donderdag 31 januari 2019

Café Noir, deel 1: Colombia (Corbeyran / Postec / Brahy)


Albane, een jonge vrouw, werkt in de parfumindustrie. Haar talent komt daar niet tot zijn recht. Ze heeft heel veel plannen, maar vindt geen gehoor bij haar meerderen. Ze besluit tot een carrièreswitch: ze stapt over naar het bedrijf Ethic Coffee, een koffiebedrijf dat vooral opereert op de fairtrademarkt. Albane blijkt niet alleen goed te zijn in het onderscheiden van geuren, maar ook van smaken. Een nieuwe toekomst ligt voor haar open.

Zo start Café Noir, een serie van drie stripalbums. De makers deden al van zich spreken in de serie Cognac. Het zijn de scenaristen Corbeyan en Vanessa Postec en de tekenaar Luc Brahy. Het eerste deel heet Colombia en daar speelt zich het verhaal dan ook grotendeels af, al krijgen we al af en toe al iets te lezen over Brazilië, het toneel voor het tweede deel.

Colombia

Albane reist naar Colombia en krijgt daar te maken met verschillende problemen, bijvoorbeeld een koffieplanter die verder wil gaan dan alleen zakelijk contact. In Brazilë heeft een plantage betalingsproblemen. En hoe ethisch is Ethic Coffee eigenlijk?

Het verhaal heeft vaart. De lezer volgt Albane. Ze is een beginneling op koffiegebied, maar ze heeft er de capaciteiten voor en ze is zelfbewust. Ze laat niet met zich sollen. Dat is nog wel eens wennen voor de omgeving.

Tussendoor krijgen we stukjes van het Braziliaanse verhaal. Aan het eind van dit eerste album vertrekt Albane naar Brazilië. Ook daar zullen haar heel wat moeilijkheden wachten.

Aanloop

Het verhaal van Colombia wordt zonder meer goed verteld. Wel heb je het idee dat de grote verhaallijn belangrijker is dan de deellijn. De grote strijd moet Albane nog aangaan. Dat maakt dat dit deel toch een beetje het karakter krijgt van een aanloop. Het lijkt erop dat het losse album net iets minder goed werkt dan de hele serie. Erg is dat niet; we wachten gewoon de volgende delen af. De verwachtingen zijn in het eerste deel wel gewekt.

De tekeningen zijn over het algemeen in orde. Binnen- en buitenscènes wisselen elkaar af, wat prettig werkt, ook door de inkleuring. Daar is Cyril Saint-Blancat voor verantwoordelijk. Het frisse groen van de koffieplantages, geeft de omgeving iets paradijselijks, wat juist in tegenstelling staat tot wat er
gebeurt.

Brahy heeft een fijn lijntje gebruikt, dat overal even dik is. Gezichtsuitdrukkingen worden in de meeste gevallen weergegeven door iets met de wenkbrauwen te doen. Als je daarop let, krijg je het idee dat dat net te gemakkelijk is.

Vet

Een enkele keer, maar gelukkig niet zo vaak, is iets net te vet aangezet. De kopjes koffie lijken te walmen. Warmte kun je tekenen, geur niet, en nu lijkt het alsof er stoom uit kopjes komt. Als Albane een vuistslag krijgt, lijkt er meteen een guts bloed uit haar mond te komen. Wel duidelijk, maar je hebt de neiging om 'tut, tut' tegen de tekenaar te zeggen.

De voorkant van het album ziet er wonderlijk uit: Albane staat met een kopje koffie in de koffieplantage, terwijl achter haar rug twee mannen elkaar onder schot houden. Ze houden het pistool zo dicht bij elkaars neus dat het bijna grappig werkt. Er zit een zekere ironie in zo'n omslag, wat niet helemaal recht doet aan de sfeer in het verhaal.

Aan de andere kant laat het ook de rust en de zelfbeheersing van Albane zien. Om haar heen is er woeling en onrust, maar zij drinkt haar koffie. Het beeld van een vrouw die zich niet zomaar van haar stuk laat brengen, klopt wel.

De wereld van de koffie - dat is niet altijd zuivere koffie, blijkt al wel uit dit eerste deel. Ook niet als je jezelf Ethic Coffee noemt. De zakenwereld en dus ook de koffiewereld is hard. De nieuwkomer Albane moet zich in die wereld staande houden en we zijn benieuwd of haar dat altijd lukt. Het wachten is op deel 2 en deel 3.

Reeks: Cafë Noir, deel 1: Colombia
Scenario: Corbeyran / Vanessa Postec
Tekeningen: Luc Brahy
Inkleuring: Cyril Saint - Blancat
Uitgever: Silvester
's - Hertogenbosch 2018; 48 blz. € 8,95 (softcover) € 17,95 (hardcover)

woensdag 30 januari 2019

Het kruispunt (Paco Roca / Seguridad Social)



Van tijd tot tijd verschijnen recensies van mijn hand op literairnederland.nl. Vanaf vandaag staat daar het onderstaande stuk:

Muziek en tekeningen ontmoeten elkaar in Het Kruispunt


Een muzikant en een stripmaker ontmoeten elkaar en raken in gesprek over hun vak. Ze besluiten samen een project aan te gaan, waarin ze zich afvragen waardoor ze geïnspireerd worden. Wie zijn de reuzen op wier schouders ze staan? Door wie zijn ze beïnvloed? En welke moeilijkheden komen ze tegen in hun werk?

We hebben het over Paco Roca, gevierd stripmaker, die geprezen is om de graphic novels La Casa en Rimpels, en over José Manuel Casañ, oprichter van de rockband Seguridad Social. Het project resulteerde in een cd, die te beluisteren is op bijvoorbeeld Spotify, en in de graphic novel Het kruispunt.

Gesprekken

Een groot deel van beeldroman bestaat uit gesprekken tussen Roca en Casañ en dat is lastig tekenen; voor je het weet, heb je alleen plaatjes met pratende hoofden. Roca heeft wel geprobeerd beelden te vinden bij wat er gezegd wordt, maar dat is lang niet altijd goed gelukt.

Bij de tekst ‘Je zou kunnen zeggen dat muziek mij op het juiste spoor heeft gehouden’ zien we bijvoorbeeld iemand over de rails lopen. Naast het spoor is een afgrond. Dat is wel duidelijk, maar erg verrassend is het niet. Het lijkt ook een beetje dubbelop: tekst en beeld geven dezelfde informatie.

Muziekstijl/tekenstijl

Casañ maakte verschillende nummers, elk in een eigen muziekstijl (bijvoorbeeld blues, country, soul, Catalaanse rumba). Ook die nummers zijn getekend. Zoals de muziekstijl per nummer wisselt, wisselt ook de tekenstijl, zodat er steeds een andere periode uit de muziek- en tekengeschiedenis wordt weerspiegeld.

De teksten van liedjes zijn in hun geheel weergegeven, maar die komen niet zo goed over, wat wellicht door de vertaling komt. Je zou je kunnen voorstellen dat een lezer in de oorspronkelijke taal tegelijkertijd de muziek draait en de tekst leest. In vertaling kan dat niet. Misschien had daarom de tekst tot de kern teruggebracht moeten worden.

Lees de rest van de recensie hier.

Het kruispunt
Tekst en tekeningen Paco Roca, met medewerking van Seguridad Social
Verschenen bij: Soul Food Comics (2018)
ISBN: 9789492882028
160 pagina's
Prijs: € 24,95
José Manuel Casañ/Paco Roca

dinsdag 29 januari 2019

60 Jaar Ria Valk (Marc Didden)



Ria Valk is er al vanaf het begin van mijn leven. In het jaar nadat ik geboren werd, 1960, werd het plaatje op de markt gebracht dat haar eerste hit zou worden: 'Hou je echt nog van mij, Rocking Billy?' Mijn moeder zong het en ze heeft me verteld dat ik als klein broekmannetje vaak vroeg of mama nog een keer wilde zingen over 'Kokke Billy'. Dat betekent dat mijn moeder het lied echt vaak gezongen moet hebben. Hoe ze eraan kwam, weet ik niet. Een radio hadden we toen nog niet en een tv kwam ons christelijke huishouden sowieso niet binnen. Maar Ria Valk drong dus wel door in het gezin.

Uit de jaren zeventig herinner ik me haar vooral van de carnavalsliedjes. Vrolijk en weinig om het lijf hebbend, zoals het hoort bij carnavalsliedjes. Dat ze in de decennia daarna gewoon is doorgegaan, liedjes, acteerklussen, dat heb ik allemaal niet bijgehouden. Maar nu weet ik het: dankzij het boek 60 Jaar Ria Valk van Marc Didden.

Bronnen?

Het gaat misschien te ver om 60 Jaar Ria Valk een biografie te noemen, maar Didden heeft wel chronologisch  allerlei gebeurtenissen uit het leven van Ria Valk genoteerd. Hij vertelt op een vlotte toon en het boek leest dan ook als een trein. Maar het is volstrekt onduidelijk waar hij zijn informatie vandaan heeft gehaald.

Achter in het boek staat wel een lijst van geraadpleegde boeken, maar daarbij ontbreken de jaartallen, en ook een lijst van krantenartikelen, die willekeurig gekozen lijken. Didden geeft niet met een voetnoot aan hoe hij bijvoorbeeld weet dat een nummer van Ria Valk op een bepaald moment het meest verkocht werd, maar toch niet op nummer 1 in de top 40 terechtkwam, omdat het niet chique genoeg was. Queen stond toen op de hoogste plaats, met 'Somebody to love'.

Wat is hem verteld door Ria Valk zelf en heeft hij gecontroleerd of dat allemaal wel klopt? Ook als Valk te goeder trouw is, waar ik nu maar even van uitga, kan haar geheugen haar bedriegen. Het is goed als je dan meerdere bronnen hebt.

Populair

In het begin van de jaren zestig was Ria Valk bijzonder populair. Er was een markt voor muziek die gericht was op teenagers. Nog onlangs werd daar een uitzending van Andere tijden aan gewijd: 'Tienersterren van toen'. De populariteit van Ria Valk was immens: er werd een fanclub opgericht en dagelijks kreeg ze tientallen brieven.

Bij de opening van een zaak met teenagekleding, werd ze letterlijk belaagd door haar fans. 'Dolle Delftse teeners scheuren Ria's kleren' kopt Het Vrije Volk op 7 september 1961. Didden vermeldt het niet, wat niet zo vreemd is, want in de bronnenlijst staan maar twee artikelen uit 1961, wat altijd nog meer is dan uit 1960, 1962 en 1963. Uit die tijd is geen enkel artikel in de lijst opgenomen.

Op Delpher wordt, alleen al in de kranten, de naam van Ria Valk 124 keer genoemd in 1961. Veel van die artikelen geven overigens niet meer informatie dan dat ze ergens optreedt.

Het Parool, 29 september 1961
Maar in Het Parool van 29 september 1961 wordt  uitgebreid aandacht besteed aan Ria Valk. De kop is 'Ria Valk doet gek'. In het artikel wordt bijvoorbeeld beweerd dat ze per jaar tienduizend gulden meer verdient dan een hoogleraar. Er zijn verscheidene foto's bij het stuk geplaatst. We zien bijvoorbeeld hoe Ria Valk haar handtekening op de blote huid plaatst van een vrouwelijke fan. Ook dat artikel is niet door Didden geraadpleegd.

Begin

De titel 60 Jaar Ria Valk slaat op de carrière van de zangeres. In 1958 werd ze door Willy Alberti en Joop de Knegt ontdekt bij een talentenjacht en won ze het Cabaret der onbekenden.  In 2018 zat ze dus zestig jaar in het vak.

Het Vrije Volk, 7 september 1959
1959 was het jaar van haar doorbraak: ze deed, als enige vrouwelijke deelnemer, mee aan een wedstrijd waarvan de winnaar zich de Nederlandse Elvis Presley mocht noemen. Ze werd tweede. In datzelfde jaar was ze te zien in het tv-programma Nieuwe Oogst. Ook trad ze op voor Nederlandse militairen in La Courtine.

Bam-bam-boe

Grote ophef veroorzaakte het programma Bam-bam-boe. Voor het eerst werden televisie en commercie verbonden. In de tv-show zong of playbackte Ria Valk het lied 'Dans de bam-bam-boe.' Ze hanteerde daarbij een inschuifbare kartonnen koker, die op verschillende plaatsen tegen het lichaam werd getikt en er waren twee dansers die de bam-bam-boe-dans demonstreerden.

Intussen waren de warenhuizen bevoorraad met bam-bam-boeslingers, -rokken en -kokers en er waren dansinstructies te koop. Er was een embargo op de verkoop tot de maandag na de tv-uitzending, die op zaterdagavond was.

Op die maandag staan er in verschillende kranten advertenties voor de bam-bam-boe-rok. Veel kranten schrijven over de tv-show. 'AVRO-TV lanceert Bam-Bam-Boe-gedoe' kopt Het Vrije Volk, dat de koker 'een slagwapen' noemt.

Ria Valk wordt een nieuwe ster aan het firmament van de lichte muze genoemd. Het nummer dat zo succesvol is, heeft 's middags ook al deel uitgemaakt van een bloemenspel bij het Amsterdamse stadion. Wat we ons daarbij moeten voorstellen, is niet helemaal duidelijk.

De kranten noemen Ria Valk een debutante, maar er wordt ook verschillende keren verwezen naar het programma Nieuwe Oogst, waarin ze te zien was.

Het Parool, 19 september 1959

Commercie

Een dag later wordt er kritisch geschreven over de commerciële kant van de televisieshow, bijvoorbeeld in De Tijd - Maasbode. Er zijn besprekingen gaande over reclame op tv. Nou, die is er al, is de strekking.

Ook De Telegraaf besteedt aandacht aan het programma, op 8 september, onder de kop  'De koker - het liedje - de dans. Bam bam boe. Nieuwe rage in Nederland.' De makers van het programma, Joop van Marel en Coen van Orsouw, komen ook aan het woord.

Ze hadden gedacht rijk te worden aan het programma en dat lijkt aardig te lukken. In twee dagen tijd worden er 150.000 slingers en 40.000 kokers verkocht.

Volgens Didden wordt het nummer verboden: de plaatverkoop wordt gestopt en het liedje wordt niet meer gedraaid op de radio. Dat kon ik zo gauw niet terugvinden, maar hij heeft zich er ongetwijfeld meer in verdiept dan ik. Didden noemt het artikel in de Telegraaf, maar uit de bronnenlijst blijkt niet dat hij het ook gelezen heeft.

Zangkwaliteiten

Op de zangkwaliteiten van Valk is soms kritiek. In Het Parool van 19 september 1959 staat een artikel onder de kop 'Wat waarom hoe. Commercie tv en BBB.' Over Ria Valk wordt geschreven:
Zij is een meisje dat onze taal zó onduidelijk uitspreekt, dat de opname van het grammofoonplaatje nogal wat voeten in de aarde heeft gehad. Men heeft de muziek ten slotte maar eerst opgenomen en toen in enkele dagen het meisje klaargestoomd om onze moedertaal zó uit te spreken dat het verstaanbaar zou zijn. 
De hele Bam-bam-boe-affaire doet Didden af in een halve bladzijde. Misschien is het maar een klein hobbeltje in de levenslijn van Ria Valk, maar ze stond daardoor wel in alle kranten. Bovendien is het van belang als we kijken naar de tijd: de snelle opmars van tienersterren en het oprukken van de commercie.

Tijdverschijnsel

Op het moment zelf is men zich bewust van de veranderingen. In de Leeuwarder Courant van 13 juni 1960 wordt een show van Willy Vervoort 'een cascade aan banaliteiten' genoemd. Van Ria Valk wordt gezegd dat ze interessant is als tijdverschijnsel. Die show wordt overigens niet door Didden vermeld.

In veel kritieken heeft men oog voor het talent van Valk. In de Telegraaf van dezelfde dag: 'het blonde zangeresje Ria Valk [manifesteerde] een indrukwekkend zelfvertrouwen.'

In 1961 wordt er nepnieuws verspreid, maar ook dat is kenmerkend. In De Telegraaf van 22 juni 1961 staat dat in een 'Goois dagblad' het bericht te lezen is dat er een 'anti-Ria Valk club' is opgericht. De beoogde voorzitter zou Rinus Ferdinandusse zijn. Die blijkt van niets te weten. Degenen die het nieuws de wereld in geholpen hebben, zeggen dat ze helemaal niet tegen Ria Valk zijn, maar 'tegen de teenager-rage en kwalijke praktijken van de commercie die deze zielige idolen exploiteert.’

Duiding

Graag had ik in de biografie wat duiding gehad: het leven van Ria Valk, geplaatst in de tijd. Dat ontbreekt. Didden volstaat met het opsommen van gebeurtenissen. Hij toont wel hoe ze aanvankelijk onderbetaald werd en dat ze op aansporing van Willy Alberti geld ging vragen voor elk singletje dat verkocht werd. Het onderbetalen van jonge artiesten zou ook later nog aan de orde zijn. Denk aan de omstandigheden waaronder het zangeresje Wilma later moest werken.

Verder ontbreekt nogal de wijdere blik, het zicht op ontwikkelingen in de maatschappij. Doordat Didden zo gericht is op alles wat Ria Valk meemaakt, lezen we niet hoe alles om haar heen verandert. Dat lijkt me een gemiste kans.

Ria Valk zong in de jaren zeventig vooral feestrepertoire : 'Worstjes op mijn borstjes', 'Leo, je bent vannacht weer dronken geweest', 'Moeder, ik ben zo bang', 'Is er hier een dokter in de zaal' en dat soort teksten. Ze kon veel meer, maar kwam toch vaak in dezelfde hoek terecht: ze was de lolbroek die iedereen kon vermaken.

Verdriet

In haar leven was het natuurlijk niet enkel vrolijkheid. Haar eerste man overleed jong, ze had verschillende relaties achter elkaar, haar dochter werd ernstig ziek en bij haarzelf werd huidkanker geconstateerd. Didden tekent het allemaal op.

Door het hele boek heen staan kenmerkende liedteksten voluit weergegeven. Daarin zie je dat Ria Valk veel teksten heeft gezongen die niet zoveel voorstelden. Een enkele keer zit er een tekst tussen van een betere tekstschrijver (bijvoorbeeld Annemarie Oster) en soms zingt ze ook teksten van eigen hand. Je kunt je afvragen wat er van Ria Valk geworden zou zijn als ze betere tekstschrijvers had gehad.

In het midden van het boek is een mooi fotokatern opgenomen, met foto's die een kijkje geven in het leven van Ria Valk, van haar jeugd tot vrij recent.

Legende?

In zijn inleiding noemt Marc Didden Ria Valk 'een van de weinige levende legendes'. Dat lijkt me te veel eer, maar ze is een zangeres die begin jaren zestig beroemd was en toen meedraaide aan de top. Graag had ik meer gelezen over hoe toen het amusement georganiseerd was. Hoe artiesten meerdere optredens per dag of zelfs per avond verzorgden en van het ene schnabbeltje naar het andere gereden werden.

In de jaren zeventig is een nummer van Ria Valk bij elk carnaval vaste prik en sommige van die nummers worden hits. Later zal ze laten zien dat ze acteerkwaliteiten heeft, bijvoorbeeld in Zeg 'ns Aaa.

Ik denk dat ze tot op zekere hoogte ondergewaardeerd is. Pas op latere leeftijd kreeg ze kans om bijvoorbeeld bluesnummers te zingen. Dat had ze waarschijnlijk wel eerder willen doen. Dat is een wat droevig stemmende veronderstelling. Maar altijd is ze zangeres geweest, altijd heeft ze op haar gebied hard gewerkt en hoewel ze al ruim over de zeventig is, treedt ze nog steeds op. Een vakvrouw pur sang dus. Daarvoor kun je bewondering hebben.

In ieder geval zal ik altijd terugdenken aan Rocking Billy, dat mijn moeder zo vaak zong, als ik op de stofzuiger achter haar meereed tijdens het stofzuigen. Voor een deel kan ik het nog zo meezingen.

Sympathiek boek

Didden geeft met 60 Jaar Ria Valk een sympathiek en betrokken portret van de zangeres. Hij is blijven steken in het weergeven van gebeurtenissen, waardoor hij misschien ook te weinig tot haar is doorgedrongen en zeker te weinig tot de tijd waarin ze geleefd heeft en nog leeft. Maar hij heeft het dan toch maar gedaan: een boek geschreven over een artiest die hij bewondert.

Het is mooi dat Ria Valk een dergelijk boek bij haar leven krijgt. Als het verschenen zou zijn na haar dood, had ze er zelf niets aan gehad. Of er ooit een uitgebreide biografie zal komen is nog maar de vraag. Dit boek is er in ieder geval.

60 Jaar Ria Valk is in eigen beheer uitgegeven en is hier te bestellen.





maandag 28 januari 2019

Roemeens decor (Frans Brinkman)


De eerste aanblik van de bladzijden van Roemeens decor (2006), een verhalenbundel van Frans Brinkman, valt niet mee: de bladspiegel deed mij denken aan die van de prekenbundels die mijn ouders vroeger in de kast hadden staan, onder de titel Uit de schat des Woords. Aan alinea's lijkt Brinkman niet te doen, wat de bladzijden een erg compacte aanblik geeft. Tijdens het lezen had ik af en toe behoefte aan iets meer 'lucht'.

Roemeens decor bevat vier verhalen, of volgens de ondertitel 'vier vertellingen', die zich afspelen in Roemenië. Dat is niet zo vreemd, want Brinkman woont al decennia in dat land. Hij beheert de site roemenie.com.

In de vier verhalen gebeurt er weinig. Bijna alles speelt zich af in wat de hoofdpersonen denken of zeggen, wat nogal statisch overkomt. In 'Stadse oprisping' is een jonge vrouw aan het woord. Ze geeft haar mening over wat ze ziet vanaf haar balkon. Door alles heen klinkt dat ze weinig perspectief heeft. Ze heeft ooit een Nederlandse vriend gehad, zodat ze ook wat kan opmerken of zich herinneren over Nederland.

Dubbel perspectief

Dat dubbele perspectief, op Roemenië en Nederland, zit in alle verhalen. In het tweede verhaal, 'Vervulling van tijd', spreekt een oude man zijn nog heel jonge kleindochter toe. Maar aangezien ze in een deel van het verhaal in slaap is, zou je net zo goed of beter kunnen zeggen dat hij tot zichzelf spreekt.

In 'Eenvoudig verlangen' treedt er een Nederlandse theatergroep op in Roemenië en moet daarbij rekening houden met culturele verschillen. In het laatste verhaal, 'Zonder bewegwijzering', besluit een Nederlandse vrouw mee te gaan met jongen van het Roemeense platteland.

Dat laatste verhaal roept wel wat vragen op. Hoe communiceren de personen in dat verhaal? In het Roemeens? De jonge vrouw, Eva, spreekt ook met Roemenen, van wie je kunt aannemen dat ze alleen hun eigen taal spreken. Tolkt de jongen? Waarom wordt dat dan niet vermeld.

Platteland

In het laatste verhaal wordt ook het duidelijkst een blik geworpen op het platteland, waar vervoer soms nog met paard een wagen geschiedt. De jongen, Ion, is lid van een zigeunergemeenschap, de Roma, door Brinkman gespeld als Rroma. Binnen Roemenië hebben Roma het lastiger dan de rest van het volk.

In alle verhalen zien we de strijd om het eigen leven leefbaar te houden en een oordeel over de anderen of over hoe de maatschappij georganiseerd is. Dat betreft zowel Roemenië als Nederland, of misschien wel als West-Europa. Doordat alle personages zo duidelijk de drang voelen om hun mening te verkondigen, krijgt Roemeens decor ook werkelijk iets van een prekenboek. Het verhaal lijkt alleen maar een excuus om mening te kunnen spuien.

Je kunt je wel afvragen waarom er dan voor de verhaalvorm gekozen is. De ontwikkeling op het niveau van de gebeurtenissen is minimaal. Zelfs als de personages zich wel verplaatsen, zoals in het laatste verhaal, zijn er nog ellenlange bespiegelingen. Dat is niet altijd geloofwaardig. Zou iemand voor het begin van een vrijpartij met zijn of haar hoofd bij de organisatie van de maatschappij zijn?

Genegenheid

Het aardigste verhaal lijkt me het tweede, waarin de genegenheid van de grootvader voor zijn kleindochter het duidelijkst doorklinkt. Het geeft hem iets milds en berustends, terwijl hij tegelijkertijd wel scherp blijft waarnemen.

Ik denk dat vooral de inkijk in stukjes Roemenië interessant zijn. Roemenië is een land dat grotendeels buiten onze waarneming blijft. In de jaren zeventig en tachtig las ik verschillende romans van Virgil Gheorgiu. Het bekendst is Het vijf en twintigste uur, maar in het Nederlands zijn ook titels verkrijgbaar als De tweede kans, De zweep, Pilatus aan de Donau, Bedel niet om wonderen en Petrodava. Indertijd was ik daarvan nogal onder de indruk. Erg opwekkend zijn de boeken overigens niet.

Brinkman pretendeert niet Roemenië samen te vatten. De uitsneden uit de levens van mensen geven geen beeld van het hele land, maar dat kan ook niet. We krijgen wel een blik op een werkelijkheid die gewoonlijk voor ons verborgen blijft.

Roemeens decor verscheen in 2006. In hoeverre Roemenië in die meer dan tien jaar daarna veranderd is, is wellicht een onderwerp voor een volgend boek. Maar dan wel graag met iets meer handeling. In een verhaal mag best wat gebeuren.

vrijdag 25 januari 2019

Podcast: Laura H., het kalifaatmeisje uit Zoetermeer


We kennen de nieuwsberichten over Laura H., het jihadmeisje dat naar Syrië trok. Ze was een Nederlands meisje, dat moslima werd, met een orthodoxe moslim trouwde en naar het kalifaat trok om de goede zaak te dienen.

Maar toen ze daar een tijdje zat, wilde ze het liefst terug. Een gewelddadige man en een omgeving die geen toekomst bood, wat had ze daar te zoeken? Laura had ergens van willen ontsnappen door weg te gaan, maar ze begreep dat ze terug moest naar Nederland. Voor zichzelf, voor haar kinderen. Ook haar ouders wilden er alles aan doen om haar terug te halen.

Ontsnappen uit het kalifaat is echter niet zo gemakkelijk, zelfs niet met hulp van buitenaf. En wat zou haar te wachten staan als het haar wel lukte naar Nederland te komen? Zou ze veroordeeld worden? Er waren veel onzekerheden.

Uiteindelijk lukt het Laura om te ontsnappen. Misschien heb je het filmpje gezien waarin ze in het Engels vertelt dat ze afkomstig is uit Zoetermeer, Sweet Lake City.

Het bleef een tijdje stil rond Laura H., maar uiteindelijk ging ze praten. Journalist Thomas Rueb luisterde niet alleen naar wat ze te vertellen had, maar ging ook op onderzoek uit. Klopten haar verhalen wel? Hij schreef er een boek over.

En intussen is er ook een podcast, door het audiocollectief Schik, dat al veel moois op zijn naam heeft staan, zoals de podcast Bob, waar ik nog steeds niet over geschreven heb, maar die vorig jaar uitgeroepen werd tot de beste podcast. Beluister die!

De podcast over Laura H. is op veel plekken te vinden, bijvoorbeeld hier. Vier delen, alle vier spannend. Wat een verhaal!

De trailer:

Lees over de podcasts die ik tot nu toe besprak.

donderdag 24 januari 2019

Column: Honderd jaar radio

Wij zeiden het vroeger vaak genoeg: Hallo, hallo, wie stinkt er zo? Het mannetje van de radio!

2019 is een jubileumjaar. Misschien is het u ontgaan, maar honderd jaar geleden was de eerste radio-uitzending ter wereld te beluisteren, verzorgd door ingenieur Hanso Idzerda, een Nederlander. In het begin zag men er niet veel in: radio, dat zou nooit wat worden.

Maar de radio leefde door en groeide, en in mijn jeugd was die alomtegenwoordig. Er was natuurlijk al tv, maar dat wereldse ding kwam ons christelijke gezin niet binnen. Nou ja, af en toe mocht ik bij de buren naar Swiebertje kijken.

De radio werd bij ons thuis dagelijks beluisterd. Om de mededelingen voor land- en tuinbouw te horen en de waterstanden, als de koeien al in de uiterwaarden liepen en het water alsnog steeg. Maar mijn vader was ook een fan van Biels en Co, een radiostrip, met Ko van Dijk. En later zou hij altijd naar het begin van Met het oog op morgenluisteren, voordat hij in bed stapte. Soms werd het gezin om de radio verenigd voor een hoorspel.

De kinderen luisterden naar Kleutertje luister, waarin presentatrice Lily Petersen ons begroette met: ‘Hallo kindertjes uit het hele land!’ We probeerden te antwoorden op vragen in kwissen als Centenkwestie en Hersengymastiek en we zongen mee met de Boertjes van buut’n.

Ik vrees dat de radio mij behoorlijk bepaald heeft. Natuurlijk luisterde ik als puber naar de zeezenders, waarbij ik vaak Radio Mi Amigo opzocht. Toen in 1974 Veronica en Noordzee moesten stoppen, vertrok Mi Amigo naar Spanje en ging door met de uitzendingen. Nog steeds word ik week als ik het middengolfgeluid terughoor.

En dan de radioreclames uit die tijd! Ik weet nog precies waarom het jongetje bij Japie z’n moeder ging eten: Japie z’n moeder heeft lekker King Corn. Het was verpakt brood: het enige wat je weggooit, is de verpakking.

Witte Reus waste een berg en kostte een beetje, Persil had twee witmakers, als je Supra opendeed, kwam het aroma je tegemoet en met Danclan kon je in dertig seconden je kunstgebit schoonmaken. Bona was de enige margarine in een kuipje en die was dus altijd smeerbaar: Bona mee, in de arreslee, door de sneeuw. California soep, die was pas lekker en iedereen was in zijn sas met Badedas.

Mijn moeder citeerde wel eens reclames die waarschijnlijk nog ouder zijn, zoals
Al kon ik je hartje niet winnen,
toch blijf ik je altijd beminnen,
want van jou, lieve schat,
heb ik zegels gehad
van de Vivo en dus ben ik binnen.

Zelf zing ik in een uitgelaten bui nog wel eens over de goudhaantjes van Herman Kramer en ook:
Eén, twee, drie, je proeft het zo:
het is ijs van Caraco.
Mexicaantje, oranje hoed,
Caraco-ijs, geweldig goed.

Er was nog geen cultureel café, maar er was de radio en de radio is weer helemaal terug, in die zin dat er steeds meer naar podcasts geluisterd wordt. Iedereen is tegenwoordig zijn eigen radiomaker.

Laten we daarom het jubileumjaar vieren door radioherinneringen te delen. ‘Mag ik Paul Vlaanderen van jou, dan krijg je van mij Sprong in het heelal’en wie zingt er mee met ‘Cha cha cha, wat zullen we eten?’

En misschien moeten we enkele radiotradities in ere herstellen. ’s Morgens vroeg het hanengekraai van de VARA, af en toe het gebimbam van de Big Ben en om twaalf uur springt iedereen in de houding, want dan wordt het Wilhelmus gespeeld.

En daarna is het stil. De radio zwijgt, de televisie is al lang op het testbeeld gesprongen en wij gaan met een hoofd vol herinneringen naar bed.


Column voorgelezen bij Cultureel café Dante.

Eerder schreef ik over de podcast Hallo, hier Hilversum!

woensdag 23 januari 2019

Stille nacht (Frank Flöthmann)


Nu de drie koningen alweer naar huis zijn en de paaseitjes alweer in de schappen liggen, is het eigenlijk niet zo'n passend moment om over het kerstverhaal te beginnen. Maar dat dat verhaal niet alleen van alle tijden, maar ook van alle momenten is, is ook te verdedigen. Daarom toch maar nu deze bijdrage.

Het gaat over Stille nacht van Frank Flöthmann van wie ik eerder Sprookjes van Grimm zonder woorden besprak. Bij die bespreking plaatste ik al een filmpje over het kerstboek. Dat boek besprak ik onlangs op Literair Nederland.

Flöthmann vertelt het verhaal zonder woorden


Duimpjes (omhoog of naar beneden), smiley’s, verkeersborden, aanduidingen bij toiletten: overal om ons heen zijn pictogrammen die ons zonder woorden informatie geven. We staan er niet meer bij stil en dat is ook de bedoeling. Wie bijvoorbeeld op de afbeelding van een diskette klikt om een bestand op te slaan, realiseert zich niet meer wat er letterlijk afgebeeld wordt. De striptekenaar Frank Flöthmann gebruikt bekende en nieuwe pictogramman in zijn strips.

In strips wordt er altijd al veel informatie overgebracht door tekeningen, maar meestal hebben we ook nog tekst, in tekstblokken of tekstballonnetjes. In Sprookjes van Grimm zonder woorden (2017) liet Flöthmann zien dat de tekst vervangen kan worden door pictogrammen. Hetzelfde procedé herhaalt hij in Stille nacht. Ook nu is het een klassiek verhaal dat Flöthmann als uitgangspunt gebruikt. Dat is handig, want dat betekent dat de grote lijn bij veel lezers bekend zal zijn. Ook als dat niet zo zou zijn, is het verhaal overigens goed te lezen.


Eenvoudig en strak

De tekeningen zijn eenvoudig en strak: eigenlijk zoals figuren in pictogrammen zijn. Ook het kleurgebruik is sober gehouden: naast zwart en wit worden alleen rood en blauw gebruikt, zonder kleurnuance. In grote lijnen vertelt Flöthmann het verhaal zoals dat in de Bijbel staat. Hier en daar vult hij iets aan of wijkt licht af. Dat heeft vaak een humoristisch effect. Zo laat hij Jozef zoeken naar zijn potlood, dat achter zijn oor blijkt te zitten.

Het verhaal begint in Nazareth, in het huis van Jozef en Maria. Jozef timmert er lustig op los en Maria is bezig met de boekhouding, waarbij ze zich goed moet concentreren. Als Jozef haar roept, zegt ze dan ook dat hij even stil moet zijn. Flöthmann kan volstaan met het tekentje voor ‘mute’, een speaker met een streep erdoorheen.

Veranderen van context

Zo’n teken is duidelijk en toch moet je er even over nadenken, omdat het buiten zijn gewone context wordt gebruikt. Als het tekentje op een afstandsbediening had gestaan, had niemand er aandacht aan geschonken. Dat veranderen van context gebruikt Flöthmann verschillende keren. Bijvoorbeeld als Jozef Maria stilletjes wil verlaten. Dan zien we in een gedachtewolkje het tekentje voor ‘nooduitgang’.

Steeds lukt het Flöthmann om helder het verhaal te vertellen, ook als het vrij ingewikkelde gesprekken betreft. Zo spelen twee herders het spelletje steen, papier, schaar om te bepalen wie er op wacht moet staan bij de schapen. Ze krijgen onenigheid: wint papier van steen of andersom? De discussie is prima te volgen.

Humor

De humor zit niet alleen in de gebeurtenissen, maar ook in hoe ze gepresenteerd worden. Je kunt je voorstellen dat Maria aan Jozef uit moet leggen dat hij niet de vader is van het kind dat ze draagt. Dat gesprek wordt in bed gevoerd. Pas als je de bladzijde omslaat, zie je dat Jozef en Maria gescheiden slapen, waardoor nog duidelijker wordt dat Jozef zijn vraagtekens zet bij de zwangerschap.

Lees hier het slot van de recensie.