dinsdag 23 oktober 2012

Nieuwe sprookjes en vertellingen (1957)


Van Jac. van Hattum (1900 - 1981) heb ik het een en ander in mijn boekenkast staan. Uit zijn bundels heb ik te hooi en te gras wat gedichten gelezen. 'Ik ben Van Hattum en ik weet, / dat honderdveertig pond zo heet' is een regel die ik niet meer zal vergeten. Het gedicht eindigt met: 'Hoe meer ik drink, hoe meer ik eet, / hoe meer gewicht Van Hattum heet.'

Van echt lezen was nog niet veel gekomen en dat zat me dwars. Goed, Van Hattum was misschien niet een wereldschokkend dichter, maar er moeten toch gedichten en/of verhalen van hem te vinden zijn die nog steeds heel aardig zijn. Tenminste, dat veronderstelde ik. Nog in 1993 werden zijn Verzen uitgegeven. Toen moeten mensen er dus iets in gezien hebben.

Proza van Van Hattum kende ik helemaal niet en daarom ben ik daarmee begonnen. Een dun boekje uit 1957, Nieuwe sprookjes en vertellingen. In 1942 was er al een bundel Sprookjes en vertellingen verschenen. In DBNL staat achter die bundel ook het jaar 1955. Was de oorlogsuitgave illegaal en is na de oorlog hetzelfde boekje bij een officiële uitgeverij verschenen? Is de bundel in 1955 aangevuld? Ik zal het moeten nakijken.

Nieuwe sprookjes en vertellingen  is een aardig boekje met sprookjesachtige verhalen. De verhalen hebben vaak wel een moralistisch tintje, maar dat is eigen aan het genre. Het zijn ook niet direct de sterkste verhalen, maar op het gebied van de stijl is er best wat te genieten. Van Hattum kon dingen mooi zeggen en vaak moest ik glimlachen om zijn formuleringen.

In het laatste verhaal ('Liefde') komt een kapotte fles voor:
'Ik ben nog heel,'zei de hals.
'Ik ben nog heel,' zei de ziel.
Maar de buikscherven zeiden: 'Wat hebben we aan een hele hals en wat betekent een gave ziel. De buik, daar komt het in de wereld op aan. Daar draait alles om.'
In het verhaal 'Metamorphose' sterven 'de mensen van het oudste verdriet' en veranderen in bloemen en planten. Het verhaal is nogal opsommerig; het had ook twee keer zo lang kunnen zijn of maar half zo lang. Maar de formuleringen zijn vaak fijntjes. Het slot:
En zo kwam iedereen onder het juiste etiket terecht, tot de dichters en sprookjesschrijvers toe.
Ach Hemel, die werden silene of windekelk: ze stonden altijd met de voetjes in het moeras en de zieltjes in witte hansopjes.
En de kinderen zeiden: 'Die plukken we niet; die hangen zo slap.'
En dat was nog waar ook.
Hemel, wat moet er van ons worden?
Die 'zieltjes in witte hansopjes' vind ik aandoenlijk. Waarschijnlijk omdat mijn ziel gekleed is in slobbertrui.

Helemaal overtuigd ben ik niet door de vertelkunst van Van Hattum. Met de stijl is weinig mis, maar de verhalen komen soms niet verder dan een enkele vondst die de schrijver een verhaal lang uitmelkt. Ik ga eens snuffelen in Van Hattums poëzie.

Foto gesnaaid bij DBNL

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen