vrijdag 20 maart 2026

Afgestoft: Boeken voor de katholieke jeugd

Intussen lig ik weer aardig op schema wat betreft het posten van nieuwe bijdragen. Ik heb bij het schrijven nog wel een achterstand op mijn lezen, maar dat komt wel goed. Deze week is overigens wel druk, want ik loop in de avonden rond met de collectebus. Aangezien er in onze wijk weinig collectanten zijn, neem ik dertien straten voor mijn rekening en daar ben ik wel drie avonden aan kwijt. 

Voor vandaag een stukje dat eerder verschenen is in Liter nr. 65, jaargang 15 (2012). In die tijd plaatste ik wat ik in een krant of een tijdschrift publiceerde niet op mijn weblog. Het blijkt dat ik indertijd toch een stukje  online gezet heb en dat komt voor een deel (het lange citaat) overeen met wat ik in Liter schreef. Maar dat is allemaal alweer lang geleden, dus ik vind dat ik met een gerust hart het Literstukje hier kan plaatsen. Dat was, zoals je kunt zien, een niet zo lange bespreking. 

In de loop der jaren heb ik geregeld oude jeugdboeken gekocht en die heb ik nog lang niet allemaal gelezen. Mijn voornemen is om dat wel te gaan doen. Om mijn herinnering te controleren, als het boeken betreft die ik al in mijn jeugd las, maar vooral om te kijken wat voor wereldbeeld erin naar voren komt. Onder het label Zwart en wit heb ik verschillende boeken besproken die met inclusie en exclusie te maken hebben, waaronder ook een stel oudere kinderboeken. Over dit soort boeken wil ik in ieder geval nog gaan schrijven. 



Boeken voor de katholieke jeugd


Als kind las ik alles wat ik te pakken kreeg, althans zo herinner ik het mij. De boeken uit de kast van mijn ouders (Goof Bonk, Hotse Hiddes); de Sjors van mijn vriendje Joekie Bil, die eigenlijk anders heette; de pockets uit de boekenrekjes van nicht Aantje en neef Teunis (auteurs als A.G. Eggebeen, P. de Zeeuw JGzn). En af en toe kwam er een man aan de deur met een zwarte hoed op, een zwarte jas aan en een grote koffer bij zich. Daarin zaten boeken en dan mochten alle kinderen uit ons gezin een boek uitzoeken. Zo kwam ik aan Luyt Lievensz, de liedjeszanger van H. te Merwe en Het hol op de hei van G. van Essen. Op verjaardagen kreeg ik deeltjes van De Kameleon, Pietje Bell en later ook wel van Arendsoog.

Ha, Arendsoog! En zijn betrouwbare vriend Witte Veder en zijn paard Lightfeet, waarover in elk deel werd verteld dat hij zo hard liep als hij nog nooit gelopen had. Jaren later vertelde iemand mij dat en ik vond het verhaal te mooi om te controleren. Natuurlijk hield ik van een held als Bob Stanhope, zoals Arendsoog in werkelijkheid heette. Ik was immers even moedig en even slim, alleen had ik geen paard en er waren geen boeven in de buurt met wie ik moest afrekenen.

Arendsoog was een cowboy, zoals Old Shatterhand, die ik uit Sjors kende en Buffalo Bill, over wie ik een reeks pockets kocht bij Warenhuis Houpst, dat gerund werd door een stel bejaarde zussen, die je altijd van alles wilden aansmeren. ‘We hebben nog heel goedkope agenda's, van vorig jaar. Je hoeft alleen maar de datum door te strepen.’ Als wraak heb ik ze eens een kwartier laten zoeken naar plastic geheugensteuntjes. Buffalo Bill was net zo heldhaftig als Arendsoog, maar ik vond de boekjes grappiger, wat waarschijnlijk kwam door het personage Scot Oliver.

Buffalo Bill was niet christelijk, net zo min als de karakters uit Sjors, Pietje Bell of De kameleon. Er werd bijvoorbeeld niet in gebeden. In Arendsoog ook niet.

Dacht ik.

Maar nu heb ik een boek in huis dat Boeken voor de katholieke jeugd heet en het omslag staat vol Arendsogen. Hè? Is Arendsoog Rooms? Nooit wat van gemerkt.

Het eerste boek dat ik van Arendsoog kocht, was deel 38, Arendsoog en de Duncandollars. Het boek blijkt uit 1969 te zijn. Zou ik het voor mijn tiende verjaardag hebben gekregen? P. Nowee schreef het, maar er waren ook deeltjes waarop J. Nowee stond. Ook die vroege delen las ik, later. Ik geloof niet dat ik toen verschil merkte.

Toch moeten die delen anders geweest zijn. Dat schrijft in ieder geval Karen Ghonem-Woets in haar boek. Arendsoog verraadde in de eerste delen nog wel de katholieke geest van vader Nowee; zo deed de cowboy geregeld een beroep op de Voorzienigheid. Dat is mij ontgaan. Maar misschien was ik al aan zoveel godsdienst in jeugdboeken gewend, dat een schietgebedje mij helemaal niet opviel.

In Boeken voor de katholieke jeugd beschrijft Karen Ghonem-Woets de geschiedenis van de katholieke uitgeverijen Zwijssen en Malmberg, die zich zowel op de markt van de schoolboeken als van de leesboeken begaven. Ze doet dat degelijk en redelijk prettig leesbaar.

In het begin (van de oprichting in de negentiende eeuw tot ongeveer 1945) zijn de uitgeverijen katholiek, zowel wat de lesmethoden als de jeugdboeken betreft. Onder de auteurs bevinden zich ook geestelijken.

Frater Sigebertus Rombouts formuleerde in 1925 richtlijnen waaraan een goed katholiek boek zou moeten voldoen. Het godsdienstige stond natuurlijk voorop. Verder: 

2. Te veroordelen is ieder boek met een heidense, anti- of onroomse sfeer. Dus ook het neutrale boek. 
3. Boeken moeten worden afgekeurd als: a. Een of andere hartstocht, b.v. haat, afgunst, gierigheid, eerzucht er sterk in spreekt en later niet door goede leiding of flinkheid van eigen karakter wordt overwonnen. b. Als ze verruwend werken door het milieu, door platte of onbehoorlijke woorden en uitdrukkingen. Onder deze categorie vallen schrijvers als Kievit (Dik Trom) en Van Abcoude (Pietje Bell, Kruimeltje). Het gezag van ouders, opvoeders en politie mag nooit bespottelijk worden gemaakt. c. Als ze meer of minder duidelijk enige “voorlichting” geven, of dingen aanroeren waarmee een kind niets te maken heeft. d. Als de illustraties in zedelijk opzicht niet deugen. Plaatjes die de sexuele verbeelding prikkelen, maar ook illustraties met daarop personen die niet volgens de kerkelijke richtlijnen gekleed zijn. 
4. Het verhaal moet geen tastbare onmogelijkheden of doldwaze dingen bevatten.

Een uitgebreid citaat, maar ik vond het zo fraai dat ik niet kon laten het over te tikken.

In de loop van de decennia worden de boeken van Malmberg en Zwijsen steeds minder katholiek. Al toen ik op de lagere school zat, die toch goed Hervormd was, kregen wij op school de Taptoe en de Okki (Onze Kleine Katholieke Illustratie). Blijkbaar was in de jaren zestig van de vorige eeuw het katholieke al niet meer te herkennen.

Bob Stanhope, alias Arendsoog, was rond die tijd ook al van zijn geloof gevallen en toen hij nog wel van het houtje was, viel het mij niet op. Karen Ghonem-Woets behandelt Arendsoog uitvoerig, evenals Puk en Muk. Dat doet ze goed, maar eigenlijk had ik voor ik begon te lezen gehoopt op een ander boek. Een boek waarin iemand mij vertelt hoe zijn moeder de prentenboeken uit de serie Voor Roomsche kleuters voorlas; of hoe hij de missieverhalen las, stiekem in bed, want hij moest eigenlijk al slapen; of hoe hij las over Damiaan en zelf ook wel melaats wilde worden als dat nodig was om mensen te helpen. Misschien moet iemand als Ton van Reen zo'n boek schrijven. Dat zal ik dan met plezier lezen. Nu loop ik eerst maar eens naar de zolder om te kijken in welke doos Buffalo Bill en Arendsoog opgeborgen zitten. Ik ruik de kruitlucht al.

Karen Ghonem-Woets, Boeken voor de katholieke jeugd. Verzuiling en ontzuiling in de geschiedenis van Zwijsen en Malmberg. Walburg Pers, Zutphen 2011, 256 blz., €39,50.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten