vrijdag 19 oktober 2012

Restletsels



Het werk van Jeroen Brouwers lees ik graag. Ja, ja, een hoge toon, grote gebaren - ik weet het. Maar ik kan het van hem hebben. Over zijn laatste roman, Bittere bloemen, heb ik hier wat geschreven. Nu wat over Restletsels, het nieuwste 'nummer' van het 'tijdschrift' Feuilletons.

Het tijdschrift staat vol met Brouwersheden: wat snippernotities, wat autobiografische stukken, een paar essays, polemische bijlagen en een necrologie. De essays deden mij het minst. Brouwers schrijft uitgebreid over de reus en het reusachtige in het werk van Mulisch. Hij kent dat werk goed, dat is waar en wellicht is wat Brouwers schrijft ook van belang voor de Mulischkunde, maar mij interesseerde het niet zo.

Verder geeft Brouwers een overzicht van het polemische werk van Hermans, maar eigenlijk vertelt hij niets nieuws. Het stuk is wel aardig vanwege de opmerkingen die Brouwers maakt over polemiseren. Een citaat:
Dat Du Perron het bovenstaande helemaal niet 'dacht', zeker niet zoals Hermans het weergeeft: dondert niet, dan werd het wel gedacht door iemand die Du Perron kende en ook in Forum publiceerde of zo, - alles één pot nat en hetzelfde lood om hetzelfde oud ijzer. Wie polemiseert moet vooral niet met zeven brillen op en met in iedere hand een vergrootglas aandachtig gaan zitten nuanceren. Het idee stond hem niet aan, dat idee kwam uit Forum-kringen en van die kringen maakte Du Perron deel uit, punt!
Brouwers is hier aardig ruimhartig, lijkt me. In zijn polemieken hecht hij er juist aan vindplaatsen exact te vermelden en altijd citaten te geven. Bij sommige citaten heb ik overigens wel gefronst. Uit een brief van Bordewijk aan Hermans: 'Onmeedogenloze kritiek is medicijn voor de kunst'. Als Brouwers het citeert, zal het wel kloppen, maar uit de context blijkt dat Bordewijk het tegengestelde bedoelde van wat hij schreef. Het was hem duidelijk te doen om meedogenloze of onmeedogende kritiek.

Ook in een citaat van Mulisch, dat Brouwers gebruikte als motto voor Bittere bloemen zit iets raars:
Nevel in een wereldstad. Wat is mooier dan de ouderdom? De grijsaard. Het boek, dat niemand meer leest. De rechter, die naar de hoeren loopt. De mens, die krankzinnig wordt.
De komma's in dit citaat zijn onterecht. Op sommige plaatsen is met komma's te rommelen, maar hier niet. Ik ga ervan uit dat hier niet bedoeld is, alle boeken, alle rechters en alle mensen, maar alleen de boeken die niet meer gelezen worden, alleen de rechters die naar de hoeren lopen, alleen de mensen die gek worden. Dan hebben we te maken met beperkende bijzinnen en dienen de komma's geschrapt te worden. Nu ze er wel staan, blijven alle boeken ongelezen, zijn alle rechters hoerenlopers en worden we met zijn allen gek.

Brouwers polemiseert natuurlijk ook weer flink. Hij laat zien dat Brusselmans geen verstand van polemiek heeft, dat de directeur van het Letterkundig Museum voornamelijk bezig is met zijn eigen ego, evenals Jan Siebelink, en van Jaap Goedegebuure laat hij ook weinig heel.

De hoogtepunten uit Restletsels zijn voor mij de autobiografische stukken over het gesukkel met zijn verlamde schrijfhand en vooral de necrologie over Kamiel Vanhole. Bijzonder liefdevol tekent Brouwers het portret van een schrijver van wie ik de naam nog net kende, maar dan hield het op. Alleen dat stuk rechtvaardigt de aankoop van dit 'nummer' van Feuilletons al.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen