donderdag 19 maart 2026

Mijn eerste boeken (Herinneringen)

Weer een stukje uit een dagboek. Ik heb wel zin om er achteraf van alles in te veranderen, maar dat heb ik niet gedaan. Eigenlijk had ik op dit onderwerp in het dagboek veel uitgebreider in moeten gaan. Helemaal aan het eind van deze bijdrage geef ik nog enkele aanvullingen. 

Die aantekeningen in mijn dagboek zijn nogal ongericht, soms gaan ze alle kanten uit. Ik plaats hier maar een stukje van wat ik noteerde op 20 mei 2023. Daarom houdt dit gedeelte ook zo plotseling op. 

Voor degenen die het gemist hebben: in mijn dagboeken richt ik mij steeds tot een nog niet geboren kleinkind. In dit deel noem ik 'je moeder'. Dat is mijn oudste dochter. 



Ik geloof (maar ik heb het niet teruggelezen) dat ik een keer geschreven had dat ik het over lezen zou hebben. Mijn moeder heeft mij lezen geleerd voordat ik naar school ging. Je ging indertijd naar school als je zes jaar oud was. Dan kwam je in de eerste klas. Nu is dat groep 3. Daarvoor kon je nog twee jaar naar de kleuterschool, maar daar zagen mijn ouders het nut niet van in. Ik denk dat ze het ook te druk hadden om mij elke keer te brengen.

Het boekje, Leer lezen in een wip (deel 2) heb ik lang gehad, maar het was in een niet te beste staat en ik heb later een beter exemplaar gekocht. Dat was zo’n beetje mijn leerboek. Vanaf die tijd heb ik zoveel mogelijk gelezen. Dat werd ook erg gestimuleerd.

Mijn moeder zong veel voor en met mij en vertelde verhalen. Uit de Bijbel, maar ook alle sprookjes. En ze had altijd gedichtjes, die ze bij gelegenheid op kon zeggen. Die talige omgeving heeft mij zeker geholpen. Mijn moeder kon trouwens ook erg goed tekenen. Voor mijn gevoel kon ze tekenen wat ze wilde. Ik heb nog ergens een oud schriftje van haar liggen, met prachtige tekeningen.

Op school hadden we het vak lezen en dan lazen we uit de boekjes van Jaap en Gerdientje. Die waren toen eigenlijk al een beetje ouderwets, maar ik hield erg van die verhalen. Ik denk dat ik de meeste deeltjes een keer heb aangeschaft. Ik heb ook een voorleesboek met korte verhalen over die twee (of is dat een verhalenbundel van W.G. van de Hulst?) en daaruit wilde Thomas altijd voorgelezen worden als hij logeerde bij mijn ouders in Dodewaard.

Mijn ouders hadden wel wat kinder- en jeugdboeken, maar niet zoveel. De boeken van mijn vader waren voor een deel verloren gegaan in de oorlog. Maar gelukkig had ik een oudere nicht en neef (Aantje en Teunis) en die hadden veel leesstof. Al die boeken heb ik geleend en gelezen. Later leende ik ook wel boeken van andere neven en nichten. Ik weet nog wie welke boeken had. Joop, die jonger is dan ik, had bijvoorbeeld de serie Bakkertje deeg en ook Pinkeltje.

Af en toe kwam er een boekhandelaar met verantwoorde boeken langs de deur, met een grote koffer. Dan mocht ik altijd wel een boek uitzoeken en ik kreeg ook wel boeken op mijn verjaardag. Wat de series betreft: ik las de boeken van de Kameleon, van Arendsoog en vooral die van Buffalo Bill. Ik had ook wat deeltjes van Biggles (een piloot in de Eerste Wereldoorlog), maar ik weet niet hoe ik eraan kwam. Ze waren niet nieuw, maar er was geen tweedehandsboekenzaak in Herveld.

Daar was ook geen bibliotheek en ook geen boekhandel. Op school was er wel in elk lokaal een bibliotheekje, maar ik weet niet of we die boeken mee naar huis mochten nemen. Als je eerder klaar was met je werk, mocht je wel gaan lezen. Ik herinner me nog dat er nieuwe boeken aangeschaft werden toen ik in de vijfde klas (nu groep zeven) zat. Die waren niet met het bruine, gestreepte papier gekaft, zoals de andere boeken, maar die hadden kleurige voorkanten. Prachtig vond ik het. Ik was waarschijnlijk gewoon blij dat er nieuwe boeken waren.

Er waren in mijn jeugd veel boeken over de Tachtigjarige Oorlog, waarin elke katholiek een schurk en elke protestant een held was. Ik overdrijf, dat weet ik wel, maar het was wel de teneur. Ik las ook boeken over de Tweede Oorlog en over de Boerenoorlog. Ook die zullen behoorlijk ongenuanceerd zijn geweest, vrees ik.

Toen ik naar de mavo ging, kon ik naar hartenlust lezen, want daar was een goede bibliotheek. Later, toen ik op die school ging werken, in 1980, zou ik die zelf gaan beheren. Met veel plezier. De eerste week van de vakantie zat ik vaak nog boeken te repareren.

Wat heb ik daar geleend? Zo’n beetje alles van Toon Kortooms: humoristische boeken met titels als Help, de dokter verzuipt! Beekman en Beekman en Mijn kinderen eten turf. Verder veel boeken van W. Schippers, Tragedie in Toulouse van J. Overduin en het mooist vond ik De adelaar van het negende van Rosemary Sutcliff. Een boek over de Romeinen in Engeland.

En ik kwam in contact met de literatuur! Onze docent, Ewout Kouwenhoven, behandelde de literatuur uit de Middeleeuwen en dat vond ik geweldige verhalen. Wat ik op mijn lijst zette, was niet zo heel veel soeps, denk ik. Bartje van Anne de Vries, Mensen zonder geld van Jan Mens, De zwarte ruiter van Simon Vestdijk (dat is wel een goed boek, al weet ik er niet veel meer van) en verder weet ik het eigenlijk niet meer. Maar het vuur was wel aangestoken.

Na de mavo ging ik naar Gouda. Ik werd lid van de bibliotheek en las alles wat los en vast zat, ook buitenlandse literatuur. Ik heb werk van Dostojevski, Tolstoj, De Maupassant, Stendhal, Edgar Allen Poe, de zusjes Brontë en nog veel meer gelezen. Er was ook een groot boek van Margriet (het vrouwenblad) met heel veel verhalen uit de wereldliteratuur. Allemaal gelezen, van A tot Z.

Ik leende ook gedichten en ik las veel, ook over literatuur, en eigenlijk ben ik dat altijd blijven doen. De hoeveelheid literatuur die ik toen tot me nam, is zo groot, dat ik niet goed weet, hoe ik die moet beschrijven.

Wat ik nog vergat: mijn vader had de verzamelde gedichten van Jacob Cats aangeschaft en die las hij ook wel voor. Die heb ik ook met veel plezier gelezen.

Verder heb ik steeds veel tweedehands boeken gekocht. Er waren toen nog antiquariaten die om de zoveel maanden een catalogus rondstuurden en daar kon je boeken van bestellen. Toen ik op de P.A. (Pedagogische Academie) in Gouda zat, had ik les van L.J.M. Hage, die altijd een koffer met boeken bij zich had. Die verkocht hij voor een prikkie aan studenten. Daar heb ik veel van aangeschaft. Jarenlang heb ik hem nog bezocht om boeken bij hem te halen. Je moeder heeft nog gespeeld met zijn kleindochter, die ook op de Peuterbrink zat.

Lezen is, ook vandaag nog, de snelste manier om informatie tot je te nemen. Ik kijk bijna geen tv, omdat het veel tijd kost en weinig oplevert. Nog steeds heb ik de gretigheid om veel te willen weten. Ik luister ook wel naar podcasts over wetenschap. Dan gaat het bijvoorbeeld over de ontwikkeling dat wij in de toekomst koolzaad zullen kunnen eten. Dat kan al, maar het is niet lekker. Maar ze hebben ontdekt hoe ze de bitterheid kunnen voorkomen en de eiwitten in koolzaad zijn hoogwaardig. Ze zijn te vergelijken met die in soja. Dat soort dingen vind ik interessant.

Tegenwoordig hoef je niet meer te zoeken naar leesvoer, want dat is er overal. En bij mij op zolder heb ik sowieso kinderboeken. Het is wel goed als je daar ooit mee begint. Wie meer leest, weet meer. En als je meer weet, besef je ook dat je heel veel dingen niet weet en dat maakt weer bescheiden. Alles wat je weet, geeft je een kader voor de nieuwe informatie die je opdoet, of voor wat je hoort of ziet in de actualiteit.

Aanvullingen

Ik had hier nog de boeken kunnen noemen die we bij het kerstfeest kregen, samen met een sinaasappel, verpakt in een vloeipapiertje. In klas 1 kreeg ik Tippeltje van W.G. van de Hulst jr. en in de tweede Hertevoet en Zilveroog. 

Van de jeugdboeken die mijn vader bezat, herinner ik mij Goof Bonk, Het jonge boerenknechtje en iets over een jonge bakker, van wie ik nog weet dat hij Herman heette. Mijn moeder had een trilogie (geloof ik) over Simon Gieke en het boek Geus met God. Verder herinner ik mij titels als De Franse koopmanszoon, Keteltje in de Lorzie en de bundel Zoutkorreltjes. Natuurlijk alles onder voorbehoud. Het kan zomaar zijn dat mijn geheugen mij bedriegt. 

Over de boekverkoper die met zijn koffer vol boeken langs de deur ging, schreef ik hier al eerder. Over oude jeugdboeken die ik pas op latere leeftijd las, heb ik ook wel geschreven, maar dat is al weer een tijdje geleden. Zo schreef ik over enkele boeken van Johanna Breevoort.

Aan mr. Hage heb ik veel te danken. Van hem kocht ik bijvoorbeeld de verzamelde gedichten van P.A. de Génestet, Daniël Sils van J.J. Cremer, verschillende boeken van Justus van Maurik, de brieven van Multatuli en het verzameld werk van Bilderdijk. Voor de schrijvers uit de negentiende eeuw heb ik altijd belangstelling gehouden en van tijd tot tijd lees ik nog boeken uit die tijd, bijvoorbeeld Waarheid en droomen van Jonathan (J.P. Hasebroek). 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten