het is ook goed te verdedigen dat het boek vooral gaat over loskomen van machten die je beheersen en dat de vader daar de nadrukkelijkste van is.

De 'ik' paart op het graf van haar vader met een man die eigenlijk ook een engel is. In hem paart ze met al haar voorvaderen, tot aan de oervader en God toe. Daarna is ze vrij.

Niet helemaal natuurlijk, want de zwaartekracht houdt haar nog vast. Ook daarvan ontdoet ze zich, evenals van de vormkracht, die haar lichaam bij elkaar houdt. Uiteindelijk ontdoet ze zich van de taal. De laatste zin in het boek is geschreven in woorden die niet te begrijpen zijn.

Innerlijke tocht

'Een bizar erotisch meesterwerk' wordt De klauwen van de engel genoemd op de site van uitgeverij Sherpa. Je kunt je afvragen hoe erotisch het boek eigenlijk is. Weliswaar komt er veel seks in voor, maar uiteindelijk gaat het om een innerlijke tocht naar de vrijheid, om een zelfonderzoek. Seks is het medium waarin de vrijheid wordt uitgedrukt.

Daarbij resoneert van alles mee. Zo zijn er verwijzingen naar religie: tepels worden doorboord in kruisvorm, urine en ontlasting worden beschreven in termen wijn en brood, wat verwijst naar het Heilig Avondmaal en de tekst 'Jouw wil geschiede, zowel in jouw geest als in mijn vlees' verwijst naar het Onze Vader.

Rituelen

Je kunt dat een profanatie noemen, maar het verwijst ook naar de rituelen die iemand in haar leven heeft. Die zijn overigens niet per definitie christelijk; er wordt ook verwezen naar de Azteken. Juist iemand die zich vrij wil maken, zal haar eigen rituelen moeten leren kennen. Ze moet door de rituelen heen om vrij te worden.

Hoe het boek precies tot stand gekomen is, wordt niet uitgelegd: er is geen inleiding of nawoord. De tekeningen zijn uit 1992 en 1993, maar niet strikt in chronologische volgorde. Op de rechterbladzijde is er steeds een paginagrote pentekening, op de linker de tekst met een kleine tekening, waarin grijs een belangrijke vulkleur is.

Sherpa heeft het boek uitgebracht in drie gelimiteerde edities. De reguliere editie telt slechts vierhonderd exemplaren, de oplage van een dichtbundel. Zo lees je De klauwen van de engel eigenlijk ook: als een gedicht, dat je steeds net niet doorgrondt. Daardoor zal het lang herleesbaar blijven.

Titel: De klauwen van de engel
Tekst: Jodorowsky
Tekeningen: Moebius
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2020, 72 blz. € 39,95 hardcover


donderdag 27 februari 2020

De mensengenezer (Koen Peeters)



De roman De mensengenezer (2017) van Koen Peeters begint in de Westhoek van Vlaanderen, met daarin plaatsen  als Ieper, Poperinge, Diksmuide, die we kennen uit de Grote Oorlog. Wat doet dat met een streek?
Het wezen, er bestaat misschien zoiets als het wezen van de Westhoek. Misschien is het een geest, een daimon, een genius, die niet bestaat als lichaam maar toch sluipt en heerst in het West-Vlaamse landschap.

Geest, daimon, genius

Zo opent de roman, waarbij meteen drie belangrijke woorden aangereikt worden: geest, daimon en genius. De geest heeft te maken met de familie waarin je geboren wordt en met de verhalen die daarin rondgaan, de daimon met de de mensen die je ontmoet en die je beïnvloeden, de genius met de plaats waar je opgroeit.

We hebben te maken met twee hoofdpersonen: een 'ik' en zijn zijn oude hoogleraar, Remi, die hij meer dan veertig jaar na zijn afstuderen opzoekt. We krijgen beide geschiedenissen afwisselend te lezen.

Remi komt uit een boerengezin, waar het vooral nonkel Marcel is die verhalen van de streek doorgeeft, bijvoorbeeld over de zwarte soldaat Pius, die in de Grote Oorlog gesneuveld is. Zijn taal is bewaard gebleven. Ook vertelt Marcel over de soldaten die zich zes meter onder de akker hebben ingegraven en zo proberen te overleven.

Congo

Remi volgt de opleiding tot priester en gaat uiteindelijk naar Congo, naar de Yaka in Kwango, provincie Bandunu bij de Angolese grens. De 'ik' zal, decennia later, dezelfde reis maken. Hij wil namelijk een scriptie gaan schrijven over een angstpsychose voor krokodillen in Popokabaka, in dezelfde provincie. Hoewel die scriptie er komt, lijkt die toch bijzaak te zijn. De 'ik' reist Remi na, misschien om iets meer van hem te snappen. Of van zichzelf. Of van de mens.

Misschien is Remi de daimon van de 'ik'. Een van de boodschappen die Remi hem overbracht is dat de 'ik' moet zoeken naar de bron, niet naar de waarheid. Een reis naar Congo is een reis naar de bron.

Dat heeft Remi indertijd al ervaren, toen hij helemaal dook in de denkwereld van de plaatselijke bevolking. Hij onderging rituelen en leerde over de kracht van fetisjen. Er werd tegen hem gezegd dat hij zwarter dan de zwarten wilde zijn en ook dat hij door een ritueel niet meer wit, maar zwart was. Uiteindelijk kon hij niet anders dan uittreden uit de geestelijkheid.

Dat de 'ik' op zoek gaat naar de verhalen over de krokodil, naar wat er in de hoofden van mensen gebeurt, laat zien dat hij eenzelfde soort belangstelling heeft als Remi. Tegelijkertijd is hij natuurlijk op zoek naar Remi: wie was hij toen hij bij de Yaka was?

Parallelle tochten

Het zijn parallelle tochten van twee verschillende personen, met daartussen de tijd, die ook een bepalende factor is in het leven. Die parallellie laat Peeters zien door de hoofdstukken over de twee afzonderlijk te nummeren, in cijfers (Remi) en in letters (de 'ik'). Pas in het laatste hoofdstuk komen ze samen: '40/veertig'.

Dat laatste hoofdstuk breekt het verhaal een beetje abrupt af, maar het gaat natuurlijk ook niet om een mooi rond verhaal. Ook in het leven worden verhalen ineens afgebroken, waarbij we ons niet eens bewust zijn in welk hoofdstuk van het boek des levens wij ons bevinden.

De mensengenezer is een roman. Dat staat op de titelpagina. Maar in het laatste hoofdstuk lijkt het ook trekjes van een documentaire te krijgen. Het is de verantwoording en de dankbetuiging aan de daimonen die behulpzaam zijn geweest. Gewoonlijk komen die na de roman, nu zijn ze erin opgenomen, waarmee Peeters ook speelt met het genre.

Geroepen

Remi voelde zich geroepen, misschien wel letterlijk: een innerlijke stem die hem de opdracht gaf om de mensen te genezen of misschien wel om zichzelf te genezen en daarmee de mensen te genezen. Zowel Remi als de 'ik' reizen naar Congo en komen weer terug in de Westhoek, waar de genius hen roept. Voor altijd zullen zowel Congo als de Westhoek in hen resoneren en ook daardoor zullen ze zijn wie ze zijn.

De mensengenezer is een mooi boek. Het laat ruimte voor de magie en voor wat in ons zingt en neuriet zonder dat we het kunnen benoemen. Het is een boek dat laat zien dat de mens wortels heeft en dat we die niet mogen negeren, dat het leven groter is dan de individuele mens en ook dat je een opdracht kunt hebben zonder dat je dat beseft. De 'ik' bleek degene te zijn die na zoveel jaren de woorden van Pius terugbracht naar Congo.

Peeters heeft een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan, maar ik heb er, behalve dit boek, nog niets van gelezen. Kamer in Oostende (2019) heb ik in huis en ik heb de bijbehorende podcast beluisterd. Het begin is er.

vrijdag 21 februari 2020

Podcast: Reinbert, Wereldhit, Bij ons thuis


De podcasts van deze week gaan over de onlangs overleden Reinbert de Leeuw, over Nederlandse nummers die wereldwijd een hit werden en over christelijke opvoeding. 

Reinbert

Vorige week overleed Reinbert de Leeuw (1938 - 2020).  Dirigent, componist, pianist en meer nog waarschijnlijk. In 2018, toen hij tachtig werd, werd er een podcast gemaakt door Hans Haffmans. Ik heb, vorig jaar ergens, de afleveringen gedownload, maar ik was nog niet toegekomen aan het beluisteren ervan. En toen viel krant in de bus, met voorop een portret van de oude leeuw.

Daarna beluisterde ik de vijf afleveringen achter elkaar. Mijn ouderwetse mp3-speler plaatste ze overigens in alfabetische volgorde, omdat in de titel geen nummer voorkomt. Dat is overigens geen probleem, omdat er weinig terugverwezen en vooruitgewezen wordt.

Het is een prachtig gesprek. Ten eerste weet Haffmans waarover hij praat en daardoor kan hij de goede vragen stellen. En De Leeuw is op een leeftijd gekomen dat hij de schijn niet meer hoeft op te houden en volstrekt eerlijk kan zijn.

Hij vertelt bijvoorbeeld hoe zenuwachtig hij was toen hij een repetitie bezocht van een van zijn stukken. Iedereen vond het prachtig, maar hij had het gevoel dat men 112 voor hem moest bellen - zó beroerd voelde hij zich.

Vuur

Het vuur brandt overigens nog steeds en dat blijkt uit het hele gesprek. Reinbert de Leeuw heeft een groot talent tot bewondering en hij kan zeer gedreven vertellen over de componisten die hij bewondert. Bovendien merk je hoe De Leeuw zich ingraaft in de muziek, hoe hij zich van elke noot afvraagt wat die betekent.

In de verschillende afleveringen wordt er ingegaan op de jeugd van De Leeuw, op Bach, Messiaen, Kurtág en op Reinbert de componist. Van Kurtág had ik trouwens nog nooit gehoord.

Ik ben bepaald geen kenner van de klassieke muziek en misschien is zelfs de benaming 'liefhebber' te veel. Maar ik word wel heel erg enthousiast van zulke gesprekken (of van zo'n gesprek in delen), zowel voor de muziek als voor de persoon van De Leeuw.

Het lijkt me een goede manier om Reinbert de Leeuw te herdenken: het luisteren naar deze podcasts. Niet alleen om hem nog een keer te horen of om postuum kennis met hem te maken, maar ook om (weer) gegrepen te worden door de muziek.

Nu ik het stukje hierboven herlees, merk ik dat het me niet gelukt is om over De Leeuw in de verleden tijd te schrijven. In de podcast is hij er gewoon, zoals hij er in veel hoofden en veel harten nog lang zal zijn.


Wereldhit

Soms gaat de Nederlandse populaire muziek ineens de grenzen over. Omdat ik al lichtelijk bejaard ben, denk ik dan meteen Venus van Shocking Blue of Hocus Pocus van Focus. Maar ook in 'de jaren tien' van deze eeuw werden enkele nummers beroemd tot over onze landsgrenzen. Daarover maakten Atze de Vrieze en Roosmarijn Reijmer de podcast Wereldhit.

Eerlijk gezegd ben ik niet zo op de hoogte van de recente popmuziek. Lana del Rey, Billie Eilish, Maroon5, Ed Sheeran - dat zijn nog namen die me wat zeggen, maar bij andere gaat bij mij zelfs niet het kleinste belletje rinkelen.

Ik denk dat ik de podcast Wereldhit heb gedownload, omdat het maar vijf afleveringen waren en omdat ik indertijd een cd van Caro Emerald heb gekocht. Als je wilt weten over welk nummer van Caro Emerald de eerste aflevering van de podcast gaat, zul je ernaar moeten luisteren, want de informatie vermeldt het niet. Dat had eigenlijk wel gemoeten, lijkt me.

Omdat ik Caro Emerald van de cd en niet van de radio ken, had ik ook geen idee welk van de nummers het zou zijn. Bij de andere afleveringen ging ik er nog meer blanco in. Van de namen Afro Bros en Epica had ik vaag gehoord. Waarschijnlijk stond er van Epica wel eens een nummer op de Eigenwijze 30, bij Afro Bros kende ik alleen de naam, maar had ik geen voorstelling van het soort muziek.

San Holo deed me denken aan Han Solo, een Vlaams cabaretier. Pas nu kom ik erachter dan Han Solo ook in Star Wars voorkomt. Ik weet ook werkelijk niks. En San Holo was dus bekend in de muziek. Nou ja, andere bubbel.

Dat geldt ook voor Joep Beving. Geheel onterecht moest ik denken aan Jan Beuving, ook al een cabaretier/maker van liederen. Had er natuurlijk niets mee te maken. Beving maakt pianomuziek.

Dat weet ik nu de podcast heb beluisterd. Een kwartier per aflevering en je bent helemaal bijgepraat. Tussendoor fragmenten van het betreffende nummer en de makers komen aan het woord om je te vertellen hoe de ontstaansgeschiedenis was van de hit. Vaak zijn ze verbaasd over het succes.

De verbindende teksten worden door een vrouwenstem gelezen en het zou iets levendiger geweest zijn als dat een vertelstem was geweest, maar een groot bezwaar is het niet. De informatie is helder en ook voor leken als ik te volgen.

Eigenlijk wel een leuke podcast: in kort bestek kom je veel te weten. De doelgroep is vrij breed, als je bedenkt dat ik er ook nog net in val.


Bij ons thuis

Veel kranten hebben tegenwoordig podcasts. Eerder schreef ik bijvoorbeeld over Haagse zaken van NRC Handelsblad en over Met Groenteman in de kast van de Volkskrant. Je vindt ze terug in het overzicht van de eerste honderd podcasts waarover ik schreef.

Ook het Reformatorisch Dagblad heeft zich aan de podcast gewaagd: Bij ons thuis een podcast over opvoeden en bij het RD is dat natuurlijk de christelijke opvoeding. Ik hoorde de podcast noemen bij Vink en daarna heb ik alle tot nu toe beschikbare afleveringen beluisterd.

Dat zijn er tot nu toe zeven: over eten, huisgodsdienst, smartphonegebruik, seksuele vorming, omgaan met geld, het overlijden van een ouder en over sport. De presentator, Evert Barten, praat met een gast. Daar zitten (voor mij) geen bekende namen tussen, maar het  zijn wel allemaal ervaringsdeskundigen.

Natuurlijk zijn ze kind geweest en hebben ze zelf een opvoeding meegemaakt, maar ze hebben ook allemaal kinderen en soms zijn ze zelfs ouder van een heel groot gezin. Bij het onderwerp 'eten' komt er bijvoorbeeld een moeder aan het woord die in haar gezin met anorexia te maken kreeg. Bij sport komt er een docent bewegingsonderwijs aan het woord.

Bij alle afleveringen wordt er een link met de Bijbel gelegd. Het verbaasde mij dat er in de Bijbel meer teksten blijken te zijn die verwijzen naar geld en bezit dan naar geloof. Tenminste volgens de gast die daar zijn licht over liet schijnen.

Vaak is de insteek vrij praktisch: hoe ga je er in je gezin mee om, wat doe je als er zich op dit gebied problemen opdoen? Ik kan mij voorstellen dat ouders met een andere achtergrond andere normen stellen, maar veel praktische opmerkingen zullen in allerlei gezinnen bruikbaar zijn.

Er is ook altijd een vraag van een luisteraar in de rubriek die 'Het antwoordapparaat' heet. Dat is maar een enkele vraag, die net zo goed door de presentator gesteld zou kunnen worden, lijkt me. Omdat de vraag ingesproken is, is er geen interactie met de beller, waardoor ik de meerwaarde niet zo goed zie.

Bij ons thuis is een aardig podcast, voor mensen die meer willen weten over de opvoeding en zeker ook voor mensen die een gezindte wat beter willen leren kennen. Wellicht een manier om van enkele vooroordelen bevrijd te worden.