donderdag 12 maart 2026

Extinctie / De laatste goendroen


Zoals ik al eerder schreef, ben ik gedwongen het een beetje rustig aan te doen, ook hier. Daarom heb ik gisteren niets geplaatst en ook vandaag zal ik geen recensie plaatsen. Maar iets kleins tussendoor lijkt me wel gepast. 

Gisteravond was ik aanwezig bij een lezing van René ten Bos, voormalig Denker des Vaderlands, over het verlies van biodiversiteit. Het was een boeiend verhaal. Het gezelschap was bescheiden van omvang, maar misschien maakte dat de avond alleen maar beter. 

Goendroen

Toen er gesproken werd over het uitsterven van soorten, moest ik denken aan De laatste goendroen (1977) van Anton Koolhaas. Het boek is in zijn geheel terug te lezen op DBNL Het is lang geleden dat ik het gelezen heb en het geheugen is per definitie onbetrouwbaar, maar ik zal weergeven hoe ik het boek onthouden heb. 

Een goendroen is fantasiebeest, zoals Koolhaas er wel meer geschapen. Denk aan de hoedna's in Vanwege een tere huid (1973). Koolhaas beschrijft de dieren wel in een realistische setting, zodat je toch het idee hebt dat ze in ieder geval zouden kunnen bestaan. 

Hoe een goendroen er precies uitziet, weet ik niet meer, maar als hij doodgaat, verandert hij in een struik. Wie weet zijn de struiken in je tuin gewoon dode goendroens. De goendroen Bladroes, de hoofdpersoon van de roman, is al snel na zijn geboorte vrij zelfstandig. De enige van zijn soort in zijn omgeving is zijn moeder, maar die zal over niet al te lange tijd overlijden. Bladroes moet op zoek naar een wijfje om zich voort te planten. Hij weet echter niet dat hij de laatste goendroen is en dat zijn zoektocht tevergeefs zal zijn. 

Hoe het verhaal precies gaat, is me intussen ontschoten, maar ik weet wel dat ik het idee goed vond: je zult maar de laatste van je soort zijn, terwijl je dat niet weet. 

In de lezing hoorde ik dat het heel lastig te bepalen is of een soort daadwerkelijk uitgestorven. Dat geldt sterk voor kleine organismen en voor insecten, maar soms ook voor grotere dieren als de Tasmaanse buidelwolf, waarvan berichten zijn dat die toch weer opgedoken is. 

Toen De laatste goendroen in mijn gedachten kwam, besefte ik ook dat ik al lang niets van Koolhaas herlezen had. Ik vermoed dat ik in de jaren tachtig en de jaren negentig zo'n beetje zijn complete oeuvre heb gelezen. Bij Koolhaas worden altijd zijn dierenverhalen genoemd, waarvan er sommige heel bekend geworden zijn, zoals 'Meneer Tip is de dikste meneer', 'Gekke witte' en 'De liefde schuilt in een doublet van hazen'. 

Rouwen

Maar hij schreef ook prachtige romans waar nauwelijks een dier in voorkomt, zoals Tot waar zal ik je brengen (1976) en De hond in het lege huis (1964). Beide boeken gaan over een man die zijn vrouw kwijt is, maar die niet zeker weet of ze dood is, zodat hij ook niet echt kan gaan rouwen. Ook dat komt voor bij mensen die rouwen om het verdwijnen van een diersoort waarvan ze nooit zeker zullen weten of die ook definitief verdwenen is. 

Over rouw heeft Koolhaas meer geschreven, bijvoorbeeld in Een punaise in de voet (1974) over een vrouw die op een bizarre manier om het leven komt, terwijl ze net ruzie heeft met haar man. 

Er is een tijd dat ik veel van Koolhaas las. Niet alles vond ik goed. Een roman als Nieuwe maan (1978) was minder aan mij besteed. Maar over veel van zijn werk was ik enthousiast en dat enthousiasme heb ik ook uitgedragen. Op een reünie vertelde een oud-leeerlinge dat ik de klas in groepjes verdeelde en dat elk groepje een boek of enkele boeken van een bepaalde schrijver moest lezen. Zij zat in een Koolhaasgroepje. Ik vroeg aan haar welk boek van Koolhaas ze gelezen had. Ik heb ze allemaal gelezen, zei ze. Dat was meer dan ik had durven verwachten. 

Veel boeken van Koolhaas zijn goed en ik vermoed dat ze nog steeds gelezen kunnen worden, maar ik hoor nooit meer iemand die De geluiden van de eerste dag (1975) of Er zit geen spek in de val (1958) gelezen heeft en dat is jammer. Maar Je kunt nog altijd beginnen met het lezen van zijn werk. Ik heb al wat titels genoemd die mij goed zijn bijgebleven, maar Een kind in de toren (1977) herinner ik mij als een prachtig boek. En anders lees je maar Tot waar zal ik je brengen of Vanwege een tere huid. Of een bundel met dierenverhalen. 

1 opmerking:

  1. Hoi Teunis, "De laatste Goendroen" is het eerste boek dat ik voor mijn lijst heb gelezen. Ik heb er destijds ook een boekbespreking over geschreven. Later heb ik ook voor mijn lijst "Vanwege een tere huid" gelezen. Toentertijd vond ik beide boeken wel aardig, nu zou ik zeggen, de moeite van het lezen niet waard, maar ja, nu heb ik ook heel veel meer gelezen en ben ik niet meer zo snel onder de indruk van een boek. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen