donderdag 7 januari 2016

Wildzang (Woorden die je weinig hoort 8)


Onlangs las ik een paar bladzijden in het curieuze kinderboekje Roepstemmen, een verhaal voor kinderen, door Josijne. In een latere bijdrage kom ik op dat boekje terug. Op de eerste pagina wordt de hoofdpersoon geïntroduceerd, een negenjarig meisje. Ze heeft eerst een tak opgeraapt, maar die is intussen gebroken.
(...) ze trok en rukte aan een jongen buigzamen struik, tot ze een tak, waaraan enkele knoppen schuchter te voorschijn kwamen, had losgerukt en nu zette ze voldaan hare wandeling voort. Arme jonge tak! zoo wreed afgescheurd en dat door zulk een onbedachtzame wildzang!
Mij viel het woord 'wildzang' op, een woord dat je nog maar weinig hoort. De laatste keer dat ik het tegenkwam was als titel van een roman van Gijs IJlander, een aardig boek. In die roman is Wildzang de naam van een boerderij, die waarschijnlijk verwijst naar het gezang van vogels.

In het WNT wordt dat ook als eerste betekenis gegeven. Er zijn restaurants, scholen en zelfs een uitvaartcentrum te vinden die, waarschijnlijk mede daarom, Wildzang heten.

In 1976 werd er een groot kunstwerk (80 bij 25 meter) met die naam geplaatst op de Bijlmerweide in Amsterdam-Zuidoost. Dat was een verbeelding van het gedicht 'Wiltzangh' van Vondel. Dat gedicht begint met 'Wat zongh het vrolijck vogelkijn / dat in den boomgaert zat!' Onder de titel staat 'Op de zelve hofstede', wat erop duidt dat er ook toen al een boerderij was die naar het gezang van de vogels was genoemd.

Maar het gaat mij om de betekenis die 'wildzang' heeft in het kinderboek en die komt overeen met de indruk die ik daarvoor er al van had: een wildebras, een jong iemand die haar eigen gang gaat en zich van niemand iets aantrekt. Voor mijn gevoel past het woord meer bij een meisje dan bij een jongen.

Het WNT geeft als betekenissen:
1.Het natuurlijk gezang van één of meer vogels.
2.De in het wild levende zangvogels.
3.Muziek die, gezang dat niet aan de eischen of normen voldoet; niet door de normale of correcte ordeningsprincipes geleid(e) muziek of gezang; wilde muziek, wild gezang.
4. Gepraat dat geen steek houdt; onzin, nonsens, wartaal.
Dan pas krijgen we de persoon die een wildzang is:
5. Iemand wiens optreden door onbezonnenheid en wildheid gekenmerkt wordt; wild, onbesuisd, onstuimig persoon.
6.Persoon die in eenig opzicht nog ongevormd is.
7. Wild, onbesuisd en onbezonnen gedrag; gekkigheid.
Zoals 'wildzang' zowel op het gezang als de zanger kan slaan, kan het blijkbaar ook zowel op een persoon slaan als op zijn gedrag.

Enkele citaten die het WNT geeft:
Men seght: hy heeft den worm int hooft.
VVaer uyt verstaen wort en ghelooft,
Dat daer men dese spreuck van seght,
Een wilt-sangh is, en gheiren veght 
P. Croon, Almanach voor heden en morgen (1665), zie hier. Ook Bernard ter Haar kent de wildzang (1843), zie hier, blz. 32 (1844):
'k Verbied den wildzang keer op keer —
Daar steelt de schalk den bezem weêr
En neemt den stok tot paardjen
Nog een citaat uit het WNT, van A. Snieders (1876):
Terwijl de non … de lekkernijen uitdeelde en de wildzangen beurtelings liet drinken, gaven deze aan hunne kwaadspitserij vollen teugel.
En P.A. Daum schreef (Hoe hij Raad van Indië werd, 1888):
Zij zong en sprong van de trap in de achtergalerij, zooals ze gedaan had, toen ze nog 'n wildzang was van vijftien jaren.
Vooral dat laatste citaat past bij het beeld dat ik altijd van een wildzang heb gehad. Weliswaar iemand die zich niet aan de regeltjes houdt, maar over wie je ook met enige vertedering kunt spreken.

Al die citaten passen bij een wild, onbesuisd, onstuimig persoon, betekenis nummer 5 dus. Ook bij een persoon die 'in eenig opzicht nog ongevormd is' geeft het WNT citaten. Een mooi voorbeeld van de hand van Wolff en Deken (Brieven van Abraham Blankaart, 1787 - 1789):
Wildzangen …, dat zyn ook al van die steenen, daar God de Heer … Abraham, Kinderen uit zal verwekken.
Multatuli gebruikte de benaming ook voor schrijvers die zich niet aan de regels hielden:
Al die wildzangen (t.w. auteurs als Shakespeare, Sophokles en Euripides) hadden nooit 'n behoorlyk reglement op 't "ontroeren" der toeschouwers in handen gehad. De stumperts zochten waarheid in Natuur.
'Wildzang' komt waarschijnlijk af van 'wildvang', jachtvogel die pas als volwassen dier wordt afgericht. Dat is terug te vinden op verscheidene plaatsen, bijvoorbeeld hier, in Van Dale Etymologisch woordenboek.

Zomaar zoeken op internet geeft niet zoveel resultaten. Theo Thijssen maakt korte metten met een boek van L.T. Meade, dat in vertaling Een wildzang heet. U vindt zijn stuk hier. De schrijfster is niet goed wijs, vindt hij.

Wat zij onder een wildzang verstaat, wordt wel duidelijk:
Irene is het grootste mirakel, waar ik ooit van gelezen heb. Iedereen in het dorp rilt, als hij haar naam hoort. Zij jaagt alle bedienden, juffrouwen en meesters in één week weg; loopt uren in den regen, ligt uren in de sneeuw, als ze zin heeft. De meeste nachten gaat ze varen op het meer. Ze komt spoken bij de keukenmeid. Ze draagt altijd een vuurroode jurk; haar manier van rouwen, zegt ze. Als ze een gouvernante weg wil werken, neemt ze haar in een storm mee op het meer, stuurt de boot in een stroom, die naar een waterval voert.
Inderdaad, iemand die zich bepaald niet aan de regeltjes houdt. Dat een wildzang bij voorkeur een meisje is, klopt niet. Bij Ludwig Franz von Bilderbeck trof ik een mannelijke wildebras aan in Wezenlijkheid en schijn. Een tafereel der zeden van onzen tijd (1829), deel 2 blz. 25



Hier heeft de benaming wildzang absoluut niets vertederends. Het is duidelijk dat de verteller het gedrag van de wildzang afkeurt. Bovendien is het hier een jongeman. Mijn indruk dat wildzangen meisjes en jonge vrouwen zijn, klopt dus niet, wat ook al bleek uit het citaat van Multatuli. 

Het christelijke kinderboekje waarmee ik dit stukje begon is niet het enige in zijn soort waarin een wildzang voorkomt. Er blijkt ook nog een boekje Nellie, de kleine wildzang te zijn. Google Books geeft als inhoud:
Kleine Nellie is omgeven door luxe, maar hoort nooit iets over de Heere God. Pas als ze door haar eigen onbedachtzaamheid blind geworden is, hoort ze van een nieuwe gouvernante geschiedenissen uit de Bijbel en leert ze de Heer liefhebben. Zo wordt Nellies ongeluk haar tot een zegen.
Die 'onbedachtzaamheid' past wel bij de titel. Verder kwam ik onderstaand boek nog tegen. Daar wordt 'wildzang' waarschijnlijk toch met iets luchtigs geassocieerd. In ieder geval is het een blijspel.

En nog eentje: De wonderlijke lotgevallen van Jan zonder Vrees, van C. de Kinder (1920): 
Wanneer het gebeurde, en zeldzaam was het niet, dat hij en zijne makkers door hunne brutale guitenstreken heel de buurt in rep en roer hadden gezet, dan kwam Moeder Neeltje hijgend en kijvend aangetrippeld, en recht op den deugniet af. Deze, zonder zich tegen de bestraffing te verzetten of de plaat te poetsen, liet zich gedwee bij het oor grijpen en bukte zich dan zelfs, opdat de oude vrouw den arm niet te hoog zou moeten rekken. Zoo keerden zij naar huis, en meer dan eens was het al gebeurd dat Jan, zijn Grootje buiten adem ziende, haar doodeenvoudig met zijne sterke armen optilde en licht als een pluimpje voortdroeg, zonder dat zij daarbij zijn oor losliet of ophield hem te bekijven. Wee echter degenen, die op zijn doortocht het waagden te lachen of met hen te spotten! Ze konden er stellig op rekenen 's anderdaags met zijn duchtige knuisten in aanraking te komen. Was Jan een wildzang van de ergste soort, toch had hij hoedanigheden, die veel goed maakten: hij had een onoverwinnelijken afkeer van veinzerij en logentaal en kon geen onrecht zien plegen.
 Weliswaar wordt Jan 'een wildzang van de ergste soort' genoemd, maar hij is sympathiek en wat hij uithaalt zijn 'guitenstreken'. Op boekwinkeltjes.nl kwam ik ook nog verschillende keren Juffertje Wildzang tegen.

De natte vinger in de lucht: hoe staat het met het woord 'wildzang'? Wildzang, in de betekenis van onbesuisd persoon, komt tegenwoordig nauwelijks nog voor. Ik ben het niet tegengekomen in recente teksten.

Een wildzang is iemand die zich niet aan de regeltjes houdt. Er zijn meer jonge vrouwen / meisjes die een wildzang genoemd worden dan jonge mannen / jongens, maar het woord kan op mensen van beiderlei kunne van toepassing zijn.

Ten slotte: een wildzang kan vertederend zijn, maar soms is het iemand die echt te ver gaat en over wie slechts afkeurend gesproken wordt.

De typering 'wildzang' voor een persoon is zo ongeveer verdwenen. Nog een tijdje en niemand weet meer of hij of zij ooit een wildzang is geweest. En hoe zou het eigenlijk staan met 'wildebras'?

zaterdag 2 januari 2016

De beste poëzie van 2015


2015 was een mager leesjaar, merk ik. Niet dat er weinig te lezen was, maar ik ben aan te weinig toegekomen; dat vertelde ik al bij de lijstjes met beste romans en de beste strips/beeldromans.  Wellicht dat het lijstje met de romans die ik het afgelopen jaar niet las nog het beste beeld van 2015 geeft.

Ook bij de poëzie las ik heel veel niet. Er liggen nog wel bundels onder handbereik, wachtend om gelezen te worden. Idyllen van Ilja Leonard Pfeijffer bijvoorbeeld, waarvan en van wie ik veel verwacht, een dikke verzamelbundel van Hans Tentije, bundels van Johanna Geels, Lucas Hirsch, Hedwig Selles en Maartje Smits.

Voor mijn toplijstje van 2015 kwam ik niet verder dan zes bundels:
1. Jane Leusink, Een grazende streep in de lucht (recensie)
2. Juliën Holtrigter, Raadselwater (recensie)
3. Ruth Lasters, Lichtmeters (recensie)
4. Saskia Stehouwer, Wachtkamers (recensie)
5. Pauline Pisa, Halfrust (recensie)
6. Runa Svetlikova, Deze zachte witte kamer (recensie)
De recensies heb ik niet allemaal meer nagelezen. Ik ben dus bij dit lijstje afgegaan op mijn geheugen, op wat er van de gedichten is blijven hangen. Voor mijn gevoel steken de bovenste drie bundels er bovenuit en zijn de onderste drie gelijkwaardig. Goede bundels, maar ze zijn  me minder bijgebleven dan die van Leusink, Holtrigter en Lasters. Er is verder nog heel veel poëzie die ik wel aardig vind, maar die heb ik buiten het lijstje gehouden.

De bundels van Stehouwer, Pisa en Svetlikova kwamen uit bij uitgeverij Marmer. Op poëzie is over het algemeen niet zo heel veel te verdienen, maar Marmer geeft gestaag gedichtenbundels uit. Hulde!

Dit jaar hoop ik meer (goede) poëzie te lezen, zodat ik aan het eind van het jaar een lijstje van tien aan kan bieden. Er zijn trouwens meer jaren geweest dat ik niet aan tien bundels kwam. Voor de vorige lijstjes: 2014, 2013, 2012.

vrijdag 1 januari 2016

De beste beeldromans van 2015


Het jaar is vers en eigenlijk moeten we vooruitkijken. Omdat niet iedereen die achteromkijkt in een zoutpilaar verandert, wil ik toch een blik over mijn schouder werpen en eens op een rijtje zetten wat nu de beste beeldromans zijn die ik het afgelopen jaar gelezen heb.

Dat deed ik ook in 2014, 2013 en 2012. Zoals ik al meldde bij mijn lijstje met de beste romans van het afgelopen jaar, heb ik door allerlei drukten minder gelezen. Daarom een lijstje met acht nummers in plaats van tien. Daarbij heb ik me beperkt tot de beeldromans. Het boek van Burns is niet zoveel dikker dan de nieuwe Asterix, maar het is het sluitstuk van een reeks die ik als één boek beschouw. Daarom is het toch in deze lijst opgenomen.

Dit zijn ze geworden:
1. Ibrahim R. Ineke, The white people (recensie)
2. Peter Pontiac, Styx (recensie)
3. Milan Hulsing, De aanslag (recensie)
4. Pablo Auladell, Het paradijs verloren (recensie)
5. Charles Burns, Suikerschedel (recensie)
6. Marcel Ruijters, Jheronimus (recensie)
7. Mezzo, J.M. Dupont, Love in vain. Robert Johnson 1911 – 1938 (recensie)
8. Guillaume Sorel, Hotel Particulier (recensie)
Natuurlijk kon ik alleen maar albums opnemen die ik gelezen heb. Wasco zal ik zeker gaan lezen, maar ik kan er nu nog niets over zeggen.  Daarover hopelijk over een jaar meer.











donderdag 31 december 2015

Zjef Vanuytsel (1945 - 2015) overleden

Een jaar geleden verhuisde ik. Bij de verhuizing kwam ik een paar dozen met cassettebandjes tegen, die al bij de vorige verhuizing op de zolder waren beland. Ik rommelde er wat in en zette een berichtje op internet. Er was iemand die de bandjes wel wilde hebben.

In die dozen moet ook het cassettebandje De zanger gezeten hebben, een album van Zjef Vanuytsel uit 1976. Vanuytsel overleed op 30 december, zeventig jaar oud. Hij was al langer ziek.

Ik denk dat ik het cassettebandje rond 1980 heb gekocht. Ik kocht toen veel Nederlandstalige muziek waarvan ik dacht dat de teksten interessant waren en daar waren ook albums van Belgen bij: Jan de Wilde, Willem Vermandere, Kris De Bruyne. En dus ook Zjef Vanuytsel.

Die muziek heb ik al jaren niet meer beluisterd, maar sommige nummers herinner ik me nog goed. Het titelnummer bijvoorbeeld, over een zanger die maar moet zingen:
En de zanger is moe, maar hij neemt zijn gitaar
en hij zingt.
Alles wat men hem vraagt, alles wat men hem zegt,
hij zingt.

En dan dat nummer over de oude vrouw: 'Moeder is de kluts kwijt'. Ze heeft haar herinneringen nog, die heel levendig zijn, maar in het heden is het stil geworden.
Traag loopt ze nu doorheen het huis
met kleine, korte kinderpas
en fluistert woordjes tegen het behang.

Ik geloof dat ik niets wist van Vanuytsel toen ik het cassettebandje kocht. Het zal wel afgeprijsd geweest zijn. Maar ik heb het vaak beluisterd. Vanuytsel had een vrij zachte stem, die hem iets milds gaf, iets vriendelijks.

Zijn teksten waren niet schitterend, maar heel behoorlijk, wat al heel wat is, want er zijn heel veel beroerde Nederlandstalige liedteksten. Zeker in die tijd waren er niet zo heel veel liedteksten die niet rijmden. Vanuytsel leek het metrum belangrijker te vinden dan het rijm. Bij veel teksten komt er in lang niet alle zinnen volrijm voor. Assonanties gebruikte hij meer.

En nu is hij dus dood. Hij zal in België waarschijnlijk meer gemist worden dan in Nederland. Maar toen ik het bericht las, moest ik toch even denken aan het cassettebandje dat ik zo vaak beluisterd heb en dat er ook al niet meer is. Alles vergaat. Gelukkig hebben we de muziek nog.

De beste romans van 2015


Net als in 2014, 2013 en 2012 kom ik met een lijstje van de beste boeken die ik in 2015 heb gelezen. Het zijn niet allemaal boeken die dit jaar zijn uitgekomen; de meeste zijn van vorig jaar en misschien van nog iets eerder. De nog oudere boeken heb ik buiten de lijst gehouden.

Ik heb me beperkt tot de romans en verhalenbundels. Alle non-fictie vind je hier dus niet terug.

Afgelopen jaar heb ik wat minder gelezen, merk ik. Daarom kom ik ook niet verder dan acht topboeken. Er waren nog wel boeken die ik best aardig vond, zoals het boekenweekgeschenk van Dimitri Verhulst of Een onschuldig meisje van Bernlef, maar ik vind dat dat soort boeken niet in een toplijst thuishoort.

Het is lastig vergelijken: als je twee goede boeken hebt, hebben die beide kwaliteiten. Waarom zou het ene boek dan net ietsje beter zijn dan het andere? Ik heb niet meer nagelezen wat ik over de onderstaande acht boeken heb geschreven, ik ben afgegaan op mijn herinnering. De boeken die het best in mijn herinnering zijn blijven hangen, zijn het hoogst geëindigd.
1. Fleur Bourgonje, Uitval (recensie)
2. Philip Huff, Niemand in de stad (recensie)
3. Kees ’t Hart, Teatro Olympico (recensie)
4. Esther Gerritsen, Roxy (recensie)
5. Adriaan van Dis, Ik kom terug (recensie)
6. Muidhond, Schilperoord (recensie)
7. Karin Amatmoekrim, Het gym (recensie)
8. Jan van Mersbergen, De laatste ontsnapping (recensie)
Heeft Fleur Bourgonje het beste boek van 2015 geschreven? Het boek is van 2014, maar dat terzijde. Van Bourgonje heb ik ongeveer alles gelezen en altijd weer vind ik haar boeken goed. Ik snap niet waarom het grote publiek die boeken niet massaal koopt. Zo'n eerste plaats geeft niet alleen de kwaliteit van het boek aan, maar ook mijn betrokkenheid erbij.

Hier de tien beste boeken van 2015 die ik niet gelezen heb en hier een lijstje met de beste graphic novels/beeldromans/strips.

woensdag 30 december 2015

De beste romans van 2015 (die ik niet gelezen heb)


De laatste drie jaar maak ik lijstjes. Vooral voor mezelf, om in kaart te brengen wat ik gelezen heb en zelfs wat ik niet gelezen heb, romans waarvan ik vind dat ik die gelezen zou moeten hebben. Die lijstjes vind je hier: 2014, 2013, 2012. Uit het lijstje van 2012 heb ik intussen acht boeken gelezen, uit die van 2013 en 2014 elk vier.

Ik heb het niet geteld, maar voor mijn gevoel heb ik dit jaar niet zoveel gelezen. Te weinig ruimte in mijn agenda en in mijn hoofd. Daardoor heb ik voor dit lijstje een ruime keus. Ik heb de volgende tien gekozen:

1. Annelies Verbeke, Dertig dagen
2. Connie Palmen, Jij zegt het
3. A.F.Th. van der Heijden, De ochtendgave
4. Jamal Ouariachi, Een honger
5. P.F. Thomése, De onderwaterzwemmer
6. Yves Petri, Liefde bij wijze van spreken
7. Hagar Peeters, Malva
8. Bert Natter, Goldberg
9. Stefan Brijs, Maan en zon
10. Stephan Enter, Compassie

Er moesten dus veel boeken/schrijvers afvallen. Saskia de Coster bijvoorbeeld (Wat wij alleen horen) en M.M. Schoenmakers, De wolkenridder. Het boek van Thomas Verbogt zal ik wellicht ook nog gaan lezen.

Natuurlijk is dit lijstje speculatief. Ik moet afgaan op het oordeel van anderen en soms van een enkeling, en op wat ik van de schrijver al gelezen heb.

Van Verbeke las ik tot nu toe maar één boek en ik vind het wel weer tijd voor een volgend boek. Bovendien hoor ik veel goeds over dit boek.

Palmen lees ik bijna nooit meteen; bij Lucifer duurde het ook een jaar voordat ik eraan begon en toch vond ik het goed. Het onderwerp van Jij zegt het haalt me niet meteen over, maar Palmen zal er best een goed boek over geschreven hebben.

Van der Heijden is ook zo'n auteur. De Canaponiboeken las ik kort na elkaar, De sandwich, Het leven uit een dag, Asbestemming en Weerborstels las ik meteen na het uitkomen, en Advocaat van de hanen ook, geloof ik. Daarna pas las ik De slag om de Blauwbrug, Vallende ouders en De gevarendriehoek. Verder ben ik een heel stel boeken achter, maar Tonio las ik wel.

Ouariachi's werk heb ik tot nu toe aan me voorbij laten gaan, maar ik vind dat ik nu wel bij zijn oeuvre moet aanpikken.

Thomése behoort tot onze grote schrijvers. Hij heeft een breed oeuvre, met boeken in soorten en maten. Ik wil nog steeds Wladiwostok! een keer gaan lezen. Ik schreef over: Het bamischandaal en Greatest hits. Zuidland las ik meteen toen het uitkwam, later las ik nog Schaduwkind en J. Kessels the novel.

Petri's werk ken ik, net als dat van Ouariachi, ook niet. Ook De maagd Marino heb ik niet gelezen, moet ik tot mijn schande bekennen. Het wordt tijd dat een beetje goed te maken.

Hagar Peeters ken ik als dichteres. Over Wasdom heb ik geschreven en ik heb ook andere bundels van haar gelezen, evenals haar boek over Gerrit de Stotteraar. Ik heb alle vertrouwen in Malva.

Van Natter vond ik Hoe staat het met de liefde (recensie hier) niet zo denderend, maar Goldberg lijkt me ambitieuzer en ik wil het wel een kans geven. Mijn  boekhandelaar vond het goed en dat is ook een argument.

Van Brijs las ik Arend, Twee levens en De engelenmaker. Vooral dat laatste boek vond ik schitterend. Maar ik heb ook erg genoten van sommige van Brijs' stukken over vergeten schrijvers. Post voor mevrouw Bromley stond op mijn te-lezen-lijstje, maar het is er nooit van gekomen. Over Maan en zon hoorde ik een interview bij de NTR Academie. Daarna heb ik het boek meteen gekocht, ook omdat mij niets over het onderwerp bekend was. Binnenkort meer over dit boek.

Enter heb ik ooit geïnterviewd voor publiek. Het was een aangenaam gesprek. Ik heb zo'n beetje alles van Enter gelezen en dat wil ik zo houden. Hier schreef ik kort over Grip. Ik heb het ook in het Nederlands Dagblad gerecenseerd.

Ongetwijfeld heb ik belangwekkende romans over het hoofd gezien. Ja, ik heb me beperkt tot Nederlands werk; dat is bewust gedaan. Ik had nog Vonne van der Meer, L.H. Wiener, Kees van Kooten of Leon de Winter kunnen noemen. Er zullen er meer zijn en er zullen altijd meer boeken zijn die je wilt lezen dan boeken die je kunt lezen. Dat is vervelend, maar het is niet anders.



















Naschrift: dezelfde dag nog en ik realiseer me dat K. Schippers (Niet verder vertellen) niet in het lijstje is opgenomen. Stomstomstom. Schippers is altijd het lezen waard. Voor deze gelegenheid voer ik punt 3,5 in.

Hier een lijstje met de beste beeldromans/strips van het afgelopen jaar en hier een lijst van de beste romans die ik wel gelezen heb.

dinsdag 29 december 2015

Judicus Verstegen (1933 - 2015) overleden


Het was mij ontgaan, maar anderhalve maand geleden overleed Judicus Verstegen. Het heeft gestaan op Tzum, maar blijkbaar was ik net die dagen niet online, of las ik het en vergat ik het. Pas deze week zag het bericht weer een keer voorbijkomen.

Judicus Verstegen was voor zijn overlijden al een tijdje verdwenen uit de literatuur. Hij komt bijvoorbeeld niet voor in Steeds weer vogels die nesten beginnen en ook in andere overzichstwerken heb ik hem niet aangetroffen.

In mijn boekenkast vond ik vier van zijn boeken, allemaal aangeschaft in 1984 en 1985: De revoluties (1971), De nieuwe vrijheid (1974), De noordelijke samenzwering (1975) en Een kurk in de rit (1982). Alleen het laatste boek heb ik gelezen.

Voor Een kurk in de rit, Verstegens laatste roman, was indertijd weinig belangstelling en de recensies die wel aandacht aan het boek besteedden, waren voornamelijk negatief. Dat lees ik in In het licht van de kritiek (1994) van Susanne Janssen, die een hoofdstuk aan Verstegen wijdt. Zij laat duidelijk zien hoe de kritiek, die bij de eerste romans overwegend positief was, in de loop van de jaren minder waardering voor Verstegen kon opbrengen.

Ik las Een kurk in de rit en vond het wel goed. Ongetwijfeld heeft ook meegespeeld dat ik het een aardig boek vond om mijn leerlingen aan te bevelen. Ik kocht tweedehands wat exemplaren voor de schoolbibliotheek en verschillende van mijn leerlingen hebben het boek gelezen.

Een kurk in de rit gaat over mollen. De jonge mol Manus ondermijnt de macht van de Meester, door het aan te leggen met het vrouwtje Marianne. Aan het eind van het boek toont de Meester zijn grootheid als hij zich opoffert om de hele kolonie te redden. Tussen Manus en Marianne wordt het overigens niets. De slotzin van het boek: 'Woedend overbrugde Manus de afstand tussen hen beiden en beet haar in één hap de strot af.'

De romans van Verstegen hebben onderwerpen die je niet bij iedereen tegenkomt. Zo gaat De revoluies over het Georgië van de jonge Stalin en De regentijd (1973) over de bezettingstijd op Texel. Tzum wees ons ook nog op een roman die indertijd uit de handel is gehaald: De koekoek in de klok. Hier is er een artikel van Ton Bastings over te lezen. Van de affaire was mij niets bekend.

De koekoek in de klok speelt zich af in de academische wereld en enkele hoogleraren meenden zich in het boek te herkennen. Daarin is de roman van Verstegen te vergelijken met Onder professoren. Het is niet voor het eerst dat er een vergelijking wordt gemaakt tussen het werk van Verstegen en dat van Hermans. Er zijn ook overeenkomsten tussen Verstegens debuut (Legt uw hart daarop, 1967) en Nooit meer slapen. 

Later las ik het interview dat Joris van Casteren had met Verstegen. Het werd opgenomen in Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf (2012). Verstegen bleek opgenomen te zijn in een psychiatrische inrichting, waar hij overigens dapper doorschreef. Het was een triest verhaal, respectvol genoteerd.

Aanvankelijk was de kritiek positief over Verstegen. Paul de Wispelaere noemde Verstegen, naar aanleiding van zijn tweede boek, de verhalenbundel Een zon bij nacht (1968) samen met Jeroen Brouwers en Daniël Robberechts 'de belangrijkste revelatie van de jongste twee jaar prozaliteratuur'.

Intussen is Verstegen vergeten, lang voordat hij overleed. In mijn boekenkast hebben enkele van zijn romans verschillende verhuizingen overleefd. Ze zijn niet in een doos achter het schot terechtgekomen en ik heb ze niet weggedaan. Blijkbaar had ik nog steeds de illusie dat ik ze ooit ging lezen. Intussen twijfel ik er sterk aan of het daarvan zal komen.

De foto van Judicus Verstegen stond indertijd achter op De noordelijke samenzwering