maandag 30 maart 2026

Oude teksten voor jonge lezers (Joke Brassers)


Van sommige van mijn docenten Nederlands weet ik nog haarscherp op welke boeken ze me hebben gewezen. Toen ik in de derde klas van de mavo zat, vertelde Ewoud Kouwenhoven ons de verhalen  Karel ende Elegast, Floris end Blancefloer, Van den vos Reynaerde, Beatrijs, Mariken van Nieumeghen en Gysbreght van Aemstel, Bram Maljaars leerde me de gedichten van Gerrit Achterberg en Martinus Nijhoff lezen toen ik in de bovenbouw van de havo zat en bij mijn MO-studie Nederlands bracht José Boyens mij de liefde bij voor Paul van Ostaijen en Het leven en de dood in den ast van Streuvels. Wat zou ik nu gelezen hebben als deze mensen mij niet enthousiast hadden gemaakt voor boeken die ik zelf misschien niet gekozen had?

Docenten Nederlands hebben de kans om boeken onder de aandacht van leerlingen te brengen en dat is wat anders dan 'lees maar wat je leuk vindt'. Dat je leerlingen 'gewoon' moet laten lezen en dat dan het plezier vanzelf komt is een mooie wens, maar het is maar de vraag wat die oplevert. Het leesplezier ligt bovendien buiten de macht van de docent. 

Dat betoogt ook Joke Brasser in haar boek Oude teksten voor jonge lezers, waarin ze een pleidooi houdt voor het werken met oudere literatuur door jonge kinderen, laten we zeggen in de onderbouw van de middelbare school. 

Brasser ken je misschien (zou je moeten kennen) van Klassiekers in de klas, een website met veel lesideeën waarin de oude literatuur centraal staat. Dat heeft uiteindelijk een boek opgeleverd en dat leest toch anders dan wanneer je hier en daar een artikel leest van een website. Die site vond ik al mooi, maar in het boek brengt Brasser haar ideeën bij elkaar en dan zie je de lijnen die ze volgt. Ik werd daar heel erg enthousiast van. 

Verbindend lezen

Dat de oude teksten waarde hebben in zichzelf is een van de uitgangspunten. Andere zijn dat teksten altijd verbindingen aangaan met andere teksten en dus nooit op zichzelf staan en dat leerlingen geen onbeschreven bladen zijn: ze komen binnen met een vracht aan kennis en het werkt heel goed als je die kunt activeren. 

zeeridder
Dat laatste werkt niet alleen zo bij de leerlingen, maar bij iedereen. Tijdens het lezen van het boek van Brasser schoten mij constant titels te binnen. Die invallen zijn niet altijd terecht, wellicht en ook niet altijd bruikbaar, maar het is goed om je er bewust van te zijn en om ze zo nodig te gebruiken. Als Brasser schrijft over de 'madwoman in the attic' en dat dat in Lampje juist een jongen is, denk ik aan Boven is het stil van Gerbrand Bakker en Het hemelse gerecht van Renate Dorrestein; als het gaat over de meermin in Lampje, vraag ik mij af waarom de hoofdpersoon van Voor alles een dame (ook van Renate Dorrestein) eigenlijk mevrouw Meermin heet. En de jongen met de vissenstaart doet ook denken aan de zeeridder (zitiron) in Der naturen bloeme. 

Ik kende het sprookje Het meisje zonder handen (Grimm) niet, waarnaar Brasser verwijst in verband met het sluiten van een pact met de duivel (Mariken van Nieumeghen). Een molenaar belooft te schenken 'wat achter de molen staat' in ruil voor oneindige rijkdom. Het blijkt zijn dochter te zijn, wat me meteen doet denken aan het Bijbelverhaal over Jefta (waarover Vondel Jeptha schreef). En als we het toch hebben over het verkopen van je ziel: wie denkt daarbij niet aan het verhaal over Robert Johnson?

Kennis activeren

Als docent is het goed om al die kennis te activeren. In Oude teksten voor jonge lezers gebeurt dat bijvoorbeeld bij het duiken in Van den vos Reynaerde. Welke vossen en wolven kennen de leerlingen al en wat voor beeld levert dat op van vossen en wolven? En bij de dieren uit Der naturen bloeme zullen leerlingen je van alles kunnen vertellen over eenhoorns, draken en griffioenen. 

Brasser neemt de leerlingen serieus, inclusief de kennis die ze hebben. Die brengen ze namelijk mee als ze aan de slag gaan met de teksten. Die mogen best lastig zijn (al moet je dat tegenwoordig 'uitdagend' noemen), maar je kunt ze toegang verschaffen door een juiste hertaling te gebruiken. Dat zal in de praktijk niet altijd goed gaan. Ook daarover vertelt Brasser. Bij De reis van sint Brandaan liep ze wat te ver voor de troepen uit. Dat bracht leverde haar wel inzichten op. 

Hoofdstukken

Ik ben meteen enthousiast aan het kletsen gegaan over zaken in het boek van Joke Brasser, maar laat ik vooral ook vertellen wat ze in de verschillende hoofdstukken behandelt. 

Ze begint met Lampje en ze eindigt met het lezen van jeugdliteratuur in de bovenbouw. Juist omdat teksten met andere teksten verbonden zijn, vormen ook jeugdboeken een goede ingang. Van Annie M.G. Schmidt kun je bijvoorbeeld een lijn trekken naar Mary Dorna. 

Er verder zijn er hoofdstukken over sprookjes, Van den vos Reynaerde, Der naturen bloeme, Moriaen, De reis van Sint Brandaan en Mariken van Nieumeghen. Al die teksten worden verbonden met andere teksten en leerlingen moeten er flink mee aan het werk en dat blijken ze ook te kunnen. Alles in het boek is namelijk uitgebreid getest in de praktijk en die praktijkervaringen hebben ervoor gezorgd dat nu duidelijk is wat waarschijnlijk wel werkt en wat voor problemen kan zorgen. Daarmee is Oude teksten voor jonge lezers een heel praktisch boek. 

Verder helpt Brasser de docenten Nederlands door steeds te wijzen op hoe de lessen aansluiten bij de eisen die aan het onderwijs gesteld worden. Ik ben blij dat ik niets meer met eindtermen en kerndoelen te maken heb, maar lesideeën in dit boek helpen de docenten te bereiken wat van hen verwacht wordt. 

Liefde voor literatuur en voor kinderen

Ik heb Oude teksten voor jonge mensen als zeer enthousiasmerend ervaren. Het is een boek naar mijn hart, omdat het geschreven is met overstelpend veel liefde voor de oude literatuur, maar ook voor de leerlingen die je graag zulke waardevolle en interessante teksten gunt. En dat gunnende spreekt uit het hele boek. Wie de kinderen deze teksten onthoudt, doet hun tekort. 

Dat Brasser een heldere stijl heeft en precies weet uit te leggen wat ze bedoelt, helpt ook heel erg. Het is geen dor handboek, maar het is geschreven in een soepele, levendige stijl, die lekker leest, zodat je door het boek heen glijdt. 

Verwonderen

Bovenal heb ik het idee dat Joke Brasser ons bepaalt bij waar het in ons onderwijs om dient te gaan. Dat we de leerlingen prima uit kunnen leggen welke argumentatiestructuren er bestaan en welke soorten argumenten er zijn, maar dat we ze met literatuur kunnen raken en echt wat kunnen meegeven en dat is van een andere orde. Brasser:
Ook ons curriculum lijdt onder kapitalistische ideeën van efficiëntie en productiviteit. Alles uit de les halen. Met weinig tijd zo veel mogelijk leerwinst boeken. Maar door onze tekstkeuzes en onze didactiek kunnen we ruimte maken voor 'zachte' en inefficiënte leerdoelen zoals je verwonderen of verbazen. In de ruimte die dan ontstaat wordt er een beroep gedaan op leerlingen om als persoon aanwezig [te] zijn, en niet als leerling. 
Daarvoor is het niet genoeg dat een docent enthousiast is (al helpt dat natuurlijk wel), maar zij/hij moet de teksten op een goede manier aanbieden en de leerling door uitgekiende opdrachten dichter bij de tekst brengen. Daarbij helpt dit boek enorm, net als de site Klassiekers in de klas

En als je geen docent Nederlands bent? Dan moet je toch Oude teksten voor jonge lezers kopen. Om weer of nog meer enthousiast te worden over teksten die je al lang dacht te kennen, om hoopvol te worden of te blijven ons literatuuronderwijs en om heel veel leessuggesties te krijgen, zodat je weer flink door kunt gaan lezen, want dat is een van de leukste dingen die er zijn. 

Historische klassiekers

Ongetwijfeld gaan we nog veel van Joke Brasser horen. Onlangs schreef ze lesbrieven bij de podcast Historische klassiekers van Fixdit, waarin werk van (veelal later veronachtzaamde) vrouwelijke schrijvers uit het verleden hertaald is en voor een nieuw publiek toegankelijk is gemaakt. Ook daarmee kun je zo aan de slag. Eerlijk gezegd heb ik niet van al die auteurs wat gelezen. Tot nu toe betreft het: Anna Bijns, Anna Roemers, Tesselschade Roemers, Johanna Hobius en Katharine Lescailje. 

Lees haar boek, volg Klassiekers in de klas en blijf lezen en vertel erover!

Oude teksten voor jonge lezers is verschenen bij Uitgeverij kleine Uil Educatief. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten