vrijdag 18 november 2011

Stadsdichter (2)

Een man merkt nooit iets, schreef Hans Ree al. Zo was het mij ontgaan dat in Edese Post van 16 november aandacht besteed was aan de mogelijke komst van een stadsdichter. Op 11 november stond het bericht al op internet. Ik knip het artikel even uit en plak het hier neer:

Komst stadsdichter lijkt dichtbij


EDE - Krijgt Ede een stadsdichter? Als het aan de PvdA en Gemeentebelangen ligt wel. Wethouder Van Milligen neemt het idee zeker mee.
Gemeentelogo.
Gemeentelogo

Rotterdam, Breda en Nijmegen hebben een stadsdichter. Den Haag, Den Helder, Hengelo en Emmen hebben een stadsdichter. Amsterdam heeft in de verschillende wijken wel een stuk of vijf stadsdichters. Ede niet. Dat stelde Teunis Bunt tijdens cultureel Café Dante in Cultura. Volgens Bunt is een stadsdichter iemand die een aantal keren per jaar een gedicht schrijft over de actualiteit in de gemeente. ‘‘Het spreekt vanzelf dat de dichter geen politiek moet bedrijven en dat hij mensen niet opzettelijk beledigen mag. Op deze manier wordt een stadsdichter een chroniqueur van de stad. Zijn gedichten worden een alternatief geschiedenisboekje. De stadsdichter kan gedichten op verzoek van de gemeente schrijven, maar natuurlijk ook op eigen initiatief.’’
Veel hoeft een stadsdichter niet te kosten. Bunt: ‘‘Rotterdam betaalt zijn dichter 65.000 euro per jaar en Den Haag 30.000 euro (getallen van drie jaar geleden), maar dat zijn uitzonderingen. In Helmond en Assen betaalt men bijvoorbeeld 5.000 euro per jaar en dat lijkt me voor de gemeente goed te doen.’’
Peter de Pater, fractievoorzitter van Gemeentebelangen sluit zich bij dit bedrag aan. ‘‘De gemeente mag een waarderingssubsidie geven van 5.000 euro.’’ Een zoektocht naar de stadsdichter hoeft er niet te komen. Bunt: ‘‘Ede heeft veel kwalitatief goede dichters binnen de gemeentegrenzen. Mij schieten nu de namen van Henk Knol, Hilbrand Rozema en Mart van der Hiele te binnen, maar er zullen er veel meer zijn.’’ Of wordt Peter de Pater de nieuwe dichter? In de gemeenteraad droeg hij dit gedicht voor:
‘‘Zolang de schelle gong van dorpsheraut in Ede op het plein
wordt overstemd door orgelman en kletsnat dweilorkest.
Zolang zijn wij in node van de dichter op rekwest.
Hij moet ernaast gaan staan: de meester van ‘t refrein.’’


Tsja, Peter de Pater zal het wel goed bedoelen en hij zal ongetwijfeld bijval oogsten als Tante Sjaan en Ome Henk veertig jaar getrouwd zijn, maar bij een stadsdichter stel ik me net iets anders voor.

Maar goed, genoeg gezeurd. Het is mooi dat politici welwillend reageren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen