woensdag 20 februari 2013

H.P. Lovecraft - Het onzienbare en andere verhalen




Horror is nooit erg aan mij besteed geweest. Verhalen over zombies die uit elkaar vallen, deden mij meestal gapen. Maar Edgar Allan Poe heb ik wel met plezier gelezen en waarschijnlijk zou ik dat ook gedaan hebben bij de verhalen van H.P. Lovecraft, als ik ze had gekend.

Maar ik kende ze niet. Gelukkig heeft Erik Kriek van enkele van die verhalen het stof af geklopt en er mooie stripverhalen van gemaakt. Zijn boek is intussen genomineerd voor de Stripschapsprijs en dat is niet voor niets.

Allereerst zijn het prima vertelde en geïllustreerde verhalen. Maar ook verder is het boek voorbeeldig verzorgd. Een voorwoord door Gerard Soeteman en een uitleiding door Milan Hulsing, met daarin opgenomen een biografische schets.

Het aantrekkelijke van de verhalen van Lovecraft is, vind ik, dat ze starten in het dagelijkse leven. Dan dringt er iets angstaanjagends dat leven binnen, iets wat ervoor zorgt dat je weet dat je niet meer de controle hebt, dat er krachten zijn die je leven ontregelen en het naar hun hand dreigen te zetten.

Eigenlijk zijn alle verhalen die Kriek gekozen heeft de moeite van het lezen waard. Het langste is 'Schaduwen boven Innsmouth', wat misschien wel het beste verhaal is: iemand belandt in een geheimzinnig dorpje, Innsmouth, waar hij gedwongen de nacht doorbrengt. Van een dronken oude man heeft hij het een en ander gehoord over de andere bewoners. De persoon blijkt zijn leven niet zeker te zijn en ontsnapt maar net.

Dat zou al een goed verhaal geweest zijn, maar Lovecraft gaat verder. Hoewel de gebeurtenissen achter de rug zijn, blijven ze de hoofdpersoon bezighouden. Hij ontdekt nog wat over zijn eigen afkomst en ziet uiteindelijk geen andere uitweg dan terug te keren naar Innsmouth.

De tekeningen van Kriek zijn prima. Ze zijn helemaal uitgevoerd in zwartwit, met mooi gebruik van grijzen. Qua sfeer deden ze me wel wat denken aan de piratenverhalen die Riff Reb's tekende (Aan boord van de Morgenster, zie hier en hier). Maar Kriek roept meer huiver op.

Het boek van Kriek is voor de Stripschapprijs genomineerd in de categorie Nederlands literair. De andere twee nominaties zijn: Michiel van de Pol, Scherpschutters en Teun Berserik, Vincent van Gogh - De jonge jaren. Die eerste nominatie kan ik wel volgen. Scherpschutters is een mooi, persoonlijk boek. Berserik tekent goed, maar de tekst vond ik minder en ik vond ook dat Van Gogh in zijn boek veel meer op een afstand bleef dan bijvoorbeeld in dat van Barbara Stok. Nou ja, meningen verschillen en dat is maar goed ook.



Zelfportret van Erik Kriek

Participatiecontract

Vandaag staat er in de Volkskrant een interview met minister Lodewijk Asscher. Die vindt dat we wat minder soepel moeten zijn voor nieuwe Nederlanders. Ze zullen moeten inburgeren en degenen die geen inburgeringscursus hoeven te volgen (omdat ze bijvoorbeeld van de Antillen komen) moeten een participatiecontract ondertekenen.

De minister:
We betalen anders een enorme prijs voor vrijblijvendheid. De culturele integratie hapert, er is zelfs sprake van achteruitgang in de manier waarop wordt aangekeken tegen homoseksualiteit, tegen joden, tegen vrouwen. We moeten duidelijker maken wat dit land zo geweldig maakt: de vrijheid jezelf te zijn.
Het klinkt bijna als cabaret. We zullen je snotverdorie dwingen om te erkennen dat we hier de vrijheid hebben om jezelf te zijn! Maar minister, mag ik ook mezelf zijn als mijn mening afwijkt van de uwe? Mag ik mezelf zijn als ik vrouwen minderwaardig vind aan mannen? Kom nou toch, minister. Een wezen dat een paar dagen per maand bloedt zonder dood te gaan, daar is toch iets mee?

Als ik paardenvlees lekkerder vind dan rundvlees, dan mag dat zeker niet? Als ik vind dat iemand die in zijn contract heeft staan dat hij een bonus krijgt, die bonus ook moet krijgen, dan denk ik zeker verkeerd? Wat houdt die vrijheid om jezelf te zijn eigenlijk in?

Natuurlijk weet ik het antwoord al. De minister wil helemaal niet dat mensen de vrijheid hebben om zichzelf te zijn, maar hij wil dat ze net zo denken als hij. Als mensen anders dan hij gaan denken over homoseksualiteit, joden (er zal wel bedoeld zijn: Joden) en vrouwen dan noemt hij dat: 'achteruitgang'. Blijkbaar zijn er niet verschillende meningen waarover je kunt discussiëren, maar is er een juiste mening en andere meningen zijn niet alleen anders, maar ook minder goed.

Het ligt voor de hand dat iedereen zijn eigen mening de beste vindt. Anders had hij wel een andere mening gehad. Maar het is toch kortzichtig om te denken dat mensen met een andere achtergrond, op een andere plaats of in een andere tijd of gewoon andere mensen net zo moeten denken als jij? Als SGP'ers vinden dat vrouwen niet op de kieslijst moet en als de SGP-vrouwen dat ook vinden: laat ze dan. Niemand is verplicht op de SGP te stemmen of lid van de partij te worden. Als er mensen op stemmen, hebben ze bestaansrecht. Zo niet, dan verdwijnen ze vanzelf.

Ik raak geïrriteerd, merk ik, door de gedachtepolitie die voorschrijft wat je moet denken. Die hele inburgeringscursus vind ik al onzin. Nou ja, het is handig als mensen de taal een beetje spreken, zodat je tegen een dokter kunt vertellen wat eraan scheelt. Maar verder? Als iemand weigert om boerenkool te eten, naar de Nederlandse televisie te kijken, naar Jan Smit te luisteren, zijn tuin te wieden, spijkerbroeken te dragen? Laat hem. Zolang iemand zich aan de wet houdt, belasting betaalt en geen overlast veroorzaakt, geef hem dan in ieder geval de vrijheid om zichzelf te zijn. Dat is toch wat de minister uiteindelijk wilde?

Nog een keer de minister:
De grootste verplichting ligt bij de migrant om zich te verdiepen in het land waar zijn toekomst en die van zijn kinderen ligt. Die moet de Nederlandse waarden en verworvenheden verinnerlijken. En ernaar leven.
Het is maar de vraag of je wel kunt weten wat 'de Nederlandse waarden en verworvenheden' zijn. Met zijn allen in een tuin gaan staan bij een pedofiel die zijn straf al heeft uitgezeten? Fans van een andere club in elkaar slaan? Lingo kijken? Bijnakonining Máxima zei ooit al dat de Nederlander (in de betekenis van de Nederlander) niet bestaat. Velen vielen over haar heen, maar ze had natuurlijk gelijk.

En dan nog: als ik zou kunnen aangeven hoe de gemiddelde Nederlander denkt en wat hij vindt, waarom zou ik diens waarden en verworvenheden moeten overnemen? Mag ik niet zeggen: goed, dat zijn jouw waarden. Ik respecteer die, maar ik heb andere?

Verderop in het interview gaat het nog over moskee-internaten, die bijdragen aan de segregatie. De minister, ruimhartig:
Als iemand voor zichzelf de keus maakt om zo religieus te zijn dat hij daardoor bijna niet maatschappelijk kan slagen, is dat zijn eigen verantwoordelijkheid. 
Dat klinkt toch een beetje als: Goed, jongen. Als jij zo nodig wilt mislukken, dan moet je dat maar zelf weten. Iemand die op een moskee-internaat zit, kan immers bij voorbaat maatschappelijk niet slagen. Hoeveel ministers hebben er op een moskee-internaat gezeten? Hoeveel topmannen bij banken? Nou dan.

De minister is nog niet klaar. Iemand mag dus zelf uitmaken of hij zo religieus is dat hij daardoor maatschappelijk niet kan slagen.
Maar hij heeft wel de plicht zijn kinderen de mogelijkheid te geven om succesvol te worden in Nederland.
Ja meneertje, we leven wel in Nederland, hè. Het gaat er niet om dat u uw overtuigingen, uw geloof, uw waarden overbrengt op uw kinderen, maar de Nederlandse waarden. Dat wil zeggen dat het er niet om gaat of uw kind gelukkig wordt of een goed mens wordt. Nee, hij moet succesvol zijn. Laat hem dus maar stoppen met die studie van de Koran, laat hem alsjeblieft ophouden met dat vrijwilligerswerk bij bejaarden, en ook dat gamen moet afgelopen zijn. Je moet succesvol zijn en succesvol wil zeggen dat je veel geld gaat verdienen. Nou ja, ook weer niet te veel, want dan zeggen de Nederlanders dat je een graaier bent. Inburgeren is geen sinecure.

Als ik als Arubaan of Turk of Belg in Nederland zou komen wonen, zou ik dat contract natuurlijk ondertekenen. Zeker als het een voorwaarde zou zijn om bijvoorbeeld een hypotheek af te kunnen sluiten (een eigen huis aanschaffen behoort tot de Nederlandse waarden, huren is voor niet-ingeburgerden). Maar zou ik daardoor anders gaan denken? Natuurlijk niet.

Zo'n participatie-contract kan nooit meer dan een wassen neus zijn. Iemands opvattingen veranderen niet zo snel en zeker niet op commando. Dat contract is er dan ook niet voor de nieuwe Nederlanders, maar voor de minister die een daad wil stellen. Als we over vier jaar geen vreedzame multiculturele samenleving hebben of als we niet alleen maar aangepaste en ingeburgerde allochtonen hebben, kan de minister zeggen dat het aan hem in ieder geval niet gelegen heeft. Hij heeft het participatiecontract immers ingevoerd? Hij is ingedekt.

Gelijk heeft hij. Voor je het weet eisen de gewone Nederlanders dat hij een deel van zijn salaris terugstort. Moeilijk slag mensen, die Nederlanders. Als ik er niet zelf een was, zou ik er niets mee te maken willen hebben.

maandag 18 februari 2013

Getekend leven


Robert Crumb is een grootheid in de stripwereld. Zijn manier van tekenen heeft velen beïnvloed. In Nederland bijvoorbeeld Peter Pontiac. Veel van zijn werk was al in het Nederlands te krijgen. Nu zijn ook de verhalen beschikbaar die hij samen met zijn vrouw Aline maakte.

Robert en Aline zijn de hoofdpersoon in de verhalen die ze samen schreven en tekenden. De verhalen verschenen als afleveringen van bijvoorbeeld Dirty Laundry Comics en Self-Loathing Comics. Het grootste deel is getekend door Robert, waarbij Aline steeds zichzelf tekent. Maar er zijn ook wel verhalen die Robert alleen tekende en ook een verhaal dat geheel van de hand van Aline is. Hun dochter Sohpie heeft ook meegetekend en soms was er een gasttekenaar (Art Spiegelman, Charles Burns). De tekenaars staan steeds nauwkeurig vermeld en ook het jaar waarin het verhaal verscheen. Er had ook best vermeld mogen worden waar de verhalen eerder te lezen waren, maar dat is niet gebeurd. 

Crumb heeft een fraaie stijl van tekenen, met uitgekiende arceringen. Alines tekeningen zijn kwalitatief wat minder, maar wel altijd als die van haar herkenbaar. Veel lijn zit er meestal niet in de verhalen. Ze moeten het bijvoorbeeld niet van een plot hebben. 

Het belangrijkst zijn de personages, waarvoor het echtpaar Crumb (en later het gezin Crumb) model stond. Ze zijn getekend met hun onhebbelijkheden en met enorm veel zelfspot. Dat maakt dat je altijd weer om ze kunt glimlachen.

In 1994 besloot het echtpaar te emigreren naar Frankrijk. Crumb was in Amerika omstreden en hij was nogal bekend geworden na een documentaire over hem (trailer hieronder). Zijn broer pleegde zelfmoord na het uitkomen van deze documentaire. 

Crumb houdt van de rafelranden. Geweld bijvoorbeeld en pornografische seksscènes komen in verschillende verhalen terug, zij het nou ook weer niet zoveel in deze verzameling. Bovendien is er altijd de humor die het verteerbaar maakt. 

Die humor en de manier van tekenen - dat is wat ik in Crumb waardeer. Als verhalenverteller vind ik hem minder goed. Soms is de vaart helemaal uit het verhaal en blijft het steken in gesprekjes over onbeduidende zaken. De liefhebbers van het werk van Crumb, zullen ook dit dikke, mooi uitgevoerde boek graag willen hebben. Degenen die hem afwijzen, wellicht op morele gronden, zullen ook door dit boek niet overtuigd worden. 











Alles wat er was



Acht mensen zitten in een schoolgebouw voor de opname van een tv-programma. Dan horen ze een knal. Ze vernemen dat ze ramen, deuren en gordijnen moeten sluiten en op verdere instructies moeten wachten. Maar die komen niet. Ze zullen het met elkaar moeten zien te redden.

Dat is de setting in Alles wat er was, de nieuwe roman van Hanna Bervoets. Ik moest meteen denken aan het theaterprogramma Bij mij zijt ge veilig van Wim Helsen, waarin ook het idee wordt opgeroepen dat er buiten het theater niets meer is.

Bij Bervoets had ik van tijd tot tijd wel wat moeite om mee te gaan in de fictie. Je hebt namelijk geen idee van wat er buiten gebeurd is. Er hangt een dikke mist en meer weten we niet. Telefoons hebben geen bereik en vaste telefoons doen het blijkbaar ook niet meer. Ook radio, tv en internet zijn uitgevallen. Maar elektriciteit is er wel en de waterleiding doet het ook nog. Hard kan de knal niet geweest zijn, want alle ramen zijn nog intact en het gebouw lijkt onbeschadigd. Er is dus grote kans dat er in andere gebouwen heel wat mensen zitten die het overleefd hebben. Maar in het verhaal spelen ze geen rol.

De jonge vrouw Merel houdt een dagboek bij van wat ze in de school beleeft. Ze heeft een bijna lege agenda van een leerling achterover gedrukt en daarin schrijft ze. Via haar leren we de andere personages kennen: het jongetje Joeri met zijn moeder Natalie; Kaspar, de onderwijzer van Joeri; Kaylem, de conciërge; en Barry en Leo, die net als Merel werken bij het bedrijf dat de tv-opname moest verzorgen. De cameravrouw Lotteke is al weg.

De blaadjes van het dagboek liggen door elkaar en later wordt ook duidelijk waarom. Dat betekent dat het boek begint met dag 91, overspringt naar dag 5 en zo verder. Dat is een handige manier om de lezer nieuwsgierig te houden, zowel naar dingen die al gebeurd zijn als naar dingen die nog zullen gebeuren. Het boek leest dan ook lekker weg, mede door de korte hoofdstukken. Dat bladert lekker door.

De personages zijn, begrijpelijkerwijs, erg op elkaar en op zichzelf gericht. Toch verbaast het me hoe weinig ze met de buitenwereld bezig lijken te zijn. Ze proberen het zo lang mogelijk uit te zingen en dat is het dan.

Als je met een stel mensen op een kluitje zit, lopen de spanningen natuurlijk op en als de honger erger wordt, merken de personen hoe hun grenzen verschuiven en hoe ze tot dingen in staat zijn die ze in het gewone leven nooit gedaan zouden hebben. Het zijn niet altijd even frisse passages en ze zullen ook wel geschreven zijn om ons te doen gruwen.

Gek genoeg had ik niet zo met de personen te doen. Ik kon me hun situatie nog wel voorstellen, ik kon de gedachtegang van Merel wel volgen, maar het deed me allemaal niet zo heel veel. Dat komt waarschijnlijk doordat Merel de situatie nogal gelaten geaccepteerd heeft. Van Merel krijgen we nog wel een aardig beeld, maar de andere personages leren we nauwelijks beter kennen, waardoor ze op een afstandje blijven. Dat vind ik wel een nadeel.

Verder vraag ik me af wat Alles wat er was nou meer is dan een gedachte-experiment: stel dat alles wat er was er ineens niet meer is. Dat mensen in tijden van nood veranderen, of misschien juist wel zichzelf worden, wisten we al en ook dat mensen altijd wel een manier vinden om de situatie waarin ze zich bevinden voor zichzelf aanvaardbaar te maken. Maar verder?

Met hoeveel plezier ik Alles wat er was ook gelezen heb, toch bevredigt het boek me niet. Misschien is er een ernst die ik niet zie en misschien mis ik belangrijke dingen die er wel door de schrijfster in gebracht zijn, maar voor mij blijft het te veel een aardigheid, te veel een stel-je-voor-dat. Dat is me net niet genoeg.


zondag 17 februari 2013

Niet (in) het minst

Lastig, hoor: twee uitdrukkingen die bijna hetzelfde zijn, maar die niet dezelfde betekenis hebben. Dat is het geval bij 'niet het minst'/'niet in het minst'.

Nog maar even voor duidelijkheid: Heb je er bezwaar tegen dat ik je in je hals zoen? Niet in het minst. Helemaal niet, dus. Nog niet in het minste heb ik er bezwaar tegen.

En zonder 'in'. Deze politicus is bijzonder geliefd. Niet het minst doordat hij altijd doet wat hij zegt. Daardoor vooral dus.

'Niet het minst' is een litotes. Je zegt iets door het tegendeel te ontkennen. Je zegt: Dat was niet zo slim van je, wat betekent: Dat was dom van je. Je zegt: Niet het minst, wat betekent: het meest, vooral.

Dat er nogal wat fouten gemaakt worden met de uitdrukkingen 'niet het minst'/'niet in het minst' komt niet het minst door de ontkenning die erin staat. En doordat de twee zo op elkaar lijken natuurlijk.

Geregeld gaan er dan ook mensen in de fout. Soms zijn dat mensen die best het verschil tussen beide uitdrukkingen weten, maar even niet opletten. En als de fout gedrukt staat, weet je nooit of de auteur ervoor aansprakelijk is of een redacteur die het beter dacht te weten en die met een verandering een fout binnen de tekst gebracht heeft.

Vrijdag 15 december was het weer raak in NRC/Handelsblad: Arjen Fortuin schrijft in zijn recensie van het boek Vele hemels boven de zevende van Griet Op de Beeck:
Er zijn van die debuten die door zoveel tromgeroffel worden begeleid, dat de auteur al een gevestigde naam lijkt te zijn, voordat het boek in de winkel ligt. Dat geldt zeker voor het romandebuut van Vlaamse journaliste Griet Op de Beeck (1973), Vele hemels boven de zevende. Het zoemt al een paar weken rond als een van de opmerkelijkste boeken van het voorjaar, niet in het minst door lyrische aanprijzingen van even uiteenlopende als gearriveerde auteurs als Peter Verhelst en Tom Lanoye. 
'Helemaal niet door de aanprijzingen' staat er, maar Fortuin bedoelt: 'vooral door de aanprijzingen'. Dus had het moeten zijn: 'niet het minst'. Kan gebeuren. Fortuin zal zich eraan ergeren als hij het terugleest. En misschien krijgt een redacteur een geïrriteerd mailtje. Het zou me niet in het minst verbazen.

zaterdag 16 februari 2013

Trits

Hoe vaak iets voorkomt, is moeilijk te zeggen. Wanneer je ergens op gaat letten, zie je het immers eerder. Het is bijvoorbeeld bekend dat zwangere vrouwen overal dikke buiken zien. Een tijdje geleden viel me op dat het woord 'trits' nogal eens verkeerd gebruikt wordt. En nu zie ik het overal.

Het meest recente geval is de recensie van Sebastiaan Kort in de NRC van gisteravond over En een nacht van Elisabeth Steintz. Kort schrijft:
De voornaamste verhaallijn uit En een nacht is die waarin het losbandige liefdesleven van Isabelle belicht wordt. Ze houdt er een hele trits minnaars op na, ondanks een relatie met de rustige Arjen, een flat character aan wiens zure lot Steintz overigens weinig woorden vuil maakt.
Een trits is een drietal. Maar dat bedoelt Kort niet. Anders had hij geschreven: 'Ze houdt er een trits minnaars op na' en niet 'een hele trits'. 

Dat zegt mijn gevoel tenminste. Ik heb het voor de zekerheid maar eens opgezocht in Van Dale, waarin 'drietal' inderdaad als eerste betekenis wordt gegeven, maar als tweede betekenis wordt ook 'reeks, serie' gegeven, met als voorbeeld 'een hele trits deskundigen, voorstellen'. Dat laatste woord snap ik in deze context niet, maar dat doet er niet toe. 

Volgens het Woordenboek der Nederlandse Taal is de herkomst van 'trits' onduidelijk; misschien komt het van het Franse triche. Aanvankelijk werd het alleen in het kaart- en dobbelspel gebruikt en als zodanig werd het voor het eerst in 1634 aangetroffen.

Al snel ging Vondel ermee aan de haal (1639), die het had over 'een trits van kruisen'. In het WNT wordt gesuggereerd dat Vondel mogelijk 'een trits van azen' in zijn achterhoofd had. 

Het WNT geeft ook 'Benaming voor een verzameling van meer dan drie' als betekenis en geeft aan dat die betekenis vooral in het noorden en oosten van ons land zou voorkomen. 'Mogelijk is er in sommige gevallen invloed geweest van rist (jongere vorm rits). 

Ik zou bij een reeks altijd het woord 'rits' gebruiken. Battus had het ooit over verzamelingen: een berg alpinisten, een hok concubines maar ook 'een rits knopen', wat ik indertijd geestig vond. Ook ik heb nog rondgelopen in broeken die dichtgeknoopt in plaats van dichtgeritst moesten worden. 

Ik herinner me nog het beteuterde gezicht van het jongetje Theo Lijbers toen zijn vader tegen hem zei dat hij zijn gulp dicht moest doen. Theo: 'Da kan nie. Herman het alle kneupen eraf gesnejen'. 

Dat men in het noorden en oosten gewend is om 'trits' te zeggen tegen een serie, geeft ook het Woordenboek der Friese Taal. Daarin is namelijk de eerste betekenis: 'lange rij, reeks, sleep' en pas de tweede betekenis is: trits, drietal, waarbij er ook nog bij vermeld wordt dat het in die betekenis weinig wordt gebruikt. 

Opvallend is wel dat als vertaling voor het Friese 'trits' het Nederlandse 'trits' wordt gegeven, waarbij er blijkbaar van uitgegaan wordt dat in het Nederlands de betekenis van 'trits' alleen maar 'drietal' is. 

Dat is ook wat mijn taalgevoel mij zei toen ik dit stukje begon te tikken. Maar blijkbaar loop ik, zoals elke schoolmeester op leeftijd, achter, zoals de regels altijd achterlopen op de werkelijkheid, maar ik loop alweer achter op die regels (als we het woordenboek tenminste als normatief beschouwen), omdat 'trits' in de betekenis van 'reeks, serie' al in het woordenboek staat. 

Wanneer het woord in die betekenis in het woordenboek is gekomen, kan ik op dit moment niet nagaan. De vorige druk van Van Dale staat bij mijn geliefde en die is op dit moment onbereikbaar. Daarbij neem ik aan dat ze ergens is waar ook dat woordenboek voor haar onbereikbaar is. Ik heb nog wel een handwoordenboek van Koenen uit 1992/1993 (waarom staan die beide jaartallen vermeld?), waarin 'trits' nog alleen 'drietal' betekent. 

In het Nieuw Woordenboek der Nederlandsche Taal van Calisch en Calisch (1864) staat er bij 'trits': 'drietal, drie; drie geworpen dobbelsteenen met evenveel oogen op ieder; drie azen (in het kaartspel). Een voorbeeld van buiten het kaart- of dobbelspel wordt er niet gegeven. 

In het Verklarend Handwoordenbeok der Nederlandse Taal (tevens vreemde-woordenboek) van Koenen uit 1937 vind ik alleen maar 'drietal' met het voorbeeld 'een trits van zonen'. 

Maar ik ging school in de jaren zestig en zeventig en die zijn van na deze woordenboeken. Bovendien groeide ik op in de Betuwe, waar niemand in mijn bijzijn het woord 'trits' gebruikte. Wel 'een hele rits'. 

Kan iemand misschien in een woordenboek van een tijdje geleden kijken of toen 'trits' ook al de betekenis van 'reeks, serie' had? En ben ik de enige bij wie op dit gebied het taalgevoel achterloopt bij het woordenboek?

vrijdag 15 februari 2013

Zwart gat


Pas de laatste jaren houd ik mij bezig met beeldromans (graphic novels). Ik heb mijn best gedaan zoveel mogelijk bij te blijven en alsnog te gaan lezen wat in voorgaande decennia verschenen is. Maar sommige grote werken moet/mag ik nog. Zo moet ik Om mekaar in Dokkum (2004) van Guido van Driel nog steeds lezen. 

Charles Burns is een topauteur en ik kende hem al wel. Hier schreef ik bijvoorbeeld over De korf. Maar zijn belangrijkste werk, Zwart gat, was nog steeds aan mij voorbijgegaan. Tot nu.

Zwart gat gaat over een geheimzinnige ziekte waarmee jongeren besmet worden. Er is al gesuggereerd dat die ziekte een metafoor zou zijn voor AIDS, maar zo simpel lijkt het me niet te liggen. Misschien is het zelfs helemaal niet zinvol om de ziekte te duiden. Misschien is die ziekte een beeld van iets, maar het kan ook gewoon een geheimzinnige ziekte zijn. Ook dan is Zwart gat een mooie roman over jongeren die het maar moeten zien te redden in het leven.

Op de achterflap staat de volgende tekst:
Het was een verschrikkelijk spelletje tikkertje. et duurde een voordat ze doorhadden dat het een nieuwe ziekte betrof, een ziekte waar alleen tieners gevoelig voor waren. Ze noemden het de 'tienerplaag'of 'het insect' en de symptomen waren niet te voorspellen . Voor sommigen was het niet zo erg - een paar bulten, misschien wat uitslag - maar anderen vderanderden in monsters of kregen ineens nieuwe ledematen. Hoe dan ook, de symptomen deden niet ter zake, als je eenmaal aangetikt was, was je 'm voor altijd.
Burns laat zien hoe een paar jongeren aangetikt worden of zijn: Kieth en Eliza, Bob en Chris. Ze proberen er het beste van te maken en soms lijken ze toch wat controle over hun leven te hebben. Maar vaker moeten ze maar meedrijven in de maalstroom, hebben ze niemand anders dan andere uitgestotenen, die ook niet altijd te vertrouwen zijn. Het is een eenzaam leven, waarbij het moeilijk is om perspectief te houden op te toekomst.

De jongeren weten zelf ook niet precies wat hun nu allemaal overkomt. Een van hen blijkt bijvoorbeeld een staart te hebben, een ander kan zijn huid afstropen als een slang en sommigen zien er afzichtelijk uit. Ook als lezer verkeer je in onzekerheid. Doordat je het idee hebt dat er informatie ontbreekt, kun je je goed inleven in de onzekerheid van de jongeren.

Burns heeft een bijzonder strakke stijl van tekenen, met veel gebruik van zwart. Soms heb je het idee dat je naar houtsneden kijkt. In die beheerste stijl, weet hij toch ook de chaos over te brengen. Bij flashbacks vervangt hij de rechte kaderlijnen door golvende en ik denk dat dat eigenlijk niet nodig is.

Zwart gat is een overweldigende beeldroman, die kan wedijveren met het beste wat de stripliteratuur heeft opgeleverd. Burns is alweer bezig met een volgend project, waarvan nu twee delen zijn verschenen, X en De korf. Ook die serie ziet er veelbelovend uit: een wonderlijke wereld waarin je als lezer met veel vragen blijft zitten. Maar je kunt je niet onttrekken aan het verhaal.

Het werk van Burns heeft horrorachtige trekken en eigenlijk hou ik helemaal niet van horror. Toch werd ik gegrepen door Zwart gat. Dat moet wel door de kracht van het verhaal komen en door het onontkoombare idee dat het echt ergens over gaat, dat Burns zich niet bezig houdt met amusement, maar dat hij ons wat wil laten zien. We kijken graag naar wat dat dan is.