zondag 20 november 2011

Grip


Een groep vrienden maakt samen iets mee, ziet elkaar een tijd niet en komt daarna weer bij elkaar. Dat is niet nieuw in de literatuur. Ik denk daarbij aan De weg naar Caviano van Doeschka Meijsing en De dijk waarlangs wij lagen van Fleur Bourgonje. Bij Meijsing zat er vijf jaar tussen de laatste bijeenkomst en de hereniging, bij Fleur Bourgonje dertig.

Nu heeft ook Stephan Enter zo´n roman geschreven: Grip. Hier zijn het bergbeklimmers, die als twintigers een klimtocht in Noorwegen maakten. Twintig jaar later zullen ze elkaar weer treffen, thuis bij twee van de vier, die intussen getrouwd zijn. Het perspectief ligt afwisselend bij drie van de vier bergbeklimmers.

De vrienden (dat is eigenlijk te veel gezegd, maar ik noem ze maar even zo) zijn allemaal kijkers. Als Paul aan Lotte terugdenkt, krijgen we als lezer de beelden die hij bij haar heeft. We zijn haar lange, maar niet bijzonder elegante handen, haar steile donkerblonde haar, haar lach, haar tanden, haar frons. En Paul realiseert zich dat ze soms iets met haar kin deed: ‘Ze trok haar kin met een heerszuchtig rukje scheef, van je weg, en vervolgens kauwde ze op de binnenkant van haar wang.’

Kijken kunnen ze wel, die bergbeklimmers. Maar kennen ze elkaar ook? Uiteindelijk blijkt dat ze geen grip op elkaar hebben, evenmin als op zichzelf en ook helemaal niet op de tijd die maar doorgaat en zich niets aantrekt van de beelden van twintig jaar geleden die je zo zorgvuldig hebt vastgehouden.

Net op de dag dat het viertal weer herenigd zal zijn, staat er in de krant een artikel over onsterfelijkheid: wellicht is het mogelijk dat de wetenschap zo gevorderd is, dat we niet meer hoeven te sterven. Paul en Vincent zijn gefascineerd door het artikel en praten er met elkaar over.

Moet je dat wel willen, onsterfelijk zijn? En wat betekent het voor de religie als mensen een eventueel hiernamaals kunnen ontlopen? Zal er trouwens een tweedeling komen in de wereldbevolking tussen mensen die zich de onsterfelijkheid kunnen permitteren en zij voor wie dat niet is weggelegd?

Wie aan het bergbeklimmen is, moet zich juist zeer bewust zijn van zijn sterfelijkheid. Misschien is het aantrekkelijke van bergbeklimmen wel juist dat je in gevaar verkeert en dat het je leven kan kosten.

Ik aarzel te schrijven dat Enter ‘een ouderwetse roman’ heeft geschreven. Ik bedoel dat namelijk positief, waarbij ‘ouderwets’ staat voor de degelijkheid, het uitgebalanceerde, de verzorgde stijl. Vakwerk, waar je zeer van kunt genieten. Wie van literatuur houdt, moet wel van Enter houden, lijkt me.


(Gepikt van de site van Van Oorschot)


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen