dinsdag 8 november 2011

Bittere bloemen



Wat Jeroen Brouwers schrijft, lees ik altijd met plezier, of het nu zijn polemieken zijn of zijn romans of zijn necrologieën of wat dan ook. Natuurlijk is het ene boek geslaagder dan het andere, maar altijd weer neemt zijn stijl mij mee en wil ik alleen maar verder lezen tot het boek uit is. Dat overkwam mij ook bij Bittere bloemen.

Wel moet me van het hart dat het boek slordig geredigeerd is. Ik las de volgende zinsneden: ‘iets beangstigends, hij weet niet waarvoor’; ‘Niet van plan zijn pas te versnellen, vond er […] een explosie plaats’; ‘De werkster tastte deze op’; ‘je wil’; ‘de heuvel afrazen’. Een schrijver als Brouwers verdient een redacteur die dit soort fouten niet laat zitten.

Het verhaal is redelijk eenvoudig na te vertellen, al gaat het bij Brouwers nooit om enkel het verhaal en al is het verhaal eigenlijk niet te scheiden van de manier waarop het verteld wordt. De bejaarde Julius Hammer (oud-rechter, oud-senator, schrijver) maakt een cruise over de Middellandse Zee, zeer tegen zijn zin. Op het schip blijkt ook een jonge vrouw te zijn, Pearlene (Leentje), die Hammer zich nog herinnert van een schrijfcursus die hij ooit gaf.

Op bladzijde 88 staat dat Hammer toen ‘pas ergens over de helft van zestig’ was, toen hij de cursus gaf, wat niet kan kloppen. Ook hier had de redacteur zijn ogen niet open. De schrijfsels van Leentje stelden niet veel voor, maar Hammer viel indertijd al als blok voor haar.

Nu, oud, zwak van gezondheid, heeft Hammer in haar iemand die hem opvangt, als zijn lichaam niet meer wil. Met zeer warme gevoelens denkt Hammer aan haar, haar dusdanig idealiserend dat je al wel voelt aankomen dat het op een teleurstelling moet uitlopen. En dat gebeurt.

Brouwers vlecht allerlei tegenstellingen in het boek: de jonge Pearlene/de oude Hammer, de lieftallige Pearlene/Hammers drammerige dochter, de successen van Hammer/zijn gevoel van misluktheid. Ach, bij Brouwers zit het met de structuur altijd wel snor.

In dit boek geeft hij een prachtig beeld van de lichamelijke aftakeling van Hammer, zonder dat hij Hammer zielig laat worden. Als lezer wil je dat het goed komt met de oude Julius en tegelijkertijd weet je wel dat dat er niet in zit.

Tijdens het lezen resoneerden er andere Brouwersboeken in mijn hoofd. Winterlicht bijvoorbeeld, met daarin de schrijver Jacob Voorland, die ook al op leeftijd was en die ook op weg was naar een vrouw, wat op een teleurstelling uitliep. Later bleek dat Brouwers daarbij de uitgever Geert van Oorschot in gedachten had gehad. Maar ook moest ik denken aan Zonsopgangen boven zee, waarin de hoofdpersoon ook het meidertje waarmee hij zijn tijd door moet brengen aanbidt en idealiseert, althans in mijn herinnering. Zelfs de lemniscaat, die een leidmotief in dat boek is, duikt een keer op in Bittere bloemen.

Julius Hammer is de hoofdpersoon, maar hij is niet de verteller. Brouwers heeft gekozen voor een alwetende verteller en dat zie je niet zoveel meer tegenwoordig. Vaak is die verteller op de achtergrond en merk je niet veel van hem, maar soms is hij er ineens. Al in het begin van het boek (blz. 40) lezen we: ‘Het is dat hij zijn oogleden niet van elkaar krijgt […] anders zou hij zien dat ze haar blik abrupt afwendt.’

Soms gaat de verteller nadrukkelijk aan de kant van de lezer staan: ‘Tranen in zijn ogen, zijn ogen, Hammers ogen? Wij geloven de onze niet, bist du ein Weib geworden, Sjül?’

En altijd zijn er weer woorden en zinnen en vergelijkingen die alleen Brouwers kan maken en die soms ook ongemeen grappig zijn: ‘een niet precies te definiëren, toch opdringerige vrouwengeur, ongeveer zoals kippen ruiken als ze zijn natgeregend.’

Jacob Cats zou zeggen: ‘Wat dient er meer gezeid?’ Niets. Lezen, dat boek! Als je van Brouwers houdt. En anders ook.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen