donderdag 1 december 2011

Weerloos


Van Frans Stüger las ik ooit De gedachte en misschien nog wel een boek, maar dat weet ik niet zeker. In mijn herinnering vond ik dat ‘wel mooi’. Nu heb ik Weerloos (2003) gelezen, omdat een leerling het op zijn lijst had gezet.

Stüger heeft een sobere stijl, waarbij hij niet meer vertelt dan nodig is. Alle krullendraaierij vermijdt hij. Dat is prettig. Je ziet hoe een schrijver efficiënt zo min mogelijk taal lijkt te gebruiken.

Het gevolg is ook, vind ik, dat Weerloos wel een heel tam boek geworden. Het kabbelt maar door, terwijl ik ook wel eens hoge golven wilde. De hoofdpersoon, René, is duidelijk een antiheld, die maar een enkele keer uit die rol weet te kruipen. Het is zo’n personage waartegen Jeroen Brouwers zich al decennia geleden afzette in zijn pamflet De nieuwe revisor, waarin hij de vloer aanveegde met de ‘jongetjesliteratuur’.  

Na lezing van Weerloos kan ik daar wel inkomen. Het is helemaal geen slecht boek, maar toen ik halverwege was, begon ik wel erg te verlangen naar een auteur met een luidere stem, bredere gebaren en een wijdere blik.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen