woensdag 2 november 2011

Huid en haar


Arnon Grunberg is een auteur wiens boeken gemakkelijk lezen: er sijpelt altijd wel ironie tussen de zinnen door, er staan veel dialogen in en je leest over mensen met wie je mee kunt leven, ook als je je niet in hen herkent. Aardige verhaaltjes, die niet vies zijn van het absurde, die net een stap verder gaan dan je prettig vindt.

Maar de boeken van Grunberg zijn meer. Onder de ‘verhaaltjes’ zit een ernstige laag. Die ernst blijft als een steen op je maag liggen wanneer je het boek uit hebt. Dat gebeurde mij in ieder geval bij Huid en haar.

De centrale figuur in deze roman is de econoom Roland Oberstein. In de economie draait het om schaarste, zegt Oberstein. ‘En wat brengt die schaarste voort, wat heeft die schaarste ten gevolge? Vraag en aanbod. Je moet het zien als een spel. Handel is spelen. Ik ben gekomen om te handelen.’

Oberstein bekijkt het leven, de liefde, de holocaust zelfs, met de ogen van een econoom. Alles is handel, alles is spel. En dan niet een spel waardoor je je mee laat slepen, maar een dat je kunt spelen met in je achterhoofd de gedachte ‘Het is maar een spelletje’.

Naast Roland zijn er nog allerlei andere figuren in het boek, die richtingloos lijken of een nieuwe richting lijken te vinden, zoals de man van Lea, die verliefd wordt op de bezorger van UPS en hem tot seks dwingt, hem voorhoudend dat hij op die manier een ‘Green Card’ kan verdienen. Voor wat hoort wat, nietwaar.

In verschillende passages is Huid en haar een onverdraaglijk boek. Misschien wel omdat het ten dele waar is. Het ontkent de onbaatzuchtigheid, de belangeloze liefde. Ik wil niet zeggen dat Grunberg die ontkent, maar in zijn boek laat hij zien hoe de wereld eruitziet, als alleen de economische wetten gelden. Dat is niet bepaald een pretje.

Als je het leven als een spelletje ervaart, kun je je er niet echt betrokken bij voelen. Roland heeft sowieso moeite om ergens met emotie op te reageren. Als zijn vriendin vreemdgaat, voelt hij niets en als een vriendin sms’t dat haar man haar verkracht heeft, sms’t hij terug dat hij haar kokos-ijs erg lekker vond. Misschien is dat niet zo vreemd voor iemand die denkt dat empathie niet meer betekent dan dat je andere woorden kiest.

Als de markt regeert, houden de ideologieën op. Roland zegt van zichzelf dat hij als wetenschapper boven de partijen staat. ‘Ik kan me niet voorstellen dat je een serieuze wetenschapper bent en er in je vrije tijd ook nog een ideologie op na houdt. Je wetenschappelijke arbeid moet daar wel onder te lijden hebben.’

We leven in een maatschappij waarin de populistische partijen hoog scoren in de peilingen, waarin de traditionele partijen hun ideologische veren verloren hebben en waarin vooral kwantiteit lijkt te tellen (hoeveel zetels hebben we in de nieuwste peilingen). Huid en haar laat zien hoe beroerd zo’n maatschappij is.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen