maandag 20 juli 2026

Beschrijving van het machtige koninkrijk Krinke Kesmes (Hendrik Smeeks)

Hoe actueel de discussie is over het lezen van hertaalde werken, weet ik niet: ik heb het niet bijgehouden. Uit het verleden herinner ik me dat er voorstanders waren, die vonden dat het lezen van hertalingen een goed middel is om de oudere literatuur toegankelijk te maken en tegenstanders die vonden dat je daarmee de literaire werken verminkt. 

Intussen zijn er, zeker bij uitgeverij Kleine Uil heel wat hertalingen verschenen, die ik allemaal langs me heen heb laten gaan. Ik heb ze wel gezien, maar ik heb ze niet gelezen. Veel van die werken las ik in de oorspronkelijke uitgave en als ik een boek als De stille kracht van Couperus zou gaan herlezen, zou ik ook weer de oude uitgave kiezen. Maar ik heb makkelijk praten. Er zijn lezers voor wie de drempel naar de oudere literatuur hoger is. 

Ik heb geen bezwaar tegen hertalingen, ook niet als de hertaler fors ingrijpt in de oorspronkelijke tekst. Bij sommige romans uit bijvoorbeeld de negentiende eeuw, kunnen er bijvoorbeeld best wat natuurbeschrijvingen uit, zonder dat de werken worden aangetast. 

Bovendien hoor je de bezwaren die aangevoerd worden tegen hertalingen niet bij vertalingen. Als dat een Russische roman van een paar eeuwen geleden is, wordt die vertaald in hedendaags Nederlands en daar is blijkbaar geen bezwaar tegen. Misschien moeten we dan ook niet te moeilijk doen over hertaalde werken uit een wat ouder Nederlands. Mogelijk zijn ze een toegangspoortje tot literatuur die anders niet toegankelijk zou zijn. 

Misschien had ik ooit gehoord van de Beschyvinge van het magtig Koningryk Kinke Kesmes (1708), gelezen had ik het niet. Maar nu de hertaling verschenen is (Beschrijving van het machtige koninkrijk Krinke Kesmes), werd ik nieuwsgierig. De hertaling is van Arjen van Meijgaard, die van de oude tekst helder en goed leesbaar Nederlands heeft gemaakt. 

Imaginair reisverhaal

Krinke Kesmes (ik kort het maar even af) is een imaginair reisverhaal, zoals we er meer kennen. Van Reize door het Aapenland tot Eene aanmerkelijke luchtreis. Bekend werd Robinson Crusoë (1719) van Daniel Defoe, dat in het Nederlands vele navolgers kreeg, zoals De Hollandsche Robinson (1743), De Walcherse Robinson (1752) en De Haagsche Robinson (1758). Maar binnen het verhaal over Krinke Kesmes zit al een robinsonade en dat is elf jaar voordat het boek van Defoe verscheen en dus ook al voordat het woord  'robinsonade' bestond. 

Tegenwoordig is zo'n beetje de hele wereld in kaart gebracht, maar er was een tijd dat dat nog niet zo was, waardoor je kon fantaseren over een mogelijk bestaand land. Zo'n land was het Zuidland, waarnaar de titel van het debuut van P.F. Thomése verwijst. 

Ook in Krinke Kesmes wordt er gezocht naar het Zuidland. De verteller is Juan de Posos. Hij heeft contact met een meester, die wel wat wegheeft van de auteur, Hendrik Smeeks, chirurgijn te Zwolle.  Deze meester heeft al over allerlei onderwerpen nagedacht, van organisatorische zaken bij het aandoen van het Zuidland tot de zeestroom bij Texel. De verteller vindt het allemaal even interessant en dat is het ook wel, maar de uitgebreide behandeling ervan gaat wel ten koste van de grote lijn in het verhaal. 

Uiteindelijk gaat de verteller op reis, vanuit Panama naar de Filipijnen en belandt hij in Krinke Kesmes. Hij wordt vriendelijk ontvangen en hij ontmoet iemand die als scheepsjongen bij de verkenning van het eiland zijn groep is kwijtgeraakt. De anderen hadden gelukkig spullen voor hem achtergelaten, zodat hij zich een beetje kon redden en er wordt uitgebreid verteld hoe hij aan eten komt, hutten bouwt en zich weet te verdedigen. 

Dat verslag is eigenlijk het leukste van het hele boek: er zit spanning in, het is vernuftig uitgedacht en het is echt een verhaal, zonder allerlei uiteenzettingen. Verder krijgt de verteller allerlei geschriften te lezen en is er een gids (de Garbon) die hem allerlei dingen laat zien. Zo krijgen we een beeld van het machtig koninkrijk. 

Godsdienst

Op Krinke Kesmes zijn er verschillende zaken die, zeker vanuit het oogpunt van nu, interessant zijn. Zo wordt er niet gekozen voor een al bestaande godsdienst, maar zijn er vijf geboden voor de daar geldende godsdienst, waarvan er eentje behelst dat je eerlijk en rechtschapen moet zijn en een ander dat je anderen moet behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Daarbij moet je wel gehoorzaam zijn aan de gezagsdragers en gewillig belasting betalen en je moet dagelijks de engel Baloka groeten. 

In dit boek wordt er duidelijk stelling genomen tegen godsdiensttwisten. Niet alleen tegen de twisten tussen de verschillende godsdiensten, maar ook die binnen een godsdienst, waar de ene denominatie de heilige tekst beter begrepen denkt de hebben dan de andere. 

Elke geloofsgemeenschap, hoe tegengesteld ze ook aan elkaar zijn, kan de heilige teksten zo uitleggen dat het in haar straatje past. Daarom bewijzen die heilige teksten niets met zekerheid aan mensen die onpartijdig zijn. 
Het geloof is in talloze groeperingen verdeeld die elk beweren dat zij de enige echte wetten van God volgen. Het tegendeel is het geval, er is weinig fatsoen, veel mensen doen elkaar kwaad en danken daarna God voor de slechte dingen die ze hebben gedaan. 

Dat hebben ze dus op Krinke Kesmes anders geregeld. En het advies dat in het boek gegeven wordt, kunnen mensen zich nu nog steeds aantrekken:

Geloof zonder net te doen alsof, maar wees niet al te godsdienstig of te ijverig met godsdienstige zaken. Pas op voor beloftes waar je zelf niets aan hebt en de ander uiteindelijk ook niet. 

Er zijn nog meer spreuken en adviezen die nog steeds fris klinken. Over de opvoeding:

Wie meer bezig zijn met rijk worden en niet met de opvoeding van hun kinderen, die uiteindelijk die rijkdom moeten erven, zijn gek. 

Of deze:

Voor de jongeren werkt het beter om het goede voorbeeld te geven met oefeningen, dan ze te onderwijzen. Want een voorbeeld geven gaat boven praten, preken en schrijven. Omgaan met goede mensen is de adem van de ziel. 

Nemman en Wonvure

Dan zijn er nog twee bijzondere eilanden: Nemman (anagram van 'mannen') en Wonvure (anagram van 'vrouwen'). Op het eerste leven en studeren ongetrouwde mannen. Je blijft er acht jaar en in die tijd kun je studeren of een ambacht leren. Het eiland is ook voor arme mannen beschikbaar. 

Wonvure is een soortgelijk eiland, maar dan voor vrouwen. Vrouwen hebben dus dezelfde rechten als mannen en daarmee is Krinke Kesmes de tijd ver vooruit. 

Hendrik Smeeks heeft met de Beschrijving van het machtige koninkrijk Krinke Kesmes een bijzonder boek geschreven. Aan de ene kant wilde hij blijkbaar kwijt hoe een samenleving beter zou kunnen dan die waar hij zich in bevond. Dat wilde hij doen door een verhaal te vertellen. Het eerste is beter gelukt dan het laatste. 

Het verhaal komt vrij traag op gang en in het begin zit er nog niet zo heel veel richting in. Dat wordt beter als het gezelschap aankomt in Krinke Kesmes, al zijn er in dat verhaal ook nog allerlei uitweidingen over de gebruiken in Krinke Kesmes. Die heb je aan de ene kant nodig om een beter beeld van het koninkrijk en zijn gebruiken te krijgen, aan de andere kant stokt dan ook het verhaal. Het verhaal in het verhaal van de man die zich alleen moet zien te redden in het land waar hij gestrand is, is het spannendste gedeelte van het boek. 

Krinke Kesmes is een vrij omvangrijk boek en ondanks de heldere taal is het voor sommigen misschien toch een kluif. Dat ligt niet aan de hertaling, maar aan het oorspronkelijke boek. Maar wie een bijzonder verhaal wil lezen, mag ook best een beetje doorbijten. In ieder geval ben ik blij met deze Beschrijving van het machtig koninkrijk Krinke Kesmes, dat ik zonder de hertaling waarschijnlijk nooit gelezen zou hebben. 

Hendrik Smeeks, Beschrijving van het machtig koninkrijk Krinke Kesmes. Hertaling: Arjen van Meijgaard. Uitg. Kleine Uil, 256 blz. € 22,50

Geen opmerkingen:

Een reactie posten